Jaarplan duurzaamheid 2025 (nieuw).pdf
Tekst van het document
Jaarplan duurzaamheid 2025 Klimaatverandering is een probleem dat over vele jaren door de gehele wereld is veroorzaakt. De oplossing voor klimaatverandering is eveneens iets dat vele jaren zal kosten en dat we samen met de rest van de wereld zullen moeten oppakken. Het is dus een thema van de lange adem. De in 2023 vastgestelde duurzaamheidsagenda gaf vooral de kaders en ambities van de gemeente weer. Per jaar stellen we een jaarplan vast om de concrete acties te bepalen. Enerzijds omdat we net als in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma van het college wendbaar willen zijn en kunnen inspelen op actualiteiten en kansen, anderzijds omdat we nadrukkelijk met onze inwoners, bedrijven en partners willen samenwerken aan de juiste activiteiten op het juiste moment. Hieronder treft u het jaarplan 2025. De acties voor 2025 zijn onderverdeeld in de drie duurzaamheidsthema's; energietransitie, klimaatadaptatie en circulariteit. Ook geven we een korte toelichting op een aantal 'going concern' acties en overkoepelende acties. Het uitgangspunt is om vooral in te zetten op de in het jaarplan benoemde acties. We zullen echter door het jaar heen kritisch blijven kijken naar het jaarplan en of deze nog genoeg aansluit bij de actualiteiten.
1. Going concern Een aantal acties die voorheen in het jaarplan apart werden beschreven, behoren ondertussen tot de 'going concern' acties van duurzaamheid. Dit zijn zaken die vaak al in standaard processen zitten en die vaak voorgaande jaren al gebeurden en ook de komende jaren verder uitgevoerd worden. Deze acties worden hieronder kort benoemd: - Aansluiten bij regionale overleggen van de Smart Delta Drechtsteden en de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden - Het uitvoeren van de duurzame meer jaren onderhoudsplannen van het gemeentelijk vastgoed - Toepassen van klimaatadaptatie bij reconstructies - Aansluiten bij de energie agenda van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid - Duurzaamheid is een vast onderwerp in de gemeentelijke communicatie en de boodschappen zijn herkenbaar en samenhangend. We communiceren met onze inwoners over duurzaamheid. Per onderwerp bekijken we of er communicatie nodig is en hoe we dit inzetten. - Adviseren bij RO-projecten
2. Overkoepelend 2.1. Communicatiestrategie verder ontwikkelen en implementeren
Wat: In 2025 gaan we verder met de strategische inzet van communicatie over duurzaamheid We laten als gemeente zien wat we zelf doen aan duurzaamheid. Hierdoor leven we voor wat we van inwoners vragen. We bekijken waar het mogelijk is om inwoners te betrekken bij duurzaamheid. Dit doen we door herkenbare en herhaalbare boodschappen. Daarnaast zetten we campagnes in om de mogelijkheden te laten zien voor inwoners. We monitoren ook in 2025 het effect van onze communicatie-uitingen en of inwoners daadwerkelijk actie gaan ondernemen. Dit kan over de energietransitie gaan. We blijven inzetten op meer zichtbaarheid van het onderwerp in allerlei verschillende projecten en initiatieven. Dit geldt voor zowel in de interne organisatie van de gemeente, als in de samenleving en bij het bedrijfsleven. We blijven het netwerk versterken en anderen inspireren om mee te doen in deze opgave. Ook de samenwerking in de regio Drechtsteden is hiervoor belangrijk. Het platform Duurzaam Drechtsteden gaan we beter gebruiken en inzetten. Zo ontstaat er één ingang waar inwoners van Alblasserdam alle informatie over duurzaamheid vinden. Hoe: We gaan op verschillende niveaus aan de slag. We werken verder aan een stevige communicatie-infrastructuur waardoor het onderwerp vaker, beter en herkenbaarder zichtbaar wordt.
