CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Koers op hoofdlijnen OV Alblasserdam_20231161.pdf

Bijeenkomst Informatie & Opinie (BIO) 5 maart 2024, gemeente Alblasserdam14.342 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wat willen we bereiken? ● Wonen is een basisbehoefte. We willen de kansen voor de Alblasserdammers op de lokale woningmarkt bevorderen. ● Naast zo mogelijk passende huisvesting voor onze inwoners te realiseren, leveren we een bijdrage aan de regionale afspraken binnen de Smart Delta Drechtsteden. We staan hierbij open voor nieuwe woonvormen, hanteren een norm van 30% sociale huurwoningen in Alblasserdam en leveren een bijdrage aan de regionale bouwopgave, zoals besloten ligt in de Groeiagenda. ● Realisatie en versnelling van de woningbouw. De uitvoering van de huidige projecten kan de autonome groei tot circa 2030 worden bediend en wordt bijgedragen aan de regionale opgave Drechtsteden (Groeiagenda). Voor de mogelijke groei na 2030 zoeken we vooral naar mogelijkheden om parkeren binnen de ontwikkeling op te lossen en naar mogelijke nieuwe woningbouwlocaties ten zuiden van de Alblas. ● Aangenaam wonen door een gezonde mix in het dorp. Kansen bieden aan onze woningzoekenden, waarbij we ons richten op alle doelgroepen. We streven naar een evenwichtige bevolkingsopbouw (verdere vergrijzing afremmen en inzetten op verjonging) en een toekomstbestendig dorp (o.a. voor behoud draagvlak voor onze voorzieningen). Hoe willen we dat bereiken? ● Binnen de woningbouwopgave geven we meer aandacht aan duurzaamheid en biodiversiteit en de energietransitie heeft een hoge prioriteit.

Samen met onze partners werken we aan energietransitie, 18

● ● ●

●

● ● ● ● ●

● ● ●

klimaatadaptatie, circulariteit en vergroening. Hierin hebben wij aandacht voor het ondersteunen van inwoners in de betaalbaarheid van de transitie. Kwaliteit woningvoorraad en woonomgeving verbeteren en afstemmen op behoefte. Zorgen voor voldoende woningen voor alle doelgroepen. Huizen benutten waar ze voor bedoeld zijn. Mensen verleiden om in een geschikte woning en woonomgeving te wonen. Doorstroming bevorderen. Voldoende betaalbare woningen voor jongeren en starters, flexwonen, wonen met zorg in geclusterde woonvormen. Oog voor de huisvesting van kwetsbare groepen. Minimaal 30% sociaal en in totaal tweederde betaalbaar. Optimaal gebruik maken van de mogelijkheden om voorrang te verlenen aan onze inwoners. Zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen wonen is uitgangspunt. Bekende woningbouwprojecten afronden (ca 700 woningen in circa 20 projecten): uitwerking in de Woonzorgvisie. Na 2030 grenzen aan de groei. Woningtoevoegingen zijn een afgeleide van ruimtelijke mogelijkheden (dus: niet bouwen in bestaand groen). Op zoek naar plekken die weinig kwaliteit hebben (transformatielocaties, herontwikkeling verouderde woningen, waar mogelijk iets meer woningen terugbouwen). Basis randvoorwaarden voor prettig wonen in zelfde tempo mee laten groeien (voorzieningen, bereikbaarheid, etc.).

Hoger bouwen als dat past binnen de stedenbouwkundige context van de buurt (Dorps karakter behouden). Uitwerking in Woonzorgvisie: geschikte woningvoorraad, fijn samenwonen, duurzaam wonen.

aantal personenauto’s. Dit is een gevolg van de bevolkingsgroei, ouderen die langer zelfstandig blijven wonen en verplaatsen en jongeren die later op zichzelf gaan wonen. Dit betekent dat, ook als er geen nieuwe ruimtelijke projecten worden gerealiseerd, beide toegangswegen tot Alblasserdam tijdens de spits te maken krijgen met verder oplopende vertragingen. Elke nieuwe ontwikkeling zorgt voor extra auto's op de weg en daarmee verdere verslechtering van de bereikbaarheid van het dorp. Bovendien worden auto’s steeds groter en nemen daardoor meer plek in. In het dorp kan bijna overal gratis en zonder beperkingen worden geparkeerd. De auto is noodzakelijk, maar neemt hierdoor steeds meer schaarse ruimte in beslag. Het openbaar vervoer is niet voor iedereen een volwaardig alternatief. Wat willen we bereiken? ● We zetten in Alblasserdam in op alle soorten vervoer om de bereikbaarheid voor iedereen te verbeteren. ● Leefbaarheid in het dorp: We zetten binnen het dorp in op de fietser en voetganger, waarbij we ervoor zorgen dat voorzieningen goed met de auto bereikbaar blijven ● Verbinding met de regio: Het openbaar vervoer en de fiets zijn in 2040 een realistisch alternatief voor de auto voor reizen van en naar de belangrijkste bestemmingen in de omliggende gemeenten.

● Duurzaam verplaatsen: het aandeel duurzame verplaatsingen verhogen (prioritering volgens STOMP = Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Meerijden en Personenauto). Hoe willen we dat bereiken? ● Mobiliteitstransitie (beïnvloeden), optimalisatie bestaande infrastructuur (beter benutten), niet-infrastructurele maatregelen en nieuwe infrastructuur. We zijn daarbij terughoudend met de aanleg van nieuwe wegen omdat deze ook weer nieuw verkeer aantrekken. ● Inzetten op alle vervoersvormen: o OV verbeteren in regionaal verband (snel en frequent ov, aanleg transferium).

3.2.2 Bereikbaarheid Wat speelt er? Alblasserdam is een forensendorp waar de personenauto een belangrijke vorm van transport is en de komende jaren ook blijft. Alblasserdam krijgt net als de rest van Nederland, de komende jaren te maken met een groei van het 19

Autobereikbaarheid verbeteren door oplossen bestaande knelpunten. o Fietsen tussen wijken aantrekkelijker maken. ● We blijven in gesprek met regio en provincie over verbetering van het OV. ● Bij (her)inrichting van de openbare ruimte (met name als we sloop/ nieuwbouw toepassen) hebben we aandacht voor wandel- en fietsroutes tussen de wijken en het centrum en tussen de wijken onderling. ● Doorgaand verkeer ontmoedigen, regionaal op zoek naar betere ontsluiting Nieuw-Lekkerland (overleg met Molenlanden en provincie). ● Bereikbaarheid dorp: zorgen dat huidige 2 ontsluitingen worden gebruikt als ontsluiting Alblasserdam, 3e toegang Alblasserdam onderzoeken. ● Zoeken naar andere vormen om de parkeerdruk te verbeteren (regulering, nieuwe ontwikkelingen inclusief parkeervoorzieningen, uitgangspunten 15 minutenstad hanteren, geschikte seniorenwoningen op loopafstand van voorzieningen). ● Uitwerking in bereikbaarheidsvisie, parkeren in parkeervisie. 3.2.3 Werkgelegenheid Wat speelt er? Werkgelegenheid is een belangrijk thema voor Alblasserdam en is duidelijk aanwezig als je het dorp inrijdt; het aanzienlijk oppervlak aan bedrijventerreinen is prominent aanwezig. Onderdeel daarvan is een bijzondere maritieme maakindustrie. Niet alleen Alblasserdam vindt werkgelegenheid belangrijk.

