CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Monitor Sociaal 2021 - Alblasserdam.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 11 februari 2025, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 18: Uitvoering BuurtKracht - Raadsinformatiebrief14.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

18%

Centrum

11%

Kinderdijk

18%

Blokweer

2021 2017

14%

Souburgh

16%

Alblasserdam

0%

20%

40%

60%

80%

100%

Toelichting: Omkaderde staven in de grafiek wijzen op een significante toename of afname t.o.v. 2017; als er geen kaders om de staven staan is er dus geen verschil met 2017. Wijken met een omcirkeld percentage scoren in 2021 significant boven of onder het gemiddelde van Alblasserdam; als er geen omcirkelde percentages staan is er in 2021 dus geen verschil tussen de wijk en het Alblasserdams gemiddelde

40

Partner voor bestuur en beleid

Participatie Participatie naar ervaren gezondheid, opleiding, leeftijd en langdurige gezondheidsbeperking In de tabel hiernaast staan de vier achtergrondkenmerken die het meest bepalend zijn voor de mate van participatie van Alblasserdammers in volgorde van belangrijkheid. We zien achtereenvolgens hoe ervaren gezondheid, opleiding, leeftijd en het al dan niet hebben van een langdurige ziekte of beperking, samenhangen met de score op de indexscore participatie.

Tabel 5.1 Participatie naar achtergrondkenmerken (%) Indexscore Participatie

gemiddelde Alblasserdam

laag

gemiddeld

hoog

16

53

31

ervaren gezondheid

Ervaren gezondheid is de belangrijkste bepaler voor de mate van participatie. Hoe beter iemand zijn eigen gezondheid ervaart, hoe meer hij/zij participeert. Van de mensen met een zeer goede ervaren gezondheid bijvoorbeeld heeft 47% een hoge score op de participatieindex, tegenover slechts 6% van de Alblasserdammers met een (zeer) slechte gezondheid.

zeer goed

8

45

47

goed

9

57

34

gaat wel

24

52

24

(zeer) slecht

76

18

6

Opleidingsniveau is de tweede bepalende factor voor de de mate van participatie. Hoe hoger het opleidingsniveau hoe hoger de score op de participatie index. Ruim de helft van de laagst opgeleiden (53%) heeft de laagste score op de participatie index. Een lage score op de participatie index komt daarentegen slechts bij in 8% van de hbo/wo opgeleiden voor.

opleiding geen opleiding/basisonderwijs

53

33

14

vmbo, mavo, mulo, lbo/mbo1

24

55

21

mbo 2, 3 of 4/havo, vwo, hbs, mms

10

55

35

Ook leeftijd heeft invloed op invloed op iemands participatie. De 18 tot 34 jarigen participeren het meest (44% heeft een hoge score) en de 65+ers het minst (12% heeft een hoge score).

hbo/wo

8

52

40

18-34

7

49

44

35-64

15

52

33

65+

31

57

12

ja

31

50

19

nee

9

53

38

Tenslotte zien we degenen met een of meer langdurige ziekten, aandoeningen of beperkingen duidelijk minder participeren dan Alblasserdammers zonder dit soort beperkingen. In tabel 5.1 ziet u alles op een rij: • Hoe hoger de ervaren gezondheid, hoe meer participatie • Hoe hoger het opleidingsniveau, hoe meer participatie • Hoe jonger hoe meer participatie • Langdurige ziekte hangt samen met minder participatie

leeftijd

langdurige ziekte, aandoening of beperking

41

Partner voor bestuur en beleid

Participatie Lidmaatschap verenging/organisatie In totaal is 80% van de Alblasserdammers van 18 jaar en ouder lid van een vereniging/organisatie. Dit is gelijk aan 2017. Ook tussen de wijken is er geen verschil met 2017. In tabel 5.2 hiernaast staat de top 5 meest voorkomende verenigingen/organisaties waar inwoners lid van zijn.

De top 2 (kerk/moskee en de bibliotheek) in de tabel laat een sterke daling zien ten opzichte van 2017. In beide gevallen volgt deze daling een landelijke trend. Met een daling van 10% ten opzichte van 2017 is het aantal mensen dat aangeeft lid te zijn van een kerk of moskee, flink gedaald. Landelijk daalt de religieuze betrokkenheid. Hierbij wordt onder meer gekeken naar het bezoek aan religieuze diensten (Bron CBS en De Hart en Houwelingen1). Deze daling is echter geleidelijk waar dit voor Alblasserdam met een daling van 10% groot is. Voor het lidmaatschap bij een bibliotheek geldt dat dit sinds 1990 afneemt. In 2018 was nog 10% van de volwassenen lid (Bron: CBS). De cijfers voor Alblasserdam liggen in 2021 nog een stuk hoger, maar laten desalniettemin een forse daling zien ten opzichte van 2017.

