Ontwerp Regionale klimaatadaptatie Strategie.pdf
Tekst van het document
Op weg Regionale Adaptatie Strategie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden naar een klimaatbestendige en waterrobuuste regio juli 2021
Inhoudsopgave Voorwoord
4
Wonen, werken en leven in Alblasserwaard-Vijfheerenlanden De RAS in één oogopslag Hoofdstuk 1:
5
Hoofdstuk 3: Regionale ambities en doelen
22
3.1 Willen: doelen stellen voor verbetering
22
3.2 Verstedelijking en gezonde leefomgeving
23
3.3 Landbouw en Natuur
27
3.4 Landschap en recreatie
29
Introductie
9
3.5 Infrastructuur en Vitale objecten
31
1.1 Het klimaat verandert
9
3.6 Strategische richtlijnen
34
1.2 Het klimaatadaptatieproces
11
1.3 Het gebied centraal bij regionale samenwerking
12
Hoofdstuk 4: De vervolgaanpak
38
1.4 Positionering RAS
13
4.1 Werken: concrete projecten
38
1.5 Belang van de regionale aanpak
13
4.2 Samen de schouders eronder
38
1.6 Communicatie en participatie
14
4.3 Opstellen uitvoeringsagenda
39
4.4 Financiering proces
40
4.5 Impulsregeling Klimaatadaptatie
40
Manifest
42
Samenstelling regionaal klimaatkernteam
44
Deelnemers RAS Werkplaatsen
45
Colofon
47
Bijlage 1 en 2: Bodemdalingsproblematiek in beeld
48
Hoofdstuk 2: Regionale klimaatkwetsbaarheden
16
2.1 Weten: analyse van de gevolgen van klimaatverandering
16
2.2 Wateroverlast: hoosbuien
16
2.3 Hitte: meer zomerse dagen
17
2.4 Droogte: watertoevoer onder druk
17
2.5 Overstromingen
18
2.6 Bodemdaling
19
2.7 Biodiversiteit en klimaatadaptatie, natuur als klimaatbuffer
20
‘Klimaat, weer, natuur en water houden zich niet aan gemeentelijke of provinciale grenzen. Dit maakt een regionale aanpak noodzakelijk.’
Voorwoord Wonen, werken en leven in Alblasserwaard-Vijfheerenlanden De regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden (A5H) ligt in het overstromingsgevoelige deel van Nederland. In v roegere tijden trokken bestuurders al naar het Waardhuis in Kinderdijk om de gezamenlijke strijd tegen het water te voeren. Dat inspireerde streekromanschrijver Johannes Willem Ooms tot het boek Dijkleger (1949): ‘Nadat de voorzitter van het dijkleger de vergadering met een kort begroetingswoord geopend had, verklaarde hij, dat van hogerhand was gewezen op de abnormale waterstand, zowel in de polders als buitendijks, zodat met recht voor winter en voorjaar kon worden gevreesd. Mede hierom werden de dijklegers in de Alblasserwaard - de waard, welke van ouds het meeste te lijden had van overstromingen en dijkbreuken - aangespoord om, indien noodzakelijk, getrouw de wachten te betrekken op de plaatsen, waarvan men bange verwachtingen koesterde.’ Nog steeds wonen, werken en leven we in AlblasserwaardVijfheerenlanden binnen de dijken in een ‘badkuip’. De serieuze gevolgen van klimaatverandering confronteren ons met het feit dat we ons aan moeten passen aan grotere weersextremen en overstromingsrisico’s. Hitte en langdurige droogte zijn daarbij gekomen de afgelopen jaren.
Klimaat, weer, natuur en water houden zich niet aan gemeentelijke of provinciale grenzen. Dit maakt een regionale aanpak noodzakelijk. De werkregio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden komt overeen met de grenzen van Dijkring 16 en het boezempoldersysteem van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. Hiermee hebben we een overzichtelijke en natuurlijke begrenzing. Als bestuurders van de overheden in Dijkring 16 – twee provincies, zeven gemeenten en een waterschap - hebben we de ambitie om samen met de regio de schouders onder klimaatadaptatie te zetten. En net als in vroegere tijden sporen wij iedereen in de regio aan ‘getrouw de wachten te betrekken op de plaatsen, waarvan men bange verwachtingen koesterde’. De regionale klimaatadaptatiestrategie (RAS) die hier voor u ligt is een product van die regionale samenwerking. En daar zijn we trots op. Wij zijn blij met de veelzijdige inbreng die wij tijdens de klimaatwerkplaatsen van iedereen hebben ontvangen. Allen hartelijk dank voor uw tijd en inzet! Op naar een gezamenlijke klimaatbestendige toekomst. Stuurgroep Klimaatadaptatie A5H
De RAS in één oogopslag Ons klimaat verandert. De serieuze gevolgen van klimaatverandering tonen aan dat we ons - ook in de overstromingsgevoelige regio A lblasserwaard-Vijfheerenlanden (A5H) - aan moeten passen aan grotere w eersextremen: hitte, droogte, watertekort en wateroverlast. De zeespiegel stijgt en de bodem daalt.
Verminderen van kwetsbaarheid
Gezamenlijk de schouders eronder
Klimaatadaptatie gaat over het verminderen van de kwetsbaarheid die klimaatverandering met zich meebrengt. De hele samenleving past zich aan veranderende klimaatomstandigheden aan. De veranderopgave beoogt een waterrobuuste en klimaatbestendige regio in 2050. Dit betekent dat we deze zodanig inrichten en aanpassen dat de impact van extremer weer minimaal blijft en voldoende acceptabel is voor een gezonde leefomgeving.
Als bestuurders van de overheden in Dijkring 16 - twee provincies, zeven gemeenten en een waterschap - hebben we de ambitie om samen als regio de schouders onder klimaatadaptatie te zetten. Daartoe is in 2019 een eerste stap gezet met de Klimaatstresstesten, die zaken als bodemdaling, hittestress, overstromings gevaren, grondwaterstanden en begaanbaarheid van infrastructuur globaal inzichtelijk maakten (zie de website van A5H Klimaatatlas).
RAS is tweede stap De RAS - de Regionale Adaptatie Strategie - is de tweede regionale stap in de veranderopgave van klimaatadaptatie. Deze RAS beschrijft hoe wij onze regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden gaan voorbereiden op én aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Het is de basis voor samenwerking met andere overheden, inwoners, ondernemers en organisaties. We zetten hierbij in op: • inspireren • pionieren • van elkaar leren • delen van kennis en goede voorbeelden
Transitie via procesmatige aanpak
Klimaatwerkplaatsen en omgevingsthema’s
Ambities, doelen, strategielijnen
Het aanpakken van het klimaatprobleem is een transitie, een veranderkundige opgave met een procesmatig karakter. In het iteratief proces om te komen tot deze RAS worden drie stappen doorlopen:
De klimaatkwetsbaarheden - wateroverlast en overstromingen, hitte, droogte, bodemdaling, afname biodiversiteit - zijn gekoppeld aan vier omgevingsthema’s voor onze regio: • Verstedelijking en Gezonde leefomgeving • Landbouw en Natuur • Landschap en Recreatie • Infrastructuur en Vitale objecten
Deze vragen hebben geleid tot de formulering van ambities en doelen. Aan sommige daarvan wordt al gewerkt. In andere gevallen moet nog met de uitvoering worden gestart.
1. Weten analyseren wat de gevolgen van klimaatverandering zijn voor de regio in de periode tot 2050.
2. Willen doelen stellen voor het verbeteren van de waterrobuustheid en klimaatbestendigheid in de periode tot 2050, het formuleren van een strategie en creëren van samenwerking in de regio’s.
3. Werken concrete projecten en de investeringen, capaciteit en middelen die hiervoor nodig zijn vastleggen in uitvoeringsplannen. De stappen Weten-Willen-Werken worden na zes jaar weer doorlopen aan de hand van nieuwe kennis, inzichten en innovaties.
Aan de hand van de omgevingsthema’s hebben circa honderd vertegenwoordigers van allerlei organisaties meegedacht over hoe we als regio dit doel kunnen bereiken. De opbrengst hiervan is op de volgende manier verwerkt. Per omgevingst hema is beschreven: 1. Wat zijn de uitdagingen rondom klimaatadaptatie? 2. Welke ambities streven we na? 3. Hoe gaan we bereiken dat we klimaat bestendiger worden? 4. Wat doen we nu al om risico’s te verminderen?
