Ontwerp omgevingsvisie Alblasserdam.pdf
Tekst van het document
21
Wat willen we bereiken? • Een bedrijvig dorp waarin iedereen kan meedoen. • Onderwijs en werk stimuleren omdat dit een basis is voor bestaanszekerheid. • Creëren van een ander soort werkgelegenheid, passend bij ‘fit en groen’ (denk aan vakwerk voor de energietransitie, werk op het gebied van sport, recreatie en groenvoorzieningen, innovatieve bedrijvigheid) • Behoud werkgelegenheid in de buurt. Ook werk voor praktisch geschoolden. • Alblasserdam is ook een forensendorp: werk in de regio bereikbaar houden en thuiswerken stimuleren.
2.
Mensen stimuleren tot een gezonde leefstijl (meer bewegen, gezond eten). Met name de 2e manier kent grenzen aan de invloed die je als overheid kunt uitoefenen. Tegelijkertijd is het een belangrijk thema binnen het motto ‘Fit en groen’.
Wat willen we bereiken? • Een gezonde samenleving, met voldoende mogelijkheden tot bewegen. • Minder ziekte, stress en uitval van mensen. • Laagdrempelige- (bereikbare) voorzieningen organiseren die de gezondheid bevorderen (zowel op het gebied van zorg als een gezonde openbare ruimte).
Hoe willen we dat bereiken? • Inzetten (faciliterend) op aan het werk helpen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (Praktijkleren, Techniekroute). • Bedrijventerreinen efficiënter benutten (meer werkgelegenheid). • Vervuilende bedrijven en bedrijven met weinig werkgelegenheid verplaatsen, innovatieve bedrijven aantrekken. • Bij nieuwe ontwikkelingen functiemenging op bepaalde bedrijventerreinen stimuleren (zie ook 3.3). • Faciliteren goed internet.
Hoe willen we dat bereiken? • Gezondheid bevorderen door: • Bewegen stimuleren: voorzieningen zoals speeltuinen, sportverenigingen en zwembad laagdrempelig en op orde houden, voldoende groen, groengebieden verbinden, fiets- en wandelroutes. • Gezond eten stimuleren. • Inzetten op rookvrije generatie. • Luchtkwaliteit verbeteren. Bedrijven met grote milieu-impact stimuleren gezonder te produceren of verplaatsen. Uitvoering geven aan maatregelen Schone Lucht Akkoord, waaronder uitstoot fijnstof verminderen.
3.2.4 Gezondheid Wat speelt er? De kwaliteit van de leefomgeving is slechter dan gemiddeld in Nederland. De leefbaarheid en gezondheid van onze inwoners staan onder druk. Gezondheid is een van de belangrijkste thema’s onder de Omgevingswet. Een gezonde leefomgeving kan op twee manieren worden beïnvloed: 1. Mensen zo min mogelijk blootstellen aan negatieve milieueffecten. Dit doen we door wettelijke normen te hanteren die uit ons milieubeleid voortkomen (geluid, lucht, geur, etc.). Hiernaast hebben wij ons als gemeente ook gecommitteerd aan de doelstellingen van het Schone Lucht Akkoord. Schone lucht is van levensbelang.
3.2.5 Klimaatadaptatie Wat speelt er? Deze opgaven overstijgen de gemeente ruimschoots en spelen op mondiaal niveau. De hele wereld is ervan doordrongen dat we maatregelen moeten treffen om voorbereid te zijn op klimaatverandering. In Nederland, als een van de belangrijkste delta’s van Europa, geldt dat in bijzondere mate. Elke gemeente moet adaptief ingericht worden om wateroverlast en hittestress zoveel mogelijk te beperken. 22
Wat willen we bereiken? • Een klimaatbestendig dorp. • Omgaan met- en voorkomen van overlast die de klimaatverandering met zich meebrengt.
Hoe willen we dat bereiken? • Terugdringen gebruik fossiele brandstoffen (voorkomen CO2 uitstoot) door: - Energie besparen (stimuleren fiets en openbaar vervoer, gebouwen isoleren). - Gezonde mobiliteit (aantrekkelijk maken bewegen, hanteren STOMP-principe1), meer laadpalen om elektrisch rijden te stimuleren. • Energiesysteem aanpassen. • Energieopwek, voornamelijk door zon op daken. • Energie en warmtevraagstuk regionaal oplossen (geen plek voor grootschalige opwek zon en wind). Warmtenet, all-electric oplossingen of duurzaam gas.
Hoe willen we dat bereiken? • Investeren in de buitenruimte: Sloten op diepte brengen, waterberging, bomen, beheer. Voorbeeldgedrag. • Ook acties zoals tegelwippen en regentonnen, alles helpt (ook bewustwording). • Onderzoeken waar hittestress en wateroverlast kunnen optreden: daar bomen planten, verharding waterdoorlatend maken, overbodige verharding verwijderen. • Waterberging realiseren bij nieuwe projecten. • Door het waterschap laten onderzoeken of buitendijks bouwen in de toekomst nog mogelijk is en of de dijk voldoende hoog is. • Uitwerking in Duurzaamheidsagenda (energie, klimaat, circulariteit), Energiestrategie Drechtsteden en Transitievisie warmte.
3.2.7 Circulariteit Wat speelt er? Circulariteit gaat verder dan recyclen. In een circulaire economie bestaat er geen afval. Afval wordt gezien als grondstof voor nieuwe producten. Momenteel leven we in een lineaire economie (wegwerpmaatschappij). Daardoor gebruiken we meer grondstoffen dan de aarde kan leveren. In een circulaire economie zorgen we er juist voor dat de waarde van grondstoffen behouden blijft. Een tussenstap is een economie met recycling. In die fase begeven we ons nu.
3.2.6 Klimaatmitigatie Wat speelt er? Naast dat we voorbereid moeten zijn op de gevolgen van klimaatverandering, moeten we ook proberen de verandering van het klimaat zoveel mogelijk af te remmen. Wat willen we bereiken? • Terugdringen gebruik fossiele brandstoffen. • RES-doelstelling behalen: 0,37 Terawattuur duurzame energie opwekken in 2030.
1 STOMP; prioriteitsvolgorde van Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a service,
Privéauto. 23
Wat willen we bereiken? • Voorkomen onnodige uitputting van grondstoffen. • Verkleinen ecologische voetafdruk.
3.2.9 Ondersteuning Wat speelt er? Om bij te dragen aan gezond en veilig opgroeien, passend wonen en actief kunnen meedoen in de samenleving, moet toegang tot maatwerkvoorzieningen en andere vormen van ondersteuning georganiseerd worden.
Hoe willen we dat bereiken? • Stimuleren en uitwisselen hernieuwbare energie. • Stimuleren circulaire bedrijvenclusters (afval = grondstof). • Achteraf afval scheiden. • Circulair bouwen (voorbeeldgedrag). • Aantrekken van innovatieve bedrijven op het gebied van circulariteit • Uitwerking in duurzaamheidsagenda (energie, klimaat, circulariteit).
