CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarrekening 2025 VRZHZ.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 23 juni 2026, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 12: Zienswijze jaarrekening en resultaatbestemming 2025 en ontwerpbegroting 2027 VRZHZ - Voorstel29.696 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Regie en doorontwikkeling Bevolkingszorg In 2025 worden de in 2024 ingezette brede doorontwikkeling van Bevolkingszorg verder vormgegeven. Onderdeel hiervan is de regionale coördinatie op Bevolkingszorg aan de hand van; - landelijke en regionale kwaliteitscriteria; - Een meerjarenbeleidsplan vakbekwaamheid Bevolkingszorg, - Accountmanagement Resultaat (indicator) Resultaat (toelichting) Wanneer zijn we tevreden?

Een volledig operationele gemeentelijke crisisorganisatie die bestaat uit goed opgeleide medewerkers.

Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

23

Deze crisisorganisatie is in staat om met alle relevante (crisis)partners samen te werken voor, tijdens en na een ramp of crisis. Waar staan we nu (Burap 1 2025)?

De gemeentelijke crisisfunctionarissen die op dit moment onderdeel uitmaken van de regionale crisisorganisatie zijn opgeleid, getraind en geoefend en daarmee voorbereid op een mogelijke inzet. We kunnen echter niet spreken van een volledig operationele regionale crisisorganisatie gezien het grote aantal openstaande vacatures.

Waar staan we nu (Burap 2 2025)?

De gemeentelijke crisisfunctionarissen die op dit moment onderdeel uitmaken van de regionale crisisorganisatie zijn opgeleid, getraind en geoefend en daarmee voorbereid op een mogelijke inzet. We kunnen echter niet spreken van een volledig operationele regionale crisisorganisatie, gezien het grote aantal openstaande vacatures. Hierdoor bestaat de kans dat specifieke crisisfuncties tijdens een incident/crisis niet ingevuld worden, waardoor specifieke taken niet uitgevoerd kunnen worden. Dit kan de afhandeling van het incident/crisis vertragen. In de AGV is dit meermaals (2024 en 2025) onder de aandacht gebracht en is het risico hiervan benoemd. Individuele gesprekken met (C)GS worden gevoerd om dit risico te benadrukken en de voortgang te stimuleren voor een vitale regionale crisisorganisatie. Het meerjarenplan vakbekwaamheid Bevolkingszorg wordt opgesteld en treedt in werking in 2026. Accountmanagement Bevolkingszorg loopt conform planning jaarplan Bevolkingszorg.

Wat is het resultaat?

De gemeentelijke crisisfunctionarissen die momenteel onderdeel uitmaken van de regionale crisisorganisatie zijn opgeleid, getraind en geoefend en daarmee in beginsel voorbereid op een mogelijke inzet. De kwaliteit van de beschikbare functionarissen voldoet aan de gestelde eisen en sluit aan bij het landelijke en regionale kader vakbekwaamheid. Tegelijkertijd kan niet worden gesproken van een volledig operationele regionale crisisorganisatie. Door het aanzienlijke aantal openstaande regionale crisisfuncties bestaat het risico dat bij een incident of crisis niet alle noodzakelijke functies tijdig of volledig kunnen worden ingevuld. Hierdoor kunnen specifieke taken binnen de crisisorganisatie niet of vertraagd worden uitgevoerd, wat kan leiden tot vertraging in de besluitvorming en de uitvoering van maatregelen tijdens een incident of crisis. Dit risico is in de AGV in 2024 en 2025 herhaaldelijk onder de aandacht gebracht. Het onderwerp ‘regionale vacatures’ is structureel geagendeerd in de AGV en vormt een vast gespreksonderwerp in individuele gesprekken met (C)GS’en. Doel hiervan is het blijvend benadrukken van het belang van voldoende personele invulling en het stimuleren van voortgang richting een vitale en robuuste regionale crisisorganisatie en de daarbij behorende verantwoordelijkheden.

Het meerjarenplan Vakbekwaamheid Bevolkingszorg is in 2025 opgesteld en treedt in werking per 2026. Hiermee wordt een structurele basis gelegd voor opleiding, training en oefening van crisisfunctionarissen op de langere termijn. Het accountmanagement Bevolkingszorg is in 2025 uitgevoerd conform het vastgestelde jaarplan. Toelichting op het (gedeeltelijk) niet behalen van het speerpunt • Wat is niet bereikt en waarom. Het speerpunt om te komen tot een volledig operationele regionale crisisorganisatie is niet volledig gerealiseerd. De oorzaak ligt primair bij het aanhoudende tekort aan ingevulde regionale crisisfuncties bij gemeenten. • (Financiële) gevolgen. Er zijn op dit moment geen directe financiële consequenties. Wel bestaat het risico dat extra inspanningen nodig zijn op het gebied van werving, ondersteuning en tijdelijke oplossingen binnen Bevolkingszorg. • Bestuurlijke risico’s. Het belangrijkste bestuurlijke risico is dat bij een grootschalig incident of crisis niet tijdig kan worden opgeschaald met een volledig bezette crisisorganisatie of een systemische overbelasting van de

Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

24

piketfunctionarissen. Dit kan gevolgen hebben voor de effectiviteit van de crisisbeheersing en kan leiden tot bestuurlijke en maatschappelijke vragen over de paraatheid en uitvoeringskracht van de regio.

4.3 Krachtige brandweerzorg op maat door beroeps en vrijwilligers Kerntaken: • • • • • •

Het leveren van parate brandweerzorg. Het verwerven, beheren en onderhouden van materiaal en materieel. Het verzorgen van de vakbekwaamheid (vakbekwaam worden en blijven) van het operationeel personeel. Het opstellen van procedures en regelingen voor het brandweeroptreden. Het zorgdragen voor het goed verlopen van de alarmering en melding van de brandweer en de juiste en tijdige operationele informatie voor het operationeel optreden. Het beheren, doorontwikkelen en toekomstbestendig maken van het brandweeractiecentrum.

Deeltijdrichtlijn Uitwerking en implementatie van de deeltijdrichtlijn. Resultaat (indicator) Resultaat (toelichting) Wanneer zijn we tevreden?

Er is daar waar bekend en binnen de mogelijkheden die we hebben geanticipeerd op de gevolgen van de deeltijdrichtlijn.

Waar staan we nu (Burap 1 2025)?

Onzeker is of alle randvoorwaarden kunnen worden gerealiseerd die het Veiligheidsberaad in januari 2023 heeft gesteld in een gesprek met de verantwoordelijke Minister voor de implementatie van Bouwsteen 1 (verplichtend karakter). Dit gaat om het onderzoek naar de vraag of en hoe Bouwsteen 1 aan kan sluiten bij de arbeidstijdenwetgeving en de financiering van de kosten die landelijk geraamd worden op 38 miljoen euro.

Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

25

Waar staan we nu (Burap 2 2025)?

Er zijn geen nieuwe ontwikkelingen te melden in aanvulling op de informatie gegeven bij Burap I.

Wat is het resultaat?

De deeltijdrichtlijn is nog steeds een politiek en bestuurlijk actief onderwerp waarbij meerdere ministeries betrokken zijn. Er is echter nog geen (zicht op) wettelijke (stelsel)wijzigingen of nieuwe regelingen waarmee het dilemma van de deeltijdrichtlijn is opgelost.

Toekomstbestendige brandweerzorg Uitvoering geven aan de bestuurlijke opdracht rondom de toekomstbestendige repressieve brandweerzorg. Resultaat (indicator) Resultaat (toelichting) Wanneer zijn we tevreden?

De door het bestuur gekozen richting met betrekking tot het toekomstbestendig maken van de repressieve brandweerzorg is uitgewerkt en vertaald naar vastgoed via een meerjareninvesterings- en onderhoudsplan.

Waar staan we nu (Burap 1 2025)?

Het programmaplan toekomstbestendige brandweerzorg is gereed en krijgt een plaats in de uitwerking van het nieuwe beleidsplan 2026-2029.

Waar staan we nu (Burap 2 2025)?

De onderdelen van het programmaplan Toekomstbestendige Brandweerzorg hebben een plaats gekregen in het nieuwe beleidsplan. Op hoofdlijnen is een jaarplanning gemaakt. Een aantal deelprogramma’s zijn van start gegaan.

