CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbestemmingsplan Oost Kinderdijk 139-141.pdf

Commissie Grondgebied Alblasserdam 9 februari 2021, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 9: Ontwerpbestemmingsplan Oostkinderdijk en Pijlstoep - Raadsinformatiebrief25.100 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

18 910 7

2013 2248 2249

LEGENDA PLANGEBIED

2015 2016 2250

plangebied

4786

BESTEMMINGEN Tuin

T

4787

179

V-VB

177

Waarde - Archeologie 4

WR-A4 Verkeer - Verblijfsgebied

Waterstaat - Waterkering

WS-WK Wonen

169 159

W

4788

Waarde - Archeologie 2

4283

WR-A2

4789

789

WR-A4

7

WR-A3

V-VB WS-WK

AANDUIDINGEN bouwvlak

242

W

5 14

3 4282 14

WR-A3

13

465

[gs]

3836

WR-A2

[gs]

14

gestapeld

maximum bouwhoogte (m)

9

T

VERKLARING

14

137

3835

BGT- en kadastrale gegevens

35

5461

37

466

bestemmingsplan

5460127 125

14

15 7-

Waarde - Archeologie 3

119

4132

5344 246 117

Alblasserdam, Oost Kinderdijk 137-145

schaal : 1 : 500 formaat : A3 projectnummer : 180192 bladnummer : 1 aantal bladen : 1 Identificatiecode : NL.IMRO.0482okinderdijk139111-on1

113

gemeente

111

4865

109

Alblasserdam adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling

Postbus 479, 6800 AL Arnhem l T 026 357 69 11 I www.sab.nl

datum : datum ondergrond : voorontwerp : ontwerp : vaststelling :

05-06-2020 13-11-2018 05-06-2020 -

Bestemmingsplan | Regels

Alblasserdam, Oost Kinderdijk 137-145

Gemeente Alblasserdam

Datum: 22 oktober 2020 Projectnummer: 180192 ID: NL.IMRO.0482okinderdijk139111-on1

INHOUD REGELS

1

Inleidende regels

3

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

3 9

2

Bestemmingsregels

11

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Tuin Verkeer - Verblijfsgebied Wonen Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waterstaat - Waterkering

11 12 13 15 18 20 23

3

Algemene regels

24

Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

24 24 25 26 26 27

4

Overgangs- en slotregels

28

Artikel 16 Artikel 17

Overgangsrecht Slotregel

28 28

De verbeelding Verbeelding met legenda

1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

1.1

plan: het bestemmingsplan Alblasserdam, Oost Kinderdijk 137-145 met identificatienummer NL.IMRO.0482okinderdijk139111-on1 van de gemeente Alblasserdam.

1.2

bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels.

1.3

aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4

aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5

aan-huis-verbonden beroep: zie beroepsmatige activiteiten (in of bij een woning):

1.6

aan-huis-verbonden bedrijf: zie bedrijfsmatige activiteiten (in of bij een woning):

1.7

afvalinzamelsysteem: geheel of gedeeltelijk onder peil gelegen bouwwerken/voorzieningen ten behoeve van de inzameling van huishoudelijk afval, glas en dergelijke.

1.8

ambulante detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden vanaf een aangewezen standplaats op een vaste dag(en), waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending.

1.9

ander bouwwerk: een bouwwerk, geen gebouw zijnde.

1.10

antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.

1.11

archeologische waarde: de aan een gebied toegerekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden.

1.12

automatenhal: een bedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het bieden van gelegenheid voor het spelen met gokkasten en spelletjesautomaten. 3

1.13

bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.14

bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvlak/bestemmingsvlak/aanduidingsvlak/bedrijfsperceel/bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. In de regels is aangegeven waar het percentage betrekking op heeft.

1.15

bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen.

1.16

bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf.

1.17

bedrijfsmatige activiteiten (in of bij een woning): het bedrijfsmatig verlenen van diensten - geen detailhandelsbedrijf zijnde - en ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (voor wat betreft milieuplanologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving.

1.18

bedrijfsperceel: een aaneengesloten stuk grond behorende bij eenzelfde (detailhandels)bedrijf.

1.19

begane grond: de bouwlaag, waarvan de vloer globaal is gelegen ter hoogte van het voor dat object geldende peil.

1.20

beroepsmatige activiteiten (in of bij een woning): het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermede naar de aard gelijk te stellen beroep dat door zijn aard en omvang in een woning zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving.

1.21

bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een bouwwerk en/of op een terrein die wordt gebruikt voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke.

1.22

bestaand(e situatie): a t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals gebouwd of mag worden gebouwd krachtens een verleende vergunning op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan. b t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan; daaronder valt niet het gebruik dat reeds in

4

strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 1.23

bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak.

1.24

bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.25

bijgebouw: een aangebouwd of op zichzelf staand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.26

bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.27

bouwgrens: de grens van een bouwvlak.

1.28

bouwlaag, laag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd voor meer dan 50% van het grondvlak van het hoofdgebouw, met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.

1.29

bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.30

bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel.