Tabel 5.2 Top 5 lidmaatschap vereniging/organisatie 2017

2021

kerk/moskee

49

 39

bibliotheek

36

 29

sportvereniging

28

24

-

19

14

15

overige sportaanbieders organisatie met maatschappelijk doel Toelichting: % van totaal aantal inwoners Alblasserdam;

- = niet voorgelegd in 2017 pijltjes wijzen op een significante toename  of afname  t.o.v. 2017; als er geen pijltjes staan is er dus geen verschil met 2017

5.3 Activiteiten in verenigingsverband doen: afgelopen 12 maanden 2021

18%

2017

Activiteiten doen Naast activiteiten in verenigingsverband kunnen mensen ook andere activiteiten samen doen, zoals samen koffie drinken, samen koken of een uitstapje maken. In figuur 5.3 en 5.4 staat hoe actief inwoners binnen en buiten verenigingsverband zijn.

Duidelijk zichtbaar is de afname in activiteit voor de groep inwoners die (heel) vaak activiteiten onderneemt in verenigingsverband vergeleken met 2017. De activiteiten buiten verenigingsverband worden in dezelfde mate gedaan vergeleken met 2017. Ook hierbij is aannemelijk dat de coronacrisis van invloed is. Het past hierbij dat de impact op activiteiten in verenigingsverband daarbij groter is dan daarbuiten. 1: Hart, J. de & P. van Houwelingen (2018). Christenen in Nederland. Kerkelijke deelname en christelijke gelovigheid. Den Haag: SCP.

22%

60%

41% 0%

20%

24% 40% (heel) vaak

35% 60% af en toe

80%

100%

(bijna) nooit

5.4 Activiteiten buiten verenigingsverband doen: afgelopen 12 maanden 2021

19%

2017

20% 0%

34%

47%

35% 20%

40% (heel) vaak

45% 60% af en toe

80%

100%

(bijna) nooit

Toelichting: gearceerde staven in de grafiek wijzen op een significant verschil t.o.v. 2017; als er geen gearceerde staven staan is er dus geen verschil met 2017.

42

Partner voor bestuur en beleid

Participatie Sport

5.5 Sportfrequentie in de afgelopen 12 maanden

In de pagina hiervoor hebben we gezien dat 24% van de Alblasserdammers lid is van een sportvereniging en/of een ‘overige sportaanbieder’ zoals een sportschool (19%). Uiteraard sporten mensen ook buiten verenigingsverband. Figuur 5.5 laat de sportfrequentie van inwoners zien volgens de volgende definitie:

2021

"Het gaat om activiteiten die u in de afgelopen twaalf maanden heeft gedaan volgens gebruiken en regels uit de sportwereld. U moet dus denken aan bijvoorbeeld voetbal, badminton, fitness, toerfietsen en schaken, maar niet aan yoga, tuinieren, puzzelen of fietsen naar het werk of naar de supermarkt. Sporten die u tijdens de vakanties heeft beoefend, tellen wel mee."

2017

Bijna 6 van de 10 inwoners van Alblasserdam zegt niet te hebben gesport in het afgelopen (corona) jaar. Vier jaar geleden waren dat er nog 5 van de 10. De groep die in ieder geval een keer per week sportten halveerde van 12% naar 6%. Deze resultaten zijn in lijn met ander onderzoek. Afgezet naar leeftijd blijkt de sportfrequentie af te nemen naarmate men ouder wordt. Zo geldt voor 36% van de 1834 dat ze nooit sporten. Dit is 60% voor de leeftijdsgroep 35-64 jarigen en 73% voor de groep 65+’ers.

57%

7%

50%

0%

20% 0 keer

9%

40% 1-11 keer

12-59 keer

19%

18%

6%

12%

60%

80%

60-119 keer

120 keer of meer

11%

11%

100%

Toelichting: gearceerde staven in de grafiek wijzen op een significant verschil t.o.v. 2017; als er geen gearceerde staven staan is er dus geen verschil met 2017.

Uit onderzoek van het RIVM1 naar sport- en beweeggedrag in 2020 blijkt dat 30 tot 50 procent van de bevolking aangeeft dat ze tijdens de coronacrisis minder zijn gaan sporten/bewegen. 1: Duijvestijn, M. et al. (2021). Sport- en Beweeggedrag in 2020. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

43

Partner voor bestuur en beleid

Effect van de Coronacrisis Partner voor bestuur en beleid

De invloed van de coronapandemie We zagen in het vorige hoofdstuk dat de coronacrisis invloed heeft gehad op de participatie mogelijkheden en het gedrag van mensen in Alblasserdam. De coronacrisis heeft dus invloed gehad op het sociaal functioneren van mensen.

