Jaarrekening 2025 Gemeente Alblasserdam - incl waarmerk en verklaring_Optimized.pdf
Tekst van het document
Zo zijn met Stichting Molenzicht nieuwe afspraken gemaakt en zijn de Sociale Basis en Stichting Jeugdteams vanaf 2026 gefuseerd en zijn de werkzaamheden van de SWA door hen overgenomen. Risico's van de voornaamste samenwerkingen Onderstaand is een matrix weergegeven van vragen en toetsingsaspecten om zo een risicoprofiel per samenwerking te bepalen. Per aspect kan per partij een score 0, 1 of 2 worden gegeven. Daarbij is 0 geen of weinig risico, 1 een gemiddeld risico en 2 een hoog risico. De totaalscore op alle aspecten samen geeft per partij inzicht in het totale risico dat de gemeente op deze samenwerking loopt. Hoe hoger de score, hoe groter het totale risico en hoe verder eventuele maatregelen gaan. Bij maatregelen kan worden gedacht aan de frequentie van afstemming, zowel intern als met de betreffende partij en de bijbehorende informatievoorziening, maar ook het in beeld brengen van keuzemogelijkheden en handelingsperspectieven om bij te sturen. VOOR WAARMERKINGS- DOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. ................... 03/07/2026 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ 72 Conclusies • Met de nieuwe afspraken met betrekking tot Molenzicht is het risico van deze verbonden partij afgenomen.
• De werkzaamheden van de SWA zijn in overleg overgeheveld naar de gefuseerde partij MooiSociaal, wat een combinatie is van de Sociale Basis en Stichting Jeugdteams. Hierdoor is risicoprofiel van de SWA in 2025 niet veranderd, maar zitten we nu in de fase van een zorgvuldige afwikkeling van de liquidatie van de Stichting. Daarnaast zijn door de fusie naar MooiSociaal de risico’s bij deze partijen ook afgenomen. • Aan de hand van de analyse is het college intensiever en professioneler in gesprek gegaan met verbonden partijen. Verder is het risiconiveau van Landvast toegenomen, waarbij het college al intensiever en constructief in gesprek is met deze partij om de risico’s zoveel als mogelijk te beperken. • Met de bezuinigingsopgave komen veel maatschappelijke organisaties (financieel) onder druk te staan. Dit vraagt extra aandacht in de samenwerking met deze vrijwilligersbesturen. Afhankelijkheid van gemeentelijke subsidie wordt daarmee groter, wat ook een risico vormt.
Onderwerp Aspect BSSA Molenzicht SWA Landvast Sociale basis Jeugdteams Bibliotheek Mooi-Sociaal Omvang van de gemeentelijke subsidie 2 1 2 2 2 2 2 2 Aandeel gemeentelijke subsidie in totaal baten (afhankelijkheid van de gemeente) 1 1 2 1 2 2 2 2 Voorspelbaarheid van de exploitatie van de activiteiten 1 1 0 2 0 0 0 0 Is de gemeente aangewezen als achtervang? 2 2 0 2 0 0 1 0 Is er een vorm van borgstelling richting de gemeente? 1 0 0 1 0 0 0 0 Is er sprake van een langdurige subsidierelatie, die niet zonder afbouw kan worden gestaakt? 1 2 2 1 2 2 2 2 Hoe staat de partij er financieel voor? 0 1 1 2 0 0 0 0 De mate en kwaliteit van de voortgangsinformatie (financieel en inhoud) 0 1 1 0 0 0 2 0 Subtotaal risicoscore financieel 8 9 8 11 6 6 9 6 Zijn de bestuursfuncties ingevuld en is continuïteit van bestuur geborgd? 2 1 0 2 0 0 0 0 Kwetsbaarheid met betrekking tot professionaliteit van de organisatie 1 1 0 1 0 0 0 0 Is er een toezichthoudend orgaan? 1 1 1 2 0 0 0 0 Ligt er een overeenkomst ten grondslag aan de samenwerking en wordt conform gehandeld? 0 0 1 0 1 1 0 1 Subtotaal risicoscore governance 4 3 2 5 1 1 0 1 Zijn andere partijen afhankelijk van het functioneren van de samenwerkingspartner? 2 2 1 0 1 2 1 2 Staat de samenwerking bovengemiddeld in de politieke of maatschappelijke belangstelling? 2 1 2 1 2 2 0 2 Invloed of afhankelijkheid van landelijke of maatschappelijke
ontwikkelingen 0 0 1 0 1 2 0 1 Mate van vrijheid van of invloed op de overeengekomen activiteiten 1 1 2 1 2 2 1 1 Hebben wij voldoende in beeld wat het doel van de samenwerking is? 0 0 1 0 0 0 1 0 Hebben wij voldoende kennis en kunde om te boordelen of de goede dingen worden gedaan? 0 0 1 1 1 1 1 1 Subtotaal risicoscore politiek/maatschappelijk 5 4 8 3 7 9 4 7 17 16 18 19 14 16 13 14 Financieel Governance Politiek/ maatschappelijk Totaal risicoscore VOOR WAARMERKINGS- DOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. ................... 03/07/2026 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ 73 7. Grondbeleid Inleiding De paragraaf grondbeleid geeft inzicht in de volgende zaken: • Een visie op het grondbeleid in relatie tot de te realiseren doelstellingen; • Een aanduiding van de wijze waarop het grondbeleid wordt uitgevoerd; • Een prognose van de te verwachten resultaten van de grondexploitatie; • Een onderbouwing van een eventuele winstneming; • De beleidsuitgangspunten m.b.t. de reserves voor grondzaken. Huidig grondbeleid De belangrijkste financiële uitgangspunten zijn vastgelegd in de Financiële verordening 2023 van de gemeente Alblasserdam.
In deze verordening is onder meer bepaald dat de gemeenteraad ten minste eens in de vier jaar een Nota grondbeleid vaststelt, waarin in ieder geval wordt opgenomen: de strategische visie voor toekomstig grondbeleid, de uitgangspunten voor de verkoop van gronden, en de wijze van toerekening van bovenwijkse voorzieningen. Ook is bepaald dat verliesgevende grondexploitaties worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Er niet langer sprake van aparte nota’s winst/verlies of weerstandsvermogen. In december 2024 heeft de gemeenteraad de Nota Grondbeleid Alblasserdam 2024 vastgesteld. Deze nota vervangt de eerdere Nota’s Grond- en vastgoedbeleid en Prijsbeleid en Vastgoed uit 2013, en verwerkt wijzigingen in het afwegingskader, in de wettelijke kaders (met name de Omgevingswet vanaf 1 januari 2024), en de strategische ambities vanuit de omgevingsvisie. De Nota Grondbeleid 2024 spreekt van situationeel grondbeleid met het principe “faciliterend, tenzij”. De gemeente kiest in principe voor faciliteren, maar kan actief worden bij maatschappelijk/politiek belang of als de markt tekortschiet. De gemeente verhaalt kosten van planologische maatregelen en ruimtelijke ontwikkelingen in faciliterende situaties via kostenverhaal en/of financiële bijdragen, zoals bepaald in de Omgevingswet.
