CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van Zienswijzen nov. 2023.2.pdf

Commissie Grondgebied Alblasserdam 7 december 2023, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 4: Vaststelling bestemmingsplan Oost Kinderdijk nabij 9 - Voorstel10.861 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De reclamant geeft aan het ontwerp-bestemmingsplan het niet onmogelijk maakt om het terrein op te hogen, waardoor het peil hoger kan komen te liggen. Aangezien de maximale hoogte van gebouwen worden gemeten vanaf het peil, ligt daarmee op voorhand niet vast wat de maximale hoogte van de op te richten bebouwing zal worden. De reclamant verwijst naar een eerdere uitspraak van de Raad van State. Naar aanleiding van deze uitspraak is het bestemmingsplan geschorst vanwege de onzekerheid over de maximale bouwhoogte van de op te richten bebouwing. Beantwoording: Om er zeker van te zijn dat het door de Erfgoedcommissie goedgekeurde plan ‘de Bockhorn’ juridisch-planologisch uitvoerbaar is, is het plan getoetst op basis van de ‘wijze van meten’ (artikel 2.2) en het begrip ‘peil’ (artikel 1.53) in de regels van het bestemmingsplan. Hieruit is geconcludeerd dat in dit geval als ‘peil’ geldt: de hoogte van het terrein ter hoogte van de hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw, vermeerderd met 0,2 m (artikel 1.53, sub b). Naar aanleiding hiervan is op de verbeelding van het bestemmingsplan de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bouw- en goothoogte’ 10,8 en 7,5 meter opgenomen. In het kader van de omgevingsvergunning zal worden bepaald dat de hoogte van het terrein ter hoogte van de hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw op een passende wijze dient te worden aangesloten op de hoogte van de weg.

Hiermee is het plan uitvoerbaar en wordt een ongewenste ruimtelijke impact van het plan op de ruimtelijke kwaliteit voorkomen. 15. De reclamant geeft aan dat er een afweging moet worden gemaakt tussen het feit dat al een halve eeuw geen bebouwing heeft gestaan op deze locatie tegen het belang van klimaatadaptatie in de vorm van het tegengaan en voorkomen van hittestress. Beantwoording: De reclamant geeft correct aan dat er ter plaatse van het plangebied al een lange periode geen bebouwing op deze locatie heeft gestaan. Dit is voor de gemeente geen reden om nieuwe bebouwing op deze locatie voor altijd uit te sluiten. Zie beantwoording D3. Het thema klimaatadaptatie is voor de gemeente belangrijk. Het toevoegen van woningen aan de woningvoorraad ziet de gemeente evenzeer als een groot maatschappelijk belang. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt door de gemeente bij ieder binnenkomend verzoek tot woningbouw een zorgvuldige afweging gemaakt van de 20

verschillende belangen. Op basis van deze afweging heeft de gemeente besloten medewerking te verlenen aan dit plan. De gemeente acht deze locatie als een geschikte locatie voor een woningbouwontwikkeling. 16. De reclamant geeft aan dat ondanks er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de van het Bro, er vanwege de ligging buiten stedelijk gebied kritisch had moeten worden gekeken naar mogelijkheden om bestaande panden te transformeren of te herbouwen. De reclamant is van mening dat met dit plan waardevol groen verloren gaat. Beantwoording: Zie beantwoording D12 en D15. 17. De reclamant geeft aan dat de toelichting van het bestemmingsplan nauwelijks aandacht besteed aan de eisen op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie die op provinciaal, regionaal en decentraal niveau worden gesteld, waaronder de Provinciale Structuurvisie, de Regionale Woonvisie Drechtsteden 2018-2031 en het Lokaal uitvoeringsprogramma Wonen met Duurzaamheidsagenda van de gemeente Alblasserdam. De reclamant geeft aan dat in de toelichting van het bestemmingsplan geen motivering is opgenomen waarom de gemeente heeft gekozen om groen in te ruilen voor een woongebouw. De reclamant geeft aan dat in de regels van het bestemmingsplan geen regeling is opgenomen ter waarborging van de gemeentelijke doelstellingen en ambities op het gebied van klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen.