Wat is het resultaat?

Er wordt in een meerjarig traject planmatig gewerkt aan de toekomstbestendigheid van de brandweerzorg. Uitwerking en vertaling naar een nieuw meerjareninvestering en -onderhoudsplan is niet opportuun gebleken voor 2025. Dit kan pas nadat onderzoeken zijn afgerond.

Kwaliteitsverbetering en borging vakbekwaamheid We werken aan kwaliteitsverbetering en borging door het beter aantoonbaar maken van de vakbekwaamheid van het operationeel personeel en de ondersteunende rollen binnen vakbekwaamheid (instructeurs en oefenleiders). Resultaat (indicator) Resultaat (toelichting) Wanneer zijn we tevreden?

De wijze waarop vormgegeven wordt aan de borging van de vakbekwaamheid van het repressieve brandweerpersoneel is beschreven in een visie.

Waar staan we nu (Burap 1 - 2025)?

We zijn bezig met het beschrijven van de diverse oefenkaarten met name voor de specialistische taken.

Waar staan we nu (Burap 2 - 2025)?

Er is een bijscholingsplan voor instructeurs vastgesteld. Er zijn aantoonbare vakbekwaamheidskaarten voor Vakbekwaam Blijven opgesteld.

Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

26

De borging van de vakbekwaamheid van het repressieve brandweerpersoneel, de instructeurs en oefenleiders is beschreven. Hiermee is deze doelstelling gerealiseerd.

Wat is het resultaat?

Behalen KAB voor vakbekwaamheid Voor vakbekwaam worden behouden we onze certificering conform het waarderingskader Kwaliteit Aanbieders Brandweeropleidingen (KAB). Resultaat (indicator) Resultaat (toelichting) Wanneer zijn we tevreden?

De audit Kwaliteit Aanbieders Brandweeropleidingen is met een positief resultaat afgerond.

Waar staan we nu (Burap 1 2025)?

In maart 2025 heeft deze audit plaatsgevonden bij de afdeling Vakbekwaamheid van de VRZHZ die met een positief resultaat is afgesloten.

Waar staan we nu (Burap 2 2025)?

Deze doelstelling is behaald in het eerste kwartaal van 2025 en is daarmee afgerond.

Wat is het resultaat?

We hebben de audit Kwaliteit Aanbieders Brandweeropleidingen succesvol behaald. Hiermee voldoen we aan de gevraagde kwaliteitseisen en is de afdeling Vakbekwaamheid de komende 4 jaar weer een gecertificeerd opleidingsinstituut voor het brandweeronderwijs.

Innovatieve toepassingen vakbekwaamheid We investeren in het toepassen van virtual en augmented reality, zoals het simuleren van incidenten in ons verzorgingsgebied tijdens opleidingen en oefenen. Resultaat (indicator) Resultaat (toelichting) Wanneer zijn we tevreden?

Een visie is vastgesteld waarin beschreven staat op welke wijze we op een innovatieve manier vakbekwaamheid toekomstgericht vorm gaan geven.

Waar staan we nu (Burap 1 - 2025)?

Dit richt zich op de toepassing van augmented reality. We werken aan de doorontwikkeling van onze bestaande XVR-omgeving, het realistisch virtueel simulatieprogramma.

Waar staan we nu (Burap 2 - 2025)?

Er vindt stapsgewijs doorontwikkeling plaats op de onderwerpen XVR-omgeving en het virtuele simulatieprogramma. Deze nieuwe technieken worden gebruikt tijdens verschillende leergangen en oefeningen/ trainingen.

Wat is het resultaat?

In het reguliere werk zit geïncorporeerd dat we innovatie gericht werken. Daarnaast zijn we aangesloten bij het landelijke netwerk waarin innovatieve oplossingen worden gedeeld.

Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

27

Vakbekwaamheid Organiseren van leergangen en trainingen die noodzakelijk zijn voor het vakbekwaam worden en blijven van het repressieve personeel. Deze activiteit is kostenverhogend door onder andere indexatie, nieuwe aanbestedingen en sneller verloop van brandweerpersoneel. Hierop moeten we inspelen. Resultaat (indicator) Resultaat (toelichting) Wanneer zijn we tevreden?

Er is voldoende personele en financiële capaciteit om de noodzakelijke programma's vakbekwaam worden en blijven aan te kunnen bieden aan het repressieve brandweerpersoneel.

Waar staan we nu (Burap 1 2025)?

Het aantal leergangen is opgehoogd en personeel voor de vacatures is of wordt ingevuld. Dit hangt samen met de structurele ophoging van middelen vakbekwaamheid die vanaf 1 januari is toegekend.

Waar staan we nu (Burap 2 2025)?

Het invullen van vacatures bij de afdeling Vakbekwaamheid loopt goed. De vacatures die er waren zijn opgevuld en nieuwe vacatures worden ingevuld. Het verloop bij de vrijwilligers is nog steeds groot. Ook bij de beroeps zien we een toename in de vraag naar opleidingen. Daarnaast is een verhoging van de garantiefactor bij kritieke functies nodig voor het leveren van paraatheid. Dit zet de vakbekwaamheidskosten onder druk. De verwachting is wel dat dit binnen de structurele verhoging van het budget opvangen wordt.

Wat is het resultaat?

De beschikbare formatie is ingevuld. Echter kijkend naar de toekomst is het de vraag of we uitkomen met de huidige beschikbare formatie. Dit beeld is organisatiebreed. In 2026 wordt het tekort in formatie binnen onze Veiligheidsregio inzichtelijk gemaakt en komen we hierop terug bij het bestuur.

Werkplaatsen De huisvesting van de werkplaatsen wordt aangepast om efficiënter te werken en dat we nieuwe technologische ontwikkelingen verwerken in de werkwijze. Resultaat (indicator) Resultaat (toelichting) Wanneer zijn we tevreden?

Er is een nieuwe locatie van de werkplaatsen op de begane grond van het Leerpark gerealiseerd met vernieuwde testapparatuur en die voldoet aan de wet- en regelgeving en dat er ergonomisch gewerkt kan worden.

Waar staan we nu (Burap 1 2024)?

De huisvesting van de werkplaatsen moet aangepast worden (aangegeven in de Risico-inventarisatie en -Evaluatie), omdat deze niet voldoet aan de huidige wet- en regelgeving. Ook leidt de huisvesting tot een inefficiënte en arbeidsintensieve manier van werken. Op dit moment worden drie scenario’s ontwikkeld in samenwerking met een extern adviesbureau met betrekking tot de toekomstige huisvesting van de werkplaatsen. In het directieteam wordt bepaald welk scenario verdere uitwerking krijgt. Dit scenario wordt voorgelegd aan het bestuur om de middelen te kunnen organiseren. Daarna wordt een uitvoeringsplan gemaakt. Dit betekent dat niet dit jaar een nieuwe locatie gerealiseerd wordt.

Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

28

Waar staan we nu (Burap 2 2024)?

Het huisvestingsvraagstuk voor de afdeling Materieel & Logistiek (M&L) wordt onderzocht in het project (her-)huisvesting M&L. Het werkvolume binnen M&L is de afgelopen periode verder toegenomen. De huisvesting voldoet niet aan de huidige wet- en regelgeving en leidt tot een arbeidsintensieve en inefficiënte manier van werken. In samenwerking met een extern adviesbureau worden er drie scenario's ontwikkeld. Deze scenario's worden de komende periode meer concreet uitgewerkt. Eind 2025 wordt er door het directieteam een keuze gemaakt over welke van de drie scenario's in 2026 voor besluitvorming worden voorgelegd aan het algemeen bestuur om zo de benodigde middelen te realiseren. Dit betekent, gelet op de ambtelijke doorlooptijd en de tijd die nodig is om een en ander te realiseren, dat de komende jaren de huisvesting van de afdeling M&L niet op orde is.

Wat is het resultaat?

Er is nog geen nieuwe locatie voor de werkplaatsen. Dit betekent dat we niet voldoen aan de wet- en regelgeving en dat er niet volledig ergonomisch gewerkt kan worden. Gezien het gebrek aan capaciteit en de noodzaak om extra financiële middelen te organiseren loopt dit vertraging op. In 2026 verwachten we dat we aan het bestuur een scenario te kunnen voorleggen tot aanpassing van de huisvesting van de werkplaatsen.

