CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Monitor Sociaal 2021 - Alblasserdam.pdf

Commissie Bestuur en Samenleving Alblasserdam 28 januari 2025, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 9: Uitvoering BuurtKracht - Voorstel14.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Monitor Sociaal 2021 Alblasserdam

START

Partner voor bestuur en beleid

Inhoudsopgave Eigen kracht

Sociaal netwerk Bijlagen

Samenvatting

Mantelzorg

Vrijwillige inzet

Terug naar inhoudsopgave

Participatie

Effect van Corona

Inleiding

Partner voor bestuur en beleid

Inleiding Partner voor bestuur en beleid

Inleiding Voor u ligt de vierde editie van de Monitor Sociaal, een grootschalig vragenlijstonderzoek over de ervaringen van inwoners uit Alblasserdam op allerlei sociale onderwerpen. Bijvoorbeeld: Kunnen inwoners de dingen doen die zij willen, zijn zij lid van een vereniging en hoeveel inwoners bieden mantelzorg? De vragenlijst is ingevuld in april en mei 2021. Alle cijfers uit de Monitor Sociaal zijn gebaseerd op zelfrapportage. Het gaat om de beleving van de inwoners van 18 jaar en ouder. Voor registratiecijfers verwijzen we graag naar andere bronnen. De Monitor Sociaal is uitgevoerd in alle zeven Drechtsteden gemeenten. Op verzoek van de gemeenten hebben we voor elke gemeente een eigen rapportage gemaakt, zodat de focus op de eigen gemeente ligt. In deze rapportage leest u de stand van zaken en de ontwikkelingen in de tijd voor Alblasserdam als geheel én per wijk. Waar relevant vergelijken we met landelijke cijfers of trends.

Decentralisaties van Rijk naar gemeenten De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet traden op 1 januari 2015 in werking.1 Deze wetgeving betekende een forse uitbreiding van de gemeentelijke verantwoordelijkheid op het gebied van de ondersteuning van mensen met een beperking, de hulp aan jeugdigen en ouders en de begeleiding van mensen met een arbeidsbeperking of afstand tot de arbeidsmarkt. Inwoners moeten de zorg krijgen die zij nodig hebben wanneer de eigen kracht en het eigen sociaal netwerk niet voldoende toereikend zijn. Daarom zullen wij – net als in 2017 – aandacht besteden aan de ervaringen van inwoners met zorg en zorgvoorzieningen in hun gemeente.

Ontwikkelingen & Coronapandemie Naast de drie decentralisaties zien we de afgelopen jaren verschillende andere maatschappelijke trends, zoals het langer thuis wonen, van curatieve naar preventieve zorg en de vergaande digitalisering. Ook speelt de coronapandemie een rol. De pandemie begon in Nederland in februari 2020 en vanaf maart zijn maatregelen genomen tegen de verspreiding van het virus. Tussen april en mei 2021, de periode waarin het onderzoek is uitgevoerd, waren opnieuw verschillende maatregelen van kracht om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Bijvoorbeeld de avondklok, een beperking van winkelopeningstijden en een verbod op samenkomsten en andere bijeenkomsten.

1: SCP (2020). Sociaal domein op koers?. p. 4-5

4

Partner voor bestuur en beleid

Inleiding Uit cijfers van het centraal planbureau (CPB) blijkt dat de consumptie door huishoudens, export van goederen en investeringen enorm zijn gekrompen. Inmiddels trekt de economie weer aan en hebben meer mensen een baan en er zijn minder werklozen. Ook al deze ontwikkelingen zijn van invloed op de onderwerpen die in deze Monitor Sociaal aan bod komen. Waar nodig duiden we bepaalde significante ontwikkelingen op basis van de coronapandemie.

Demografische ontwikkelingen in Alblasserdam De resultaten uit deze Monitor Sociaal en de ontwikkelingen ten opzichte van eerdere metingen kunnen we niet los zien van de bevolkingssamenstelling in Alblasserdam en veranderingen hierin. We schetsen hier daarom kort de demografische situatie en ontwikkelingen in Alblasserdam. Op 1 januari 2021 telde Alblasserdam 20.137 inwoners. De leeftijdsgroep 0 t/m 19 jaar is goed voor 25% van de bevolking, 55% is tussen de 20 en 65 jaar oud en 20% is 65 jaar of ouder. Het aandeel 65+-ers neemt langzaam toe; in 2017 was dit 19,4%. Ten opzichte van 2017 is de bevolking in Alblasserdam gegroeid met 0,6%. De Nederlandse bevolking groeide in deze periode met 2,3%. De bevolkingsgroei komt met name door natuurlijke aanwas; het aantal geboorten is groter dan het aantal sterfgevallen. Het migratiesaldo is negatief, het aantal mensen dat vertrok uit Alblasserdam is groter dan het aantal dat zich vestigde. Vanaf 2020 krimpt de bevolking hierdoor licht. De laatste Primos prognose (2021) voorspelt een bescheiden bevolkingsgroei de komende jaren. Het aandeel 65-plussers neemt naar verwachting toe tot 24,3% in 2040.

Leeswijzer Deze rapportage is een doorklikbaar pdf-bestand. Op pagina 2 kunt u aanklikken welk onderwerp u wilt bekijken. Ook op andere plekken staan links waarmee u snel uitkomt bij de onderwerpen die u zoekt. Zo is elke pagina op zichzelf te lezen. In de grafieken en tabellen staat aangegeven waar er sprake is van een noemenswaardig (= statistisch significant) verschil of ontwikkeling. Een uitgebreide methodologische verantwoording vindt u in de bijlage. De belangrijkste cijfers per gemeente hebben we opgenomen in het tabellenboek in de bijlage (daar kunt u Alblasserdam met de andere zes Drechtstedengemeenten vergelijken).

5

Partner voor bestuur en beleid

Samenvatting Partner voor bestuur en beleid

Samenvatting Eigen kracht •

•

•

•

•

Mate van eigen kracht: De meeste inwoners van Alblasserdam beschikken over gemiddeld of veel eigen kracht. Een kleine groep (6%) heeft weinig eigen kracht. Dit komt overeen met 2017. Opleidingsniveau is de belangrijkste bepaler voor de mate van eigen kracht: hoe hoger de opleiding, hoe meer eigen kracht. Ook ervaren gezondheid en het al dan niet hebben van werk/studie hebben invloed. Begrijpen brieven, formulieren en internet: In het contact met officiële instanties heeft één op de zes inwoners (16%) vaak of altijd moeite met het via internet regelen van zaken. Daarnaast heeft 7% moeite met het begrijpen van brieven/formulieren. Deze laatste groep is nu kleiner dan in 2017 (11%). Omgaan met problemen: Vergeleken met 2017 zeggen iets minder inwoners om te kunnen gaan met onverwachte problemen (73%). De meerderheid van de inwoners kan zijn problemen zelf of met behulp van het eigen netwerk oplossen (91%), wat gelijk is aan vier jaar geleden. Financiële zelfredzaamheid: De financiële huishoudenssituatie van de meeste Alblasserdammers is in orde. Wel is er een kleine financieel kwetsbare groep die spaargeld moet uitgeven (5%) of schulden moet maken (1%). Dit komt overeen met de situatie in 2017. Weg vinden naar professionele hulp: Veel inwoners weten, indien nodig, de weg te vinden naar professionele hulp.

Het meest bekend is men met het vinden van hulp bij psychische problemen (79%) en lichamelijke beperkingen (75%). Het minst bekend zijn instanties voor hulp bij problemen rond echtscheidingen (54%), maar deze bekendheid is wel toegenomen ten opzichte van 2017. Ook is de bekendheid toegenomen voor hulp bij schulden en opvoedondersteuning.

Sociaal netwerk •

• • • •

Aantal sociale contacten: Een derde van de Alblasserdammers had, naar eigen zeggen, in het afgelopen jaar voldoende sociale contacten. Dit is een groot verschil met 2017, toen driekwart aangaf genoeg contacten te hebben. Het aandeel inwoners met onvoldoende sociale contacten is gegroeid van 6% in 2017 naar 28% in 2021. Zeer waarschijnlijk is dit een effect van de coronamaatregelen, waarbij mensen werd gevraagd hun sociale contacten te beperken. Sociaal isolement: Ook het aandeel inwoners dat (enigszins) sociaal geïsoleerd is, is toegenomen. In 2021 wordt 22% gekenmerkt als (enigszins) sociaal geïsoleerd, in 2017 was dit nog 13%. Hulp van anderen: Veel inwoners kunnen terugvallen op hun sociaal netwerk als het gaat om hulp op verschillende gebieden. Relaties: Zeven op de tien Alblasserdammers van 18 jaar en ouder hebben een relatie. Zij beoordelen hun relatie gemiddeld met een 8,5. Ouderschap: De meeste ouders met één of meer minderjarige kinderen zijn samen met de vader of moeder van hun kind(eren). Zij zijn over het algemeen tevreden over hun gezamenlijk ouderschap en geven hiervoor een 8,3. Gescheiden ouders (één op de acht ouders) beoordelen het gedeeld ouderschap met hun ex-partner met een 6,6 duidelijk minder goed.

