CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Kostenverhaal gemeente Alblasserdam.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 22 februari 2022, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 12: Nota Kostenverhaal - Raadsvoorstel10.805 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5

Financiële bijdragen

5.1 Wettelijke regeling Als het gaat over kostenverhaal moet er onderscheid worden gemaakt ten opzichte van het verhalen van financiële bijdragen. In het spraakgebruik wordt voor dat laatste veelal ook de term kostenverhaal gebruikt, maar de Ow maakt onderscheid tussen deze beide. Ze kennen elk een eigen regeling: kostenverhaal in afd. 13.6 van de Ow en financiële bijdragen in afd. 13.7 van de Ow. Beide afdelingen maken onderscheid tussen de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke routes van kostenverhaal. Publiekrechtelijk wordt een regel in het omgevingsplan7 opgenomen op grond waarvan, via een beschikking, de bijdrage betaald moet worden. Privaatrechtelijk wordt een bijdrage afgesproken in een overeenkomst die voorafgaat aan de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan. Het kostenverhaal van afd. 13.6 wordt – in onderscheid met financiële bijdragen – voor het gemak hierna ook wel het reguliere kostenverhaal genoemd. Dat is in de voorgaande hoofdstukken aan de orde geweest. Het gaat daar om kostenverhaal dat wettelijk verplicht is. De gemeente heeft echter geen wettelijke plicht om financiële bijdrage te bedingen c.q. op te leggen. Het gaat daar ook over andere zaken dan die van de kostensoortenlijst, hoewel er in enkele opzichten sprake is van overlapping. Voor het leesgemak worden in deze Nota kostenverhaal de termen kostenvragers en kostendragers gebruikt.

Dat zijn niet de formele termen de Ow en het Omgevingsbesluit. Als het over kostendragers gaat spreekt het Omgevingsbesluit in art. 8.13 over bouwactiviteiten.8 Als het over kostenvragers gaat, spreken Ow en Omgevingsbesluit over categorieën ontwikkelingen, althans voor wat betreft de publiekrechtelijke route. Ten aanzien van financiële bijdragen geldt dat de privaatrechtelijke mogelijkheden in art. 13.22 Ow zijn geregeld en de publiekrechtelijke mogelijkheden in art. 13.23 en 13.24 Ow. Voor de publiekrechtelijke mogelijkheden wordt de toepassing uitgewerkt in art. 8.21 en 8.22 Omgevingsbesluit. Art. 8.21 Omgevingsbesluit bevat de zes categorieën (kostenvragers) waarvoor in het omgevingsplan een financiële bijdrage kan worden opgelegd. In art. 8.20 Omgevingsbesluit wordt, alleen voor de privaatrechtelijke route, een aantal kostendragers toegevoegd aan de kostendragers die altijd gelden. De kostendragers die altijd gelden zijn de al genoemde bouwactiviteiten. De toevoegingen van art. 8.20 betreffen deels bouwactiviteiten (maar dan voor bouwwerken die geen gebouw zijn) en deels gebruikswijzigingen. Voor het reguliere kostenverhaal gelden de PTP-criteria, althans in de publiekrechtelijke route. Voor het aangaan van anterieure overeenkomsten gelden ze niet, al spelen ze in de praktijk vaak wel een rol (als gevolg van schaduwwerking vanuit het publiekrechtelijke spoor).

Voor financiële bijdragen via 7 Het opnemen van een financiële bijdrage in een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is

niet mogelijk. 8 Een aandachtspunt hierbij is dat art. 13.11 Ow spreekt over bouwactiviteiten en activiteiten met het oog op het gebruik van grond, maar dat in de uitwerking van art. 8.13 geen gebruiksactiviteiten voorkomen. 24

de publiekrechtelijke route gelden de PTP-criteria niet. Het vereiste van causaal verband (de t van toerekenbaarheid) geldt daar niet. Het gaat om de aanwezigheid van functionele samenhang tussen kostenvragers en kostendragers. Het woord bijdrage in begrip ‘financiële bijdrage’ betekent, volgens de toelichting op het Omgevingsbesluit, dat het niet gaat om een algehele bekostiging. De gemeenteraad zal in het omgevingsplan moeten bepalen wat een redelijke bijdrage is. Daar kunnen de criteria, zoals die gelden voor de publiekrechtelijke route van het reguliere kostenverhaal een hulpmiddel bij zijn.