Effect van de Coronacrisis 6.1 Invloed op werk

Bij de open vragen over mantelzorg en vrijwilligerswerk bijvoorbeeld geven respondenten aan dat corona een negatieve invloed heeft gehad op hun activiteiten en zorg verlenende handelingen naar anderen. Aan het einde van de vragenlijst was er ruimte voor opmerkingen. Ook daar troffen we opmerkingen aan die betrekking hadden op de coronaepidemie. Zo schreef iemand: "Door corona wordt je leven heel anders. Je kunt niet zomaar bij iemand op bezoek gaan en ook het verenigingsleven en kerkbezoek ligt stil.” De impact van de coronaepidemie op de contacten die mensen hadden met de personen uit hun sociale netwerk (familie en vrienden) en het voorkomen van gevoelens van eenzaamheid worden verderop in dit hoofdstuk beschreven.

kan werk behouden werk kwijt geraakt

Invloed op financiën

3%

tijdelijk ander werk

1%

geen van bovenstaande

42% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Toelichting: % van werkzame inwoners in Alblasserdam van 18-68 jaar, meerdere antwoorden mogelijk

6.2 Invloed op financiën

In Alblasserdam heeft het grootste deel van de volwassenen in de werkzame leeftijd geen verandering meegemaakt in hun financiën tijdens de coronacrisis (77%). Voor één op de zes (15%) gold dat hun financiën verslechterden door de coronacrisis. Er is ook een klein deel dat aangaf dat hun financiën verbeterden (8%). Het Sociaal Cultureel Planbureau1 constateert in een onderzoek over de effecten van de coronacrisis dat een verslechtering van de financiële situatie vooral voorkomt bij mensen die al een laag inkomen hadden. Dit effect zien we ook in Alblasserdam terug. Onder Alblasserdammers die hun inkomen typeren als minimuminkomen/bijstandsniveau verslechterde bij 24% hun inkomen. Bij degenen die hun spaargeld moesten aanspreken of schulden moeten maken, zag 54% hun financiële positie verslechteren door de coronacrisis.

6%

onzeker

Invloed op werk Op het gebied van werk is het beeld niet helemaal duidelijk. Al heeft bijna de helft van de Alblasserdammers in de werkzame leeftijd zijn of haar werk behouden; 42% lijkt geen antwoordcategorie te hebben gevonden voor zijn of haar situatie, hetgeen moeilijk verder te duiden is. Wel duidelijk is dat slechts 6% zijn baan is kwijt geraakt, 1% heeft tijdelijk ander werk gevonden en voor 3% is het onzeker op werkgebied.

49%

8%

0%

77%

10%

20%

30%

beter geworden

40%

50%

15%

60%

niet veranderd

70%

80%

90%

100%

slechter geworden

Toelichting: % van werkzame inwoners in Alblasserdam van 18-68 jaar

1: SCP (2021). Een jaar met corona. Ontwikkelingen in de maatschappelijke gevolgen van corona. Den Haag: SCP.

45

Partner voor bestuur en beleid

Effect van de Coronacrisis Vrijwillige inzet tijdens de coronacrisis Sinds het uitbreken van de pandemie heeft de overheid ons in meer of mindere mate beperkingen opgelegd met betrekking tot sociale activiteiten en het ontmoeten van andere mensen. De mogelijkheden voor het doen van vrijwilligerswerk werden hierdoor kleiner. Aan de andere kant hielden sommigen juist meer vrije tijd over door het wegvallen van bestaande activiteiten of werk. Hoe heeft de coronacrisis invloed gehad op de vrijwillige inzet van Alblasserdammers? Eén op de vijf inwoners (18%) zegt door het uitbreken van de coronacrisis minder vrijwilligerswerk te hebben gedaan dan normaal. Daar tegenover staat 6% die aangeeft juist méér vrijwilligerswerk te zijn gaan doen door de epidemie. De reden hiervoor is niet uitgevraagd in dit onderzoek, maar wellicht hadden zij meer tijd om zich vrijwillig in te zetten of waren ze meer gemotiveerd. Voor driekwart heeft de coronacrisis geen invloed gehad op de hoeveelheid vrijwilligerswerk die zij verrichtten.

Extra aandacht voor anderen Tijdens de coronacrisis ontstonden er groepen mensen die meer aandacht of hulp nodig hadden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om mensen die besmet raakten met het virus of in sociaal isolement raakten. Nieuwe initiatieven om kwetsbaren te helpen werden opgericht. De helft van de Alblasserdammers geeft aan familie, vrienden of buren te hebben geholpen die extra hulp of aandacht nodig hadden door de coronacrisis. Eén op de twaalf heeft zich vanuit een organisatie of vereniging vrijwillig ingezet voor mensen die extra hulp of aandacht nodig hadden.