7

Partner voor bestuur en beleid

Samenvatting Mantelzorg •

• • •

•

•

Aandeel mantelzorgers: Het aandeel mantelzorgers in Alblasserdam neemt langzaam af in de afgelopen vier jaar. In 2021 verleent 21% mantelzorg (minimaal 8 uur per week en/of langer dan 3 maanden). In 2019 was dit 23%, in 2017 nog 27%. De meeste mantelzorgers zorgen voor één of beide ouders (48%). De groep mantelzorgers die intensief zorgt (meer dan 8 uur per week) is gehalveerd ten opzichte van 2017 en 2019 (van 22% naar 11%). Soort mantelzorg: De meeste mantelzorgers verlenen gezelschap en emotionele steun (72%). Ook ondersteunen veel mantelzorgers in het huishouden (58%). Hulp van anderen: Zes op de tien mantelzorgers krijgen hulp van anderen. Vier op de tien mantelzorgers staan er dus alleen voor, wat gelijk is aan voorgaande metingen. Overbelasting: Ruim een derde heeft in meer of mindere mate moeite met het combineren van de mantelzorgtaken met hun eigen dagelijkse activiteiten. Naar eigen zeggen is 2% overbelast geraakt. Dit is vergelijkbaar met 2017. Bekendheid mantelzorgondersteuning: De bekendheid met de verschillende vormen van mantelzorgondersteuning loopt uiteen. De dag/week van de mantelzorg is met 71% het meest bekend onder mantelzorgers, WoonCadans is het minst bekend (34%). Gebruik mantelzorgondersteuning: Het gebruik van mantelzorgondersteuning is beperkt, slechts 3% zegt hiervan gebruik te maken. Dit is niet anders dan in 2017 en 2019.

De meeste mantelzorgers hebben geen behoefte aan (meer) ondersteuning. Zij redden het nog prima zonder ondersteuning / met de huidige ondersteuning die zij gebruiken of zeggen zich geen mantelzorger te voelen.

Vrijwillige inzet •

• • •

Vrijwilligers: Ruim een kwart van de Alblasserdammers heeft in de afgelopen 12 maanden vrijwilligerswerk gedaan. Dit is minder dan in 2017, toen 41% aangaf zich vrijwillig te hebben ingezet. Waarschijnlijk spelen de beperkingen tijdens de coronacrisis hier een rol. Soort vrijwilligerswerk: De meeste vrijwilligers zijn actief bij een godsdienstige of levensbeschouwelijke organisatie, een zorg-/welzijnsorganisatie of een sportvereniging. Actief in de buurt: Eén op de acht inwoners is in de afgelopen 12 maanden vrijwillig actief geweest in de eigen buurt. Dit is gelijk aan 2017. Soort activiteiten: Dit gebeurde meestal door buurtbewoners te helpen of de buurt schoon te houden/ het groen bij te houden.

8

Partner voor bestuur en beleid

Samenvatting Participatie •

•

•

•

Mate van participatie: De meeste inwoners van Alblasserdam hebben een hoge (31%) of gemiddelde (53%) score op de index Participatie. Eén op de zes Alblasserdammers heeft een lage score. Vergeleken met 2017 is de groep met een hoge score een stuk kleiner en zijn er meer inwoners met een gemiddelde of lage score. Ervaren gezondheid is de belangrijkste bepaler voor de mate van participatie. Hoe beter de ervaren gezondheid, hoe meer men participeert. Ook opleidingsniveau, leeftijd en het al dan niet hebben van een langdurige aandoening hebben hier invloed op. Lidmaatschap vereniging of organisatie: Vier op de vijf Alblasserdammers zijn lid van een vereniging of organisatie. Dit is gelijk aan 2017. Lidmaatschap van een kerk/moskee, van een bibliotheek en van een sportvereniging worden het vaakst genoemd. Activiteiten doen: Inwoners hebben in de afgelopen 12 maanden minder vaak activiteiten binnen verenigingsverband gedaan. Slechts 18% deed dit (heel) vaak, tegenover 41% in 2017. De groep ‘(bijna) nooit’ is gegroeid van 35% naar 60%. De invloed van de coronamaatregelen is hier duidelijk zichtbaar. De mate waarin Alblasserdammers samen met anderen activiteiten buiten verenigingsverband ondernamen, bleef daarentegen hetzelfde als in 2017.

Sportfrequentie: Vergeleken met vier jaar geleden is het aandeel inwoners dat in de afgelopen 12 maanden aan sport heeft gedaan, gedaald van 50% naar 43%.

Effect van de Coronacrisis • • •

• •

•

Invloed van de coronacrisis op werk: De helft van de Alblasserdammers in de werkzame leeftijd behield zijn of haar werk in de coronacrisis. Slechts 6% raakte het werk kwijt. Financieel: Voor de meeste werkzame inwoners bleef de financiële situatie onveranderd in die periode (77%), 15% ging er op achteruit en een kleine groep van 8% ging er op vooruit. Vrijwilligerswerk: Voor driekwart van de Alblasserdammers veranderde hun inzet voor vrijwilligerswerk niet. Een op de vijf ging minder vrijwilligerswerk doen tijdens de coronacrisis en 6% deed juist meer dan daarvoor. Aandacht voor anderen: De helft van de inwoners gaf extra aandacht aan familie, vrienden of buren tijdens de coronacrisis. Sociale contacten: Het aantal contacten nam af sinds de vorige meting zagen we al hiervoor. Drie van elke vier inwoners vonden het moeilijk dat ze minder konden afspreken met familie en vrienden door de coronamaatregelen. Twee van de drie Alblasserdammers misten familie en vrienden om zich heen en een op de vijf gaf aan dat de kwaliteit van de contacten daar onder leed. Eenzaamheid: Vier op de tien inwoners voelden zich soms eenzaam in de afgelopen 12 maanden, nog eens 9% voelde zich vaak of altijd eenzaam. Ruim een derde geeft aan dat hij/zij zich vaker eenzaam voelde door de coronacrisis. Met name jongeren tussen de 18 en 34 jaar waren vaker eenzaam (47%).

9

Partner voor bestuur en beleid

Eigen kracht Partner voor bestuur en beleid

Eigen kracht Inleiding Eigen kracht van bewoners wordt steeds belangrijker. Natuurlijk zijn er algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen, maar ook vanuit daar wordt ingezet op zoveel mogelijk eigen kracht. Het begrip eigen kracht kan op verschillende manieren worden ingevuld. De kern van eigen kracht ligt bij het 'zelf kunnen'. In dit onderzoek definiëren we eigen kracht als:

“de mate waarin iemand over middelen en capaciteiten beschikt om zich te redden in de samenleving. In hoeverre is men in staat om zelfstandig zijn of haar leven te leiden en om problemen op te lossen?” De door ons samengestelde indexscore ‘Eigen Kracht’ geeft in één oogopslag een beeld van de eigen kracht van de Alblasserdammers. Daarna gaan we meer in detail in op enkele aspecten van eigen kracht.

Inhoudsopgave: 

Indexscore Eigen Kracht

Ervaren belemmeringen door beperking of ziekte

Zelfstandig zaken kunnen regelen met instanties

Probleemoplossend vermogen

Financiële zelfredzaamheid

Bekendheid met voorzieningen voor hulpverlening

11

Partner voor bestuur en beleid

Eigen kracht 1.1 Index Eigen Kracht Indexscore Eigen Kracht In figuur 1.1 is te zien dat de meeste inwoners van Alblasserdam gemiddeld of veel eigen kracht hebben. De groep met weinig eigen kracht betreft 6% van de inwoners. Deze situatie verschilt niet noemenswaardig van 2017. Ook zijn er geen noemenswaardige verschillen tussen de wijken.

2021

55%

2017

39%

61%

0%

20%

40% veel

60% gemiddeld

6%

36%

3%

80%

100%

weinig

Toelichting: gearceerde staven in de grafiek wijzen op een significant verschil t.o.v. 2017; als er geen gearceerde staven staan is er dus geen verschil met 2017.

Indexscore ‘Eigen Kracht’ De indexscore Eigen Kracht geeft in één oogopslag een beeld van de eigen kracht van de Alblasserdammers. Onderwerpen in de score Eigen Kracht: • belemmering door beperking/ziekte; • begrijpen van brieven en invullen van formulieren; • omgaan met onverwachte problemen; • financiële zelfredzaamheid; • de weg weten te vinden naar instanties (indien nodig). Toelichting: het gaat in dit onderzoek om zelfstandig wonenden van 18 jaar of ouder. Een uitgebreide beschrijving van de indexscore vindt u in de bijlage.