Daarnaast investeren we in het interne en externe netwerk, zodat we anderen enthousiasmeren om mee te doen. Tot slot voeren we een aantal campagnes uit. In 2025 gaat de campagne over isolatieaanpak starten. De campagne over de energietransitie loopt in 2025 door. Daarbij kiezen we onze aanpak en doelgroepen zorgvuldig, zodat we zo goed mogelijk kunnen communiceren. Verwacht resultaat: Inwoners zijn beter op de hoogte van het onderwerp en wat zij zelf kunnen doen. Inwoners voelen zich geïnspireerd om waar mogelijk zelf aan de slag te gaan. Ook weten ze waar ze terecht kunnen met vragen. Planning: Doorlopend in 2025. We hopen dat het eind 2025 genoeg is geïntegreerd dat het 'going concern' is. 2.2. Opgavegericht werken toepassen op duurzaamheid Wat: In 2024 hebben we de monitor verder uitgewerkt en zijn we gestart met kerngroepen op de duurzaamheidsthema's. In 2025 willen we de kerngroepen verder ontwikkelen en ook meer aandacht voor duurzaamheid binnen de organisatie om de verwevenheid met alle andere opgaven en werkzaamheden te verbeteren. Hoe: We oefenen met verschillende onderwerpen en acties in de kerngroepen en denken daarbij na over hoe we verschillende disciplines laten samen komen voor een duurzamer resultaat. Ook sluiten we vaker aan bij andere teams en collega's om samen te ontdekken waar de overlap zit tussen duurzaamheid en andere disciplines.
Verwacht resultaat: Een organisatie waarin duurzaamheid een integraal onderdeel is van elk werkpakket en waarin we efficiënt grotere stappen kunnen zetten. Planning: Doorlopend in 2025. We hopen dat het eind 2025 genoeg is geïntegreerd dat het 'going concern' is.
2.3. Input leveren voor het omgevingsplan Wat: Duurzaamheid is een belangrijk onderdeel van de omgevingsvisie en later ook het omgevingsplan. Op deze manier maken we duurzaamheid ook een meer integraal onderdeel van de ruimtelijke ordening. Hoe: In samenwerking met de projectleider omgevingswet kijken we welke duurzaamheidsonderwerpen op welke manier vorm moeten krijgen in het omgevingsplan. Hierbij zal vanuit duurzaamheid vooral inhoudelijk worden meegedacht en vanuit de opsteller van het omgevingsplan over het proces en de vorm. Verwacht resultaat: Een omgevingsplan waarvan duurzaamheid een integraal onderdeel is. Planning: Dit loopt samen met de planning van het omgevingsplan. Dit zal enkele jaren doorlopen.
3. Energietransitie 3.1. Energiesystemen 3.1.1. Overkoepelende acties rondom energiesystemen Wat: Ons toekomstige duurzame energiesysteem vergt dat het elektriciteitsnet in de komende tien jaar tot driemaal zwaarder uitgevoerd wordt en dat er meer energie kan worden opgeslagen. Ook in Alblasserdam staat of valt een goede energietransitie met een goed werkend systeem. Hier is steeds meer aandacht voor en er wordt steeds meer bekend over hoe wij hierop moeten inspelen. Hoe: Op basis van onze behoefte aansluiten en lobbyen bij regionale, provinciale en wellicht ook landelijke activiteiten rondom dit onderwerp, gezamenlijk met de Smart Delta Drechtsteden. Verwacht resultaat: Meer inzicht in wat de veranderingen in de energietransitie betekenen voor het elektranet in Alblasserdam, welke problemen we wellicht kunnen verwachten en hoe snel. Een aantal concrete voorbeelden van samenwerkingen met de regio: PMIEK Het RES Bod Landelijke en provinciale ontwikkelingen Planning: Meerjarig doorlopend. 3.1.2. Herijken Transitievisie Warmte/verkennen warmtenetten Wat: We onderzoeken de haalbaarheid van een warmtenet in Alblasserdam en kijken naar de mogelijkheden van aardgasvrij verwarmen in de all electric en besparingswijken zoals die beschreven zijn in de Transitievisie Warmte. De herijking van de Transitievisie Warmte resulteert in het Warmteprogramma.