Vervanging randapparatuur C2000 De kwetsbaarheid van het C2000 netwerk oplossen. Resultaat (indicator) Resultaat (toelichting) Wanneer zijn we tevreden?

De randapparatuur van het C2000 netwerk is vervangen.

Waar staan we nu (Burap 1 2025)?

De aanbesteding wordt als alles meezit aan het einde van dit jaar afgerond. Deze aanbesteding voeren we gezamenlijk uit met de Veiligheidsregio RotterdamRijnmond. De VRZHZ heeft de trekkende rol. De daadwerkelijke vervanging wordt in 2026 gerealiseerd. Via de Burap II 2024 is de financiering hiervan vanuit het MJIP in 2026 gezet.

Waar staan we nu (Burap 2 2025)?

De status is niet veranderd ten opzichte van Burap I. Afhankelijk van de voortgang van de aanbesteding wordt de C2000 apparatuur wel, niet of deels vervangen in 2026.

Wat is het resultaat?

De aanbesteding randapparatuur van het C2000 loopt nog. In 2026 leidt dit tot een keuze voor een leverancier van de randapparatuur. De implementatie van de randapparatuur ronden we in 2026 af.

4.4 Informatie gestuurd werken Kerntaken: • • •

Het onderhouden van een Veilligheids Informatie Centrum (VIC); Het verzorgen van actuele en gestructureerde informatie over onder andere objecten, voorzieningen, controles en incidenten; Het signaleren van trends en ontwikkelingen en data vertalen naar producten die bijdragen om risico’s eerder te onderkennen of effectiever te bestrijden.

Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

29

Informatie gestuurd werken Informatie gestuurd werken is de basis voor moderne crisesbeheersing. In 2024 start de VRZHZ met het organisatiebrede programma IGW. Het programma richt zich op de organisatiebrede verbinding van informatie, data en projecten die hier nauw aan verbonden zijn. Doel is om te ontwikkelen naar een informatieknooppunt voor veiligheidsinformatie in ZHZ, dat permanent beschikbaar en actueel is. Geen woorden maar data. Informatie wordt een productiemiddel om onze kerntaken uit te voeren. Maar ook om onze partners te ondersteunen met onze data. We gebruiken de informatie van onze partners en delen onze gegevens met partners als het wettelijk kan en mag. Zo signaleren we makkelijker trends en ontwikkelingen en kunnen we risico’s en veiligheidsvraagstukken beter duiden. Resultaat (indicator) Resultaat (toelichting)

Wanneer zijn we tevreden?

We zijn tevreden als op basis van organisatie breed informatiebeleid inzicht wordt verschaft in (crisisbeheersing) vraagstukken en keuzes kunnen worden gemaakt. Het programma wordt uitgevoerd conform planning met specifieke aandacht voor: - Digitale fitheid van de medewerkers - Risicomonitoring en risicoduiding

Waar staan we nu (Burap 1 2025)?

In het eerste deel van 2025 is een programma gestart om te komen tot een Visie en Programmaplan IGW, Business Intelligence dashboarding, Digitale Fitheid en Kennisontwikkeling. Het programma loopt dit en komend jaar door.

Waar staan we nu (Burap 2 2025)?

De werkzaamheden in 2025 hebben geleid tot verschillende producten (onder andere Visie, programmaplan, stappenplan digitale fitheid) en het organiseren van de benodigde capaciteit voor dit onderwerp. Voortschrijdend inzicht heeft daarbij geleid tot herijking van het programma: verbreding onder andere richting het onderwerp AI en meer aandacht voor de processen. Het programma loopt door tot en met volgend jaar.

Wat is het resultaat?

De werkzaamheden in 2025 hebben geleid tot verschillende producten (onder andere Visie, programmaplan, stappenplan digitale fitheid) en het organiseren van de benodigde capaciteit voor dit onderwerp. Voortschrijdend inzicht heeft daarbij geleid tot herijking van het programma: verbreding onder andere richting het onderwerp AI

Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

30

en meer aandacht voor de processen. Het programma loopt door tot en met volgend jaar.

Informatieknooppunt voor veiligheidsinformatie We richten een 24/7 Veiligheids Informatie Knooppunt (VIK) in voor de Veiligheidsregio. Dit doen we samen met de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond. De inrichting sluit aan bij de landelijke ontwikkeling (KCR2 en programma Versterking Landelijke Informatievoorziening) en kent ruimte voor aanvullende regionale behoeften. Het VIK voorziet ten minste in een actueel veiligheidsbeeld, risico-monitoring en duiding, en kent een component early warning. Het voormalige Multi Intelligence Centrum (MIC) heeft als vliegwiel gediend om deze vervolgstap te zetten. Resultaat (indicator) Resultaat (toelichting) Wanneer zijn we tevreden?

Als VRZHZ en VR-RR kennen we een operationeel VIK, dat een formele borging kent, en voorziet in middelen, mensen (o.a. Calamiteiten Coördinator) en processen ten behoeve van de informatiepositie van de veiligheidsregio.

Waar staan we nu (Burap 1 2025)?

Het Veiligheidsinformatie Knooppunt (VIK) is inmiddels deels operationeel met een 24/7 frontoffice en Calamiteiten Coördinator. De opstart van risicomonitoring en een 24/7 veiligheidsbeeld is in gang gezet. Hiermee sluit het VIK aan op de landelijke ontwikkeling van het Knooppunt Coördinatie Regio-Rijk (KCR2). Parallel aan deze operationele voortgang loopt de formele inrichting van de afdeling, via een inrichtingsplan en een samenwerkingsconvenant. De besluitvorming hierover vindt plaats in afstemming met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR), maar is vertraagd. Hierdoor loopt ook de verdere implementatie vertraging op. De oorspronkelijke ambitie om begin 2026 een volledig operationeel basis-VIK te realiseren, staat daarmee onder druk.

Waar staan we nu (Burap 2 2025)?

Het inrichtingsplan, de begroting en de samenwerkingsovereenkomst is goedgekeurd door de directies van VRR en VRZHZ. Er is gestart met de werving van de eerste opengestelde functies. De werving voor een tweede batch start in oktober. In 2026 vindt besluitvorming plaats over een derde batch functies. Het VIK gaat hiermee over van een programmafase naar een afdeling. Deze overgang wordt aan de hand van een implementatieplan vormgegeven. De eerder opgelopen vertraging zoals gerapporteerd in Burap 1 werkt door in 2026. Het VIK is operationeel begin 2026, maar nog niet in de volledige omvang.

Wat is het resultaat?

De afdeling VIK is per 1 januari 2026 officieel gestart en heeft een solide geformaliseerde basis. Door extra inzet op de invulling van de inrichting, is de afdeling per 1 januari nagenoeg volledig gevuld. Het VIK levert 24/7 calamiteiten coördinatie vanaf de meldkamer, levert een continue veiligheidsbeeld zodat de Veiligheidsregio en haar partner snel op risico's en dreigingen kan anticiperen, biedt vraag-gestuurde inlichtingen aan de interne organisatie en partners, en biedt voor een eerste aantal doelgroepen een virtueel informatieknooppunt wat in 2026 verder uitgebreid wordt. Het VIK is aangesloten op de ontwikkeling van het landelijke Knooppunt Coördinatie Regio-Rijk.

Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

31

Business intelligence Verdere ontwikkeling van Business Intelligence, zodat we een volwassen niveau van BI bereiken. Resultaat (indicator) Resultaat (toelichting) Wanneer zijn we tevreden?

De visie op BI is aangescherpt naar de laatste standaarden en we hebben onze organisatie ingericht om aan deze standaarden te voldoen.

Waar staan we nu (Burap 1 - 2025)?

Loopt volgens planning.

Waar staan we nu (Burap 2 - 2025)?

Loopt volgens planning.

Wat is het resultaat?

Wordt volgens planning uitgevoerd.

4.5 Omgevingsgericht werken aan zelfredzaamheid Kerntaken: • • •

Het geven van voorlichting op het gebied van (brand)veiligheid. Het verzorgen van risicocommunicatie. Het verzorgen van crisiscommunicatie.

