CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

nota PadN 4.1.pdf

Commissie Grondgebied Alblasserdam 4 juni 2024, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 6: Gebiedsvisie en programma Poort aan de Noord - Voorstel11.289 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ontwikkelingsstrategie

6.1. Inleiding In de separaat bijgevoegde bijdrage is uitgebreid aandacht besteed aan de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van het gebied. Deze ruimtelijke invalshoek vormt één van de drie componenten die onderdeel uitmaken van een ontwikkelingsstrategie om het gewenste eindbeeld uiteindelijk ook te realiseren. De twee andere componenten, die in dit hoofdstuk nader uitgewerkt zullen worden zijn de financieel-economische invalshoek en de fasering van de afzonderlijke projecten in de tijd. 6.2 Verwezenlijking beleidsuitgangspunten en mate van sturing Een nadere analyse van de eerder genoemde beleidsuitgangspunten leert dat de eerste drie punten, en in zekere zin ook het vierde punt, hoofdzakelijk betrekking hebben op locaties in en om de bestaande dorpskern en de mogelijke uitbreiding ervan. Deze reeds geformuleerde uitgangspunten zijn: 1. ontwikkelen vanuit Alblasserdams belang 2. goed, betrouwbaar en snel openbaar vervoer van/naar Dordrecht en Rotterdam 3. goede, snelle en veilige voorzieningen voor langzaam verkeer 4. goede bediening van de doelgroepen van publiek vervoer Geconstateerd is reeds dat in veel gevallen er een beperkte mate van sturing vanuit Alblasserdam is op het realiseren van de ontwikkeling van het gebied. Alblasserdam is dus aangewezen op samenwerking met andere overheden en het bedrijfsleven.

De Alblasserdamse planvorming in het kader van de voor ogen staande opgave kenmerkt zich tot nu toe als een enigszins onsamenhangend proces. Er wordt wel invulling gegeven aan het verwezenlijken van de gemeentelijke beleidsdoelstellingen maar dit vindt nog te veel op een ad hoc basis plaats. Een integrale visie waarin de samenhang (zowel ruimtelijk, financieel en fasering-technisch) tussen de verschillende projecten zichtbaar wordt gemaakt, ontbreekt. Een belangrijk middel om invloed en sturing op het ontwikkelingsproces te kunnen uitoefenen wordt gevormd door het genereren van financiële ruimte. Bij het ontwikkelen van verschillende onderdelen van het ontwikkelingsplan van Alblasserdam is het van belang dat voortdurend gezocht wordt naar mogelijkheden om een positieve cash-flow te stimuleren teneinde financiële buffers (armslag) te kunnen creëren. Het is daarbij van belang dat de totale integrale ontwikkeling van Poort aan de Noord onder één en dezelfde kosten-/batenbalans (een totaal exploitatieopzet) valt zodat optimaal gebruik kan worden gemaakt van verevening binnen en tussen plan-onderdelen. Het op deze

Concept gebiedsvisie Poort aan de Noord

16 mei 2024, 12:36 uur

pagina -26-

manier opzetten van een strategisch financieel ontwikkelingsscenario biedt mogelijkheden om die processen waar sturing gewenst is, maar de mate van invloed mager is, met behulp van financiële injecties in positieve zin te beïnvloeden. In het voorgaande is aangegeven hoe belangrijk de afstemming met de ontwikkelingen met de transferia en de mobiliteitshub voor Alblasserdam is. Aangegeven is dat het uitwerken van deze relatie niet alleen een ruimtelijk-visueel vraagstuk is maar tevens een plannings- en fasering-technisch probleem. Een goede aansluiting van de mobiliteitshub op de bestaande kern van Alblasserdam kan bereikt worden door deze ontwikkeling zorgvuldig te sturen. Door het gebrek aan voldoende invloed en sturingsmogelijkheden is het van belang dat hiervoor ruimte gecreëerd wordt. Een middel dat hiertoe bij kan dragen is naast financiële armslag, ook proberen te passen en gebruik te maken van de mogelijkheden, die andere overheden kunnen bieden. Denk daarbij aan mogelijkheden voor optimalisatie binnen de tot 1933 doorlopende bestaande concessie van het openbaar vervoer of de beschikbaarstelling van nieuwe subsidiemiddelen voor het oplossen van knelpunten in de verkeersveiligheid. Hier wordt in de ontwerp fase van de gebiedsvisie en het programma apart aandacht besteed.