De reclamant geeft aan dat de huidige vergunningplichten voor aanlegactiviteiten in het bestemmingsplan niet verbieden om het gehele terrein te verharden en dat waterberging en klimaatadaptatie dat niet tegenhouden. De reclamant verzoekt de gemeente om de regels van het bestemmingsplan hierop aan te vullen. Beantwoording: Het woongebouw worden gebouwd conform de meest actuele normen uit het Bouwbesluit. Deze normen schrijven een zeer hoge kwaliteit voor met betrekking tot energiezuinige bouwwerken en duurzame materialen. Eerdere ervaringen in de woningbouwontwikkeling worden gebruikt om woningen van een hoogwaardige kwaliteit te leveren. De woningen worden gebouwd volgens de nieuwste eisen en technieken. Deze eis wordt gehaald met zo veel mogelijk permanente oplossingen, zoals isolatie en kierdichting, en gebruiksvriendelijke installaties. De toegepaste materialen zijn duurzaam en voor hergebruik geschikt. De woningen worden zonder gasaansluitingen gerealiseerd. De energievraag wordt ingevuld met warmtepompsystemen al dan niet in combinatie met zonne-energie. Vanuit het oogpunt van klimaatadaptatie vindt de gemeente Alblasserdam het belangrijk een groene inrichting krijgt.

De gemeente hecht dan ook in het bijzonder aan handhaving van het overige groen rond de nieuwbouw van de Bockhorn, dus ook aan de bomen die door hun beperktere omvang niet op de bomenlijst staan en overig groen. Er heeft overleg plaatsgevonden om te bezien hoe de groene uitstraling van dit stukje dijk zo veel mogelijk wordt gewaarborgd. Dit heeft geleid tot een juridische borging van een groene inrichting van het plangebied in de regels van het bestemmingsplan. Zoals op de verbeelding van het bestemmingsplan is te zien, zijn de gronden ten zuiden, oosten en westen van het appartementengebouw bestemd als ‘Groen’. De gronden met de bestemming ‘Groen’ mogen conform het landschappelijk inpassingsplan, welke als voorwaardelijke verplichting is gekoppeld aan de regels van het bestemmingsplan (artikel 6.4.1), voor maximaal 20% 21

worden verhard (80% groen). Het is tevens juridisch geborgd middels artikel 3.4 in de regels van het bestemmingsplan. De gronden achter het appartementengebouw zijn bestemd als ‘Tuin’. De gronden met de bestemming ‘Tuin’ mogen conform het landschappelijk inpassingsplan, welke als voorwaardelijke verplichting is gekoppeld aan de regels van het bestemmingsplan, voor maximaal 55% worden verhard (45% groen). Het is tevens juridisch geborgd middels artikel 4.3 in de regels van het bestemmingsplan waarin is vastgelegd dat de voor 'Tuin' aangewezen gronden voor maximaal 55% mogen worden verhard. Met deze groene inrichting kunnen zware regenbuien beter worden opgevangen. Voor het groen wordt gebruik gemaakt van streekeigen beplanting die bestand zijn tegen de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering, waaronder hittestress. De gemeente is van mening dat hiermee in voldoende mate wordt voldaan aan de eisen, ambities en doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie zoals verwoord in de provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders. De gemeente ziet geen aanleiding om een extra regeling op te nemen in het bestemmingsplan ter waarborging van de gemeentelijke doelstellingen en ambities op het gebied van klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen.

Hierbij moet tevens worden opgemerkt dat met voorliggend bestemmingsplan het wat reclamant "groen" noemt, met de introductie van de bestemming "groen" juist extra wordt bestemd. In het bestemmingsplan "Herstelplan Alblasserdam" hadden de gronden namelijk de bestemming "tuin" en daarmee was het "groen" in mindere mate beschermd. 18. De reclamant geeft aan dat in de toelichting van het bestemmingsplan ten onrechte wordt aangegeven dat gebruik kan worden gemaakt van de particuliere vrijstelling van 500 m2 zoals opgenomen in het beleid van het waterschap Rivierenland. De reclamant is van mening dat de watercompensatie onvoldoende is geborgd in het plan. De reclamant verwijst naar de vooroverlegreactie van het waterschap Rivierenland waarin het waterschap vraagt om te onderzoeken of dat het mogelijk is om hemelwater te gebruiken en klimaatadaptatie een grotere rol te laten spelen in het plan. De reclamant is van mening dat de gemeente aanvullende maatregelen moet treffen op het gebied van klimaatadaptatie en deze aanvullende maatregelen juridisch te verankeren in het bestemmingsplan. Beantwoording: De reclamant geeft ten oprechte aan dat het waterschap in haar vooroverlegreactie heeft aangegeven dat geen gebruik gemaakt mag worden gemaakt van de particuliere vrijstelling.