12

Partner voor bestuur en beleid

Eigen kracht Tabel 1.1 Eigen kracht naar achtergrond-kenmerken (%) Score op index Eigen kracht

Eigen kracht naar opleiding, ervaren gezondheid en werk/studie

laag

gemiddeld

hoog

6

39

55

geen opleiding/basisonderwijs

31

59

9

Opleidingsniveau is de belangrijkste bepaler voor de mate van eigen kracht. Hoe hoger het opleidingsniveau, hoe meer eigen kracht. Zo heeft één derde van de laagst opgeleiden (31%) een lage eigen kracht; bij hbo/wo opgeleiden betreft dit slechts 1%.

vmbo, mavo, mulo, lbo/mbo1

8

46

46

mbo 2, 3 of 4/havo, vwo, hbs, mms

4

39

58

hbo/wo

1

27

72

Ervaren gezondheid is de tweede bepalende factor voor de mate van eigen kracht. Hoe beter iemand zijn eigen gezondheid ervaart, hoe meer eigen kracht hij/zij heeft. Van de inwoners met een zeer goede ervaren gezondheid bijvoorbeeld, heeft 80% een hoge score op index ‘Eigen Kracht’, tegenover slechts 13% van de Alblasserdammers met een (zeer) slechte ervaren gezondheid.

ervaren gezondheid zeer goed

6

14

80

goed

2

34

64

gaat wel

9

56

35

Tot slot zien we de invloed van het al dan niet hebben van werk of studie. Alblasserdammers die werken of een studie volgen hebben duidelijk meer eigen kracht dan Alblasserdammers zonder werk/studie.

(zeer) slecht

38

50

13

ja

2

36

62

In tabel 1.1 ziet u alles op een rij: • Hoe hoger de opleiding, hoe meer eigen kracht. • Hoe hoger de ervaren gezondheid, hoe meer eigen kracht. • Inwoners met werk en/of een studie hebben meer eigen kracht dan inwoners zonder werk/studie.

nee

16

45

39

Wat maakt dat iemand weinig, gemiddeld of veel eigen kracht heeft? In de tabel hiernaast staan de drie achtergrondkenmerken die het meest bepalend zijn voor de mate van eigen kracht van Alblasserdammers, in volgorde van belangrijkheid.

gemiddelde Alblasserdam opleiding

werk/studie

13

Partner voor bestuur en beleid

Eigen kracht Belemmering door beperking of ziekte Het grootste gedeelte van de inwoners uit Alblasserdam omschrijft hun gezondheid als (zeer) goed (66%). Een derde (33%) zegt één of meer langdurige ziekten, aandoeningen of beperkingen te hebben. Ook ouderdomsklachten en psychische klachten tellen hierbij mee*. In hoeverre dat belemmeringen met zich meebrengt ziet u in figuur 1.2 voor vier verschillende gebieden. Het leidt met name tot ernstige belemmeringen voor school/werk en vrijetijdsbesteding, maar ook voor sociale contacten speelt het een rol. De mate waarin Alblasserdammers zich beperkt voelen vanwege langdurige ziekten, aandoeningen of beperkingen is niet veranderd t.o.v. 2017. * Voor een overzicht van het aantal mensen met beperkingen in deze regio verwijzen we naar de Gezondheidsmonitor van de Dienst Gezondheid & Jeugd: https://www.hoegezondiszhz.nl/dashboard/dashboard4/beperki ngen-en-aandoeningen

1.2 Mate van belemmering in vier situaties school/werk

28%

43%

29%

vrijetijdsbesteding

26%

47%

27%

thuis

18%

sociale contacten

58%

14%

24%

44%

0%

20%

42%

40%

ernstig belemmerd

60%

een beetje belemmerd

80%

100%

niet belemmerd

Toelichting: % van mensen met één of meer langdurige ziekten, aandoeningen of beperkingen

Begrijpen van brieven en formulieren Vanuit officiële instanties worden er regelmatig brieven en formulieren verzonden. Deze zijn niet voor iedereen altijd even makkelijk te begrijpen; één derde van de Alblasserdammers (32%) heeft hier soms moeite mee. De groep Alblasserdammers die hier vaak of altijd moeite mee heeft, bedraagt nu 7% en is iets kleiner dan in 2017 (11%). Door de digitalisering kiezen instanties er vaker voor om bewoners hun zaken via het internet te laten regelen, bijvoorbeeld bij banken, de Belastingdienst en de gemeente. Hier geldt een kwart van de Alblasserdammers het weleens lastig vinden om dit soort dingen zelf via internet te regelen (25%). Eén op de zes Alblasserdammers (16%) vindt dit zelfs vaak of altijd lastig. Dit komt overeen met de situatie in 2017.

1.3 Zelfstandig zaken kunnen regelen met instanties begrijpen van brieven

5%

32%

61%

invullen formulieren

4%

32%

61%

zaken via internet regelen

8%

0% altijd moeite mee

14

8%

25%

20% vaak moeite mee

59%

40%

60%

soms moeite mee

80%

100%

geen moeite mee

Partner voor bestuur en beleid

Eigen kracht Probleemoplossend vermogen Iedereen komt in zijn of haar leven – in meer of mindere mate – problemen tegen, maar niet iedereen gaat hier op dezelfde manier mee om. Drie kwart van de Alblasserdammers heeft een goede mentale weerbaarheid in de zin dat zij kunnen omgaan met onverwachte problemen. Dit is iets minder dan in 2017.

1.4 Probleemoplossend vermogen

Ik kan omgaan met onverwachte problemen.

8%

Ik kan problemen zelf of samen met bekenden oplossen.

6%

19%

73%

Negen op de tien inwoners zeggen problemen zelf of samen met bekenden (eigen sociaal netwerk) op te lossen. Dit laatste was ook in 2017 het geval. Deze situatie verschilt niet noemenswaardig tussen de wijken.

0% (zeer) mee oneens

Financiële zelfredzaamheid Hoewel de financiële gezinssituatie van de meeste inwoners in Alblasserdam in orde is, is er een kleine financieel kwetsbare groep die spaargeld uit moet geven (5%) of schulden moet maken (1%). Dit komt overeen met de situatie in 2017. De situatie in de verschillende wijken komt overeen met het gemiddelde van Alblasserdam.

20% neutraal

40%

60%

80%

100%

(zeer) mee eens

1.5 Financiële zelfredzaamheid 2021

26%

2017 Voor het merendeel van de Alblasserdammers heeft de coronacrisis geen invloed gehad op hun financiële zelfredzaamheid, maar één op de zeven (15%) inwoners heeft wel een verslechtering ervaren. U leest het in het Coronahoofdstuk

91%

51%

19% 0%

17%

49% 20%

40%

23% 60%

kan veel geld overhouden

kan beetje geld overhouden

moet spaargeld uitgeven

moet schulden maken

15

80%

5%

7% 2% 100%

kan precies rondkomen

Partner voor bestuur en beleid

Eigen kracht Weg vinden naar professionele hulp

1.6 Professionele hulp kunnen vinden indien nodig

Eigen kracht heeft ook te maken met, indien nodig, de weg weten te vinden naar professionele hulp. Op verschillende gebieden is uitgevraagd of mensen weten waar ze terecht kunnen in het geval dat zij hulp nodig zouden hebben. In Alblasserdam weten inwoners vooral de instanties op het gebied van psychische problemen (79%), lichamelijke beperkingen (75%), het vinden van werk (72%) en huiselijk geweld (72%) goed te vinden. Het minst bekend zijn instanties voor hulp bij problemen rond echtscheidingen (54%). Vergeleken met vier jaar terug is er nu een grotere bekendheid met hulp voor problemen bij echtscheiding, opvoedondersteuning en schulden. De bekendheid is gelijk gebleven voor hulp bij psychische problemen, lichamelijke beperkingen, vinden van werk, ontmoeten van/contact met mensen en mantelzorgondersteuning. (Naar de overige gebieden in figuur 1.6 is in 2017 niet gevraagd en kan dus geen vergelijking worden gemaakt).

psychische problemen

79%

lichamelijke beperkingen

75%

vinden van werk

72%

kindermishandeling*

72%

huiselijk geweld*

72%

vinden van huisvesting*

69%

moeite met rondkomen/geldzorgen*

65%

schulden

63%

ontmoeten van/contact met mensen

62%

relatieproblemen*

59%

opvoedondersteuning

59%

mantelzorgondersteuning

57%

eenzaamheid*

57%

echtscheiding

54% 0%

25%

50%

75%

100%

De voorzieningen waar een * achter staat, zijn in voorgaande jaren (2017 en/of 2019) niet in de vragenlijst opgenomen. Voor de beschikbare cijfers over 2017 en 2019 verwijzen we u naar de bijlage

16

Partner voor bestuur en beleid

Eigen kracht Professionele hulp kunnen vinden, naar doelgroep

Tabel 1.2 Professionele hulp kunnen vinden, naar doelgroep (%)

Op de vorige pagina staat in figuur 1.6 weergegeven welk aandeel van alle inwoners van Alblasserdam weet waar ze terecht kunnen voor professionele hulp mocht dat nodig zijn. In tabel 1.2 is voor opvoedondersteuning, mantelzorgondersteuning, hulp bij schulden en echtscheiding de bekendheid binnen de doelgroep weergeven. Voor deze voorzieningen is het wat minder belangrijk dat álle inwoners er bekend mee zijn, maar wél dat in ieder geval de doelgroep dat is.

hulpgebied

doelgroep

opvoeding

De bekendheid met professionele hulp bij opvoedproblemen is onder ouders (de doelgroep) aanzienlijk hoger dan gemiddeld. Maar liefst negen op de tien ouders (90%) weten waar zij terecht kunnen. Voor mantelzorg, schulden en echtscheiding zien we dit effect niet. De bekendheid onder de doelgroep is even groot als onder alle inwoners van Alblasserdam. Vergeleken met vier jaar geleden weten nu meer mensen in de doelgroep waar zij terecht zouden kunnen voor opvoedondersteuning en mantelzorgondersteuning.