1.31

bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.32

bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.33

dakkapel: doorbreking van het dakvlak waarbij geen verandering van de bouwhoogte optreedt.

1.34

dakopbouw: doorbreking van het dakvlak waarbij de hoogte van het gebouw toeneemt.

5

1.35

detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren aan personen, die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.36

dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan het publiek, zoals een kapsalon, reisbureau, uitzendbureau, bankfiliaal, wasserette of apotheek, eventueel met bijbehorend kantoor, magazijn of ambacht, met uitzondering van garagebedrijven, horeca en seksinrichtingen.

1.37

escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of in een omvang alsof die bedrijfsmatig is, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend zoals escortservices en bemiddelingsbureaus.

1.38

evenement: periodieke en/of incidentele manifestaties zoals beurzen, markten, concerten, markten, sportmanifestaties e.d.

1.39

gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.40

geluidgevoelige objecten: woningen alsmede andere geluidgevoelige gebouwen of geluidgevoelige terreinen als bedoeld in de Wet geluidhinder.

1.41

geluidluwe gevel: een gevel waarop de geluidbelasting niet hoger is dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege elke bron afzonderlijk als bedoeld in de Wet geluidhinder.

1.42

geluidluwe buitenruimte: een buitenruimte waar de geluidbelasting vanwege elke geluidbron afzonderlijk niet hoger is dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting.

1.43

hoofdgebouw: een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt.

1.44

huishouden: onder een huishouden wordt verstaan een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren.

1.45

kap: de volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw in een gebogen vorm danwel met een dakhelling van ten minste 15° en ten hoogste 75°.

6

1.46

kantoor- en/of praktijkruimte: een ruimte welke door aard en indeling kennelijk is bestemd om uitsluitend of in hoofdzaak dienstig te zijn tot het verrichten van administratieve, medische en/of ontwerptechnische arbeid.

1.47

kelder: een geheel ondergronds gelegen ruimte, die grotendeels is gesitueerd onder een bijbehorend bovengronds bouwwerk.

1.48

kunstwerken: civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen en/of leidingen niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf.

1.49

nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.

1.50

onderbouw: een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,75 m boven peil is gelegen.

1.51

ondergeschikte bouw(onder)delen: ondergeschikte delen aan een gebouw zoals trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen, installaties, technische ruimten en andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen.

1.52

ondergeschikte detailhandel: beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen, die functioneel rechtstreeks verband houden met de bedrijfsactiviteiten.

1.53

ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie: functie waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt.

1.54

ondergronds bouwwerk: een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 m beneden peil.

1.55

peil: a voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de Oost Kinderdijk grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b indien in of op het water wordt gebouwd: het NAP; c in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein, vermeerderd met 0,20 m.

1.56

plangrens: de aangegeven begrenzing van het bestemmingsplan.

7

1.57

productiegebonden detailhandel: beperkte, op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen, vanuit een bedrijf dat die goederen vervaardigt/produceert, bewerkt en/of toepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie.

1.58

prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verlenen van seksuele diensten aan een ander tegen vergoeding.

1.59

seksrinichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele diensten worden verleend, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: a een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon; b een seksbioscoop of sekstheater; c een seksautomatenhal; d een seksclub of parenclub; al dan niet in combinatie met elkaar. Onder een seksinrichting wordt niet verstaan een escortbedrijf of een sekswinkel.

1.60

sekswinkel een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarbinnen hoofdzakelijk (minimaal 70% van de vloeroppervlakte) goederen van erotisch-pornografische aard worden verkocht of verhuurd.

1.61

straatmeubilair: bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare (nuts)voorzieningen, zoals: a verkeersgeleiders, verkeersborden, lichtmasten, zitbanken en bloembakken; b telefooncellen, abri's, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame; c kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening en brandkranen; d afvalinzamelsystemen.

1.62

vloeroppervlakte: de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen op de begane grond.

1.63

voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw, welke als belangrijkste is aan te merken en waarvan de gebouwen in hoofdzaak toegankelijk zijn.

1.64

voorgevelrooilijn: de lijn waarin de voorgevel van een gebouw is gelegen alsmede het verlengde daarvan.

8

1.65

waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit, waaronder duikers, stuwen, gemalen, inflaten en voorzieningen ten behoeve van de berging en infiltratie van hemelwater.

1.66

werk: een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde.

1.67

woning: een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten.

Artikel 2

Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

afstand: de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.

2.2

bouwhoogte van een bouwwerk: a vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; b in die gevallen dat het maaiveld niet horizontaal ligt (dijkbebouwing): tussen de bovenkant van het gebouw, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen en het hoogste punt van de snijlijn van de dichtst bij de kruin van de dijk gelegen gevel met het maaiveld. Indien sprake is van gebouwen op een niet-horizontaal gelegen maaiveld geldt het bepaalde in dit lid onder b over een afstand van ten hoogste 15 m gemeten in het horizontale vlak vanaf de kruin van de dijk; c in geval van her- of nieuwbouw van bebouwing aan een dijk (de onder b bedoelde gevallen) wordt voor de bouwhoogte uitgegaan van het bepaalde onder a.