Risico & Crisiscommunicatie Risicocommunicatie: Door de extra activiteiten die nodig zijn voor de landelijke opgave Weerbaarheid is het opzetten van campagnes voor de grootste risico's uit het regionaal risicoprofiel nog niet goed gestart. In Q4 starten we met het opzetten van een regionale campagne voor Hoogwater en overstroming. We gaan hierbij samen optrekken met waterschappen en gemeenten. De campagne zal gebaseerd worden op de landelijke Denkvooruit campagne en gericht zijn op gedragsverandering met interventies.

Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

32

Resultaat (indicator) Resultaat (toelichting) Risicocommunicatie • • Wanneer zijn we tevreden? •

Waar staan we nu (Burap 1 2025)?

• • •

•

•

• Waar staan we nu (Burap 2 2025)? •

•

Wat is het resultaat? •

We werken meer evidence-based, hebben een goede en doelgroepgerichte benadering van risico- en crisiscommunicatie. De doelgroepen zijn in kaart gebracht en op basis daarvan worden de boodschappen en communicatiemiddelen op maat gemaakt zodat ze aansluiten bij de belevingswereld en (taal)niveau. We bouwen ons communicatienetwerk, gemeenten en andere partnerorganisaties (Waterschappen, RWS, e.d.) afhankelijk van het thema, uit en verstevigen deze door middel van samenwerking. Doelgroepenonderzoek is opgeleverd. Aanbevelingen worden opgesteld. Afwegingskader voor focus risicocommunicatie wordt in de komende periode gemaakt. We zijn bezig om de overleggen met partners en gemeenten over risicocommunicatie en weerbaarheid uit te bouwen en meer te richten. Doelgroepen onderzoek samen met Crisiscommunicatie gedeeld met organisatie en partners. Opstellen communicatieaanpak voor laaggeletterden wordt in Q4 gestart. Afwegingskader voor focus risicocommunicatie is afgerond. Focus op risico's: o regiospecifiek: hoogwater en overstroming, ongeval gevaarlijke stoffen, grote brand o landelijk: uitval nutsvoorzieningen, extreem weer. Weerbaarheid: o Samen met VRR, VRH en VRU Het meest noodzakelijke kookboek ontwikkeld en gepresenteerd door pers. Grote landelijke aandacht. o Communicatieplan Weerbaarheid opgesteld en in programmaplan voorgelegd voor besluitvorming.

Netwerk o Risicocommunicatieadviseurs weerbaarheid samengebracht in appgroep en overleg. Kennisuitwisseling gestart o Risicocommunicatie-activiteiten gepresenteerd op Dag van de crisiscommunicatie met partners. o Samenwerking met andere VR's in landelijke werkgroepen voor opstellen handelingsperspectieven stroomuitval en risicocommunicatie over hoogwater en overstroming. Communicatiemiddelen o Contentclusters op zhzveilig.nl met informatie over hoogwater en overstroming, brand, uitval nutsvoorzieningen en weerbaarheid gerealiseerd o Communicatiemiddelen (flyers, banners) voor stroomuitval en noodpakketten gemaakt. Beschikbaar voor Veilig Leven en gemeenten. o Eind 2025 is gestart met het raamwerk voor een regionale campagne voor Hoogwater en overstroming. o Video brandveiligheidscheck ontwikkeld. Weerbaarheid o Denk vooruit en NL valt uit campagne uitgerold in regio. Coördinatie communicatie naar gemeenten uitgevoerd. o Diverse communicatiemiddelen (flyers, banners, noodpakkettdisplay) voor stroomuitval en noodpakketten gemaakt.

Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

33

Meegewerkt aan opzet regionale campagne Denk vooruit. Uitrol van de campagne in Q2 2026. Netwerk o Risicocommunicatieadviseurs weerbaarheid samengebracht in appgroep en in regelmatig overleg betrokken bij de verschillende opgaven (vooral weerbaarheid) o Samen met andere VR's landelijk handelingsperspectief stroomuitval opgesteld en opgeleverd. o Bijdrage geleverd aan landelijke begeleidingscommissie voor communicatiekoepelconcept Wateroverlast o

•

Crisiscommunicatie Wanneer zijn we tevreden?

Doorontwikkeling van zowel vakinhoudelijke zaken, proces als bemensing van crisiscommunicatie zoals beoogd in de landelijke doelen. De regionale capaciteit en kwaliteit blijft gewaarborgd tijdens de doorontwikkeling, en wordt verder verduurzaamd.

Waar staan we nu (Burap 1 2025)?

De afgeronde 0-meting van het doelgroepenonderzoek biedt handvatten om de crisiscommunicatiedoelen uit het LACB gericht en regio specifiek te benaderen. Verbreding en doorontwikkeling van de vakinhoudelijke inzet verloopt minder snel dan beoogd, maar nog binnen de marge.

Waar staan we nu (Burap 2 2025)?

Vakinhoudelijke en procesmatige doorontwikkeling verloopt conform, we verwachten een doorloop naar 2026. Versterking van de organisatiestructuur voor crisiscommunicatie is ingezet met – naar verwachting- tastbare resultaten voor verduurzaming van bestuurlijke crisiscommunicatie vanaf 2026.

Wat is het resultaat?

De beoogde doorontwikkeling op vakinhoudelijke en procesmatige zaken loopt door naar 2026. De beschikbare beleidscapaciteit is onvoldoende gebleken om de doelen allemaal te behalen, in combinatie met de ongeplande inzet. De noodzakelijke regionale capaciteit en kwaliteit van de crisiscommunicatie-organisatie is gewaarborgd gebleven. Verduurzaming ervan stond onder druk wegens capaciteitsuitdagingen. De verduurzaming van bestuurlijke crisiscommunicatie is ingezet en krijgt vervolg in 2026.

Doelgroepgerichte aanpak (brand)veilig leven Veiligheid creëer je niet alleen en niet alleen met fysieke veiligheidsvoorzieningen. Het handelen van mensen is van grote invloed op de mate van veiligheid. Wij enthousiasmeren, inspireren en motiveren doelgroepen om (brand)risico's aan te pakken. Wij volgen de maatschappelijke ontwikkelingen, inventariseren de risico's rondom deze thema's en vertalen dit in een aanpak afgestemd op de situatie en de doelgroep. We focussen ons met name op: Senioren We investeren in de samenwerking met zorginstellingen, zowel intra- als extramurale zorg, met als doel een veiligere leef- en woonomgeving voor de steeds groter wordende groep senioren. Bewoners in woongebouwen We signaleren, analyseren en duiden risico's in woongebouwen en adviseren over brandveiligheid. De doelgroep jeugd wordt in 2025 voornamelijk bediend vanuit de Risk Factory. Resultaat (indicator) Resultaat (toelichting) Wanneer zijn we tevreden?

Het plan van aanpak “De Zorg Brandveilig” is gereed. Integrale advisering brandveiligheid in woongebouwen is geborgd.

Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

34

Waar staan we nu (Burap 1 2025)?

In het eerste kwartaal van 2025 is er binnen het thema "Zorg brandveilig" aanzienlijke vooruitgang geboekt. Het plan van aanpak is succesvol opgeleverd en zijn twee brandwijzers uitgevoerd bij een zorginstelling. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt met een zorginstelling om de brandwijzer voor al hun objecten systematisch te doorlopen. De uitvoering verloopt volgens planning en de behaalde resultaten tonen aan dat dit de goede koers is. Het projectplan Brandveiligheid Woongebouwen is vastgesteld met als doel om de brandveiligheid in nieuw te bouwen en bestaande woongebouwen en woonzorgcomplexen structureel te borgen. Bevindingen uit landelijke onderzoeken tonen aan dat de brandveiligheid in deze gebouwen onder druk staat. De komende jaren wordt gewerkt aan een regio-brede inventarisatie van de brandveiligheidssituatie, met prioriteit voor woongebouwen hoger dan 20 meter en met inpandige gangen. Dit proces loopt volgens planning. Daarnaast zijn bij 13 woonzorggebouwen de risico's bij evacuatie in kaart gebracht en zijn de adviestrajecten gestart om de situatie te verbeteren. Dit wordt het komende jaar verder voortgezet.

Waar staan we nu (Burap 2 2025)?