Op basis van verwachte wetgeving wordt dit een verplicht programma. Hoe: We zijn in gesprek met HVC en Woonkracht10 en verkennen gezamenlijk de mogelijkheden voor het toepassen van een warmtenet in Alblasserdam. Tegelijkertijd herijken we de Transitievisie Warmte naar een warmteprogramma. Dit pakken we met de Smart Delta Drechtsteden en met de stakeholders Woonkracht10 en HVC op. Verwacht resultaat: We werken steeds meer toe naar een concreter toekomstbeeld over hoe we in Alblasserdam van het aardgas af kunnen. De vijfjaarlijkse herijking van de Transitievisie Warmte en straks Warmteprogramma moet ertoe leiden dat het voor inwoners steeds duidelijk wordt wat in hun buurt de mogelijke opties voor aardgasvrij verwarmen zijn. Hiermee komen wij tot een beter handelingsperspectief voor inwoners. Planning: Doorlopend 3.1.3. Aanpak transformatorhuisjes Wat: Plan van aanpak verzwaring van het laagspanningsnet door het versneld aanleggen van extra distributiestations. In samenwerking met Stedin en de regio.
Hoe: Samen met de Smart Delta Drechtsteden werken we toe naar een andere manier van samenwerken met Stedin. Hiertoe hebben we een samenwerkingsovereenkomst ondertekend. We blijven in 2025 werken aan de relatie tussen gemeente en Stedin en zorgen ervoor dat wij elkaar goed blijven informeren over nieuwe ontwikkelingen. Verwacht resultaat: Op het moment dat het nodig is kunnen we meer transformatorhuisjes plaatsen zonder te vertragen. Planning: Doorlopend, in 2025 wordt meer duidelijk over hoeveel huisjes en met welke tijdsindicatie.
3.1.4. Aansluiten bij Innovatietafel Energiedelen Wat: We zetten in op energiedelen door bedrijven. Hierdoor worden bedrijven minder afhankelijk van het elektriciteitsnet en kan opgewekte energie lokaler gebruikt worden. Wij faciliteren het initiatief van de Innovatietafel Energiedelen van de OKA om toe te werken naar een Energyhub in Alblasserdam. Hoe: De gemeente faciliteert samen met Smart Delta Drechtsteden. Verwacht resultaat: Een Alblasserdamse Energyhub waar ondernemers energie kunnen delen zodat die de één over heeft gebruikt kan worden door de ander, waar slimmer gebruik kan worden gemaakt van energie door productieprocessen aan te passen aan piekmomenten en energie kan worden opgeslagen als er over is. Het slimmer transporteren van energie maar ook het verminderen van transport van energie door aanbod en vraag direct aan elkaar te koppelen kunnen bijdragen aan het voorkomen van netcongestie zodat ondernemers kunnen blijven verduurzamen en investeren in de toekomst. Planning: Meerjarig doorlopend. 3.1.5. Beleid opslag Wat: Onderzoek en beleid opslag van energie Hoe: Met de Smart Delta Drechtsteden gaan we in gesprek over de voor- en nadelen van energieopslag in de vorm van grootschalige batterijen. We zien dat commerciële partijen van batterijen ruimte zoeken voor opslag. Wij willen hiervoor beleid gaan opstellen.
We zoeken daarvoor uit wanneer en waar en welk type opslag wel of niet gewenst is. Opslag kan netcongestie mede veroorzaken maar ook mede helpen oplossen. Verwacht resultaat: Goed beleid zodat we aanvragen van commerciële partijen in goede banen kunnen leiden. Planning: Q2 2025. 3.1.6. Beleid kleine windmolens en zonnecarports opstellen Wat: We zien dat er bij ondernemers interesse is voor de wat kleinere windmolens. Windmolens kunnen een goede aanvulling zijn op zonnepanelen. Als gemeente juichen we dat toe maar we willen ervoor zorgen dat deze niet zomaar overal geplaatst kunnen worden. Dit actiepunt is overgenomen uit het jaarplan van 2024. Door urgentie op andere zaken
hebben we besloten deze actie in 2025 op te pakken. Volgend jaar kunnen wij dit ook met enkele andere gemeenten gezamenlijk oppakken. Hoe: We onderzoeken de wenselijkheden van kleine windmolens (15 - 45m) en zonnecarports op bedrijventerreinen. Door het opstellen van beleid rondom kleine windmolens en zonnecarports proberen we de drempel voor ondernemers te verkleinen om hier actie op te nemen terwijl we tegelijkertijd duidelijke kaders scheppen om een goede ruimtelijke ordening te behouden. Verwacht resultaat: Helder beleid waarin duidelijk omschreven wordt waar windmolens en zonnecarports zijn toegestaan en wat de maximale afmetingen ervan zijn. Planning: Q2 2025.