2.3

dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.4

goothoogte van een bouwwerk: a vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; b in die gevallen dat het maaiveld niet horizontaal ligt (dijkbebouwing): tussen de bovenkant van de goot, boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel en het hoogste punt van de snijlijn van de dichtstbij de kruin van de dijk gelegen gevel met het maaiveld; met dien verstande dat: c indien sprake is van gebouwen op een niet-horizontaal gelegen maaiveld geldt het bepaalde in dit lid onder b over een afstand van ten hoogste 15 m gemeten in het horizontale vlak vanaf de kruin van de dijk.

9

2.5

inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.6

oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.7

brutovloeroppervlakte: wordt gemeten binnenwerks, met dien verstande dat de totale vloeroppervlakte van de bouwlagen ten dienste van kantoren, winkels of bedrijven, met inbegrip van de daarbij behorende magazijnen en overige dienstruimten, wordt opgeteld.

10

2 Artikel 3

Bestemmingsregels Tuin

3.1

Bestemmingsomschrijving De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a tuinen; b parkeervoorzieningen; c inritten; d groenvoorzieningen en water.

3.2

Bouwregels Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat:

3.2.1

Gebouwen a binnen de bestemming geen gebouwen mogen worden gebouwd; b in afwijking van het bepaalde onder a aan de zij- en of voorgevel van een woning een erker of toegangsportaal mag worden gebouwd onder de voorwaarde dat: 1 diepte gemeten uit de voorgevel van de woning niet meer bedraagt dan 1,5 m; 2 de afstand tot de openbare weg minimaal 2 m bedraagt; 3 de breedte niet meer mag bedragen dan 50% van de breedte van de voorgevel van de woning; 4 de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning.

3.2.2

Andere bouwwerken a de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan: 1 op de gronden voor de naar een openbare weg gekeerde gevel het hoofdgebouw: 1 m; 2 ten behoeve van nutsvoorzieningen: 2,5 m; 3 voor het overige 2 m.

11

Artikel 4

Verkeer - Verblijfsgebied

4.1

Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a woonerven, wijkontsluitingswegen, pleinen; b voet- en fietspaden; c parkeervoorzieningen; d groenvoorzieningen; e voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer en waterberging; f bruggen ten behoeve van kruisend verkeer; g speelvoorzieningen; h straatmeubilair; i kunstwerken, beeldende kunst; j nutsvoorzieningen; k ambulante detailhandel; l evenementen.

4.2

Bouwregels Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat:

4.2.1

Gebouwen a binnen de bestemming geen gebouwen mogen worden gebouwd;

4.2.2

Andere bouwwerken a de bouwhoogte van palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer niet meer mag bedragen dan 12 m; b de bouwhoogte van kunstwerken, beeldende kunst niet meer mag bedragen dan 12 m; c de bouwhoogte van overige andere bouwwerken niet meer mag bedragen dan 3 m.

12

Artikel 5

Wonen

5.1

Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a wonen in een woning, met dien verstande dat maximaal 18 woningen zijn toegestaan; b aan-huis-verbonden beroepen; c aan de functie onder a gebonden parkeervoorzieningen; d groenvoorzieningen en water; e erven en tuinen; f paden en wegen.

5.2

Bouwregels Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat:

5.2.1

Hoofdgebouwen a hoofdgebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd; b ter plaatse van de aanduiding ‘gestapeld’ uitsluitend gestapelde woningen zijn toegestaan; c ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’ de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de waarde die in de aanduiding is opgenomen.

5.2.2

Bijgebouwen a uitsluitend inpandige bijgebouwen zijn toegestaan.

5.2.3

Andere bouwwerken a andere bouwwerken zowel binnen als buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd; b de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan: 1 op de gronden voor de naar een openbare weg gekeerde gevel het hoofdgebouw: 1 m; 2 ten behoeve van nutsvoorzieningen: 2,5 m; 3 voor het overige 2 m; c de bouwhoogte van lichtmasten niet meer mag bedragen dan 8 m; d de bouwhoogte van overige andere bouwwerken, gelegen achter de naar een openbare weg gekeerde gevel het hoofdgebouw, niet meer mag bedragen dan 3 m.

5.2.4

Voorwaardelijke verplichting geluid a een omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw niet eerder wordt verleend dan nadat is aangetoond dat iedere woning beschikt over ten minste één geluidluwe gevel en geluidluwe buitenruimte.

13

5.3 5.3.1

Afwijken van de bouwregels Dakopbouwen Burgemeester en wethouders kunnen afwijken bij een omgevingsvergunning van het bepaalde in lid 5.2.1 onder c voor de bouw van dakopbouwen, mits: a het betreft een dakopbouw op een dak waarvan de hellingshoek kleiner is dan 30 graden of; b het betreft een dakopbouw ter vervanging van de bestaande dakopbouw, mits de bestaande maatvoering niet wordt gewijzigd; c geen afbreuk wordt gedaan aan het bestaande straatprofiel en/of cultuurhistorische waarden.