2017

2021

ouders kinderen tot 23 jaar

78

 90

mantelzorg

mantelzorgers

48

 64

schulden*

mensen die spaargeld moeten uitgeven of mensen met schulden

38

60

echtscheiding

gehuwden/samenwonenden en tweeoudergezinnen

46

53

Toelichting: pijltjes wijzen op een significante toename  of afname  t.o.v. 2017; als er geen pijltjes staan is er dus geen verschil met 2017. * Vanwege het beperkte aantal respondenten met schulden in de responsgroep zijn de percentages voor deze groep met grote onzekerheidsmarges omgeven en is de ontwikkeling over de jaren niet vast te stellen.

17

Partner voor bestuur en beleid

Eigen kracht Bekendheid voorzieningen In figuur 1.7 is de bekendheid opgenomen van specifieke voorzieningen. Vrijwel alle inwoners zijn bekend met Gezondheidscentrum DOK11 (92%) en Cultureel Centrum Landvast (90%). Het minst bekend zijn Clientondersteuning (24%) en Klussendienst Wooncadans (23%). Vergeleken met 2017 is de bekendheid iets gedaald voor het consultatiebureau (-11%) en het Maatschappelijk Werk (-5 %). Dit komt waarschijnlijk doordat deze instanties inmiddels al enige tijd onderdeel zijn van overkoepelende organisaties zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin en ook in de communicatie naar inwoners toe steeds meer de naam van de overkoepelende organisatie gebruikt wordt.

1.7 Bekendheid voorzieningen Gezondheidscentrum DOK 11*

92%

Cultureel Centrum Landvast*

90%

Maatschappelijk werk

78%

Bibliotheek Aan Zet*

77%

Consultatiebureau

76%

Centrum voor Jeugd en Gezin

67%

Stichting Welzijn Alblasserdam

66%

Jongerenwerk/JeugdPunt

61%

Sociale Dienst Drechtsteden

59%

Helpende Handen*

54%

Veilig Thuis*

51%

Multifunctioneel Centrum Maasplein

51%

Inloop GGZ (Yulius)*

47%

Wmo-loket

46%

Sociaal Raadslieden

46%

Inloophuis*

44%

Alzheimer Trefpunt*

44%

Vrijwilligerssteunpunt

38%

MEE Drechtsteden

37%

Meldpunt Zorg en Overlast

36%

ABC-team*

35%

Cliëntondersteuning*

24%

Klussendienst WoonCadans*

23% 0%

25% goed bekend

50%

75%

100%

beetje bekend

De voorzieningen waar een * achter staat zijn in voorgaande jaren (2017 en/of 2019) niet in de vragenlijst opgenomen. Voor de beschikbare cijfers over 2017 en 2019 verwijzen we u naar de bijlage

18

Partner voor bestuur en beleid

Sociaal netwerk Partner voor bestuur en beleid

Sociaal netwerk Inleiding Hiervoor zagen we dat eigen kracht gaat om 'zelf kunnen'. Dit betekent echter niet dat iemand zijn of haar problemen helemaal alleen moet oplossen. Veel mensen kunnen een beroep doen op hun sociale netwerk van familie, vrienden, buren en bekenden als zij hulp nodig hebben. Sociale netwerken zijn daardoor van grote waarde. Ook professionals en zorgaanbieders zetten de sociale netwerken van inwoners in bij het aanpakken van hulpvragen van deze inwoners. In dit hoofdstuk bekijken we verschillende thema’s die te maken hebben met het sociaal netwerk van Alblasserdammers.

Inhoudsopgave 

Beleving sociale contacten

Sociaal isolement

Hulp van anderen

Gezinssituatie

Ouderschap

20

Partner voor bestuur en beleid

Sociaal netwerk Contacten met andere mensen We hebben de Alblasserdammers gevraagd of zij, naar eigen zeggen, in de afgelopen 12 maanden voldoende contacten hadden met andere mensen. Een derde (35%) beantwoordt deze vraag bevestigend en zegt dat zij zeker voldoende sociale contacten hadden (zie figuur 2.1). Voor 37% geldt dat zij voldoende contacten hadden, maar graag meer sociale contacten hadden willen hebben. Ruim een kwart (28%) vindt dat hij of zij te weinig contacten had in het afgelopen jaar. Er zijn geen verschillen tussen de wijken.

2.1 Voldoende contacten met andere mensen 2021

Dat iemand vindt dat hij weinig contacten heeft, betekent niet automatisch dat hij zich sociaal geïsoleerd voelt. Andersom geldt hetzelfde: bij veel contacten kan het toch zijn dat iemand sociaal geïsoleerd is. De behoefte aan meer sociale contacten en sociaal isolement zijn twee verschillende dingen. Bij sociaal isolement gaat het om de aard van de contacten die iemand heeft. Om sociaal isolement in kaart te brengen, hebben we de methode van het SCP gebruikt. Aan de hand van de antwoorden op zes stellingen (zie figuur 2.3) wordt iemand geclassificeerd als al dan niet sociaal geïsoleerd. In figuur 2.2 zien we dat het aandeel inwoners dat in sociaal isolement leeft is toegenomen ten opzichte van vier jaar geleden. In 2021 wordt 22% gekenmerkt als (enigszins) sociaal geïsoleerd, in 2017 was dit nog 13%. De groep niet geisoleerden is kleiner geworden (van 34% naar 21%). Er zijn geen verschillen tussen de wijken. Net als in de subjectieve beleving van het aantal contacten (figuur 2.1), zien we bij sociaal isolement een negatieve ontwikkeling. Niet alleen vinden veel inwoners dat zij te weinig sociale contacten hadden, ook is de kwaliteit van de contacten voor veel van hen veranderd. Ook hier zal de beperking van sociale contacten als gevolg van de overheidsmaatregelen rondom het coronavirus een rol hebben gespeeld.

Hoe de ontwikkeling in sociaal isolement zou zijn geweest zonder de pandemie valt niet te zeggen.

37%

2017

We zien een heel ander beeld dan vier jaar geleden. Toen gaf driekwart (77%) aan genoeg contacten te hebben en had slechts 6% naar eigen zeggen onvoldoende sociale contacten. De maatregelen om de verspreiding van het coronavirus te beperken hebben hier vrijwel zeker een rol gespeeld. Toch heeft dit niet voor iedereen geleid tot een gemis aan sociaal contact.

Sociaal isolement

35%

28%

77%

0%

20%

17%

40%

ja, zeker

60%

ja, maar zou meer willen

6%

80%

100%

nee

Toelichting: In het licht van de coronacrisis is de vraagstelling iets aangepast t.o.v. 2017: vraagstelling 2021: Vindt u dat u in de afgelopen 12 maanden voldoende contacten met andere mensen had? vraagstelling 2017: Vindt u dat u voldoende contacten met andere mensen hebt? Toelichting: gearceerde staven in de grafiek wijzen op een significant verschil t.o.v. 2017; als er geen gearceerde staven staan is er dus geen verschil met 2017.

2.2 Sociaal isolement 2021

21%

2017

57%

34%

0%

53%

20% niet geïsoleerd

13%

40% neutraal

60%

enigszins geïsoleerd

9%

7%

80%

6%

100%

sociaal geïsoleerd

Toelichting: gearceerde staven in de grafiek wijzen op een significant verschil t.o.v. 2017; als er geen gearceerde staven staan is er dus geen verschil met 2017.

21

Partner voor bestuur en beleid

Sociaal netwerk Stellingen sociaal isolement

2.3 Stellingen over contact met andere mensen

Figuur 2.3 geeft de resultaten op de onderliggende stellingen van de sociaal isolementsschaal weer. Het gaat hierbij om de bovenste zes stellingen in de figuur.