Ook in het provinciaal beleid wordt nadrukkelijk gestuurd op behoud van het oppervlak aan bedrijventerreinen binnen de regio. Bedrijvigheid heeft een keerzijde. Met name zware bedrijven zorgen voor een hoge milieubelasting. Dat gaat ten koste van de leefbaarheid en gezondheid in het dorp. Ook zijn er bedrijven die een groot oppervlak beslaan, maar relatief weinig werkgelegenheid met zich meebrengen (denk bijvoorbeeld aan logistieke bedrijven). Alblasserdam is ervan overtuigd dat met de benadering ‘Fit en groen’ ook andere werkgelegenheid kan worden gegenereerd.

Een bedrijvig dorp waarin iedereen kan meedoen ● Onderwijs en werk stimuleren omdat dit een basis is voor bestaanszekerheid. ● Creëren van een ander soort werkgelegenheid, passend bij ‘fit en groen’ (denk aan vakwerk voor de energietransitie, werk op het gebied van sport, recreatie en groenvoorzieningen, innovatieve bedrijvigheid) ● Behoud werkgelegenheid in de buurt. Ook werk voor praktisch geschoolden. ● Alblasserdam is ook een forensendorp: werk in de regio bereikbaar houden en thuiswerken stimuleren.

o

Hoe willen we dat bereiken? ● Inzetten (faciliterend) op aan het werk helpen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (Praktijkleren, Techniekroute). ● Bedrijventerreinen efficiënter benutten (meer werkgelegenheid). ● Vervuilende bedrijven en bedrijven met weinig werkgelegenheid verplaatsen, innovatieve bedrijven aantrekken. ● Bij nieuwe ontwikkelingen functiemenging op bepaalde bedrijventerreinen stimuleren (zie ook 3.3). ● Faciliteren goed internet. 3.2.4 Gezondheid Wat speelt er? De kwaliteit van de leefomgeving is slechter dan gemiddeld in Nederland. De leefbaarheid en gezondheid van onze inwoners staan onder druk. Gezondheid is een van de belangrijkste thema’s onder de Omgevingswet. Een gezonde leefomgeving kan op twee manieren worden beïnvloed: 1. Mensen zo min mogelijk blootstellen aan negatieve milieueffecten. Dit doen we door wettelijke normen te hanteren die uit ons milieubeleid voortkomen (geluid, lucht, geur, etc.). 2. Mensen stimuleren tot een gezonde leefstijl (meer bewegen, gezond eten). Met name de 2e manier kent grenzen aan de invloed die je als overheid kunt uitoefenen. Tegelijkertijd is het een belangrijk thema binnen het motto ‘Fit en groen’.

Wat willen we bereiken? 20

● Wat willen we bereiken? Een gezonde samenleving ● Met voldoende mogelijkheden tot bewegen. ● Minder ziekte, stress en uitval van mensen. ● Laagdrempelige- (bereikbare) voorzieningen organiseren die de gezondheid bevorderen (zowel op het gebied van zorg als een gezonde openbare ruimte).

● ●

● ●

Hoe willen we dat bereiken? Gezondheid bevorderen ● Bewegen stimuleren: voorzieningen zoals speeltuinen, sportverenigingen en zwembad laagdrempelig en op orde houden, voldoende groen, groengebieden verbinden, fiets- en wandelroutes. ● Gezond eten stimuleren. ● Inzetten op rookvrije generatie. ● Luchtkwaliteit verbeteren. Bedrijven met grote milieu-impact stimuleren gezonder te produceren of verplaatsen.

●

3.2.6 Klimaatmitigatie Wat speelt er? Naast dat we voorbereid moeten zijn op de gevolgen van klimaatverandering, moeten we ook proberen de verandering van het klimaat zoveel mogelijk af te remmen.

3.2.5 Klimaatadaptatie Wat speelt er? Deze opgaven overstijgen de gemeente ruimschoots en spelen op mondiaal niveau. De hele wereld is er van doordrongen dat we maatregelen moeten treffen om voorbereid te zijn op klimaatverandering. In Nederland, als een van de belangrijkste delta’s van Europa, geldt dat in bijzondere mate. Elke gemeente moet adaptief ingericht worden om wateroverlast en hittestress zoveel mogelijk te beperken.

Wat willen we bereiken? ● Terugdringen gebruik fossiele brandstoffen. ● RES doelstelling behalen: 0,37 Terawattuur duurzame energie opwekken in 2030. Hoe willen we dat bereiken? ● Terugdringen gebruik fossiele brandstoffen (voorkomen CO2 uitstoot) door: o Energie besparen (stimuleren fiets en OV, gebouwen isoleren). o Gezonde mobiliteit (aantrekkelijk maken bewegen, hanteren STOMP-principe1), meer laadpalen om elektrisch rijden te stimuleren.

Wat willen we bereiken? ● Een klimaatbestendig dorp. ● Omgaan met- en voorkomen van overlast die de klimaatverandering met zich meebrengt. Hoe willen we dat bereiken? 1

STOMP; prioriteitsvolgorde van Stappen, Trappen, OV, Mobility as a service, Privéauto.

Investeren in de buitenruimte: Sloten op diepte brengen, waterberging, bomen, beheer. Voorbeeldgedrag. Ook acties zoals tegelwippen en regentonnen, alles helpt (ook bewustwording). Onderzoeken waar hittestress en wateroverlast kunnen optreden: daar bomen planten, verharding waterdoorlatend maken, overbodige verharding verwijderen. Waterberging realiseren bij nieuwe projecten. Door het waterschap laten onderzoeken of buitendijks bouwen in de toekomst nog mogelijk is en of de dijk voldoende hoog is. Uitwerking in Duurzaamheidsagenda (energie, klimaat, circulariteit), Energiestrategie Drechtsteden en Transitievisie warmte.

21

● ●

o Energieopwek, voornamelijk door zon op daken. Energiesysteem aanpassen. Energie en warmtevraagstuk regionaal oplossen (geen plek voor grootschalige opwek zon en wind). Warmtenet, all-electric oplossingen of duurzaam gas.

●

Uitwerking in duurzaamheidsagenda (energie, klimaat, circulariteit).