5.4

Specifieke gebruiksregels Voor het gebruik van gronden en bouwwerken geldt dat binnen de bestemming de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlij2 ke vloeroppervlakte van de (woon)bebouwing tot een maximum van 30 m ; b in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat indien de afmetingen van bestaande vloeroppervlakte groter zijn dan de hiervoor genoemde afmetingen, de afmetingen van bestaande vloeroppervlakte de maximale afmetingen zijn; c het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; d detailhandel is niet toegestaan; e de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner.

5.5

Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken bij een omgevingsvergunning van het bepaalde onder lid 5.4 ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen een woning en bijgebouwen voor een aan-huis-verbonden bedrijf als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlij2 ke vloeroppervlakte van de (woon)bebouwing tot een maximum van 30 m ; b het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; c detailhandel, anders dan productiegebonden detailhandel, is niet toegestaan; d de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner.

14

Artikel 6

Waarde - Archeologie 2

6.1 6.1.1

Bestemmingsomschrijving Primaire bestemming De voor ‘Waarde - Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden.

6.1.2

Secundaire bestemming De voor ‘Waarde - Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn secundair bestemd voor de doeleinden van de onderliggende bestemmingen.

6.1.3

Volgorde dubbelbestemmingen Voor zover dubbelbestemmingen samenvallen, geldt de volgende volgorde: a primair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering; b secundair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2; c tertiair geldt het bepaalde in de onderliggende bestemming.

6.2

Bouwregels a Op de in lid 6.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd. b In afwijking van het bepaalde onder a mogen op de in lid 6.1 bedoelde gronden bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemmingen worden gebouwd mits: 1 reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; 2 het bouwwerken betreffen die vergunningvrij op basis van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht kunnen worden uitgevoerd; 3 het bouwwerken betreffen die niet dieper reiken dan 30 cm onder het maaiveld 2 én het bouwwerken betreffen met een omvang minder dan 50 m .

6.3

Afwijken van de bouwregels a Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 onder a voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemmingen en die niet vallen onder de bouwwerken zoals genoemd in 6.2 onder b, op voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarde van het gebied of een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders in het plan bepaalde, een afwijking van een omgevingsvergunning in redelijkheid niet kan worden geweigerd; bij de afweging van de afwijking van een omgevingsvergunning geven burgemeester en wethouders toepassing aan de volgende criteria: 1 de aanvrager van een omgevingsvergunning dient in het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2 burgemeester en wethouders winnen alvorens de ontheffing te verlenen advies in bij een archeologisch deskundige; b In afwijking van het bepaalde onder a kan de omgevingsvergunning worden verleend indien voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de bouwaanvraag reeds een omgevingsvergunning (voorheen bouwvergunning) voor het uitvoeren van een

15

werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 6.4 is verleend; het bepaalde in de onderliggende bestemmingen blijft onverminderd van toepassing. 6.4 6.4.1

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; c het uitvoeren van grondbewerkingen; d het aanbrengen van diepwortelende beplanting; e het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden en of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h verhogen of verlagen van de grondwaterstand.

6.4.2

Uitzonderingen Het in lid 6.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; b het normale onderhoudswerkzaamheden betreffen gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van het plan; c het andere werken en werkzaamheden betreffen die uit oogpunt van bescherming van de archeologische waarde van niet ingrijpende betekenis zijn, waaronder werken en werkzaamheden die niet dieper worden uitgevoerd dan 30 cm onder het 2 maaiveld én met een omvang minder 50 m .

6.4.3

Toelaatbaarheid Een vergunning als bedoeld in lid 6.4.1 wordt slechts verleend indien gebleken is dat de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan de archeologische waarde van het gebied.

6.4.4

Voorschriften vergunning Voor zover de in lid 6.4.1 genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen daarvan kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend indien aan de vergunning de volgende voorschriften worden verbonden: a de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. b de verplichting tot het doen van opgravingen, indien aan de orde;

16

c de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie. 6.4.5

Rapportage In het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

6.4.6

Advies Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige.

17

Artikel 7

Waarde - Archeologie 3

7.1 7.1.1

Bestemmingsomschrijving Primaire bestemming De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden.

7.1.2

Secundaire bestemming De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn secundair bestemd voor de doeleinden van de onderliggende bestemmingen.

7.1.3

Volgorde dubbelbestemmingen Voor zover dubbelbestemmingen samenvallen, geldt de volgende volgorde: a primair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering; b secundair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3; c tertiair geldt het bepaalde in de onderliggende bestemming.

7.2

Bouwregels a Op de in lid 7.1 bedoelde gronden mag worden gebouwd overeenkomstig de bouwregels uit de onderliggende bestemmingen.

7.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; c het uitvoeren van grondbewerkingen; d het aanbrengen van diepwortelende beplanting; e het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden en of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h verhogen of verlagen van de grondwaterstand; i het doorgraven van de dijk of het uitvoeren van vergravingen aan de dijk.

