Ontwerpbestemmingsplan Pijlstoep 31.pdf
Tekst van het document
2.4.4
Risico van ongevallen Onderhavig project vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het project brengt geen wezenlijke risico’s met zich mee.
9
3 3.1
Plaats van het project Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het projectgebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.
3.2
Het bestaande grondgebruik Algemeen Het projectgebied bevindt zich binnen het bestaande stedelijke gebied van Alblasserdam. Het plangebied en haar omgeving maken onderdeel uit van het ‘Dijklint’ van Alblasserdam. Dit gebied kenmerkt zich door haar ligging langs de rivier de Noord. De Oost Kinderdijk bevindt zich op de dijk langs de Noord en vormt de doorgaande verkeersstructuur binnen het Dijklint. De bebouwing kent hier oriëntatie richting de Noord. Er is sprake van een afwisseling tussen oude bebouwing, maar ook nieuwere bebouwing die later de ‘gaten’ in het lint heeft gevuld. Dit maakt dat er geen eenduidige stedenbouwkundige structuur langs het Dijklint aanwezig is. Wel geldt dat de woonfunctie hier de overheersende functie is. Achter het bebouwingslint bevindt zich een ‘Groene Long’, bestaande uit de groen-, recreatie- en natuurgebieden het ’Lammetjeswiel’, het park ’Huis te Kinderdijk’ en de groene zone tussen de Blokweerweg en de Touwbaan.
Luchtfoto met globale aanduiding plangebied
10
Locatie 1: Pijlstoep 31 De Pijlstoep is een doodlopende woonstraat, bestaande uit grondgebonden woningen. Het plangebied is momenteel ingericht met de leegstaande wasserij ‘Van Beest’ met bijbehorende bedrijfswoning. Bekend is dat de bodem vervuild is en dient te worden gesaneerd.
Foto’s van de bestaande situatie
Locatie 2: Oost Kinderdijk 137-145 Het plangebied bestaat uit de adressen Oost Kinderdijk 137-145 en bestaat momenteel uit een drietal woningen en de leegstaande meubelwinkel ‘Baas wooncentrum’. De meubelwinkel heeft inmiddels haar activiteiten ter plaatse beëindigd. De bebouwing heeft haar oriëntatie op de Oost Kinderdijk.
Foto’s van de bestaande situatie
Locatie 3: Oost Kinderdijk 187a Het plangebied bevindt zich achter het bebouwingslint van de Oost Kinderdijk en grenst verder aan gronden behorende bij de ‘Groene Long’ van Alblasserdam. Momenteel is deze locatie ingericht als kassencomplex. Rondom liggen ondiepe, brede sloten en direct nabij de kas liggen smalle slootjes. Enkel de entree in het zuidwesten van het plangebied is verhard.
Foto’s van de bestaande situatie 11
3.3
Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
3.3.1
Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Het resultaat van de analyse wordt hieronder beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven.
3.3.2
Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn. Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Wetlands
Conventie van Ramsar
Op een afstand van circa 8,3 kilometer ten zuidoosten van het projectgebied is een wetland (Biesbosch) gelegen (zie verder onder 1).
Kustgebieden
Het projectgebied is niet gelegen in een kustgebied.
Berggebieden en bosgebieden
Wet natuurbescherming
Het projectgebied is niet gelegen in een bosgebied.
Reservaten en natuurparken: Nationale Landschappen Nationale Parken
Nationale Landschappen zijn benoemd in de Nota Ruimte; Nationale Parken zijn onderdeel van de NNN (voorheen EHS).
Het projectgebied ligt niet in een Nationaal Landschap. Het projectgebied ligt niet in een Nationaal Park. Wel bevindt zich op circa 8,3 kilometer afstand een Nationaal Park (Biesbosch) (zie verder onder 1).
Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn)
Wet natuurbescherming
In de omgeving van het projectgebied liggen Natura 2000gebieden (zie verder onder 1).
Gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden
Europese milieurichtlijnen (o.a. kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, kaderrichtlijn Water)
Het projectgebied ligt niet in gebieden waar basis van communautaire wetgeving reeds normen worden overschreden.
Gebieden met hoge bevolkingsdichtheid
Provinciale verordening
Het projectgebied is niet gelegen in een gebied met hoge bevolkingsdichtheid.
12
Landschappen van historisch belang cultureel belang o beschermd stads- en dorpsgezicht archeologisch belang
Verdrag van Valletta Monumentenwet Gemeentelijk landschapsontwikkelingsplan
Het plangebied maakt deel uit van een beschermd dorpsgezicht (zie verder onder 2). Op grond van het gemeentelijke archeologische beleid geldt verder een middelhoge archeologische verwachtingswaarde (zie verder onder 3). Tot slot maakt een deel van de gronden van het plangebied onderdeel uit van de landgoedbiotoop van Huis te Kinderdijk (zie verder onder 4).
