CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - WAS-WORDT - Beheerverordening gemeentelijke begraafplaats 2023.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 24 januari 2023, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 6: Beheerverordening begraafplaats 2023 - Voorstel8.063 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wordt:

WAS: Beheerverordening gemeentelijke begraafplaats Alblasserdam

Beheerverordening gemeentelijke begraafplaats Alblasserdam 2023

1.

1.

Algemene bepalingen

Artikel 1

Artikel 1

a.

aanvrager:

b.

algemeen graf:

In deze verordening wordt verstaan onder: degene die - al dan niet door tussenkomst van een uitvaartverzorger - opdracht geeft voor een begrafenis, en die de uitgifte van een graf verzoekt, dan wel degene die om een urnenplaats verzoekt, of een andere bestemming aan de as van een overledene wil geven; een graf bij de gemeente in beheer, waarin gelegenheid wordt gegeven tot het doen begraven van lijken;

a. c. c.

d.

beheerder:

e.

begraafplaats:

f. g.

college: gebruiker:

h.

gedenkteken:

i.

grafakte:

j.

grafbedekking:

k.

grafrecht:

Algemene bepalingen

degene die door het college met de dagelijkse leiding van de begraafplaats is belast of degene die hem vervangt; de gemeentelijke begraafplaats aan de Kerkstraat die is bestemd voor de uitgifte van graven of ruimten ter bijzetting van asbussen, en de daarbij behorende gronden en voorzieningen; het college van burgemeester en wethouders; de natuurlijke of rechtspersoon, aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf, of algemene urnenplaats is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; een grafsteen, liggende of staande zerk, sluitplaat of ander monument ter nagedachtenis aan een overledene; de beschikking waarin overeenkomstig de bepalingen van deze verordening door of namens het college een grafrecht wordt verleend; gedenktekens of vaste planten die op het graf of de urnenplaats zijn geplaatst;

d. e.

f. g.

In deze verordening wordt verstaan onder: degene die - al dan niet door tussenkomst van een uitvaartverzorger - opdracht geeft voor een begrafenis, en die de uitgifte van een graf verzoekt, dan wel degene die om een urnenplaats verzoekt, of een andere bestemming aan de as van een overledene wil geven; algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer, waarin gelegenheid wordt gegeven tot het doen begraven van stoffelijke overschotten; algemeen kindergraf: een algemeen graf bij de gemeente in beheer, waarin gelegenheid wordt gegeven tot het doen begraven van stoffelijke overschotten van kinderen tot en met 11 jaar en levenloos geborenen ; beheerder: degene die door het college met de dagelijkse leiding van de begraafplaats is belast of degene die hem vervangt; de gemeentelijke begraafplaats aan de Kerkstraat die is bestemd voor de uitgifte van begraafplaats: graven, het verstrooien van as of ruimten ter bijzetting van asbussen, en de daarbij behorende gronden en voorzieningen, met uitzondering van het particuliere uitvaartcentrum; college: het college van burgemeester en wethouders; gebruiker: de natuurlijke of rechtspersoon, aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf, of algemene urnenplaats is verleend.

aanvrager:

h.

gedenkteken:

i.

grafakte:

j.

grafbedekking:

k.

grafrecht:

l.

onderhoudsrecht:

m.

particulier graf :

n.

rechthebbende:

o.

strooiveld:

p.

urnenkelder:

q.

urnennis:

s.

het recht op het gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een algemene urnenplaats; hetzij het uitsluitend recht op een particulier/eigen (urnen)graf; kindergraf: een algemeen graf bij de gemeente in beheer, waarin gelegenheid wordt gegeven tot het doen begraven van lijken van kinderen tot en met 11 jaar; onderhoudsrecht: een verplichte bijdrage in het onderhoud van de begraafplaats voor rechthebbenden en gebruikers; particulier/eigen een eigen graf, gemetseld graf en grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een graf: natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van lijken en het bijzetten van asbussen; rechthebbende: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier/eigen graf of op een particulier/eigen urnengraf dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; een daartoe aangewezen plaats op de begraafplaats waar as van een overledene wordt strooiveld: verstrooid; urnengraf: een algemeen graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt gegeven tot het doen bijzetten van asbussen, dan wel een particulier graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen het bijzetten van asbussen; een algemene, gesloten nis in de urnenmuur, bij de gemeente in beheer, waarin urnennis:

gelegenheid wordt gegeven tot het doen bijzetten van asbussen; wet: de Wet op de lijkbezorging en de daaruit voortvloeiende regelgeving.

r.

wet:

2.

Dagelijks beheer, onderhoud en administratie van de begraafplaats

2.

Dagelijks beheer, onderhoud en administratie van de begraafplaats

l. m n.

o.

p. q.

r.

een grafsteen, liggende of staande zerk, sluitplaat e.d. geplaatst op een graf ter nagedachtenis aan een overledene; de beschikking waarin overeenkomstig de bepalingen van deze verordening door of namens het college een grafrecht wordt verleend; gedenktekens, beplanting of voorwerpen die op het graf of bij de urnenplaats zijn geplaatst; het gebruiksrecht van een ruimte in een algemeen graf of een algemene urnenplaats; hetzij het uitsluitend recht op een particulier (urnen)graf;

verplichte bijdrage in het algemene onderhoud van de begraafplaats voor rechthebbenden en gebruikers; een graf, gemetseld graf en grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van stoffelijke overschotten en het bijzetten van asbussen; de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf of op een particulier urnengraf een daartoe aangewezen plaats op de begraafplaats waar as van een overledene wordt verstrooid; een particulier graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen het bijzetten van asbussen; een algemene, gesloten nis in de urnenmuur, bij de gemeente in beheer, waarin gelegenheid wordt gegeven tot het doen bijzetten van asbussen; de Wet op de lijkbezorging en de daaruit voortvloeiende regelgeving.

Artikel 2

Artikel 2 1.