7.3.1

7.3.2

Uitzonderingen Het in lid 7.3.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; b het normale onderhoudswerkzaamheden betreffen gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van het plan;

18

c het andere werken en werkzaamheden betreffen die uit oogpunt van bescherming van de archeologische waarde van niet ingrijpende betekenis zijn. 7.3.3

Toelaatbaarheid Een vergunning als bedoeld in lid 7.3.1 wordt slechts verleend indien gebleken is dat de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan de archeologische waarde van het gebied.

7.3.4

Voorschriften vergunning Voor zover de in lid 7.3.1 genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen daarvan kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend indien aan de vergunning de volgende voorschriften worden verbonden: a de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. b de verplichting tot het doen van opgravingen, indien aan de orde; c de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie.

7.3.5

Rapportage In het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

7.3.6

Advies Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige.

19

Artikel 8

Waarde - Archeologie 4

8.1 8.1.1

Bestemmingsomschrijving Primaire bestemming De voor ‘Waarde - Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden.

8.1.2

Secundaire bestemming De voor ‘Waarde - Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn secundair bestemd voor de doeleinden van de onderliggende bestemmingen.

8.1.3

Volgorde dubbelbestemmingen Voor zover dubbelbestemmingen samenvallen, geldt de volgende volgorde: a primair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering; b secundair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4; c tertiair geldt het bepaalde in de onderliggende bestemming.

8.2

Bouwregels a Op de in lid 8.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd. b In afwijking van het bepaalde onder a mogen op de in lid 8.1 bedoelde gronden bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemmingen worden gebouwd mits: 1 reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; 2 het bouwwerken betreffen die vergunningvrij op basis van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht kunnen worden uitgevoerd; 3 het bouwwerken betreffen die niet dieper reiken dan 30 cm onder het maaiveld 2 én het bouwwerken betreffen met een omvang minder dan 100 m .

8.3

Afwijken van de bouwregels a Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2 onder a voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemmingen en die niet vallen onder de bouwwerken zoals genoemd in 8.2 onder b, op voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarde van het gebied of een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders in het plan bepaalde, een afwijking van een omgevingsvergunning in redelijkheid niet kan worden geweigerd; bij de afweging van de afwijking van een omgevingsvergunning geven burgemeester en wethouders toepassing aan de volgende criteria: 1 de aanvrager van een omgevingsvergunning dient in het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2 burgemeester en wethouders winnen alvorens de ontheffing te verlenen advies in bij een archeologisch deskundige; b In afwijking van het bepaalde onder a kan de omgevingsvergunning worden verleend indien voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de bouwaanvraag reeds een omgevingsvergunning (voorheen bouwvergunning) voor het uitvoeren van een

20

werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 8.4 is verleend; het bepaalde in de onderliggende bestemmingen blijft onverminderd van toepassing. 8.4 8.4.1

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; c het uitvoeren van grondbewerkingen; d het aanbrengen van diepwortelende beplanting; e het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden en of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h verhogen of verlagen van de grondwaterstand.

8.4.2

Uitzonderingen Het in lid 8.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; b het normale onderhoudswerkzaamheden betreffen gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van het plan; c het andere werken en werkzaamheden betreffen die uit oogpunt van bescherming van de archeologische waarde van niet ingrijpende betekenis zijn, waaronder werken en werkzaamheden die niet dieper worden uitgevoerd dan 30 cm onder het 2 maaiveld én werken en werkzaamheden met een omvang minder 100 m .

8.4.3

Toelaatbaarheid Een vergunning als bedoeld in lid 8.4.1 wordt slechts verleend indien gebleken is dat de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan de archeologische waarde van het gebied.

8.4.4

Voorschriften vergunning Voor zover de in lid 8.4.1 genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen daarvan kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend indien aan de vergunning de volgende voorschriften worden verbonden: a de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. b de verplichting tot het doen van opgravingen, indien aan de orde;

21

c de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie. 8.4.5

Rapportage In het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

8.4.6

Advies Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige.

22

Artikel 9

Waterstaat - Waterkering

9.1

Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waterstaat - Waterkering’ aangewezen gronden zijn behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor: a het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering; b bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals: kunstwerken, dijksloten en andere waterstaatswerken.

9.2

Bouwregels Op de in lid 9.1 bedoelde gronden gelden de volgende regels: a op deze gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de dubbelbestemming worden gebouwd, met dien verstande, dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 10 m; b ten behoeve van de andere voorkomende bestemming(en) mag niet worden gebouwd.

9.3

Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken bij een omgevingsvergunning van het bepaalde in lid 9.2 onder b voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere voorkomende bestemmingen, met inachtneming van het volgende: a de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen; b het belang van de waterkering niet onevenredig wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder.