1. Natura 2000 gebied, wetlands en Nationale Parken Natura 2000 is het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd moeten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. Gezien dit feit is het zinvol de gevolgen voor de natuur in beeld te brengen. De conventie van Ramsar zorgt voor het behoud en het oordeelkundig gebruik van
alle watergebieden door middel van plaatselijke, regionale en nationale acties en internationale samenwerking, als bijdrage aan het tot stand komen van een duurzame ontwikkeling in de gehele wereld. De Ramsar conventie heeft geleid tot de aanwijzing van 43 Nederlandse wetlands als Wetland of International Importance. De wetlands hebben ook een status als vogel- of habitatrichtlijn gebied en worden op deze wijze wettelijk beschermd. In de Wet natuurbescherming is opgenomen dat gebieden kunnen worden aangewezen als Nationaal Park. Nederland kent momenteel 21 Nationale Parken, waaronder de Biesbosch. Een gebied komt enkel in aanmerking om een Nationaal Park te zijn indien het gebied: minimaal 1.000 ha beslaat; één of meer natuurkernen heeft; specifieke en te onderscheiden waarden kent; van grote schoonheid is; en opengesteld is voor bezoekers. Het projectgebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Wel liggen het Natura 2000gebied ‘Boezems Kinderdijk’, ‘Biesbosch’ en enkele andere Natura 2000-gebieden in de omgeving van het projectgebied. Het is niet op voorhand uit te sluiten dat met onderhavig project negatieve milieueffecten ontstaan op de Natura 2000-gebieden. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.
13
2. Beschermd dorpsgezicht Op 26 november heeft het college van B&W een gedeelte van Alblasserdam en omgeving aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Met de aanwijzing van een beschermd dorpsgezicht kunnen panden en andere zaken daarbinnen niet zonder advies van de Erfgoedcommissie worden gesloopt. Het projectgebied ligt binnen het beschermde dorpsgezicht. Het is niet op voorhand uit te sluiten dat met onderhavig project de cultuurhistorische waarden van het beschermde dorpsgezicht worden aangetast. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht. 3. Archeologie Op grond van de archeologische beleidsadvieskaart van Alblasserdam geldt ter plaatse van het projectgebied grotendeels een vrij lage verwachting (VAW5). Deze lage verwachting geldt voor locatie 1 en 3. Voor locatie 2 (en deels ook 3) geldt gezien de ligging dicht bij de dijk een hoge verwachting.
Uitsnede uit archeologische beleidsadvieskaart met aanduiding deellocaties
Gezien voorgaande is het zinvol om in hoofdstuk 4 nader in te gaan op het aspect archeologie. 4. Landgoedbiotoop Op basis van de Omgevingsverordening Zuid-Holland maakt een deel van de gronden van het plangebied onderdeel uit van de landgoedbiotoop van Huis te Kinderdijk. De omgevingsverordening geeft aan dat nieuwe ruimtelijke ontwikkeling enkel zijn toegestaan indien er geen aantasting plaatsvindt van de waarden van de landgoedbiotoop.
14
Landgoedbiotoop met de onderdelen A, B, C en D die binnen het plangebied liggen (Bron: Stichting in Arcadië).
Gezien voorgaande is het zinvol om in hoofdstuk 4 nader in te gaan op dit aspect. 3.3.3
Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Natuurnetwerk Nederland (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur)
Provinciale verordening
Het projectgebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), maar er ligt wel NNN in de buurt (zie onder 5).
Weidevogelgebied en ganzenfoerageergebied
Provinciale verordening
Het projectgebied ligt niet in een beschermingsgebied voor weidevogels en ligt ook niet in de nabijheid van een dergelijk gebied
Stiltegebied
Wet milieubeheer Provinciale verordening
Het projectgebied is niet gelegen in een stiltegebied
Bodembeschermingsgebied
Provinciale verordening
Het projectgebied is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied.
Grondwaterbeschermingsgebied
Provinciale verordening
Het projectgebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.
Gebied geschikt voor beschermde soorten
Wet natuurbescherming
Het projectgebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten (zie verder onder 6).
15
5. Natuurnetwerk Nederland Het Nationaal Natuurnetwerk (NNN), de opvolger van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Het projectgebied ligt niet binnen NNN (zie navolgende afbeelding). Wel bevindt zich op ongeveer 30 meter afstand van het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN welke is aangewezen als Grote wateren en Noordzee.
Globale ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natuur Netwerk Brabant en de Groenblauwe mantel. Bron: Provincie Noord-Brabant. Bewerking: SAB.
Daarnaast ligt er Strategische reservering natuur en belangrijk weidevogelgebied op ongeveer 2 kilometer ten oosten van de plangebieden. Aangezien de plangebieden niet in de NNN of andere provinciaal beschermde natuur liggen en deze beschermde natuurgebieden op grond van het provinciaal beleid geen externe werking kennen, leiden de voorgenomen ingrepen niet tot vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van de aanwezige natuur. De voorgenomen ingrepen zullen geen effect op de wezenlijke waarden en kenmerken van het deze gebieden hebben. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 niet nader onderzocht. 6. Beschermde soorten In het projectgebied kunnen zich mogelijk beschermde dier- of plantensoorten bevinden, dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.
