CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Bouwhistorie.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 24 juni 2025, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 8: Renovatie Brug over de Noord - Voorstel14.748 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Aan de zuidzijde van de brug ligt op de oostelijke oever het grote industrieterrein van Nedstaal, dat tussen 1938 en 2017 hier gevestigd was.

4.1 SITUERING De verkeersbrug is gelegen over de rivier de Noord, die tussen de oostzijde van het eiland IJsselmonde en de westzijde van de Alblasserwaard stroomt. De Noord verbindt de BenedenMerwede en de Oude Maas bij Dordrecht met de noordzijde van Ridderkerk, waar de Lek en de Noord samenvloeien en de Nieuwe Maas vormen. De brug is gesitueerd tussen de dorpskernen van Hendrik Ido Ambacht in het westen en Alblasserdam in het oosten, die via de provinciale weg N915 met elkaar worden verbonden. Deze N915 was voorheen de Rijksweg A15, die in de loop van de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw een aangepast traject heeft gekregen, waarbij de Noord middels de Noordtunnel uit

Huidige situatie met centraal in de foto de brug over de Noord. foto: Google Maps 2017.

4.2 HOOFDVORM, PLATTEGROND EN OPBOUW De vorm van de brug bestaat uit drie delen: een aanbrug aan de westzijde, het centrale hoofddeel met boog en het bewegende deel in de vorm van een rolbascule met ondergelegen kwadranten aan de oostzijde. Het bewegende deel en de aanbrug hebben eenzelfde uiterlijk gekregen. De boog boven

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 52

het centrale deel is van het type boogbrug met trekband en wordt gedragen door twee pijlers. De opbouw van de brug is niet symmetrisch. Ter plaatse van de hef is, naast de aanwezigheid van een kelder voor de rollende kwadranten met het contragewicht, aan de zuidzijde van de pijler ook nog een trappenhuis met oorspronkelijk brugwachtershuis gesitueerd. Het huidige brugwachtershuis stamt uit 1972 en is aan de noordzijde van de brug gesitueerd. Het 12 meter brede wegdek bestaat uit een dubbele rijbaan en busbaan met aan weerszijden een met een vangrail afgeschermd fietspad met voetpad, op een fundering van ijzeren consoles aan de dwarsliggers.

Zicht op de brug, gezien richting het zuidoosten. Links is de aanbrug gesitueerd.

Zicht op de zuidzijde van de brug, gezien richting het noordoosten.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 53

De onderzijde van de hef gezien richting het zuidwesten.

De boog gezien vanaf het noordelijke fietspad richting het westen.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 54

4.3 LANDHOOFDEN EN PIJLERS De opbouw van de beschrijving bestaat uit een eerste deel waarin de aanwezige kelderpijler met eventuele gevelopeningen met vullingen aan bod komt. Daarna zullen het landhoofd en de pijlers worden omschreven.

varianten, waarbij het onderste deel van de oorspronkelijke palen is hergebruikt. Op de nieuwe paalkoppen zijn betonnen liggers geplaatst die de betonnen kuip dragen waari n het met asfalt bedekte wegdek is gestort.

Zicht op de reeks betonnen funderingspalen die ten oosten van de kelderpijler zijn gesitueerd. Het wegdek is van beton. Zicht op de betonnen palen die de verhoogde oostelijke oprit van de brug dragen. Het bovenste deel van de palen is recentelijk voorzien van nieuwe koppen.

4.3.1 Kelderpijler oostzijde Aan de oostzijde van de burg is de hef gesitueerd, en is zodoende een kelderpijler aanwezig. De oprit van de brug bestaat aan deze oostzijde uit een reeks betonnen palen die het recentelijk gerenoveerde verhoogde wegdek dragen. Tijdens deze renovatie zijn de paalkoppen vervangen voor nieuwe

Het wegdek, dat bestaat uit een dubbele rijbaan en busbaan met aan weerszijden een met een vangrail afgeschermd fietspad met voetpad, sluit aan op de oostelijke kelderpijler. Ter plaatse van de pijler wijken de beide fietspaden wat uit naar buiten. Aan de bovenzijde zijn langs de fietspaden stalen hekken geplaatst, die zijn voorzien van horizontaal geplaatst regelwerk en behoren tot de oorspronkelijke bouwfase.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 55

Zicht op de zwenkende oostelijke oprit, gezien richting het oosten. Rechts zijn de fabrieken van Nedstaal zichtbaar.

De oostelijke oprit gezien naar het westen.

Ter plaatse van de oostelijke kelderpijlerzwenken de fietspaden wat uit. Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 56

Zicht op de zuidzijde van de betonnen kelderpijler aan de oostzijde van de Noord. Het trappenhuis onder het oorspronkelijke brugwachtershuis op overhang had een stalen lichtpui, die in 1972 is gesloopt (rode pijl). foto: alblassernieuws.nl, 23 januari 2012.