23

3

Algemene regels

Artikel 10

Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 11

Algemene bouwregels

11.1 11.1.1

Overschrijding bouwvlakken / bestemmingsgrenzen ondergeschikte bouwdelen Toepassing De in deze regels opgenomen bepalingen ten aanzien van bouwgrenzen zijn niet van toepassing voor wat betreft overschrijdingen met betrekking tot: a stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen; b plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, indien de overschrijding van de voorgevelbouwgrens niet meer dan 12 cm bedraagt; c gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen, erkers, mits zij de voorgevelbouwgrens met niet meer dan 0,5 m overschrijden; d voor de bouw van balkons of luifels dan wel, uitsluitend bij woningen op de verdiepingen, van galerijen, mits: 1 de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 m; 2 de afstand tot de openbare weg niet minder dan 2 m mag bedragen, met uitzondering van galerijen, waarvan de afstand tot de openbare weg niet minder dan 0,5 m mag bedragen. e ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voor zover deze de bouwgrens met niet meer dan 1 m overschrijden; f hijsinrichtingen aan tot bewoning bestemde gebouwen, voor zover deze hijsinrichtingen in geen enkele stand de voorgevelbouwgrens met meer dan 1 m overschrijden.

11.1.2

Afwijking door middel van een omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen afwijken bij een omgevingsvergunning van het bepaalde in lid 11.1.1 voor het overschrijden van de aangegeven bouwgrenzen met ten hoogste 1,5 m, indien het overige ondergeschikte bouwdelen betreft, zoals bijvoorbeeld: a overbouwingen ten dienste van de verbinding van twee gebouwen; b toegangen van bouwwerken; c stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen; d plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten; e gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; f balkons en galerijen; g luifels, reclametoestellen en draagconstructies voor reclame; h hijsinrichtingen, laadbruggen, stortgoten, stort- en zuigbuizen; i kelderingangen en kelderkoekoeken. 24

11.2

Vlaggenmasten, antennemasten en schoorstenen Vlaggenmasten, antennemasten en schoorstenen, die deel uitmaken van een gebouw, mogen de voor dat gebouw toegestane maximale bouwhoogte met niet meer dan 8 m overschrijden.

11.3

Dakopbouwen t.b.v. noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties Dakopbouwen ten behoeve van noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties mogen niet hoger zijn dan 3,5 m en mogen geen grotere oppervlakte hebben dan 40% van de vloeroppervlakte van de bovenste laag van het gebouw, waarop zij worden geplaatst.

11.4 11.4.1

Onderkeldering Toepassing De planregels inzake de toelaatbaarheid, de aard, de omvang en de situering van gebouwen zijn in geval van ondergrondse bouw van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat deze uitsluitend is toegestaan met inachtneming van de volgende voorwaarden: a ondergrondse bouw is uitsluitend toegestaan onder de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen; b gebouwd mag worden tussen peil en 5,5 m onder peil.

11.4.2

Afwijking van een omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen afwijken bij een omgevingsvergunning van het bepaalde in lid 11.4.1 ten behoeve van ondergrondse bouw buiten de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a de hoogte van kelders bedraagt ten hoogste 10 cm beneden peil; b de afstand tot de zijdelingse perceelgrens en de openbare weg bedraagt ten minste 1 m, met dien verstande dat in geval van kelderbouw in belendende percelen in de zijperceelgrens mag worden gebouwd; c kelders mogen niet worden voorzien van een dakraam of lichtkoepel.

Artikel 12 12.1

Algemene gebruiksregels Strijdig gebruik Onder verboden gebruik van de gronden en bouwwerken, zoals bedoeld in hoofdstuk 2 wordt, in ieder geval verstaan een gebruik voor: a prostitutie; b seksinrichtingen.

25

Artikel 13

Algemene afwijkingsregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken bij een omgevingsvergunning van: a de in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b de regels, en toestaan dat het bouwvlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft tot een maximale afmeting van 3 m; c de regels, en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 3 1 de inhoud per gebouwtje niet meer bedraagt dan 50 m ; 2 de bouwhoogte niet meer dan bedraagt 3,5 m; d de regels ten aanzien van de (bouw)hoogte van andere bouwwerken, en toestaan dat de bouwhoogte van andere bouwwerken wordt vergroot: 1 ten behoeve de bouw van kunstwerken tot maximaal 40 m; 2 ten behoeve van de bouw van waarschuwings- en/of communicatiemasten tot maximaal 50 m; 3 ten behoeve van een vlaggenmast, speelvoorzieningen, een kunstwerk, beeldende kunst en dergelijke tot maximaal 15 m; 4 ten behoeve van de bouw van overige andere bouwwerken tot 10 m; e het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen, en toestaan dat de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen,

luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten wordt vergroot, mits: 1 de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer bedraagt dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak; 2 de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw.

Artikel 14

Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.