6.3 Vrijwilligerswerk in de coronacrisis

ben meer vrijwilligerswerk gaan doen

6%

ben minder vrijwilligerswerk gaan doen

18%

geen van beide

76%

0%

20%

40%

60%

80%

100%

6.4 Extra aandacht voor anderen in de coronacrisis extra aandacht familie, vrienden of buren extra aandacht vanuit organisatie/vereniging

51%

8% 0%

92% 20% ja

46

49%

40%

60%

80%

100%

nee

Partner voor bestuur en beleid

Effect van de Coronacrisis Sociale contacten tijdens de coronacrisis Tijdens de coronacrisis zijn er minder mogelijkheden (geweest) om familie en vrienden te ontmoeten. In hoeverre hebben Alblasserdammers hier moeite mee? Driekwart (29% + 46%) vindt het moeilijk dat hij minder kan afspreken met familie en vrienden, 29% vindt dit zelfs heel moeilijk (figuur 6.5). Daarnaast zegt 68% familie en vrienden om zich heen te missen. Toch is de helft (53%) tevreden over de kwaliteit van het contact met de mensen om zich heen; 20% is hier echter niet tevreden over. We kunnen hieruit concluderen dat een groot deel van de Alblasserdammers moeite heeft (gehad) met de beperking van sociale contacten. Een kleine groep ondervindt (of ondervond) weinig problemen.

Eenzaamheid tijdens de coronacrisis De helft van de inwoners heeft zich in de afgelopen 12 maanden eenzaam gevoeld (figuur 6.6). Vier op de tien gaven aan zich soms eenzaam te voelen, 8% voelde zich vaak eenzaam en een enkeling (1%) altijd. In figuur 6.7 zien we welke rol de coronacrisis hierbij heeft gespeeld. Ruim een derde (36%) zegt zich vaker eenzaam te voelen door de crisis. Een kleine groep van 5% voelt zich juist minder eenzaam. Voor de meerderheid (59%) maakt het geen verschil. Jongeren van 18 t/m 34 jaar geven significant vaker aan zich vaker eenzaam te voelen door de coronacrisis (47%). Dit is in lijn met bevindingen van I&O Research. 1 Het gemis aan contacten op school en met vrienden, het gebrek aan activiteiten en het missen van een perspectief zorgen voor gevoelens van eenzaamheid onder jongeren.2

6.5 Stellingen over contact tijdens coronacrisis Ik vind het moeilijk dat ik minder kan afspreken met familie en vrienden

29%

Ik mis familie en vrienden om me heen

46%

24%

Ik ben tevreden over de kwaliteit van het contact met familie en vrienden

16%

44%

9%

21%

44%

0%

20%

zeer mee eens

mee eens

27% 40%

neutraal

6.6 Eenzaam gevoeld in afgelopen 12 maanden

7%

60% mee oneens

9%

15%

5%

80%

100%

zeer mee oneens

6.7 Vaker eenzaam door coronacrisis?

1% 8%

36%

51%

40%

59% 5%

1: https://www.ioresearch.nl/actueel/veel-jongeren-voelen-zich-nuslechter-dan-voor-coronacrisis 2: https://www.movisie.nl/artikel/eenzaamheid-onder-jongerentijdens-coronacrisis

nee

ja, soms

47

ja, vaak

ja, altijd

geen verschil

minder vaak

vaker

Partner voor bestuur en beleid

Bijlage 1 Tabellen Partner voor bestuur en beleid

Kernindicatoren per wijk B.1 Aandeel Alblasserdammers dat… is/heeft (in %) Centrum

Souburgh

Kinderdijk

Blokweer

Alblasserdam

regio

2017

2021

2017

2021

2017

2021

2017

2021

2017

2021

2017

2021

lid vereniging

82

80

81

83

83

79

82

78

82

80

76

77

onvoldoende sociale contacten a

6

 27

6

 25

8

 24

5

 33

6

 28

8

 29

sociaal geïsoleerd

3

9

8

9

8

5

7

11

6

9

8

 10

mantelzorger b

26

21

31

 18

22

17

27

24

27

 21

25

 22

mantelzorger bekend met ondersteuning b

45

67

55

63

39

 71

49

62

48

 64

46

 63

mantelzorger die zich overbelast voelt b c

-

-

-

-

-

-

-

-

4

2

3

2

vrijwilliger

41

30

42

 30

41

31

40

 24

41

 28

36

 25

actief in de buurt

15

16

21

 10

17

11

15

11

16

12

13

 11

weinig eigen kracht (o.b.v. indexscore)

2

5

4

7

6

3

2

7

3

6

5

6

nauwelijks participeert (o.b.v. indexscore)

5

 18

8

14

6

11

5

 18

6

 16

6

 14

a in 2021 is de vraagstelling iets aangepast: 2017: Vindt u dat u voldoende contacten met andere mensen hebt?