Detail van de plint van de kelderpijler, waarin basalt en graniet zijn gebruikt.

De kelderpijler bij het bewegende deel is drie bouwlagen hoog en opgetrokken uit gewapend beton. De plint van de pijler is voorzien van blokken basalt en een granieten dekplaat. Aan de waterkant is het muurwerk beschermd door een recent aangebracht hardhouten frame van stijl- en regelwerk. Aan de bovenzijde, ter hoogte van het wegdek, is een borstwering van beton met dekstenen van graniet aangebracht. De bovenzijde van de borstwering wordt deels afgesloten met een oorspronkelijk hekwerk van staal of verhoogde granieten blokken.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 57

Het onderstel deel van de kelderpijler is aan de waterkant voorzien van een houten frame.

Verhoogde borstwering van graniet boven de oostelijke kelderpijler.

De borstwering van de kelderpijler heeft deels een stalen hekwer k op granieten dekstenen.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 58

Zicht op de westzijde van de kelderpijler met zuidelijke overhang met trappenhuis en verdwenen brugwachtershuisje. De dubbele stalen deur is alleen vanaf het water bereikbaar.

Het brugwachtershuisje met trappenhuis vlak voor oplevering van de brug. foto: De Maasbode, 09-06-1939, delpher.nl.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 59

Zicht op het brugwachtershuis uit 1972, aan de noordzijde van de kelderpijler.

Aan de bovenzijde van de kelderpijler was aan de zuidkant een geïntegreerd brugwachtershuis aanwezig, behorende tot de oorspronkelijke bouwtijd. Met de bouw van het nieuwe wachthuis in 1972 aan de noordzijde van de brug is het oorspronkelijke huis afgebroken. De oorspronkelijke overhang met aan de onderzijde een doorlopend trappenhuis van waaruit de verschillende niveaus in de pijler bereikt kunnen worden zijn nog wel aanwezig.

Stalen trappen met bordessen tegen de noordgevel van de kelderpijler. Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 60

Aan de noordzijde is zoals gezegd in 1972 een nieuw brugwachtershuis gebouwd, bestaande uit een hoge stalen voet, waarop een opbouw van kunststof en aluminium puien zijn aangebracht. Het plat dak van dit huisje is vermoedelijk bedekt met bitumen. De entree tot het huisje kan worden verkregen via een stalen steektrap met aan beide zijden een stalen hekwerk. Tegen de noordgevel van de kelderpijler zijn overigens nog meer stalen trappen gemaakt, die middels bordessen in verbinding staan met de machinekelder van de hef. De toegang tot de kelder wordt afgesloten met een in 1976 aangebrachte stalen deur.

Tegen de oostzijde van de pijler is op de oever een nieuw transformatorhuis gebouwd met een coating van beton en een bergingshok van betonsteen. Beide bouwdelen zijn voorzien van een plat dak dat met bitumen is bedekt. De noord- en zuidgevel van de kelderpijler zijn voorzien van verschillende vensteropeningen. Ter hoogte van de begane grond zijn in beide gevels hoge betonnen 6-ruits vensters gemaakt. De verdieping er boven is voorzien van kleine vensters, die zijn ingezet met verticale stalen 2-ruits kozijnen. In het opgaande werk van het trappenhuis onder het overhangende brugwachtershuis aan de zuidzijde zijn aan de zuid- en oostzijde ook van dat soort kleine vensters aangebracht. Van oorsprong was aan de oostzijde van het trappenhuis overigens een grote halfronde lichtpui aanwezig, die over de hele lengte van het trappenhuis liep en ingezet was met stalen kozijnen. In de westzijde van het trappenhuis is op de onderste laag ook nog een entree aanwezig, die is ingezet met een dubbele stalen deur. Deze entree is enkel vanaf het water betreedbaar.

Tegen de oostzijde van de kelderpijler zijn recentelijk een transformatorhuisje en een berging gebouwd. Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 61

Zicht op de noordgevel van de kelderpijler, met de aanwezige vensters.

Zicht op het landhoofd aan de westzijde van de brug.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 62

Zicht op de omgang aan de bovenzijde van de plint bij het westelijke landhoofd.

Detail van de bekleding van basalt en graniet bij het landhoofd.

4.3.2 Landhoofd westzijde Aan de westzijde van de brug, ter plaatse van de aanbrug, is een landhoofd gesitueerd. De opbouw van het landhoofd bestaat uit een plint van basalt blokken, waarboven een moderne betonnen afdekking is aangebracht. Deze afdekking dient als vloer voor een met een stalen hekwerk afgesloten omgang.