Uit de klimaatwerkplaatsen zijn, naast de eerder genoemde ambities en doelen, zeven strategielijnen gekomen. Deze strategielijnen zijn belangrijk om op een effectieve manier de klimaatadaptatie in de regio uit te voeren. Zij focussen op eigen verantwoordelijkheid, regionale samenwerking, het natuurlijke systeem als basis voor verdere ontwikkeling, het zoeken naar integrale oplossingen, bewustwording, het benutten van kennis en expertise en het maken van werk met werk. Klimaatadaptatie biedt immers ook kansen. Voor productontwikkeling, voor herindeling van de buitenruimte en voor economische bloei. Kansen die het veranderende klimaat oplevert worden benut en de schadelijke gevolgen worden zoveel mogelijk beperkt.
Enkele begrippen Klimaat = de gemiddelde weerstoestand over een langere periode (30 jaar). Klimaatadaptatie = aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering en gebruik maken van de kansen die dit biedt. Voorbeeld hiervan is het vergroenen van openbare ruimte, tuinen en schoolpleinen, dus bijvoorbeeld het verwijderen van tegels uit tuinen en de openbare ruimte waar deze geen functie hebben. Klimaatmitigatie = maatregelen nemen om de omvang en/of snelheid van de opwarming van de aarde en klimaatverandering te beperken. Voorbeeld hiervan is het terugdringen van de CO 2 -uitstoot door het opwekken van duurzame energie. Klimaatmitigatie en klimaatadaptatie staan niet los van elkaar. CO 2 -uitstoot beperken is nodig om de doelstelling van maximaal 2 graden opwarming - het liefst 1,5 graad te halen, zoals in het Klimaatakkoord van Parijs is vastgelegd. Tegelijkertijd is 1 graad opwarming al de realiteit. Adaptatie is hard nodig om ons weerbaar te maken tegen de effecten die de opwarming van de aarde met zich meebrengen.
Vervolgaanpak De Regionale Adaptatie Strategie zet de koers uit waarlangs A5H zich wil aanpassen aan de veranderingen van het klimaat. Deze strategie biedt het kader en de uitgangspunten voor een toekomstbestendige ontwikkeling van de regio. De volgende stap is om een uitvoeringsagenda op te stellen. Hierin geven betrokken partijen concreet aan welke acties en projecten ze tot 2027 gaan uitvoeren.
De eerstvolgende stap, na besluitvorming over de voorliggende RAS, is het organiseren van een regionale bijeenkomst. Doel van deze bijeenkomst is dat naast de betrokken overheden (gemeenten, provincies en waterschap) ook onze gebiedspartners (samenwerkings organisaties) het manifest ondertekenen. We vragen aan onze gebiedspartners en iedereen die de schouders onder klimaatadaptatie willen zetten zich te committeren aan het doel: In 2050 zijn we een waterrobuuste en klimaatbestendige regio.
Klimaatverandering is niet iets wat zich elders in de wereld of in de toekomst afspeelt. Het is er nú en heeft effect op onze regio.
Hoofdstuk 1: Introductie 1.1 Het klimaat verandert Het klimaat verandert. Het wordt natter, warmer, droger en de zeespiegel stijgt. Het weer wordt extremer en de bodem daalt. Al deze effecten zijn van grote invloed op het wonen, werken en leven in Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. Sommige van deze effecten hebben we al ervaren. Neem bijvoorbeeld de extreme wateroverlast als gevolg van hoosbuien in de binnenstad van Vianen in juni 2020 en Hardinxveld-Giessendam in 2014 en 2015. Of de aanhoudende en langdurende droogte van de zomers van 2018, 2019 en 2020. Klimaatverandering is niet iets wat zich elders in de wereld of in de toekomst afspeelt. Het is er nú en heeft effect op onze regio. Alleen samen kunnen we zorgen voor een klimaatbestendige regio, nu en in de toekomst.
Deze Regionale Adaptatie Strategie (RAS) beschrijft hoe wij onze regio AlblasserwaardVijfheerenlanden - omringd door Dijkring 16 gaan voorbereiden op én aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Als gezamenlijke overheden - gemeenten, waterschap en provincies - nemen wij hierin het voortouw. Echter, niet zonder te benadrukken dat klimaatadaptatie een proces is waar iedereen een verantwoordelijkheid in draagt en - nog belangrijker - waar iedereen een steentje (of liever een plantje) aan kan bijdragen. Klimaatadaptatie gaat over de toekomstige leefbaarheid van onze regio. Dit document is dan ook een oproep aan iedereen om mee te werken!
Kerngegevens van het Dijkring 16-gebied Lengte van Dijkring 16
110 km
Regionale keringen
in totaal 261 km, waarvan 25 km langs rivieren en 236 km boezemkade
Aantal gemalen
111
Aantal stuwen
360
Watergangen in meters A-water Belangrijkste wateren van de regio, zoals grotere sloten en waterplassen
1.046.591 meter
B-water Oppervlaktewater dat meer dan 10 liter per seconde afvoert en geen A-water is, zoals kleine kavelslootjes tussen twee percelen
1.244.507 meter
C-water Slootje, poel of greppel waar regenwater wordt verzameld en eventueel gefilterd)
6.095.051 meter
mobiliteit
overstroming
extreme neerslag
klimaat adaptatie (extremer weer)
hitte
biodiversiteit
bodemdaling
veenweide strategie
droogte
klimaat migitatie (CO2-uitstoot verminderen)
duurzame warmte
voedsel
groene stroom
In het zich herhalende proces, zoals opgesteld door het Nationale Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, worden drie stappen doorlopen:
1. Weten analyseren wat de gevolgen van klimaatverandering zijn voor de regio in de periode tot 2050. 2. Willen doelen stellen voor het verbeteren van de waterrobuustheid en klimaatbestendigheid in de periode tot 2050, het formuleren van een strategie en creëren van samenwerking in de regio’s. 3. Werken concrete projecten en de investeringen, capaciteit en middelen die hiervoor nodig zijn vastleggen in uitvoeringsplannen.
Figuur 1: Onder de noemer ‘klimaatadaptatie’ vallen vijf thema’s: overstromingen, extreme neerslag, hitte, droogte en bodemdaling. Klimaatmitigatie gaat over het verminderen van de CO 2 -uitstoot. Bron: Lokale adaptatie strategie klimaat en bodemdaling, gemeente Molenlanden
1.2 Het klimaatadaptatieproces Klimaatadaptatie is een opgave waarbij de hele samenleving zich aanpast aan een veranderend klimaat en zo profiteert van de kansen die dit biedt. Klimaatadaptatie gaat over het verminderen van de kwetsbaarheid die klimaatverandering met zich meebrengt. De veranderopgave beoogt een waterrobuuste en klimaatbestendige regio. Dit betekent dat we onze regio zodanig inrichten en gebruiken dat de impact van extremer weer minimaal blijft en voldoende acceptabel is voor een gezonde leefomgeving. In het Delta Plan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) (onderdeel van het Nationaal Deltaprogramma) is vastgelegd dat heel Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Kansen die het veranderende klimaat oplevert worden benut en de schadelijke gevolgen worden zoveel mogelijk beperkt.
De stappen Weten-Willen-Werken worden na zes jaar weer opnieuw doorlopen aan de hand van nieuwe kennis, inzichten en innovaties. Deze RAS is de tweede regionale stap in de veranderopgave van klimaatadaptatie. Eerder zijn de gevolgen van klimaatverandering op regionaal niveau in kaart gebracht door middel van klimaatstresstesten (zie hoofdstuk 2). Klimaatadaptatie is als thema niet nieuw, maar de concrete invulling van deze opgave in Alblasserwaard-Vijfheerenlanden wel. De RAS is de basis voor samenwerking die een samenhangende werkwijze biedt om met klimaatverandering in de regio om te gaan. Met deze RAS geven we richting, kenbaarheid en een impuls aan de toekomstige leefbaarheid in ons gebied.