In de bijgevoegde studie naar de invoeging van projecten en de ruimtelijke samenhang daarvan, is apart aandacht geschonken aan de fasering technische kant van de ontwikkeling van Poort aan de Noord. 7.

Besluitvormingsproces

Dit beleidsproduct, zoals dat aan u wordt gepresenteerd, is de concept versie van de gebiedsvisie en programma Poort aan de Noord. Dit is dan ook niet voor niets een stuk in wording, zoals dat vooral in samenwerking met de gemeenteraad, en gebaseerd op contact met de meest betrokkenen, t.w. (organisaties van) ondernemers en de bewoners van Alblasserdam, zijn vorm moet krijgen. Na een eerste presentatie van hetgeen bedacht is aan gemeenteraadsleden op 23 april 2024, zal in ieder geval voor de derde week in juni 2024 gevraagd worden naar wensen en bedenkingen van de gemeenteraadsleden, resp. de onderscheiden fracties. De vorm waarin is uiteraard aan het presidium. Vervolgens kunnen gemeenteraadsleden na aanpassing van het voorstel in een ontwerp gebiedsvisie en programma van de kant van het college voor de derde week van september 2024 hun input leveren, alvorens het college van B en W dan voor 27 september 2024 (deadline verlenging voorkeursrecht Ruigenhil) besluit.

8. Communicatie De gebiedsvisie en het programma Poort aan de Noord, beschrijft op hoofdlijnen de toekomstige inrichting van het gebied. Het is daarmee basis voor de nadere invulling, waarmee betrokken inwoners en ondernemers in en naast het gebied te maken krijgen. Er zijn vanwege het karakter van het bestemmingsplan en de schadelijke gezondheidseffecten voor inwoners in formele zin geen woningen in het gebied, wel bewoners aan de Ruigenhil. Met de bewoners zijn en worden intensieve gesprekken

Concept gebiedsvisie Poort aan de Noord

16 mei 2024, 12:36 uur

pagina -27-

gevoerd over verwerving van gronden. Zoals reeds eerder aangegeven is het de bedoeling dat er na verwerving geen bewoners meer aanwezig zullen zijn in dit gebied. Daarmee komt een einde aan een ongewenste gedoogsituatie, die gevolgd zal worden door een genormaliseerde handhaving van de planologische situatie. Met de (organisaties van) ondernemers willen we intensief overleg voeren, en voor een deel is dat proces reeds gestart. De resultaten van dat overleg zullen terug te vinden zijn in het vervolg, het ontwerp. Poort aan de Noord is van belang voor grote delen van Alblasserdam. Daarom zal in juni een inloopavond worden gehouden voor inwoners. Ook de daar gemaakte opmerkingen worden verwerkt in het ontwerp.

Concept gebiedsvisie Poort aan de Noord

16 mei 2024, 12:36 uur

pagina -28-

BIJLAGE 1 STATUS GEBIEDSVISIE ALS PROGRAMMA OMGEVINGSWET

Wat is een programma onder de Omgevingswet (Ow) Een programma op grond van de Omgevingswet (artikel 3.5 Ow) bevat mede voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, voor een of meer onderdelen van de fysieke leefomgeving: a. Een uitwerking van het te voeren beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud daarvan b. Maatregelen om aan een of meer omgevingswaarden te voldoen of een of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Uit de verwijzing naar artikel 2.1 volgt dat een programma gericht moet zijn op de doelen van de Omgevingswet. Kenmerken van een omgevingsprogramma Een programma op gemeentelijk niveau wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders (artikel 3.4 Ow). Het programma is zelfbindend. Dit betekent dat het alleen het bestuur zelf bindt (dus niet burgers, organisaties of bedrijven, tenzij er sprake is van beleidsregels, zie paragraaf 1.3 of programma met programmatische aanpak, zie paragraaf 1.2). Een programma kan wel burgers en bedrijven stimuleren om die dingen te doen die helpen om de doelstellingen te halen. Er is geen sprake van direct toezicht of handhaving op een programma. Er staat geen beroep open tegen de vaststelling van een programma. Wel kan het algemeen bestuur (i.c.