26

Artikel 15 15.1

Overige regels Parkeren Ten aanzien van parkeren geldt dat: a bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen geldt de regel dat er voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen aanwezig is of wordt gerealiseerd binnen het plangebied van dit bestemmingsplan; b deze parkeergelegenheid dient in stand gehouden te worden; c voldoende parkeergelegenheid betekent dat voldaan wordt aan de parkeernormen zoals opgenomen in onderstaande tabel:

d Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder sub a en c indien: 1 uit parkeeronderzoek blijkt dat voldoende parkeergelegenheid aanwezig is in het openbaar gebied, of; 2 er door andere omstandigheden, mede verband houdende met de aard en omvang van de nieuwe functie of bouwwerk, zoals dubbelgebruik, aanwezigheidspercentages en fietsgebruik volstaan kan worden met een lagere norm, mits:  het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt;  bij de omgevingsvergunning worden het behoud van een stedenbouwkundige eenheid en de verkeersveiligheidsbelangen van de desbetreffende straat in acht genomen. 15.2

Voorrangsregeling bestemmingen Bij toepassing van de bestemmingen uit Hoofdstuk 2 geldt, indien op deze gronden een (enkelvoudige) bestemming samenvalt met een dubbelbestemming, primair het bepaalde met betrekking tot de dubbelbestemming. Indien twee of meer dubbelbestemmingen samenvallen, dient de volgende prioriteitenvolgorde te worden aangehouden: a in de eerste plaats de planregels van de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterkering’; b in de tweede plaats de planregels van de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2’, ‘Waarde - Archeologie 3‘of ‘Waarde - Archeologie 4’.

27

4 Artikel 16

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

16.1

Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

16.2

Afwijking door middel van een omgevingsvergunning Eenmalig kan in afwijking van lid 16.1 een omgevingsvergunning worden verleend van voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 %.

16.3

Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Lid 16.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

16.4

Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

16.5

Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 16.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

16.6

Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in het lid 16.4, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

16.7

Uitzondering op het overgangsrecht gebruik Lid 16.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 17

Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Alblasserdam, Oost Kinderdijk 137-145’.

28

Bestemmingsplan | Toelichting

Alblasserdam, Oost Kinderdijk 137-145

Gemeente Alblasserdam

Datum: 21 oktober 2020 Projectnummer: 180192 ID: NL.IMRO.0482okinderdijk139111-on1

INHOUD TOELICHTING

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding en doel van het plan Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

3 3 4 5

2

Planbeschrijving

6

2.1 2.2

Huidige situatie Toekomstige situatie

6 8

3

Beleidskader

10

3.1 3.2 3.3 3.4

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

10 11 13 13

4

Randvoorwaarden

16

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Milieueffectrapportage Bodem Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Water Natuur Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren Kabels en leidingen

16 17 18 19 20 21 23 27 29 30 31 32

5

Juridische planbeschrijving

33

5.1 5.2 5.3

Algemeen Verbeelding Regels

33 33 33

6

Uitvoerbaarheid

36

6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

36 36

Bijlagen:              

Bijlage 1: Toets Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 2: Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 3: Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bijlage 4: Aanvullend bodemonderzoek Bijlage 5: Nader bodemonderzoek Bijlage 6: Akoestisch onderzoek Bijlage 7: Quick scan externe veiligheid Bijlage 8: Onderzoek externe veiligheid Bijlage 9: Digitale watertoets Bijlage 10: Quick scan natuur Bijlage 11: Onderzoek stikstofdepositie Bijlage 12: Nader onderzoek natuur Bijlage 13: Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 14: Verkeersonderzoek

1 1.1

Inleiding Aanleiding en doel van het plan Op het adres Oost Kinderdijk 139-141 te Alblasserdam bevindt zich ‘Baas Wooncentrum’. De meubelwinkel heeft inmiddels haar activiteiten ter plaatse beëindigd, waardoor de bebouwing ter plaatse haar functie heeft verloren. De woningen op de adressen Oost Kinderdijk 137, 143 en 145 zijn direct verbonden met de meubelwinkel. Om de leegstand ter plaatse op te kunnen lossen, bestaat het voornemen om de bebouwing te slopen en een appartementengebouw te realiseren. Aangezien ter plaatse grotendeels een detailhandelsbestemming geldt, past de beoogde ontwikkeling niet binnen de in het plangebied geldende juridisch-planologische kaders. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een nieuwe planologische regeling voor het plangebied en maakt daarmee de ontwikkeling mogelijk.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied bestaat uit de adressen Oost Kinderdijk 137-145 in het westen van Alblasserdam. Op deze locatie bevindt zich momenteel wooncentrum Baas en een drietal woningen. Op de navolgende afbeeldingen is de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.

Globale ligging plangebied (gele stip) in relatie tot Alblasserdam (Bron: PDOK viewer).

3

Het plangebied bij benadering globaal geel omlijnd (Bron: PDOK Viewer).

1.3

Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’. Dit plan is op 31 maart 2015 vastgesteld door de gemeenteraad. Het bestemmingsplan voorziet ter plaatse grotendeels in de bestemming ‘Detailhandel - 2’ met deels de functieaanduiding ‘wonen’. Daarnaast gelden de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’ in het plangebied. Tot slot kent het bestemmingsplan een aantal dubbelbestemmingen, namelijk ‘Waterstaat - Waterkering', ‘Waarde - Archeologie - 2', ‘Waarde - Archeologie - 3' en ‘Waarde - Archeologie - 4', en de gebiedsaanduiding ‘overige zone - beschermd stadsgezicht’.

Uitsnede juridisch-planologische situatie met daarop het plangebied globaal rood omlijnd (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl).