Voor actief grondbeleid worden grondexploitatiekosten en opbrengsten bijgehouden, en deze exploitaties moeten financieel uitvoerbaar zijn. Winsten worden pas genomen bij voldoende zekerheid (volgens de Percentage of Completion-methode), verliezen worden wel direct genomen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is het wettelijk kader voor kostenverhaal bij gebiedsontwikkelingen gewijzigd. Het exploitatieplan is komen te vervallen; in plaats daarvan is publiekrechtelijk kostenverhaal geïntegreerd in het omgevingsplan, de omgevingsvergunning of het projectbesluit. De gemeente blijft inzetten op anterieur kostenverhaal via privaatrechtelijke overeenkomsten, waarbij kosten en prestaties van zowel de gemeente als de initiatiefnemer transparant worden vastgelegd. Indien het niet lukt om kosten vooraf te verhalen, kan de gemeente publiekrechtelijk kostenverhaal toepassen. Onder de Omgevingswet zijn hiervoor twee systemen geïntroduceerd: kostenverhaal met tijdvak (voor ontwikkelingen met een duidelijke einddatum) en kostenverhaal zonder tijdvak (voor organische ontwikkelingen zonder vastomlijnd eindbeeld). Tenslotte biedt de Omgevingswet de mogelijkheid om financiële bijdragen te vragen voor ruimtelijke ontwikkelingen, zowel op vrijwillige basis als verplicht.
Deze bijdragen kunnen worden ingezet voor investeringen in voorzieningen en ruimtelijke ontwikkelingen die ten goede komen aan zowel huidige als toekomstige bewoners en gebruikers. Daarnaast zijn in deze nota's de kaders voor grond- en vastgoedzaken vastgelegd en is een aantal specifieke uitgangspunten voor de grondexploitaties geformuleerd. Deze zijn: • Jaarlijks worden de BIE's (bouwgronden in exploitatie) geactualiseerd; • Verliezen worden direct genomen en worden verwerkt in verliesvoorzieningen; • Winsten in projecten worden pas genomen bij afsluiten van de projecten; • Tussentijds winstnemen op positieve grondexploitaties vindt plaats naar rato van gemaakte kosten en opbrengsten, waarbij rekening wordt gehouden met projectspecifieke risico's; VOOR WAARMERKINGS- DOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. ................... 03/07/2026 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ 74 • Bij aanvang van projecten wordt grond gewaardeerd op inbrengwaarde; • Er vindt geen directe verevening plaats tussen projecten; • De weerstandsratio dient tussen 1,0 en 1,4 te zijn; • De verantwoordelijkheid van het grondbeleid ligt bij de portefeuillehouder financiën; • Projectwethouders zijn integraal (dus ook financieel) verantwoordelijk voor de projecten waar zij bestuurlijk opdrachtgever van zijn.
Toelichting actieve grondexploitaties 2025 De gemeente had in 2025 drie bouwprojecten waar een grondexploitatie voor geopend is. Voor de ontwikkelingen van deze drie grondexploitatie-projecten wordt een korte toelichting gegeven. Project: Zuidelijk Havengebied Korte omschrijving van het project: Het project Zuidelijk Havengebied is in het centrum van Alblasserdam, tussen de jachthaven en de scheepswerf van superjachtenbouwer Oceanco, gelegen. De locatie is ongeveer 1 hectare groot en geruime tijd in gebruik geweest als parkeerterrein en camperstandplaats. De gemeente spant zich momenteel samen met de ontwikkelcombinatie De Langen en van den Berg/Stevast in om dit gebied te ontwikkelen naar een aantrekkelijk woon-werkgebied en openbare ruimte. Het voorlopige programma bestaat in totaal uit 152 woningen, ca. 1.800 m2 BVO commerciële voorziening en ca. 283 parkeerplaatsen. Resultaten in 2025: • Medio 2025 is er een nieuwe invulling van het woonprogramma uitgewerkt. • Onherroepelijk bestemmingsplan. • De kosten- en opbrengstenramingen in de grondexploitatie zijn herzien. Deze herzieningen hebben een verbetering van het resultaat van de grondexploitatie doordat de opbrengsten sterker zijn gestegen dan de kosten. • In 2025 is actief gestuurd op optimalisatie van het programma. Daarbij is gekozen voor aanpassing van de parkeervoorziening van drie naar twee lagen.
Deze ingreep heeft geleid tot een reductie van de onrendabele top en daarmee tot een verbetering van het financiële resultaat. Activiteiten/verwachte resultaten vanaf 2025: • Het project bevindt zich in de afrondende fase, waarin programma en ontwerp definitief vorm krijgen. • De ontwikkelaar werkt het definitieve bouwplan uit. Hierna worden de bouwkosten en VON-prijzen geactualiseerd, en kan een actueel en marktconform grondbod worden uitgebracht. Het voorstel voor de grondtransactie wordt naar verwachting in Q4 2026 aan de raad aangeboden, waarna de bouw eind Q1 2027 kan starten (onder voorbehoud 70% voorverkoop). • De geprognosticeerde oplevering van het project is gepland in 2028. Eén en ander afhankelijk van de doorlooptijd van de ruimtelijke ordeningsprocedure, de besluitvorming omtrent de infrastructurele ingrepen, de beschikbare netcapaciteit en de dan geldende marktsituatie. Gelet op deze onzekerheden blijft de winstwaarschuwing van kracht en is actieve monitoring en bijsturing noodzakelijk. Project: Bedrijvenlocatie Staalindustrieweg Korte omschrijving project: De realisatie van 6 bedrijfskavels aan de voormalige woonwagenlocatie aan de Staalindustrieweg. Resultaten in 2025: • De gesprekken met de ondernemers over relocatie en huurovereenkomsten (met eventuele optie tot koop) lopen.
• Er is reeds gestart met enkele voorbereidende werkzaamheden voor het bouwrijp maken. • In 2025 zijn schoonmaak - en opruimwerkzaamheden op het terrein uitgevoerd naar aanleiding van materiaal dat op het terrein geloosd is. Veiligheid en toezicht is daarop aangescherpt om de situatie in de gaten te houden. • Bodemonderzoek is uitgevoerd en heeft lichte grondvervuiling aangetoond. VOOR WAARMERKINGS- DOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. ................... 03/07/2026 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ 75 Activiteiten/verwachte resultaten vanaf 2025: • Gesprekken met ondernemers over huurovereenkomsten worden voortgezet. • Bouw- en woonrijp maken gaat begin 2026 van start. • Naar aanleiding van het bodemonderzoek zullen aanvullend onderzoek en saneringswerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd. Project: Flexwoningen de Loopplank Korte omschrijving project: Het project Flexwoningen De Loopplank is een initiatief om het woningaanbod in Alblasserdam te vergroten. Er zullen tijdelijke woningen worden gebouwd op het terrein van De Loopplank aan de Pieter de Hoochplaats. De flexwoningen zijn bedoeld voor drie doelgroepen: Alblasserdamse starters, spoedzoekers en statushouders. De woningen worden evenredig over de genoemde doelgroepen verdeeld.