16
4 4.1
Kenmerken van het potentiële effect Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het project en de plaats van het project zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Tevens wordt aandacht besteed aan de mogelijke cumulatieve effecten op de diverse aspecten als gevolg van de komst van de woningbouw. Hoofdstuk 2 laat zien dat het project de realisatie van 3 kleinschalige woningbouwlocaties binnen de bestaande bebouwde kom van Alblasserdam/Kinderdijk betreft. Dit is een ontwikkeling die zorgt voor de aantrekking van verkeer. Hoofdstuk 3 laat zien dat de omgeving van het projectgebied een beperkt aantal kwetsbaarheden kent. Het projectgebied is gelegen in een gebied waarin zich mogelijk archeologische waarden bevinden. Ook ligt het projectgebied nabij enkele Natura 2000-gebieden. Ten slotte kunnen zich in het plangebied beschermde planten- en diersoorten hebben ontwikkeld.
Nader te beoordelen aspecten Op basis van de voorgaande twee hoofdstukken worden de volgende milieuaspecten in dit hoofdstuk nader behandeld: archeologie: Het project kan leiden tot negatieve milieueffecten op archeologische waarden. cultuurhistorie: Het project kan leiden tot negatieve milieueffecten op cultuurhistorische waarden (beschermd stadsgezicht en landgoedbiotoop). natuur: Het project kan leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde natuurgebieden (gebiedsbescherming) en op beschermde flora en fauna (soortenbescherming). verkeer: De nieuwe woonontwikkeling zal leiden tot een toename van het (gemotoriseerde) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (milieu-) effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid. geluidshinder: Het project heeft een verkeersaantrekkende werking en leidt dus mogelijk ook tot een toename van geluidshinder (door verkeer) op de omgeving. luchtkwaliteit: De toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van verkeer. Aspecten waarbij op voorhand geen effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling van de kenmerken het concrete project en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten.
Om alle aspecten nog kort langs te lopen: water: Er is met het project sprake van een wezenlijke toename van de bebouwing c.q. verharding. Daarnaast worden in het plangebied een deel van een aanwezige
17
C-watergang gedempt. Er worden evenwel binnen het project maatregelen genomen voor de berging en afvoer van hemelwater. De nieuwe functies zijn verder niet van dien aard, dat deze mogelijk gevolgen hebben voor de waterhuishouding of de kwaliteit van het oppervlakte- of grondwater. Ook is geen negatieve invloed op de veiligheid van de waterkeringen in de omgeving te verwachten. De gevolgen op de waterhuishouding zijn dus op voorhand zeer beperkt tot niet bestaand. externe veiligheid: De functies in onderhavig project leiden niet tot externe veiligheidseffecten. landschap: Het plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied van Alblasserdam en heeft geen zeer specifieke kwaliteiten. geur: De nieuwe functies in onderhavig project brengen geen geurhinder met zich mee. bodem: Onderhavig project bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem. De gronden van de Pijlstoep 31 zullen worden gesaneerd. geurhinder: De functies in onderhavig project leiden niet tot geurhinder.
De voorgaande aspecten worden daarom in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling niet nader besproken. Opzet van de beoordeling De inhoud van de vormvrije m.e.r.-beoordeling zoals besproken in de navolgende paragrafen is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan.
4.2
Archeologie
4.2.1
Huidige situatie Onderhavig plangebied bevindt zich aan de rand van Alblasserdam. Dit gebied kenmerkt zich door haar ligging langs de rivier de Noord. Met name langs de Noord (en langs het Dijklint) heeft zich in het verleden bebouwing ontwikkeld. In de dijkzone langs de Noord is daarmee een verhoogde kans op de aanwezigheid van archeologische waarden. Dit blijkt ook uit de archeologische waardenkaart, zoals in hoofdstuk 3 aan de orde is gekomen, alsmede uit de navolgende kaart. Uit de navolgende kaart blijkt dat de projectlocatie geheel is gelezen in het pleistoceen rivierterrassenlandschap. Deelgebied 2 is gelegen in het dijklint. De overige twee gebieden liggen in de laat-glaciale geulen (afgedekt met holocene afzettingen), waar een lage verwachting geldt. De historische rivierduinen van Kinderdijk en Alblasserdam (afgedekt met holocene afzettingen) zijn op grotere afstand gelegen.
18
4.2.2
Effecten ontwikkeling Conform de archeologische beleidskaart zijn op de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’ dubbelbestemmingen met betrekking tot archeologie opgenomen. Voor locatie 1 (Pijlstoep 31) geldt dat de gestelde onderzoeksgrenzen vanuit de dubbelbestemming niet worden overschreden. Daarom is voor deze locatie geen archeologisch onderzoek uitgevoerd. Voor de andere locaties is dat wel gebeurd 12 in de vorm van een archeologisch bureauonderzoek waarin een gespecificeerde archeologische verwachting voor de locaties is opgesteld. Uit de onderzoeken volgt dat enkel ter plaatse van locatie 2 (Oost Kinderdijk 137-145) een kans bestaat dat voor de onderzijde van de bestaande bebouwing fundamenten van de oudere bebouwing zijn gebruikt en deel uitmaken van de kelderverdieping van de huidige bebouwing. Daarom wordt geadviseerd om bij sloop van de kelderverdiepingen de geplande sloop door een bouwhistoricus te laten onderzoeken, zodat niet ongezien historische informatie wordt vernietigd. Daarnaast wordt geadviseerd om bij sloop van de bebouwing de ondergrondse sloop van de bestaande bebouwing evenals de daar aan te leggen bouwput te laten begeleiden door een archeoloog, zodat eventueel aanwezige oudere resten kunnen worden gedocumenteerd.