Het beheer van de begraafplaats door de gemeente omvat het onderhouden en exploiteren van de terreinen en de daarop aanwezige paden en beplantingen en gebouwen, met uitzondering van de in particulier beheer zijnde aula, en het bieden van faciliteiten voor lijkbezorging en voor de herdenking van overledenen.

1.

Het beheer van de begraafplaats door de gemeente omvat het onderhouden en exploiteren van de terreinen en de daarop aanwezige paden, beplantingen, gebouwen, en het bieden van faciliteiten voor lijkbezorging en voor de herdenking van overledenen; met uitzondering van het particuliere uitvaartcentrum,

2.

Het onderhoud van de graven door de gemeente bestaat uit:

2.

Het onderhoud van de graven door de gemeente bestaat uit het stellen van de gedenktekens mits de verzakking ten gevolge komt van werkzaamheden door de gemeente uitgevoerd. Het stellen van gedenktekens die door andere redenenen zijn verzakt worden gesteld door of in opdracht van de recht-/belanghebbende

a.

het reinigen van gedenktekens ;

3.

De begraafplaats is bestemd voor het begraven van stoffelijke overschotten of asbestemming van personen die op de datum van overlijden stonden ingeschreven als burger van de gemeente Alblasserdam, dan wel die enige connectie hebben met de gemeente Alblasserdam, behoudens indien het begraving betreft in een reeds uitgegeven particulier graf.

b.

het na verzakking opnieuw stellen van gedenktekens ;

4.

De begraafplaats is bestemd voor het begraven van lijken of het bijzetten van asbussen gemeente Alblasserdam, dan wel die enige connectie hebben met de gemeente Alblasserdam, behoudens indien het begraving betreft in een reeds uitgegeven particulier/eigen graf .

5.

Het college kan, indien naar haar oordeel sprake is van een bijzonder geval, het begraven van stoffelijke overschotten van anderen dan bedoeld in het derde lid, toestaan. De administratie bevat een register van alle op de begraafplaats begraven stofelijke

4.

Het college kan, indien naar haar oordeel sprake is van een bijzonder geval, het begraven van lijken van anderen dan bedoeld in het derde lid, toestaan .

6.

5.

De administratie bevat een register van alle op de begraafplaats begraven lijken met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven zijn, als mede een register van bijgezette asbussen met de krachtens artikel 65, 1e lid, van de wet voorgeschreven gegevens. De in deze registers opgenomen gegevens zijn openbaar en worden op verzoek verstrekt.

7.

6.

Daarnaast wordt er een register bijgehouden van alle rechthebbenden en gebruikers van de graven en urnenplaatsen, met hun namen en adressen en aantekening van hun relatie tot de overledene. Deze gegevens zijn niet openbaar. De gemeente houdt een plattegrond bij van de begraafplaats waarop de vakken, de rijen en de uitgegeven graven staan aangegeven. De rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht de wijziging van hun adres aan het collegedoor te geven.

3.

7. 8.

3.

Huisregels begraafplaats

2. 3.

4.

5. a. b. c. d. e.

3.

Daarnaast wordt er een register bijgehouden van alle rechthebbenden en gebruikers van de graven en urnenplaatsen, met hun namen en adressen en aantekening van hun relatie tot de overledene. Deze gegevens zijn niet openbaar. De rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht de wijziging van hun adres aan de begraafplaatsadministratie door te geven.

Huisregels begraafplaats

Artikel 3

Artikel 3 1.

overschotten met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven zijn, als mede een register van bijgezette asbussen met de krachtens artikel 65, 1e lid, van de wet voorgeschreven gegevens. De in deze registers opgenomen gegevens zijn openbaar en worden op verzoek verstrekt.

De begraafplaats is geopend van zonsopgang tot zonsondergang. Het college kan in uitzonderlijke gevallen een ruimere openstelling toestaan. De beheerder kan bezoekers de toegang tot de begraafplaats tijdelijk ontzeggen.

1.

Bezoekers van de begraafplaats, waaronder ook personen in de uitoefening van hun beroep of bedrijf worden begrepen, dienen zich ordentelijk te gedragen en zonodig de door of namens de beheerder gegeven aanwijzingen op te volgen. Het is grafdelvers, steenhouwers, hoveniers, fotografen, en andere personen die in de uitoefening van hun beroep of bedrijf werkzaamheden op de begraafplaats of aan grafbedekkingen verrichten, verboden dit te doen zonder voorafgaande kennisgeving aan de beheerder.

3.

Het is op het terrein van de begraafplaats verboden om:

5.

De begraafplaats is geopend van zonsopgang tot zonsondergang. De beheerder kan in uitzonderlijke gevallen een ruimere openstelling toestaan. De beheerder kan bezoekers de toegang tot de begraafplaats tijdelijk ontzeggen. Bezoekers van de begraafplaats, waaronder ook personen in de uitoefening van hun beroep of bedrijf worden begrepen, dienen zich ordentelijk te gedragen en zonodig de door of namens de beheerder gegeven aanwijzingen op te volgen.

2.

4.

Het is grafdelvers, steenhouwers, hoveniers, fotografen, en andere personen die in de uitoefening van hun beroep of bedrijf werkzaamheden op de begraafplaats of aan grafbedekkingen verrichten, verboden dit te doen zonder voorafgaande kennisgeving aan de beheerder.

met motorrijtuigen op de begraafplaats te rijden of deze met zich mee te voeren; te fietsen;

a. b.

honden of andere dieren onaangelijnd mee te nemen; een eigen zitgelegenheid te plaatsen; zonder toestemming of opdracht van de nabestaanden een uitvaart te fotograferen, te filmen of anderszins te registreren;

c. d. e.