Resultaten in 2025: • In september is er gestart met de sloop van het oude schoolgebouw. De sloop is in 2025 afgerond. Tegen de sloop werd een verzoek om een voorlopige voorziening aangevraagd bij de voorzieningenrechter. De rechtbank Rotterdam heeft dit verzoek afgewezen. • Er is bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning voor het realiseren van 46 flexwoningen. • Er is bezwaar gemaakt tegen de verleende kapvergunning voor het vellen van 24 houtopstanden. • Er is reeds gestart met enkele voorbereidende werkzaamheden voor het bouwrijp maken (zoals het voorbelasten van de grond). • Er is een nieuwe aanvraag gedaan in het kader van de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT). Deze aanvraag is toegekend waardoor er extra middelen ter beschikking komen (€ 285.200 voor de realisatie van de flexwoningen. Activiteiten/verwachte resultaten vanaf 2026: • Op 20 januari vond de zitting plaats bij de rechtbank Rotterdam en vervolgens is er op 12 maart uitspraak gedaan in het beroep dat omwonenden hadden ingesteld tegen de omgevingsvergunning. De rechter oordeelde dat de rechtsgevolgen van het genomen besluit in stand blijven. • Tegen deze uitspraak is door de bezwaarmakers hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en zorgt voor verdere vertraging.
Resultaat BIE's Met ingang van voorliggend rapport wordt er gerapporteerd over voordelige resultaten met een "+", over nadelige resultaten gerapporteerd met een " -". Dit betreft een wijziging ten opzichte van de rapporten uit voorgaande jaren. Deze wijziging dient de leesbaarheid van de rapportage te verbeteren. Het totale resultaat op netto contante waarde van de grondexploitaties bedraagt € 1.134.000,-. positief. Er wordt over 3 BIE’s gerapporteerd: • Zuidelijk Havengebied • Bedrijvenlocatie Staalindustrieweg • Flexwoningen de Loopplank Ontwikkeling boekwaarde grondexploitaties De boekwaarde van de actieve grondexploitaties per 1-1-2025 (afgerond) bedroeg € 1.452.000, -. In 2025 werd een saldo op uitgaven en inkomsten gerealiseerd à € 667.000, - en werd er geen winst genomen. Dit resulteert in een boekwaarde per 1-1-2026 van € 2.119.000, -. Risico’s Met gebiedsontwikkeling zijn risico’s gemoeid; daarom zijn voor alle grondexploitaties de mogelijke risico’s in beeld gebracht. Een groot deel van deze risico’s is gekwantificeerd (Risico = kans x gevolg). Voor elk grondexploitatieproject is vervolgens een risicoprofiel opgesteld. VOOR WAARMERKINGS- DOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. ...................
03/07/2026 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ 76 Voor de verliesgevende grondexploitaties worden de risico’s afgedekt via de algemene reserve grondexploitaties. Voor de winstgevende projecten moeten de risico’s gedekt worden door de buffer van het positieve saldo mits het risicobedrag het positieve resultaat niet overschrijdt. In onderstaande tabel zijn de risico’s samengevat voor alle grondexploitaties per 1 -1-2025. De grondexploitaties kennen een positief resultaat. De risico’s kunnen dus worden afgedekt uit het resultaat. De risico’s zitten met name in mogelijke meerkosten bij het bouw- en woonrijp maken, daarnaast is een aanvullend risico opgenomen voor planvertraging. Voor project Zuidelijk Havengebied zijn de risico’s opgenomen als PM, in afwachting van verdere planuitwerking. Financiële positie grondexploitaties De totale exploitatieresultaten zijn van invloed op de financiële positie van de gemeente. De gemeente Alblasserdam kent de navolgende reserves en voorzieningen voor grondexploitaties. • Algemene reserve grondexploitatie Deze reserve is bedoeld als algemene buffer voor het opvangen van mogelijke tekorten binnen de verschillende grondexploitaties en ter dekking van de risico’s van de verliesgevende grondexploitaties.
Het saldo per 31-12-2025 is € 79.000, na resultaatbestemming van € 697.000 (onttrekking reserve). • Verliesvoorziening grondexploitaties Als een tekort wordt voorzien in een grex, moet een verliesvoorziening worden getroffen bij resultaatbepaling in de jaarrekening. Per 31-12-2025 was het voorziene verlies € 946.000. Weerstandsvermogen Het gemeentelijk grondbeleid is een terrein waarbij enerzijds de gewenste gemeentelijke koers richtinggevend is maar anderzijds de externe omstandigheden ook van invloed kunnen zijn op het gewenste resultaat. De vastgoedmarkt, waar het grootste deel van de exploitaties sterk door wordt beïnvloed, is een moeilijk voorspelbaar en beheersbaar terrein. Zeker op de bedrijvenmarkt maar ook op de woningmarkt zijn economische schommelingen direct van invloed op de prijs maar vooral op de afzetsnelheid. Al met al betekent dit dat bij de realisatie van de gewenste projecten een zeker risico ontstaat. De gevolgen van de wijzigingen in de risico’s in de geactualiseerde grondexploitaties en de gevolgen daarvan voor het weerstandsvermogen 2025 worden toegelicht in de paragraaf Weerstandsvermogen. VOOR WAARMERKINGS- DOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. ................... 03/07/2026 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ 77 8.
Openbaarheidsparagraaf De Wet open overheid regelt het recht op informatie. Zeer bondig samengevat regelt de wet drie belangrijke aspecten omtrent overheidsinformatie. 1. Openbaarmaking van informatie door de overheid uit eigen beweging (actieve openbaarmaking) 2. Openbaarmaking van informatie door de overheid naar aanleiding van een verzoek (passieve openbaarmaking) 3. De digitale informatie huishouding van bestuursorganen. Actieve openbaarmaking Bestuursorganen zijn verplicht uit eigen beweging bepaalde categorieën informatie openbaar te maken. In totaal gaat het om 17 categorieën van informatie. Deze openbaarmaking gaat stapsgewijs over het verloop van enkele jaren. De eerste fase is in 2024 in werking getreden. Volgens de laatst bekende planning van het Rijk treedt in 2027 de tweede fase in werking. Voor zover van toepassing, worden alle categorieën uit fases en 1 en 2 al openbaar gemaakt door de gemeente Alblasserdam.