Voor alle drie de locaties geldt dat de potentieel aanwezige archeologische waarden in de betreffende bestemmingsplannen worden beschermd middels het handhaven van de reeds aanwezige archeologische dubbelbestemmingen. Hierdoor kunnen bij bepaalde bodemingrepen zonder vervolgonderzoek geen werkzaamheden worden uitgevoerd. Zo wordt ook de uitvoering van de aanbevelingen vanuit het archeologisch onderzoek voor locatie 2 (Oost Kinderdijk 137-145) gewaarborgd. Wat betreft archeologie is hierdoor geen sprake van een negatief milieueffect.
1
KSP Archeologie (2018). Archeologisch bureauonderzoek Oost Kinderdijk 137-145 te Al-
2
KSP Archeologie (2018). Archeologisch bureauonderzoek Oost Kinderdijk 187a te Alblas-
blasserdam. ISSN: 2542-7490. 11 december 2018. serdam. ISSN: 2542-7490. 13 december 2018. 19
4.3
Cultuurhistorie
4.3.1
Huidige situatie Op basis van de Erfgoedverordening Alblasserdam 2013 heeft het college van B&W een deel van Alblasserdam en omgeving aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Hierbinnen zijn de aanwezige bebouwing en andere zaken beschermd vanwege de schoonheid, de onderlinge ruimtelijke en structurele samenhang en de cultuurhistorische en/ of wetenschappelijke waarde. Binnen het beschermd dorpsgezicht zijn 331 beeldbepalende zaken aangewezen. Voorliggend projectgebied maakt deel uit van het beschermd dorpsgezicht. In het projectgebied zijn geen beeldbepalende zaken aanwezig. Daarnaast geldt dat een deel van het plangebied onderdeel uitmaakt van de landgoedbiotoop van Huis te Kinderdijk.
4.3.2
Effecten ontwikkeling Beschermd dorpsgezicht De sloop van aanwezige bebouwing en de geplande nieuwbouw kunnen theoretisch leiden tot een verstoring van de cultuurhistorische waarden van dit beschermde dorpsgezicht. De bebouwing die gesloopt wordt behoort echter niet tot de lijst met beeldbepalende zaken. De nieuwe plannen zijn in overleg met de Erfgoedcommissie tot stand gekomen, teneinde zo goed mogelijk aan te sluiten bij de cultuurhistorische kwaliteiten van de omgeving. De Erfgoedcommissie heeft op hoofdlijnen ingestemd met de plannen. Voorliggende ontwikkeling sluit hierdoor aan op de doelstellingen van het beschermd dorpsgezicht en de ter plaatse geldende cultuurhistorische kenmerken. Landgoedbiotoop Een deel van de gronden van locatie 3 (Oost Kinderdijk 187a) maakt onderdeel uit van de landgoedbiotoop van Huis te Kinderdijk. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn enkel toegestaan indien er geen aantasting plaatsvindt van de waarden van de landgoedbiotoop. Daarom is voor de beoogde ontwikkeling door Stichting in Arcadië een 3 tuinhistorische verkenning uitgevoerd en vervolgens een cultuurhistorische effectrap4 portage . In de tuinhistorische verkenning is de relatie tussen de landgoedbiotoop en het plangebied nader onderzocht.
Daarbij is onder meer gekeken of er waarden en kenmerken van de landgoedbiotoop zijn waar de ontwikkeling in het plangebied rekening mee dient te houden. Uit de tuinhistorische verkenning volgt dat er 4 onderdelen (A, B, C en D) van het plangebied binnen de contour van de landgoedbiotoop liggen (zie navolgende afbeelding). In de tuinhistorische verkenning wordt het volgende over deze onderdelen geconstateerd: A: Een rechthoekig perceel aan de noordwestzijde van het plangebied dat onderdeel uitmaakt van het kerngebied van de landgoedbiotoop. Voor dit perceel is de 3
Stichting in Arcadië (2019). Kassencomplex Oost Kinderdijk, Alblasserdam. Tuinhistorische verkenning in relatie tot de landgoedbiotoop Huis te Kinderdijk. 18 maart 2019.
4
Stichting in Arcadië (2019). Cultuurhistorische effectrapportage herontwikkeling Kassencomplex Oost Kinderdijk, Alblasserdam. 5 september 2019. 20
contour van de landgoedbiotoop arbitrair te noemen. De grens van de landgoedbiotoop ligt hier buiten de historische aanleg en bovendien is dit perceel al sinds de e eerste helft 20 eeuw middels beplanting en de bouw van een houten schuur op de erfgrens bewust visueel afgescheiden van het Binnenpark. Op basis van het onderzoek wordt gesteld dat perceel A geen onderdeel uitmaakt van de landgoedbiotoop. Echter volgens de huidige regels kan van nieuwbouw alleen sprake zijn in het geval van versterking of verbetering. B: De noordoostgrens van het plangebied met een rechthoekig door sloten omgeven kavel dat onderdeel van het kerngebied van de landgoedbiotoop uitmaakt. De grens van de landgoedbiotoop ligt hier buiten de historische aanleg. Vanaf de lanen in het Buitenpark is zicht over dit perceel richting het blikveld. De opname in de contour is vanwege het behoud van de openheid over dit perceel op het blikveld van belang. Volgens de huidige regels kan van nieuwbouw alleen sprake zijn in het geval van versterking of verbetering. Van belang is dat dit perceel open blijft en niet wordt bebouwd. C. & D: Een deel van het plangebied aan de zuidoostzijde langs het Pijlstoeppad dat onderdeel uitmaakt van het blikveld van de landgoedbiotoop. Voor dit perceel is de contour van de landgoedbiotoop arbitrair te noemen.