STELLINGEN SOCIAAL ISOLEMENT

Als we de resultaten vergelijken met 2017 (niet in figuur), zien we met name verschillen op de volgende drie stellingen:

Er zijn mensen bij wie ik terecht kan.

83%

15%

Er zijn mensen met wie ik goed kan praten.

79%

19%

Er zijn mensen die me echt begrijpen.

74%

-

Er zijn mensen met wie ik goed kan praten. Mijn sociale contacten zijn oppervlakkig. Ik voel me van andere mensen geïsoleerd.

Overige stellingen over contact met anderen De onderste twee stellingen in figuur 2.3 behoren niet tot de schaal om sociaal isolement te meten, maar hebben wel betrekking op contact met andere mensen. Zo heeft één op de tien behoefte aan meer ontmoetingsplekken in de buurt of wijk. Driekwart heeft hier daarentegen geen behoefte aan. Dit is vergelijkbaar met 2017. Een kleine groep van 4% geeft aan steun te vinden bij anderen op internet, bijvoorbeeld op online forums. Voor de meeste inwoners is dit echter geen bron van steun. Deze stelling is in 2021 voor de eerste keer voorgelegd.

Ik maak deel uit van een groep vrienden.

55%

Mijn sociale contacten zijn oppervlakkig.

Ik voel me van andere mensen geïsoleerd.

17%

10%

22%

16%

44%

4%

29%

39%

33%

57%

OVERIGE STELLINGEN Ik heb behoefte aan meer ontmoetingsplekken in mijn buurt/wijk.

9%

18%

73%

Ik vind steun bij andere mensen op internet. 4%9% 0%

87% 20%

ja

22

40%

60%

soms

80%

100%

nee

Partner voor bestuur en beleid

Sociaal netwerk Hulp van anderen We hebben inwoners gevraagd of zij, indien nodig, een beroep kunnen doen op hun netwerk als het gaat om hulp op verschillende gebieden. Het kan daarbij gaan om praktische ondersteuning in bijvoorbeeld het huishouden, maar ook om emotionele steun, zoals hulp bij het omgaan met tegenslagen.

Veel inwoners kunnen terugvallen op hun sociale netwerk wanneer zij hulp nodig hebben (figuur 2.4). Ook uit onderzoek van het SCP blijkt dat in tijden van adviezen en maatregelen om sociale contacten zoveel als mogelijk te beperken, de bereidheid om andere mensen te helpen nog steeds groot is.1 Toch is er op elk aspect ook een groep inwoners die hiervoor niet op anderen kan terugvallen. Deze groep varieert van 13% bij ‘leuke dingen doen’ tot 35% bij ‘persoonlijke verzorging’. De resultaten zijn vergelijkbaar met 2017, op één aspect na, te weten ‘omgaan met tegenslagen’. In 2017 gaf 78% aan iemand te kennen die kan helpen met het omgaan met tegenslagen. In 2021 is dat gestegen naar 85% (niet in figuur).2 1: SCP (2021). Een jaar met corona. Ontwikkelingen in de maatschappelijke gevolgen van corona. Den Haag: SCP. 2: De aspecten ‘vragen over opvoeding’, ‘relatieproblemen’ en ‘opvang kinderen’ zijn niet voorgelegd in 2017.

2.4 Kent iemand die helpt of kan helpen bij…

leuke dingen doen

87%

boodschappen doen

86%

vervoer

86%

omgaan met tegenslagen

85%

vinden van informatie

84%

huishouden

80%

administratie

79%

vragen over opvoeding *

77%

opvang kinderen *

75%

relatieproblemen *

67%

persoonlijke verzorging

65% 0%

25%

50%

75%

100%

* Inwoners waarbij dit aspect niet van toepassing is zijn hier buiten beschouwing gelaten

23

Partner voor bestuur en beleid

Sociaal netwerk Gezinssituatie en ouderschap

2.5 Soort relatie

Op deze en de volgende pagina zoomen we nader in op relaties, gezinssituatie en ouderschap.

Relaties Zeven op de tien Alblasserdammers van 18 jaar en ouder hebben een relatie (zie figuur 2.5). De helft is getrouwd. Geregistreerd partnerschap, samenwonend met of zonder samenlevingscontact en de LAT-relatie komen minder vaak voor. Drie op de tien inwoners hebben geen relatie.

gehuwd geregistreerd partnerschap

30% 48%

Inwoners met een relatie beoordelen deze gemiddeld met een 8,5. Meer dan 80% geeft een rapportcijfer van 8 of hoger, slechts 3% geeft een onvoldoende.

samenwonend zonder samenlevingscontract 6%

Kinderen Tweederde van de volwassen Alblasserdammers (64%) heeft kinderen. Een kwart (23%) heeft één of meer kinderen in de leeftijd tot 18 jaar (minderjarige kinderen). In figuur 2.6 zien we hoe de gezinssituatie voor deze ouders er uitziet. De meerderheid, te weten 86%, is samen met de vader of moeder van hun kind(eren). Eén op de acht (12%) is gescheiden van de vader of moeder. Verder heeft 7% stiefkinderen, heeft 2% adoptie- of pleegkinderen en heeft 3% bewust gekozen voor alleenstaand ouderschap. Er zijn meerdere situaties mogelijk per persoon. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat het aandeel kinderen dat te maken krijgt met een scheiding van hun ouders licht is toegenomen tussen 1999 en 2019. Eind 2019 hadden twee op de tien minderjarigen ouders die niet samenwoonden.1 CBS-cijfers laten ook zien dat steeds meer huishoudens te maken hebben met complexe gezinsverbanden (via stiefrelaties en halfbroers of -zussen). Het aandeel minderjarige kinderen met één of twee stiefouders, stiefbroers of –zussen of halfbroers of –zussen is toegenomen van 10% in 1997 naar 16% in 2017.2 In Alblasserdam geeft 13% van de ouders met minderjarige kinderen aan dat zij in een samengesteld gezin wonen, waarbij één of beide ouders kinderen uit een vorige relatie hebben meegenomen.

samenwonend met samenlevingscontract

LAT-relatie 6% 5%

geen relatie

5%

2.6 Gezinssituatie samen met vader/moeder

86%

gescheiden van vader/moeder

12%

samen met stiefkinderen

7%

bewust alleenstaande ouder

3%

samen met adoptie/pleegkinderen

2% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Toelichting: situatie voor ouders met één of meer kinderen tot 18 jaar, meerdere antwoorden mogelijk 1: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2021/50/iets-meer-kinderenmaakten-scheiding-mee 2: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/40/ruim-een-half-miljoenminderjarigen-in-complexe-gezinsverbanden

24

Partner voor bestuur en beleid

Sociaal netwerk Ouderlijk gezag In figuur 2.7 zien we dat de meeste ouders van minderjarige kinderen gezamenlijk gezag hebben over hun kinderen. Slechts 2% heeft eenhoofdig gezag, waarbij het gezag bij één ouder ligt. Een enkeling (3%) heeft geen gezag.

Gezamenlijk ouderschap Ouders van minderjarige kinderen die samenleven met de vader of moeder van hun kind(eren) beoordelen hun gezamenlijke ouderschap over het algemeen goed. Zij geven gemiddeld een rapportcijfer van 8,3. Acht op de tien geven een 8 of hoger. Slechts 7% geeft een onvoldoende.

Gedeeld ouderschap Gescheiden ouders met minderjarige kinderen beoordelen het gedeelde ouderschap met hun ex-partner minder goed. Zij geven gemiddeld een 6,6. Vijf van de twaalf personen geven een 8 of hoger, drie van de twaalf geven een onvoldoende.1 We hebben gescheiden ouders ook gevraagd hoe vaak zij contact hebben met hun kinderen. De meesten, tien van de vijftien, hebben (bijna) elke dag contact met hun kind(eren) (figuur 2.8).2 1 & 2: Vanwege het kleine aantal waarnemingen worden deze resultaten weergegeven in absolute aantallen.