3.2.8 Bestaanszekerheid Wat speelt er? Iedereen heeft recht op bestaanszekerheid: een bestaan met voldoende en voorspelbaar inkomen, een woning, toegang tot onderwijs en zorg en een buffer voor onverwachte uitgaven.

3.2.7 Circulariteit Wat speelt er? Circulariteit gaat verder dan recyclen. In een circulaire economie bestaat er geen afval. Afval wordt gezien als grondstof voor nieuwe producten. Momenteel leven we in een lineaire economie (wegwerpmaatschappij). Daardoor gebruiken we meer grondstoffen dan de aarde kan leveren. In een circulaire economie zorgen we er juist voor dat de waarde van grondstoffen behouden blijft. Een tussenstap is een economie met recycling. In die fase begeven we ons nu.

Wat willen we bereiken? ● Alle Alblasserdammers moeten hier kunnen wonen. ● Alle Alblasserdammers moeten mee kunnen doen in onze samenleving. Hoe willen we dat bereiken? ● Realiseren van betaalbare woningen. ● Ontplooiingsmogelijkheden (onderwijs, leerwerkplekken) bieden. ● Bereikbaar werk. ● Gezonde, duurzame woningen (energiearmoede voorkomen). ● Nabijheid/ of betaalbare bereikbaarheid van voorzieningen. ● Aansluiten bij de regionale visie sociaal domein Drechtsteden. 3.2.9 Ondersteuning Wat speelt er? Om bij te dragen aan gezond en veilig opgroeien, passend wonen en actief kunnen meedoen in de samenleving, moet toegang tot maatwerkvoorzieningen en andere vormen van ondersteuning georganiseerd worden.

Wat willen we bereiken? ● Voorkomen onnodige uitputting van grondstoffen. ● Verkleinen ecologische voetafdruk.

Wat willen we bereiken? ● Een goede sociale basis voor iedereen. Hoe willen we dat bereiken? ● Eenzaamheid voorkomen door voldoende ontmoetingsplekken binnen en buiten en alle voorzieningen en openbare ruimte voor iedereen veilig, bereikbaar en toegankelijk.

Hoe willen we dat bereiken? ● Stimuleren en uitwisselen hernieuwbare energie. ● Stimuleren circulaire bedrijvenclusters (afval = grondstof). ● Achteraf afval scheiden. ● Circulair bouwen (voorbeeldgedrag). ● Aantrekken van innovatieve bedrijven op het gebied van circulariteit 22

Armoede voorkomen door te zorgen dat zoveel mogelijk mensen kunnen werken en kinderen goed mee kunnen doen op school en deel kunnen nemen aan sport en verenigingsleven.

door opzettelijk menselijk handelen, zoals misdrijven, overtredingen en (sociale) overlast. Door maatregelen te nemen in de fysieke leefomgeving en de sociale leefomgeving, kunnen we deze risico’s zoveel mogelijk beperken.

3.2.10 Samenleving Wat speelt er? Er komen veel nieuwe ontwikkelingen op de samenleving af. Wij vinden het belangrijk dat de samenleving mee kan denken over deze opgaven en hoe wij die tegemoet treden. De sociale cohesie, die kenmerkend is voor ons dorp, is hiervoor een belangrijk uitgangspunt. Die moeten we koesteren en benutten om ons dorp leefbaar te houden.

Wat willen we bereiken? ● De veiligheid vergroten van iedereen die in onze gemeente woont, werkt of verblijft. ● De kwaliteit van de leefomgeving vergroten door de fysieke en sociale veiligheid te verbeteren.

●

Hoe willen we dat bereiken? ● Stimuleren en bevorderen veiligheid en veilig gedrag. ● Faciliteren dat iedereen bekend is met de risico’s en weet te handelen als dat nodig is. ● De leefomgeving mede vormgeven volgens ontwerpprincipes voor veiligheid. De inrichting van de openbare ruimte heeft een belangrijke functie om fysieke en sociale overlast en criminaliteit tegen te gaan. Voor sociale veiligheid is van belang: zichtbaarheid, aantrekkelijkheid, eenduidigheid en toegankelijkheid. Sociale controle is beter mogelijk door een overzichtelijke ruimte met voldoende verlichting en voldoende overzichtelijke voorzieningen voor jongeren om overlast door bijvoorbeeld hangjongeren te voorkomen. De leefomgeving moet ook klimaatadaptief en verkeersveilig worden ingericht. Bij nieuwe ontwikkelingen is het belangrijk om goed na te denken over de inrichting van een gebied om mensen te beschermen tegen gevaren van een brand, explosie of een gifwolk. ● Het sociaal vangnet vergroten. ● Update Integraal Veiligheidsbeleid. ● Opstellen hoogwaterbestrijdingsplan. ● Preventie en handhaving.

Wat willen we bereiken? ● Een hechte gemeenschap die naar elkaar omkijkt.

Hoe willen we dat bereiken? ● Betrokkenheid vergroten. ● Een veilige openbare ruimte. ● Spreiding doelgroepen. ● Bloeiend verenigingsleven. ● Inclusiviteit. 3.2.11 Veiligheid Wat speelt er? We hebben te maken met een breed scala aan fysieke en sociale veiligheidsrisico’s in de gemeente. Dit heeft onder meer te maken met onze ligging in de Randstad met bijbehorende grootstedelijke problematiek, onze ligging aan groot vaarwater en de A15 met veel vervoer van gevaarlijke stoffen en de aanwezigheid van bedrijven in hogere milieucategorieën. Veiligheid is op te delen in fysieke veiligheid en sociale veiligheid. Fysieke veiligheid draait om de bescherming tegen leed door ongevallen of incidenten van een niet-menselijke oorsprong (of niet opzettelijk menselijk handelen). Denk hierbij bijvoorbeeld aan overstromingen en incidenten met gevaarlijke stoffen. Sociale veiligheid gaat over de bescherming tegen leed 23

24

3.3

Koers per gebied op hoofdlijnen

Hoe willen we dat bereiken?  De bestaande woningvoorraad verduurzamen waar mogelijk (isoleren, zonnepanelen op daken, etc.).  Sloop nieuwbouw plegen waar verduurzaming niet goed mogelijk is.  Bij sloop nieuwbouw de beeldkwaliteit die past bij de locatie nadrukkelijk meewegen.  Bij sloop nieuwbouw mogelijkheden benutten om meer woningen te bouwen met behoud en versterking van een groene openbare ruimte (tegengaan hittestress), die uitnodigt tot beweging en ontmoeting. Om groen in te passen, moeten we vaak hoger bouwen dan wat er nu staat. Dit moet passen in het stedenbouwkundig beeld en bij de identiteit van Alblasserdam (behoud van het dorps karakter).