Fase 1: • Wetten en algemeen verbindende voorschriften • Overige besluiten van algemene strekking • Vergaderstukken Staten-Generaal • Informatie over organisatie en werkwijze • Bereikbaarheidsgegevens Fase 2: • Bij vertegenwoordigende organen ingekomen stukken • Vergaderstukken decentrale overheden • Agenda’s en besluiten bestuurscolleges • Adviezen • Jaarplannen en jaarverslagen Uiteindelijk is het doel dat alle informatie toegankelijk wordt via de Woo-index. Dit is een landelijke website, waarop alle bestuursorganen zijn aangesloten. De website bevat zelf geen informatie, maar verwijst door naar alle mogelijke vindplaatsen. De gemeente Alblasserdam werkt samen met de andere Drechtsteden aan het actief openbaar maken van informatie. Het regionale project heeft tot doel om de processen die moeten leiden tot openbaarmaking inzichtelijk te krijgen. Het daadwerkelijk openbaar maken van de informatie is een lokale verantwoordelijkheid. Passieve openbaarmaking Op grond van de Woo kan een ieder een verzoek indienen tot openbaarmaking van informatie vastgelegd in documenten. In 2025 ontving de gemeente hiervoor 20 verzoeken. Het aantal verzoeken is daarmee al enkele jaren vrij stabiel. Inwoners kunnen gebruik maken van een digitaal formulier. Voor het contact met de inwoners is een Woo-contactfunctionaris aangesteld.
In de regel worden vrijwel alle verzoeken (deels) ingewilligd of informeel opgelost. Digitale informatiehuishouding Lokaal waarde toevoegen door regionaal organiseren. Gemeente Alblasserdam focust samen met de Drechtsteden op het (digitale) huis op orde. Door medewerkers mee te nemen in informatiemanagement en informatiebeveiliging kunnen wij de juiste vertaalslag maken naar de dagelijkse praktijk en werkzaamheden. Informatie moet toegankelijk zijn, nu en in de toekomst. De volgende thema’s vormen daarom de basis voor informatiemanagement en informatiebeveiliging: digitalisering, innovatie, stevig fundament, en integraal werken. VOOR WAARMERKINGS- DOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. ................... 03/07/2026 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ 78 Financieel De werkzaamheden om uitvoering te geven aan de Woo wordt opgepakt binnen de formatie. Daarnaast was in de begroting 2025 een budget beschikbaar voor activiteiten in het kader van de WOO van € 18.150,-. Hiervan is ongeveer € 9.200,- uitgegeven. VOOR WAARMERKINGS- DOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. ...................
03/07/2026 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ 79 Jaarrekening 2025 VOOR WAARMERKINGS- DOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. ................... 03/07/2026 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ Hierna wordt, via de balans met toelichting en het overzicht van baten en lasten, financiële verantwoording afgelegd over het in 2025 gerealiseerde beleid. Balans per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000,-) Activa 31-12-2025 | 31-12-2024 Vaste activa Immateriële vaste activa | 343 | 362 - Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief | 33 | 42 - Bijdrage in activa van derden | 310 | 320 Materiële vaste activa | 110.150 | 77.412 - Overige investeringen met een economisch nut | 64.086 | 35.984 - Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van | 20.306 | 19.385 de kosten een heffing kan worden geheven - Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut | 25.757 | 22.043 Financiële vaste activa | 3.812 | 4.086 - Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen | 1.504 | 1.504 Leningen aan: - Overige verbonden partijen | 2.156 | 2.374 - Overige langlopende leningen | 153 | 209 Totaal vaste activa | 114.306 | 81.860 Vlottende activa Voorraden | 2.119 | 1.452 Grond- en hulpstoffen: -
Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie | 2.119 | 1.452 Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar | 7.660 | 7.795 - Vorderingen op openbare lichamen | 6.502 | 6.049 - Uitzettingen in 's Rijksschatkist | 17 | 126 - Overige vorderingen | 1.141 | 1.620 Liquide middelen | 7 | 14 - Bank- en girosaldi | 7 | 14 Overlopende activa | 7.492 | 3.243 De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te ontvangen bedragen van: | 5.404 | 2.191 - Het Rijk | 754 | 410 - Overige Nederlandse overheidslichamen | 4.650 | 1.781 - Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen | 2.088 | 1.052 Totaal vlottende activa | 17.278 | 12.504 Balanstotaal | 131.584 | 94.364 80 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ (bedragen x € 1.000,-) PASSIVA | 31-12-2025 | 31-12-2024 Vaste passiva Eigen vermogen | 29.729 | 27.899 - Algemene reserve | 13.160 | 12.598 - Bestemmingsreserves | 15.382 | 14.659 - Gerealiseerde resultaat | 1.187 | 642 Voorzieningen | 6.547 | 6.968 - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's | 2.846 | 3.454 - Egalisatievoorzieningen | 122 | 169 - Van derden verkregen
middelen die specifiek besteed moeten | 3.579 | 3.346 worden Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer | 72.664 | 47.205 Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen | 26.664 | 28.205 - Openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a van de Wet Fido | 46.000 | 19.000 Totaal vaste passiva | 108.940 | 82.073 Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar | 10.418 | 4.232 - Kasgeld aangegaan bij openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a van de Wet Fido | 6.000 | 0 - Bank- en girosaldi | 2.605 | 1.200 - Overige schulden | 1.813 | 3.032 Overlopende passiva | 12.227 | 8.060 - verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; | 8.267 | 4.798 - de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van: | 3.903 | 3.014 - Het Rijk | 3.830 | 2.856 - Overige Nederlandse overheidslichamen | 74 | 158 - Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen.