2.7 Ouderlijk gezag gezamenlijk gezag

92%

eenhoofdig gezag

2%

geen gezag

3%

niet voor alle kinderen hetzelfde

3% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Toelichting: situatie voor ouders met één of meer kinderen tot 18 jaar

2.8 Contact gescheiden ouders met kinderen (in absolute aantallen)

(bijna) elke dag

10

paar keer per week

2

niet voor alle kinderen hetzelfde

1

0

5

10

15

Toelichting: situatie voor gescheiden ouders met één of meer kinderen tot 18 jaar, in absolute aantallen

25

Partner voor bestuur en beleid

Mantelzorg Partner voor bestuur en beleid

Mantelzorg Inleiding In het vorige hoofdstuk stond het sociaal netwerk centraal en de mate waarin mensen hierop kunnen terugvallen voor hulp en ondersteuning. Wanneer hulp aan anderen verder gaat dan af en toe een boodschap doen of samen koffie drinken, kan er sprake zijn van mantelzorg. Onder mantelzorg verstaan we:

“De zorg die iemand geeft aan een bekende uit zijn of haar omgeving, zoals een partner, kind of vriend, als deze persoon voor langere tijd ziek, hulpbehoevend of gehandicapt is. Mantelzorg wordt niet betaald. “ 1 We definiëren iemand als mantelzorger als hij of zij op dit moment minimaal 8 uur per week zorg biedt en/of de zorg langer duurt dan 3 maanden.2

Mantelzorg ontvangen In dit hoofdstuk staan de mantelzorgers, oftewel de verleners van zorg, centraal. Aan de andere kant vinden we de ontvangers van zorg. In Alblasserdam gaat het dan om 6% van de inwoners, die naar eigen zeggen mantelzorg ontvangen. We verwachten dat steeds meer inwoners mantelzorg nodig hebben in de toekomst. Prognoses voorspellen dat zowel het aantal als aandeel ouderen in de gemeente de komende jaren toeneemt.3 Daarnaast blijft de overheid aanmoedigen om langer thuis te blijven wonen. In dit hoofdstuk kijken we naar de groep mantelzorgers in Alblasserdam. Een aantal vragen uit het thema ‘mantelzorg’ heeft ook meegelopen in de Tussenmeting Monitor Sociaal uit 2019. Waar mogelijk maken we een vergelijking met zowel 2017 als 2019.

Inhoudsopgave 

Aantal mantelzorgers

Wat doen ze?

Hulp van anderen, spilzorg en overbelasting

Mantelzorgondersteuning

1 & 2: Definitie ontleend aan het CBS 3: Primos prognose

27

Partner voor bestuur en beleid

Mantelzorg Mantelzorg gegeven in afgelopen 12 maanden Een kwart van de Alblasserdammers geeft aan in de afgelopen 12 maanden mantelzorg te hebben gegeven (figuur 3.1). We zien een licht dalende trend. In 2017 gaf 30% aan mantelzorg te hebben verleend, in 2019 was dat 28%. Het verschil tussen de opeenvolgende metingen is niet significant, het verschil tussen 2017 en 2021 is echter wel significant.

3.1 Mantelzorg gegeven in afgelopen 12 maanden

24%

Aantal mantelzorgers In Alblasserdam bestempelen we 21% van de volwassen inwoners als mantelzorger (figuur 3.2). Zij verlenen op dit moment minimaal 8 uur per week zorg en/of zorgen langer dan 3 maanden. Ook hier zien we een dalende trend. In 2017 was het aandeel mantelzorgers 27% en in 2019 was dit 23%. Het verschil tussen de opeenvolgende metingen is wederom niet significant, het verschil tussen 2017 en 2021 is dat wel. In hoeverre de corona crisis een rol heeft gespeeld in de daling van het aandeel inwoners dat mantelzorg verleent, is moeilijk te zeggen. Uit angst voor besmetting van hun naaste en door de (tijdelijke) bezoekbeperkingen in zorginstellingen, zullen sommige mantelzorgers minder hulp hebben verleend. Vanwege het wegvallen van professionele hulp zullen anderen juist meer zorg op zich hebben genomen.

2021 2019 2017

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

Toelichting: omkaderde staven in de grafiek wijzen op een significante toename of afname t.o.v. 2019; als er geen kaders om de staven staan is er dus geen verschil met 2019.

3.2 Aandeel mantelzorgers

In het vervolg van dit hoofdstuk kijken we alleen naar de mantelzorgers die voldoen aan de hiervoor genoemde definitie (meer dan 8 uur per week en/of minimaal 3 maanden zorgen).

21%

2021 2019

Wie geven mantelzorg? Uit landelijk onderzoek blijkt dat het aandeel mantelzorgers onder vrouwen hoger ligt dan onder mannen.1 Dit is ook zo in Alblasserdam. Dit kan te maken hebben met het feit dat vrouwen vaker parttime werken, sneller signalen opvangen dat er hulp nodig is en zich vaker verantwoordelijk voelen voor zorgtaken. Als we kijken naar leeftijd is het aandeel mantelzorgers landelijk gezien vooral hoog onder 45-64 jarigen.2 Deze groep heeft relatief vaak te maken met hulpbehoevende ouders. Ook in Alblasserdam vinden we de meeste mantelzorgers in deze leeftijdscategorie. (Niet in figuur.)

2017

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

Toelichting: omkaderde staven in de grafiek wijzen op een significante toename of afname t.o.v. 2019; als er geen kaders om de staven staan is er dus geen verschil met 2019. Definitie mantelzorger = iemand die meer dan 8 uur per week en/of langer dan 3 maanden mantelzorg verleent

1 & 2: SCP (2020). Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019. Den Haag: SCP.

28

Partner voor bestuur en beleid

Mantelzorg Tijd besteed aan mantelzorg In figuur 3.3 zien we dat het aandeel mantelzorgers dat veel zorgt is afgenomen ten opzichte van de voorgaande metingen. In 2021 zegt één op de tien meer dan 8 uur per week te zorgen, hiervoor was dat meer dan 20%. De groep die 2-4 uur per week zorgt, is het sterkst gegroeid. De invloed van de coronacrisis is ook hier moeilijk te bepalen. Uit onderzoek van het SCP komt naar voren dat voor twee derde van de mantelzorgers juist weinig is veranderd in de hoeveelheid zorg die zij verlenen. De groep die meer is gaan zorgen, is even groot als de groep die minder zorgt.1 In Alblasserdam zien we dit niet terug.

Aan wie wordt mantelzorg gegeven Mantelzorg wordt altijd verleend aan iemand in de naaste omgeving. De meeste mantelzorgers hebben de zorg voor één of beide ouders (48%, niet in figuur). Eén op de zeven (14%) zorgt voor zijn of haar partner, 10% zorgt voor een (klein)kind en 23% voor een ander familielid. Mantelzorg kan ook verleend worden aan mensen buiten de familie. Een deel van de mantelzorgers geeft hulp aan een vriend, kennis of collega of aan een hulpbehoevende buurman of buurvrouw (resp. 15% en 14%).

3.3 Aantal uren mantelzorg per week 2021

20%

2019

21%

2017

22% 14%

27% 0%

35% 21%

14% 20%

18% 20%

40%

incidenteel

12%

< 2 uur

15%

16%

17%

60% 2-4 uur

80%

4-8 uur

6% 5% 11% 6% 100%

8-20 uur

>20 uur

Toelichting: gearceerde staven in de grafiek wijzen op een significant verschil t.o.v. 2019; als er geen gearceerde staven staan is er dus geen verschil met 2019.

3.4 Soort mantelzorg

Soort mantelzorg Mantelzorgers kunnen verschillende taken op zich nemen. In figuur 3.4 zien we dat het overgrote deel (72%) van de mantelzorgers gezelschap en/of emotionele ondersteuning biedt. Ook ondersteunen zij regelmatig in het huishouden (58%) en helpen ze bij regeltaken, zoals de financiële administratie of het maken van afspraken (50%). In 2017 zagen we een vergelijkbaar beeld. 1: SCP (2021). Een jaar met corona. Ontwikkelingen in de maatschappelijke gevolgen van corona. Den Haag: SCP.

gezelschap/emotionele steun

72%

huishoudelijke ondersteuning

58%

regeltaken

50%

klussen

32%

persoonlijke verzorging

16%

medische ondersteuning

15%

anders

7% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Toelichting: meerdere antwoorden mogelijk

29

Partner voor bestuur en beleid

Mantelzorg Hulp van anderen

3.5 Hulp van anderen

Mantelzorgers staan er vaak niet alleen voor. Zij kunnen hulp krijgen van bijvoorbeeld andere familieleden, vrienden, buren of vrijwilligers. In Alblasserdam zeggen zes op de tien mantelzorgers hulp van anderen te krijgen (figuur 3.5). Dit is vergelijkbaar met de metingen hiervoor.

61%

2021

Spilzorg

2019

Vier op de tien mantelzorgers pakken de zorg voor hun naaste alleen op. Mantelzorgers die er alleen voor staan en meer dan 20 uur per week zorgen, noemen we spilzorgers. Zij zijn de spil in het leven van hun naaste. In de Drechtsteden gaat het om 5% van alle mantelzorgers.1 Dit komt neer op 1% van alle Drechtstedelingen van 18 jaar en ouder, wat gelijk is aan 2017 en 2019. Hoewel het om een kleine groep gaat, is het risico op overbelasting bij spilzorgers groot.

2017

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

Toelichting: omkaderde staven in de grafiek wijzen op een significante toename of afname t.o.v. 2019; als er geen kaders om de staven staan is er dus geen verschil met 2019.