Wat willen we bereiken? • Een goede sociale basis voor iedereen. Hoe willen we dat bereiken? • Eenzaamheid voorkomen door voldoende ontmoetingsplekken binnen en buiten en alle voorzieningen en openbare ruimte voor iedereen veilig, bereikbaar en toegankelijk. • Armoede voorkomen door te zorgen dat zoveel mogelijk mensen kunnen werken en kinderen goed mee kunnen doen op school en deel kunnen nemen aan sport en verenigingsleven.
3.2.8 Bestaanszekerheid Wat speelt er? Iedereen heeft recht op bestaanszekerheid: een bestaan met voldoende en voorspelbaar inkomen, een woning, toegang tot onderwijs en zorg en een buffer voor onverwachte uitgaven.
3.2.10 Samenleving Wat speelt er? Er komen veel nieuwe ontwikkelingen op de samenleving af. Wij vinden het belangrijk dat de samenleving mee kan denken over deze opgaven en hoe wij die tegemoet treden. De sociale cohesie, die kenmerkend is voor ons dorp, is hiervoor een belangrijk uitgangspunt. Die moeten we koesteren en benutten om ons dorp leefbaar te houden.
Wat willen we bereiken? • Alle Alblasserdammers moeten hier kunnen wonen. • Alle Alblasserdammers moeten mee kunnen doen in onze samenleving. Hoe willen we dat bereiken? • Realiseren van betaalbare woningen. • Ontplooiingsmogelijkheden (onderwijs, leerwerkplekken) bieden. • Bereikbaar werk. • Gezonde, duurzame woningen (energiearmoede voorkomen). • Nabijheid/ of betaalbare bereikbaarheid van voorzieningen. • Aansluiten bij de regionale visie sociaal domein Drechtsteden.
Wat willen we bereiken? • Een hechte gemeenschap die naar elkaar omkijkt. Hoe willen we dat bereiken? • Betrokkenheid vergroten. • Een veilige openbare ruimte. • Spreiding doelgroepen. • Bloeiend verenigingsleven. 24
•
Inclusiviteit.
3.2.11 Veiligheid Wat speelt er? We hebben te maken met een breed scala aan fysieke en sociale veiligheidsrisico’s in de gemeente. Dit heeft onder meer te maken met onze ligging in de Randstad met bijbehorende grootstedelijke problematiek, onze ligging aan groot vaarwater en de A15 met veel vervoer van gevaarlijke stoffen en de aanwezigheid van bedrijven in hogere milieucategorieën. Veiligheid is op te delen in fysieke veiligheid en sociale veiligheid. Fysieke veiligheid draait om de bescherming tegen leed door ongevallen of incidenten van een niet-menselijke oorsprong (of niet opzettelijk menselijk handelen). Denk hierbij bijvoorbeeld aan overstromingen en incidenten met gevaarlijke stoffen. Sociale veiligheid gaat over de bescherming tegen leed door opzettelijk menselijk handelen, zoals misdrijven, overtredingen en (sociale) overlast. Door maatregelen te nemen in de fysieke leefomgeving en de sociale leefomgeving, kunnen we deze risico’s zoveel mogelijk beperken.
• • • •
Wat willen we bereiken? • De veiligheid vergroten van iedereen die in onze gemeente woont, werkt of verblijft. • De kwaliteit van de leefomgeving vergroten door de fysieke en sociale veiligheid te verbeteren. Hoe willen we dat bereiken? • Stimuleren en bevorderen veiligheid en veilig gedrag. • Faciliteren dat iedereen bekend is met de risico’s en weet te handelen als dat nodig is. • De leefomgeving mede vormgeven volgens ontwerpprincipes voor veiligheid. De inrichting van de openbare ruimte heeft een belangrijke functie om fysieke en sociale overlast en criminaliteit tegen te gaan. Voor sociale veiligheid is van belang: zichtbaarheid, aantrekkelijkheid, eenduidigheid en toegankelijkheid. Sociale controle is beter mogelijk 25
door een overzichtelijke ruimte met voldoende verlichting en voldoende overzichtelijke voorzieningen voor jongeren om overlast door bijvoorbeeld hangjongeren te voorkomen. De leefomgeving moet ook klimaatadaptief en verkeersveilig worden ingericht. Bij nieuwe ontwikkelingen is het belangrijk om goed na te denken over de inrichting van een gebied om mensen te beschermen tegen gevaren van een brand, explosie of een gifwolk. Het sociaal vangnet vergroten. Update Integraal Veiligheidsbeleid. Opstellen hoogwaterbestrijdingsplan. Preventie en handhaving.
26
3.3
Ambities per gebied
Wat willen we bereiken? • Gezonde en toekomstbestendige wijken met per doelgroep passende duurzame woningen en bereikbare voorzieningen. • Een woningvoorraad die past bij de identiteit van Alblasserdam.
In Alblasserdam is een aantal gebieden dat zich van elkaar onderscheidt. Dat kan functioneel zijn maar ook stedenbouwkundig of qua uitstraling. De ambities die we nastreven, verschillen navenant. Wij stellen de volgende gebiedsindeling voor waarin we de beleidsdoelen beschrijven. De gebieden worden zo nodig nader gespecificeerd in subgebieden. De (deel)gebieden zijn ook op de kaart terug te vinden.
Hoe willen we dat bereiken? • De bestaande woningvoorraad verduurzamen waar mogelijk (isoleren, zonnepanelen op daken, etc.). • Sloop nieuwbouw plegen waar verduurzaming niet goed mogelijk is. • Bij sloop nieuwbouw de beeldkwaliteit die past bij de locatie nadrukkelijk meewegen. • Bij sloop nieuwbouw mogelijkheden benutten om meer woningen te bouwen met behoud en versterking van een groene openbare ruimte (tegengaan hittestress), die uitnodigt tot beweging en ontmoeting. Om groen in te passen, moeten we vaak hoger bouwen dan wat er nu staat. Dit moet passen in het stedenbouwkundig beeld en bij de identiteit van Alblasserdam (behoud van het dorps karakter).
Gebiedsindeling: 1. Woongebieden a. Bestaande woongebieden en studiegebieden voor herstructurering b. (Grote) gebiedsontwikkelingen tot en na 2030 2. Centrumgebied 3. Werkgebieden 4. Sport, recreatie- en groengebieden, stadsrandfuncties 5. Agrarisch gebied 6. Natuurgebied
(Grote) gebiedsontwikkelingen tot en na 2030 Waar hebben we mee te maken Tot 2030 wordt er op verschillende locaties nieuwbouw gepleegd. Deze locaties zijn inmiddels vastgelegd in het omgevingsplan. Deze woningen worden duurzaam gerealiseerd met de klimaatdoelen in het achterhoofd. Na 2030 zijn er nog steeds nieuwe woningen nodig. Niet alleen om te voorzien in voldoende aanbod voor de verschillende doelgroepen, maar ook om het draagvlak voor een aantal voorzieningen te versterken. Daarnaast vraagt de groei ook om uitbreiding van bepaalde voorzieningen. Voor extra woningen na 2030 zijn op dit moment geen bouwlocaties beschikbaar.