3.2.
Energiebesparing woningen
3.2.1 De uitvoering van een meerjaren collectieve ontzorgingsaanpak bij enkele honderden woningen met slechte labels Wat: In 2024 zijn hier de voorbereidingen voor getroffen en eind 2024 zijn de eerste acties van start gegaan. Deze acties worden in 2025 doorgezet en uitgebreid. Hierbij worden huishoudens met koopwoningen en een kleinere beurs van A tot Z ontzorgd in het nemen van een grote isolatiemaatregel. Ze worden stap voor stap begeleid in dit proces door een intermediair en door de rijkssubsidie zal voor een aantal huishoudens de maatregel volledig gratis zijn en in andere gevallen zal er sprake zijn van een flinke korting. Hoe: Samen met de Smart Delta Drechtsteden gaan we deze aanpak uitvoeren. Via data van de Sociale Dienst zullen we de juiste huishoudens benaderen en via Winst Uit Je Woning zullen er adviseurs de huizen langs gaan om huishoudens van A tot Z te helpen. Verwacht resultaat: Beter geïsoleerde huizen en daardoor ook financieel minder kwetsbare inwoners. Met de gelden die we nu beschikbaar hebben, verwachten we zo'n 490 huishoudens te kunnen ondersteunen de komende jaren. Planning: Dit is een meerjarige actie. We proberen zoveel mogelijk een doorlopend aanbod te creëren waardoor inwoners gelijk hulp kunnen krijgen op het moment dat zij eraan toe zijn. De eerste brief zal 21 januari op de mat liggen. 3.2.2.
Opstellen (pre) Soortenmanagementplan Wat: Voor het isoleren van woningen is vanuit de Wet Natuurbescherming in veel gevallen een onderzoek nodig naar beschermde soorten. Deze onderzoeken en mogelijke ontheffingen kosten voor individuele huishoudens vaak meer dan de isolatiemaatregel zelf. Dit weerhoudt mensen ervan om hun huis te isoleren, of dit volgens de regels van de Wet Natuurbescherming te doen. Door het opstellen van een (pre) soortenmanagementplan (SMP), kan de gemeente op grote schaal mitigerende maatregelen nemen en een gebiedsontheffing aanvragen. Hierdoor nemen we een grote drempel voor isolatie weg. Dit komt ook ten goede aan onze eigen isolatie aanpak (zie punt 3.3.1.) en natuurlijk aan de bescherming van verschillende diersoorten.
Hoe: Het grootste deel van de uitvoering wordt gedaan door Ecoresult. Zij doen in 2025 veldwerkonderzoek naar de verschillende beschermede soorten, schrijven een (pre)SMP en helpen bij de aanvraag van de gebiedsontheffing. Verwacht resultaat: Een (pre)SMP, gebiedsontheffing en een plan voor mitigerende maatregelen zodat woningen geïsoleerd kunnen worden. Planning: Het grootste deel van het onderzoek vindt plaats in 2025. Dit duurt een lange tijd omdat verschillende diersoorten in verschillende seizoenen moeten worden onderzocht. Het SMP zal naar verwachting begin 2026 klaar zijn. 3.2.3. Aanpak VvE's opstellen Wat: Met de meerjarige collectieve ontzorgingsaanpak worden koopwoningen geïsoleerd en de woningcoöperatie is verantwoordelijk voor het isoleren van haar eigen woningen. Voor VvE's is het isoleren van de woningen vaak een stuk lastiger en is er nog veel minder ondersteuning georganiseerd. Ondertussen zijn een aantal gemeentes gestart met de ondersteuning van VvE's. In 2025 willen we kijken hoe we ook in de gemeente Alblasserdam op een goede manier ondersteuning kunnen bieden aan deze doelgroep. Hoe: Aan de hand van ervaringen van andere gemeentes en behoeften van de VvE's, stellen we een aanpak op hoe we de komende jaren ondersteuning kunnen bieden. Verwacht resultaat: Een meerjarig plan van aanpak voor ondersteuning VvE's.