In Alblasserdam is een aantal gebieden dat zich van elkaar onderscheidt. Dat kan functioneel zijn maar ook stedenbouwkundig of qua uitstraling. De ambities die we nastreven, verschillen navenant. Wij stellen de volgende gebiedsindeling voor waarin we de beleidsdoelen (op hoofdlijnen) beschrijven. De gebieden worden zo nodig nader gespecificeerd in subgebieden. De (deel)gebieden zijn ook op de kaart terug te vinden.

Gebiedsindeling: 1. Woongebieden a. Bestaande woongebieden en studiegebieden voor herstructurering b. Grote gebiedsontwikkelingen (woningbouw en wonen-werken) 2. Centrumgebied 3. Werkgebieden 4. Sport, recreatie- en groengebieden, stadsrandfuncties 5. Agrarisch gebied 6. Natuurgebied

Woningbouwprojecten tot en na 2030 Waar hebben we mee te maken Tot 2030 wordt er op verschillende locaties nieuwbouw gepleegd. Deze locaties zijn inmiddels vastgelegd in het omgevingsplan. Deze woningen worden duurzaam gerealiseerd met de klimaatdoelen in het achterhoofd. Na 2030 zijn er nog steeds nieuwe woningen nodig. Niet alleen om te voorzien in voldoende aanbod voor de verschillende doelgroepen, maar ook om het draagvlak voor een aantal voorzieningen te versterken. Daarnaast vraagt de groei ook om uitbreiding van bepaalde voorzieningen. Voor extra woningen na 2030 zijn op dit moment geen bouwlocaties beschikbaar.

3.3.1 Woongebied Bestaande woongebieden en studiegebieden herstructurering Waar hebben we mee te maken? Alblasserdam heeft een bestaande woningvoorraad met een grote variatie in soorten woningen, kwaliteit en bouwjaar. De woningvoorraad past niet helemaal bij de vraag naar woningen. Met name voor jongeren en starters en voor het groeiend aantal ouderen is het aanbod beperkt. Ook zijn veel woningen niet levensloopbestendig en is onvoldoende sprake van doorstroming. Ook is de bestaande woningvoorraad in beperkte mate duurzaam. Veel woningen zijn te verduurzamen, maar voor sommige woningen geldt dat verduurzaming niet goed mogelijk is. Voor die woningen moet worden overwogen of sloop-nieuwbouw de juiste oplossing is.

Wat willen we bereiken? ● Voldoende woningen voor onze inwoners, ook na 2030. Een woningvoorraad en bijbehorende voorzieningen gericht op de verschillende doelgroepen zoals die in de Woonzorgvisie zijn benoemd. ● Een woningvoorraad die duurzaam gebouwd is en ook duurzaam in gebruik (0 op de meter). ● Een woningvoorraad die aansluit bij ‘Fit en groen’ (groene en openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen) en waar de parkeerbehoefte wordt opgelost binnen het project. ● Een voorzieningenniveau dat past bij de uitbreiding van woningen (winkels, onderwijs, zorg).

Wat willen we bereiken?  Gezonde en toekomstbestendige wijken met per doelgroep passende duurzame woningen en bereikbare voorzieningen.  Een woningvoorraad die past bij de identiteit van Alblasserdam. 25

Hoe willen we dat bereiken? ● Tot 2030 benutten we de bestaande nieuwbouwlocaties die inmiddels zijn vastgelegd in het omgevingsplan. ● Om ook na 2030 in de woningbehoefte te kunnen voorzien, zetten wij in op twee sporen: 1. Transformatie van bedrijventerrein Vinkenwaard-Noord naar een woon-werkgebied, waar het leeuwendeel van de woningbehoefte gerealiseerd wordt. Bedrijven en voorzieningen die passen bij de woonfunctie, kunnen in het gebied een plek krijgen in de plinten van nieuwe woongebouwen. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken is verplaatsing van bedrijven met een hoge milieubelasting noodzakelijk. Deze willen we verplaatsen naar een andere plek in de regio (zie ook 3.3.3). We zetten in op gezonde, duurzame en innovatieve bedrijven. Het spreekt voor zich dat realisatie pas op langere termijn en gefaseerd kan plaats vinden. Gesprekken met samenwerkingspartners moeten worden gestart en het (nog te ontwikkelen) situationeel grondbeleid zal worden ingezet.

3.3.2 Centrumgebied Waar hebben we mee te maken? Alblasserdam kent een compact centrum rondom de Dam, Plantageweg, Cortgene en winkelcentrum Makado. Naast winkels zijn hier de belangrijkste voorzieningen aanwezig, zoals het gemeentehuis, de bibliotheek, het Brughuis, De Landvast en een aantal zorgvoorzieningen. Ook is de horeca in het centrum goed vertegenwoordigd. Wat willen we bereiken?  We willen in het centrum het voorzieningenniveau op peil houden en dit ook goed bereikbaar houden voor inwoners, met name voor langzaam verkeer, zodat we mensen stimuleren te wandelen en te fietsen.  In het kader van klimaatadaptatie, willen we het centrum verder vergroenen en minder verstenen.  We willen het centrum levendig houden door mogelijkheden voor ontmoeting en horeca in stand te houden en te versterken. Hoe willen we dat bereiken?  Ruimte bieden aan centrumvoorzieningen en deze mee laten groeien met de groei van het dorp.  Uitvoering geven aan het groenstructuurplan.  Realisatie van voorzieningen voor voetgangers en fietsers

In de afweging met de andere potentiële locatie (Sportpark Souburg) biedt Vinkenwaard Noord de volgende voordelen:  De ligging nabij het dorp (zeker als een (fiets)brug gerealiseerd kan worden ter hoogte van de Voltastraat);  De keuze past beter bij fit & groen (verplaatsing milieubelastende bedrijven, sportpark op huidige locatie behouden);  Op termijn zullen bedrijven die nu niet kunnen uitbreiden willen verplaatsen; 2. Herstructurering in bestaande woongebieden ten noorden van de Alblas. Op beperkte schaal kunnen plekken met minder kwaliteit of woningen die niet goed te verduurzamen zijn, geherstructureerd worden. Ook hier geldt dat behoud en versterking van een groene openbare ruimte randvoorwaarde is. Dat betekent dat hoger gebouwd moet worden dan de huidige situatie. Stedenbouwkundige kwaliteit en behoud van het dorps karakterzijn belangrijke randvoorwaarden. In verband met behoud van de bereikbaarheid gaat dit om een beperkt aantal woningen. Elk initiatief is maatwerk.