3.3.1 Woongebied Bestaande woongebieden en studiegebieden herstructurering Waar hebben we mee te maken? Alblasserdam heeft een bestaande woningvoorraad met een grote variatie in soorten woningen, kwaliteit en bouwjaar. De woningvoorraad past niet helemaal bij de vraag naar woningen. Met name voor jongeren en starters en voor het groeiend aantal ouderen is het aanbod beperkt. Ook zijn veel woningen niet levensloopbestendig en is onvoldoende sprake van doorstroming. Ook is de bestaande woningvoorraad in beperkte mate duurzaam. Veel woningen zijn te verduurzamen, maar voor sommige woningen geldt dat verduurzaming niet goed mogelijk is. Voor die woningen moet worden overwogen of sloop-nieuwbouw de juiste oplossing is.
Wat willen we bereiken? • Voldoende woningen voor onze inwoners, ook na 2030. Een woningvoorraad en bijbehorende voorzieningen gericht op de verschillende doelgroepen zoals die in de Woonzorgvisie zijn benoemd. 27
• •
•
•
Een woningvoorraad die duurzaam gebouwd is en ook duurzaam in gebruik (0 op de meter). Een woningvoorraad die aansluit bij ‘Fit en groen’ (groene en openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen) en waar de parkeerbehoefte wordt opgelost binnen het project. Een voorzieningenniveau dat past bij de uitbreiding van woningen (winkels, onderwijs, zorg).
De keuze past beter bij fit & groen (verplaatsing milieubelastende bedrijven, sportpark op huidige locatie behouden); • Op termijn zullen bedrijven die nu niet kunnen uitbreiden willen verplaatsen. 2. Herstructurering in bestaande woongebieden ten noorden van de Alblas. Op beperkte schaal kunnen plekken met minder kwaliteit of woningen die niet goed te verduurzamen zijn, geherstructureerd worden. Ook hier geldt dat behoud en versterking van een groene openbare ruimte randvoorwaarde is. Dat betekent dat hoger gebouwd moet worden dan de huidige situatie. Stedenbouwkundige kwaliteit en behoud van het dorps karakter zijn belangrijke randvoorwaarden. In verband met behoud van de bereikbaarheid gaat dit om een beperkt aantal woningen. Elk initiatief is maatwerk.
Hoe willen we dat bereiken? • Tot 2030 benutten we de bestaande nieuwbouwlocaties die inmiddels zijn vastgelegd in het omgevingsplan. • Om ook na 2030 in de woningbehoefte te kunnen voorzien, zetten wij in op twee sporen: 1. Transformatie van bedrijventerrein Vinkenwaard-Noord naar een woon-werkgebied, waar het leeuwendeel van de woningbehoefte gerealiseerd wordt. Bedrijven en voorzieningen die passen bij de woonfunctie, kunnen in het gebied een plek krijgen in de plinten van nieuwe woongebouwen. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken is verplaatsing van bedrijven met een hoge milieubelasting noodzakelijk. Deze willen we verplaatsen naar een andere plek in de regio (zie ook 3.3.3). We zetten in op gezonde, duurzame en innovatieve bedrijven. Het spreekt voor zich dat realisatie pas op langere termijn (na 2030) en gefaseerd kan plaats vinden. Gesprekken met samenwerkingspartners moeten worden gestart en het (nog te ontwikkelen) situationeel grondbeleid zal worden ingezet. Ook zullen gesprekken met de regio en provincie moeten plaats vinden voor de herstructurering van het bedrijventerrein en de verplaatsing van bedrijven met een (te) hoge milieubelasting.
3.3.2 Centrumgebied Waar hebben we mee te maken? Alblasserdam kent een compact centrum rondom de Dam, Plantageweg, Cortgene en winkelcentrum Makado. Naast winkels zijn hier de belangrijkste voorzieningen aanwezig, zoals het gemeentehuis, de bibliotheek, het Brughuis, De Landvast en een aantal zorgvoorzieningen. Ook is de horeca in het centrum goed vertegenwoordigd. Wat willen we bereiken? • We willen in het centrum het voorzieningenniveau op peil houden en dit ook goed bereikbaar houden voor inwoners, met name voor langzaam verkeer, zodat we mensen stimuleren te wandelen en te fietsen. • In het kader van klimaatadaptatie, willen we het centrum verder vergroenen en minder verstenen. • We willen het centrum levendig houden door mogelijkheden voor ontmoeting en horeca in stand te houden en te versterken.
In de afweging met de andere potentiële locatie (Sportpark Souburg) biedt Vinkenwaard-Noord de volgende voordelen: • De ligging nabij het dorp (zeker als een (fiets)brug gerealiseerd kan worden ter hoogte van de Voltastraat); 28
Hoe willen we dat bereiken? • Ruimte bieden aan centrumvoorzieningen en deze mee laten groeien met de groei van het dorp. • Uitvoering geven aan het groenstructuurplan. • Realisatie van voorzieningen voor voetgangers en fietsers.
• •
3.3.3 Werkgebied Waar hebben we mee te maken? Een groot deel van het grondgebied van Alblasserdam bestaat uit bedrijventerrein (ten zuiden van de Alblas). In Alblasserdam is van oudsher maritieme industrie gevestigd: scheepswerven en aanverwante bedrijvigheid. De haven is zeer nadrukkelijk aanwezig in het centrum van Alblasserdam en bepaalt voor een deel het karakter van het dorp. Behoud van bedrijvigheid en werkgelegenheid is speerpunt van beleid. De gemeente zet al langer in op verduurzaming en behoud van werkgelegenheid.
bedrijven in de hogere milieu categorieën zal gecompenseerd moeten worden in de regio. Zowel in de omgevingsvisie als in het omgevingsplan moet worden aangestuurd op verduurzaming. Nieuwe bedrijven moeten substantieel bijdragen aan werkgelegenheid.
3.3.4 Sport- recreatie- en groengebied, dorpsrandfuncties Waar hebben we mee te maken? Alblasserdam heeft een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen op het gebied van sport, recreatie en groen. Ook de directe omgeving (Kinderdijk, Dordrecht, Biesbosch) biedt vele mogelijkheden voor recreatie. De bereikbaarheid van voorzieningen (met name Kinderdijk) blijft een aandachtspunt. Wat willen we bereiken? • Om gezondheid nog verder te bevorderen zorgen we voor behoud van voldoende ruimte om buiten te verblijven, te ontmoeten, te sporten en te recreëren.
Wat willen we bereiken? • Behoud van passende werkgelegenheid. • Behoud rol maritieme sector. • Schuifruimte voor bedrijven Vinkenwaard-Noord, waardoor menging van wonen en werken kan ontstaan. Hiervoor dienen bedrijven met een te hoge milieubelasting te worden verplaatst. • Inzet op efficiënt grondgebruik (minder grondoppervlak, meer werkgelegenheid). • Inzet op gezonde en circulaire bedrijven. • Stimuleren zon op dak en lokaal energie delen. • Vergroenen waar mogelijk.