5.2 Waar gaat het over? Financiële bijdragen kunnen voor allerlei andere zaken worden gevraagd dan de elementen van de kostensoortenlijst. De wetgever heeft met de introductie van de privaatrechtelijke mogelijkheden van art. 13.22 Ow de bedoeling gehad aan te sluiten bij doel en strekking van art. 6.24 lid 1 Wro. De Memorie van Toelichting op de Grondexploitatiewet (waarvan de inhoud als afdeling Grondexploitatie is opgenomen in de Wro, namelijk in afd. 6.4) bevatte een passage over bovenplanse verevening. Daarin werd gesproken over de verevening van onrendabele projecten en rendabele projecten. Het gaat dan dus om projecten die niet in één exploitatieplan worden ondergebracht.9 Verder werd onder meer gesproken over natuur, recreatie, waterberging, infrastructuur en culturele voorzieningen. Hierna wordt ook wel gesproken van kostenvragers

Een belangrijk aandachtspunt is dat de publiekrechtelijke toepassing minder mogelijkheden kent dan de privaatrechtelijke toepassing. Zoals uit het vorenstaande blijkt zijn de privaatrechtelijke mogelijkheden nogal open geformuleerd. Daarmee is de privaatrechtelijke toepassing weinig ingeperkt, behalve dan door criteria als het vermijden van betaalplanologie en baatafroming. En, zoals gezegd, worden er voor de publiekrechtelijke toepassing zes categorieën vastgelegd in art. 8.21 Ob, eveneens ook wel benoemd als kostenvragers. Art. 8.21 Ob ‘nummert’ deze zes categorieën met de letters a tot en met f. Ze zijn opgenomen in bijlage 1 van de Nota kostenverhaal. De voorbeelden hierna zijn ontleend aan de toelichting op het ontwerp-besluit tot toevoeging van de artikelen 8.21 en 822 in het Ob. Voorbeelden: A. Wijziging inrichting landelijk gebied -

Verbeteren van de structuur van de landbouw en de kwaliteit van landschappen

9 Wanneer gronden in één exploitatieplan c.q. één kostenverhaalsgebied worden ondergebracht kunnen, althans in een

integraal model van kostenverhaal, rendabel en onrendabele delen binnenplans worden verevend. Lang niet altijd kunnen gronden in één exploitatieplan of één kostenverhaalsgebied worden ondergebracht. Zo’n gebied mag namelijk niet groter zijn dan het plangebied van een planologisch besluit. Wanneer ontwikkelingen uiteenlopend in de tijd planologisch worden gefaciliteerd, worden er meerdere planologische besluiten genomen, met steeds elk een eigen exploitatie- c.q. kostenverhaalgebied. 25

-

Herstel van provinciale landschappen door combinaties van maatregelen op het gebied van waterbeheer, zoals beekherstel.

B. Aanleg of wijziging van natuurgebieden -

-

Maatregelen in bijvoorbeeld het Natuurnetwerk Nederland, maar ook in Natura 2000gebieden of andere gebieden met belangrijke natuurwaarden. Ook op gemeentelijk niveau kunnen er inspanningen worden verricht ter verbetering van de natuur, zoals het aanleggen van bijenlandschappen met voldoende voedsel- en nestelgelegenheden of gevarieerd groen voor een rijk dieren- en insectenleven. De aanleg van vistrappen en vispassages. Maatregelen als de aanleg van faunapassages, het creëren van overloopgebieden, natuurvriendelijke oevers, herinrichting van bermen of het herstellen van houtwallen, als deze zijn voorzien in een omgevingsvisie of programma waarin ook het gebied waar de maatregelen zullen worden getroffen concreet is aangeduid.

C. Aanleg infrastructuur -

Aanleg van infrastructuur voor verkeers- en openbaar vervoersnetwerken van gemeentelijk of regionaal belang ter verbetering van de bereikbaarheid.

D. Aanleg recreatievoorzieningen -

Parken waar groen of groene recreatie voorop staat Het onderling verbinden van recreatievoorzieningen onderling te verbinden via fiets- en wandelpaden. Het aanpassen van bestaande voorzieningen en de aanleg van nieuwe voorzieningen die onderdeel uitmaken van de regionale of gemeentelijke groenstructuur.

E. Een tekort aan sociale huur- of ook – koopwoningen -

Uitgaande van een vastgestelde beleidsnorm voor sociale woningbouw compenseren van een tekort aan sociale woningbouw op de ene locatie naar een groter aandeel op de andere locatie. Die Wanneer op de ene locatie een aandeel sociaal beneden de beleidsnorm wordt toegestaan mag betaling worden gevraagd om dat aandeel op een andere locatie te compenseren. Daar geldt een aantal voorwaarden bij: • De omgevingsvisie moet de compensatielocatie(s) benoemen wanneer in het omgevingsplan nog geen percentages voor die locaties zijn aangegeven. • Vereist is dat op de compensatielocatie(s) een tekort ontstaat of een reeds bestaand tekort hoger uitvalt als gevolg van het hogere percentage sociaal dan conform het streefpercentage.