3.3.3 Werkgebied Waar hebben we mee te maken? Een groot deel van het grondgebied van Alblasserdam bestaat uit bedrijventerrein (ten zuiden van de Alblas). In Alblasserdam is van oudsher maritieme industrie gevestigd: scheepswerven en aanverwante bedrijvigheid. De haven is zeer nadrukkelijk aanwezig in het centrum van Alblasserdam en bepaalt voor een deel het karakter van het dorp. Behoud van bedrijvigheid en werkgelegenheid is speerpunt van beleid. De gemeente zet al langer in op verduurzaming en behoud van werkgelegenheid.

26

Wat willen we bereiken?  Behoud van passende werkgelegenheid.  Behoud rol maritieme sector.  Schuifruimte voor bedrijven Vinkenwaard-Noord, waardoor menging van wonen en werken kan ontstaan. Hiervoor dienen bedrijven met een te hoge milieubelasting te worden verplaatst.  Inzet op efficiënt grondgebruik (minder grondoppervlak, meer werkgelegenheid).  Inzet op gezonde en circulaire bedrijven.  Stimuleren zon op dak en lokaal energie delen.  Vergroenen waar mogelijk.

Hoe willen we dat bereiken? ● Behouden en versterken van sportgelegenheden. Verenigingsleven ondersteunen. ● Behouden en toevoegen van groen binnen het dorp, ter bevordering van de mentale en fysieke gezondheid. ● Rond het dorp behouden wij ruimte voor dorpsrandfuncties, zoals volkstuinen, zorg en dergelijke. 3.3.5 Agrarisch gebied Waar hebben we mee te maken? Het agrarisch gebied van Alblasserdam heeft een grote landschappelijke waarde. Polder Kortland is in agrarisch gebruik. De landbouwgronden van Polder Blokweer zijn Natura-2000 gebied en hebben een natuurdoelstelling. De provincie wil de gronden aankopen om deze doelstelling te realiseren. Daarnaast behoort de polder Blokweer grotendeels tot Unesco werelderfgoed.

Hoe willen we dat bereiken? ● Profileren maritieme maakindustrie. ● Om schuifruimte voor Vinkenwaard-Noord te vinden, zal het gesprek met provincie en regio moeten worden aangegaan. Het uitplaatsen van bedrijven in de hogere milieu categorieën zal gecompenseerd moeten worden in de regio. ● Zowel in de omgevingsvisie als in het omgevingsplan moet worden aangestuurd op verduurzaming. ● Nieuwe bedrijven moeten substantieel bijdragen aan werkgelegenheid.

Wat willen we bereiken? ● Het huidige agrarisch gebruik voortzetten, waarmee de karakteristiek van het cultuurlandschap in stand kan worden gehouden. ● Recreatief medegebruik (wandelen en fietsen). ● Natuurdoelstelling in polder Blokweer nastreven, met inpassing van de aanwezige stadsrandfuncties.

3.3.4 Sport- recreatie- en groengebied, dorpsrandfuncties Waar hebben we mee te maken? Alblasserdam heeft een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen op het gebied van sport, recreatie en groen. Ook de directe omgeving (Kinderdijk, Dordrecht, Biesbosch) biedt vele mogelijkheden voor recreatie. De bereikbaarheid van voorzieningen (met name Kinderdijk) blijft een aandachtspunt.

Hoe willen we dat bereiken? ● De gemeente speelt een beperkte rol in het agrarisch gebied. In het omgevingsplan worden regels opgenomen ter bescherming van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische kwaliteiten. ● Daarnaast willen we bestaande bedrijven voldoende ontwikkelruimte bieden met inachtneming van de kwaliteiten die we willen behouden.

Wat willen we bereiken? ● Om gezondheid nog verder te bevorderen zorgen we voor behoud van voldoende ruimte om buiten te verblijven, te ontmoeten, te sporten en te recreëren.

3.3.6 Natuurgebied en natuurontwikkeling polder Blokweer Waar hebben we mee te maken? Wij hebben enkele natuurgebieden binnen onze gemeente. Polder Blokweer is deels Natura-2000 gebied en deels Unesco werelderfgoed Kinderdijk. Het 27

gebied heeft ook een belangrijke betekenis als uitloopgebied, als recreatiegebied en voor diverse dorpsrandfuncties (zorg, kaasboerderij, volkstuincomplexen). De provincie heeft de intentie de polder Blokweer aan te kopen. Het beheer moet volledig in het teken komen te staan van de natuurdoelstelling. In de polder Kortland behoren ook enkele delen tot het natuurnetwerk Nederland.

aangewezen plek. De dorpsrand is echter ook aangewezen als Werelderfgoed en Natura 2000 gebied. Wat willen we bereiken? ● Wij willen de bestaande bouwmogelijkheden in de drie clusters ten noorden van de Middelwetering en de open gebieden langs de Middelwetering benutten voor zorg. ● Gezien de belangen van Werelderfgoed en Natura 2000 koppelen wij dit zorglint aan beheer van het gebied. Terreinbeherende instanties zoals Staatsbosbeheer hebben immers ook behoefte aan beheerders. Met dagbesteding en beheer door grondeigenaren kan hier invulling aan worden gegeven.

Wat willen we bereiken? ● Wij zetten in op behoud van natuurwaarden en daarbij passend recreatief medegebruik. Rust en stilte is een belangrijke kwaliteit in de verder drukke Randstad en is ook nodig om de natuurwaarden in kwetsbare delen van natuurgebieden stand te houden. ● Natuurontwikkeling polder Blokweer: De Provincie wil het nu nog grotendeels agrarische gebied kopen, dorpsrandfuncties inpassen en een natuurgebied realiseren met bloemrijk grasland, moeras en vochtig hooiland. De realisatie van natuur en een hoger waterpeil mag geen negatieve effecten hebben voor het dorp. ● Verder zien wij mogelijkheden voor de aanleg van een wandel- en fietspad, zodat korte rondjes vanuit het dorp mogelijk worden. ● Bestaande bouwpercelen kunnen een duurzame vervolgfunctie krijgen en een invulling met dorpsrandfuncties. Hergebruik en vernieuwing passend bij het verder open en cultuurhistorisch waardevolle landschap.

Hoe willen we dat bereiken? ● Wij gaan in gesprek met de provincie en grondeigenaren om de mogelijkheden voor een zorglint te onderzoeken en uit te werken om daarmee de nieuwe toekomst van het gebied goed te organiseren. 3.3.8 Beschermd dorpsgezicht Waar hebben we mee te maken? Alblasserdam heeft als één van de weinige dijkdorpen binnen de Drechtsteden nog steeds een herkenbaar historisch karakter.

Hoe willen we dat bereiken? ● Overleg met de provincie en Staatsbosbeheer over de verdere invulling van Polder Blokweer en de mogelijkheden voor de twee bestaande agrarische bedrijven. Onderzoeken van de mogelijkheden of bestaande agrarische bedrijven een rol in het beheer kunnen spelen (agrarisch natuurbeheer) is onderwerp van dat gesprek.