gemeenteraad) aan de hand van het programma het uitvoerend bestuur (i.c. College van B&W) om verantwoording vragen. Type omgevingsprogramma’s volgens de wet We spreken in geval van Poort aan de Noord van een vrijwillig of onverplicht programma. Gemeenten mogen zelf bepalen of ze deze willen opstellen en vaststellen en wat de inhoud ervan is. Dit type programma is dus op initiatief van de (lokale) overheid en kan worden ingezet vanuit een wens tot beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering/ sturing. De gemeente kan een programma sectoraal of multisectoraal insteken. Het kan thematisch, gebiedsgericht of vanuit een specifeke opgave betreffen. Het abstractieniveau kan gekozen worden en het kan gericht zijn op beleidsontwikkeling of meer op de beleidsdoorwerking. Een omgevingsprogramma bevat altijd maatregelen om doelstellingen op het gebied van de fysieke leefomgeving te bereiken. Dat laatste volgt uit artikel 3.5, onderdeel b Ow. De Omgevingswet stelt weinig eisen aan de opzet en inhoud van vrijwillige omgevingsprogramma’s. Een vrijwillig programma kan zich richten op een thema, sector, gebied of opgave. Het is geschikt voor: 1. de uitvoering van de ambities uit de omgevingsvisie of een andere visie, als deze beleidsmatig vertaald kunnen worden in doelen en maatregelen/inspanningen

Concept gebiedsvisie Poort aan de Noord

16 mei 2024, 12:36 uur

pagina -29-

2. (complexe) situaties waar sturing nodig is: waar we te maken hebben met inhoud, proces, doelen, mensen, middelen en interactie met de samenleving 3. complexe bestuurlijke processen: sommige kwesties zijn complex of bestuurlijk gevoelig zodat de bestuurlijke wens ontstaat de kwestie gerichter aan te pakken en eventueel te monitoren. (Monitoring van de uitvoering en resultaten van een programma is niet wettelijk verplicht. Wel sluit het goed aan bij het gedachtegoed van de beleidscyclus.) 4. uitvoeringsmaatregelen die horen bij een gebiedsuitwerking of gebiedsgericht beleid 5. thematische benadering. Dan kunnen ze het samenhangende beleid voor het betreffende thema bevatten én de maatregelen die genomen zullen worden om de doelstellingen uit dat beleid te realiseren. 6. gebiedsgerichte uitwerkingen zoals bijvoorbeeld een havenvisie of een visie buitengebied; Poort aan de Noord is hier een voorbeeld van. Relatie omgevingsvisie en omgevingsprogramma Een omgevingsprogramma kan voortkomen uit een omgevingsvisie. De omgevingsvisie beschrijft integraal en op hoofdlijnen hoe de toekomst van de fysieke leefomgeving eruitziet. Een omgevingsprogramma richt zich meer op de uitvoering en beschrijft gerichte maatregelen waarmee beleid wordt uitgevoerd. Programma’s hebben niet altijd directe koppeling nodig met de omgevingsvisie.

Wel is het verstandig om in de gaten te houden dat nieuw beleid in een programma niet in strijd is met het integrale omgevingsbeleid in de omgevingsvisie. Ook kan nieuw beleid in een programma soms aanleiding zijn om het beleid in de omgevingsvisie aan te passen. In een omgevingsprogramma werk je het strategische beleid (van de omgevingsvisie) uit. Het is daardoor een instrument dat op tactisch niveau invulling geeft aan de ambities van het bevoegd gezag. Dat kan in omgevingsprogramma’s per thema (=sectoraal beleid), per maatschappelijke opgave of in integrale samenhang voor een gebied (project, deel van de stad, gehele stad of regionaal). In het omgevingsprogramma werkt u uit met welke maatregelen (concrete acties) u het beleid gaat realiseren ten behoeve van bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de leefomgeving (artikel 3.5 Ow). Relatie met andere gemeentelijke beleidsdocumenten Op de vraag of een beleidsdocument dat voldoet aan de definitie van het programma in artikel 3.5 Ow ook verplicht moet worden vastgesteld als een programma onder de Omgevingswet en aan de daaraan gestelde eisen moet voldoen, luidt het antwoord ontkennend. Dit wordt door de Ow niet voorgeschreven. Wel is het uitdrukkelijk de bedoeling van de wetgever dat het beleid over de fysieke leefomgeving in omgevingsvisie en omgevingsprogramma’s wordt vastgelegd.

Het opnemen van beleid over de fysieke leefomgeving in andere beleidsdocumenten doorbreekt namelijk de samenhang in de instrumenten uit de Omgevingswet in de beleidscyclus. Participatie extern In het omgevingsprogramma moet staan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En wat de resultaten daarvan zijn. Deze motiveringsplicht is geregeld in artikel 10.7 van het Omgevingsbesluit. De overheid mag zelf weten hoe zij daar invulling aan geeft. Wie een overheid bij de vroegtijdige participatie betrekt, hangt af van het type programma: aard, omvang en invloed op de fysieke leefomgeving.