Hoe willen we dat bereiken? • Behouden en versterken van sportgelegenheden. • Het verenigingsleven ondersteunen. • Behouden en toevoegen van groen binnen het dorp, ter bevordering van de mentale en fysieke gezondheid. • Rond het dorp behouden van ruimte voor dorpsrandfuncties, zoals volkstuinen, zorg en dergelijke. 3.3.5 Agrarisch gebied Waar hebben we mee te maken? Het agrarisch gebied van Alblasserdam heeft een grote landschappelijke waarde. Polder Kortland is in agrarisch gebruik. De landbouwgronden van Polder Blokweer zijn Natura-2000 gebied en hebben een natuurdoelstelling. De provincie wil de gronden aankopen of uitgaan van zelfrealisatie door
Hoe willen we dat bereiken? • Profileren maritieme maakindustrie. • Om schuifruimte voor Vinkenwaard-Noord te vinden, zal het gesprek met provincie en regio moeten worden aangegaan. Het uitplaatsen van
29
derden om deze doelstelling te realiseren. Daarnaast behoort de polder Blokweer grotendeels tot Unesco werelderfgoed.
Wat willen we bereiken? • We willen de unieke cultuurhistorische waarden van Werelderfgoed Kinderdijk behouden. • Wij zetten in op behoud en ontwikkeling van natuurwaarden en daarbij passend recreatief medegebruik. Rust en stilte is een belangrijke kwaliteit in de verder drukke Randstad en is ook nodig om de natuurwaarden in kwetsbare delen van natuurgebieden stand te houden. • Natuurontwikkeling polder Blokweer: De Provincie wil het nu nog grotendeels agrarische gebied aankopen, dorpsrandfuncties inpassen en een natuurgebied realiseren met bloemrijk grasland, moeras en vochtig hooiland. Dit doel kan ook worden bereikt door zelfrealisatie. De realisatie van natuur en een hoger waterpeil mag geen negatieve effecten hebben voor het dorp. • Verder zien wij mogelijkheden voor de aanleg van een wandel- en fietspad, zodat korte rondjes vanuit het dorp mogelijk worden. • Bestaande bouwpercelen kunnen een duurzame vervolgfunctie krijgen en een invulling met dorpsrandfuncties. Hergebruik en vernieuwing passend bij het verder open en cultuurhistorisch waardevolle landschap.
Wat willen we bereiken? • Het huidige agrarisch gebruik voortzetten, waarmee de karakteristiek van het cultuurlandschap in stand kan worden gehouden. • Recreatief medegebruik (wandelen en fietsen). • Natuurdoelstelling in polder Blokweer nastreven, met inpassing van de aanwezige stadsrandfuncties. • We willen de unieke cultuurhistorische waarden van Werelderfgoed Kinderdijk behouden. Hoe willen we dat bereiken? • De gemeente speelt een beperkte rol in het agrarisch gebied. In het omgevingsplan worden regels opgenomen ter bescherming van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische kwaliteiten. • Daarnaast willen we bestaande bedrijven voldoende ontwikkelruimte bieden met inachtneming van de kwaliteiten die we willen behouden. 3.3.6 Natuurgebied en natuurontwikkeling polder Blokweer Waar hebben we mee te maken? Wij hebben enkele natuurgebieden binnen onze gemeente. Polder Blokweer is grotendeels Natura-2000 gebied en deels Unesco werelderfgoed Kinderdijk. In de polder Blokweer ligt een opgave vanuit Natura 2000 waar de provincie actief op inzet. Dit betreft de gehele polder. Het gebied heeft ook een belangrijke betekenis als uitloopgebied, als recreatiegebied en voor diverse dorpsrandfuncties (zorg, kaasboerderij, volkstuincomplexen). De provincie heeft de intentie de polder Blokweer aan te kopen of de doelstellingen te behalen met zelfrealisatie door andere partijen.
Het beheer moet volledig in het teken komen te staan van de natuurdoelstelling. In de polder Kortland behoren ook enkele delen tot het natuurnetwerk Nederland.
Hoe willen we dat bereiken? • Overleg met de provincie en Staatsbosbeheer over de verdere invulling van Polder Blokweer en de mogelijkheden voor de twee bestaande agrarische bedrijven. Onderzoeken van de mogelijkheden of bestaande agrarische bedrijven een rol in het beheer kunnen spelen (agrarisch natuurbeheer) is onderwerp van dat gesprek. • De provincie betrekt alle partijen bij de natuurontwikkeling en beoogt hun belangen zoveel mogelijk mee te nemen. De gemeente is één van die partijen en zal haar belangen in dat proces inbrengen.
30
3.3.7 Zorglint Waar hebben we mee te maken? Er is in Alblasserdam behoefte aan ruimte voor zorgverlening en dagbesteding in een rustige groene omgeving. Dit zijn functies die niet goed in het bestaande dorp zijn in te passen. De dorpsrand is daarvoor de aangewezen plek. De dorpsrand is echter ook aangewezen als Werelderfgoed en Natura 2000 gebied.
Hoe willen we dat bereiken? • Beschermende regels zijn opgenomen in het omgevingsplan. 3.3.9 Landgoed Waar hebben we mee te maken? In Alblasserdam ligt het Huis te Kinderdijk. Het Park Huis te Kinderdijk is een overblijfsel van het landgoed. Het landgoed is beschermd als landgoedbiotoop, onderdeel van de groene long en deels privé-eigendom.
Wat willen we bereiken? • Wij willen de bestaande bouwmogelijkheden in de drie clusters ten noorden van de Middelwetering en de open gebieden langs de Middelwetering benutten voor zorg. • Gezien de belangen van Werelderfgoed en Natura 2000 koppelen wij dit zorglint aan beheer van het gebied. Terreinbeherende instanties zoals Staatsbosbeheer hebben immers ook behoefte aan beheerders. Met dagbesteding en beheer door grondeigenaren kan hier invulling aan worden gegeven.
Wat willen we bereiken? • De kwaliteiten van het landgoed (landschap, cultuurhistorie, biodiversiteit) willen we beschermen. • Benutten van het landgoed voor recreatief medegebruik. Hoe willen we dat bereiken? • Beschermende regels zijn opgenomen in het omgevingsplan. 3.3.10 Molenbiotoop / Werelderfgoed Kinderdijk Waar hebben we mee te maken? De molens zijn onderdeel van onze identiteit. We zijn trots op het werelderfgoed Kinderdijk met haar molens en ingenieuze watersysteem. Ondanks dat de omgeving van Alblasserdam rijk bedeeld is met molens, staan er op Alblasserdams grondgebied slechts twee. De vrije windvang voor molens wordt beschermd via molenbiotopen. Dat geldt ook voor molens die niet op grondgebied van de gemeente Alblasserdam staan.
Hoe willen we dat bereiken? • Wij gaan in gesprek met de provincie en grondeigenaren om de mogelijkheden voor een zorglint te onderzoeken en uit te werken om daarmee de nieuwe toekomst van het gebied goed te organiseren. 3.3.8 Beschermd dorpsgezicht Waar hebben we mee te maken? Alblasserdam heeft als één van de weinige dijkdorpen binnen de Drechtsteden nog steeds een herkenbaar historisch karakter.
Wat willen we bereiken? • We willen de unieke cultuurhistorische waarden van Werelderfgoed Kinderdijk behouden. Wij willen het vrije zicht, de vrije windvang over de polder naar de molens en het ingenieuze watersysteem behouden en recreatief benutten.
Wat willen we bereiken? • Wij beschermen dit gebied omdat dit onderdeel is van onze identiteit en aantrekkelijk voor inwoners en recreanten.