Wat willen we bereiken? ● Wij beschermen dit gebied omdat dit onderdeel is van onze identiteit en aantrekkelijk voor inwoners en recreanten.

3.3.7 Zorglint Waar hebben we mee te maken? Er is in Alblasserdam behoefte aan ruimte voor zorgverlening en dagbesteding in een rustige groene omgeving. Dit zijn functies die niet goed in het bestaande dorp zijn in te passen. De dorpsrand is daarvoor de

3.3.9 Landgoed Waar hebben we mee te maken? In Alblasserdam ligt het Huis te Kinderdijk. Het Park Huis te Kinderdijk is een overblijfsel van het landgoed. Het landgoed is onderdeel van de groene long.

Hoe willen we dat bereiken? ● Beschermende regels zijn opgenomen in het omgevingsplan.

28

Wat willen we bereiken? ● De kwaliteiten van het landgoed (landschap, cultuurhistorie, biodiversiteit) willen we beschermen. ● Benutten van het landgoed voor recreatief medegebruik.

Wat willen we bereiken? ● Recreatief medegebruik en ontmoeting, sport en bewegen zijn belangrijke doelen, naast behoud en versterking van de natuurwaarden. ● Wij willen de groengebieden behouden en versterken. Wij willen het raamwerk versterken door het beter verbinden van gebieden voor zowel planten en dieren als mensen. De gebieden gaan we waar mogelijk vergroenen en aanpassen aan het veranderende klimaat.

Hoe willen we dat bereiken? ● Beschermende regels zijn opgenomen in het omgevingsplan. 3.3.10 Molenbiotoop / Werelderfgoed Kinderdijk Waar hebben we mee te maken? De molens zijn onderdeel van onze identiteit. We zijn trots op het werelderfgoed Kinderdijk met haar molens en ingenieuze watersysteem. Ondanks dat de omgeving van Alblasserdam rijk bedeeld is met molens, staan er op Alblasserdams grondgebied slechts twee. De vrije windvang voor molens wordt beschermd via molenbiotopen. Dat geldt ook voor molens die niet op grondgebied van de gemeente Alblasserdam staan.

Hoe willen we dat bereiken? ● Nieuwe ontwikkelingen worden getoetst op hun bijdrage aan het groenblauwe raamwerk. ● Uitvoeren van voet- en fietspaden en parkeervoorzieningen in passende (waterdoorlatende) materialen uitvoeren. 3.3.12 Hoofdwaterstructuur Waar hebben we mee te maken? Water is rond en binnen de gemeente alom aanwezig en is onderdeel van de identiteit van Alblasserdam. Water heeft een functie voor vervoer over water van goederen en mensen, voor recreatie, voor de landbouw en de natuur. Tegelijkertijd vormt water ook een bedreiging. Door klimaatverandering zal het waterpeil in de rivieren stijgen.

Wat willen we bereiken? ● Wij willen het vrije zicht, de vrije windvang over de polder naar de molens en het ingenieuze watersysteem behouden en recreatief benutten. Hoe willen we dat bereiken? ● In het omgevingsplan zijn regels gesteld ter bescherming van de molenbiotopen.

Wat willen we bereiken? ● We willen het water kunnen blijven benutten voor de diverse functies die de hoofdwaterstructuur biedt. De waterstructuur maakt onderdeel uit van onze identiteit en willen we behouden. ● Een veilig dorp, goed beschermd tegen mogelijk hoogwater van rivieren. ● Ook moeten we ons wapenen tegen wateroverlast van heftige regenbuien en tegen verdroging (hoewel verdroging in de rivierklei- en veenpolders van de Alblasserwaard nauwelijks speelt).

3.3.11 Hoofdgroenstructuur Waar hebben we mee te maken? Het groenblauwe raamwerk is essentieel voor een goed leefklimaat in ons dorp. Ook speelt het groenblauwe raamwerk een belangrijke rol in de wateropvang en het voorkomen van hittestress. Het raamwerk vormt de basis en de kwaliteitsdrager voor de ontwikkelingsmogelijkheden van Alblasserdam. Dit raamwerk is opgenomen in het Groenstructuurplan. De verbindingen van de groen- en natuurgebieden in en rond het dorp kunnen beter.

Hoe willen we dat bereiken? ● Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het bergen van water in tijden van wateroverlast. 29

●

We zullen verder continue in overleg zijn met het waterschap om het watersysteem optimaal te beheren en zo nodig tijdig dijken te verhogen, mede met het oog op tegengaan van wateroverlast en bescherming tegen hoogwater van de rivieren.

3.3.14 Hoogspanningsverbinding / elektriciteitsnet Waar hebben we mee te maken? We hebben steeds meer elektriciteit nodig voor onder andere, laadpalen om de auto op te laden, warmtepompen om de woning te verwarmen, inductieplaten om op te koken, elektrificatie in de bedrijfsvoering van bedrijven en het toenemende aantal (al electric) woningen. Wat willen we bereiken? ● Een robuust elektriciteitsnet, waarvan ook het lokale net aangepast en verzwaard moet worden. Wij faciliteren de ruimte die daarvoor nodig is.

3.3.13 Hoofdinfrastructuur en Mobiliteitshub Poort aan de Noord Waar hebben we mee te maken? Binnen de huidige verkeersstructuur kennen we congestie van het verkeer van de A15, wat ten koste gaat van onze bereikbaarheid. We hebben te maken met sluipverkeer via Oud -Alblas en doorgaand verkeer door het dorp richting Nieuw-Lekkerland. Verder is het gebied ten noorden van de Alblas minder goed bereikbaar per auto omdat er slechts twee verbindingen zijn.

Hoe willen we dat bereiken? ● Optimaal samenwerken met de netbeheerder en ruimte bieden voor faciliteiten die nodig zijn om het net te versterken. En daarbij die voorwaarden meegeven die borgen dat hoogspanningsverbindingen toekomstgericht en duurzaam worden aangelegd. ● Stimuleren lokaal energiedelen. ● Het net ontlasten door andere mogelijkheden te onderzoeken bijvoorbeeld met betrekking tot: 1. het warmtenet; 2. een programmatische aanpak voor opwek energie (met de regio)

Wat willen we bereiken? ● Wij willen de bereikbaarheid van Alblasserdam verbeteren. Hoe willen we dat bereiken? ● door optimalisatie van het huidige wegennet en het voorkomen van doorgaand verkeer door het dorp (beter benutten). In het nieuw op te stellen gebiedsperspectief Poort aan de Noord komen duurzame mobiliteit en bereikbaarheid samen. In dit gebied, onder de brug, wordt niet alleen gewerkt aan een transferium, maar ook aan een mobility hub (inclusief vervoer over water), busstation, truckparking en evenemententerrein. Het transferium voorkomt een deel van het verkeer op de dijk. ● Herstructurering en capaciteitsverbetering van bestaande wegen. ● Ontmoedigen van doorgaand verkeer in de spits. ● Stimuleren van langzaam verkeer, onder meer door de aanleg van een fietsbrug over de Alblas. ● Aantrekkelijke wandel- en fietspaden tussen de wijken. ● Ook willen we in regionaal verband verbetering van het OV stimuleren, zorgen dat de doorstroming op de A15 wordt verbeterd en de ontsluiting van de kernen aan de westkant van de Alblasserwaard optimaliseren.