Planning: Eind 2025 hebben we een plan van aanpak. Wellicht zal dit eerder zijn als we hierin kunnen optrekken met de Smart Delta Drechtsteden.
3.3.
Energiebesparing bedrijven
3.3.1. Hulp aan bedrijven en ondernemers tav energiebesparing Wat: We bieden ondernemers hulp met verduurzamen door twee gratis adviesmogelijkheden. 1. Een gratis energieadvies waarbij ze worden geholpen met inzicht in hun energieverbruik en beheer en de mogelijkheden die te optimaliseren achter de meter. Daarnaast wordt hen het concept van energiedelen uitgelegd en gestimuleerd indien van toepassing. 2. De omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid biedt het maken van warmtebeelden aan. Hiermee kunnen energielekken opgespoord worden. De ondernemer ziet op die manier waar in het gebouw de meeste energie verloren gaat. Hoe: Het aanbieden van energiebeheeradvies door een extern bureau dat inzicht geeft in de te nemen (bespaar)maatregelen. Warmtebeelden worden aangeboden door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Deze zijn door bedrijven aan te vragen via onze website en platform Duurzaam Drechtsteden. Verwacht resultaat: Ondernemers krijgen hulp bij hun energiebeheer en onderzoek naar welke elektrificatie en/of opwek maatregelen het beste bij hen passen. Warmtebeelden vergroten de bewustwording bij ondernemers. Planning: Doorlopend in 2025.
3.3.2. Het inzichtelijk maken van subsidies via ons Platform Duurzaam Drechtsteden. Wat: Er zijn een hoop verschillende subsidiemogelijkheden op het gebied van duurzaamheid voor ondernemers. Voor hen is het vaak lastig door de bomen het bos te zien. Wij willen dit voor hen inzichtelijker maken. Hoe: het inzichtelijk en toegankelijk maken van de subsidiemogelijkheden voor ondernemers via het Platform Duurzaam Drechtsteden. Dit wordt opgepakt met de Smart Delta Drechtsteden. Verwacht resultaat: Beter zicht hebben op subsidies verlaagt de drempel voor ondernemers om verduurzamingsmaatregelen te nemen. Planning: Q3 2025.
3.4.
Mobiliteit
3.4.1. Verdere ontwikkeling Poort aan de Noord Wat: In oktober 2024 heeft het College de gebiedsvisie Poort aan de Noord vastgesteld. Met een tijdshorizon tot 2035/2040 worden er samenhangende mobiliteitsverbeteringen geschetst voor Alblasserdam en de regio. In de eerste fase (2025) ligt de focus op het realiseren van een transferium voor Kinderdijk. In de verdere toekomst wordt er onder andere gekeken naar een uitbreiding van het transferium, vervoer over water, een verbetering van het openbaar vervoer en deelvervoer. Deze mobiliteitsverbeteringen volgen het STOMP principe. Hiermee worden inwoners en bezoekers van Alblasserdam gestimuleerd om alternatieven te gebruiken voor de privéauto. Hoe: In 2025 wordt het transferium gerealiseerd waardoor er minder verkeersbewegingen in het dorp zijn. Daarnaast wordt er ook gewerkt aan de verdere concretisering en uitwerking van Poort aan de Noord. Zo wordt er onder andere onderzoek gedaan naar de toevoeging van een waterbushalte onder de brug. Verwacht resultaat: Door de realisatie van Poort aan de Noord zullen inwoners en bezoekers van Alblasserdam vaker kiezen voor duurzamere alternatieven voor de privéauto. Het gebruik van deze alternatieven leidt tot minder uitstoot van schadelijke stoffen (waaronder CO2) en een verminderde noodzaak voor de aanleg van nieuwe infrastructuur (ten koste van groen).