2021: Vindt u dat u in de afgelopen 12 maanden voldoende contacten met andere mensen had? b mantelzorgers die meer dan 8 uur per week en/of langer dan 3 maanden zorgen c vanwege het beperkte aantal respondenten kunnen we geen uitsplitsing maken op wijkniveau

Toelichting:  = significante toename t.o.v. vorige meting;  = significante afname t.o.v. vorige meting

49

Partner voor bestuur en beleid

Professionele hulp B.2 Professionele hulp kunnen vinden indien nodig (in %) 2017

2019

2021  79

psychische problemen

77

 69

lichamelijke beperkingen

73

 62

 75  72

70

 63

kindermishandeling

.

57

 72

huiselijk geweld

.

56

 72

vinden van huisvesting

.

64

69

moeite met rondkomen/geldzorgen

.

43

 65

schulden

52

 43

 63

ontmoeten van/contact met mensen

60

58

62

relatieproblemen opvoedondersteuning mantelzorgondersteuning

. 51 46

. 47 52

59  59 57

vinden van werk

eenzaamheid

.

.

57

echtscheiding

42

 34

 54

Toelichting: . = niet gevraagd in betreffende meting  = significante toename t.o.v. vorige meting;  = significante afname t.o.v. vorige meting In het rapport worden in de tekst bij figuur 1.6 de cijfers uit de jaren 2017 en 2021 met elkaar vergeleken. De reden hiervoor is dat de cijfers uit de tussenmeting uit 2019 (net als die in 2015) consistent en onverklaarbaar veel lager liggen dan die in de grote metingen. Omdat het hier een patroon betreft kiezen we er in dit geval voor om uitsluitend de cijfers uit de grote metingen met elkaar te vergelijken in de tekst. Voor de volledigheid nemen we hier in de bijlage wel de cijfers op uit de tussenmeting van 2019. De pijltjes voor 2021 hebben betrekking op de vergelijking met 2019 en gaan niet op voor de vergelijking met 2017 zoals gepresenteerd in de tekst bij figuur 1.6.

50

Partner voor bestuur en beleid

Bekendheid voorzieningen B.3 Bekendheid voorzieningen totaal (in %) 2017

2019

totaal bekend

beetje bekend

goed bekend

Centrum voor Jeugd en Gezin

63

39

Maatschappelijk werk

83

47

Consultatiebureau

86

Jongerenwerk/JeugdPunt

2021

totaal bekend

beetje bekend

goed bekend

totaal bekend

beetje bekend

goed bekend

24

57

28

29

 67

39

28

36

 65

41

24

 78

46

32

23

63

 72

19

53

76

29

47

60

42

18

 47

34

13

 61

44

17

MEE Drechtsteden

41

25

16

36

22

14

37

24

13

Meldpunt Zorg en Overlast

34

27

7

28

7

21

 36

28

8

Veilig Thuis

37

25

12

39

24

15

 51

28

23

Helpende Handen

41

27

14

44

24

20

 54

37

17

Cliëntondersteuning

19

13

6

 25

18

7

24

17

7

Inloop GGZ (Yulius) Inloophuis Alzheimer Trefpunt

41 37 49

25 24 32

16 13 17

43 42  59

29 26 40

14 16 19

47 44  44

32 31 31

15 13 13

Sociale Dienst Drechtsteden

41

25

16

36

22

14

 59

39

20

Stichting Welzijn Alblasserdam

64

39

25

64

30

34

66

47

19

Sociaal Raadslieden

43

25

18

 50

27

23

46

31

15

Vrijwilligerssteunpunt

34

22

12

 41

24

17

38

26

12

Klussendienst WoonCadans

24

15

9

24

16

8

23

16

7

Gezondheidscentrum DOK 11

94

15

79

96

4

92

92

12

80

Wmo-loket

47

27

20

46

24

22

46

30

16

Multifunctioneel Centrum Maasplein

57

33

24

60

27

33

 51

32

19

Cultureel Centrum Landvast

88

24

64

 95

11

84

 90

26

64

Bibliotheek Aan Zet

93

18

75

 81

24

57

77

25

52

.

.

.