Klimaatadaptatie is van iedereen! 1.3 Het gebied centraal bij r egionale samenwerking De RAS is het resultaat van de samenwerking die binnen Dijkring 16 is gevonden. Deze zogenaamde werkregio AlblasserwaardVijfheerenlanden (A5H) bestaat uit de gemeenten Alblasserdam, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, Vijfheerenlanden, Waterschap Rivierenland en de provincies Utrecht en Zuid-Holland. Alblasserwaard-Vijfheerenlanden is omsloten door de Diefdijk en door de rivieren Lek, Noord en Merwede. In de regio wonen, werken en leven ruim tweehonderdduizend mensen. Een gebied vol polders, dijken en molens met voornamelijk veengronden en klei op veen, afgewisseld met stroomruggen van zand. Een gebied ook met historische steden en verrassend groen, maar tevens met harde werkers, een innovatief bedrijfsleven en bloeiende maritieme industrie.
Figuur 2: Werkregio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden Bron: Landschapsontwikkelingsplan A5H
De overheden in AlblasserwaardVijfheerenlanden hebben een trekkersrol in de uitvoering van klimaatadaptatiebeleid en hebben de uitdaging dit met gedeeld eigenaarschap te volbrengen. Klimaatadaptatie is niet van de overheid. De overheid wil wel alle betrokken partijen activeren en faciliteren en aanmoedigen goed samen te werken. Belanghebbenden, zoals woningcorporaties, projectontwikkelaars, bedrijven, de land- en tuinbouwsector, natuur -en landschaps organisaties, de GGD’s, het onderwijs, drinkwater- en nutsbedrijven en de veiligheidsregio’s zijn stuk voor stuk onmisbaar bij het vraagstuk van klimaatadaptatie. Daarnaast is er veel ruimte voor maatschappelijke organisaties en inwoners om aan te haken in dit proces. Een belangrijke opgave is het vergroten van de bewustwording dat klimaatadaptatie belangrijk en urgent is.
1.4 Positionering RAS De RAS is de stip op de horizon (2050) die inzichtelijk maakt hoe de regio AlblasserwaardVijfheerenlanden zich gaat voorbereiden op het veranderende klimaat. Het is geen blauwdruk die voorschrijft hoe overheden in de werkregio moeten handelen of investeren. Het geeft wel richting in hoe we elkaar kunnen vinden in deze gemeenschappelijke opgave. De RAS is geen beleid dat als juridische grondslag kan worden gebruikt bij ontwikkelingen. Dit document dient voor provincies, gemeenten en waterschap als inbreng voor het maken van eigen beleid. Bijvoorbeeld in een omgevingsvisie, omgevingsplan of een Lokale Adaptatie Strategie (LAS). Ook brengt het meekoppelkansen in beeld met bijvoorbeeld de Regionale Energie Strategie (RES), Transitie Visie Warmte (TVW) en Veenweidestrategie. Elke overheid is hier zelf voor verantwoordelijk. De RAS geeft richting aan de regionale uitwerking van de opgave klimaatadaptatie. In figuur 3 is de samenhang tussen lokaal, regionaal en nationaal weergegeven.
NAS
Nationale Adaptatie Strategie
RAS
LAS
Regionale Adaptatie Strategie
Regionale Uitvoeringsagenda
Lokale Adaptatie Strategie nieuwe inzichten uit stresstesten, risicodialogen en onderzoek
Lokaal Uitvoeringsplan
Jaarlijks Uitvoeringsplan
Regionale maatregelen
Lokale maatregelen
Figuur 3: Relatie tussen de NAS, RAS en LAS. Bron: RAS Utrecht Zuidwest
1.5 Belang van de regionale aanpak Met de regionale aanpak kunnen overheden en belanghebbenden sneller en efficiënter mee in de wereld van klimaatadaptatie (alleen ben je sneller, samen kom je verder). We zetten hierbij in op: • inspireren • pionieren • van elkaar leren • delen van kennis en goede voorbeelden
Tot slot kunnen we op korte termijn (tot en met 2023) alleen als werkregio aanspraak maken op rijksgelden om concrete projecten klimaatadaptatie financieel te ondersteunen. Meer toelichting hierover staat in hoofdstuk 4 onder ‘impulsregeling klimaatadaptatie’.
1.6 Communicatie en participatie In het proces om te komen tot een RAS is er veel energie gestoken in het verstevigen van de regionale samenwerking tussen de overheden. Dit heeft geleid tot een klimaatkernteam, bestuurlijke verankering en een stuurgroep. Het is de solide basis voor het verdere verloop van de samenwerking in de toekomst. In die toekomst zal een stevigere vorm van samenwerking nodig zijn voor de uitvoering van concrete maatregelen. In hoofdstuk 4 wordt hier verder op ingegaan. Naast de samenwerking tussen de overheden is geïnvesteerd in samenwerking met en tussen regionale partners. Ruim honderd mensen uit een breed scala aan organisaties zijn betrokken geweest bij vier themagebonden klimaatwerkplaatsen (zie hoofdstuk 3), waarin stakeholders in co-creatie met elkaar van gedachten wisselden over uiteenlopende thema’s die van invloed zijn op de verandering van het klimaat. De resultaten van deze werkplaatsen zijn nadrukkelijk onderdeel van deze RAS. De klimaatstresstest kreeg daardoor duiding, nuancering en aanvullingen. Daarnaast zijn vele oplossingsrichtingen besproken. Ook in de stappen die zullen volgen, zullen we actief de samenwerking opzoeken. De samenwerking met gebiedspartners heeft onder andere geresulteerd in een samenwerking met Stichting Blauwzaam met de volgende resultaten: 1.
Een indrukwekkende en boeiende reeks artikelen in de lokale media over klimaatverandering in de brede zin. Deze artikelen zijn terug te lezen op www.blauwzaam.nl. 2. Een online live-stream symposium Klimaatverandering... een zee aan kansen.
“Klimaatverandering is niet iets van de toekomst. We zitten er middenin. Wereldwijd worden klimaatdoelen niet gehaald, plannen worden vooruit geschoven. We zijn de enige soort op aarde die het vermogen heeft te beseffen dat acties consequenties hebben. We zijn enorm innovatief. Maar we moeten er wel heel hard aan gaan werken. Gelukkig voelen veel mensen de drang een bijdrage te leveren.” Brenda van Doorn Beleidsadviseur milieu en duurzaamheid Gemeente Gorinchem Bron: Het Kontakt, 30 november 2020
Vooral in dichtbebouwde gebieden met veel verharding treedt hittestress op. Denk hierbij aan stadscentra en industriegebieden die overdag opwarmen en in de nacht niet meer afkoelen.
Hoofdstuk 2: Regionale klimaatkwetsbaarheden 2.2 Wateroverlast: hoosbuien
2.1 Analyse van de gevolgen van klimaatverandering
Dit hoofdstuk beschrijft de stap weten : In 2019 hebben we de regionale klimaatstress het analyseren van wat de gevolgen van klimaatverandering (kunnen) zijn voor de regio in de periode tot 2050. Welke effecten en kwetsbaarheden verwachten we in onze regio als gevolg van klimaatverandering? Een mooie impressie is hier te vinden.
test uitgevoerd voor onze werkregio (Nelen & Schuurmans, 2019) en een online klimaatatlas opgesteld. De resultaten zijn globaal en geven een algemeen beeld van de verwachte kwetsbaarheden en effecten. Daarnaast blijkt dat de klimaatrisico’s per locatie sterk van elkaar kunnen verschillen. De resultaten van de regionale klimaatstresstest zijn in deze online pdf terug te lezen.
Wateroverlast is voornamelijk een risico in de bebouwde gebieden. Alblasserwaard is aan de zuidkant bij de Noordelijke Drechtsteden en Gorinchem intensief bebouwd. In Vijfheerenlanden is verstedelijking vooral aan de orde in de grotere kernen, zoals Leerdam en Vianen. Hoosbuien leiden daar gemakkelijk tot lokale problemen. De inrichting ter plekke en de mate van verharding zijn hierin zeer bepalend. Voorbeelden zijn extreme wateroverlast in Hardinxveld-Giessendam in 2014 en 2015, de knelpunten in de Schanspolder in Kinderdijk en de Binnenstad van Vianen in 2015 en 2020. Tijdelijk ondergelopen wegen kunnen onder meer leiden tot knelpunten in de bereikbaarheid van calamiteitendiensten en in woningen kan wateroverlast ontstaan.
Ook in het landelijk gebied zijn effecten van hoosbuien zichtbaar. Deze zijn afhankelijk van veel uiteenlopende factoren.