Intra en Extramurale zorg: Het programma Zorg Brandveilige en Risico's bij evacuaties verlopen conform de vooraf opgestelde planning. De beoogde mijlpalen zijn tot op heden behaald en de voortgang sluit aan bij de gestelde tijdslijnen en doelstellingen. Er zijn op dit moment geen afwijkingen of knelpunten die de uitvoering belemmeren. Brandveiligheid in woongebouwen: Het project Brandveilige Woongebouwen verloopt volgens planning. De geplande activiteiten zijn uitgevoerd binnen de gestelde termijnen en de voortgang is in lijn met de projectdoelstellingen. In de huidige fase is een aantal risico's in kaart gebracht. De komende periode richten we ons op het verder verdiepen van deze risico's en onderzoeken we op welke wijze we deze systematisch kunnen analyseren en prioriteren voor vervolgacties.

Wat is het resultaat?

Intra- en Extramurale zorg: De resultaten voor de projecten Zorg Brandveilig en Risico’s bij evacuaties zijn behaald. Voor het project Risico’s bij evacuaties zijn er 91% van de zorginstellingen bezocht, en de overige zorginstellingen worden volgend jaar bezocht. We hebben inzicht gekregen in de locaties die wel/niet voldoen aan artikel 6.20, en de zorginstellingen die niet voldoen hebben een adviesrapport ontvangen. Deze trajecten lopen door in 2026. Voor het project Zorg Brandveilig zijn bij 4 verschillende zorgorganisaties de Brandwijzers doorlopen. Dit geeft inzicht in de brandveiligheid van hun zorgcomplexen, en zijn zorgorganisaties zelf verantwoordelijk voor het evalueren van brandveiligheid. Brandveiligheid in woongebouwen: In 2025 hebben we ruim 60 woongebouwen hoger dan 20 meter bezocht en een brandveiligheidscheck uitgevoerd. Hierdoor hebben we inzicht gekregen in de tekortkomingen en risico’s als het gaat om brandveiligheid. Alle VvE’s hebben een adviesrapport ontvangen met de bevindingen en aanbevelingen, en de noodzakelijke maatregelen worden gemonitord. Voor elke gemeenten is een overzicht gemaakt van de bezochte woongebouwen, en brandveiligheidsrisico’s. Het project loopt door in 2026.

Risk Factory De Risk Factory is de plek waar verschillende doelgroepen reëel potentiële gevaarlijke situaties uit de dagelijkse praktijk kunnen beleven. Van een bus die een kind niet ziet vanwege de dode hoek of de vlam in de pan. En ook herkenbaar, groepsdruk bij jongeren of een telefoon die opgeladen wordt in bed of bij het bad. Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

35

Resultaat (indicator) Resultaat (toelichting) Wanneer zijn we tevreden?

Als in 2024 wordt besloten een Risk Factory op te richten is het doel om deze in 2025 ingericht en werkend te hebben.

Waar staan we nu (Burap 1 2025)?

De score is rood omdat de Risk Factory niet in 2025 maar in 2026 wordt opgeleverd. In juni 2024 heeft het Algemeen Bestuur van de VRZHZ besloten om een Risk Factory op te richten voor de regio Zuid-Holland Zuid. Inmiddels is er ruimte gevonden om de Risk Factory te realiseren in het gebouw van de VRZHZ aan het Leerpark te Dordrecht. Vanaf 1 september t/m het eerste kwartaal van 2026 zal de beschikbare ruimte worden ingericht als Risk Factory. Momenteel wordt gewerkt aan het ontwerp van de Risk Factory. De bouw en inrichting zal na de zomer van 2025 starten. Volgens planning zal de Risk Factory na een proefperiode in de eerste helft van 2026 volledig operationeel zijn voor het schooljaar 2026/2027. Uit het haalbaarheidsonderzoek volgt een sluitende begroting. De provincie ZuidHolland heeft ook de bijdrage toegezegd. Op basis van aanbestedingen die plaatsvinden zal de businesscase worden aangescherpt.

Waar staan we nu (Burap 2 2025)?

Inmiddels is de bouw van de Risk Factory gestart en is de aannemer begonnen met de inrichting van het gebouw op het Leerpark. Het totale project bevat onder andere: het opstellen van het exploitatieplan, het werven van vrijwilligers en het aanbesteden van het busvervoer. De planning verloopt zoals bij Burap-1 is aangegeven.

Wat is het resultaat?

De bouw van de Risk Factory is gestart en de realisatie van de uitvoering verloopt conform planning.

4.6 Wendbaar en duurzaam organiseren Kerntaken: •

Het uitvoeren van de ondersteunende PIJOFACH-taken.

Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

36

Vergroening wagenpark We weten hoe we planmatig toegroeien naar een wagenpark dat voornamelijk alternatief aangedreven is. Resultaat (indicator) Resultaat (toelichting) Wanneer zijn we tevreden?

De vergroening van het wagenpark is volgens het meerjarig plan van aanpak uitgedacht (inclusief financiering) en deels uitgevoerd inclusief aanpassing van het meerjaren investeringsplan.

Waar staan we nu (Burap 1 2025)?

Een strategie ten aanzien van duurzaamheid van voertuigen in relatie tot weerbaarheid en de minimale operationele prestaties van de voertuigen wordt ontwikkeld. In juni 2025 wordt de aanbesteding voor dienstvoertuigen gepubliceerd uitgaande van verschillende varianten aangedreven voertuigen. Na deze aanbesteding weten we nauwkeuriger wat de extra kosten zijn voor de vergroening. Bij Burap-II van 2025 maken we op basis van de aanbesteding een verdere prognose. Hierbij wordt opgemerkt dat de dienstvoertuigen voor dit jaar en 2026 financieel overbrugbaar zijn vanuit de bestaande ruimte van het MJIP en naar verwachting vanaf 2027 niet meer.

Waar staan we nu (Burap 2 2025)?

De strategie en de kaders voor de verduurzaming van het wagenpark in relatie tot weerbaarheid en de operationele prestaties zijn besproken in het directieteam. De financiële vertaling is behandeld door het bestuur in juni 2025 en vertaald in de begroting en het MJIP. De aanbesteding dienstvoertuigen is gepubliceerd en de inschrijvingen worden half september 2025 verwacht. Op basis van de definitieve gunning kunnen de eerste voertuigen in het vierde kwartaal van dit jaar worden besteld.

Wat is het resultaat?

De vergroening van het wagenpark is inclusief financiering planmatig uitgedacht. De aanbesteding van de dienstvoertuigen is succesvol afgerond.

(Ver)binden Binden alleen is niet meer genoeg. Verbinding is onze uitdaging op de arbeidsmarkt voor 2025 en verder. Zowel in- als extern: als huidige werkgever, als potentiële nieuwe werkgever, als netwerkpartner. Resultaat (indicator) Resultaat (toelichting) Wanneer zijn we tevreden?

Als de continuïteit in onze organisatie geborgd is, we ons onderscheidend profileren op de arbeidsmarkt en aantrekkingskracht hebben op bestaande en nieuwe medewerkers.

Waar staan we nu (Burap 1 - 2025)?

Blijvende aandacht voor continuïteit in de organisatie en onze onderscheidendheid op de arbeidsmarkt blijft noodzakelijk. In het eerste deel van 2025 is hiertoe gewerkt aan onder andere een onderzoek naar werkgeluk, vitaliteit en gezondheid. Daarnaast aandacht voor duurzame inzetbaarheid en gerichte arbeidsmarktcommunicatie. Allemaal onderwerpen, die de komende jaren zullen blijven terugkomen.

Waar staan we nu (Burap 2 - 2025)?

Onderscheidend zijn blijft een belangrijk aandachtspunt in onze positionering op de arbeidsmarkt. In de afgelopen periode zijn meerdere gerichte wervingscampagnes uitgevoerd en is een nieuwe arbeidsmarktcommunicatiecampagne gelanceerd om onze identiteit als aantrekkelijke werkgever te versterken. Daarnaast wordt actief nagedacht over duurzame arbeidsvoorwaarden die inspelen op veranderende

Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

37

behoeften van medewerkers. Er gaan diverse pilots lopen om deze ideeën in de praktijk te toetsen en verder te ontwikkelen. Ook zijn er diverse vitaliteitsactiviteiten gestart die het hele najaar nog doorlopen. Ondertussen wordt er gewerkt aan beleid voor duurzame inzetbaarheid en wordt er een werkgroep gevormd die aan de slag gaat met beleid en acties rondom psychosociale arbeidsbelasting.