Planning: doorlopend met een tijdshorizon tot 2035/2040. 3.4.2. Innovatieregeling Bereikbaarheid Drechtsteden Wat: De regionale bereikbaarheidsvraagstukken vragen om een mobiliteitstransitie om op de lange termijn bereikbaar te blijven. De innovatieregeling zorgt ervoor dat werkzaamheden om bijvoorbeeld de voor een betere bereikbaarheid benodigde fietsroutes en overstapplaatsen op OV te realiseren, aan aannemers uit de directe omgeving worden verstrekt. Tegelijk committeren deze aannemers zich aan maatregelen die bijdragen aan de mobiliteitstransitie.
Hoe: Vanaf 2025 zal de innovatieregeling regionaal worden opgezet. Dit gebeurt onder andere middels het opzetten van een opdrachtenpoule en het toelaten van ondernemers tot de innovatieregeling met de daaraan gekoppelde bijdrage aan de mobiliteitstransitie. Verwacht resultaat: De innovatieregeling zorgt ervoor dat er concrete werkzaamheden worden uitgevoerd ten behoeve van de mobiliteitstransitie. Daarnaast zullen (grote) lokale bedrijven concrete maatregelen treffen om bij te dragen aan de mobiliteitstransitie. De bijdragen aan de mobiliteitstransitie leidt tot minder uitstoot van schadelijke stoffen (waaronder CO2) en een verminderde noodzaak voor de aanleg van nieuwe infrastructuur (ten koste van groen). Planning: Doorlopend vanaf 2025. 3.4.3. Bandenspanning actie Wat: Als auto's rijden met zachte banden, moet de motor harder werken. Dit zorgt voor onnodig brandstofverbruik en CO₂-uitstoot. In 2025 willen we een actie voor inwoners waarbij autobanden gratis op de juiste spanning kunnen worden gebracht. Hoe: Via de Groene Garage, de Luchtbrigade of andere organisatie zetten we een actie op. Zij gaan een dag(deel) of meerdere op een openbaar parkeerterrein staan en met hun slimme meters de banden van verschillende soorten auto's van inwoners op de juiste spanning brengen. Hierover zal dan van tevoren gecommuniceerd worden.
Verwacht resultaat: Minder uitstoot van CO2 en microplastic en ook meer bewustwording bij inwoners. We hopen in ieder geval 50 automobilisten te helpen. Planning: Q2 2025, vlak voor de zomervakantie.
4. Klimaatadaptatie 4.1. Beleidsnota klimaatadaptatie borgen in de organisatie Wat: Eind 2024 willen we de beleidsnota klimaatadaptatie vast laten stellen in het college. Hiermee geven we duidelijke kaders met ruimte voor maatwerk aan initiatiefnemers. In 2025 gaan we zorgen dat dit in alle nodige processen is geïntegreerd. Hoe: Met de RO-adviseurs en de vergunningverleners van OZHZ stemmen we af hoe we dit beleid borgen. Verwacht resultaat: Klimaatadaptatie wordt standaard meegenomen bij ruimtelijke initiatieven. Planning: Q1 2025. 4.2. Verharding verwijderen voor meer waterdoorlatende varianten Wat: We vervangen bestrating van parkeerterreinen door waterdoorlatende bestrating. Hierdoor houden we regen beter en langer vast in de bodem. Dit is goed voor beplantingen en bomen en helpt tegen verzakking van de bodem door uitdroging. Regenwater dat we in de bodem kunnen opvangen hoeft ook niet te worden weggepompt naar de rivier. Hoe: We vervangen de dichte stenen door varianten waar regenwater doorheen kan vloeien. Ook verwijderen we waar dit kan overbodige verhardingen (het zogenaamde tegelwippen). Verwacht resultaat: we verwachten in 2025 zo'n 1000 vierkante meter verhardingen om te vormen naar waterdoorlatende oppervlaktes. Planning: Doorlopend in 2025. 4.3.