2.3 Hitte: meer zomerse dagen Hittestress treedt op tijdens warm en droog weer in de zomer. De verwachting en trend is dat de gemiddelde temperatuur en het totaal aantal warme dagen en nachten in de toekomst zal toenemen. Vooral in dichtbebouwde gebieden met veel verharding treedt hittestress op. Denk hierbij aan stadscentra en industriegebieden die overdag opwarmen en in de nacht niet meer afkoelen. Vanuit de volksgezondheid heeft hittestress vooral effect op kwetsbare bevolkingsgroepen, zoals ouderen, kinderen, zieken en mensen met onderliggend lijden. Bij bloot-
stelling aan temperaturen vanaf 27°C kunnen vermoeidheidsklachten, concentratieproblemen en benauwdheid optreden. Dit heeft gevolgen voor de gezondheid van onze inwoners. Gezondheid is het primaire belang, maar deze gezondheidseffecten hebben ook nadelige gevolgen voor de economie. De arbeidsproductiviteit gaat achteruit bij werken in hete omstandigheden. Hitte heeft tevens effect op dieren (vee dat geen schaduwplekken heeft in weilanden) en in het landelijke gebied (verdrogende vegetatie als er te weinig grondwater beschikbaar is).
2.4 Droogte: watertoevoer onder druk A5H heeft een relatief comfortabele ligging aan de rivieren en onder Normaal Amsterdams Peil (NAP), waardoor wateraanvoer vaak mogelijk blijft. In een droge zomer onttrekken we grote hoeveelheden water uit rivier de Lek om de streefpeilen in het gebied te garanderen. Dit gebeurt bij Kinderdijk voor Alblasserwaard en via het Lingesysteem voor het zuidelijke deel van Vijfheerenlanden. In extremere en vooral langere droogteperioden kan de zekerheid van wateraanvoer vanuit de rivier onder druk komen te staan. Door minder wateraanvoer verdroogt de venige ondergrond extra, wat de bodemdaling versterkt. In landelijk gebied kan dit leiden tot slechtere oogsten en scheuren in de grond. In bebouwd gebied is er risico van versnelde verzakking van huizen en infrastructuur. Langdurige droogte zorgt voor stilstaand water met een slechtere waterk waliteit (stinkende sloten, blauwalg en verstikking van het onderwaterleven). Langdurige droogte beïnvloedt bovendien de grasopbrengst en oogsten in de land- en tuinbouw negatief. Natuurgebieden zullen worden aangesproken op hun veerkracht. Het risico op natuurbranden neemt toe. Er ontstaat een verhoogd risico op boomziektes, sterfte van dieren en planten en versnelde uitbreiding van invasieve exoten, met ontwrichting van het ecosysteem als gevolg.
“Steeds meer mensen zien in dat het anders moet en gooien het over een andere boeg. Ze gaan anders werken, leven en recreëren. Dat zijn er misschien nog maar een paar, maar die heb je wel nodig om anderen te inspireren. Zonder voorlopers heb je geen middengroep die op een dag mee gaat bewegen.” Anthonie Stip, De Vlinderstichting Bron: Het Kontakt, 6 augustus 2020
2.5 Overstromingen Alblasserwaard-Vijfheerenlanden is bij een overs troming een badkuip. In de hele Dijkring 16 kan al snel een waterdiepte van circa drie tot vijf meter ontstaan. In principe beschermen de primaire waterkeringen, de rivierdijken en de Diefdijk, onze regio.
Bij een overstroming vanuit het regionale boezemsysteem (het Achterwaterschap, Alblas, Giessen, Merwedekanaal, Linge en Zouweboezem) ligt dit anders. Hier ontstaan regionaal waterdiepten van maximaal een halve meter water. Het regionale
boezems ysteem wordt omgeven door zogenaamde secundaire waterkeringen, de boezemkades.
Wat is een boezem? Een boezem is oppervlaktewater (vaarten, kanalen, meren) dat ertoe dient om overtollig water van lagergelegen polders op te vangen en af te voeren richting rivieren en zee. Wanneer het water niet op een n atuurlijke manier kan worden afgevoerd, slaat een boezemgemaal het water uit of
wordt het via een spuisluis geloosd. Als het water in de boezem te laag staat, kan water vanuit het buitenwater in de boezem worden gebracht zodat het waterpeil op niveau blijft.
2.6 Bodemdaling Bodemdaling is één van de grotere opgaven in de regio. Vooral in het midden van de Alblasserwaard liggen de bodemdalingsgevoelige polders (gebied in en rond Bleskensgraaf en Molenaarsgraaf). De gevolgen van bodemdaling, hitte en droogte versterken elkaar in belangrijke mate. Daarom zijn de opgaven bodemdaling en klimaatadaptatie niet van elkaar los te koppelen en is een gezamenlijke aanpak van belang. De veenbodem in de werkregio kent verschillende uitdagingen: 1. De waterpeilen zijn gebaseerd op de functie van de landbouw en bijpassende drooglegging. Hierdoor komt het bovenste veenpakket droog te staan en gaat oxideren. Dit zorgt voor bodemdaling en CO 2 -uitstoot. Dat laatste versterkt het veranderende klimaat. 2. Hier staat tegenover dat bodemdaling bij gelijkblijvende waterpeilen de kans op wateroverlast kan vergroten (de bodem zakt terwijl het waterpeil gelijk blijft). 3. Daarbij is vernatting een mogelijke oplossing voor de vermindering van CO 2 -uitstoot (klimaatmitigatie), waarbij de bodemdaling wordt geremd. Te veel vernatting kan echter de uitstoot van een ander broeikasgas, namelijk methaan, juist laten toenemen. 4. Ook werkt de klei- en veenbodem als een spons. Zodra er gewicht op komt (zoals bij de aanleg van wegen en de bouw van woningen) zakt het in elkaar, dit heet zetting.
De complexiteit van het veenweidesysteem is te groot om snel conclusies te trekken. Daarvoor is meer onderzoek nodig. De kwetsbaarheden als gevolg van bodemdaling zijn nog onvoldoende gedetailleerd in beeld gebracht. De regionale klimaatstresstest geeft een globaal beeld, maar de mate van bodemdaling én de oorzaak kan lokaal dusdanig verschillen dat meer detailinformatie nodig is. Met die detailinformatie kan een eventuele aanpak en kunnen maatregelen worden meegenomen in de vervolgaanpak. Om die reden is voor het feitenmateriaal over bodemdaling (bestaande data analyseren, ervaringen van buiten het gebied ophalen) een extra inspanning nodig.
Regionaal zijn er twee grote trajecten waarin bodemdaling wordt opgepakt: 1. de RAS Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2. de Veenweidestrategieën van zowel provincie Zuid-Holland als provincie Utrecht Deze RAS richt zich vooral op de klimaat adaptatie (= reageren op het veranderende klimaat). De Veenweides trategie richt zich op klimaatmitigatie (= voorkomen/beperken van klimaatverandering). Echter, de grens hiertussen is grijs gebied en daarom vindt er een intensieve samenwerking plaats tussen de twee trajecten. Het gaat immers om één watersysteem.
2.7 Biodiversiteit en klimaatadaptatie, natuur als klimaatbuffer
Biodiversiteit en goed functionerende ecosystemen staan aan de basis van ons bestaan. Het gaat slecht met de natuur. Ecosystemen gaan achteruit en biodiversiteit neemt in een rap tempo af. Sinds 1970 is de biodiversiteit wereldwijd met 68 procent afgenomen. Ook de natuur in Nederland staat onder druk: sinds 1990 zijn dierenpopulaties in zowel open natuurgebieden als agrarisch gebied met gemiddeld 50 procent gedaald (Bron: Rapport Living Planet, februari 2020, Wereld Natuur Fonds, Centraal Bureau voor de Statistiek en negen Nederlandse natuuronderzoeksorganisaties). Klimaatverandering heeft een grote invloed op het functioneren van het natuurlijk systeem. Het klimaat verandert snel. De natuur kan door alle menselijke invloeden op de balans van het ecosysteem de verandering niet bijhouden. Dit is één van de oorzaken van het biodiversiteitsverlies. Hierdoor kunnen wij minder rekenen op de essentiële producten en diensten die de natuur ons levert, zoals voedselvoorziening en schone lucht.