| 56 | 248 Totaal vlottende passiva | 22.645 | 12.292 Balanstotaal | 131.584 | 94.364 Gewaarborgde geldleningen | 7.468 | 7.354 Garantstellingen | 79.206 | 70.871 81 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2025 Voor de verschillenanalyse tussen begroting en realisatie wordt verwezen naar de programmaverantwoording. Programma's | Bedragen | Begroting 2025 | Begroting 2025 | Realisatie 2025 | Begr na wijz -/- x € 1.000 | primair | na wijziging | realisatie 2025 Een duurzaam bereikbaar dorp | Lasten | 11.309 | 14.019 | 12.564 | 1.454 Baten | 6.900 | 9.828 | 8.159 | -1.670 Saldo van baten en lasten | -4.409 | -4.190 | -4.406 | -216 Toevoegingen aan reserves | 108 | 343 | 324 | 19 Onttrekkingen aan de reserves | 10 | 232 | 162 | -70 Mutaties in de reserves | -98 | -111 | -162 | -51 Geraamd resultaat | -4.507 | -4.301 | -4.568 | -266 Met oog voor elkaar | Lasten | 34.907 | 41.545 | 41.122 | 423 Baten | 8.311 | 13.808 | 13.547 | -261 Saldo van baten en lasten | -26.596 | -27.737 | -27.575 | 162 Toevoegingen aan reserves | 0 | 0 | 0 | 0 Onttrekkingen aan de reserves | 0 | 0 | 0 | 0 Mutaties in de reserves | 0 | 0 | 0 | 0 Geraamd resultaat | -26.596 | -27.737 | -27.575 | 162 Thuis in ons dorp | Lasten | 14.145 | 18.782 | 15.032 | 3.750 Baten | 2.617 | 5.183 | 5.383 |
200 Saldo van baten en lasten | -11.528 | -13.599 | -9.649 | 3.950 Toevoegingen aan reserves | 0 | 175 | 1.421 | -1.246 Onttrekkingen aan de reserves | 0 | 3.054 | 222 | -2.832 Mutaties in de reserves | 0 | 2.879 | -1.199 | -4.078 Geraamd resultaat | -11.528 | -10.720 | -10.848 | -128 Algemene dekkingsmidd elen en onvoorzien | Lasten | 787 | 705 | 716 | -11 Baten | 50.041 | 52.415 | 52.510 | -94 Saldo van baten en lasten | 49.254 | 51.711 | 51.794 | 83 Toevoegingen aan reserves | 0 | 287 | 287 | 0 Onttrekkingen aan de reserves | 1.005 | 1.005 | 1.005 | 0 Mutaties in de reserves | 1.005 | 718 | 718 | 0 Geraamd resultaat | 50.258 | 52.428 | 52.511 | 83 Overhead | Lasten | 7.694 | 8.021 | 8.576 | -555 82 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ Baten | 167 | 188 | 241 | 54 Saldo van baten en lasten | -7.527 | -7.833 | -8.335 | -501 Toevoegingen aan reserves | 0 | 0 | 0 | 0 Onttrekkingen aan de reserves | 0 | 67 | 0 | -67 Mutaties in de reserves | 0 | 67 | 0 | -67 Geraamd resultaat | -7.527 | -7.767 | -8.335 | -568 Totaal | Lasten | 68.842 | 83.072 | 78.010 | 5.062 Baten | 68.036 | 81.423 | 79.840 | -1.583 Saldo van baten en lasten | -806 | -1.648 | 1.830 | 3.478 Toevoegingen aan reserves | 108 | 805 | 2.032 | -1.227 Onttrekkingen aan de reserves | 1.015 | 4.357 | 1.389 | -2.968 Mutaties in de reserves | 907 |
3.552 | -643 | -4.195 Gerealiseerd resultaat | 101 | 1.903 | 1.187 | -717 83 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ 84 Grondslagen Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het "Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten" (BBV) en de Financiële verordening gemeente Alblasserdam 2023. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling van de gemeente Alblasserdam. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De grondslagen voor waardering van activa, passiva en van de resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van voorgaand jaar. Er hebben geen stelsel- en/of schattingswijzigingen plaatsgevonden in 2025. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.
Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop de het dividend betaalbaar gesteld wordt (moment besluitvorming algemene vergadering van aandeelhouders). De algemene uitkering wordt opgenomen conform de laatste in het jaar gepubliceerde circulaire en specificaties. De personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van de financiële voorschriften worden geen voorzieningen getroffen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten als ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeldaanspraken en dergelijke. Dit geldt niet voor verlof. Met ingang van 2022 is een voorziening gevormd voor bovenwettelijke verlof dat geen gelijke omvang kent en/of bestaat uit overmatige verlofsaldi of spaarsaldi. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van jaarlijks gelijkblijvend volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen.
De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenbegroting, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) wordt wel een verplichting opgenomen. Algemene grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium: de norm uit het normenkader zoals door het bestuur is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium: dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investerings- kredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het bestuur zijn gemeld.
VOOR WAARMERKINGS- DOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. ................... 03/07/2026 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ 85 o Voor het M&O criterium: de nota M&O beleid van onze organisatie is leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art.
17 Financiële-verhoudingswet; • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 30 september 2025 door de raad is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium: dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over - en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan de raad zijn gemeld. o Ten aanzien van het M&O criterium: de nota M&O beleid van onze organisatie is leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. • De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) alsmede onze eigen financiële verordening.
Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten exclusief dotatie reserves is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; o Een rapporteringstolerantie van € 50.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf Bedrijfsvoering worden opgenomen VOOR WAARMERKINGS- DOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. ................... 03/07/2026 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ 86 Balans Vaste activa Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. Eventuele van derden verkregen specifieke investeringsbijdragen zijn in mindering gebracht op het geactiveerde bedrag. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in vijf jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling vangt aan bij ingebruikneming van het gerelateerde materiële vaste actief. De afsluitkosten van opgenomen geldleningen worden afgeschreven gedurende de restant looptijd van de betrokken geldlening.
Bijdragen aan activa in eigendom van derden zijn gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. De verleende bijdragen worden afgeschreven in de periode waarin het betrokken actief van een derde op basis van de door de gemeente gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak. Materiële vaste activa Algemeen De materiële activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Materiële activa kleiner dan € 25.000 worden niet geactiveerd, maar direct verantwoord als lasten in het lopende jaar. Het startmoment van de afschrijvingen is vastgelegd in de Nota Waardering en Afschrijving vaste activa (2017) Gemeente Alblasserdam. De afschrijvingen starten in het begrotingsjaar dat volgt op het jaar waarin het kapitaalgoed gereedkomt/verworven wordt.
De (belangrijkste) gehanteerde afschrijvingstermijnen zoals vastgelegd in de Nota Waardering en Afschrijving vaste activa (2017) gemeente Alblasserdam zijn: • Voor wegen wordt de componentenmethode toegepast: o Fundering wegen 60 jaar o Toplaag wegen elementen 30 jaar o Toplaag wegen asfaltverhardingen 15 jaar • Gebouwen: o Bedrijfsgebouwen 60 jaar o Renovatie 40 jaar o Schoolgebouwen 60 jaar • Vervoermiddelen 5-15 jaar • Gronden en terreinen 0 jaar • Machines, apparaten en installaties o Hardware en Software 3-5 jaar o Overige apparaten en installaties 5-20 jaar De gemeente hanteert de lineaire afschrijvingsmethode. Rente aan investeringen wordt toegerekend over de boekwaarde per 1 januari van het boekjaar. Op grond wordt niet afgeschreven. Investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. VOOR WAARMERKINGS- DOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. ...................
03/07/2026 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ 87 Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut Investeringen met een maatschappelijk nut worden, evenals investeringen met een economisch nut, geactiveerd en over de verwachte toekomstige gebruiksduur afgeschreven. In erfpacht uitgegeven gronden Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde. Eventuele afkoopsommen voor voortdurende contracten zijn verwerkt onder de langlopende schulden en vervallen naar rato van afkoopperiode vrij ten gunste van het resultaat. Financiële vaste activa Uitzetting met een rente typische looptijd langer dan één jaar worden verantwoord onder de financiële vaste activa. Uitzettingen met een rente typische looptijd minder dan één jaar worden verantwoord onder de uitzettingen onder de vlottende activa. Bij het begrip "rente typische looptijd" gaat het om de definitie vanuit de Wet Fido en is ingegeven door beheersing van renterisico's. De definitie luidt: het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningsvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding.