De grens van de landgoedbiotoop ligt hier ver buiten de historische aanleg. Bovendien is het blikveld vanaf de lanen in het Buitenpark in zuidwestelijke richting hier enerzijds deels visueel geblokkeerd door het kassencomplex en anderzijds waar men langs het kassencomplex kan kijken bestaat het blikveld uit bebouwing langs het Pijlstoeppad. Op basis van het onderzoek wordt gesteld dat perceel C & D niet tot de landgoedbiotoop behoren. Gezien de verstoring van het blikveld door bebouwing ten oosten van perceel C & D is er van een blikveld geen sprake. Echter volgens de huidige regels kan van nieuwbouw alleen sprake zijn in het geval van versterking of verbetering. De voorlopige cultuurhistorische waarde van het plangebied is volgens de verkenning indifferent te noemen, zowel voor de terreininrichting als voor de gebouwen.
Landgoedbiotoop met de onderdelen A, B, C en D die binnen het plangebied liggen (Bron: Stichting in Arcadië).
21
Na afronding van de tuinhistorische verkenning is een cultuurhistorische effectrapportage opgesteld om de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de landgoedbiotoop van Huis te Kinderdijk te bepalen. In deze rapportage is gekeken hoe het voorlopig stedenbouwkundig ontwerp zich verhoudt tot cultuurhistorische waarden op rijks(Huis te Kinderdijk), provinciaal (landgoedbiotoop) en gemeentelijk niveau (beschermd dorpsgezicht). Daaruit volgt dat: Er geen effect op de cultuurhistorische waarde van het rijksmonument Huis te Kinderdijk optreedt als gevolg van dit plan. Er geen effect op het binnen- en buitenpark van de landgoedbiotoop optreedt als gevolg van dit plan. Er geen effect op de basisstructuur van de landgoedbiotoop en het rijksmonument optreedt als gevolg van dit plan. Er geen effect op het panorama van de landgoedbiotoop en het rijksmonument optreedt als gevolg van dit plan. Er een positief effect op (de beleving van) het blikveld van de landgoedbiotoop optreedt als gevolg van dit plan. Er geen negatieve effecten op het beschermd dorpsgezicht van Alblasserdam optreden als gevolg van de voorgenomen sloop van bebouwing en herinrichting van het plangebied. Dit tezamen maakt dat er met de voorgenomen ontwikkeling geen aantasting plaatsvindt van de waarden van de landgoedbiotoop.
Gezien voorgaande kan worden gesteld dat er geen sprake is van een negatief milieueffect.
4.4
Natuur
4.4.1
Huidige situatie Het plangebied betreft een drietal locaties die allemaal eerder in gebruik zijn geweest. Op locatie 1 en 2 bevinden zich in de huidige situatie reeds bestaande gebouwen. Op locatie 3 bevindt zich een kassencomplex.
4.4.2
Effecten ontwikkeling Algemeen 5 In het kader van de planvorming is een quick scan uitgevoerd (voor alle drie de deellocaties samen) Gebiedsbescherming Uit de quick scan blijkt dat een toename in stikstofuitstoot en enkele andere verstoringseffecten in de plangebieden te verwachten is. Daarom is een onderzoek stikstof6 depositie uitgevoerd voor de ontwikkelingen van de locaties 2 en 3 (Oost Kinderdijk 137-145 en 187a). Ter plaatse van locatie 1 (Pijlstoep 31) worden immers geen nieu5
SAB (2018). Quick scan natuur. Alblasserdam, Oost Kinderdijk e.o. Projectnummers:
6
SAB (2020). Onderzoek stikstofdepositie Alblasserdam, Oost Kinderdijk, Baas- en Jonkerlo-
180191/180192/180193. 19 november 2018. catie. Projectnummer: 180192. 2 maart 2020. 22
we functies toegevoegd. Uit het onderzoek volgt dat er zowel voor de aanleg- als gebruiksfase geen sprake zal zijn van overschrijding van de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar. Een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van omliggende stikstofgevoelige habitattypen is daarom uitgesloten. Hiermee is geen sprake van een negatief milieueffect. Soortenbescherming In de quick scan natuur is gekeken naar beschermde soorten. Uit het onderzoek blijkt dat voor de meeste beschermde soorten er geen effecten worden verwacht. Wel is mogelijk sprake van de verstoring van enkele soorten. Naar deze soorten heeft nader 7 soortonderzoek plaatsgevonden. Locatie 1: Pijlstoep 31 Uit dit onderzoek volgt dat er geen essentiële elementen van de huismus in het plangebied aanwezig zijn. Wel is er in het plangebied sprake van een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. Als gevolg van de beoogde sloop in het plangebied wordt de verblijfplaats verwijderd en ook bestaat er bij de sloop de kans dat vleermuizen worden gedood of verwond. Voor de werkzaamheden is het noodzakelijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen. Daarom wordt een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd en worden mitigerende maatregelen getroffen in het plangebied.