V.l.n.r. Mattias Verhoef, Peter Heikoop en Kees Baan, boeren in het A5H-gebied. Deelnemers Pilot Drukdrainage, RMA-opgave Toekomstbestendige landbouw A5H ten behoeve van vergroting biodiversiteit. Het Kontakt, 7 oktober 2020
Tegelijkertijd is de natuur een cruciale klimaatbuffer. Een gezond ecosysteem beschermt ons niet enkel tegen nog snellere klimaatverandering. Een gezond ecosysteem met een grote diversiteit aan planten en dieren is veel beter in staat de effecten van klimaatverandering te incasseren dan een verzwakt systeem. Bomen bijvoorbeeld: enerzijds remmen ze klimaatverandering af door de opslag van CO 2 , maar anderzijds zijn ze een belangrijke klimaatadaptieve maatregel. Ze zorgen voor bodem stabiliteit, wateropslag en verkoeling. Voor een klimaatbestendige regio is het van belang dat we investeren in gezonde en veerkrachtige ecosystemen. In deze systemen is de hoeveelheid en diversiteit aan planten en dieren hoog en blijft de functionaliteit van het natuurlijk systeem behouden. Zo kunnen we blijvend gebruik maken van de essentiële producten en diensten die de natuur ons levert. Een gezond en veerkrachtig ecosysteem biedt meer weerstand tegen en herstelt gemakkelijker van extreme weersomstandigheden. Een klimaatbestendige aanpak is dus ook een natuurinclusieve aanpak. Door ons ruimtegebruik af te stemmen met de natuur en tegelijkertijd de natuur te versterken, zorgen we ervoor dat de mens en zijn bestaansmiddelen minder kwetsbaar worden voor klimaatverandering.
De ambitie is duidelijk, in 2050 zijn we een waterrobuuste en klimaatbestendige regio.
Hoofdstuk 3: Regionale ambities en doelen
De klimaatkwetsbaarheden, zoals beschreven in hoofdstuk 2 zijn gekoppeld aan vier omgevingsthema’s voor onze regio:
3.1 Doelen stellen voor verbetering
Verstedelijking en Gezonde Leefomgeving
Landbouw en Natuur
Landschap en Recreatie
Infrastructuur en Vitale Objecten
Aan de hand van de omgevingsthema’s hebben de circa honderd vertegenwoordigers van allerlei organisaties meegedacht over hoe we als regio dit doel kunnen bereiken. De opbrengst hiervan is op de volgende manier verwerkt. Per omgevingsthema is beschreven:
Dit hoofdstuk beschrijft de stap willen : doelen stellen
1. Wat zijn de uitdagingen rondom klimaatadaptatie?
voor het verbeteren van de waterrobuustheid en klimaat
2. Welke ambities streven we na?
bestendigheid in de periode tot 2050, het formuleren van
3. Hoe gaan we bereiken dat we klimaatbestendiger worden?
een strategie en het creëren van samenwerking in de regio’s.
4. Wat doen we nu al om risico’s te verminderen?
Welke ambities streven we na? We streven als eerste een gezonde leefomgeving na. Waarin hitte, droogte, wateroverlast, bodemdaling beheersbaar zijn en blijven. Voor nu en in de toekomst. Dat betekent dat:
Ambitie A: we groenstructuren in bebouwd gebied versterken om
3.2 Verstedelijking en Gezonde leefomgeving Wat zijn de uitdagingen rondom klimaatadaptatie? Verstedelijking en Gezonde Leefomgeving
In onze bebouwde woon -en werkomgeving zijn wateroverlast door hevige buien en ondragelijke hitte door extreem warm weer de voornaamste klimaat risico’s. Droogte in bebouwd gebied en de mate waarin bodemdaling gebouwen en wegen negatief beïnvloedt is nog een onderbelicht vraagstuk. We kennen de gevolgen van wateroverlast in woningen en zouden dit graag beperken tot nul. Dit geldt ook voor de hitte en de droogte.
klimaatverandering en de gevolgen ervan beter op te kunnen vangen. Groen buffert water, groen gaat verdroging tegen, groen brengt verkoeling, groen geeft biodiversiteit meer kans. Groen is één van de oplossingen om klimaatbestendiger te worden in de bebouwde omgeving.
Ambitie B: hevige en langdurige neerslag niet leidt tot schade in de bebouwde omgeving. Enige hinder is acceptabel, bijvoorbeeld wanneer een weg, een groenstrook of parkeerterrein tijdelijk onder water staan.
Ambitie C: de bebouwde omgeving tijdens langdurige extreme hitte leefbaar en gezond blijft. Mensen ondervinden minimale gezondheidsrisico’s en geen sterfte als gevolg van hitte. Langdurige, extreme hitte heeft gevolgen voor de gezondheid van mensen. Om gezondheidsrisico’s te voorkomen moet de bebouwde omgeving voldoende verkoeling bieden.
Ambitie D: langdurige droogte niet leidt tot verdroging of schade aan de bebouwde omgeving. Dat droogte niet leidt tot inklinking van de bodem en het extreem uitzakken van het grondwaterpeil.
Ambitie E: bodemdaling in de bebouwde omgeving beperkt en betaalbaar blijft. Deze ambitie hangt samen met het feit dat bodemdaling vrijwel overal in de regio plaatsvindt. Het streven naar minimale schade betekent dat men bij nieuwbouw hier rekening mee moet houden. Bij bestaande panden op houten palen en op staal (niet onderheid) is het zaak om de omliggende grondwaterstand op peil te houden. Dit kan door zoveel mogelijk water te infiltreren en vast te houden op het eigen perceel in de bodem.
Ambitie F: we vitale objecten en infrastructuur en vitale objecten in de bebouwde o mgeving klimaatbestendig en waterrobuust inrichten. Vitale en kwetsbare functies zijn elektriciteit, telecom (publiek en hulpdiensten), drinkwater, afvalwater, verzorgingshuizen en ziekenhuizen. Ook de gemalen van het waterschap moeten droog blijven, want die zijn nodig om het water weer weg te pompen.
Ambitie G: inwoners, gebruikers en ondernemers zich bewust zijn van de gevolgen van klimaatverandering. Zij gaan zich inspannen om terreinen en tuinen zo min mogelijk te verharden en zoveel mogelijk te vergroenen, zodat het regenwater de bodem van terreinen en tuinen kan infiltreren.
Hoe gaan we bereiken dat we klimaatbestendiger worden? Doel 1: Het watersysteem in en om de bebouwde omgeving is robuust en veerkrachtig ingericht, zodat pieken in zowel natte en droge perioden worden opgevangen. Het gebied is als een spons waarbij (regen)water in de bodem wordt vastgehouden. Het vergroenen van onze bebouwde omgeving is belangrijk om een gezonde leefomgeving te krijgen. De overheid zal dit stimuleren. Denk hierbij aan de vergroening van de openbare ruimte, schoolpleinen, de aanwezigheid van parken, grote bomen die schaduw bieden en de groene tuinen van de inwoners.
Doel 2: Aansluiten bij Klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland en Utrecht. Groenblauwe structuren en biodiversiteit worden versterkt in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Natuurinclusief bouwen, minder stenen, meer groenen zijn trends die horen bij klimaatadaptief bouwen. Deze manier van bouwen wordt de nieuwe norm, die telkens wordt bijgesteld aan de nieuwste kennis en inzichten. Zowel lokaal als regionaal delen wij die kennis en informatie. Zowel de provincie Zuid-Holland als provincie Utrecht lopen landelijk voorop in het introduceren van klimaatadaptief bouwen. Hierin is de verbinding met andere grote opgave zoals de transitiev isie warmte en energietransitie essentieel.
Doel 3: In bestaande bebouwde omgeving zoeken we kansen en quick-
Wat is klimaatadaptief bouwen? Met klimaatadaptief bouwen bedoelen we dat een nieuw in te richten gebied goed blijft functioneren in extreme weers omstandigheden van hitte, droogte, watertekort en wateroverlast. Kwetsbaarheden worden zoveel mogelijk tegengegaan. Daarvoor is het nodig dat tijdig wordt ingespeeld op de effecten van klimaatverandering, bijvoorbeeld bij het vervangen van riolering, het realiseren van nieuwbouw, de renovatie of herontwikkeling van bestaande bebouwing, vernieuwing van de open bare ruimte en werkzaamheden aan het watersysteem. De provincie Zuid-Holland geeft invulling aan klimaatadaptief bouwen met de Leidraad Klimaatadaptief bouwen ZuidHolland.
wins door het concept van de ‘Blauw/Groene bril’ toe te passen op de bebouwde omgeving. Via dit concept kijken we naar een te ontwikkelen gebied met extra oog voor water en groen. Dit doen we samen met onder andere woningcorporaties en inwoners. Dit om de risicovolle gebieden goed en snel aan te kunnen pakken.