Ervaren belasting Aan de ene kant kan het geven van mantelzorg een gevoel van voldoening geven bij de mantelzorger. Aan de andere kant kunnen mantelzorgers overbelast raken door het geven van langdurige en/of intensieve zorg. Figuur 3.6 laat zien dat bijna twee derde van de mantelzorgers in Alblasserdam (64%) hun mantelzorgtaken goed kan combineren met hun dagelijkse activiteiten. De overige 36% heeft in meer of mindere mate moeite met het combineren van mantelzorgtaken met hun eigen dagelijkse bezigheden. Naar eigen zeggen geldt voor 2% dat zij overbelast zijn geraakt door het geven van mantelzorg. We zien geen verschillen met de meting in 2017. In ons onderzoek vragen we naar het gemak waarmee de mantelzorgtaken gecombineerd kunnen worden met de gebruikelijke dagelijkse activiteiten. Dit is niet veranderd in vergelijking met vier jaar geleden. Uit landelijk onderzoek van I&O Research komt naar voren dat mantelzorgers de zorg wel als zwaarder ervaren tijdens de coronacrisis. Er is minder hulp van anderen beschikbaar, mantelzorgers zijn bang om hun naaste te besmetten en men heeft minder mogelijkheden voor ontspanning naast de mantelzorg.2 1: Vanwege het lage aantal waarnemingen per gemeente rapporteren we dit cijfer voor de Drechtsteden. 2: I&O Research (2021). Mantelzorg tijdens de coronacrisis. Amsterdam: I&O Research.

3.6 Ervaren belasting mantelzorgers

2021

64%

26%

8% 2%

2017

65%

26%

5% 4%

0%

20%

40%

kan mantelzorg goed combineren vaak moeite om te combineren

60%

80%

100%

soms lastig om te combineren overbelast geraakt

Toelichting: gearceerde staven in de grafiek wijzen op een significant verschil t.o.v. 2017; als er geen gearceerde staven staan is er dus geen verschil met 2017.

30

Partner voor bestuur en beleid

Mantelzorg Mantelzorgondersteuning Met de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor de ondersteuning van mantelzorgers. Zij zijn vrij om te kiezen welke mogelijkheden zij inzetten om mantelzorgers te informeren en te ondersteunen. In figuur 3.7 zien we dat de bekendheid van de verschillende vormen van mantelzorgondersteuning in Alblasserdam sterk uiteenloopt. De dag of week van de Mantelzorg is het meest bekend (71% van alle mantelzorgers is hier goed of een beetje bekend mee). Ook het Alzheimer Trefpunt en respijtzorg zijn bij veel mantelzorgers bekend (resp. 65% en 63%). Hulp vanuit WoonCadans is de minst bekende vorm van mantelzorgondersteuning (34%). Een goede vergelijking met voorgaande metingen is niet mogelijk, omdat de antwoordcategorieën in deze meting zijn gewijzigd.1 De resultaten uit 2017 en 2019 zijn opgenomen in tabel B.5 in de bijlage. 1: In voorgaande metingen werden de antwoordcategorieën ‘ja’ en ‘nee’ gebruikt. In 2021 is de antwoordcategorie ‘ja’ opgesplitst in ‘ja, goed bekend’ en ‘ja, beetje bekend’.

3.7 Bekendheid mantelzorgondersteuning dag/week van de mantelzorg

71%

Alzheimer Trefpunt

65%

respijtzorg

63%

Helpende Handen

60%

mantelzorgconsulent

58%

mantelzorgwaardering

58%

mantelzorgsalons

50%

cliëntondersteuner

49%

Inloophuis Dementie

45%

WoonCadans

34% 0%

31

20%

40%

goed bekend

beetje bekend

60%

80%

100%

Partner voor bestuur en beleid

Mantelzorg Gebruik van mantelzorgondersteuning Slechts 3% van de mantelzorgers zegt gebruik te maken van mantelzorgondersteuning. Dit is vergelijkbaar met de voorgaande metingen. Ook in landelijk onderzoek blijft het gebruik van mantelzorgondersteuning stabiel in de afgelopen jaren.1

Wil men (meer) gebruik maken van mantelzorgondersteuning? De vraag is of mantelzorgers meer gebruik van mantelzorgondersteuning zouden willen maken. Figuur 3.8 laat zien dat twee derde van de mantelzorgers het prima redt zonder mantelzorgondersteuning of met de huidige ondersteuning die zij al gebruiken. Daarnaast zegt één op de vijf zich geen mantelzorger te voelen. Deze groep bestaat voornamelijk uit mensen die incidenteel of minder dan 4 uur per week zorgen. Het merendeel geeft dus aan geen behoefte te hebben aan mantelzorgondersteuning. Een kleine groep zegt wel meer gebruik te willen maken van ondersteuning, maar mist bijvoorbeeld informatie over de mogelijkheden of ziet op tegen de regeldruk. Het gebruik van mantelzorgondersteuning is dus beperkt. Daar tegenover kunnen we stellen dat veel mantelzorgers hier ook geen behoefte aan hebben. Ondersteuning is het meest belangrijk voor degenen die zich het zwaarst belast voelen. 1: SCP (2021). Een jaar met corona. Ontwikkelingen in de maatschappelijke gevolgen van corona. Den Haag: SCP.

3.8 Wil men (meer) ondersteuning gebruiken? nee, red het nog prima

68%

nee, voel me geen mantelzorger

19%

ja, als naaste door iemand anders verzorgd zou willen worden

4%

ja, bij meer/betere informatie over mantelzorgondersteuning

3%

ja, als regelen ervan minder tijd/geld kost

3%

ja, als duidelijker wordt hoe mantelzorgondersteuning te regelen

2%

ja, bij nieuwe vormen die beter aansluiten op behoefte

2%

ja, als ik meer tijd heb om bijeenkomsten/cursussen te volgen

0%

anders

1% 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

Toelichting: meerdere antwoorden mogelijk

32

Partner voor bestuur en beleid

Vrijwillige inzet Partner voor bestuur en beleid

Vrijwillige inzet Inleiding Naast mantelzorg zijn er meer manieren waarop mensen op vrijwillige basis iets voor anderen kunnen betekenen. Bijvoorbeeld door het doen van vrijwilligerswerk.

Vrijwilligerswerk definiëren we als:

“Werk dat in enig georganiseerd verband onverplicht en onbetaald wordt verricht ten behoeve van anderen of de samenleving.“ 1 Het gaat hierbij dus om niet-beroepsmatige participatie in een organisatie. Naast vrijwilligerswerk kunnen inwoners ook vrijwillig actief zijn in de eigen buurt. In dit hoofdstuk bekijken we deze twee vormen van vrijwillige inzet.

Inhoudsopgave

Vrijwilligerswerk

Actief in de buurt

1: Definitie ontleend aan het CBS

34

Partner voor bestuur en beleid

Vrijwillige inzet Vrijwilligerswerk Ruim een kwart van de inwoners van Alblasserdam (28%) heeft in de afgelopen 12 maanden vrijwilligerswerk gedaan. Dit percentage ligt significant lager dan in 2017, toen 41% aangaf zich vrijwillig te hebben ingezet. Ook in de wijken Blokweer en Souburgh is de daling significant tussen 2017 en 2021. We verwachten dat de beperkingen tijdens de coronacrisis hier een rol hebben gespeeld. Contacten met anderen werden beperkt en veel sociale activiteiten gingen niet of in aangepaste vorm door. Toch zien we verderop in het hoofdstuk Effect van de Coronacrisis dat er ook inwoners zijn die aangeven juist meer vrijwilligerswerk te zijn gaan doen tijdens de coronacrisis. Ook uit landelijke onderzoeken1,2 komt naar voren dat Nederlanders tijdens de pandemie over het algemeen minder vrijwilligerswerk deden dan daarvoor. Hoewel we geen exacte vergelijking kunnen maken met deze onderzoeken, zien we wel overal een daling.

Waar doet men vrijwilligerswerk? De meeste vrijwilligers in Alblasserdam zijn actief bij een godsdienstige of levensbeschouwelijke organisatie (37% van de vrijwilligers, niet figuur), een zorg/welzijnsorganisatie (23%, niet in figuur) of een sportvereniging (21%, niet in figuur). In tabel 4.1 hebben we het aandeel vrijwilligers ten opzichte van het totaal aantal inwoners in Alblasserdam weergegeven. Vergeleken met 2017 zien we dezelfde organisaties/verenigingen terug in de top 5. Het percentage inwoners dat vrijwilligerswerk doet voor een godsdienstige/levensbeschouwelijke organisatie of school/crèche/peuterspeelzaal is echter wel noemenswaardig kleiner dan vier jaar geleden. 1: SCP (2021). Een jaar met corona. Ontwikkelingen in de maatschappelijke gevolgen van corona. Den Haag: SCP. 2: Cijfers uit het onderzoek Sociale samenhang en welzijn van het CBS.