26

11

15

 35

15

20

ABC-Team

Toelichting: de kolom 'totaal bekend' is een optelling van de kolommen 'beetje bekend' en 'goed bekend‘ . = niet gevraagd in betreffende meting  = significante toename t.o.v. vorige meting;  = significante afname t.o.v. vorige meting; er is enkel getoetst voor de totale bekendheid (kolom 'totaal bekend‘) In het rapport worden in de tekst bij figuur 1.7 de cijfers uit de jaren 2017 en 2021 met elkaar vergeleken. De reden hiervoor is dat de cijfers uit de tussenmeting uit 2019 (net als die in 2015) consistent en onverklaarbaar veel hoger of lager liggen dan die in de grote metingen. Omdat het hier een patroon betreft kiezen we er in dit geval voor om uitsluitend de cijfers uit de grote metingen met elkaar te vergelijken in de tekst. Voor de volledigheid nemen we hier in de bijlage wel de cijfers op uit de tussenmeting van 2019. De pijltjes voor 2021 hebben betrekking op de vergelijking met 2019 en gaan niet op voor de vergelijking met 2017 zoals gepresenteerd in de tekst bij figuur 1.7.

51

Partner voor bestuur en beleid

Bekendheid voorzieningen B.4 Bekendheid voorzieningen, % van de doelgroep 2017

totaal bekend

2019

beetje bekend

goed bekend

totaal bekend

2021

beetje bekend

goed bekend

totaal bekend

beetje bekend

goed bekend

% van ouders met kinderen van 0 tot 23 jaar consultatiebureau

96

5

91

93

4

89

93

9

84

Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG)

83

41

42

77

25

52

86

28

58

Jongerenwerk/Jeugdpunt Alblasserdam

64

51

13

 49

34

15

 66

44

22

% van ouders met kinderen van 0 tot 18 jaar consultatiebureau

96

6

90

93

8

85

94

8

86

Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG)

82

41

41

73

26

47

 89

28

61

Jongerenwerk/Jeugdpunt Alblasserdam

65

51

14

 48

32

16

 69

47

22

Toelichting: de kolom 'totaal bekend' is een optelling van de kolommen 'beetje bekend' en 'goed bekend‘  = significante toename t.o.v. vorige meting;  = significante afname t.o.v. vorige meting; er is enkel getoetst voor de totale bekendheid (kolom 'totaal bekend')

52

Partner voor bestuur en beleid

Bekendheid voorzieningen B.5 Bekendheid mantelzorgondersteuning, % van mantelzorgers a 2017

2019

2021

totaal bekend

beetje bekend

goed bekend

37

23

63

37

26

.

17

49

31

18

mantelzorgsalons

37

30

50

26

24

Alzheimer Trefpunt

57

42

65

35

30

dag of week van de mantelzorg

53

55

71

34

37

mantelzorgwaardering

32

31

58

28

30

persoonlijke ondersteuning van mantelzorgconsulent

31

29

58

38

20

hulp vanuit Helpende Handen

.

30

60

30

30

hulp vanuit WoonCadans

.

11

34

15

19

Inloophuis Dementie

.

31

45

21

24

respijtzorg persoonlijke ondersteuning van cliëntondersteuner

a mantelzorgers die meer dan 8 uur per week en/of langer dan 3 maanden zorgen

. = niet gevraagd in betreffende meting Toelichting: in 2021 is de antwoordcategorie ‘ja, bekend’ opgesplitst in de categorieën ‘ja, beetje bekend’ en ‘ja, goed bekend’. De kolom 'totaal bekend' is een optelling van de kolommen 'beetje bekend' en 'goed bekend‘. Omdat de antwoordcategorieën in 2021 niet gelijk zijn aan 2017 en 2019 wordt in de tabel geen vergelijking gemaakt met voorgaande metingen.

53

Partner voor bestuur en beleid

Kernindicatoren per gemeente B.6 Aandeel inwoners dat… is/heeft (in %) Alblasserdam

Dordrecht

HardinxveldGiessendam

Hendrik-IdoAmbacht

Papendrecht

Sliedrecht

Zwijndrecht

regio

2017

2021

2017

2021

2017a

2021

2017

2021

2017

2021

2017

2021

2017

2021

2017

2021

lid vereniging

82

80

75

74

-

86

77

80

75

76

79

 85

74

75

76

77

onvoldoende sociale contacten b

6

 28

9

 30

-

22

5

 30

6

 30

7

 27

8

 29

8

 29

sociaal geïsoleerd

6

9

9

10

-

7

5

7

6

 10

9

11

9

10

8

 10

mantelzorger c

27

 21

24

22

-

19

25

24

24

20

27

22

25

22

25

 22

mantelzorger bekend met ondersteuning c

48

 64

56

62

-

70

50

56

61

65

56

69

53

62

46

 63

mantelzorger die zich overbelast voelt c

4

2

3

3

-

1

5

3

4

1

6

2

4

3

3

2

vrijwilliger

41

 28

34

 24

-

34

36

 24

37

 23

43

 30

34

 23

36

 25

actief in de buurt

16

12

13

 10

-

13

12

15

12

11

13

10

14

 9

13

 11

weinig eigen kracht (o.b.v. indexscore)

3

6

5

5

-

5

3

4

5

8

5

7

7

8

5

6

nauwelijks participeert (o.b.v. indexscore)

6

 16

8

 13

-

11

4

 11

5

 17

5

 13

7

 16

6

 14

a voor Hardinxveld-Giessendam zijn geen cijfers uit 2017 beschikbaar b in 2021 is de vraagstelling iets aangepast: 2017: Vindt u dat u voldoende contacten met andere mensen hebt?