Doel 4: De waterkwaliteit mag niet negatief beïnvloed worden door de klimaatverandering. Door het aanleggen van regenwaterriolen en het realiseren van natuurvriendelijke oevers zal de waterkwaliteit een boost krijgen.
Doel 5: Regionaal moeten we inzichtelijk krijgen welke gevolgen bodemdaling heeft in de bebouwde omgeving. Hiervoor wordt een onderzoek gedaan om dit inzicht te krijgen. En ook hiervoor geldt dat we de gevolgen tot het minimum willen beperken.
Doel 6: Inwoners kennen de gevaren van hitte en weten wat ze moeten Provincie Utrecht werkt in samenwerking met gemeenten, waterschappen, ontwikkelaars en gebiedspartners aan afspraken om klimaatadaptief bouwen onder de aandacht te krijgen. Hier vindt u de afspraken op een rij.
doen. Kwetsbare groepen zoals ouderen en (chronisch) zieken zijn extra gevoelig voor hitte. De Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR), de GGD’s en de provincie Utrecht werken samen om gemeenten handvatten te geven voor het maken van (lokale) hitteplannen. Deze zijn gericht op kwetsbare groepen inwoners, waaronder hele jonge kinderen, ouderen, mensen in verzorgingshuizen, chronisch zieken en eenzame mensen.
Doel 7: We verankeren klimaatadaptatie in ons handelen en borgen het onderwerp in onze ruimtelijke visies en plannen, zoals de omgevings visies en omgevingsplannen. Verder onderzoeken we welke aanpassing de watertoets/paragraaf nodig heeft om het klimaatbestendig denken en handelen daar ook beter in naar voren te krijgen.
DOEL 8: We vergroten het klimaatbewustzijn in onze regio. We hebben een positieve boodschap: een groene en gezonde leefomgeving maakt onze regio mooier en leefbaar. Met gerichte communicatie en het samenwerken aan voorbeeldprojecten maken we de regio bewust van de noodzaak en de kansen die klimaatbestendig regio oplevert.
DOEL 9: Met subsidieregelingen stimuleren we dat de inwoners en bedrijven in de regio zelf aan de slag gaat met klimaatadaptatie. Denk bijvoorbeeld aan groene ruimten op bedrijfsterreinen, groene en toch onderhoudsarme tuinen en groene daken. “Als onze omgeving groen is, worden we daar met zijn allen gezonder van. Dat we er gezonder van worden is aan alle kanten onderzocht. Mensen groeien als er planten groeien. Kinderen ontwikkelen zich prettiger (…) We adviseren particulieren die meer groen in hun tuin willen, maar niet weten hoe ze dat het best kunnen aanpakken.” Els van Lis Operatie Steenbreek, Stichting Gorinchem Natuurlijk Groen “Moestuintante”, Lingewijk Gorinchem Bron: Het Kontakt, 8 juli 2020
Wat doen we nu al om risico’s te verminderen? •
In een groot aantal kernen hebben gemeenten en het waterschap al verschillende maatregelen uitgevoerd, zoals het vergroten van de waterberging (Gorinchem) en de aanleg van natuurvriendelijke oevers (Gorinchem, Vianen en Leerdam).
•
Subsidieregelingen voor groene daken en regentonnen in diverse gemeenten en bij het waterschap stimuleren inwoners om maatregelen te nemen.
•
Met het NK Tegelwippen laten we als deelnemende gemeenten zien dat we serieus aan de slag willen met het vergroenen van de leefomgeving en het vergroten van het bewustzijn van klimaatverandering. De gemeenten Alblasserdam, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Molenlanden en Vijfheerenlanden hebben elkaar uitgedaagd om zoveel mogelijk tegels uit de bebouwde omgeving te krijgen.
•
Diverse gemeenten werken aan groen/blauwe schoolpleinen. Deze schoolpleinen zijn geschikt voor buiteneducatie en geven kinderen verkoeling met meer aanleiding en uitdaging tot spelen. De gemeenten Gorinchem, Molenlanden en Vijfheerenlanden zijn hier al mee gestart. Om schoolpleinen te vergroenen en een meer aantrekkelijke speelomgeving te maken heeft provincie Utrecht met IVN (Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid) een Servicepunt Groenblauwe Schoolpleinen opgezet. Dit biedt informatie, inspiratie en ondersteuning aan basisscholen die aan de slag willen met het klimaatbestendiger, natuurlijker en gezonder maken van hun schoolplein.
•
Meer ruimte voor water, bomen en natuur in de bebouwde kom door “klimaatlandjes” (voorbeeld: ‘t IJsvogeltje in Nieuw-Lekkerland).
Welke ambities streven we na? Ambitie H: Een klimaatadaptieve landbouw en natuur. Landbouw- en natuurgebieden zijn bestand tegen langdurige droogte. Gewassen, natuur en groenvoorzieningen in de leefomgeving onder vinden geen extreme nadelige gevolgen van verdroging.
Ambitie I: Dieren ondervinden geen last van extreme hitte.
Landbouw en Natuur
3.3 Landbouw en Natuur
We zorgen voor voldoende verkoeling.
Wat zijn de uitdagingen rondom klimaatadaptatie?
wordt beperkt. Dit betekent dat we samen met agrariërs gaan kijken naar manieren om de grondwaterstand in percelen voldoende hoog te houden om afbraak van de bodem te remmen.
Voor de landbouw en natuurgebieden is langdurige droogte desastreus. Oogsten mislukken, natuur krijgt flinke tegenslagen te verduren. Wateroverlast en hittestress hebben niet alleen in het stedelijke, maar ook in het landelijk gebied effect. Hitte kan de gezondheid van vee en de natuur negatief beïnvloeden. Zo kan vee last krijgen van hittestress bij hoge temperaturen in combinatie met luchtvochtigheid, waardoor weidegang een probleem wordt en de melkproductie afneemt. De fruitteelt in A5H heeft steeds meer te maken met de gevolgen van hitte. Zo is zonnebrandschade aan fruit het grootste klimaatrisico voor de sector. Aanleiding om een nieuwe hittebestendige appel te kweken. In het landelijke veenweidegebied speelt de veenoxidatie (met als gevolg: CO 2 -uitstoot) een grote rol. Droogte en hitte versnellen dit proces. Ook kan bij langdurige droogte verzilting in onze regio een rol gaan spelen door indringing van zout water vanuit de delta.
Ambitie J: Het effect van versnelde bodemdaling door droogte en hitte
Ambitie K: Beregenen is in Alblasserwaard-Vijfheerenlanden niet snel aan de orde. Mede door de juiste balans tussen functie en peil (ambitie J). Gebruikers van water zijn zich bewust van het belang van zuinig waterverbruik in tijden van langdurige droogte.
Voor bovenstaande ambities geldt dat wij als overheden niet direct de initiatiefnemer zijn voor deze thema’s. De landbouwsector maakt momenteel een transitie door. Opgaven komen hierin samen. We willen zoveel mogelijk aansluiten bij wat er al gedaan wordt en de verbinding zoeken met de andere thema’s die spelen in de landbouw, zoals de veenweidestrategieën.
Wat doen we nu al om risico’s te verminderen?
Hoe gaan we bereiken dat we klimaatbestendiger worden?
•
Doel 10: Het watersysteem op orde houden in relatie tot
•
•
•
Vanuit het klimaatakkoord werken provincies aan Regionale Veenweide Strategieën. Dit speelt zowel in het Zuid-Hollandse als het Utrechtse. Betrokken gemeenten en waterschap zijn hierbij aangehaakt. De doelstelling is om de CO2 -uitstoot van veenweidegebieden te reduceren (klimaatmitigatie). In verschillende pilots drukdrainage werken partijen samen aan het remmen van bodemdaling en het stimuleren van biodiversiteit, zoals bij Groene Cirkel ‘Kaas en Bodemdaling’ en de Pilot Drukdrainage Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. De gemeenten Molenlanden en Vijfheerenlanden werken aan de opgave toekomstbestendige landbouw. Hiervoor is het Visiedocument Landbouw Alblasserwaard-Vijfheerenlanden vastgesteld. Verschillende organisaties, zoals de gemeenten Gorinchem, Papendrecht, Vijfheerenlanden en Waterschap Rivierenland, passen ecologisch beheer toe op groen binnen de stedelijke omgeving. Niet alles in één keer maaien, maar gefaseerd.
