CU nedstaal vragen en antwoorden.pdf
Tekst van het document
Vragen ChristenUnie – Grondexploitatie Nedstaal II en samenwerking met ROM-D
Kan het college bevestigen dat de huidige rol van ROM-D op een juridisch juiste wijze tot stand is gekomen? En indien achteraf toch sprake blijkt van een onvolkomenheid, welke gevolgen heeft dat dan voor dit project? Ja, dat kunnen wij bevestigen. Hierbij is de keuze voor ROM-D als samenwerkingspartner om meerdere redenen logisch. Zowel vanuit het voortraject als vanuit onze eigendomsrelatie als medeaandeelhouder. De situatie dat het terrein zowel verhuurd als ontwikkeld wordt, maakt het redelijk uniek en zo ook de samenwerking hierin met ROM-D. Er is daarom een langer proces doorlopen om tot goede afspraken te komen. Deze zijn ook juridisch getoetst. Mocht de er toch sprake zijn van een onvolkomenheid dat bieden de overwegingen die zijn vastgelegd en de samenwerking met ROM-D ook nog houvast voordat dit eventuele consequenties voor het project kan hebben.
Wij hebben ook vragen over de positie van Alblasserdam binnen deze ontwikkeling. ROM-D beschrijft op haar website dat de ontwikkeling gericht is op maritieme en heavy manufacturing bedrijven en het optimaal benutten van de watergebonden infrastructuur.
Maar hoe worden specifiek de belangen van Alblasserdam hierin geborgd? Welke ruimte heeft de gemeente als eigenaar daadwerkelijk om te sturen op vestigingseisen, op economische activiteiten die bijdragen aan onze lokale opgaven en bijvoorbeeld aan de energietransitie? Met andere woorden: hoeveel beleidsruimte houden wij zelf in deze ontwikkeling? Zouden we niet mede moeten inzetten op bedrijven die veel restwarmte produceren, zodat dit beschikbaar wordt voor de energievoorziening in ons dorp? Eén van de doelen van de aankoop is om een ruimtelijke ontwikkeling in Alblasserdam mogelijk te maken en grip te hebben op deze ontwikkelingen. In de SOK is geborgd dat uitgifte van gronden, niet zonder instemming van Alblasserdam kan plaatsvinden. Dit geeft Alblasserdam maximale grip. Het inzetten op het creëren van restwarmte is daar niet eerder onderdeel van geweest. Duurzaamheidsopgaven en energietransitie zijn uiteindelijk factoren die meegewogen kunnen worden en richtinggevend kunnen zijn. In het licht van de omgevingsvisie en het verse coalitieakkoord ligt het voor
de hand om de woningbouwambitie en transformatie van VinkenwaardNoord dominant te laten zijn bij de weging. In het voorstel lezen wij dat gekozen is voor uitgifte in eigendom en dat erfpacht als alternatief wordt genoemd.
Is dit besluit tot verkoop in eigendom al definitief genomen? Zo ja, door wie en op basis van welke afwegingen? En als wordt gekozen voor verkoop, welke mogelijkheden zijn er dan om via kwalitatieve verplichtingen, kettingbedingen of andere juridische instrumenten de gewenste ontwikkeling voor Alblasserdam en de regio ook op langere termijn te borgen? Het besluit tot verkoop is nog niet definitief. Wel wordt de kans aanzienlijk kleiner om de gewenste ruimtelijke ontwikkeling in Alblasserdam te realiseren als gekozen zou worden voor het uitgeven in erfpracht.
We zien in de begrotingsstukken een overzicht van kosten en opbrengsten over meerdere jaren.
Hoe zeker zijn de geraamde opbrengsten op dit moment? Zijn deze gebaseerd op concrete afspraken en marktinteresse, of gaat het nog vooral om prognoses en aannames? En hoe verhouden deze bedragen zich tot toekomstige anterieure overeenkomsten of andere afspraken met marktpartijen? De geraamd opbrengsten zijn gebaseerd op een taxatie van de gronden.
Hoe realistisch acht het college de planning
Op welk moment concludeert het college dat de huidige koers moet worden heroverwogen als planning, kosten of marktomstandigheden tegenvallen? Als gedurende het project niet tot overeenstemming wordt gekomen over de beoogde ontwikkeling en transacties, kunnen alternatieven worden overwogen. Per saldo is niet te verwachten dat dergelijke wijzigingen grote effecten op de planning hebben. Het terrein leent zich voor het uitgeven van enkele grote kavels, de vraag naar ruimte is groot en het moment van beschikbaar komen van de kavels is goed in tijd gevangen.
Welke risicoreserveringen zijn opgenomen voor stijgende arbeids- en materiaalkosten? Het risico op hogere kosten doordat prijzen sneller stijgen is ingeschat op € 1 miljoen en een kans van 25%. Dit risico kan worden opgevangen in de reserve grondexploitaties. Daarnaast is in de grondexploitatie rekening gehouden met onvoorziene meerkosten van € 1,5 miljoen.
Hoe groot acht het college de kans op aanvullende bodemverontreiniging of asbestproblematiek, ondanks de reeds uitgevoerde saneringen? Het risico van aanvullende sloop en saneringswerkzaamheden is ingeschat op 25% en een risicobedrag van € 500.000. Daarnaast is het goed om te realiseren wat saneren inhoudt. De gronden moeten geschikt zijn voor beoogd gebruik en gegeven de ambitie om het terrein beschikbaar te houden voor industrie, maakt dat dit risico beperkt is. Bij transformatie naar een meer gevoelige bestemming als wonen zou dit van een andere orde zijn.
Zijn er nog bijzondere risico's verbonden aan het erfpachtrecht op het deel dat samenhangt met FN Steel? Er is een risico dat potentiële afnemers minder interesse hebben in de aankoop van een erfpachtrecht dan de aankoop van een kavel in volle eigendom. Hiermee is in de geraamde opbrengst rekening gehouden. Gegeven de grote schaarste aan beschikbare gronden en zeker gronden aan het water, met voldoende milieuruimte en beschikbaarheid van stroom, is het risico op lage interesse ingeschat als verwaarloosbaar klein.