Voor een uitzetting die een looptijd kent van tien jaar met een vaste rente, geldt dat deze altijd als vast activum dient te worden opgenomen ook al resteert er minder dan één jaar van de oorspronkelijke looptijd. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV's (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden. Van een “deelneming” is krachtens artikel 1 lid d BBV sprake als een gemeente participeert in het aandelenkapitaal van een NV of BV. Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen, leningen u/g en overige uitzettingen zijn opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Vlottende activa Voorraden Grond en hulpstoffen Grond- en hulpstoffen (magazijnvoorraden) worden gewaardeerd tegen standaard verrekenprijzen die zijn gebaseerd op de gemiddelde betaalde inkoopprijs. Verschillen tussen de standaard verrekenprijs en betaalde inkoopprijs worden als resultaat verantwoord. Incourante voorraden worden afgewaardeerd naar marktwaarde.
Onderhanden werk, waaronder gronden in exploitatie De als onderhanden werken opgenomen “bouwgronden in exploitatie” (BIE) zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijpmaken) alsmede een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten. Voor verliesgevende grondexploitaties wordt ten laste van de “algemene reserve grondexploitaties” een voorziening gevormd, welke op de balans in mindering wordt gebracht op de BIE. Winsten uit de bouwgrondexploitatie worden slechts genomen indien en voor zover die met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd aangemerkt kunnen worden. Zolang daarvan geen sprake is, worden de verkregen verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingskosten in mindering gebracht. Gereed product en handelsgoederen Gerede producten worden gewaardeerd tegen de kostprijs of tegen de marktwaarde indien de marktwaarde lager is dan de kostprijs. Dat laatste doet zich met name voor indien voorraden incourant worden. VOOR WAARMERKINGS- DOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. ...................
03/07/2026 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ 88 Uitzettingen met een rente typische looptijd minder dan één jaar (vorderingen) en overlopende activa Vorderingen De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de gemeente Alblasserdam en zijn niet beklemd. Afgeleide financiële instrumenten Gemeente Alblasserdam maakt geen gebruik van financiële derivaten en beperkt de risico’s (renterisico, kasstroomrisico en kredietrisico) door gebruik te maken van de rekening -courant bankrekeningen en schatkistbankieren bij het Ministerie van Financiën Vaste passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserves, bestemmingsreserves en het gerealiseerd resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten. Het gerealiseerd resultaat van voorgaand jaar is conform het betreffende raadsbesluit verwerkt in de algemene en bestemmingsreserves. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies.
De pensioenverplichting ten behoeve van de wethouders is echter tegen de contante waarde van de (reeds opgebouwde) toekomstige uitkeringsve rplichtingen gewaardeerd. De onderhoudsegalisatievoorzieningen zijn gebaseerd op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de gemeentelijke kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. In de paragraaf "Onderhoud kapitaalgoederen" die is opgenomen in het jaarverslag, is het gevoerde beleid toegelicht. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen Borg- en garantstellingen Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten telling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. In de toelichting op de balans is hiervoor nadere informatie opgenomen. VOOR WAARMERKINGS- DOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V. d.d. ...................
03/07/2026 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ Toelichting op de balans per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000) Activa Vaste activa Immateriële vaste activa De post immateriële vaste activa wordt onderscheiden in: Boekwaarde | Boekwaarde per 31-12-2025 | per 31-12-2024 Kosten onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief | 34.000 | 42.000 Bijdrage aan activa in eigendom van derden | 310.000 | 320.000 Totaal | 344.000 | 362.000 Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de immateriële vaste activa gedurende het jaar: Boek- | Bijdragen | Boek- waarde | Investe- | Desinves- | Afschrij- | van | Afwaar- | waarde 31-12-2024 | ringen | teringen | vingen | derden | deringen | 31-12-2025 Kosten onderzoek en ontwikkeling | 42.000 | 0 | 0 | 8.000 | 0 | 0 | 34.000 voor een bepaald actief Bijdrage aan activa van derden | 320.000 | 0 | 0 | 10.000 | 0 | 0 | 310.000 Totaal | 362.000 | 0 | 0 | 18.000 | 0 | 0 | 344.000 Materiële vaste activa De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: Boekwaarde | Boekwaarde per 31-12-2025 | per 31-12-2024 Investeringen met een economisch nut | 64.087.000 | 35.984.000 Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding | 20.305.000 | 19.384.000 van de kosten een heffing kan worden geheven Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk
nut | 25.758.000 | 22.044.000 Totaal | 110.150.000 | 77.412.000 De investeringen met een economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld: Boekwaarde | Boekwaarde per 31-12-2025 | per 31-12-2024 Gronden en terreinen (algemene dienst) | 2.153.000 | 2.122.000 Strategische verwervingen | 28.496.000 | 1.130.000 Bedrijfsgebouwen | 30.185.000 | 30.711.000 Grond-, weg- en waterbouwkundige werken | 1.526.000 | 481.000 Vervoermiddelen | 448.000 | 278.000 Machines, apparaten en installaties | 762.000 | 691.000 Overige materiële vaste activa | 517.000 | 571.000 Totaal | 64.087.000 | 35.984.000 En onderstaand het verloop van de overige investeringen met economisch nut gedurende het jaar: Desin | Bijdrag ves- | en | Afwaar- | Boek- Boek-waarde | Investe- | tering | Afschrij- | van | deringe | waarde 31-12-2024 | ringen | en | vingen | derden | n | 31-12-2025 Gronden en terreinen | 2.122.000 | 33.000 | 0 | 2.000 | 0 | 0 | 2.153.000 Strategische verwervingen | 1.130.000 | 27.366.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 28.496.000 Bedrijfsgebouwen | 30.711.000 | 474.000 | 0 | 1.000.000 | 0 | 0 | 30.185.000 Grond-, weg- en waterbouwkundige | 481.000 | 1.828.000 | 0 | 15.000 | 768.000 | 0 | 1.526.000 Werken Vervoermiddelen | 278.000 | 216.000 | 0 | 46.000 | 0 | 0 | 448.000 Machines, apparaten en installaties | 691.000 | 351.000 | 0 | 88.000 | 192.000 | 0 | 762.000 Overige materiële vaste activa | 571.000 | 0