•
Het LIFE project All4 Biodiversiteit De Donkse Laagten, getrokken door de provincie Zuid-Holland, werkt aan het vergroten van de biodiversiteit, de verbetering van hydrologie en de ontwikkeling van toekomstbestendige landbouw in Natura2000-gebied De Donkse Laagten.
•
Het boezemsysteem A5H op orde maken. Bij het maken van een nieuw boezemgemaal bij Hardinxveld-Giessendam ontstaat een robuuster en toekomstbestendig boezemwatersysteem in de Alblasserwaard. Door ook een wateraanvoerpunt te maken bij dit gemaal kan in de toekomst beter ingespeeld worden op verziltingsproblematiek vanuit zee. Het inlaatpunt komt meer stroomopwaarts te liggen.
•
De provincie Utrecht werkt aan verdiepende stresstesten specifiek voor Landbouw, waarmee de knelpunten inzichtelijk gemaakt worden. Daarnaast werkt de provincie Utrecht aan een inspiratiedocument dat voorbeelden laat zien hoe klimaatadaptatie binnen de landbouw vormgegeven kan worden.
klimaatadaptatie. Het klimaat verandert, maar die ontwikkeling staat nog niet stil. Daarom moeten we als regio blijven opletten of het watersysteem blijft passen bij de ontwikkelingen.
Doel 11: Bij het bepalen van ruimtelijke functies en het instellen van peilbeheer zullen klimaatscenario’s en bijbehorende effecten betrokken worden.
Doel 12: Kansen pakken voor het versterken van groenblauwe structuren bij nieuwe projecten. Groen blauw als nutsvoorziening tot de voordeur.
Doel 13: Klimaatadaptatie goed borgen in de veenweidestrategieën die bij de provincies worden opgesteld.
Welke ambities streven we na? Ambitie L: Behoud van een open landschap. Met bloemrijke weides, passende waterstanden, meer biodiversiteit en een verminderde kwetsbaarheid voor droogte en hitte.
Ambitie M: Verbinden van klimaatadaptatiemaatregelen aan vermindering van CO2.
3.4 Landschap en Recreatie
Ambitie N: Voldoende open zwemwater van goede kwaliteit.
Wat zijn de uitdagingen rondom klimaatadaptatie?
Landschap en Recreatie
Naast het weer bepaalt de kwaliteit van het landschap in grote mate of een plek aantrekkelijk is voor recreatie. De uitstraling van het rustgevend veenweidegebied met haar zogeheten slagenlandschap, naast de toenemende verstedelijking van de Rotterdamse agglomeratie is een belangrijk landschappelijk aspect. We zijn er in AlblasserwaardVijfheerenlanden trots op en daar willen we zuinig op zijn. Een toenemend aantal mensen, zowel vanuit de regio zelf als van daarbuiten, wil de rust, de cultuurhistorie, de biodiversiteit en de landschappelijke waarden opzoeken. Droogte en extreme hitte kunnen deze kwaliteit aantasten. Landschappen verdrogen, de kans op algenbloei neemt toe, met negatieve gevolgen voor de zwemwaterkwaliteit en er is - door het vaker voorkomen van droge perioden - minder water beschikbaar voor watersporten. Daarbij krijgen inwoners van met name het stedelijke gebied steeds meer behoefte aan zwemwater. De vraag naar kwalitatief goed zwemwater wordt dus groter.
Extreme regen, wateroverlast, storm en hagelbuien zijn hinderlijk en kunnen schade en overlast veroorzaken aan faciliteiten. Droogte is een klimaatprobleem dat sluipenderwijs groter wordt, met steeds funester gevolgen. Naast droogte wordt bodemdaling als ernstig probleem beschouwd. Klimaatadaptatie biedt ook kansen om het typische landschap in Alblasserwaard-Vijfheerenlanden te behouden en de recreatieve waarde hiervan te vergroten. Het is voor de verdere uitvoering van belang om waarden vanuit landschap en recreatie mee te nemen in de verdere afwegingen.
Wat doen we nu al om risico’s te verminderen?
Hoe gaan we bereiken dat we klimaatbestendiger worden?
•
Doel 14: De agrariër belonen voor natuur-en landschapsbeheer kan
•
Vanuit de provincie Utrecht wordt er gewerkt aan een kansenkaart voor klimaatadaptatie voor het open landschap van de Hollandse Waterlinies. Deze kaart brengt in beeld waar de kansen liggen voor klimaatopgaven zoals waterberging en het tegengaan van hittestress. Zo wordt klimaatadaptatie aangesloten bij de opgave voor de bescherming van het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies.
De regio A5H ontwikkelt een visie op het landschap van de toekomst voor de transitie van ons productielandschap waarin klimaatadaptatie een vanzelfsprekende rol krijgt. Hiermee bouwt de regio voort op de opbrengsten van de EO Wijersprijsvraag. Een subsidieaanvraag “Open Prachtige Productielandschappen” bij het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie is in de maak.
voorwaarden scheppen voor een landschap dat weerbaarder is voor klimaatverandering. We zoeken aansluiting bij het landbouwbeleid om samen de mogelijkheden te verkennen voor verbreding van het agrarisch bedrijf.
Doel 15: Klimaatadaptatie en CO2 -opvang kunnen met het plaatsen van bomen worden aangepakt. Een visie op een goede inpassing van bomen en andere groenelementen in het gebied is nodig in relatie met effectiviteit van weidevogelbeheer. In droge bodem vinden weidevogels weinig voedsel en door het ontbreken van bloemen zijn er weinig insecten voor vogeljongen. Als het gras al vroeg in het voorjaar gemaaid wordt kunnen jonge vogels zich niet meer verstoppen voor roofdieren die zich in bomen ophouden.
Doel 16: Meekoppelen met de veenweidestrategie om de bodemdaling af te remmen en emissies van broeikasgassen te verminderen.
Welke ambities streven we na? Ambitie O: Infrastructuur en Vitale objecten in de A5H zijn waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Eigenaren en beheerders hebben dit goed in beeld en weten waar en hoe ze ermee om moeten gaan.
Ambitie P: Vitale en kwetsbare functies zijn bestand tegen de gevolgen van extreme of langdurige hitte.
3.5 Infrastructuur en Vitale objecten Wat zijn de uitdagingen rondom klimaatadaptatie? Infrastructuur en Vitale Objecten
De regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden ligt in het overstromingsgevoelige deel van Nederland. Het kan een keer misgaan bij een dijkdoorbraak. In dat geval overstroomt het hele of een deel van het gebied vanuit de grote rivieren inclusief vitale objecten, zoals ziekenhuis en huisartsenposten, scholen, verdeelstations voor elektriciteit, de drinkwater voorziening, pompen en gemalen, internet en de risicovolle industrie inclusief gevaarlijke stoffen. Er kan een waterdiepte ontstaan van drie tot vijf meter. Het tegenovergestelde kan ook voorkomen. Droogte en hitte kunnen niet alleen effect hebben op onze gezondheid, maar ook op de bodem. Denk hierbij aan het effect op ondergrondse leidingen (drinkwater, riool, kabel, elektra) en op de vervorming van spoorrails en bruggen. Voor de ondergrondse leidingen is bodemdaling ook een risico. Net als dat door bodemdaling belangrijke infrastructuur verzakt zoals bijvoorbeeld de Betuwelijn en de spoorlijn Leerdam, Gorinchem, Sliedrecht.
Ambitie Q: Voor waterveiligheid hanteren we het principe van meerlaagsveiligheid. Deze benadering werkt in drie ‘lagen’. De eerste laag is: het zoveel mogelijk voorkomen van een overstroming (preventie). De tweede laag richt zich op het realiseren van een duurzame ruimtelijke inrichting (gevolgen beperking). De derde laag zet in op een betere (organisatorische) voorbereiding op een mogelijke overs troming (rampenbeheersing).
Wat doen we nu al om risico’s te verminderen?
Hoe gaan we bereiken dat we klimaatbestendiger worden?
•
Doel 17: Eigenaren en beheerders voeren stresstesten uit en nemen op
•
Provincie Utrecht werkt samen met de Veiligheidsregio Utrecht en de inliggende gemeenten en waterbeheerders om de gevolgen van overstromingen te beperken, waarbij er o.a. wordt gekeken naar het bestand maken van vitale en kwetsbare objecten tegen overstromingen. De provincie Zuid-Holland heeft, gezamenlijk met de veiligheidsregio een onderzoek gedaan naar de zelfredzaamheid van inwoners bij een overstroming. Dit onderzoek vond plaats binnen het programma FRAMES.