Daarnaast geldt dat het plangebied in de huidige situatie geen geschikt biotoop vormt voor de rugstreeppad vanwege de afwezigheid van vergraafbaar zand en ondiepe poeltjes. In een later stadium, wanneer het plangebied uit braakliggend terrein bestaat, kan het terrein wel een geschikte leefomgeving voor de rugstreeppad vormen. Tijdens de bouwwerkzaamheden dient daarom rekening gehouden te worden met rugstreeppadden om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Aanbevolen wordt om een amfibiescherm rondom het bouwterrein te plaatsen. Als deze voorzorgsmaatregel genomen wordt voor de rugstreeppad, zijn negatieve effecten op vaste rust- of verblijfplaatsen van strikt beschermde amfibieën niet te verwachten met de beoogde ontwikkeling. Locatie 2: Oost Kinderdijk 137-145 Uit dit onderzoek volgt dat er geen essentiële elementen van de huismus in het plangebied aanwezig zijn. Wel is er in het plangebied sprake van een nest van een gierzwaluw. Als gevolg van de beoogde sloop in het plangebied wordt het verwijderd en ook bestaat er bij de sloop de kans dat vogels worden gedood of verwond. Voor de werkzaamheden is het noodzakelijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen. Daarom wordt een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd en worden mitigerende maatregelen getroffen in het plangebied.
Tevens is er een paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis aanwezig in de bebouwing direct naast de ontwikkellocatie. Beoordeeld moet worden of als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied sprake is van verstoring van de paarverblijfplaats. Indien dit het geval is, wordt ook hiervoor een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd. Daarnaast geldt dat het plangebied in de huidige situatie geen geschikt biotoop vormt voor de rugstreeppad vanwege de afwezigheid van vergraafbaar zand en ondiepe poeltjes. In een later stadium, wanneer het plangebied uit braakliggend terrein bestaat, kan het 7
SAB (2019). Nader onderzoek Wet natuurbescherming Alblasserdam, Oost Kinderdijk e.o. Projectnummers: 180191-180192-180193. 4 december 2019. 23
terrein wel een geschikte leefomgeving voor de rugstreeppad vormen. Tijdens de bouwwerkzaamheden dient daarom rekening gehouden te worden met rugstreeppadden om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Aanbevolen wordt om een amfibiescherm rondom het bouwterrein te plaatsen. Als deze voorzorgsmaatregel genomen wordt voor de rugstreeppad, zijn negatieve effecten op vaste rust- of verblijfplaatsen van strikt beschermde amfibieën niet te verwachten met de beoogde ontwikkeling. Locatie 3: Oost Kinderdijk 187a Uit het onderzoek volgt dat er geen beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn. Wel blijkt dat direct aan de rand van het plangebied aan de noordzijde in het park een nestkast van de bosuil aanwezig is. Deze is ook door een koppel bosuilen in gebruik. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat in de omgeving vrijwel geen alternatieve nestplaatsen voor dit koppel aanwezig zijn. Echter, met het bijplaatsen van extra kasten voor de bosuil in de omgeving kan ervoor worden gezorgd dat voldoende alternatieve nestplaatsen in de omgeving aanwezig zijn. In dat geval is de nestplaats van de bosuil niet jaarrond beschermd en is hiervoor dan ook geen ontheffing Wet natuurbescherming nodig. Deze nestkasten (3 stuks) zijn inmiddels opgehangen.
Uitgegaan kan worden dat de voornoemde werkwijze wordt gevolgd en de benodigde nadere maatregelen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Zo kunnen de negatieve gevolgen van de plannen minimaal blijven. Hiernaast kan er van worden uitgegaan dat rekening zal worden gehouden met de algemene aanbeveling dat rekening moet worden gehouden met de broedperiode voor vogels en de zorgplicht. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er op zijn hoogst sprake zal zijn van een zeer beperkt negatief milieueffect. In ieder geval kan worden uitgesloten dat sprake is van een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu. Conclusie Gezien voorgaande is wat betreft de gebiedsbescherming geen sprake van een negatief effect. Wat betreft de soortenbescherming is op zijn hoogst sprake van een beperkt negatief milieueffect dat niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu kan worden gekwalificeerd.
4.5
Verkeer
4.5.1
Huidige situatie Onderhavig projectgebied betreft reeds bebouwde en in gebruik zijnde terreinen. De bestaande c.q. vroegere functies, te weten de woningen, de tuinderij, de wasserij en de meubelzaak, brachten in de vroegere situatie reeds verkeer met zich mee.
4.5.2
Effecten ontwikkeling Inleiding In de toekomstige situatie zullen alle drie de locaties een andere invulling krijgen. De ontwikkeling van dit project heeft gevolgen voor het verkeer en de wegen in de omgeving van het projectgebied.