2021: Vindt u dat u in de afgelopen 12 maanden voldoende contacten met andere mensen had? c mantelzorgers die meer dan 8 uur per week en/of langer dan 3 maanden zorgen

Toelichting:  = significante toename t.o.v. vorige meting;  = significante afname t.o.v. vorige meting

54

Partner voor bestuur en beleid

Bijlage 2 Verantwoording onderzoek Partner voor bestuur en beleid

Methode, steekproef en respons Methode Het onderzoek is uitgevoerd via een online vragenlijst. Geselecteerde inwoners kregen per brief het verzoek om aan het onderzoek deel te nemen en de vragenlijst op internet in te vullen. Indien gewenst konden zij een schriftelijke vragenlijst opvragen.

Steekproef De steekproef bestaat uit inwoners van Alblasserdam van 18 jaar en ouder, die niet in een verzorgingshuis of andere instelling wonen. De tabel hieronder geeft per wijk het aantal verstuurde enquêtes en de respons weer.

verstuurde enquêtes (aantal)

respons (aantal)

respons (%)

Centrum

400

139

35

Kinderdijk

400

138

35

Blokweer

400

131

33

Souburgh

400

145

36

1.600

553

35

Alblasserdam

Het databestand is herwogen naar wijk en leeftijd.a

Veldwerkperiode april en mei 2021

a In 2017 was er een Drechtsteden-brede weging, waardoor cijfers licht kunnen afwijken van die in de rapportage uit 2017.

56

Partner voor bestuur en beleid

Achtergrondkenmerken Achtergrondkenmerken respondenten De tabellen hieronder laten zien hoe de groep respondenten er uitziet op de kenmerken leeftijd, opleidingsniveau en huishoudinkomen.a

leeftijd

%

18-34 jaar

19

35-44 jaar

13

45-54 jaar

11

55-64 jaar

15

65+ jaar

42

opleidingsniveau

%

geen opleiding / basisonderwijs

13

vmbo, mavo, mulo, lbo/mbo 1

30

mbo 2, 3 of 4 / havo, vwo, hbs, mms

34

hbo / wo

23

huishoudinkomen (zelf gerapporteerd)

%

minimuminkomen / bijstandsniveau

15

tussen minimum en modaal

34

modaal (ca. € 35.000 bruto)

24

1,5x tot 2x modaal

20

meer dan 2x modaal

7

a De cijfers zijn ongewogen.

57

Partner voor bestuur en beleid

Betrouwbaarheid Betrouwbaarheidsmarges

bij een respons van:

In steekproefonderzoek heb je te maken met betrouwbaarheidsmarges, omdat niet alle personen in de doelgroep bevraagd zijn of meegedaan hebben. Een betrouwbaarheidsmarge rond een onderzoeksuitkomst is kleiner naarmate het aantal respondenten in het onderzoek groter is. Daarnaast is de betrouwbaarheidsmarge afhankelijk van het gemeten percentage. De tabel hiernaast geeft als voorbeeld de betrouwbaarheidsmarges voor een uitkomst van 50% en ter illustratie ook voor een uitkomst van 10% of 90%. Er hebben ruim 500 respondenten aan het onderzoek deelgenomen. Wanneer 50% van hen een bepaalde mening heeft, dan bedraagt de marge ±4% en kunnen we met 95% zekerheid zeggen dat dit percentage in werkelijkheid (onder de totale doelgroep) zal liggen tussen de 46% en 54%.

is 10% eigenlijk:

is 50% eigenlijk:

is 90% eigenlijk:

50

10% + 8%

50% + 14%

90% + 8%

100

10% + 6%

50% + 9%

90% + 6%

150 (wijk)

10% + 5%

50% + 8%

90% + 5%

250

10% + 4%

50% + 6%

90% + 4%

500 (totaal)

10% + 3%

50% + 4%

90% + 3%

95%-betrouwbaarheidsmarges gemeten %

Wanneer is er sprake van een significant verschil tussen 2017 en 2021? Om te toetsen of verschillen in percentages veroorzaakt zijn door het toevalskarakter van de steekproef of dat er werkelijk een verschil is, zijn ook weer de betrouwbaarheidsmarges van belang. Een percentage van de meting uit 2021 verschilt pas significant van het percentage uit de meting van 2017 als het hoger of lager is dan het betrouwbaarheidsmarge dat om de uitkomsten van de jaren heen ligt.