31
Hoe willen we dat bereiken? • In het omgevingsplan zijn regels gesteld ter bescherming van de molenbiotopen.
het waterpeil in de rivieren stijgen. Grondwater is ook onderdeel van het hoofdwatersysteem. Het noordelijk deel van de gemeente maakt deel uit van een grondwaterbeschermingsgebied en boringsvrije zone.
3.3.11 Hoofdgroenstructuur Waar hebben we mee te maken? Het groenblauwe raamwerk is essentieel voor een goed leefklimaat in ons dorp. Ook speelt het groenblauwe raamwerk een belangrijke rol in de wateropvang en het voorkomen van hittestress. Het raamwerk vormt de basis en de kwaliteitsdrager voor de ontwikkelingsmogelijkheden van Alblasserdam. Dit raamwerk is opgenomen in het Groenstructuurplan. De verbindingen van de groen- en natuurgebieden in en rond het dorp kunnen beter.
Wat willen we bereiken? • We willen het water kunnen blijven benutten voor de diverse functies die de hoofdwaterstructuur biedt. De waterstructuur maakt onderdeel uit van onze identiteit en willen we behouden. • Een veilig dorp, goed beschermd tegen mogelijk hoogwater van rivieren. • Ook moeten we ons wapenen tegen wateroverlast van heftige regenbuien en tegen verdroging (hoewel verdroging in de rivierklei- en veenpolders van de Alblasserwaard nauwelijks speelt). • De kwaliteit van het grondwater beschermen, gericht op een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening.
Wat willen we bereiken? • Recreatief medegebruik en ontmoeting, sport en bewegen zijn belangrijke doelen, naast behoud en versterking van de natuurwaarden. • Wij willen de groengebieden behouden en versterken. Wij willen het raamwerk versterken door het beter verbinden van gebieden voor zowel planten en dieren als mensen. De gebieden gaan we waar mogelijk vergroenen en aanpassen aan het veranderende klimaat.
Hoe willen we dat bereiken? • Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het bergen van water in tijden van wateroverlast. • We zullen verder continue in overleg zijn met het waterschap om het watersysteem optimaal te beheren en zo nodig tijdig dijken te verhogen, mede met het oog op tegengaan van wateroverlast en bescherming tegen hoogwater van de rivieren. • Regels opnemen in het omgevingsplan gericht op een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening.
Hoe willen we dat bereiken? • Nieuwe ontwikkelingen worden getoetst op hun bijdrage aan het groenblauwe raamwerk. • Uitvoeren van voet- en fietspaden en parkeervoorzieningen in passende (waterdoorlatende) materialen uitvoeren.
3.3.13 Hoofdinfrastructuur en Mobiliteitshub Poort aan de Noord Waar hebben we mee te maken? Binnen de huidige verkeersstructuur kennen we congestie van het verkeer van de A15, wat ten koste gaat van onze bereikbaarheid. We hebben te maken met sluipverkeer via Oud -Alblas en doorgaand verkeer door het dorp richting Nieuw-Lekkerland. Verder is het gebied ten noorden van de Alblas minder goed bereikbaar per auto omdat er slechts twee verbindingen zijn.
3.3.12 Hoofdwaterstructuur Waar hebben we mee te maken? Water is rond en binnen de gemeente alom aanwezig en is onderdeel van de identiteit van Alblasserdam. Water heeft een functie voor vervoer over water van goederen en mensen, voor recreatie, voor de landbouw en de natuur. Tegelijkertijd vormt water ook een bedreiging. Door klimaatverandering zal 32
Wat willen we bereiken? • Wij willen de bereikbaarheid van Alblasserdam verbeteren.
Wat willen we bereiken? • Een robuust elektriciteitsnet, waarvan ook het lokale net aangepast en verzwaard moet worden. Wij faciliteren de ruimte die daarvoor nodig is.
Hoe willen we dat bereiken? • door optimalisatie van het huidige wegennet en het voorkomen van doorgaand verkeer door het dorp (beter benutten). In het nieuw op te stellen gebiedsperspectief Poort aan de Noord komen duurzame mobiliteit en bereikbaarheid samen. In dit gebied, onder de brug, wordt niet alleen gewerkt aan een transferium, maar ook aan een mobiliteitshub (inclusief vervoer over water), busstation, truckparking en evenemententerrein. Het transferium voorkomt een deel van het verkeer op de dijk. • Herstructurering en capaciteitsverbetering van bestaande wegen. • Ontmoedigen van doorgaand verkeer in de spits. • Stimuleren van langzaam verkeer, onder meer door de aanleg van een fietsbrug over de Alblas. • Aantrekkelijke wandel- en fietspaden tussen de wijken. • Ook willen we in regionaal verband verbetering van het openbaar vervoer stimuleren, zorgen dat de doorstroming op de A15 wordt verbeterd en de ontsluiting van de kernen aan de westkant van de Alblasserwaard optimaliseren.
Hoe willen we dat bereiken? • Optimaal samenwerken met de netbeheerder en ruimte bieden voor faciliteiten die nodig zijn om het net te versterken. En daarbij die voorwaarden meegeven die borgen dat hoogspanningsverbindingen toekomstgericht en duurzaam worden aangelegd. • Stimuleren lokaal energiedelen. • Het net ontlasten door andere mogelijkheden te onderzoeken bijvoorbeeld met betrekking tot: o het warmtenet; o een programmatische aanpak voor opwek energie (met de regio).
3.3.14 Hoogspanningsverbinding / elektriciteitsnet Waar hebben we mee te maken? We hebben steeds meer elektriciteit nodig voor onder andere, laadpalen om de auto op te laden, warmtepompen om de woning te verwarmen, inductieplaten om op te koken, elektrificatie in de bedrijfsvoering van bedrijven en het toenemende aantal (al electric) woningen.
33
4. Hoofdlijnen uitvoering Het is belangrijk dat onze beleidsambities ook worden uitgevoerd. Om tot uitvoering van de omgevingsvisie te komen, hebben wij de inzet van verschillende partijen nodig. Daarom is het belangrijk om in de visie aandacht te besteden aan de samenwerking met het dorp, spelregels op te nemen voor initiatieven en na vaststelling van de visie er ook op toe te zien of het beleid werkt en desgewenst bij te sturen (monitoring).
4.1
betrekken. Samen staan we voor een leefbaar en duurzaam Alblasserdam. Daarnaast daagt de gemeente partijen uit om bij te dragen aan de ambities van de omgevingsvisie en bewaakt daarbij de randvoorwaarden en een zorgvuldige afstemming met omwonenden. Wij willen beweging in de samenleving graag benutten om verandering teweeg te brengen op een fitte en groene manier. Dat betekent dat de gemeente wil innoveren op haar werkwijze. Dit doen we door ruimte te bieden voor initiatieven die passen binnen de fitte en groene gedachte. Dat betekent dat wij initiatieven beoordelen op hun bijdragen aan onze gemeenschappelijke doelen en niet alleen aan regels. Zo nodig schrappen we regels, zodat er meer ruimte ontstaat voor nieuwe circulaire, klimaatadaptieve initiatieven, gezonde werkgelegenheid, etc.