Het is op het terrein van de begraafplaats verboden om: met motorrijtuigen op de begraafplaats te rijden of deze met zich mee te voeren; te fietsen; honden of andere dieren onaangelijnd mee te nemen; een eigen zitgelegenheid te plaatsen; zonder toestemming of opdracht van de nabestaanden een uitvaart te fotograferen, te filmen of anderszins te registreren;

f.

bloemen of andere waren te koop aan te bieden of hiervoor reclame te maken;

f.

bloemen of andere waren te koop aan te bieden of hiervoor reclame te maken;

g. h.

as te verstrooien of andere vormen van lijkbezorging te bezigen; de begraafplaats te verontreinigen;

g. h.

op de graven te lopen, te zitten en gereedschappen of andere niet tot de begraafplaats behorende voorwerpen neer te leggen. Het college kan ontheffing verlenen voor de in het vijfde lid genoemde verboden. Het college kan aan de ontheffing als genoemd in het zesde lid voorwaarden en beperkingen verbinden. De beheerder kan personen die zich niet aan de hiervoor bedoelde geboden en verboden houden van de begraafplaats (laten) verwijderen. Bij herhaalde overtredingen kan gedurende een door het college te bepalen periode de toegang worden ontzegd.

i.

as te verstrooien of andere vormen van lijkbezorging te bezigen; de begraafplaats te verontreinigen; op de graven te lopen, te zitten en gereedschappen of andere niet tot de begraafplaats behorende voorwerpen neer te leggen. Het college kan ontheffing verlenen voor de in het vijfde lid genoemde verboden. Het college kan aan de ontheffing als genoemd in het zesde lid voorwaarden en beperkingen verbinden. De beheerder kan personen die zich niet aan de hiervoor bedoelde geboden en verboden houden van de begraafplaats (laten) verwijderen. Bij herhaalde overtredingen kan gedurende een door het college te bepalen periode de toegang worden ontzegd.

i. 6. 7. 8.

4.

Indeling van de begraafplaats, onderscheid van de graven en asbestemming

6. 7. 8.

4.

Indeling van de begraafplaats, onderscheid van de graven en asbestemming

Indeling

Indeling

Artikel 4

Artikel 4

1. 2.

Het college stelt de indeling van de begraafplaats en de inrichting van de grafvelden vast.

-

Het college stelt de indeling van de begraafplaats en de inrichting van de grafvelden vast. De begraafplaats wordt ingedeeld in vakken en de vakken in rijen en graven; de vakken worden aangeduid met letters en de rijen en graven met cijfers. Graven en urnengraven worden aansluitend op de reeds uitgegeven graven en urnengraven uitgegeven; urnennissen worden in overleg met de aanvrager uitgegeven. Indien dit naar het oordeel van het college gewenst of niet bezwaarlijk is, kunnen ook op andere plaatsen, als bedoeld in lid 3, particuliere/eigen graven of urnenplaatsen worden uitgegeven. Op de begraafplaats van Alblasserdam worden de volgende graven onderscheiden: algemene graven;

-

kindergraven; particuliere/eigen graven

-

-

particuliere/eigen islamitischegraven particuliere/eigen urnengraven

-

-

algemene urnengraven algemene urnennissen in de urnenmuur Uitvoering en afmetingen van de graven: de graven zullen niet dieper dan tot op het waterpeil worden gegraven;

-

3. 4.

5.

1.

2. 3.

4. -

Graven, urnengraven en urnenkelders worden aansluitend op volgorde uitgegeven uitgegeven; urnennissen worden in overleg met de aanvrager uitgegeven. Indien dit naar het oordeel van de beheerder vanuit het oogpunt van beheer gewenst of niet bezwaarlijk is, kunnen ook op andere plaatsen, als bedoeld in lid 2, particuliere graven of urnenplaatsen worden uitgegeven. Op de begraafplaats van Alblasserdam worden de volgende graven onderscheiden: algemene graven; algemene kindergraven; particuliere graven particuliere islamitische graven particuliere urnengraven

a.

c.

afhankelijk van de terreinhoogte en de bodemgesteldheid, zal met inachtneming van het daaromtrent in de wet bepaalde, maximaal in drie lagen boven elkaar worden begraven; de graven hebben de volgende afmetingen:

-

algemene en eigen graven 2.00 m in de lengte en 0.90 m in de breedte;

c.

algemene urnengraven algemene urnenkelders algemene urnennissen in de urnenmuur Uitvoering en afmetingen van de graven: de graven zullen niet dieper dan tot 30 cm boven de gemiddelde grondwaterstand worden gegraven; afhankelijk van de terreinhoogte en de bodemgesteldheid, zal met inachtneming van het daaromtrent in de wet bepaalde, maximaal in drie lagen boven elkaar worden begraven; de graven hebben de volgende afmetingen:

-

algemene en eigen urnengraven 0.55 m in de lengte en 0.35 m in de breedte; bij kindergraven, bestemd voor lijken van personen beneden 12 jaar, kan van de in het vorig lid bedoelde maten worden afgeweken en wordt de vereiste grafruimte naar omstandigheden bepaald;

-

algemene en particuliere graven 2.00 m in de lengte en 0.90 m in de breedte; algemene en particuliere urnengraven 0.55 m in de lengte en 0.35 m in de breedte;

-

afwijkende grafmaten dienen bij aanvraag van de begrafenis te worden opgegeven bij de beheerder.

-

bij kindergraven, bestemd voor stoffelijke overschotten van personen beneden 12 jaar, kan van de in het vorig lid bedoelde maten worden afgeweken en wordt de vereiste grafruimte naar omstandigheden bepaald; afwijkende grafmaten dienen bij aanvraag van de begrafenis te worden opgegeven bij de beheerder.

6. a. b.

5

b.

-

Algemene graven en kindergraven

Algemene graven en kindergraven

Artikel 5

Artikel 5

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Algemene graven op de begraafplaats zijn bestemd voor het begraven van maximaal drie lijken. Kindergraven zijn bestemd voor het begraven van maximaal 1 lijk van kinderen tot de leeftijd van 12 jaar en dood geborenen. In algemene graven worden geen asbussen bijgezet. Algemene graven worden uitgegeven voor een termijn van 20 jaar. Kindergraven worden uitgegeven voor een termijn van 60 jaar.