80% lidmaatschap 82%

0%

20%

40%

60%

80%

100%

Bijvoorbeeld: in 2017 is 82% van de inwoners lid van een vereniging. Dit moet, gezien de betrouwbaarheidsmarges, gelezen worden als 79% à 85%. De uitkomst voor 2021 is 80%, wat gelezen moet worden als 77% à 83%. Beide betrouwbaarheidsmarges overlappen elkaar (zie de streepjes rond de balken in de figuur hiernaast). Er is dus géén sprake van een significant verschil. Als we in de rapportage spreken over verschillen zijn dit altijd significante verschillen.

58

Partner voor bestuur en beleid

Indexen & regressieanalyse Indexen Op basis van de resultaten van het onderzoek hebben we twee indexen opgesteld: 'Eigen Kracht' en 'Participatie'. Hieronder laten we zien uit welke variabelen de twee indexen zijn opgebouwd. Voor elke variabele hebben we zogenaamde standaard scores berekend. Deze scores zijn opgeteld en omgerekend tot een schaal van 0 tot 10. Deze scores zijn tot slot voor beide indexen ingedeeld in drie categorieën (laag-gemiddeld-hoog).

variabelen in index Eigen kracht

toelichting

belemmering door beperking of ziekte

mate waarin men wordt belemmerd door een ziekte, aandoening of beperking in verschillende situaties

begrijpen van brieven en formulieren

mate waarin men moeite heeft met het begrijpen van brieven van officiële instanties en het invullen van formulieren

omgaan met problemen

mate waarin men kan omgaan met onverwachte problemen en in staat is om problemen op te lossen

financiële gezinssituatie

hoe is de huidige financiële situatie van het gezin of huishouden

weg vinden naar instanties

weet men waar men terecht kan voor professionele hulp op verschillende gebieden indien nodig

variabelen in index Participatie

toelichting

ondernemen van activiteiten

mate waarin men activiteiten in en buiten verenigingsverband onderneemt

sociaal isolement

mate waarin men contacten heeft met andere mensen

beleving aantal sociale contacten

mate waarin men zelf vindt of men voldoende contacten met andere mensen heeft

werk of opleiding

heeft men betaald werk of een eigen bedrijf of volgt men een studie

vrijwilligerswerk

heeft men in de afgelopen 12 maanden vrijwilligerswerk gedaan

Regressieanalyse Regressieanalyse is een analyse van de data om te kijken of een bepaalde variabele invloed heeft op een andere variabele (of samengestelde index van variabelen). Ook kan bij regressieanalyse getoetst worden of dit een positieve of een negatieve invloed is. Het voordeel van regressieanalyse is dat je ook het effect van meerdere variabelen kan meten. Het kan dan zijn dat sommige variabelen relatief gezien minder van invloed zijn omdat er één andere belangrijke variabele is die veel invloed heeft. Bijvoorbeeld leeftijd en gezondheid. Apart kunnen beiden belangrijk zijn, maar neem je deze samen in een analyse dan zien we dat gezondheid de belangrijkste invloed heeft (leeftijd hangt namelijk ook samen met gezondheid; een hogere leeftijd gaat vaak samen met een minder goede gezondheid).

59

Partner voor bestuur en beleid

Over ons Over het OCD Partner voor bestuur en beleid! Dat wil het OCD zijn voor haar opdrachtgevers in de Drechtsteden en daarbuiten. Wij bieden ondersteuning op maat met onderzoek, advies en informatie. Zodat beleid optimaal ontwikkeld, uitgevoerd en waar nodig bijgesteld kan worden. Meer weten? Bezoek onze website!

Contact Wilt u tips of informatie doorgeven of heeft u misschien een vraag over dit product? Neem dan gerust contact op ons door te bellen naar 078 770 3905 of te mailen naar ocd@drechtsteden.nl.

Auteurs

K.F.J. (Kristel) Kuijstermans-Lambregts

W.P. (Willem Paul) Peters

E.L. (Liesbeth) Heering

W. (Wanda) van den Boogaard

I.A.C. (Ingrid) Soffers

M.J. (Michel) Borst

60

Partner voor bestuur en beleid

Colofon Monitor Sociaal 2021 Alblasserdam

Onderzoekcentrum Drechtsteden

Juli 2022 Adres Industrieweg 11 3361 HJ Sliedrecht

Postbus 619 3300 AP Dordrecht Telefoon 078 770 3905 Website onderzoekcentrumdrechtsteden.nl

Partner voor bestuur en beleid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/665/documents/15091