•
Het waterschap voert tot 2050 het Hoogwaterbeschermings programma uit. Doel van dit programma is om de rivierdijken, waaronder Dijkring 16, te versterken op basis van de nieuwste normen. Het waterschap werkt ook aan de versterking van de regionale keringen van het boezemwatersysteem.
•
In veel gevallen maken beheerders afzonderlijk al een klimaatstress test voor hun bedrijfsmiddelen. Zo wordt er bijvoorbeeld bij de rijkswegen A15 en A27 bekeken welke kwetsbaarheden zich voordoen door klimaatverandering.
basis hiervan beslissingen over aanpassingen aan hun bedrijfsmiddelen.
Doel 18: We volgen de landelijke ontwikkelingen bij grote netwerkbeheerders, zoals ProRail, Stedin en de Gasunie. En we gaan in gesprek om klimaatbestendiger te worden.
Doel 19: Het bewustzijn bij ondernemers en eigenaren vergroten die gelegen zijn in een overstromingsgevoelig gebied. Zo kunnen z e anticiperen om de gevolgen van wateroverlast te beperken.
We maken de omslag in denken van ‘Wat wil ik hier?’ naar ‘Wat kan ik hier?’
3.6 Strategische richtlijnen Uit de klimaatwerkplaatsen zijn, naast de eerder genoemde ambities en doelen, een aantal strategielijnen gekomen voor de verdere samenwerking in het gebied.
3. We nemen vanu it onze eigen adaptatie ten uitvoering te brengen in de regio. rol verantwoordelijkheid voor 2. We werken onszelf en de regionaal samen 1. Het natuurlijke o mgeving als één gebied systeem is ons Er is niet één partij die de primaire verantWeersextremen treffen iedereen. woordelijkheid heeft voor het overkoepelend uitgangspunt Klimaatadaptatie is daarmee zowel een verhaal over risico’s, kansen en maatregelen, publieke als private opgave. Samenwerken maar ‘Als eigenaar van het probleem ben je voor verdere betekent erkennen, waarderen en inzetten van ook eigenaar van de oplossing’. We spreken verschillende rollen die publieke en private af niet te wachten tot een ander het oplost of ontwikkeling partijen hebben. Doordat we niet precies weten op een centrale regie. We leveren een actieve Deze strategielijnen zijn belangrijk om op een effectieve manier de klimaat
We maken de omslag in denken van ‘Wat wil ik hier’ naar ‘Wat kan ik hier’ gegeven het natuurlijke systeem. De bodemkwaliteit (de grondsoort), het ecosysteem en het watersysteem zijn bepalend in het grondgebruik en de landschappelijke waarde die daaruit voortkomt.
hoe het klimaat verandert, krijgen we steeds te maken met nieuwe informatie, omstandigheden en kennis. We zullen ons voortdurend moeten aanpassen. Door samen te werken in een iteratieve, zich herhalende aanpak (weten, willen en werken) en voortdurend te ontwikkelen, worden we gezamenlijk ‘volwassener’ op dit thema. Zo zorgen we ervoor dat we met meer samenhang, kennis en slagvaardigheid zijn voorbereid op het klimaat van de toekomst.
bijdrage aan klimaatadaptatie vanuit onze eigen mogelijkheden en vanuit een zelf-overstijgend perspectief.
4. We zoeken naar integrale oplossingen Klimaatadaptatie raakt aan én kan onderdeel zijn van oplossingen voor andere maatschappelijke opgaven. We hebben oog voor andere opgaven en zoeken verbinding met opgaven rondom biodiversiteit, landbouw, beleving bij water en recreatie, CO 2 -uitstoot, stikstof, woningbouw, transitievisie warmte en energietransitie. Integrale oplossingen ontstaan door een combinatie van verschillende invalshoeken, creativiteit, innovatie, techniek en uitproberen. We scheppen ruimte om tot meer integraliteit te komen.
5. We vergroten de bewustwording Het is nodig om bewustwording over, en gezamenlijk eigenaarschap van, klimaatverandering en - adaptatie te creëren, door kennis over de risico’s en kansen voor de regio te delen. Van onbewust naar bewust klimaatbewust door bijvoorbeeld Groen als de oplossing te presenteren van veel klimaatproblemen in de bebouwde omgeving. Mooie groene openbare ruimtes en tuinen in de communicatie te koppelen aan klimaatadaptatie.
6. We benutten de kennis, expertise, voorbeelden en ervaring die er is Om de regio vooruit te brengen zullen we nieuwe en verbeterde processen, technologieën en infrastructuren aanmoedigen en pilots, experimenten en kennisuitwisseling ondersteunen. Klimaatadaptatie zou een leeromgeving moeten zijn. Om tot passende oplossingen te komen is het belangrijk dat we toegang hebben tot de juiste data en kennis van buiten op het juiste moment. We maken gebruik van kennis uit de streek, leren van elkaar en van vroeger (hoe mensen vroeger leefden rekening houdend met hoog water - op oude woonheuvels).
7. We maken werk met werk Het streven is dat we klimaatadaptatie als vanzelfsprekend meenemen in de dagelijkse praktijk, projecten, beheer, beleid, gebiedsontwikkeling en omgevingsvisies. Dit kan door klimaatadaptieve maatregelen, bijvoorbeeld bij herinrichting van de openbare ruimte, wegreconstructies, vervanging en onderhoud van riool, renovatie of nieuwe woningbouw.
‘Naast het weer bepaalt de k waliteit van het landschap in grote mate of een plek aantrekkelijk is voor r ecreatie. Een toenemend aantal mensen, z owel van uit de regio zelf als van daarb uiten, wil de rust, de cultuurhistorie, de biod iversiteit en de landschappelijke waarden opzoeken.’
‘Wij willen initiatieven vanuit de samenleving die een bijdrage leveren aan een klimaatbestendige en water robuuste regio faciliteren.’
Hoofdstuk 4: De vervolgaanpak 4.1 Concrete projecten Dit hoofdstuk beschrijft de stap werken : concrete projecten en de investeringen, capaciteit en middelen die hiervoor nodig zijn vastleggen in uitvoeringsplannen. Een regionale uitvoeringsagenda is het vervolg op de RAS. Dit hoofdstuk gaat in op hoe we daar gaan komen. De Regionale Adaptatiestrategie zet de koers uit waarlangs A5H zich wil aanpassen aan de veranderingen van het klimaat. Deze strategie biedt het kader en de uitgangspunten voor een toekomstbestendige ontwikkeling van de regio. Zij zorgt ervoor dat voortaan bij elke (ruimtelijke) ontwikkeling vanaf het begin van het proces onderwerpen als hitte, droogte, wateroverlast, bodemdaling op de agenda staan.
Het is onmogelijk en ook onwenselijk om in 2021 een complete blauwdruk voor de aanpak en uitvoering van onze klimaatbestendige regio tot en met 2050 te maken. Dit ontslaat ons niet van de verplichting om nu keuzes te maken voor de komende periode. Het aanpakken van het klimaatprobleem is een transitie, een veranderkundige opgave met een procesmatig karakter. Een weg van onzekerheden, waarbij we steeds opnieuw moeten uitvinden welke aanpak en welke netwerken de meest doelmatige oplossingen opleveren. Als we handelen in samenwerking met de regio en/of bewonersinitiatieven ondersteunen, levert dat een grotere maatschappelijke meerwaarde op. Zo is deze strategie ook tot stand gekomen. Ook in de uitvoeringsfase kenmerkt onze aanpak zich door samenwerken, meekoppelen en kennisdelen. Dit zoveel mogelijk in samenhang met andere opgaven.
4.2 Samen de schouders eronder De eerstvolgende stap, na besluitvorming over de voorliggende RAS, is het organiseren van een regionale bijeenkomst. Doel van deze bijeenkomst is dat naast de betrokken overheden (gemeenten, provincies en waterschap) ook onze gebiedspartners (samenwerkingsorganisaties) het manifest ondertekenen. We vragen aan onze gebiedspartners en iedereen die de schouders onder klimaatadaptatie wil zetten zich te committeren aan het doel: in 2050 zijn we een waterrobuuste en k limaatbestendige regio.