Vergroenen van Alblasserdam Wat: Er wordt een inventarisatie gemaakt hoe we de "Groene Loper", de hoofdverkeersroute door het dorp, groener en biodiverser kunnen maken. Daarnaast zal dit ook voor de andere hoofdwegen voor Alblasserdam worden gedaan en mogelijk nog gedetailleerder op wijkniveau. Gedacht moet worden aan het aanplanten van extra bomen en beplanting, het omzetten van verharding naar groen, de aanleg van natuurvriendelijke oevers en het aanplanten van bollen en het inzaaien van bloemen/kruidenmengsels. Ook zal het beheer van de bermen en oevers onder de loep worden genomen, om te bezien of met bijv. een ander maairegime, zoals minder frequent maaien en het maaisel afvoeren, de biodiversiteit kan worden vergroot. Hoe: E.e.a. wordt op kaart gezet en beschreven. Verwacht resultaat: Een groener en biodiverser Alblasserdam, e.e.a. afhankelijk van de financieel beschikbare middelen en gemaakte keuzes. Planning: Begin 2025 worden de ideeën gepresenteerd aan college en raad. Afhankelijk van de beschikbare financiële middelen, kunnen keuzes worden gemaakt. Sommige zaken, zoals het aanplanten van extra bomen, kunnen mogelijk nog in het eerste kwartaal 2025 worden uitgevoerd. Aanplanten van bollen kan pas weer in het najaar. Andere zaken hebben meer voorbereiding nodig of er zit een vergunningentraject aan vast, zodat deze pas in het tweede,
derde of vierde kwartaal 2025 kunnen worden gerealiseerd. Andere wensen kunnen op (korte of middellange) termijn worden meegenomen in op handen zijnde reconstructies. Dit werkt immers kostenbesparend. Het aanpassen van het beheer kan mogelijk in de loop van het jaar worden doorgevoerd. Dit is deels ook afhankelijk van planning en mogelijkheden van de aannemer die dit beheer volgens bestek bij ons uitvoert. Wellicht is uitstel van implementatie tot 2026 noodzakelijk.
5. Circulariteit 5.1. Actieplan Circulariteit uitvoeren Wat: Verbeteren van hergebruik en duurzaam gebruik van grondstoffen. Hoe: Kleine acties uitvoeren op het gebied van circulariteit die voor de gemeente Alblasserdam passend en effectief zijn. Bijvoorbeeld door een start te maken met circulair inkopen. Door een begin te maken met kleine acties groeien wij steeds meer op dit thema. Met de regio bekijken we of ook regionale samenwerkingen op dit gebied mogelijk zijn. Verwacht resultaat: Een start met de circulaire economie gemaakt te hebben Planning: Doorlopend. Preciezere planning zal in het actieplan staan waar mogelijk. 5.2. Circulariteit OZHZ Wat: Circulariteit en afvalstromen bij bedrijven onder de aandacht brengen. Hoe: In samenwerking met OZHZ onderzoeken we wat we kunnen doen om circulariteit onder de aandacht te brengen van bedrijven. Verwacht resultaat: Meer bewustwording bij bedrijven op het gebied van circulaire afvalstromen. Planning: Doorlopend in 2025 5.3. Acties vanuit het nieuwe grondstoffenplan Wat: Aan het nieuwe grondstoffenplan wordt op dit moment nog gewerkt. Het nieuwe grondstoffenplan wordt gemaakt met als doel dat bewoners nog beter hun afval gaan scheiden en het restafval vermindert. Voor de gehele gemeente wordt een wijze van inzameling vastgesteld.
Hoe: De uitvoering wordt voornamelijk uitgevoerd door team buitenruimte in samenwerking met onder andere HVC. Door middel van communicatie en afvalcoaches worden mensen ingelicht en geholpen met de nieuwe werkwijze. Voor de communicatie zal er gebruik worden gemaakt van de informatie die HVC hierover heeft. Verwacht resultaat: Het doel is om van circa 185 kg restafval per persoon naar maximaal 100 kg restafval per persoon te komen. Daarmee willen we aansluiten bij de VANG doelstellingen met als uiteindelijke doel maximaal 30 kg restafval per persoon. Inwoners zijn geïnformeerd over het verminderen en scheiden van afval. Planning: Doorlopend in 2025.