Samenwerking
Samenwerking vindt op verschillende niveaus plaats. Om onze ambities te realiseren zijn de volgende partijen in beeld: • Initiatiefnemers die een ontwikkeling willen starten. Dit gebeurt op verschillende schaalniveaus (van individuele burgers tot ontwikkelende partijen); • De gemeente als initiatiefnemer. Denk bijvoorbeeld aan de rol van de gemeente bij de (inrichting en beheer van de) openbare ruimte; • Onze samenwerkingspartners in de regio (regio Drechtsteden, waterschap en andere ketenpartners, provincie).
Door een helder kader te bieden, wordt in een zo vroeg mogelijk stadium in het planproces duidelijkheid gegeven over de kans van slagen van een initiatief. Er wordt gestuurd op het creëren van meerwaarde en draagvlak. De gemeentelijke inzet en rol hangt af van de bijdrage van partijen aan onze ambities en de beoordeling van het initiatief. 4.1.3 Uitgangspunten rol initiatiefnemer Uitgangspunt is het creëren van plannen met meerwaarde, die een bijdrage leveren aan de doelen van de omgevingsvisie. Naar aanleiding van feedback vanuit de omgeving en belanghebbenden verbeteren plannen, waardoor actief draagvlak kan groeien.
4.1.1 Samenwerking met de regio Vele ontwikkelingen zijn specifiek voor Alblasserdam en kunnen we prima zelf oppakken. Veel ontwikkelingen pakken we samen met de regio op, omdat we regionaal afspraken hebben gemaakt en ook omdat we samen meer kunnen bereiken dan als Alblasserdam alleen. Deze ambities blijven onderwerp van gesprek en we agenderen die onderwerpen die voor Alblasserdam belangrijk zijn. 4.1.2 Uitgangspunten rol gemeente De gemeente is zelf op vele terreinen initiatiefnemer. Bij initiatieven van de gemeente willen we onze burgers en onze samenwerkingspartners graag 34
4.2
Hoe gaan we om met nieuwe ontwikkelingen
4.2.1 Algemene spelregels principebeoordeling Behoud en versterken van de bijzondere kwaliteiten van de gemeente staat centraal in deze omgevingsvisie. Aan deze aspecten (identiteit en waarden) mag geen afbreuk worden gedaan. Nieuwe initiatieven moeten substantieel bijdragen aan het behoud en de versterking van de doelen voor de verschillende deelgebieden. Het is belangrijk dat het initiatief voldoende breed wordt gedragen. We beoordelen initiatieven op de bijdrage aan de ambities in de omgevingsvisie en wegen mee in hoeverre er aan bepaalde andere ambities afbreuk wordt gedaan.
0
Stap
Toelichting
Binnenkomst initiatief via
Via het DSO vraagt de initiatiefnemer een gesprek
DSO
aan (per mail of telefoon). De gemeente stuurt erop aan dat er een vooroverleg wordt aangevraagd bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ)
1
Clusteren en stroomlijnen
Verzamelen van alle complexe initiatieven op één
initiatieven
centrale plek middels intakeformulier / zaaksysteem
2
Intakegesprek
Gesprek tussen initiatiefnemer en casemanager om ontbrekende informatie over initiatief op te halen
Verder moet een ontwikkeling uitvoerbaar zijn voor wat betreft de omgevingsaspecten (zoals ruimtelijke kwaliteit en milieunormen) en het beleid van andere overheden (waaronder het provinciaal beleid). Een initiatief moet uiteraard ook financieel uitvoerbaar zijn.
3
Voorbereiden intaketafel
Uitzetten adviesvraag aan intaketeam en vakspecialisten (intern) op basis van bestaande informatie initiatief
4
Intaketafel
Advies geven over wenselijkheid van het initiatief (past het initiatief binnen het beleid)
4.2.2 Initiatieven De procedure bij een initiatief, werkt met een intaketafel en een omgevingstafel. Deze procedure heeft als doel te bepalen of de gemeente Alblasserdam voornemens is om mee te werken met het initiatief. Het betreft initiatieven die niet passen binnen het omgevingsplan. In veel gevallen zal participatie daarom verplicht zijn. In figuur 4.1 is de procedure van intake- en omgevingstafel weergegeven.
5
Terugkoppeling intaketafel Terugkoppeling richting initiatiefnemer én bestuur over advies intaketafel en vervolgprocedure
6 (optie)
Voorbereiden
Bij positief advies intaketafel, uitzetten
omgevingstafel
adviesvraag aan vakspecialisten (en ketenpartners) voor 2e intaketafel of omgevingstafel. Initiatiefnemer praat mee
7 (optie)
Weging wenselijkheid In de eerste stap gebruiken wij een intakeformulier en het Afwegingskader complexe initiatieven. Hierin toetsen wij (intern) initiatieven en geven wij aan wat de effecten van het initiatief zijn op onze ambities (fit en groen). Draagt het initiatief in voldoende mate bij aan deze ambities of is het initiatief zodanig aan te passen, dan werken wij graag aan het initiatief.
Omgevingstafel
Advies geven in het kader van haalbaarheid van het initiatief
8
Terugkoppeling
Terugkoppeling richting initiatiefnemer én bestuur
omgevingstafel
over advies omgevingstafel en vervolgprocedure
Figuur 4.1. Procesbeschrijving: van initiatief tot concept vergunning
35
Figuur 4.2 geeft weer hoe wij de verschillende aspecten wegen, die rondom een initiatief spelen. Bij de weging van de wenselijkheid betrekken wij ook de uitkomsten van de participatie. Weging Fit en groen (1-5)
2. Besteedt het initiatief voldoende aandacht aan de aspecten die we voor Fit & Groen belangrijk vinden. Dit valt goed te illustreren aan de hand van een voorbeeld: Stel, er is een initiatiefnemer die op (een deel van) Vinkenwaard-Noord 200 woningen wil bouwen. De eerste afweging is, past het initiatief volgens de omgevingsvisie op Vinkenwaard Noord? Het antwoord is ja. We willen daar wonen en werken combineren, inclusief de bijbehorende voorzieningen. De tweede afweging zoomt verder in op het initiatief en gaat in op de vraag: hoe gaan we dat dan doen? Dan komt figuur 4.2 in beeld, waaruit blijkt dat het initiatief gepaard moet gaan met een inrichting die sterk bijdraagt aan klimaat-, energie- en gezondheidsdoelen. Uit de wegingstabel zou kunnen blijken dat we weinig waarde hechten aan wonen. Dat is geenszins het geval, want de locatie is juist aangewezen voor woningbouw op de lange termijn. Maar woningbouw an sich is niet de eerste zorg van het principe van Fit en groen. Werkgelegenheid, bestaanszekerheid en samenleving zijn dat wel. We zullen het initiatief dus mede beoordelen op haar bijdrage aan deze aspecten.