Wat is het resultaat?

In 2025 hebben we blijvende aandacht besteed aan de continuïteit in de organisatie en onze onderscheidendheid op de arbeidsmarkt. Hiertoe is gewerkt aan onder andere een onderzoek naar werkgeluk, vitaliteit en gezondheid, aandacht besteed aan duurzame inzetbaarheid, psychosociale arbeidsbelasting en gerichte arbeidscommunicatie. Bovendien hebben we actief nagedacht over duurzame arbeidsvoorwaarden en zijn er diverse vitaliteitsactiviteiten gestart. Een goede basis om de komende jaren verder aan te werken.

Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

38

5. Paragrafen Conform het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV) zijn in de jaarstukken de volgende paragrafen van toepassing. 1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing; 2. Onderhoud kapitaalgoederen; 3. Financiering; 4. Bedrijfsvoering; 5. Verbonden partijen.

5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de financiële positie in relatie tot het weerstandsvermogen en de risico’s. Onder weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt in algemene zin verstaan de mogelijkheid om potentiële tegenvallers op te vangen. Conform besluit 2018 664A houdt VRZHZ een eenvoudige, bescheiden buffer aan van 1% van het totaal van de lasten van het volgende begrotingsjaar met een minimum van € 500.000. Het AB heeft voor een bescheiden buffer gekozen, omdat bij de gemeenten zelf ook buffers aanwezig zijn.

5.1.1 Weerstandscapaciteit Of VRZHZ in staat is de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, wordt weergegeven door de 'weerstandscapaciteit'. Onder weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de VRZHZ heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken. Het geld en de mogelijkheden bestaan onder andere uit het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve en de post onvoorzien die in de begroting is opgenomen. De benodigde weerstandscapaciteit is afhankelijk van de aard en de omvang van de risico’s waar we mee worden geconfronteerd (risicoprofiel), bijvoorbeeld financiële risico’s binnen projecten. Voor deze risico’s kunnen geen verzekeringen worden afgesloten of voorzieningen worden gevormd, omdat de risico’s zich niet regelmatig voordoen en niet goed meetbaar zijn. De weerstandscapaciteit betreft de middelen en de mogelijkheden waarover VRZHZ beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. De weerstandscapaciteit van VRZHZ bedraagt € 510.000 (1% van het totaal aan lasten met een minimum van € 0,5 miljoen) en is in de onderstaande tabel nader toegelicht. Ten opzichte van de jaarstukken 2024 is de weerstandscapaciteit ongewijzigd. Beschikbare weerstandscapaciteit (in €)

ultimo 2025

ultimo 2024

Algemene reserve per 31 december

500.000

500.000

Onvoorzien

10.000

10.000

510.000

510.000

Totale weerstandscapaciteit

5.1.2 Risico’s Een risico is een kans op het optreden van een positieve dan wel negatieve gebeurtenis van materieel belang die niet is voorzien in de begroting. In de onderstaande tabel wordt een geactualiseerd overzicht van de huidige risico’s gepresenteerd. Indien risico’s zijn afgedekt middels maatregelen zoals het afsluiten van verzekeringen, het vormen van voorzieningen, het creëren van (bestemmings)reserves en het inrichten van de administratieve organisatie en interne controle, zijn ze niet opgenomen in deze paragraaf. Voor de volledige beschrijving van de risico’s wordt verwezen naar bijlage “Risico’s”. In deze risicoanalyse zijn de risico’s benoemd vanuit het beleidsplan 2022-2025, jaarrekening 2024, regionaal risicoanalyse, fraudebeleid 2023 en overige bevindingen. Op advies van de gemeentes is een simultaniteitspercentage gehanteerd van 50% en zijn financiële risico's <€25.000 geëlimineerd uit de berekening van het benodigde weerstandsvermogen. Het benodigd weerstandsvermogen komt uit op €921.250.

Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

39

Nr. Risico

Financiële Kans Factor I/S* gevolgen

I=1

Benodigde weerstandscapaciteit

(in €)

(%)

S=4

1.

Langdurige calamiteit

1.000.000

40%

1

I

400.000

2.

Uitval middelen en ICT

200.000

40%

1

I

80.000

3.

Deeltijdrichtlijn

100.000

50%

1

I

50.000

4.

Eigen risicodrager WW

700.000

10%

4

S

280.000

5.

Frauderisico's samenhangend met inkoop (algemeen)

100.000

50%

1

I

50.000

6.

Continuïteit procesgang

200.000

25%

4

S

200.000

7.

Door te berekenen BTW gezamenlijke meldkamer

700.000

25%

1

I

175.000

8.

Last onder dwangsom Spinel BV

515.000

50%

1

I

257.500

9.

PTSS-regeling

1.400.000

25%

1

I

Toepassing simultaniteit 50 %

(in €)

350.000

50%

-921.250

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

921.250

* Bij een structureel risico gaan wij conform ons beleid uit van 4 jaar.

5.1.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Ambities kunnen niet gerealiseerd worden zonder risico’s te nemen. Risico’s horen bij het proces van verandering. Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate de organisatie in staat is om financiële tegenvallers zelf op te vangen en hoe robuust de financiële positie van de organisatie is. Weerstandscapaciteit verwijst naar alle middelen en mogelijkheden waarover de organisatie beschikt of kan beschikken om onverwachte, niet-begrote kosten te dekken. Bij de weerstandscapaciteit van de VRZHZ kunnen ook de buffers die bij de gemeentes aanwezig zijn worden betrokken. De weerstandscapaciteit is dus ruimer dan het weerstandvermogen. Hieronder is de ratio weerstandvermogen weergegeven. Dat is de relatie tussen het beschikbare weerstandsvermogen en het benodigde weerstandsvermogen. Deze is als volgt berekend: Weerstandsvermogen Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbaar weerstandsvermogen

€510.000 >

Benodigde weerstandsvermogen

€921.250

0,55

Aan deze ratio is de volgende waardering toegekend: Waardering

Ratio

Betekenis

A

> 2,0

Uitstekend

B

1,4 - 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 - 1,4

Voldoende

D

0,8 - 1,0

Matig

E

0,6 - 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

VRZHZ streeft naar een voldoende waardering. Hiervan is sprake bij een waardering van 1,0 of hoger. De positieve financiële uitkomsten van deze jaarrekening, zijn incidenteel van aard. Dit geeft een beeld dat het schikbare weerstandsvermogen ontoereikend is om risico’s zoals in de tabel genoemd op te kunnen vangen. Het tekort aan weerstandsvermogen wordt afgevangen via het weerstandsvermogen van de deelnemende gemeenten, ervan uitgaande dat die conform de afspraken hun risicobuffer op orde hebben. Ten opzichte van 2024 is het benodigde weerstandsvermogen toegenomen met € 14.750 en daarmee is de ratio weerstandsvermogen nagenoeg gelijk gebleven, 0,55 t.o.v. van 2024 0,56.

5.1.4 Financiële kengetallen In de volgende tabel is een aantal kengetallen opgenomen die inzichtelijk maken over hoeveel (financiële) ruimte VRZHZ beschikt om structurele en incidentele lasten op te kunnen vangen.

Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

40

Kengetallen

Verloop van de kengetallen Realisatie

Begroting

Realisatie

2024

2025

2025

Netto schuldquote

104,9%

144,2%

109,8%

Netto schuldquote gecorrigeerd

102,6%

134,1%

107,7%

Solvabiliteitsratio

8,3%

8,3%

7,8%

Structurele exploitatieruimte

-0,1%

-0,4%

0,9%

Onderstaande signaleringswaarden zijn afgesproken: Kengetallen

gezond

neutraal

risicovol

Netto schuldquote

<90%

90-130%

>130%

Netto schuldquote gecorrigeerd

<90%

90-130%

>130%

Solvabiliteitsratio

>50%

20-50%

<20%

Structurele exploitatieruimte

>0,4%

-0,4% tot 0,4%

<-0,4%

Netto schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de afschrijvingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De provincie adviseert om 130% als maximum norm te hanteren. Een en ander hangt samen met de bewuste keuze van het bestuur voor een bescheiden algemene reserve. Netto schuldquote gecorrigeerd Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin VRZHZ in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe groter de weerbaarheid. Zowel de solvabiliteit als de verhouding tussen het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen is verbeterd ten opzichte van vorig jaar. Dit komt met name door de toename van het eigen vermogen (reserves).

Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen hoe groot de structurele exploitatieruimte is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Een positief cijfer betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de financieringslasten) te dekken. Een cijfer van rond de nul (tussen -0,4 en 0,4) betekent dat structurele baten en lasten min of meer in evenwicht zijn. De daling wordt veroorzaakt door de minimale structurele ruimte binnen de begroting.

5.2 Onderhoud kapitaalgoederen 5.2.1 Vastgoedbeheer Het beheer en onderhoud zijn planmatig georganiseerd en gericht op het behoud van het gewenste kwaliteitsniveau waarin de beoogde functie van gebruik ongestoord mogelijk wordt gemaakt. Het onderhoud is uitgewerkt in een 4-jaarlijks te actualiseren Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP). Sinds 1 januari 2016 heeft VRZHZ panden in eigendom. Voor het onderhoud van deze panden is een voorziening ingesteld. In deze voorziening wordt jaarlijks een bedrag gestort. Gedurende het jaar worden de uitgaven gemonitord en gevolgd. Eventuele aanpassingen worden gerapporteerd in de financiële en bestuurlijke planning & control cyclus. De hoogte van de actuele voorzieningen, waaronder MJOP’s liggen, is gepresenteerd in tabel 7.2.3. Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

41

5.2.2 Voertuigen, persoonlijke bescherming en uitrusting Materieel & Logistiek Onderhoud en reparatie aan voertuigen, persoonlijke bescherming en uitrusting voert de afdeling Materieel & Logistiek van de VRZHZ zelfstandig, dan wel onder regie extern uit. Hiervoor heeft zij in Dordrecht werkplaatsen ingericht. Onderhoud wordt uitgevoerd op basis van onderhoudsbladen en een onderhoudssysteem. Onze mensen zijn gecertificeerd om deze werkzaamheden uit te voeren. Wij werken vanuit een meerjarig investeringsplan. Het meerjarig investeringsplan (MJIP) blijft ongewijzigd werken vanuit de methode 'technische afschrijving' die inzicht geeft in de te vervangen middelen (o.a. vaaren voertuigen, persoonlijke beschermingsmiddelen). Wijzigingen worden vooraf, maar ook tussentijds bij onverwachte problemen, ter besluitvorming voorgelegd aan het directieteam en worden via de bestuursrapportages doorgeleid aan het algemeen bestuur. Het MJIP geeft duidelijke richtinggevende kaders aan met betrekking tot de beschikbare budgetten voor de uitvoering van de desbetreffende jaarschijf. Een punt van aandacht blijft echter de prioritering, de geldende regelgeving, de beschikbare menskracht ten behoeve van de uitvoering alsmede de planning van de leveringsketen. Het doorschuiven van een investering is uiteraard niet wenselijk, maar in sommige gevallen onvermijdelijk.

Voor sommige kosten van onderhoud zijn er ook voorzieningen getroffen (schuimblusvoertuigen, groot onderhoud blusboot en groot onderhoud materieel). In 2025 zijn de geplande investeringen slechts deels volgens planning gerealiseerd en is er circa 5 miljoen aan materieel uitgegeven. De grootste investeringen betreffen de aanschaf van de nieuwe tankautospuiten waarvan er 5 geleverd zijn in 2025 en de overige 5 in 2026 afgeleverd zullen worden. Er is echter bijna 8 miljoen aan kredieten doorgeschoven, wat grotendeels te verklaren is door de aanhoudende vertraging in levering van de nieuwe schuimblusvoertuigen.

5.3 Financiering 5.3.1 Renteontwikkeling en -resultaat De rentevergoeding op de rekening-courant is gelijk aan de daggeldrente. Ultimo 2024 was de rente 2,736%. Ultimo boekjaar is het rentepercentage 2,029%. De gerealiseerde rentebaten zijn in 2025 €602.476. De totale rentelast bedraagt €467.445. Het renteresultaat 2025 is €135.035. De rentebaten zijn onze rente-inkomsten op ons schatkistsaldo. Door vertragingen in investeringen, bijvoorbeeld door leveringsproblemen bij leveranciers, samen met de jaarlijkse ontvangst van de leningstranche van 7,5 miljoen, de lage rentelasten en de hogere rente-inkomsten op onze schatkist, beschikken we tijdelijk over meer liquide middelen en daardoor over een hoger schatkistsaldo.

5.3.2 Kasgeldlimiet Onder kasgeldlimiet wordt verstaan: 'een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar'. Op grond van artikel 2, lid 1 van de uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden is de kasgeldlimiet voor de gemeenschappelijke regelingen vastgesteld op 8,2%. De kasgeldlimiet is een instrument om het renterisico op de netto vlottende schuld te beperken. Hiermee wordt voorkomen dat fluctuaties in de korte rente (maximaal 1 jaar) een relatief grote impact op de rentelasten hebben. De kasgeldlimiet is bepaald op een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage van de jaarbegroting, zoals deze bij aanvang van het jaar is vastgesteld, met een ministeriële regeling vastgesteld minimumbedrag.

Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

42

Saldo ultimo maand

1

2

3

Vlottende korte schuld

Vlottende middelen

Netto vlottende schuld (+) dan wel netto vlottende middelen (-)

4

Gemiddelde netto vlottende schuld (+) dan wel gemiddelde overschot vlottende middelen (-)

mnd

x mnd x mnd x mnd x €1.000 €1.000 €1.000 €1.000

1

0

4

0

7

0

10

0

2

0

5

0

8

0

11

0

3

0

6

0

9

0

12

0

1

14.885

4

21.029

7

19.770 10

20.460

2

24.937

5

28.587

8

29.792 11

28.210

3

25.206

6

24.162

9

24.894 12

24.563

1

-14.885

4

-21.029

7

-19.770 10

-20.460

2

-24.937

5

-28.587

8

-29.792 11

-28.210

3

-25.206

6

-24.162

9

-24.894 12

-24.563

-24.818

-24.411

-21.676

-24.593

5

Kasgeldlimiet

4.695

4.695

4.695

4.695

6a

Ruimte onder kasgeldlimiet (5-4)

26.371

29.288

29.514

29.106

6b

Overschrijding van de kasgeldlimiet (4-5)

7

Begrotingstotaal

8

Percentage regeling

8,2%

8,2%

8,2%

8,2%

9

Kasgeldlimiet

4.695

4.695

4.695

4.695

0

0

0

0

57.259

57.259

57.259

57.259

Toelichting Post 1: het gezamenlijke bedrag van: 1. opgenomen gelden met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van korter dan 1 jaar, 2. de schuld in rekening-courant, 3. de voor een termijn van korter dan 1 jaar ter bewaring in de kas gestorte gelden van derden, 4. overige geldleningen die geen onderdeel uitmaken van de vaste schuld. Post 2: het gezamenlijke bedrag van: 1. de tegoeden in rekening-courant, 2. de overige uitstaande gelden met een rentetypische looptijd van korter dan 1 jaar. Post 7: Begrotingstotaal: De stand van de begroting per 1 januari van het desbetreffende jaar.

5.3.3 Renterisiconorm Onder renterisiconorm wordt verstaan: “een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de vaste schuld bij aanvang van het jaar”. Op grond van artikel 2, lid 2 van de uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Wet Fido) is de renterisiconorm voor de gemeenschappelijke regelingen vastgesteld op 20% met een minimum van € 2,5 miljoen. Dit houdt in dat in een jaar niet meer dan 20% van het begrotingstotaal aan herfinanciering of renteherziening toegestaan is. Het Rijk heeft het maximumpercentage ingesteld om ervoor te zorgen dat de rentelast over de jaren min of meer stabiel blijft. De renterisiconorm is in 2025 niet overschreden, zoals blijkt uit onderstaande tabel. Bedragen x € 1.000 1) Renteherzieningen 2) Aflossingen

Begroting

Realisatie -

-

4.845

4.762

3) Renterisico (1+2)

4.845

4.762

4) Renterisiconorm komend jaar

12.143

13.078

5a) Ruimte onder renterisiconorm (= 4>3)

7.298

8.316

5b) Overschrijding renterisiconorm (= 3>4)

0

0

Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal komend jaar

60.715

65.388

Percentage

20,00%

20,00%

Regeling (4)

12.143

13.078

Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

43

5.3.4 EMU saldo Het EMU-saldo geldt binnen de Europese Unie als een indicator om de gezondheid van de overheidsfinanciën te kunnen bepalen. Dit cijfer geeft aan of een overheid een overschot of een tekort heeft. Dit cijfer moet opgenomen worden, omdat het Rijk een verplichting heeft naar Europa.