4.1 Vrijwilligerswerk gedaan in afgelopen 12 maanden Centrum

30%

Kinderdijk

31% 24%

Blokweer

2021 30%

Souburgh

2017

28%

Alblasserdam 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Toelichting: omkaderde staven in de grafiek wijzen op een significante toename of afname t.o.v. 2017; als er geen kaders om de staven staan is er dus geen verschil met 2017. Wijken met een omcirkeld percentage scoren in 2021 significant boven of onder het gemiddelde van Alblasserdam; als er geen omcirkelde percentages staan is er in 2021 dus geen verschil tussen de wijk en het Alblasserdams gemiddelde.

Tabel 4.1 Top 5 vrijwilligerswerk (%) 2017

2021

godsdienstige of levensbeschouwelijke organisatie

17

 11

zorg/welzijnsorganisatie

7

6

sportvereniging

9

6

goed doel / organisatie met maatschappelijk doel

4

5

school, crèche of peuterspeelzaal

8

2

Toelichting: % van totaal aantal inwoners van Alblasserdam. De vraag is alleen gesteld aan respondenten die 'ja' antwoordden op de vraag 'Heeft u in de afgelopen 12 maanden vrijwilligerswerk gedaan?'. Pijltjes wijzen op een significante toename  of afname  t.o.v. 2017; als er geen pijltjes staan is er dus geen verschil met 2017.

35

Partner voor bestuur en beleid

Vrijwillige inzet Vrijwillig actief zijn in de eigen buurt Naast het doen van vrijwilligerswerk kunnen inwoners ook vrijwillig actief zijn in hun eigen buurt. In tegenstelling tot vrijwilligerswerk, hoeft dit niet altijd plaats te vinden in georganiseerd verband. Dit kan ook zijn het helpen van een eenzame buurtbewoner of het schoonhouden van de straat.

Eén op de acht inwoners van Alblasserdam is in de afgelopen 12 maanden vrijwillig actief geweest in de eigen buurt (12%). In tegenstelling tot vrijwilligerswerk is hier geen significante daling ten opzichte van 2017. Als we kijken naar de verschillende wijken is in Souburgh het aandeel inwoners dat actief is in de buurt wel gedaald (van 21% in 2017 naar 10% in 2021).

Wat doet men in de buurt? De meeste Alblasserdammers die actief geweest zijn in hun eigen buurt hebben buurtbewoners geholpen die dat nodig hadden. Bijvoorbeeld door even langs te gaan, boodschappen te doen of toe te zien op de kinderen (53% van de actieven, niet in figuur). De helft (48%, niet in figuur) heeft schoongemaakt, opgeruimd of groen bijgehouden in de buurt en een kwart (24%, niet in figuur) had contact met de gemeente over de buurt.

4.2 Vrijwillig actief geweest in de buurt 16%

Centrum Kinderdijk

11%

Blokweer

11%

Souburgh

10%

Alblasserdam

12%

2021

0%

10%

20%

2017

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

Toelichting: omkaderde staven in de grafiek wijzen op een significante toename of afname t.o.v. 2017; als er geen kaders om de staven staan is er dus geen verschil met 2017. Wijken met een omcirkeld percentage scoren in 2021 significant boven of onder het gemiddelde van Alblasserdam; als er geen omcirkelde percentages staan is er in 2021 dus geen verschil tussen de wijk en het Alblasserdams gemiddelde.

Ook hier hebben we deze cijfers afgezet tegen de totale bevolking in Alblasserdam (tabel 4.2). Er zijn geen verschillen met 2017. Wel is buurtpreventie uit de top 3 gevallen.

Tabel 4.2 Top 3 actief zijn in de buurt (%) 2017

2021

buurtbewoners helpen die dat nodig hebben

7

7

buurt schoonmaken, opruimen of groen bijhouden

5

6

contact met gemeente over de buurt

2

3

Toelichting: % van totaal aantal inwoners van Alblasserdam. De vraag is alleen gesteld aan respondenten die 'ja' antwoordden op de vraag ' Bent u in de afgelopen 12 maanden in uw buurt vrijwillig actief geweest?'. Pijltjes wijzen op een significante toename  of afname  t.o.v. 2017; als er geen pijltjes staan is er dus geen verschil met 2017.

36

Partner voor bestuur en beleid

Participatie Partner voor bestuur en beleid

Participatie Inleiding In dit hoofdstuk kijken we naar participatie, ofwel: meedoen in de samenleving. Het uitgangspunt is dat dit voor iedereen geldt, ongedacht leeftijd, geslacht, beperking enzovoort. Meedoen in de samenleving draagt bij aan meer sociale contacten en eigen kracht. Movisie omschrijft participatie als volgt:

“Het hebben van werk, het volgen van onderwijs, het verrichten van vrijwilligerswerk en betrokken zijn bij leefbaarheid van de eigen omgeving” In de volgende pagina’s behandelen we allereerst de indexscore Participatie. Deze index geeft een algeheel beeld van de mate waarin inwoners van Alblasserdam participeren in hun gemeente. Daarna gaan we meer in detail in op enkele aspecten van participatie. Vrijwillige inzet valt eveneens onder participatie maar hebben we in het vorige hoofdstuk al in kaart gebracht.

Inhoudsopgave 

Indexscore Participatie

Lidmaatschap van verenigingen en organisaties

Activiteiten binnen en buiten verenigingsverband

Sportfrequentie

38

Partner voor bestuur en beleid

Participatie Indexscore Participatie Net als voor Eigen Kracht hebben we een indexscore ontwikkeld die een algeheel beeld geeft van de participatie van inwoners van Alblasserdam. Zie figuur 5.1 hiernaast. De indexscore wordt opgebouwd door een aantal onderwerpen samen te nemen, zie het blauwe blok hieronder. De hoogte van de indexscore bepaalt vervolgens in welke groep iemand valt: <3=laag

>3 en <7= gemiddeld

5.1 Index Participatie

2021

31%

53%

16%

>7 =hoog

De gemiddelde score is in 2021 met 5.5 significant lager dan in 2017 (7.1). In figuur 5.1 is dit bijvoorbeeld terug te zien in de verdubbeling van de groep die ‘laag’ scoort. De groep die ‘hoog’ scoort, is juist kleiner geworden. Dit lijkt een logisch gevolg van de beperkingen door de coronacrisis (zie ook het volgende hoofdstuk). Ruim zes van de tien Alblasserdammers (64%, niet in figuur) hebben betaald werk of volgen een opleiding. Twaalf procent volgt een studie of gaat naar school, iets meer dan in 2017. Op andere plekken in de rapportage zien we hoe de verschillende componenten van de index zich ontwikkelden tussen 2017 en 2021. Drie van de vijf onderdelen wijken significant af van 2017 en leiden tot de daling in de Indexscore Participatie. Dit geldt voor 'activiteiten ondernemen', 'vrijwilligerswerk' en ‘subjectieve beleving aantal contacten’.

Indexscore ‘Participatie’ Onderwerpen die gezamenlijk de index bepalen: • activiteiten ondernemen • sociaal isolement • subjectieve beleving aantal contacten • werk/opleiding • vrijwilligerswerk

2017

55%

0%

20%

39%

40%

hoog

60%

gemiddeld

6%

80%

100%

laag

Toelichting: gearceerde staven in de grafiek wijzen op een significant verschil t.o.v. 2017; als er geen gearceerde staven staan is er dus geen verschil met 2017.

“Ik ben chauffeur op een rolstoelbus voor geestelijk en verstandelijk gehandicapten en doe dit enkele keren per week” Inwoner van Alblasserdam

Passieve participatie (zoals niet-actief lidmaatschap van verenigingen of het steunen van organisaties) sluiten we uit, omdat mensen hiervoor niet altijd de deur uit hoeven of in contact hoeven te treden met anderen. Toelichting: het gaat in dit onderzoek om inwoners van 18 jaar of ouderen die zelfstandig wonen. Een uitgebreide beschrijving van de indexscore vindt u in de bijlage.

39

Partner voor bestuur en beleid

Participatie 5.2 Index: aandeel laag participerende inwoners per wijk Inwoners die weinig participeren Lage participatie duidt op een meer kwetsbare groep mensen. In figuur 5.2 is de groep Alblasserdammers die laag scoort (16%) op de indexscore participatie uitgesplitst naar wijk. De wijken Centrum en Blokweer volgen ongeveer hetzelfde patroon als Alblasserdam als geheel en hebben te maken met een significante toename van laag participerende inwoners ten opzichte van 2017. In beide wijken zien we ruim drie keer zoveel laag participerende inwoners als in 2017. In de wijken Kinderdijk en Souburgh is de stijging ten opzichte van 2017 niet significant. Er zijn verschillende redenen voor het feit dat de participatie in de ene wijk lager ligt dan in de andere. Dit is mede afhankelijk van de samenstelling en kenmerken van de wijk. In de volgende pagina bekijken we de relatie tussen een aantal persoonskenmerken en de mate van participatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/673/documents/14805