1.

In afwijking van lid 5 kan de uitgiftetermijn van kindergraven op verzoek van de gebruiker op 20 jaar worden gesteld. De termijn van algemene graven wordt niet verlengd, met uitzondering van kindergraven. Na afloop van de uitgiftetermijn van een kindergraf met een gekozen termijn van 20 jaar kunnen de grafrechten, op verzoek van de gebruiker, telkens met tien jaar worden verlengd tot een maximum van 60 jaar, mits een zodanig verzoek vóór het verstrijken van de termijn is gedaan. Hierbij wordt de periode van verlenging naar boven afgerond op hele jaren.

6.

Algemene graven op de begraafplaats zijn bestemd voor het begraven van maximaal vier stoffelijke overschotten. Algemene Kindergraven zijn bestemd voor het begraven van maximaal 1 stoffeliijk overschot van kinderen tot de leeftijd van 12 jaar en dood geborenen. In algemene graven worden geen asbussen bijgezet. Algemene graven worden uitgegeven voor een termijn van 20 jaar. Algemene Kindergraven worden uitgegeven voor een termijn van 100 jaar.

2. 3. 4. 5.

In afwijking van lid 5 kan de uitgiftetermijn van kindergraven op verzoek van de gebruiker op 20 jaar worden gesteld. De termijn van algemene graven wordt niet verlengd, met uitzondering van kindergraven. Na afloop van de uitgiftetermijn van een kindergraf met een gekozen termijn van 20 jaar kunnen de grafrechten, op verzoek van de gebruiker, telkens met tien jaar worden verlengd tot een maximum van 100 jaar, mits een zodanig verzoek vóór het verstrijken van de termijn is gedaan. Hierbij wordt de periode van verlenging naar boven afgerond op hele jaren.

7. 8.

Particuliere/eigen graven

Particuliere graven

Artikel 6

Artikel 6 1.

Particuliere graven worden uitgegeven voor het begraven van één, twee of drie stoffelijke overschotten en het bijzetten van twee of drie asbussen. Particuliere graven worden uitgegeven voor een termijn van twintig jaar.

1.

Particuliere/eigen graven zijn bestemd voor het begraven van maximaal twee respectievelijk drie lijken en het bijzetten van maximaal twee respectievelijk drie asbussen, waarbij het aantal asbussen het aantal erin begraven lijken niet mag overschrijden. Door middel van schudden van de in het graf aanwezige stoffelijke resten, welke ten minste tien jaar begraven liggen, kunnen meerdere lijken worden bijgezet., tenzij dit uit het oogpunt van beheer ongewenst is.

2.

2.

Particuliere/eigen graven worden uitgegeven voor een termijn van twintig jaar. De termijn begint te lopen op de datum waarop het graf is uitgegeven en eindigt op 31 december van het twintigste jaar. Na afloop van de uitgiftetermijn van een particulier/eigen graf kunnen de grafrechten telkens met tien jaar worden verlengd op verzoek van de rechthebbende, mits een zodanig verzoek vóór het verstrijken van de termijn is gedaan.

3.

Het voor bepaalde tijd verleende recht wordt op verzoek, mits aangevraagd binnen twee jaar voor het verstrijken van de termijn, telkens verlengd.

4.

Begraving in een particulier graf, waarvan de lopende grafrechttermijn binnen tien jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de termijn tot ten minste tien jaar na de laatste begraving of bijzetting, waarbij de periode van verlenging naar boven wordt afgerond op hele jaren.

Het is verboden zonder vergunning van het college een grafkelder aan te brengen in of een gemetseld graf aan te brengen op een particulier graf. De vergunning kan worden gewijzigd, ingetrokken of geweigerd indien:

3.

4.

Begraving in een particulier/eigen graf, waarin reeds is begraven en waarvan de lopende grafrechttermijn binnen tien jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de termijn tot maximaal tien jaar na de laatste begraving of bijzetting, waarbij de periode van verlenging naar boven wordt afgerond op hele jaren.

5.

De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende.

5.

6.

Het is verboden zonder vergunning van het college een grafkelder aan te brengen in of een gemetseld graf aan te brengen op een particulier graf. De vergunning kan worden gewijzigd, ingetrokken of geweigerd indien:

6.

7. a. b.

c.

9.

de duurzaamheid van de gebruikte materialen onvoldoende of de fundering en constructie onvoldoende stevig en veilig wordt geacht; ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

b. c.

e.

de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen of de op de vergunning van toepassing zijnde regelgeving niet is of wordt nagekomen; van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; de houder van de vergunning dit verzoekt;

f.

dit om redenen van beheertechnische aard wenselijk of noodzakelijk is.

7.

Het college kan aan de vergunning als genoemd in het zesde lid voorschriften en beperkingen verbinden. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de aard, de afmetingen en de wijze van aanvragen en aanbrengen van grafkelders.

8.

d.

8.

a.

d. e. f.

de duurzaamheid van de gebruikte materialen onvoldoende of de fundering en constructie onvoldoende stevig en veilig wordt geacht; ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen of de op de vergunning van toepassing zijnde regelgeving niet is of wordt nagekomen; van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; de houder van de vergunning dit verzoekt; dit om redenen van beheertechnische aard wenselijk of noodzakelijk is. Het college kan aan de vergunning als genoemd in het zesde lid voorschriften en beperkingen verbinden. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de aard, de afmetingen en de wijze van aanvragen en aanbrengen van grafkelders.

Asbestemming

Asbestemming

Artikel 7

Artikel 7

1. 2. 3. 3. 5. 6.

Urnengraven en urnennissen zijn bestemd voor het bijzetten van maximaal twee asbussen. Alle urnengraven en urnennissen worden uitgegeven voor een termijn van 20 jaar. De termijn voor algemene urnengraven en urnennissen worden niet verlengd.

1.