Het waterschap heeft aangegeven dat het voor ontwikkelaars niet mogelijk is om gebruik te maken van de vrijstelling. Dit plan betreft een particulier initiatief. Voor het plan dient een watervergunning te worden aangevraagd bij het Waterschap Rivierenland. De afdeling Vergunningen van waterschap Rivierenland zal uiteindelijk bepalen of gebruik kan worden gemaakt van deze vrijstelling. Indien de particuliere vrijstelling niet mag worden gebruikt, is er op de gronden ten noorden van het plangebied ruimte voor het realiseren van de benodigde watercompensatie. De gronden ten noorden van het plangebied zijn tevens in eigendom van de initiatiefnemer van dit plan. De gemeente is van mening dat er binnen de mogelijkheden van het plangebied in voldoende mate rekening is gehouden met de ambities en doelstellingen op het gebied van klimaatadaptatie. Met de groene inrichting van het plangebied kan hemelwater goed in de bodem infiltreren. De gemeente ziet geen aanleiding om een extra regeling op te nemen in het bestemmingsplan ter waarborging van de gemeentelijke doelstellingen en ambities op het gebied van klimaatadaptatie.

22

19. De reclamant geeft aan dat een bestemmingsplan niet mag worden vastgesteld als niet is uitgesloten dat het plan significante gevolgen kan hebben op een Natura-2000 gebied. De reclamant geeft aan dat voor het plan ten onrechte geen Aerius-berekening is gemaakt. De reclamant geeft aan dat het stroomschema van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) slechts gehanteerd kan worden bij bouwactiviteiten en daarmee niet bruikbaar is voor gebruikswijzigingen. Beantwoording: Het plan is getoetst aan het beoordelingskader van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ). Aan dit beoordelingskader liggen stikstofdepositieberekeningen ten grondslag. Hieruit blijkt dat het plan niet relevant is voor het aspect stikstofdepositie. Op basis van het beoordelingskader van OZHZ hoeft geen rekening te worden gehouden met stikstofdepositie Uit het kader blijkt dat – uitgaande van de worst case afstand voor grasland - het plan niet relevant is voor stikstofdepositie. Daarbij dient opgemerkt te worden dat in geval van een woningbouwplan waarbij de woningen zonder gasaansluitingen worden gerealiseerd, de bouwactiviteiten altijd maatgevend zijn. De energievraag wordt ingevuld met warmtepompsystemen al dan niet in combinatie met zonne-energie. De gemeente acht het uitvoeren van Aerius-berekening niet noodzakelijk. 20.

De reclamant geeft aan dat het plangebied is gelegen buiten de schil van het centrum op grond van het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan 2019 (GVVP) en derhalve voor de woningen een parkeernorm geldt van 2,0 parkeerplaatsen per woning (niet 1,7 parkeerplaatsen per woning waar in het bestemmingsplan vanuit is gegaan). Beantwoording: De reclamant geeft correct aan dat het plangebied is gelegen buiten het gebied ‘schil van het centrum’ (binnen het gebied ‘rest bebouwde kom’) conform het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan 2019 (GVVP) en derhalve voor de nieuwe woningen een parkeernorm geldt van 2,0 parkeerplaatsen per woning. Conform het GVVP geldt voor het plan een parkeerbehoefte van 10 parkeerplaatsen. Op eigen terrein worden 7 parkeerplaatsen gerealiseerd (zoals weergegeven op het inrichtingsplan). In de parkeerlaag van het appartementengebouw is ruimte voor het parkeren van 5 auto’s (zoals weergegeven op afbeelding 16 van de toelichting van het bestemmingsplan). Hiermee wordt voldaan aan het vigerende parkeerbeleid. Paragraaf 3.4 Verkeer, ontsluiting en parkeren in de toelichting van het bestemmingsplan is op het aspect parkeren geactualiseerd. 21. De reclamant geeft aan dat er geen onderzoek is gedaan naar de financieel-economische uitvoerbaarheid van het plan.

De reclamant is van mening dat een anterieure overeenkomst onvoldoende borgt dat het plan economisch uitvoerbaar is. Beantwoording: Gezien het gaat om een particulier initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan voor verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer van het plan. In het kader van het sluiten van de anterieure overeenkomst is door de initiatiefnemer aangetoond dat de economische uitvoerbaarheid voldoende is gewaarborgd. In het kader van de privacywetgeving (AVG) wordt dergelijke informatie niet openbaar bekend gemaakt.

23

3. Planwijzigingen De zienswijzen hebben geleid tot één aanpassing aan het bestemmingsplan ‘Alblasserdam, nabij Oost Kinderdijk 9’, namelijk: 1. Paragraaf 3.4 Verkeer, ontsluiting en parkeren in de toelichting van het bestemmingsplan is op het aspect parkeren geactualiseerd. Omdat deze aanpassing ziet op een wijziging van de toelichting van het bestemmingsplan, ofwel het niet juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, is in juridische zin geen sprake van een gewijzigde vaststelling.

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/551/documents/11798