EMU-SALDO

T-1

T

2024

2025

1.178 -1.346 Financiële vaste activa Activa

Vlottende activa

Mutaties (1 januari tot 31 december)

Kapitaalverstrekkingen en leningen

Vaste Passiva

-220

0

0

Uitzettingen

9.730

500

Liquide middelen

Passiva Vlottende passiva

-220

Uitzettingen

-1

-1

Overlopende activa

-3.082

685

Vaste schuld

3.240

2.738

Vlottende schuld

-429

-65

Overlopende passiva

2.222

-421

216

58

Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im) materiële vaste activa

5.3.5 Schatkistbankieren Het schatkistbankieren is in de loop van 2013 geïntroduceerd. Alle decentrale overheden dienen het overgrote deel van hun overtollige middelen aan te houden in de schatkist. Dit gebeurt op een rekeningcourant bij het Agentschap van het ministerie van Financiën. Met overtollige middelen worden de liquide middelen bedoeld die (nog) niet nodig zijn voor het uitvoeren van de publieke taak. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen, is een drempelbedrag vastgesteld, afhankelijk van het begrotingstotaal, dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag voor 2025 is gelijk aan 2,00% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan €500 miljoen. Indien het begrotingstotaal hoger is dan €500 miljoen is de drempel gelijk aan €10 miljoen plus 0,2% van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. De drempel is nooit lager dan €1.000.000. De benutting van het drempelbedrag wordt berekend als gemiddelde over alle dagen in het kwartaal. Gemiddeld mag een decentrale overheid dan ook maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist hebben gehouden. De berekening van het drempelbedrag van de VRZHZ is opgenomen in onderstaande tabel. Kwartaal

Kwartaal

Kwartaal

Bedragen x € 1.000

1

2

3

Kwartaal 4

Gemiddelde saldo overtollige middelen (4)

289

306

306

306

5) Drempelbedrag

1.145

1.145

1.145

1.145

6a) Ruimte onder drempelbedrag (5-4)

856

839

839

839

6b) Overschrijding van het drempelbedrag (4-5)

0

0

0

0

Begrotingstotaal (5a)

57.259

57.259

57.259

57.259

Percentage regeling (5b)

2,00%

2,00%

2,00%

2,00%

Berekening drempelbedrag (5= 5a x 5b)

5.3.6 Kredietrisico's Als gevolg van de fusie is de vordering van rechtswege overgegaan op Spinel Veiligheidscentrum B.V. In 2023 is er in verband met de gedane investering aan het Bedrijfsgebouw bij Spinel Veiligheidscentrum een lening overeenkomst gesloten van €1.500.000. Deze geldlening heeft een looptijd van 15 jaar, tegen een vaste rente van 3,55% per jaar. De aflossing per kwartaal zal € 25.000 bedragen. Ultimo 2025 bedraagt de resterende hoofdsom €1.300.000. Naar verwachting wordt het boekjaar 2025 van Spinel Veiligheidscentrum B.V. positief afgesloten. In 2025 heeft Spinel Veiligheidscentrum B.V. voldaan aan haar betalingsverplichtingen. Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

44

Door de verstrekking van de nieuwe geldlening en de aflossing is het totale kredietrisico vermeerderd ten opzichte van vorig jaar. De liquiditeitspositie van Spinel Veiligheidscentrum B.V. is verbeterd. De verbeterde positie treft u ook aan in de geactualiseerde risico-paragraaf. Zie hiervoor hoofdstuk 5.5 Verbonden Partijen. Kredietrisico (ultimo 2025 in €) Garanties t.b.v. rechtspersonen

Gegarandeerd/verstrekt bedrag

Kredietrisico

350.667

3.507

Verstrekte leningen

1.300.000

13.000

Totaal

1.650.667

16.507

5.3.7 Rentetoerekening Het toerekenen van rente aan de taakvelden vindt vanaf 2018 conform de gewijzigde BBV plaats via het taakveld Treasury. Hiertoe worden alle rentelasten en rentebaten in eerste instantie op het taakveld Treasury geboekt. In onderstaand schema is weergegeven hoe de rentetoerekening voor de jaarrekening 2025 heeft plaatsgevonden. Rentetoerekening

x €1.000

Externe rentelasten over de korte en lange financiering

467

Externe rentebaten over de korte en lange financiering

-512

Saldo rentelasten en rentebaten

-45

Rentelast projectfinanciering aan taakveld doorberekenen

0

Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente

-45

Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente

-602

Gerealiseerd renteresultaat op taakveld Treasury

-647

5.3.8 Financieringspositie Ultimo 2025 is het saldo van de liquide middelen € 306.944. Door het aanhouden van de overtollige middelen in de schatkist wijkt het saldo niet substantieel af van het saldo ultimo 2024. In het kasstroomoverzicht wordt de mutatie van de liquide middelen onderbouwd.

Jaarrekening 2025 – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

45

Kasstroomoverzicht

2025

2024

1. Kasstroom uit operationele activiteiten Bedrijfsresultaat

595.401

2.228.525

Correcties voor: Afschrijvingen

4.877.777

5.583.314

Afschrijvingen desinvesteringen

-102.190

-2.225.548

Afschrijvingen immateriële vaste activa Onttrekkingen reserveringen t.g.v. exploitatie Toevoegingen reserveringen t.l.v. exploitatie Toevoegingen reserveringen t.l.v. resultaat vorig jaar Voorzieningen

207.204

207.199

-1.463.215

-1.352.307

30.083

25.398

1.210.000

2.646.029

244.711

-320.391

1.846.448

2.674.694

Veranderingen in vlottende middelen: Vorderingen op openbare lichamen

-

Voorraad

258.510

98.572

Overige vorderingen en overlopende activa

-355.770

2.979.025

Crediteuren

-1.005.671

-1.365.194

Overige schulden en overlopende passiva

1.525.544

3.229.936

Uitzettingen in 's Rijks schatkist

-2.948.754

-11.023.379

500.000

-1.350.000

Rekening Courant Kasstroom uit operationele activiteiten

4.824.677

-192.650

2. Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen (materiële vaste activa)

-6.255.747

Investeringen (financiële vaste activa)

-

-

Desinvesteringen (materiële vaste activa)

104.917

1.669.285

Aflossingen op leningen u/g

220.000

220.000

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

-2.935.802

-5.930.830

-1.046.518

3. Kasstroom uit financieringsactiviteiten Uitkering t.g.v. reserves uit resultaat voorgaand jaar

-2.228.525

-4.230.939

Ontvangsten uit langlopende leningen

7.500.000

-

-4.761.539

3.240.252

Ontvangsten uit kasgeldleningen Aflossingen op leningen o/g

-

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

509.936

-990.686

-816 Saldo liquide middelen 1 januari

307.760

Saldo liquide middelen 31 december

306.944

-1.330 309.090 307.760

-816

-1.330

5.4 Bedrijfsvoering De paragraaf 'Bedrijfsvoering' behoort tot de bij het BBV verplichte paragrafen. VRZHZ hanteert in haar programmabegroting en programmaverantwoording vier beleidsdoelstellingen. Eén hiervan betreft de beleidsdoelstelling 'Investeren in bedrijfsvoeringsprofessionaliteit', welke gewijd is aan de bedrijfsvoering van de Veiligheidsregio. Omwille van de leesbaarheid en om doublures te voorkomen verwijzen wij u voor de inhoudelijke verantwoording over de bedrijfsvoering naar hoofdstuk 3.4. Ten aanzien van de bedrijfsvoering worden de volgende kentallen gerapporteerd:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/836/documents/18951