Effect initiatief op Fit en groen (-- tot ++)
Bereikbaarheid
2
Bestaanszekerheid
4
Circulariteit
3
Gezondheid
5
Klimaatadaptatie
5
Klimaatmitigatie
5
Ondersteuning
3
Werkgelegenheid
4
Woningbouw
1
Samenleving
4
In feite is de wegingstabel eerder een “checklist”, een hulpmiddel en gespreksleidraad om deze aspecten goed in beeld te krijgen. Aan de hand daarvan voeren initiatiefnemer, overheid en zo mogelijk andere partners, het gesprek dat bijdraagt aan het optimaliseren van het Initiatief. Op die manier wordt maximaal bijgedragen aan de doelen die we als gemeenschap samen hebben geformuleerd.
totaal
Figuur 4.2. Weging fit en groen
Participatie De gemeente Alblasserdam kent een lange traditie als het gaat om participatie. Door goede samenwerking mét en participatie dóór inwoners en partners kunnen we Alblasserdam een nog mooier dorp maken. Iedereen kan een waardevolle toevoeging geven aan een initiatief door kennis, vaardigheden of (financiële) middelen. Daarnaast helpt participatie om verschillende partijen in Alblasserdam tot elkaar te brengen en gezamenlijk verantwoordelijkheid te dragen voor ons dorp.
Het schema is geen rekenmodel, waarbij we plussen en minnen vermenigvuldigen met de wegingsfactoren en vervolgens optellen. Het geeft wel weer welke aspecten we belangrijk vinden om tot een fitte en groene gemeente te komen. Bij de afweging van initiatieven spelen 2 afwegingen in deze volgorde: 1. Past het initiatief binnen de omgevingsvisie (draagt het bij aan onze doelen); 36
Misschien heeft u ook een idee, initiatief of plan dat Alblasserdam mooier kan maken, fysiek of sociaal. Door dit met anderen te delen, kunnen de plannen nog beter uitgewerkt worden.
breder. Zo worden ook milieuaspecten en thema’s als gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid nadrukkelijk betrokken.
Bij participatie laat een initiatiefnemer personen of organisaties al vroeg in het proces meepraten of -denken over het initiatief, plan of activiteit. Dit zijn vaak personen en organisaties voor wie het initiatief, plan of activiteit gevolgen heeft. Zij kunnen aanpassingen aan uw initiatief voorstellen. Participatie betekent niet dat iedereen het uiteindelijk 100% eens is met het initiatief, maar dat er wel een actieve poging is gedaan om samen het initiatief te verbeteren. De spelregels voor participatie staan in ons participatiebeleid.
4.3
De hoeveelheid participatie moet in verhouding staan tot de gevolgen van het initiatief voor de omgeving. Over het algemeen geldt: hoe groter en veelomvattender het initiatief, hoe belangrijker het is om de omgeving te betrekken.
Via de Nota grondbeleid en Nota kostenverhaal sturen we op onze ruimtelijke en maatschappelijke doelstellingen en maken we gebruik van de instrumenten die beschikbaar zijn. Deze instrumenten zijn vastgelegd in de Omgevingswet (verevening, kostenverhaal en financiële bijdrage).
Weging uitvoerbaarheid Nadat we de wenselijkheid van het initiatief hebben vastgesteld, beoordelen wij ook de uitvoerbaarheid. De uitvoerbaarheid wordt integraal beoordeeld aan de omgevingstafel. Belangrijke elementen daarin zijn: • Beleidsmatige uitvoerbaarheid, waaronder ladder voor duurzame verstedelijking: voorkeursvolgorde binnenstedelijk (stenen voor stenen, restruimte, transformatie), als dat niet kan uitbreiding of afzien van initiatief. • Milieu- en overige randvoorwaarden. • Financiën en kostenverhaal. • Prioriteiten.
4.3.1 Kostenverhaal en financiële bijdragen De Omgevingswet kent op het punt van kostenverhaal bij gebiedsontwikkeling een onderscheid tussen enerzijds regulier kostenverhaal en anderzijds financiële bijdragen.
Kostenverhaal
De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen. Naast het kostenverhaal kan ook een vrijwillige financiële bijdrage gebiedsontwikkeling worden afgesproken. Dat is een bijdrage voor ontwikkelingen die niet onder het kostenverhaal vallen, maar wel bijdragen aan de kwaliteit van een gebied.
Regulier kostenverhaal is aan de orde als: • er sprake is van één of meer kosten van de kostensoortenlijst zoals die opgenomen is als bijlage IV van het Omgevingsbesluit; • er sprake is van kostenposten die toerekenbaar zijn aan de betreffende gebiedsontwikkeling (anders gezegd: er is causaal verband) en de gebiedsontwikkeling daar profijt van heeft; • er sprake is van een besluit tot wijziging van het omgevingsplan danwel van verlening van een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (samen genomen onder het begrip ‘planologisch besluit’) en
Eindafweging Uiteindelijk zullen wij in een eindafweging beoordelen of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (onder de Wro noemden we dat ‘een goede ruimtelijke ordening’). De afweging onder de Omgevingswet is 37
•
in dat planologisch besluit een aangewezen bouwactiviteit mogelijk wordt gemaakt in de zin van artikel 8.13 Omgevingsbesluit. In zulke gevallen is er sprake van verplicht kostenverhaal. Dit is geregeld in afdeling 13.6 van de Omgevingswet.
•
Daarnaast bevat afdeling 13.7 van de Omgevingswet een regeling over financiële bijdragen. De gemeente is niet verplicht die toe te passen. Maar als de gemeente die wil toepassen in anterieure overeenkomsten moeten de zaken waarvoor zij een bijdrage wenst een samenhang hebben met bouwactiviteiten (artikel 8.13 Omgevingsbesluit) of bepaalde specifieke bouw- of gebruiksactiviteiten (artikel 8.20 Omgevingsbesluit). Bovendien moeten die zaken in hun samenhang met die bouw en gebruiksactiviteiten worden benoemd in de omgevingsvisie of in een programma (artikel 13.22 Omgevingswet.
•
•
Transformatie van bedrijventerrein Vinkenwaard-Noord en de alternatieve vestigingsplek voor bedrijven die uit Vinkenwaard-Noord worden verplaatst. De herstructurering in bestaande woongebieden ten noorden van de Alblas. Woningbouwlocaties waar de gemeente – om specifieke redenen – toestaat dat er een lager aandeel dan 30% sociale huur wordt gerealiseerd.
Als kostenvragende ontwikkelingen worden aangemerkt: • Natuurgebied en natuurdoelstelling Polder Blokweer (realisatie natuurgebied met bloemrijk grasland, moeras en vochtig hooiland, aanleg wandel- en fietspad). • Hoofdgroenstructuur (recreatief medegebruik en ontmoeting, sport en bewegen; maatregelen tot behoud en versterking van de natuurwaarden en het beter verbinden van gebieden voor zowel planten en dieren als mensen en het vergroenen en aanpassen aan het veranderende klimaat; het aanleggen van voet- en fietspaden en parkeervoorzieningen). • Hoofdinfrastructuur en mobiliteitshub aan de Noord (optimalisatie van het huidige wegennet, het werken aan een transferium en een mobiliteitshub (inclusief vervoer over water), busstation, truckparking en evenemententerrein). • Woningbouwlocaties waar de gemeente – om specifieke redenen – bepaalt dat er een hoger aandeel dan 30% sociale huur wordt gerealiseerd.