Na afloop van de grafrechttermijn van een particulier/eigen urnengraf kan deze termijn met tien jaar worden verlengd. Bij bijzetting van een asbus in een particulier/eigen graf zijn de bepalingen van deze verordening betreffende particuliere graven overeenkomstig van toepassing. Indien het grafrecht niet wordt verlengd en niet tijdig een andere bestemming van de as kenbaar is gemaakt, wordt de as verstrooid op een door de beheerder te bepalen plaats.

4.

Na afloop van de grafrechttermijn van een particulier urnengraf, urnenkelder of urnennis kan deze termijn worden verlengd.

5.

Indien het grafrecht niet wordt verlengd en niet tijdig een andere bestemming van de as kenbaar is gemaakt, wordt de as verstrooid op een door de beheerder te bepalen plaats.

As kan worden verstrooid in of op een particulier/eigen graf, een urnengraf, of op het strooiveld. As kan worden meegenomen door de rechthebbende of gebruiker, of op diens aangeven aan een ander ter beschikking worden gesteld.

2.

5.

2. 3.

Artikel 8

Artikel 8 1.

Urnenkelders, urnengraven en urnennissen zijn bestemd voor het plaatsen of bijzetten asbussen. Urnengraven, urnenkelders en urnennissen worden uitgegeven voor een termijn van 20 jaar. De termijn voor algemene urnengraven en urnennissen worden niet verlengd.

Vereisten voor begraving of asbestemming

1.

As kan worden verstrooid in een particulier graf of op het strooiveld.

2.

Op schriftelijk verzoek kan de rechthebbende of gebruiker van een urnenkelder, urnennis of particulier graf een andere bestemming aan de as geven.

5.

Vereisten voor begraving of asbestemming

Artikel 9

Artikel 9 1.

Degene die een lijk wil doen begraven, as wil doen bijzetten, of as wil verstrooien, maakt daarvoor gebruik van een door het college vast gesteld formulier, dat uiterlijk om 12.00 uur van de dag, voorafgaand aan de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaats vinden -ingevuld- bij het college wordt ingeleverd.

1.

Degene die een stoffelijk overschot wil doen begraven, as wil doen bijzetten, of as wil verstrooien, maakt daarvoor gebruik van een door het college vastgesteld formulier, dat uiterlijk om 12.00 uur op de laatste werkdag voorafgaand aan de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden -ingevuld- bij de beheerder wordt ingeleverd. Daarnaast wordt dit formulier digitaal verzonden naar de begraafplaatsadministratie. De zaterdag geldt hierbij niet als werkdag.

2.

Degene die wil begraven, bijzetten of verstrooien overhandigt het verlof tot begraven, bijzetten of verstrooien, voorafgaand aan de plechtigheid aan de beheerder.

2.

3.

Indien de burgemeester verlof heeft verleend om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet het verzoek daartoe aan het college zo tijdig mogelijk worden gedaan.

3.

4.

Indien men een lijk wil doen begraven, of as wil doen bijzetten, wordt op het in het eerste lid bedoelde formulier aangegeven van welke in artikel 5, 6 of 7 bedoelde typen graven of nissen men gebruik wil maken. Indien begraving of bijzetting in een particulier/eigen (urnen) graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan het college te worden overgelegd, welke moet zijn ondertekend door de rechthebbende. Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of objecten bij te sluiten die niet tot de kist of het lijk behoren, anders dan kleine verteerbare grafgiften.

4.

Degene die wil begraven overhandigt het verlof tot begraven, het document inzake artikel 8 van de Wet op de lijkbezorging en het getekende aanvraagformulier tot begraven voorafgaand aan de begraving aan de beheerder. Indien de burgemeester verlof heeft verleend om het stoffelijk overschot binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet het verzoek tot begraven aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan. Indien men een stoffelijk overschot wil doen begraven, of as wil doen bijzetten, wordt op het in het eerste lid bedoelde formulier aangegeven van welke type graf of asbestemming men gebruik wil maken. Indien begraving of bijzetting in een particulier (urnen) graf zal plaatsvinden, dient een toestemming daartoe aan de beheerder te worden overgelegd, welke moet zijn ondertekend door de rechthebbende. De uitvaartondernemer is verantwoordelijk voor het melden van de toepassing van een lijkhoes. De kist en/of ander omhulsel dient te voldoen aan de eisen zoals gesteld in paragraaf 3 artikel 4 van het Besluit op de Lijkbezorging.

Het is verboden om een lijk te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof (binnen)kist. Bij begraving dient tenminste 24 uur voorafgaand aan het tijdstip van begraving door de uitvaartondernemer, of - wanneer hiervan geen gebruik wordt gemaakt - door de aanvrager, schriftelijk te worden verklaard of gebruik wordt gemaakt van een lijkhoes; voorts dient de uitvaartondernemer dan wel de aanbieder van de lijkhoes aan te tonen dat deze lijkhoes voldoet aan de wet.

7.

5.

6.

7. 8.

5.

6.

8.

9.

Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat aan artikel 9 en aan de vereisten uit de wet, is voldaan en door de beheerder is bevestigd.

9.

Artikel 10

Artikel 10 1.

Het tijdstip van begraven, bijzetten of verstrooien wordt telkens en voor elk geval afzonderlijk door het college, in overleg met de betrokken aanvrager, vastgesteld en op het verlof tot begraven vermeld. De tijdstippen van begraven, bijzetten of verstrooien vinden inprincipe plaats op werkdagen van 9.00 tot 16.00 uur en op zaterdag van 9.00 tot 12.00 uur .

1.

Het tijdstip van begraven, bijzetten of verstrooien wordt telkens en voor elk geval afzonderlijk door de beheerder in overleg met de betrokken aanvrager, vastgesteld. Begraven, bijzetten of verstrooien vindt tussen 1 oktober en 31 maart plaats op werk- en zaterdagen van 9.00 tot 14,30 uur. Tussen 1 april en 30 september vindt begraven, bijplaatsen of verstrooien op werk- en zaterdagen van 9.00 tot 15.00 uur.