24
Locatie 1: Pijlstoep 31 In het kader van de planvorming en het op te stellen bestemmingsplan is gekeken naar de effecten op de verkeersintensiteiten. Er is geconstateerd dat het plan voorziet in de sanering van de leegstaande wasserij in het plangebied. Tevens wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere burgerwoning. Bij deze omzetting is geen sprake van een wijziging van de verkeersbewegingen- en stromen in en rondom het plangebied. Locatie 2 en 3: Oost Kinderdijk 137-145 en Oost Kinderdijk 187a In het kader van de ontwikkeling van locatie 2 en 3 is een verkeersonderzoek door 8 Goudappel Coffeng . Uit het verkeersonderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: De verkeersgeneratie van beide plannen samen bedraagt circa 350 motorvoertuigbewegingen per etmaal en maximaal 35 in het avondspitsuur. De verkeersintensiteit in zowel de huidige als toekomstige situatie is hoger dan de maximaal wenselijke intensiteit (op basis van de Wegenscan). Gelet op de ruime inrichting van de Oost Kinderdijk en het landelijke karakter van de weg geldt de verwachting dat de verkeerafwikkeling van beide plannen samen geen probleem vormt. Dit wordt ook bevestigd door de resultaten uit de schouw ter plaatse.
De verkeersgeneratie van beide plannen samen leidt in de praktijk naar verwachting niet tot knelpunten en kan verkeersveilig afgewikkeld worden op het wegvak Oost Kinderdijk. De wachtrijlengtes (maximaal 5 meter) en verliestijden (gemiddeld maximaal 20 seconden) blijven binnen de gestelde criteria. De verkeersafwikkeling op de kruispunten (maatgevend) zal naar verwachting niet tot ongewenste situaties leiden, mits ruime en overzichtelijke aansluiting op de Oost Kinderdijk gerealiseerd wordt. Gezien voorgaande wordt ook voor locatie 2 en 3 geen negatief effect verwacht op het gebied van verkeer. Conclusie Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht.
4.6
Geluid
4.6.1
Huidige situatie De projectlocatie is gelegen langs of in de directe nabijheid van het Dijklint langs de rivier de Noord. Gezien de bestaande functies in de omgeving kan verwacht worden dat in de bestaande situatie sprake is van een situatie waarin al sprake is van enig geluid als gevolg van het verkeer.
8
Goudappel Coffeng (2020). Verkeersafwikkeling Baas- en Jonkerlocatie Alblasserdam. Kenmerk: BOR087/Esl/0204.02. 17 januari 2020. 25
4.6.2
Effecten ontwikkeling In de toekomstige situatie worden nieuwe woningen gerealiseerd, waarmee ook sprake is van de aantrekking van verkeer. De nieuwe woningen zullen aansluiten op de Oost Kinderdijk. Hier bevinden zich reeds bestaande woningen. Bij deze bestaande woningen zal de geluidsbelasting dus theoretisch kunnen toenemen als gevolg van de realisatie van het plan. Zoals in paragraaf 4.4 is omschreven, zal bij locatie 1 geen sprake zijn van een toename van het verkeer, in vergelijking met de bestaande situatie. Wat betreft locatie 2 en 3 samen is een verkeersonderzoek uitgevoerd. Zoals in de voorgaande paragraaf is gesteld, is de verkeersaantrekking geschat op circa 350 motorvoertuigen per etmaal. Op basis van verkeersgegevens van de gemeente Alblasserdam is de huidige verkeersintensiteit van de Oost Kinderdijk inzichtelijk gemaakt. De huidige etmaalintensiteit bedraagt circa 8.000 motorvoertuigen per weekdag. Uit de Wet Geluidhinder is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40%. Bij dit plan is evenwel te verwachten dat de verkeerstoename veel lager zal zijn dan 40%. Deze toename bedraagt met voorgaande uitgangspunten circa 4 à 5%. Er is dus naar verwachting geen sprake van een merkbare geluidstoename.
Hiermee is geen sprake van een negatief milieueffect op het gebied van geluid.
4.7
Luchtkwaliteit
4.7.1
Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO 2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) bestudeerd. Deze kunnen daarna worden gerelateerd aan de wetellijke grenswaarden, aangezien deze een indicatie geven of sprake kan zijn van een slechte bestaande luchtkwaliteit. In de ‘Wet luchtkwaliteit’ (Titel 5.2 Wet milieubeheer) zijn wettelijke grenswaarden genoemd voor de betreffende stoffen; die bedragen voor de jaargemiddelde immissie3 3 concentraties 40 µg/m voor NO2 en PM10 en 25 µg/m voor PM2,5. De navolgende kaarten brengen de achtergrondconcentraties in beeld.
26
Kaart achtergrondwaarden stikstofdioxide (NO2) (Bron:AtlasLeefomgeving)
Kaart achtergrondwaarden fijnstof (PM10) (Bron:AtlasLeefomgeving)
Uit voorgaande kaarten blijkt dat lokaal sprake is van deels een betrekkelijk hoge achtergrondconcentraties voor wat betreft stikstofdioxide (NO2). Deze ligt op circa 3 20-30 µg/m . De achtergrondconcentraties bij fijnstof (PM10) zijn evenwel vrij 3 gemiddeld: deze ligt op circa 18-20 µg/m . In alle gevallen blijven de achtergrondwaarden evenwel nog steeds beneden de voornoemde grenswaarden. 4.7.2
Effecten ontwikkeling Onderliggend project voorziet in de ontwikkeling van een woonontwikkeling op drie dichtbij elkaar gelegen locaties met maximaal 41 woningen. Gezien deze omvang is het project ruimschoots als NIBM aan te merken conform de ministeriële regeling ‘niet in betekenende mate’ (NIBM). Van plannen die onder de NIBM-grens blijven, wordt gesteld dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dat onderhavig project onder de NIBM-grens blijft, is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit.