4

Het voornemen bestaat om in het plangebied een appartementengebouw te realiseren. Gelet op het beoogde gebruik (wonen) en de ter plaatse geldende detailhandelsbestemming past de beoogde ontwikkeling niet binnen de geldende gebruiksregels. Daarbij komt dat de beoogde ontwikkeling niet geheel binnen de aangewezen bouwvlakken past en de geldende maximum goot- en bouwhoogten. Om die reden is een herziening van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend document voorziet in de toelichting op deze benodigde bestemmingsplanherziening.

1.4

Leeswijzer Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De toelichting is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en komt de planbeschrijving aan de orde. In hoofdstuk 3 wordt de toets aan het beleidskader weergegeven, waarna in hoofdstuk 4 de haalbaarheid van het plan aangetoond wordt voor wat betreft milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische planopzet. Het laatste hoofdstuk behandelt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

5

2 2.1

Planbeschrijving Huidige situatie Omgeving Het plangebied en haar omgeving maken onderdeel uit van het ‘Dijklint’ van Alblasserdam. Dit gebied kenmerkt zich door haar ligging langs de rivier de Noord. De wegen Cortgene, Oost Kinderdijk en West Kinderdijk bevinden zich op de dijk langs de Noord en vormen gezamenlijk de doorgaande verkeersstructuur binnen het Dijklint. Langs deze wegenstructuur bevindt zich aan één zijde een lintbebouwingsstructuur. De bebouwing heeft hier een oriëntatie richting de Noord. Er is sprake van een afwisseling tussen oude bebouwing, maar ook nieuwere bebouwing die later de ‘gaten’ in het lint heeft gevuld. Er is onder andere sprake van een diversiteit aan kapconstructies, rooilijnen, materialisering en kleurgebruik. Dit maakt dat er geen eenduidige stedenbouwkundige structuur langs het Dijklint aanwezig is. Wel geldt dat de woonfunctie hier de overheersende functie is. Achter het bebouwingslint bevindt zich een ‘Groene Long’, bestaande uit de groen-, recreatie- en natuurgebieden het ’Lammetjeswiel’, het park ’Huis te Kinderdijk’ en de groene zone tussen de Blokweerweg en de Touwbaan. De navolgende afbeelding geeft de ruimtelijke situatie in en direct rondom het plangebied weer.

Topografische kaart ruimtelijke situatie rondom het plangebied (globaal rood omlijnd). (Bron: J.W. van Aalst, www.opentopo.nl).

6

Plangebied Het plangebied bestaat uit de adressen Oost Kinderdijk 137-145 en bestaat momenteel uit een drietal woningen en de leegstaande meubelwinkel ‘Baas wooncentrum’. De bebouwing heeft haar oriëntatie op de Oost Kinderdijk en kent een sobere ruimtelijke uitstraling. Gezien de ligging aan de dijk is het maaiveldniveau aan de achterzijde van het plangebied een stuk lager ten opzichte van het niveau van de Oost Kinderdijk. De twee westelijke woningen en de meubelwinkel maken deel uit van één pand, bestaande uit twee bouwlagen met kapconstructie. De oostelijke woning is met een verbinding aan de meubelwinkel verbonden en bestaat uit één bouwlaag met samengestelde kapconstructie. De meubelwinkel heeft inmiddels haar activiteiten ter plaatse beëindigd, waardoor de bebouwing ter plaatse haar functie heeft verloren. Daarmee doet zich de kans voor om de leegstand ter plaatse op te lossen door de bebouwing in het plangebied te slopen en een nieuw appartementengebouw te realiseren. De navolgende afbeeldingen geven een impressie weer van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied.

Impressie huidige situatie plangebied (Bron: SAB).

7

2.2

Toekomstige situatie Dit bestemmingsplan legt via de regels en verbeelding behorende bij dit plan kaders vast, waarbinnen de beoogde woningbouwontwikkeling gerealiseerd kunnen worden. Binnen de nieuwe kaders is het mogelijk om meerdere bouwplannen te realiseren, zolang deze maar binnen de kaders passen. Hierna wordt ingegaan op het voorgenomen bouwplan van de initiatiefnemer. Plangebied Het voornemen bestaat om binnen het plangebied een appartementengebouw, bestaande uit maximaal 18 woningen, te realiseren. Het beoogde appartementengebouw gaat uit een programma van 13 appartementen, hetgeen een voorbeelduitwerking betreft binnen de kaders van het bestemmingsplan. Uitgangspunt is een speelse opzet door gebruik te maken van verspringingen in het gevelbeeld, de toepassing van diverse kleuren en hoogteverschillen. Aan de zijde van de Oost Kinderdijk is sprake van een representatief straatbeeld. Dit sluit aan bij de karakteristieken van het Dijklint. Dit geldt ook voor de beoogde groene voortuinzijde aan de voorzijde van het appartementengebouw. Al met al zal het gebouw niet hoger worden dan 14 meter ten opzichte van de Oost Kinderdijk. Het gebouw kent daarmee een lagere bouwhoogte in vergelijking tot de westelijk gelegen appartementengebouwen.

Impressies nieuw straatbeeld Oost Kinderdijk (Bron: Kolpa architecten).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/143/documents/2110