2.

De aanwijzing van de plaats van het graf, het urnengraf of de urnennis geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 4, derde en vierde lid, in overleg met de aanvrager, door het college. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.

2.

De aanwijzing van de plaats van het graf, het urnengraf of de urnennis geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 4, derde en vierde lid, in overleg met de aanvrager, door de beheerder. Het openen van een graf of urnennis ter begraving of voor het bezorgen of verstrooien van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen. De kist dan wel de asbus dient bij aankomst op de begraafplaats te zijn voorzien van een identiteitskenmerk. Op ieder particulier graf en op de grafpositie (afhankelijk van de diepte: 1, 2, 3 of 4-diep) van een algemeen graf, dient door de begrafenisondernemer of, indien daarin zelf wordt voorzien, door de rechthebbende of gebruiker, tot maximaal een half jaar na de begrafenis een identificatieplaatje te zijn geplaatst, waarop staan vermeld de volledige naam, geboortedatum en datum overlijden van degene die in betreffend graf is begraven.

3.

4.

Het lijk dan wel de asbus dient bij aankomst op de begraafplaats te zijn voorzien van een identiteitskenmerk. Op ieder particulier/eigen graf en op de grafpositie (afhankelijk van de diepte: 1,2 of 3 diep) van een algemeen graf, dient door de begrafenisondernemer of, indien daarin zelf wordt voorzien, door de rechthebbende of gebruiker, tot maximaal een half jaar na de begrafenis een identificatieplaatje te zijn geplaatst, waarop staan vermeld de volledige naam, geboortedatum overlijden van degene die in betreffend graf is begraven.

5.

6.

3.

Opgraven en ruimen

2. 3.

4. 5.

a.

b.

5

6.

Opgraven en ruimen

Artikel 11

Artikel 11 1.

4

Bij de opgraving van lijken en ruiming van graven kan de begraafplaats tijdelijk worden gesloten voor de duur van deze werkzaamheden. Bij de opgraving van lijken en ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door het college met deze werkzaamheden zijn belast. Het voornemen van het college om een graf, grafvak, urnengraf of urnennis te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden door middel van een bij het te ruimen graf, grafvak of urnengraf te plaatsen bordje, of op de urnennis aan te brengen sticker, ter kennis van de belanghebbende(n) gebracht; tenzij het adres van de rechthebbende van het -eigen- (urnen)graf aan hen bekend is. In dat geval deelt zij schriftelijk mee wanneer de termijn van uitgifte gaat verstrijken.

1.

De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een daartoe bestemd, afgesloten gedeelte van de begraafplaats. Ruimen algemeen graf, algemeen urnengraf of urnennis:

3.

Bij de opgraving van stoffelijke resten en ruiming van graven kan de begraafplaats tijdelijk, danwel deels, worden afgesloten voor de duur van deze werkzaamheden. Bij de opgraving van stoffelijke resten en ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.

2.

De bij de ruiming van het graf aanwezige stoffelijke resten worden herbegraven en/of de as wordt verstrooid op een daartoe bestemd gedeelte van de begraafplaats. Ruimen algemeen graf, algemeen urnengraf of urnennis:

4.

Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij het college een aanvraag indienen om bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraving elders.

a.

Nabestaanden van een overleden persoon welke begraven is in een algemeen graf, kunnen voorafgaand aan de ruiming van het algemene graf bij de burgemeester een vergunning tot opgraving aanvragen. De stoffelijke resten kunnen vervolgens herbegraven worden in een particulier graf of worden gecremeerd.

Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemene urnennis of algemeen urnengraf kunnen bij het college een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders.

b.

Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemene urnennis of algemeen urnengraf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders. Ruimen particulier graf of urnengraf: De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de stoffelijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen. Daarnaast kan de rechthebbende bij de burgemeester een vergunning aanvragen om de stoffelijke resten te laten opgraven en in een ander graf te doen herbegraven of cremeren.

6.

Ruimen eigen graf of urnengraf:

a.

De rechthebbende op een eigen graf kan bij het college een aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven.

5.

a.

b.

De rechthebbende op een eigen urnengraf kan bij het college een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden voor bijzetting of verstrooiing elders.

7.

7.

Grafbedekking

2. a. b. c. d. e.

f. g. 3.

Het is verboden zonder vergunning van het college gedenktekens te plaatsen op (urnen)graven of urnennissen. De vergunning kan worden gewijzigd, ingetrokken of geweigerd indien: de duurzaamheid van de gebruikte materialen onvoldoende of de fundering en constructie onvoldoende stevig en veilig wordt geacht; het gedenkteken naar het oordeel van het college ernstig afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; de tekst of afbeelding op het gedenkteken naar het oordeel van het college aanstootgevend of kwetsend kan zijn; ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen of de op de vergunning van toepassing zijnde regelgeving niet is of wordt nagekomen; van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; de houder van de vergunning dit verzoekt. Het college heeft aan de in het eerste lid genoemde vergunning voorwaarden verbonden aan afmetingen en materiaalgebruik van de grafbedekking. Deze zijn verwoord in de “Voorschriften voor het aanbrengen van grafbedekking en het plaatsen van losse voorwerpen”. De aanvraag dient hieraan te voldoen.

2. a. b. c. 3.

Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van grafbedekking of andere voorwerpen geschiedt door, op rekening van en voor risico van de rechthebbende of gebruiker. De rechthebbende of gebruiker is verplicht de grafbedekking goed te onderhouden, waaronder in ieder geval wordt verstaan: het vernieuwen en herstellen van kelders, gemetselde graven en gedenktekens;

Het is verboden zonder vergunning van het college gedenktekens te plaatsen.

2. a. b. c. d. e.

f. g. 3.

De vergunning kan worden gewijzigd, ingetrokken of geweigerd indien: de duurzaamheid van de gebruikte materialen onvoldoende of de fundering en constructie onvoldoende stevig en veilig wordt geacht; het gedenkteken naar het oordeel van het college ernstig afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; de tekst of afbeelding op het gedenkteken naar het oordeel van het college aanstootgevend of kwetsend kan zijn; ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen of de op de vergunning van toepassing zijnde regelgeving niet is of wordt nagekomen; van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; de houder van de vergunning dit verzoekt. Het college heeft nadere regels opgesteld met betrekking tot de grafbedekking. Deze zijn verwoord in de “Voorschriften voor het aanbrengen van grafbedekking en het plaatsen van losse voorwerpen”. De aanvraag dient hieraan te voldoen.

1.

2.

het verven van opschriften en andere daarvoor in aanmerking komende delen; de zorg voor de winterharde beplanting alsmede het aanbrengen en vernieuwen van beplantingen. Indien dit naar het oordeel van de beheerder voor de veiligheid van personen of zaken of voor het aanzien van de begraafplaats noodzakelijk is, is de rechthebbende of gebruiker verplicht binnen de door het college gestelde termijn tot herstel, vernieuwing of verwijdering van de grafbedekking of andere voorwerpen over te gaan.

4.

De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de belanghebbende behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking. Als het adres van de belanghebbende niet bekend is geschiedt de oproeping door mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

5.

Het verwijderde blijft gedurende één maand ter beschikking van de belanghebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. De beheerder kan verwelkte bloemen, verwaarloosde planten, losse en glazen voorwerpen direct laten verwijderen, zonder dat daarvoor alsnog een termijn wordt gegeven, waarbinnen deze verwijderd dienen te worden en zonder dat daarbij aanspraak gemaakt kan worden op schadevergoeding. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende een maand ter beschikking gehouden voor de rechthebbende of gebruiker, indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.

6.

1.

Artikel 13

Artikel 13 1.

Grafbedekking

Artikel 12

Artikel 12 1.

De rechthebbende op een particulier urnengraf kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus (maximaal 1 jaar) ter beschikking te houden voor bijzetting of verstrooiing elders.

a. b. c.

Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van grafbedekking of andere voorwerpen geschiedt door, op rekening van en voor risico van de rechthebbende of gebruiker. de eisen die gesteld worden aan grafbedekkingen zijn vastgelegd in het"Voorschrift Grafbedekkingen" De rechthebbende of gebruiker is verplicht de grafbedekking goed te onderhouden, waaronder in ieder geval wordt verstaan: het vernieuwen en herstellen van kelders, gemetselde graven en gedenktekens; het verven van opschriften en andere daarvoor in aanmerking komende delen; de zorg voor de beplanting alsmede het aanbrengen en vernieuwen van beplantingen. Indien dit niet door belanghebbende wordt verzorgd, zal dit op zijn/haar kosten door de beheerder worden uitgevoerd of direct worden verwijderd

3.

Indien dit naar het oordeel van de beheerder voor de veiligheid van personen, zaken of voor het aanzien van de begraafplaats noodzakelijk is, is de rechthebbende of gebruiker verplicht binnen de door het college gestelde termijn tot herstel, vernieuwing of verwijdering van de grafbedekking of andere voorwerpen over te gaan. Indien door de rechthebbende of gebruiker hier niet aan wordt voldaan, kan de beheerder de grafbedekking of andere voorwerpen zonder nadere aankondiging verwijderen, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

6.

De beheerder kan verwelkte bloemen, verwaarloosde planten, losse en glazen voorwerpen direct laten verwijderen, zonder dat daarvoor alsnog een termijn wordt gegeven, waarbinnen deze verwijderd dienen te worden en zonder dat daarbij aanspraak gemaakt kan worden op schadevergoeding. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende een maand ter beschikking gehouden voor de rechthebbende of gebruiker, indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.

8.

Vestiging, overdracht en einde van grafrechten

2.

3. 4.

5.

6.

7.

8.

Het grafrecht of de verlenging van het grafrecht wordt gevestigd door middel van een grafakte. Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan het college van een door de rechthebbende of gebruiker en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht. Overdracht is slechts mogelijk op naam van één (rechts)persoon. In geval van overlijden van de rechthebbende of gebruiker kan het grafrecht worden overgeschreven op naam van een (rechts)persoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende of gebruiker. Na het verstrijken van de in de vorige lid bedoelde termijn kan het grafrecht alsnog op naam van een nieuwe rechthebbende of gebruiker worden gesteld, tenzij het betreffende graf of de betreffende urnenplaats inmiddels is geruimd. Aan het grafrecht is de verplichting tot het betalen van onderhoudsrechten verbonden.

1.

Een rechthebbende of gebruiker kan afstand doen van grafrechten, zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding en onverminderd zijn verplichting tot het betalen van kosten voor de lopende termijn. Rechthebbenden van eigen graven die voorheen voor onbepaalde tijd zijn uitgegeven en zijn vrijgesteld bij besluit van het college per 1-1-1969 van grafrecht en onderhoudsrecht, zijn verplicht het college eens in de tien jaar te laten weten of men het graf nog wil laten voortbestaan.

7.

a.

De grafrechten vervallen: door het verlopen van de termijn;

b. c.

indien de rechthebbende of gebruiker afstand doet van het recht; indien de begraafplaats wordt opgeheven.

2. a. b.

c. d. 3.

4.

5.

Het graf- of gebruiksrecht of de verlenging van het grafrecht wordt gevestigd door middel van een grafakte. Een graf- of gebruiksrecht kan worden overgedragen door overlegging aan de beheerder van een door de rechthebbende of gebruiker en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht. Overdracht is slechts mogelijk op naam van één (rechts)persoon. In geval van overlijden van de rechthebbende of gebruiker kan het graf- of gebruiksrecht worden overgeschreven op naam van een (rechts)persoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende of gebruiker. Na het verstrijken van de in de vorige lid bedoelde termijn kan het graf- of gebruiksrecht alsnog op naam van een nieuwe rechthebbende of gebruiker worden gesteld, tenzij het betreffende graf of de betreffende urnenplaats inmiddels is geruimd. Aan het graf- of gebruiksrecht is de verplichting tot het betalen van onderhoudsrechten verbonden. Indien de onderhoudsrechten niet worden betaald kunnen de graf- of gebruiksrechten worden ontbonden. Het graf vervalt dan aan de gemeente. Een rechthebbende of gebruiker kan afstand doen van graf- of gebruiksrechten, zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding en onverminderd zijn verplichting tot het betalen van kosten voor de lopende termijn.