Deze omgang geeft middels een stalen ladder toegang tot een recent aangebrachte baan met verfwagen die gebruikt wordt voor onderhoudswerkzaamheden aan de onderzijde van de aanbrug. Daarboven is opgaand werk van beton, afgewerkt met een pleisterlaag. Aan de bovenzijde is de betonnen borstwering met granieten dekstenen aanwezig, die wordt afgesloten met eenzelfde soort van stalen hekwerk als aan de oostzijde van de brug. De aansluiting van het geasfalteerde wegdek van de oprit naar de aanbrug is voorzien van een stalen voegovergang.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 63

Detail van de stalen voegovergang tussen oprit en aanbrug, aan de westzijde van de brug.

De borstwering van het landhoofd is op dezelfde manier afgewerkt als aan de overzijde bij de kelderpijler.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 64

Zicht op de oprit naar de aanbrug, gezien richting het westen.

Aan de noordzijde is onder de aarden wal die tegen het landhoofd is aangebracht nog een betonnen kazemat aanwezig, die in de huidige situatie niet betreedbaar is. 4.3.3 Pijlers

Aan de noordzijde van het landhoofd is een restant van een betonnen kazemat uit 1939 zichtbaar.

De twee pijlers die de boog dragen zijn opgebouwd uit een betonnen kern die een afwerking heeft van basaltblokken met een granieten bovenzijde. Aan de kopse kanten is de pijler voorzien van halfronde uiteinden. De bovenzijde van de pijlers bestaat uit twee hoge blokken van beton die naast het gewicht van de boogbrug ook de aansluiting vormen van de vakwerk onderliggers van de aanbrug.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 65

De oostelijke pijler, gezien vanaf de oostelijke oever.

De westelijke pijler, gezien vanaf de westelijke oever.

De zuidelijke kant van de oostelijke pijler, gezien vanaf de hoofdoverspanning.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 66

4.4 CONSTRUCTIEVE ELEMENTEN 4.4.1 Boogbrug met hoofdoverspanning De vakwerkboog heeft een overspanning van 178 meter en is bijna 50 meter hoog. De verbindingen van de verschillende onderdelen van de boog zijn van geklonken staal. De bovenste en onderste boogrand zijn opgebouwd uit U-profielen met geklonken platen en komen samen ter hoogte van de oplegging. Tussen de bogen zijn twintig gelaste verticale hangers aan elke zijde aangebracht. De beide portalen zijn breder uitgevoerd waarbij aan beide zijden een zware schetsplaat is aangebracht ter versteviging van de verbindingen. Aan de bovenzijde van de boog zijn de bovenwindverbanden tussen de noordelijke en zuidelijke helft uitgevoerd als Kvormige stalen stabiliteitsverbanden, die middels stalen verbandstaven in vakwerkvorm ook met de onderste boogrand in verbinding staan. De K-vormige verbanden zijn opgebouwd uit twee U-profielen die met gelaste platen zijn verbonden. De onderliggende verbandstaven zijn gemaakt van stalen profielen. Het hoogste punt van de boog heeft een dubbel vakwerkverband gekregen waardoor er een kruisvorm is ontstaan. Het gebruikte staal voor de randen van de vakwerkbogen, de diagonalen in het middenveld en de trekbanden is St. 52 staal. De boog van de hoofdoverspanning is opgebouwd uit een bovenste en onderste boogrand waartussen vakwerkliggers zijn geplaatst.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 67

Detail van de hangers van de boogbrug.

Het portaal aan de westzijde heeft een veel zwaardere constructie dan de overige dwarsverbanden. De bovenliggende K-verbanden zijn duidelijk zichtbaar op deze foto. Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 68

Detail van het brede oostelijke portaal.

Detail van het vakwerk tussen de boogranden en de stabiliteitsverbanden (bovenwindverband en dwarsverband) tussen het noordelijk en zuidelijke deel van de boog.

Detail van de oostelijke aansluiting bij het wegdek van de onderste boog aan de noordzijde van de brug.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 69

Detail van de dekconstructie van de hoofdoverspanning, met aan de buitenzijde het fietspad op ijzeren consoles. Rechts op de foto is de geel geverfde baan met verfwagen zichtbaar.

De blauw en grijs geverfde dekconstructie ter hoogte van de hoofdoverspanning bestaat uit de dwarsliggers waartussen de langsdragers en in K-vorm uitgevoerde onderwindverbanden zijn aangebracht. De opbouw van de onderwindverbanden bestaat uit dubbele I-profielen die verbonden zijn met gelaste platen. Het lijkt erop alsof deze profielen later zijn toegevoegd. Aan de onderzijde van de dekconstructie is in 1987 een nieuwe verfwagen inclusief baan gehangen, die geel geverfd is en via een stalen ladder tegen de oostelijke pijler bereikt kan worden.

Detail van de dekconstructie met de dwarsliggers en langsliggers bij de hoofdoverspanning.

Het wegdek bestaat bij de hoofdoverspanning uit een betonnen dek.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 70

Zicht op de beide wielen van de hoofdliggers. Aan de achterzijde van het wiel is de rolbaan met pennen zichtbaar. De onderzijde van het wiel grijpt zich hierin vast, waardoor de constructie gecontroleerd naar achteren kan bewegen. Rechts bovenin is het contragewicht zichtbaar, die de kwadrant laat kantelen.

De onderzijde van het wiel bestaat uit segmenten van gietijzer (rode pijl). Rechts zijn de pennen duidelijk zichtbaar die op de rolbaan zijn bevestigd. Op de voorgrond is een in 1985 aangebracht stabiliteitsverband zichtbaar.

4.4.2 Hef

Tussen de beide hoofdliggers zijn in 1985 nieuwe stabiliteitsverbanden aangebracht, die nu nog aanwezig zijn. Aan de rolsectoren zijn aan de onderzijde drie, uit 1985 stammende, losse gietijzeren segmenten aangebracht met bouten. De onderzijde van deze segmenten vormen de loopvlakken en zijn voorzien van cilindrische tapse gaten, waar de pennen van de rolbaan in vallen bij het heffen van het val. De pennen zijn in 1985 verhoogd en hebben toen een aangepaste vorm gekregen.

De blauw geverfde constructie van het beweegbare deel bij de brug over de Noord wordt ook wel een Scherzerbrug of panamawiel genoemd, waarbij het achtereinde van de hoofdliggers als wiel is geconstrueerd. De totale overspanning van de hef is 42 meter en daarmee de rolbasculebrug met de langste overspanning van Nederland. De opzet van de constructie bestaat uit twee hoofdliggers, waarvan het uiteinde als wiel is uitgevoerd. Deze rolsectoren, met een straal van 7 meter, zijn van geklonken staal.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 71

Zicht op de zuidelijke rolbaan met op de voorgrond het stervormige stabiliteitsverband.

Detail van de scharnieroplegging van de noordelijke rolbaan.

Detail van de scharnieroplegging van de noordelijke rolbaan. De bovenzijde van de rolbaan is in 1985 vervangen, duidelijk herkenbaar aan d e aanwezige bouten i.p.v. klinknagels.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 72

Detail van de zware schetsplaten die het stervormige verband tussen de beide rolbanen verbindt.

De loopbanen zijn gemaakt van twee zware I-profielen, waarvan het bovenste deel in 1985 is vervangen, en onderling verbonden middels een stabiliteitsverband van vakwerkliggers in een stervorm, die in het midden is verstevigd met zware schetsplaten. De zware scharnieroplegging aan de voor- en achterzijde van de rolbanen is met bouten verankerd in het beton van een verhoogd vloerniveau van de kelder.

Zicht op de noordelijke elektromotor, naast het contragewicht, gezien richting het westen. Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 73

Detail van de achterzijde van het contragewicht. De pinnen in het beton zijn aangebracht voor het ophangen van extra ballast.

Aan de achterzijde van het wiel hangt een contragewicht, dat middels een verbinding met een door een elektromotor aangedreven tandrad in beweging gezet kan worden, waardoor het val beweegbaar gemaakt kan worden. De elektromotor staat in verbinding met het middelpunt van de rolsector en het contragewicht, bestaande uit beton, is met stalen profielen verbonden met de achterzijde van het wiel . De constructie van het beweegbare deel met panamawiel en loopvlakken, machines en hoofdliggers is nog oorspronkelij k, hoewel er in 1985 veel aanpassingen zijn gedaan om de constructie te stabiliseren. Detail van de aansluiting tussen de zuidelijke hoofdligger en de elektromotor. Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 74

Zicht op de zuidelijke tandradbaan waarover de elektromotor zich naar achteren trekt, waardoor het contragewicht begint te zakken.

Het val in werking, waarbij een overspanning van 42 meter tot 60 meter hoog reikt.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 75

De dekconstructie met dwarsliggers, vakwerkliggers en een onderwindverband.

Detail van de oplegging van de langsliggers op de dwarsliggers.

De dekconstructie bestaat uit dwarsdragers waartussen acht langsliggers zijn aangebracht en hangende vakwerkliggers in Vpatroon. De onderwindverbanden bestaan uit een koppelbalk met stabiliteitsverbanden in een K-vorm waarop verbandstaven aansluiten. De koppelbalk en de stabiliteitsbanden zijn van dubbele u-profielen die met gelaste platen met elkaar zijn verbonden. Aan weerszijden van de onderwindverbanden zijn niet oorspronkelijke stalen bordessen met leuningen aangebracht. Het wegdek bij de hef is van staal en in 1982 aangebracht, voorzien van een asfalt deklaag. De zijpaden hebben een houten dek, ook uit 1982. Het gebruikte staal voor de liggers is een St. 52 profiel.

Het uiteinde van het val rust op een oplegging op de oosteli jke pijler.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 76

Het dek bij de fietspaden bestaat uit houten liggers.

Zicht op de dekconstructie van de aanbrug, die geen onderwindverbanden heeft.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 77

4.4.3 Aanbrug

4.5 INDELING EN INTERIEUR KELDERPIJLER

De aanbrug heeft een overspanning van 48 meter en is opgebouwd uit hangende vakwerkliggers van geklonken staal in V-patroon.

De kelderpijler is opgedeeld in een hoofddeel waarin het panamawiel is geplaatst en een deel bij de overhang met trappenhuis en oorspronkelijk brugwachtershuis. Het hoofddeel is ongedeeld en heeft geen verdiepingen, terwijl het trappenhuis een indeling van drie open verdiepingen kent, die worden verbonden met betonnen bordestrappen.

De dekconstructie bestaat uit dwarsdragers waartussen acht langsliggers zijn aangebracht. Onder de langsliggers zijn stabiliteitsverbanden aangebracht in een K-vorm. Aan de onderzijde van de dekconstructie is in 1987 een nieuwe verfwagen inclusief baan gehangen, die geel geverfd is en via een stalen ladder tegen de oostelijke pijler bereikt kan worden. Het wegdek is, net als bij de hoofdoverspanning, van beton. Het gebruikte staal voor de liggers is een St. 52 profiel.

De hoofdkelder kent verschillende vloerniveaus, die bepaald worden door de functie van het desbetreffende deel. Zo is er aan de achterzijde een dieper vloerniveau aanwezig, omdat hier het contragewicht in naar beneden zakt. Aan de voorzijde is ook een dieper vloerniveau voor het opvangen van eventueel hoog water. Deze dieper gelegen niveaus zijn zwart geschilderd en worden van elkaar gescheiden door een betonnen loopbrug met stalen hekken. Aan de achterzijde van de kelder is ter hoogte van het contragewicht ook nog een hoog niveau gemaakt. Hierdoor is het mogelijk om bij de tredbanen van de elektromotoren te komen en om aan de achterzijde van het gewicht ballast toe te voegen.

Zicht op de zuidelijke kant van de aanbrug, waarbij de vakwerkliggers duidelijk zichtbaar zijn.

Al deze niveaus zijn via originele betonnen bordessen en trappen met geel geverfde stalen leuningen verbonden. Tegen de zuidgevel is nog een berghok aanwezig, dat wordt afgesloten met een oorspronkelijke stalen deur met 3-ruits raam.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 78

Zicht op de achterste helft van de kelder, die een dieper kelderniveau heeft vanwege het contragewicht dat hier naar beneden zakt.

De verschillende niveaus in de kelder zijn via bordessen en trappen met elkaar verbonden.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 79

Zicht op het voorste deel van de kelder, waar ook een diep niveau aanwezig is.

Zicht op de achterste kelder vanaf het hoogste niveau van het contragewicht.

Tegen de zuidgevel is nog een oorspronkelijk berghok met stalen deur aanwezig.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 80

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 81

5 BOUWHISTORISCHE WAARDENBEPALING Als eerste onderdeel van de waardenstelling volgt hieronder de algemene contextuele redengevende waardenstelling, gevolgd in paragraaf 5.5 door de getrapte waardenstelling op onderdelen. 5.1 ARCHITECTUUR- EN BOUWHISTORISCHE WAARDEN De brug heeft een zeer hoge architectuurhistorische waarde als gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een gecombineerde boogbrug met dubbele randen en rolbascule uit de vooroorlogse periode, uitgevoerd in opdracht van het Bruggenbureau van Rijkswaterstaat.

noemenswaardige oorlogsschade te hebben opgelopen, en nog op de oorspronkelijke plaats ligt. Dit geldt ook voor de beide opritten naar de brug toe, waarbij met name de oostelijke oprit op betonnen funderingspalen imposant te noemen is. De koppen van deze palen zijn overigens recentelijk vervangen door nieuwe varianten en hebben een minder hoge waarde. Alle latere aanpassingen aan de brug, zoals de verfwagens , stalen looppaden en de trappen en leuningen op de boog zijn niet waardevol. Het wegdek van de brug is in 1982 vervangen voor een stalen variant, waarbij de voet en fietspaden aan weerszijden van de weg zijn voorzien van een houten dek.

De voor de constructie gebruikte materialen (staal en beton) zijn kenmerkend te noemen voor de bruggenbouw van dit brugtype in het tweede decennium van de twintigste eeuw. De constructieve opzet met een boog met dubbele randen en windverbanden in K-vorm, een aanbrug met vakwerkliggers, en een rolbascule met onderwindverbanden en vakwerkliggers behoort tot een van de meest complete en kostbaarste projecten van het Bruggenbureau van vóór de Tweede Wereldoorlog.

Voor het bewegende deel van de brug is een zogenaamd panamawiel toegepast. Deze techniek van een kwadrant die middels een door elektromotoren aangedreven rolsector in beweging wordt gezet, werd voornamelijk toegepast bij sluizencomplexen. Ook bij bruggenbouw was een dergelijke techniek in 1938 niet nieuw maar was nog niet vaker in een dergelijk grote uitvoering gebouwd. De oorspronkelijke opbouw van stalen hoofdliggers, rolsector, betonnen ballastblok en elektromotoren, inclusief alle stalen opleggingen, rolbanen en heugelbanen, is nog geheel aanwezig en heeft een zeer hoge bouwhistorische waarde.

Bijzonder is dat de complete brug, inclusief kelderpijler, pijlers en landhoofd nog in de oorspronkelijke staat verkeert, zonder

De aanpassingen uit 1985 van stabiliteitsverbanden tussen de rolsectoren, de verhoging van de tanden van de rolbaan en het

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 82

vernieuwen van de segmenten aan de onderzijde van de wielen dienen vooral een technisch nut en hebben hierdoor een zekere waarde omdat het bewegende deel in werking kan blijven. Andere bruggen met een panamawiel waren aanwezig in de verdwenen basculebrug in de Oude Weg bij Joure uit 1936, de nog aanwezige Kaagbrug over de Ringvaart in de Haarlemmermeer te Sassenheim uit 1937/1938, de nog aanwezige brug over de Stadsgracht te Sneek uit 1938 en tenslotte de verdwenen brug over het Kruiswater te Bolsward uit 1939/1940. Aan de oostelijke zijde van de Noord is de kelderpijler gelegen, waar het technische deel van de rolbascule in onder gebracht is. Dit betonnen bouwdeel bestaat uit een voormalig trappenhuis en kelderruimte. Aan de noordzijde van de kelderpijler is een in 1974 aangebracht bedieningshuis gesitueerd. De opzet en indeling van de kelderpijler is grotendeels nog oorspronkelijk, waarbij raamindelingen behouden zijn en verschillende binnendeuren bewaard zijn gebleven. Deze oorspronkelijke elementen zijn sober van uitvoering maar hebben wel een hoge bouwhistorische waarde vanwege de materialisering en detaillering. Alle latere aanpassingen aan de kelderpijler, zoals het op een stalen voet geplaatste kunststof bedieningshuis uit 1974, met bijbehorende stalen trappen en entree tot de kelderruimte zijn niet waardevol.

De brug kent een sobere afwerking van stalen leuningen met horizontaal profiel en balustraden van beton met granieten dekplaten. Evenwel zijn deze elementen nog oorspronkelijk en zodoende waardevol vanwege detaillering. 5.2 CULTUURHISTORISCHE WAARDE De brug over de Noord bezit cultuurhistorische waarde als onderdeel van het nationale Rijkswegenplan uit 1927 en behoort tot een reeks verkeersbruggen over verschillende rivieren en kanalen die door het speciaal hiervoor opgerichte Bruggenbureau van Rijkswaterstaat zijn gerealiseerd in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Door de bouw van de brug werd de verbinding tussen Rotterdam en het oosten van het land verbeterd. De brug over de Noord zou tot 1992 onderdeel van de verkeersweg A15 blijven. Met de opening van de naastgelegen Noordtunnel in dat jaar werd de brug ontheven van de zware verkeersstroom en opgenomen in het provinciale wegennet. De brug speelde een belangrijke rol tijdens de begindagen van de Tweede Wereldoorlog waardoor de Duitse bezetting enkele dagen vertraging opliep. Het bleek dat de brug niet was opgenomen in de stafkaarten van het Duitse leger, waardoor ze bij de inval geen rekening hielden met het veiligstellen van deze oversteek. Ook de nog aanwezige betonnen kazemat ter verdediging van de brug met name vanuit de rivier aan de

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 83

westzijde van de Noord is symbolisch voor de periode waarin de brug gebouwd is en van bouwhistorische waarde.

de kwalificaties volgens de door de Stichting Bouwhistorie Nederland opgestelde richtlijnen gehanteerd.

5.3 ZELDZAAMHEIDSWAARDE

Aan het einde van dit hoofdstuk zijn de waardenkaarten opgenomen. Van de kelder is geen plattegrond beschikbaar.