30

4. HOOFDLIJNEN UITVOERING

Het is belangrijk dat onze beleidsambities ook worden uitgevoerd. Om tot uitvoering van de visie te komen, hebben wij de inzet van verschillende partijen nodig. Daarom is het belangrijk om in de visie aandacht te besteden aan de samenwerking met het dorp, spelregels op te nemen voor initiatieven en na vaststelling van de visie er ook op toe te zien of het beleid werkt en desgewenst bij te sturen (monitoring).

4.1

Daarnaast daagt de gemeente partijen uit om bij te dragen aan de ambities van de omgevingsvisie en bewaakt daarbij de randvoorwaarden en een zorgvuldige afstemming met omwonenden. Wij willen beweging in de samenleving graag benutten om verandering teweeg te brengen op een fitte en groene manier. Dat betekent dat de gemeente wil innoveren op haar werkwijze. Dit doen we door ruimte te bieden voor initiatieven die passen binnen de fitte en groene gedachte. Dat betekent dat wij initiatieven beoordelen op hun bijdragen aan onze gemeenschappelijke doelen en niet alleen aan regels. Zo nodig schrappen we regels, zodat er meer ruimte ontstaat voor nieuwe circulaire, klimaatadaptieve initiatieven, gezonde werkgelegenheid, etc.

Samenwerking

Samenwerking vindt op verschillende niveaus plaats. Om onze ambities te realiseren zijn de volgende partijen in beeld: ● Initiatiefnemers die een ontwikkeling willen starten. Dit gebeurt op verschillende schaalniveaus (individuele burgers, ontwikkelende partijen, etc.); ● De gemeente als initiatiefnemer. Denk bijvoorbeeld aan de rol van de gemeente in de (inrichting en beheer van de) openbare ruimte; ● Onze samenwerkingspartners in de regio (regio Drechtsteden, waterschap en andere ketenpartners, provincie)

Door een helder kader te bieden, wordt in een zo vroeg mogelijk stadium in het planproces duidelijkheid gegeven over de kans van slagen van een initiatief. Er wordt gestuurd op het creëren van meerwaarde en draagvlak. De gemeentelijke inzet en rol hangt af van de bijdrage van partijen aan onze ambities en de beoordeling van het initiatief. 4.1.3 Uitgangspunten rol initiatiefnemer Uitgangspunt is het creëren van plannen met meerwaarde, die een bijdrage leveren aan de doelen van de omgevingsvisie. Naar aanleiding van feedback vanuit de omgeving en belanghebbenden verbeteren plannen, waardoor actief draagvlak kan groeien.

4.1.1 Samenwerking met de regio Vele ontwikkelingen zijn specifiek voor Alblasserdam en kunnen we prima zelf oppakken. Veel ontwikkelingen pakken we samen met de regio op, omdat we regionaal afspraken hebben gemaakt en ook omdat we samen meer kunnen bereiken dan als Alblasserdam alleen. Deze ambities blijven onderwerp van gesprek en we agenderen die onderwerpen die voor Alblasserdam belangrijk zijn.

4.2

4.1.2 Uitgangspunten rol gemeente De gemeente is zelf op vele terreinen initiatiefnemer. Bij initiatieven van de gemeente willen we onze burgers en onze samenwerkingspartners graag betrekken. Samen staan we voor een leefbaar en duurzaam Alblasserdam.

Hoe gaan we om met nieuwe ontwikkelingen

4.2.1 Algemene spelregels principebeoordeling Behoud en versterken van de bijzondere kwaliteiten van de gemeente staat centraal in deze omgevingsvisie. Aan deze aspecten (identiteit en waarden) mag geen afbreuk worden gedaan. 31

Nieuwe initiatieven moeten substantieel bijdragen aan het behoud en de versterking van de doelen voor de verschillende deelgebieden. Het is belangrijk dat het initiatief voldoende breed wordt gedragen. We beoordelen initiatieven op de bijdrage aan de ambities in de omgevingsvisie en wegen mee in hoeverre er aan bepaalde andere ambities afbreuk wordt gedaan.

1

Stap

Toelichting

Clusteren en stroomlijnen

Verzamelen van alle complexe initiatieven op één

initiatieven

centrale plek middels intakeformulier / zaaksysteem

2

Intakegesprek

Gesprek tussen initiatiefnemer en casemanager om ontbrekende informatie over initiatief op te halen

Verder moet een ontwikkeling uitvoerbaar zijn voor wat betreft de omgevingsaspecten (zoals ruimtelijke kwaliteit en milieunormen) en het beleid van andere overheden (waaronder het provinciaal beleid). Een initiatief moet uiteraard ook financieel uitvoerbaar zijn.

3

Voorbereiden intaketafel

Uitzetten adviesvraag aan intaketeam en vakspecialisten (intern) op basis van bestaande informatie initiatief

4

Intaketafel

Advies geven over wenselijkheid van het initiatief (past het initiatief binnen het beleid)

4.2.2 Initiatieven De procedure bij een initiatief, werkt met een intaketafel en een omgevingstafel. Deze procedure heeft als doel te bepalen of de gemeente Alblasserdam voornemens is om mee te werken met het initiatief. Het betreft initiatieven die niet passen binnen het omgevingsplan. In veel gevallen zal participatie daarom verplicht zijn. In figuur 4.1 is de procedure van intake- en omgevingstafel weergegeven.