2.

3. 4.

5.

6.

8.

Rechthebbenden van particuliere graven die voor 01-01-1969 voor onbepaalde tijd zijn uitgegeven en zijn vrijgesteld bij besluit van het college per 01-01-1969 van grafrecht en onderhoudsrecht, zijn verplicht het college eens in de tien jaar te laten weten of men het graf nog wil laten voortbestaan.

Artikel 15

Artikel 15 1.

Vestiging, overdracht en einde van grafrechten

Artikel 14

Artikel 14 1.

8.

Het college kan de grafrechten vervallen verklaren: indien de betaling van het grafrecht en het onderhoudsrecht ten behoeve van de vestiging of een verlenging van het grafrecht niet tijdig is geschied; indien de rechthebbende of gebruiker - ondanks een aanmaning - in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt; indien de rechthebbende of de gebruiker van een graf is overleden en het recht niet binnen één jaar is overgeschreven. indien niet voldaan is aan de verplichting verwoord in artikel 14, lid 8. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, en in het tweede lid, vindt geen terugbetaling plaats van een deel van de kosten van het grafrecht, betaalde onderhoudsrechten of eventuele andere kosten. Eventueel op het graf aanwezige grafbedekking en andere voorwerpen kunnen gedurende een maand vóór het vervallen van een grafrecht door de rechthebbende of gebruiker van het graf worden verwijderd. Uiteraard gebeurt dit in overleg met de beheerder. Na het vervallen van het grafrecht kunnen zij geen aanspraken op deze voorwerpen doen Na het vervallen vangelden. het grafrecht kan het college, met inachtneming van de bij of krachtens de wet

1. a. b. c. 2. a. b. c. d. 3.

4.

a.

b.

gestelde regels, besluiten het graf te ruimen en/of te verstrooien op een door de beheerder te bepalen plaats.

5.

De grafrechten vervallen: door het verlopen van de termijn; indien de rechthebbende of gebruiker afstand doet van het recht; indien de begraafplaats wordt opgeheven. Het college kan de grafrechten vervallen verklaren: indien de betaling van het grafrecht en/of het onderhoudsrecht ten behoeve van de vestiging of een verlenging van het grafrecht niet tijdig is geschied; indien de rechthebbende of gebruiker - ondanks een aanmaning - in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt; indien de rechthebbende of de gebruiker van een graf is overleden en het recht niet binnen één jaar is overgeschreven. indien niet voldaan is aan de verplichting verwoord in artikel 14, lid 8. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, en in het tweede lid, vindt geen terugbetaling plaats van een deel van de kosten van het grafrecht, betaalde onderhoudsrechten of eventuele andere kosten. Eventueel op het graf aanwezige grafbedekking en andere voorwerpen kunnen gedurende een maand vóór het vervallen van een grafrecht door de rechthebbende of gebruiker van het graf worden verwijderd. Uiteraard gebeurt dit in overleg met de beheerder. Na het vervallen van het grafrecht kunnen zij geen aanspraken op deze voorwerpen doen gelden.

Herbruikbare gedenktekens van vervallen graven kunnen door de gemeente aan marktpartijen worden aangeboden voor hergebruik. Na het vervallen van het grafrecht kan het college, met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde regels, besluiten het graf te ruimen en/of te verstrooien op een door de beheerder te bepalen plaats.

9.

In stand houden historische graven en opvallende grafbedekking

9.

In stand houden historische graven en opvallende grafbedekking

Artikel 16

Artikel 16

1.

Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

1.

2.

Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.

2.

3.

Het college beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

3.

Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven. Het college beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

10. Overgangs- en slotbepalingen

10. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 17

Artikel 17 De verordening “Verordening op het gebruik en beheer van de gemeentelijke begraafplaats der gemeente Alblasserdam”, in werking getreden op 17 februari 1994, wordt ingetrokken.

1

2

2. 3.

treed op 01-01-2023 in werking. De verordening 'Beheerverordening gemeentelijke begraafplaats Alblasserdam', in werking getreden op 01 augustus 2010 , wordt ingetrokken.

Artikel 18

Artikel 18

1.

De verordening ''Beheerverordening gemeentelijke begraafplaats Alblasserdam 2023'

De rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de 'Verordening op het gebruik en beheer van de gemeentelijke begraafplaats der gemeente Alblasserdam' in werking getreden op 17 februari 1994, worden geacht ingevolge deze verordening te zijn ontstaan. Op aanvragen om een vergunning die voor het in werking treden van deze verordening zijn gedaan en waarop nog niet is beslist, worden de desbetreffende bepalingen van deze verordening toegepast. De intrekking van de verordening vermeld in artikel 18, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop deze besluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voorzover deze besluiten niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.

1.

2.

3.

De rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de 'Beheerverordening gemeentelijke begraafplaats Alblasserdam' ' in werking getreden op 01 augustus 2010, worden geacht ingevolge deze verordening te zijn ontstaan. Op aanvragen om een vergunning die voor het in werking treden van deze verordening zijn gedaan en waarop nog niet is beslist, worden de desbetreffende bepalingen van deze verordening toegepast. De intrekking van de verordening vermeld in artikel 17, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop deze besluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voorzover deze besluiten niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.

Artikel 19

Artikel 19 Deze verordening kan worden aangehaald als 'Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Alblasserdam'.

Deze verordening kan worden aangehaald als 'Beheerverordening gemeentelijke begraafplaats Alblasserdam 2023'.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/434/documents/9473