De brug over de Noord kent een hoge zeldzaamheidswaarde, waarbij Rijkswaterstaat een verkeersbrug gebouwd heeft naar een zeer compleet schema, uitgevoerd met aanbrug, opritten, boog met dubbele randen en een rolbascule, die op moment van opening in 1939 de grootste en zwaarste overspanning had van Europa. Het is uniek dat het technische hart van de rolbascule nog altijd vrijwel dagelijks in werking is. 5.4 SITUERINGS- EN ENSEMBLEWAARDE De brug met zijn opvallende architectonische verschijning in samenhang met de staalfabrieken van Nedstaal ten zuiden van de brug aan de oostzijde hebben een hoge beeldwaarde voor de omgeving. De ligging van de brug met de stedelijke omgeving van Dordrecht in het zuiden en de landelijke omgeving van de polders van de Wetering in het oosten en noorden (met ondermeer Kinderdijk) zorgen ervoor dat de brug een landmark is dat vanuit een wijde omtrek zichtbaar is.

5.5.1 Algemeen hoofdopzet brug █ Hoge waarde - Ruimtelijke compositie en hoofdopzet van de brug met de betonnen kelderpijler, pijlers, landhoofd en de stalen boogbrug met dubbele randen als hoofdoverspanning met aanbrug en rolbascule met vakwerkliggers. █ Positieve waarde - n.v.t. █ Indifferente waarde - Opbouw en afwerking van het bedieningshuis uit 1974, inclusief de stalen trappen en entree aan de noordzijde van de kelderpijler. 5.5.2 Constructie & elementen █ Hoge waarde

5.5 GETRAPTE WAARDENSTELLING OP ONDERDELEN In deze paragraaf volgt een overzicht van de waardevolle onderdelen van het exterieur en het interieur. Daarbij worden

-

De staalconstructie van de hoofdoverspanning met dubbele randen, dwarsverbanden en bovenste Kverbanden, zwaar aangezette portalen, hangers en raam in het midden van de boog, langs- en dwarsliggers met

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 84

-

-

-

-

onderwindverbanden in K-verband aan de onderzijde en de stalen consoles aan de dwarsliggers waar de fietspaden zijn gesitueerd. De staalconstructie van de rolbascule met twee hoofdliggers met staartdeel met rolsectoren en frame voor het ballastblok, de vakwerkliggers met diagonale onderwindverbanden met stalen profielen met schetsplaten en langs- en dwarsliggers met onderwindverbanden in K-verband aan de onderzijde en de stalen consoles aan de dwarsliggers waar de fietspaden zijn gesitueerd. De rolbanen en heugelbanen in de kelderruimte met elektromotoren, locomotieven, tanden en heugels. De gewapend beton constructie van de kelderpijler inclusief oorspronkelijke vensters en doorgangen met stalen vullingen en binnendeuren met bovenlichten. De staalconstructie van de aanbrug met vakwerkliggers, langs- en dwarsliggers met onderwindverbanden in Kverband aan de onderzijde en de stalen consoles aan de dwarsliggers waar de fietspaden zijn gesitueerd. De betonnen pijlers met afdekking van graniet en basalt. Alle opleggingen van stalen kussens in de kelderpijler, op de pijlers en het landhoofd. Balustraden van beton, staal en graniet op hoofdoverspanning, kelderpijler en landhoofd. Opritten aan beide zijden van de brug, inclusief hekwerk. Betonnen kazemat aan de westzijde van de brug.

█ Positieve waarde

-

De constructie van het stalen wegdek met asfalt en het houten dek bij de voet- en fietspaden.

█ Indifferente waarde -

alle later toegevoegde kunststof en stalen trappen, bordessen, hekken, rails en verfwagens. Modern betonnen trafohuisje en berghok aan de westzijde van de kelderpijler.

5.6 TOELICHTING WAARDENGRADATIES De volgende waardengradatie (getrapte waardenstelling), toegesneden op het toegepaste bouwhistorisch onderzoek, wordt in de waardenbepaling gehanteerd (de bijbehorende kleuren corresponderen met de gebruikte gradaties in de waardenkaarten). Achter iedere waarde volgt een korte toelichting ten behoeve van het toegepaste bouwhistorisch onderzoek, zoals dit in het herontwikkelingsproces kan worden ingezet. Zie ook de achter dit hoofdstuk gevoegde waardenkaarten. █ Hoge monumentwaarde (blauw) Alle beschermenswaardige onderdelen die van wezenlijk en onlosmakelijk belang zijn voor het historische object / monument en zijn bouwhistorische ontwikkeling en derhalve onverkort gerespecteerd moeten worden. Bij schade moet uitgegaan worden van herstel en behoud van een maximum aan oorspronkelijk materiaal.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 85

█ Positieve monumentwaarde (groen) Alle beschermenswaardige onderdelen die voor de instandhouding van de ontwikkelingsgeschiedenis van het historische object / monument veel waarde bezitten. Behoud is gewenst, maar de waarde is niet zodanig hoog, dat aanpassing of verandering onmogelijk is. Voorwaarde is dat het onderdeel als dusdanig herkenbaar blijft. █ Indifferente monumentwaarde (geel) Onderdelen, die niets of weinig aan de waarde van het gebouw toevoegen en ook geen wezenlijke onderdelen van de ontwikkelingsgeschiedenis zijn. Behoud is mogelijk, maar niet noodzakelijk.