27
Hiernaast geldt dat in de bestaande situatie de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen onder de wettelijke grenswaarden liggen. Gezien de beperkte omvang van het plan kan worden verwacht dat ook met de planbijdrage deze nog steeds ver onder de wettelijke grenswaarden zullen liggen. Dit is eveneens een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten.
28
5
Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen op drie locaties in Alblasserdam (Pijlstoep 31, Oost-Kinderdijk 137-145 en Oost-Kinderdijk 187a) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect Archeologie
Cultuurhistorie (beschermd stadsgezicht)
Cultuurhistorie (landgoedbiotoop)
Natuur (gebiedsbescherming)
Natuur (soortenbescherming)
Beoordeling milieueffecten Het uitgevoerde archeologisch onderzoek wijst uit dat er ter plaatse van Oost Kinderdijk 137-145 archeologische waarden aanwezig kunnen zijn die mogelijk verstoord kunnen raken bij de voorgenomen ontwikkeling. Voor de andere locaties geldt dit niet. Ter plaatse van alle drie de locaties zijn in het bestemmingsplan de bestaande archeologische dubbelbestemmingen overgenomen zodat de archeologische waarden beschermd zijn. Van een negatief milieueffect op dit aspect is hierdoor geen sprake. Het projectgebied ligt binnen een beschermd dorpsgezicht. In het projectgebied zijn geen beeldbepalende zaken aanwezig en het met het bouwplan wordt aangesloten op de doelstellingen van het beschermd dorpsgezicht en de ter plaatse geldende cultuurhistorische kenmerken. Er is dus geen sprake van negatieve effecten op het gebied van cultuurhistorie. Het uitgevoerde onderzoek wijst uit dat de cultuurhistorische waarde van het plangebied indifferent te noemen is, zowel voor de terreininrichting als voor de gebouwen. Tevens wordt geconcludeerd dat er door de voorgenomen ontwikkeling geen aantasting plaatsvindt van de waarden van de landgoedbiotoop. Van een negatief milieueffect op dit aspect is hierdoor geen sprake. Het uitgevoerde natuuronderzoek wijst uit dat negatieve effecten op de meest nabije Natura 2000gebieden niet aan de orde zijn.
Hiermee zijn geen negatieve milieueffecten verwacht op de beschermde Natura 2000-gebieden. Het uitgevoerde natuuronderzoek wijst uit dat wat betreft de meeste beschermde soorten geen negatieve effecten worden verwacht. Wat betreft de soorten waarbij negatieve effecten niet worden uitgesloten zijn in het kader van de ontheffing maatregelen voorgeschreven waarmee deze zoveel mogelijk worden beperkt. Hiermee zijn de negatieve 29
Verkeer
Geluid
Lucht
effecten op zijn hoogtst minimaal. Dit effect kan zeker niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu worden gekwalificeerd. De ontwikkelingen zorgen voor een beperkte verkeersaantrekkende werking en deze kan, zo blijkt mede op basis van verkeersonderzoek, zonder afwikkelingsproblemen worden aangesloten op de bestaande infrastructuur. Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht. Als gevolg van de nieuwe ontwikkelingen zal er sprake zijn van een beperkte verkeersaantrekkende werking. Hiermee zou sprake kunnen zijn van een toename van geluidshinder op bestaande omringende woningen. De toename van het verkeer op de omringende wegen is echter overal ruim minder dan 40%. Hiermee zal geen sprake zijn van een merkbare toename van geluidshinder en is geen sprake van een negatief milieueffect. Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Het project draagt Niet in Betekenende Mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering.
De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. Uitsluitend voor wat betreft natuur (soortenbescherming) zijn er mogelijk negatieve milieueffecten, maar die zijn zeer gering en niet als een belangrijk negatief milieueffect te kwalificeren. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.
30
Gebruikte onderzoeken/bronnen Onderzoeken Archeologisch onderzoek (KSP) Quick scan natuur (SAB) Nader onderzoek natuur (SAB) Onderzoek stikstofdepositie (SAB) Verkeersonderzoek (Goudappel Coffeng) Cultuurhistorisch onderzoek (Stichting in Arcadië) Bronnen Risicokaart www.risicokaart.nl Atlas leefomgeving http://www.atlasleefomgeving.nl/kijken Publieke Dienstverlening op de kaart (PDOK) http://pdokviewer.pdok.nl/ Milieu-kenniscentrum Infomil http://www.infomil.nl/ CBS-Statline, statistische informatie http://statline.cbs.nl/Statweb/ Wetgeving, overheidsportal http://wetten.overheid.nl/zoeken Interactieve kaarten provincie Overijssel http:// gisopenbaar.overijssel.nl/ AERIUS Calculator, kaartbeeld Natura 2000 https://calculator.aerius.nl/calculator/ Natura 2000 Database http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx