Bijlage 3 voorwaarden subsidie.pdf
Tekst van het document
Bijlage Vergaderjaar 2017–2018 29 697 Gebiedsgerichte economische perspectieven en Regionaal Economisch Beleid Nr. 48 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT 1. Aansluiting van de inhoudelijke regionale doelen / opgaven op opgaven uit het regeerakkoord of onderliggend Rijksbeleid. Bij voorkeur betreft het meervoudige opgaven. Er zal ook gekeken worden naar het te verwachten regio-overstijgend effect; 2. Cofinanciering: het uitgangspunt is dat de middelen uit de Regio Envelop een vliegwiel zijn voor investeringen vanuit de regio; vanuit de Regio Envelop wordt maximaal 50% bijgedragen met een minimum van € 5 miljoen en een maximum van € 40 miljoen; 3.
Toekenning van middelen is onderdeel van een bredere, meerjarige deal, met concrete samenwerkingsafspraken van een coalition of the willing: een expliciet doel (resultaatgericht), programma en inzet van middelen;
4.
Publiek-private samenwerking (PPS): in de deal leveren zowel publieke als private partijen bijdragen. Bij voorkeur is sprake van een triple helix -overheid, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen- insteek. Uitgangspunt is actief commitment en (SMART) inzet van alle partijen. Dit geldt ook voor deelnemende vakdepartementen;
5.
Mate van robuustheid regionale governance en uitvoeringskracht: geen vrijblijvende samenwerking, maar een impuls voor langduriger effecten;
6.
Middelen uit de Regio Envelop zijn geen aanvulling op of vervanging van beleidsbudgetten op begrotingen van vakdepartementen. De focus ligt op opgaven waar nog geen reguliere financiering voor is;
7.
Matching vanuit departementen: pré als beleid specifieke middelen vanuit departementen bijgelegd worden of een koppeling kan worden gemaakt met financiering vanuit de EU (EFRO, ESF, POP, Interreg, Horizon2020) of bijvoorbeeld Invest-NL;
8.
Perspectief op snelle inzet van middelen uit de Regio Envelop (begrotingstranches), waarbij de zorgvuldigheid wel geborgd moet zijn.