5

Terugkoppeling intaketafel Terugkoppeling richting initiatiefnemer én bestuur over advies intaketafel en vervolgprocedure

6 (optie)

Voorbereiden

Bij positief advies intaketafel, uitzetten

omgevingstafel

adviesvraag aan vakspecialisten (en ketenpartners) voor 2e intaketafel of omgevingstafel. Initiatiefnemer praat mee

7 (optie)

Omgevingstafel

Advies geven in het kader van haalbaarheid van het initiatief

8

Terugkoppeling

Terugkoppeling richting initiatiefnemer én bestuur

omgevingstafel

over advies omgevingstafel en vervolgprocedure

Figuur 4.1. Procesbeschrijving: van initiatief tot concept vergunning Weging wenselijkheid In de eerste stap gebruiken wij een intakeformulier en het Afwegingskader complexe initiatieven. Hierin toetsen wij (intern) initiatieven en geven wij aan wat de effecten van het initiatief zijn op onze ambities (fit en groen). Draagt het initiatief in voldoende mate bij aan deze ambities of is het initiatief zodanig aan te passen, dan werken wij graag aan het initiatief. Figuur 4.2 geeft weer hoe wij de verschillende aspecten wegen, die rondom een initiatief spelen. Bij de weging van de wenselijkheid betrekken wij ook de uitkomsten van de participatie. 32

Weging Fit en groen (1-5)

Bij participatie laat een initiatiefnemer personen of organisaties al vroeg in het proces meepraten of -denken over het initiatief, plan of activiteit. Dit zijn vaak personen en organisaties voor wie het initiatief, plan of activiteit gevolgen heeft. Zij kunnen aanpassingen aan uw initiatief voorstellen. Participatie betekent niet dat iedereen het uiteindelijk 100% eens is met het initiatief, maar dat er wel een actieve poging is gedaan om samen het initiatief te verbeteren. De spelregels voor participatie staan in ons participatiebeleid.

Effect initiatief op Fit en groen (-- tot ++)

Bereikbaarheid

2

Bestaanszekerheid

4

Circulariteit

3

Gezondheid

5

Klimaatadaptatie

5

Klimaatmitigatie

5

Ondersteuning

3

Werkgelegenheid

4

Woningbouw

1

Samenleving

4

De hoeveelheid participatie moet in verhouding staan tot de gevolgen van het initiatief voor de omgeving. Over het algemeen geldt: hoe groter en veelomvattender het initiatief, hoe belangrijker het is om de omgeving te betrekken. Weging uitvoerbaarheid Nadat we de wenselijkheid van het initiatief hebben vastgesteld, beoordelen wij ook de uitvoerbaarheid. De uitvoerbaarheid wordt integraal beoordeeld aan de omgevingstafel. Belangrijke elementen daarin zijn: ● Beleidsmatige uitvoerbaarheid, waaronder ladder voor duurzame verstedelijking: voorkeursvolgorde binnenstedelijk (stenen voor stenen, restruimte, transformatie), als dat niet kan uitbreiding of afzien van initiatief. ● Milieu- en overige randvoorwaarden. ● Financiën en kostenverhaal. ● Prioriteiten.

totaal

Figuur 4.2. Weging fit en groen Participatie De gemeente Alblasserdam kent een lange traditie als het gaat om participatie. Door goede samenwerking mét en participatie dóór inwoners en partners kunnen we Alblasserdam een nog mooier dorp maken. Iedereen kan een waardevolle toevoeging geven aan een initiatief door kennis, vaardigheden of (financiële) middelen. Daarnaast helpt participatie om verschillende partijen in Alblasserdam tot elkaar te brengen en gezamenlijk verantwoordelijkheid te dragen voor ons dorp. Misschien heeft u ook een idee, initiatief of plan dat Alblasserdam mooier kan maken, fysiek of sociaal. Door dit met anderen te delen, kunnen de plannen nog beter uitgewerkt worden.

Eindafweging Uiteindelijk zullen wij in een eindafweging beoordelen of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (onder de Wro noemde we dat ‘een goede ruimtelijke ordening’). De afweging onder de Omgevingswet is breder. Zo worden ook milieuaspecten en thema’s als gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid nadrukkelijk betrokken.)

33

4.3

Kostenverhaal

De signalen uit monitoring en evaluatie kunnen aanleiding zijn voor aanpassing van een omgevingsvisie.

De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen. Naast het kostenverhaal kan ook een vrijwillige financiële bijdrage gebiedsontwikkeling worden afgesproken. Dat is een bijdrage voor ontwikkelingen die niet onder het kostenverhaal vallen, maar wel bijdragen aan de kwaliteit van een gebied. Via de Nota grondbeleid en Nota kostenverhaal sturen we op onze ruimtelijke en maatschappelijke doelstellingen en maken we gebruik van de instrumenten die beschikbaar zijn. Deze instrumenten zijn vastgelegd in de Omgevingswet (verwervingen, kostenverhaal en financiële bijdrage).

4.4

Monitoring en relatie met andere instrumenten

De opbouw van de Omgevingswet volgt de beleidscyclus (zie figuur 4.3). De beleidscyclus biedt een structuur om de instrumenten van de Omgevingswet te ordenen. Figuur 4.3. Relatie met andere relevante instrumenten

De relevante instrumenten van de Omgevingswet voor de gemeente zijn: ● De omgevingsvisie ● Het programma ● Het omgevingsplan ● De omgevingsvergunning

Beleidsdoorwerking De overheid kan de gewenste kwaliteiten van de fysieke leefomgeving of onderdelen daarvan concreter maken door die ook stevig juridisch vast te leggen. Daarmee kunnen ook andere overheden worden gebonden om mee te werken aan de realisatie van het beleid. Dat kan bijvoorbeeld door eisen vast te leggen in omgevingswaarden, of door een programma vast te stellen. De overheid kan in programma's concrete maatregelen opnemen die leiden tot de vastgelegde en gewenste kwaliteit van een onderdeel van de fysieke leefomgeving, een aspect of een gebied. Deze programma's dienen ter uitwerking van het beleid uit de visie.

Beleidsontwikkeling Het bovenste kwart aan de rechterzijde van de cyclus heet beleidsontwikkeling. Dit staat voor de visievorming. De omgevingsvisie is een samenhangende visie met strategische hoofdkeuzes van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. Belangrijke input voor een omgevingsvisie is het resultaat van het vorige kwart van de beleidscyclus: terugkoppeling. Ofwel: monitoring en evaluatie. 34

Uitvoering In het onderste kwart aan de linkerzijde van de cyclus staat de uitvoering centraal. Dat gebeurt door de initiatiefnemers van activiteiten en projecten: burgers, bedrijven of overheden die iets willen ontwikkelen. Hiermee is dit kwart een uitzondering op de andere 3, waarin de overheid centraal staat. Voorop staat de eigen verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, die tot uitdrukking komt in een algemene zorgplicht. Waar inkadering van activiteiten door de overheid nodig is, gebeurt dat zo veel mogelijk door algemene regels. Terugkoppeling Het bovenste kwart aan de linkerzijde staat voor terugkoppeling. Met toezicht en handhaving ziet de overheid toe op naleving van de algemene regels en vergunningvoorschriften. Via monitoring brengt de overheid de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in beeld. Uit evaluatie blijkt of bijstelling van de beleidsdoelen en/of aanpassing van de inzet van instrumenten nodig is. Als wij juridische regels in het omgevingsplan zetten, spelen in de terugkoppelingsfase toezicht en handhaving een belangrijke rol. Bij een programma, zullen in de terugkoppelingsfase vooral monitoring en evaluatie belangrijk zijn.

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/582/documents/12482