Concept gebiedsvisie Poort aan de Noord

16 mei 2024, 12:36 uur

pagina -30-

Relatie met Wet Voorkeursrecht gemeenten Als onderdeel van het besluit van het college over het programma kan het college het voorkeursrecht voor de gemeente op gronden van Ruigenhil verlengen (dat eerder als besluit van de gemeenteraad in september 2021 voor drie jaar werd vastgelegd) met als titel het door het college onder de Omgevingswet vastgestelde programma Poort aan de Noord.

Concept gebiedsvisie Poort aan de Noord

16 mei 2024, 12:36 uur

pagina -31-

BIJLAGE 2. CULTUURHISTORISCH RAPPORT AANWIJZING GEMEENTELIJK BESCHERMD DORPSGEZICHT Alblasserdam Beschermd dorpsgezicht, Cultuurhistorisch onderzoek BAAC rapport B-12.0104, oktober 2012 Het rapport schetst hoe er een verandering van het karakter van de polder optrad aan het begin van de twintigste eeuw, toen er na opspuiten de scheepswerf ‘Werf de Noord’ (huidige Oceanco) werd gerealiseerd. In 1936 werd ten zuiden van de werf in opdracht van de Nederlandsche Kabelfabriek een staalfabriek in de polder gebouwd. Dit concern, dat onder meer leverde aan de scheepsbouw, groeide uit tot een groot complex onder de naam Nedstaal, het huidige FN Steel. Tussen de beide bedrijven werd in 1939 de brug over de Noord gebouwd (in 1992 aangevuld met een tunnel). Thans heeft de Ruigenhil een industrieel karakter waarbij de scheepsdokken, de brug over de Noord (Rijksmonument) en het hoofdgebouw van de staalfabriek (gemeentelijk monument) de belangrijkste objecten gebouwd erfgoed zijn. Vanuit de invalshoek van industrieel erfgoed bekeken zijn er zeker nog waardevolle locaties (bv. Nedstaalfabriek) of structuren (de oude scheepswerven, dokken en kades, waaronder het oostelijke deel van de Zuiderstek) aanwezig in het gebied.

De voormalige polders Cortgene en Ruigenhil worden in Zone A geclassificeerd; zone A “…is van belang vanwege de ruimtelijke vormgeving langs de oeverzones van de Noord en de Alblas, de bebouwingsschaal en het bebouwingsbeeld dat qua opbouw en detaillering vrij samenhangend en gaaf is met concentraties van rijks– en gemeentelijke monumenten, MIP-panden en waardevolle panden/objecten, het patroon van straten en wegen in samenhang met de profilering en inrichting van de openbare ruimte en het landschap.” Letterlijk luidt de tekst voor de polder Ruigenhil: “Voormalige polders Cortgene en Ruigenhil De voormalige polders Cortgene en Ruigenhil zijn van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarden door: - de ligging in de bedijkte oeverzone van de Noord; - de ontwikkeling van het gebied tot scheepswervenzone, die van groot belang is voor de identiteit van Alblasserdam als scheepsbouwcentrum van Nederland; - de aanwezigheid van industrieel erfgoed, waaronder scheepswerfstructuren, dokken en de kade Zuiderstek; - de aanwezigheid van enkele bouwhistorisch waardevolle panden, zoals het vm. Nedstaalpand en panden aan de Zuiderstek. In de (voormalige) Polder Cortgene en Ruigenhil zijn vanuit cultuurhistorisch oogpunt verminkingen zichtbaar door sloop van industrieel erfgoed, waaronder de karakteristieke kraan.

Deze sloop is van dien aard dat hierdoor nog geen afbreuk wordt gedaan aan cultuurhistorische waarde van het gebied als industriële scheepswerf zone.“ Er wordt hier dus geen bijzondere melding gemaakt van de panden aan de Ruigenhil. Blijkbaar vallen die vanuit het oogpunt van aangezicht en monumentaliteit minder binnen de scope van het beschermd dorpsgezicht. Dit spoort ook met dat in de lijst voor het

Concept gebiedsvisie Poort aan de Noord

16 mei 2024, 12:36 uur

pagina -32-

Beschermd dorpsgezicht Alblasserdam van beeldbepalende zaken, op adres en pand vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 26 november 2013, aangevuld op 12 april 2016, geen panden aan de Ruigenhil worden genoemd.

Concept gebiedsvisie Poort aan de Noord

16 mei 2024, 12:36 uur

pagina -33-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/632/documents/13087