| 0 | 54.000 | 0 | 0 | 517.000 Totaal | 35.984.000 | 30.268.000 | 0 | 1.205.000 | 960.000 | 0 | 64.087.000 89 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ Overige investeringen met economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven: Boekwaarde | Boekwaarde per 31-12-2025 | per 31-12-2024 Grond-, weg- en waterbouwkundige werken | 18.917.000 | 17.830.000 Vervoermiddelen | 35.000 | 40.000 Machines, apparaten en installaties | 1.310.000 | 1.466.000 Overige materiële vaste activa | 43.000 | 48.000 Totaal | 20.305.000 | 19.384.000 Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de investeringen met economisch nut gedurende het jaar waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven: Boekwaard | Desinve | Afschrij e | Investe- | s- | - | Bijdragen | Afwaar- | Boekwaarde 31-12-2024 | ringen | teringen | vingen | van derden | deringen | 31-12-2025 Grond-, weg- en | 17.830.000 | 1.525.000 | 0 | 410.000 | 28.000 | 0 | 18.917.000 waterbouwkundige Werken Vervoermiddelen | 40.000 | 0 | 0 | 5.000 | 0 | 0 | 35.000 Machines, apparaten en | 1.466.000 | 0 | 0 | 156.000 | 0 | 0 | 1.310.000 installaties Overige materiële vaste activa | 48.000 | 0 | 0 | 5.000 | 0 | 0 | 43.000 Totaal | 19.384.000 | 1.525.000 | 0 | 576.000 | 28.000 | 0 | 20.305.000 Investeringen in de openbare
ruimte met maatschappelijk nut Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut gedurende het jaar: Bijdrage Boekwaard | Afschrij | n | Afwaar- | Boekwaard e | Inves- | Desinves- | - | (van | deringe | e 31-12-2024 | teringen | teringen | vingen | derden) | n | 31-12-2025 Grond-, weg- en waterbouwkundige | 17.824.000 | 3.793.000 | 0 | 643.000 | 40.000 | 0 | 20.934.000 Werken Machines, apparaten en installaties | 255.000 | 17.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 272.000 Overige materiële vaste activa | 3.965.000 | 785.000 | 0 | 186.000 | 12.000 | 0 | 4.552.000 Totaal | 22.044.000 | 4.595.000 | 0 | 829.000 | 52.000 | 0 | 25.758.000 Onder bijdragen (van derden) zijn, indien van toepassing, de bedragen van derden en bijdragen uit de reserves en andere projecten opgenomen die direct gerelateerd zijn aan de investering. Onder de afwaarderingen staan de afwaarderingen vermeld wegens duurzame waardeverminderingen. De analyse op begrotingsrechtmatigheid en de bestedingen van 2025 van de investeringskredieten is opgenomen in onderdeel 2.3.3 in de toelichting op het overzicht van baten en lasten.
Financiële vaste activa Het verloop van de financiële vaste activa gedurende het jaar wordt in onderstaand overzicht weergegeven: Boekwaard | Investering | Desinves- | Afschrij- | Afwaar- | Boekwaarde e | en | teringen | vingen/af- | deringen | 31-12-2025 31-12-2024 | lossingen Kapitaalverstrekkingen aan: - deelnemingen | 1.504.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.504.000 Leningen aan: - overige verbonden partijen | 2.374.000 | 0 | 0 | 218.000 | 0 | 2.156.000 Overige langlopende leningen | 209.000 | 0 | 0 | 56.000 | 0 | 153.000 Totaal | 4.087.000 | 0 | 0 | 274.000 | 0 | 3.813.000 90 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ Vlottende activa Voorraden De in de balans opgenomen voorraden worden uitgesplitst naar de volgende categorieën: Boekwaarde | Boekwaarde per 31-12-2025 | per 31-12-2024 Bouwgronden in exploitatie | 2.120.000 | 1.453.000 Totaal | 2.120.000 | 1.453.000 Van de bouwgronden in exploitatie kan van het verloop in het jaar het volgende overzicht worden gegeven: Boekwaarde | Voorziening | Investeringen | Opbrengsten | Resultaat- | Boekwaarde | Voorziening 31-12-2024 | verlieslatend | 2025 | 2025 | neming | 31-12-2025 | verlieslatend complex | 2025 | complex 31-12-2024 | 31-12-2025 De | 531.000 | 1.105.000 | 269.000 | 0 | 0 | 800.000 | 946.000 Loopplank Staalind.weg | 423.000 | 0 | 351.000 | 0 | 0 | 774.000 | 0
Haven-Zuid | 499.000 | 910.000 | 47.000 | 0 | 0 | 546.000 | 0 Totaal | 1.453.000 | 2.015.000 | 667.000 | 0 | 0 | 2.120.000 | 946.000 De voorziening dekt het verwachte negatieve resultaat van de projecten volledig af. Voor het project De Loopplank is de voorziening hoger dan de boekwaarde. In afwijking van de BBV-systematiek om eerst tot nihil te waarderen via de voorraadpost, is gekozen voor presentatie van de volledige boekwaarde onder de voorraden en het volledige voorzieningsbedrag onder de passiva. Dit is gedaan ter bevordering van de vergelijkbaarheid en consistentie van de balanspresentatie. In de toelichting op de voorraden is deze keuze nader toegelicht.
Nog te maken kosten (kasstroom) | 2.644.000 Nog te verwachten opbrengsten (kasstroom) | 5.653.000 Verwacht exploitatieresultaat NCW (-/- = voordelig) | 1.134.000 Uitzettingen met een rentetypische looptijd minder dan één jaar (vorderingen) De in de balans opgenomen uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt worden gespecificeerd: Boekwaarde | Voorziening | Balanswaarde | Balanswaarde 31-12-2025 | oninbaarheid | 31-12-2025 | 31-12-2024 Vorderingen op openbare lichamen | 6.502.000 | 0 | 6.502.000 | 6.049.000 Uitzettingen in Rijksschatkist | 17.000 | 0 | 17.000 | 126.000 Overige vorderingen | 1.141.000 | 0 | 1.141.000 | 1.620.000 Totaal | 7.660.000 | 0 | 7.660.000 | 7.795.000 91 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ Uitzettingen in 's Rijksschatkist In 2025 mocht de gemeente bij het verplicht schatkistbankieren een bedrag van 2% van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. In onderstaande tabel staat per kwartaal aangegeven wat het gemiddelde positieve banksaldo was. Hieruit blijkt dat in 2025 het drempelbedrag niet is overschreden.
Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: Boekwaarde | Boekwaarde per 31-12-2025 | per 31-12-2024 Banksaldi | 7.000 | 14.000 Totaal | 7.000 | 14.000 Overlopende activa De overlopende activa kan als volgt worden gespecificeerd: Boekwaarde | Boekwaarde per 31-12-2025 | per 31-12-2024 De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel: - het Rijk | 754.000 | 410.000 - Overige Nederlandse overheidslichamen | 4.650.000 | 1.781.000 Overige nog te ontvangen bedragen, en de | 2.088.000 | 1.052.000 vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal | 7.492.000 | 3.243.000 92 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ Onderstaand is de specificatie per uitkering van overheidslichamen (het Rijk en Overige Nederlandse overheidslichamen) opgenomen: Saldo per | Toevoegingen | Ontvangen | Saldo per 31-12-2024 | bijdragen | 31-12-2025 Europese overheidslichamen Het Rijk | 410.000 | 754.000 | 410.000 | 754.000 Stimulering sport (H4) Stimulering sport (H4) | 410.000 | 0 | 410.000 | 0 Gemeentelijke hulp aan gedupeerden Gemeentelijke hulp aan gedupeerden Gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021(B2) 0 |
301.000 | 0 | 301.000 kinderopvangtoeslagproblematiek 2021(B2) kinderopvangtoeslagproblematiek 2021(B2) Kwijtschelding gemeentelijke belastingen |(C62) Kwijtschelding gemeentelijke belastingen (C62) Kwijtschelding gemeentelijke belastingen |(C62) 0 3.000 | 0 | 3.000 Realisatiestimulans (J17) Realisatiestimulans (J17) Realisatiestimulans (J17) | 0 | 154.000 | 0 | 154.000 Opvang Oekraïne (M16) | 0 | 18.000 | 0 | 18.000 Diversen | 0 | 278.000 | 0 | 278.000 Overige Nederlandse overheidslichamen | 1.781.000 | 4.650.000 | 1.781.000 | 4.650.000 Regiodeals 3e tranche (J75B) | 96.000 | 960.000 | 96.000 | 960.000 Toeslagenproblematiek (B2) | 63.000 | 0 | 63.000 | 0 Beschermd wonen (via Dordrecht) | 463.000 | 337.000 | 463.000 | 337.000 Diversen (oa SVHW) | 1.159.000 | 1.748.000 | 1.159.000 | 1.748.000 Versnelling natuurinclusief isoleren (J117B) | 0 | 21.000 | 0 | 21.000 Tijdelijke impulsreg. klimaatadaptatie (E44) | 0 | 1.584.000 | 0 | 1.584.000 Totaal van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel | 2.191.000 | 5.404.000 | 2.191.000 | 5.404.000 De overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen betreffen: • | Bedragen die ten gunste van het verslagjaar komen, maar waarvan de bedragen in de loop van een volgend jaar wordt ontvangen.
• | Facturen die voor 31 december betaalbaar zijn gesteld, maar waarvan de lasten betrekking hebben op het volgende dienstjaar. • | Nota's die in na 31 december zijn verstuurd i.v.m. detachering van personeel bij GR-en. • | Jaarafrekeningen van GR-en die nog tot een teruggave leiden, waarvan nog geen nota bestaat. 93 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten: Boekwaarde | Boekwaarde per 31-12-2025 | per 31-12-2024 Algemene reserve | 13.160.000 | 12.598.000 Bestemmingsreserves | 15.382.000 | 14.659.000 Gerealiseerde resultaat | 1.187.000 | 642.000 Totaal | 29.729.000 | 27.899.000 Het verloop in het jaar wordt in onderstaand overzicht per reserve weergegeven: Omschrijving | Stand 31- | Bestem- | Toevoe- | Onttrek- | Resultaat | Stand 31- 12-2024 | ming | gingen | kingen | 2025 | 12-2025 resultaat Overig Algemene reserves Algemene reserve | 12.598.000 | 1.801.000* | 1.239.000 | 13.160.000 Totaal | 12.598.000 | 1.801.000 | 1.239.000 | 13.160.000 Reserves grondexploitatie Algemene reserve | 776.000 | 1.246.000 | 697.000 | 1.325.000 grondexploitatie Totaal | 776.000 | 1.246.000 | 697.000 | 1.325.000 Egalisatiereserves Afkoopsommen | 198.000 | 0 | 0 | 198.000 onderhoud van graven Totaal | 198.000 | 0 | 0 |
198.000 Bestemmingsreserves Bestemmingsreserve | 42.000 | 0 | 42.000 Kunst in openbare ruimte | 0 Bestemmingsreserve | 6.492.000 | 0 | 6.492.000 Enecogelden | 0 Bestemmingsreserve | 630.000 | 108.000 | 44.000 | 694.000 baggeren Bestemmingsreserve | 4.932.000 | 106.000 | 4.826.000 Ruigenhil | 0 Bestemmingsreserve | 100.000 | 0 | 99.700 energietransitie | 0 Bestemmingsreserve | 1.489.000 | 216.000 | 0 | 1.704.000 kapitaallasten Totaal | 13.685.000 | 324.000 | 150.000 | 13.859.000 Jaarresultaat | 1.187.000 Totaal reserves | 27.257.000 | 3.371.000 | 2.086.000 | 1.187.000 | 29.729.000 *De toevoeging algemene reserve in inclusief het jaarresultaat 2024 met een bedrag van € 642.000 94 Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026 ______________________________________________________________________________ Het gerealiseerde resultaat over 2025 is nog niet in de algemene reserve overzicht opgenomen. Dat wordt conform de bestemming van het resultaat bij vaststelling van de jaarrekening verwerkt in de reserves. Het totale eigen vermogen per eind 2025 is het totaal van de reserves en het gerealiseerde resultaat en bedraagt derhalve €28.614.000. Per cluster zijn hierna de aard en reden van de reserves toegelicht alsmede de belangrijkste mutaties in het jaar: Cluster | Reserve | Toelichting aard, reden en belangrijkste mutaties 1.
| Algemene reserve | Toevoegingen in 2025: Algemene | • | Via resultaatbestemming 2024 € 1.339.088 reserves | • | Mutaties 1e burap 2025 € 175.000 • | Mutaties 2e burap 2025 € 287.000 Totaal toevoegingen € 1.801.088 Onttrekkingen in 2025: • | Via resultaatbestemming 2024 € 684.660 • | Korting OZB € 320.000 • | Mutaties 1e burap 2025 € 111.647 • | Mutaties 3e burap 2024 € 122.525 Totaal onttrekkingen € 1.238.832 2. | Algemene reserve | In de door gemeenteraad vastgestelde Nota grond- en Reserve | grondexploitatie | vastgoedbeleid zijn beleidsrichtlijnen vastgesteld voor de grondexploitatie | ‘algemene reserve grondexploitatie’. In Alblasserdam wordt gestreefd naar een verhouding tussen risico’s van de projecten met een verwacht verlies, de risico’s op afgesloten projecten en de weerstandscapaciteit van minimaal 1 en maximaal 1,4. Dit wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. In gevallen dat de ratio zich buiten deze bandbreedte begeeft, wordt bij de jaarrekening een voorstel gedaan voor verrekening tussen de reserve grondexploitaties en de algemene reserve. Voor een nadere toelichting op de risico’s en weerstandsratio voor grondexploitaties wordt verwezen naar de paragraaf grondbeleid. De resultaten van de grondexploitaties in verband met afsluiting, winstneming en aanvullende stortingen worden verantwoord in deze reserve. 3.