5.7 WAARDERINGSPLATTEGRONDEN De volgende waarderingsplattegronden zijn gemaakt op basis van de beschikbare inmeting bestaande situatie in 2003, aangeleverd door Rijkswaterstaat en de bouwtekening uit 1974 van het bedieningshuis (archief RWS: 2.016, bundel nr. 3602, map nr. 82A).

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 86

Dateringen

Aanzicht hoofdoverspanning

Bovenaanzicht hoofdoverspanning

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 87

Dwarsdoorsnede val

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 88

Zijaanzicht noordzijde val met kelderpijler en oprit

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 89

Waarden

Aanzicht hoofdoverspanning

Bovenaanzicht hoofdoverspanning

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 90

Dwarsdoorsnede val

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 91

Zijaanzicht noordzijde val met kelderpijler en oprit

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 92

6 SUGGESTIES EN AANBEVELINGEN Uit het onderzoek en de daaruit voortvloeiende waardenstelling is gebleken dat de brug een hoge cultuurhistorische waarde bezit. Dat de brug cultuurhistorische waarde bezit is reeds erkend door de aanwijzing als Rijksmonument en bijgevolg door de kwalificatie als Rood Kunstwerk door Rijkswaterstaat. De eerder toegekende cultuurhistorische waarde aan deze bijzonder gaaf bewaarde brug heeft er toe geleid dat de brug door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is aangemerkt als beschermd monument, binnen het in de jaren ’90 op landelijke schaal uitgevoerde Monumenten Inventarisatie Project (inventarisatie architectuur en stedenbouw uit de periode 1850-1940). Vanuit dit ongeveer 15 jaar geleden afgeronde project zijn ook andere bruggen uit deze periode, waaronder de Maasbrug (Thompsonbrug) bij Grave en de Waalbrug bij Nijmegen beschermd als Rijksmonument.

een gele kleur is gekozen, die vermoedelijk niet overeenkomt met de oorspronkelijke kleur van een dergelijke wagen. Om de beeldbepalende kwaliteiten van de brug te behouden is het van belang om de bestaande cultuurhistorisch waardevolle elementen en materialen, zoals die in dit rapport zijn opgesomd, zo lang mogelijk te behouden en zo veel mogelijk te herstellen met dezelfde soort materialen en technieken, zoals die bij de oorspronkelijke bouw zijn toegepast. Mocht er twijfel zijn over wat te doen bij herstellingen en onderhoudswerkzaamheden wordt geadviseerd om altijd een deskundige te raadplegen. Dit geldt ook bij vervanging en renovatie van onderdelen of bij het maken van plannen voor dergelijke ingrepen.

Het valt aan te bevelen dat bij een groot onderhoud wordt gekeken naar eventueel oudere kleurafwerkingen. Tijdens het veldwerk, dat de grondslag vormt voor dit rapport, is niet verder onderzocht welke kleuren er nog aanwezig zijn onder de huidige verflagen. Daarnaast kan er tevens worden gekozen voor een afwijkende kleurstelling voor nieuwe of niet oorspronkelijke elementen, zoals hekwerken, trappen en leuningen. De later aangebrachte verfwagens bij de aanbrug vormen hierbij een reeds bestaand en goed voorbeeld waarbij Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 93

7 BRONNEN EN LITERATUUR Archief Rijkswaterstaat: - beeldbank - archief Utrechts Archief (UA): beeldbank Thuis in Brabant (TIB): beeldbank Geheugen van Nederland (GVN): beeldbank Internet - google maps - autosnelwegen.nl - zuidfront-holland1940.nl Literatuur - J. Oosterhoff, B.H. Coelman, W.A. de Wagt, Bruggen in Nederland 1800-1940. Beweegbare bruggen, Utrecht 1999. - H.M.C.M. van Maarschalkerweert, J. Oosterhoff, G.J. Arends, Bruggen in Nederland 1800-1940 Vaste bruggen van ijzer en staal. Utrecht 1997. - E. van Blankenstein, Bruggen in Nederland 1940-1950. Vernieling en herstel, Zwolle 2009.

Bouwhistorische verkenning Brug over de Noord Alblasserdam II blad 94

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/765/documents/15997