F. Stedelijke herstructurering -

Het slopen van woningen, het aanpassen van wegen en het aanleggen van openbaar vervoersvoorzieningen Als instrument om herstructurering te realiseren kan een programma worden gebruikt, als opvolger van het voorheen vast te stellen herstructureringsplan. Voor de motivering voor het verplicht stellen van financiële bijdragen kan dan naar dit programma verwezen worden. 26

5.3 Toepassing door gemeente Alblasserdam De gemeente is voornemens gebruik te maken van de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt omtrent het bedingen danwel opleggen van financiële bijdragen. Ten tijde van de vaststelling van de Nota kostenverhaal 2022 is er echter nog onvoldoende beeld voor welke soort zaken (welke kostenvragers) de gemeente die Omgevingswet op dit punt wil en kan toepassen. De Omgevingsvisie is nog in voorbereiding en de samenhang tussen de kostenvragers en de kostendragers is om die reden nog niet te benoemen. Het voornemen is de Nota kostenverhaal, voor zover dan nodig, op dit punt te concretiseren en aan te vullen als de Omgevingsvisie verder is uitgekristalliseerd. Beleidsregel 17: Gereserveerd.

27

6

Proportionele toedeling bovenwijkse kosten

In paragraaf 4.2 is gesproken over kosten van de kostensoortenlijst (het reguliere kostenverhaal) dat een bovenwijks karakter heeft. Over de soorten bovenwijkse voorzieningen (kostenvragers) en de kostendragers is ten tijde van vaststelling van de Nota Kostenverhaal 2022 nog onvoldoende beeld om ten eerste te komen tot kostenramingen en ten tweede om de kosten aan de hand van de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit te verdelen over de kostendragers. Het voornemen is de Nota kostenverhaal, voor zover dan nodig, op dit punt aan te vullen als hier verder onderzoek naar is uitgevoerd.

28

Bijlage 1 Artikel 8.21 ontwerp Omgevingsbesluit (categorieën ontwikkelingen waarvoor financiële bijdragen kunnen worden verhaald) 1. Als categorieën ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving waarvoor, als wordt voldaan aan de criteria van artikel 13.23, eerste lid, onder a en b, van de wet, in een omgevingsplan kan worden bepaald dat een financiële bijdrage wordt verhaald op degene die een activiteit als bedoeld in artikel 13.11 van de wet verricht, worden aangewezen: a. wijziging van de inrichting van het landelijk gebied ter verbetering van landschappelijke waarden door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder in ieder geval worden begrepen het verwijderen van vrijkomende agrarische bebouwing en het herstellen of aanvullen van landschappelijke elementen; b. aanleg of wijziging van gebieden als bedoeld in artikel 2.44 van de wet of gebieden die in het omgevingsplan ter bescherming van de natuur zijn aangewezen en herstel, op basis van een omgevingsvisie of programma, van dier- en plantensoorten die van nature in Nederland in het wild voorkomen door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder in ieder geval worden begrepen maatregelen in de fysieke leefomgeving: 1°. ter vermindering van de stikstofdepositie; of 2°.

ter bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; c. aanleg van infrastructuur voor verkeers- en openbaar vervoersnetwerken van gemeentelijk of regionaal belang; d. aanleg van recreatievoorzieningen die behoren tot de gemeentelijke of regionale groenstructuur, waaronder in ieder geval worden begrepen parken en recreatiegebieden; e. ontwikkelingen gericht op het bereiken van een naar prijsklasse evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad in de gemeente of regio door middel van het realiseren van sociale huurof koopwoningen als bedoeld in artikel 5.161c, eerste lid, onder a en b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving buiten het gebied waar de activiteit, bedoeld in artikel 13.11 van de wet, plaatsvindt, voor zover in dat gebied met het oog op die evenwichtige samenstelling onvoldoende sociale huur- of koopwoningen worden gerealiseerd en het op een andere locatie realiseren van die woningen: 1°. in het omgevingsplan is toegelaten of voorgeschreven op grond van regels als bedoeld in artikel 5.161c, eerste lid, onder a of b, van dat besluit of in een programma is opgenomen; en 2°. tot gevolg heeft dat de kosten, bedoeld in artikel 13.11 van de wet, op grond van het eerste lid van dat artikel niet volledig kunnen worden verhaald of dat een tekort op de gemeentelijke exploitatie van de benodigde gronden ontstaat; en f.

stedelijke herstructurering ter verbetering van het woon- en leefklimaat in verouderde wijken of gebieden met leegstandsproblemen door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder in ieder geval worden begrepen het slopen van woningen en het aanleggen of wijzigen van wegen. 2. Onder de aanwijzing valt niet de aanleg van voorzieningen of het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving waarvoor kosten worden gemaakt die op grond van artikel 13.11, eerste lid, van de wet geheel of gedeeltelijk moeten worden verhaald op degene die de betrokken activiteit verricht.

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/248/documents/6552