De gemeente Alblasserdam wenst gebruik te maken van de mogelijkheid om financiële bijdragen over een te komen in anterieure overeenkomsten. Daartoe dienen de subparagrafen 2 en 3 van deze uitvoeringsparagraaf van de omgevingsvisie. De gemeente Alblasserdam wenst ook de mogelijkheden open te houden voor het toepassen van afdwingbare financiële bijdragen. Die zijn afdwingbaar via het omgevingsplan. De wettelijke regeling daarover is niet gelijk aan die voor anterieure overeenkomsten. 4.3.2
Financiële bijdragen: kostenvragers, kostendragers en hun samenhang Een deel van de ambities uit paragraaf 3.3. van de omgevingsvisie zijn met het oog op kostenverhaal en financiële bijdragen, te onderscheiden in kostendragende ontwikkellocaties en kostenvragers.
Samenhang De hiervoor genoemde kostenvragende ontwikkelingen zijn mede bedoeld voor de (ver)bouwmogelijkheden in en herstructurering van bestaande woongebieden, op het bedrijventerrein Vinkenwaard-Noord en op de alternatieve vestigingsplek. De investeringen in de natuurgebieden en in de hoofdgroenstructuur zijn bedoeld voor een algeheel gezond woon- en leefklimaat binnen de gemeente en daarmee ook voor de genoemde kostendragende ontwikkellocaties. Die profiteren er van mee. De
Als kostendragende ontwikkellocaties worden aangemerkt: • Bestaande woongebieden voor zover het sloop en nieuwbouw betreft. 38
investeringen in de hoofdinfrastructuur en de mobiliteitshub zijn bedoeld voor een veilig en goed bereikbare leefomgeving binnen de gemeente daarmee ook voor de genoemde kostendragende ontwikkellocaties/ Die profiteren er van mee.
WOZ-waarde van de percelen waar de ontwikkeling betrekking op heeft, uitgaande van marktconforme principes. Deze exploitatieopzet wordt dan door de gemeente getoetst op juistheid. Wanneer de gemeente tot de conclusie komt dat die exploitatieopzet inderdaad niet toelaat dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten én financiële bijdragen kunnen dragen, wordt de hoogte van de financiële bijdrage beperkt tot het niveau waarop deze nog wel gedragen kan worden door de geraamde opbrengsten.
In de omgevingsvisie bepaalt de gemeente Alblasserdam dat 30% van de woningen in de sociale huur gerealiseerd dient te worden (het beleidspercentage). Wanneer aan die norm niet wordt voldaan moet er elders gecompenseerd worden om – over de hele gemeente gezien – dit beleidspercentage te kunnen realiseren. Dat betekent dat voor elke ontbrekende sociale huurwoning er een compensatiebedrag aan de gemeente moet worden voldaan. De gemeente gebruikt deze compensatiebedragen om de extra financiële lasten die, vanwege het compenseren, ontstaan op de compensatielocatie op te kunnen vangen. Het maakt voor de ontvangende locaties niet uit of het gronden in eigendom van de gemeente danwel in eigendom van private partijen betreft. Compensatielocaties zijn die locaties waarvan de gemeente bepaalt dat er een hoger aandeel dan 30% aan sociale huurwoningen moet worden gerealiseerd.
4.4
Monitoring en relatie met andere instrumenten
De opbouw van de Omgevingswet volgt de beleidscyclus (zie figuur 4.3). De beleidscyclus biedt een structuur om de instrumenten van de Omgevingswet te ordenen.
4.3.3 Financiële uitvoerbaarheid Van de locaties waar de gemeente planologisch bouwontwikkelingen toestaat veronderstelt de gemeente dat deze financieel uitvoerbaar zijn. Het zijn ontwikkelingen waardoor, als gevolg van het planologisch besluit, in de regel een stijging van de grondwaarde plaatsvindt. Deze ontwikkellocaties kunnen daardoor in de regel drager zijn van de kosten die op grond van afdeling 13.6 van de Omgevingswet verhaald moeten worden en van de financiële bijdragen die de gemeente op grond van afdeling 13.7 Omgevingswet kan verhalen. Mocht evenwel een eigenaar van mening zijn dat dit voor de gronden van het betreffende kostenverhaalsgebied niet mogelijk is, dan moet hij ten overstaan van de gemeente aantonen waarom dit volgens hem financieel niet haalbaar is. Hij dient dan een exploitatieopzet aan te leveren inclusief de
Figuur 4.3. Relatie met andere relevante instrumenten 39
De relevante instrumenten van de Omgevingswet voor de gemeente zijn: • De omgevingsvisie • Het programma • Het omgevingsplan • De omgevingsvergunning
Voorop staat de eigen verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, die tot uitdrukking komt in een algemene zorgplicht. Waar inkadering van activiteiten door de overheid nodig is, gebeurt dat zo veel mogelijk door algemene regels of anders via het vergunningenstelsel. Deze algemene-, of aan vergunningen gekoppelde regels worden op gemeentelijk niveau vastgelegd in het omgevingsplan (voorheen het bestemmingsplan).
Beleidsontwikkeling Het bovenste kwart aan de rechterzijde van de cyclus heet beleidsontwikkeling. Dit staat voor de visievorming. De omgevingsvisie is een samenhangende visie met strategische hoofdkeuzes van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn.
Terugkoppeling Het bovenste kwart aan de linkerzijde staat voor terugkoppeling. Met toezicht en handhaving ziet de overheid toe op naleving van de algemene regels en vergunningvoorschriften. Via monitoring brengt de overheid de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in beeld. Uit evaluatie blijkt of bijstelling van de beleidsdoelen en/of aanpassing van de inzet van instrumenten nodig is.
Belangrijke input voor een omgevingsvisie is het resultaat van het vorige kwart van de beleidscyclus: terugkoppeling. Ofwel: monitoring en evaluatie. De signalen uit monitoring en evaluatie kunnen aanleiding zijn voor aanpassing van een omgevingsvisie.
Indien uit monitoring en evaluatie blijkt dat we onze doelen en ambities nietof onvoldoende bereiken, moeten we onderzoeken of we onze beleidsdoelen moeten bijstellen, of onze regels die op basis van die beleidsdoelen zijn opgesteld. Ook kan de uitkomst van monitoring en evaluatie zijn dat andere instrumenten (bijvoorbeeld geld, voorlichting e.d.) moeten worden ingezet om onze doelen te bereiken.
Beleidsdoorwerking De overheid kan de gewenste kwaliteiten van de fysieke leefomgeving of onderdelen daarvan concreter maken door die ook stevig juridisch vast te leggen. Daarmee kunnen ook andere overheden worden gebonden om mee te werken aan de realisatie van het beleid. Dat kan bijvoorbeeld door eisen vast te leggen in omgevingswaarden, of door een programma vast te stellen. De overheid kan in programma's concrete maatregelen opnemen die leiden tot de vastgelegde en gewenste kwaliteit van een onderdeel van de fysieke leefomgeving, een aspect of een gebied. Deze programma's dienen ter uitwerking van het beleid uit de visie. Monitoring van de resultaten die het programma beoogt, is verplicht. Uitvoering In het onderste kwart aan de linkerzijde van de cyclus staat de uitvoering centraal. Dat gebeurt door de initiatiefnemers van activiteiten en projecten: burgers, bedrijven of overheden die iets willen ontwikkelen. Hiermee is dit kwart een uitzondering op de andere 3, waarin de overheid centraal staat. 40