CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 RvS uitspraak inzake rookkanalen d.d. 24-01-2024.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 18 juni 2024, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 27: Beantwoording vragen D66 raadsfractie BP Oost-Kinderdijk 187a en Pijlstoep 31 inzake rookkananalen (vervolg) - Raadsinformatiebrief12.447 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad hiermee redelijkerwijs voldoende gemotiveerd dat de aanwezigheid van de bosuil redelijkerwijs niet op voorhand aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. De bever wordt niet genoemd in de plantoelichting. Naar aanleiding van de waarnemingen van de bever door Van Horssen Projectontwikkeling B.V. en anderen heeft SAB op verzoek van de raad nog een bezoek aan het plangebied gebracht. In het verslag van dit veldbezoek staat dat is gezocht naar sporen van de bever, maar dat deze niet zijn aangetroffen. Daarmee is niet uitgesloten dat de bever incidenteel aan de rand van het plangebied komt, maar wel kan worden vastgesteld dat het plangebied geen deel uitmaakt van het kernleefgebied van de bever en dat er geen vaste rust- en verblijfplaatsen van de bever in en rondom het plangebied aanwezig zijn. Dan zouden er namelijk veel duidelijke knaagsporen aanwezig moeten zijn. Gelet op dit aanvullende onderzoek ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat onvoldoende is onderzocht of de Wnb vanwege de aanwezigheid van de bever redelijkerwijs op voorhand aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Over de ooievaars overweegt de Afdeling het volgende. Uit de onderzoeken van SAB is niet gebleken dat ooievaars aanwezig zijn in het plangebied. Van Horssen Projectontwikkeling

18

B.V. en anderen hebben geen gegevens overgelegd die een begin van bewijs leveren dat zich ter plaatse nesten van ooievaars bevinden. De enkele stelling dat zij ter plaatse wel eens ooievaars waarnemen, vindt de Afdeling onvoldoende. Daarom ziet de Afdeling ook hierin geen aanleiding te twijfelen aan de uitvoerbaarheid van het plan. Dit brengt de Afdeling tot het oordeel dat de raad zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat de Wnb op voorhand niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Het betoog slaagt niet. Conclusie 26. Gelet op wat onder 19.3 is overwogen, is het beroep van [appellant sub 1] en anderen en is het beroep van Van Horssen Projectontwikkeling B.V. en anderen tegen het besluit van 20 juni 2023, waarbij het parapluplan is vastgesteld, gegrond. Het besluit moet vanwege strijd met de rechtszekerheid worden vernietigd.

Omdat niet aannemelijk is dat derdebelanghebbenden in hun belangen zouden kunnen worden geschaad, ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak te voorzien, namelijk door artikel 3.1, onder c, van de regels van het parapluplan aan te passen in die zin dat in dat artikel alsnog naar het in artikel 1.1 van de regels van het bestemmingsplan "Oost Kinderdijk 187a" genoemde IMROnummer wordt verwezen en te bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit van 20 juni 2023 voor zover dit is vernietigd. 27. Gelet op wat onder 15.6 is overwogen, is het beroep van [appellant sub 1] en anderen en is het beroep van Van Horssen Projectontwikkeling B.V. en anderen tegen het besluit van 22 maart 2022 gegrond. Dit besluit, voor zover daarbij het bestemmingsplan "Oost Kinderdijk 187a" is vastgesteld, moet wegens strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro worden vernietigd.

Omdat de Afdeling ten aanzien van het onder 15.6 geconstateerde gebrek onder 15.7 heeft overwogen dat de raad alsnog voldoende heeft gemotiveerd waarom niet binnen het bestaande stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte waarin de in het bestemmingsplan "Oost Kinderdijk 187a" voorziene ontwikkeling voorziet, ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, onder a, van de Awb de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit van 22 maart 2022 in stand te laten. 28. De raad moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het beroep van [appellant sub 1] en anderen en het beroep van Van Horssen Projectontwikkeling B.V. en anderen tegen het besluit van 20 juni 2023 gegrond; II. vernietigt het besluit van 20 juni 2023, voor zover het artikel 3, onder c van de planregels betreft; III. bepaalt dat artikel 3, onder c, van de planregels als volgt komt te luiden: "Het begrip peil als bedoeld in hoofdstuk 1 wordt gewijzigd in het volgende bestemmingsplan: Oost Kinderdijk 187a (vastgesteld: 22 maart 2022) NL.IMRO.0482.okinderdkassen110-vg01";

19

IV. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 20 juni 2023, voor zover dit is vernietigd; V. draagt de raad van de gemeente Alblasserdam op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel III wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening; VI. verklaart het beroep van [appellant sub 1] en anderen en het beroep van Van Horssen Projectontwikkeling B.V. en anderen tegen het besluit van 22 maart 2022 gegrond; VII. vernietigt het besluit van 22 maart 2022, voor zover daarbij het bestemmingsplan "Oost Kinderdijk 187a" is vastgesteld; VIII. bepaalt dat de rechtsgevolgen van het besluit van 22 maart 2022 geheel in stand blijven; IX. veroordeelt de raad van de gemeente Alblasserdam tot vergoeding van bij [appellant sub 1] en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 73,39, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; X. veroordeelt de raad van de gemeente Alblasserdam tot vergoeding van bij Van Horssen Projectontwikkeling B.V.

en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.187,50, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; XI. gelast dat de raad van de gemeente Alblasserdam aan [appellant sub 1] en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 184,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; XII. gelast dat de raad van de gemeente Alblasserdam aan Van Horssen Projectontwikkeling B.V. en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 365,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan. Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, voorzitter, en mr. J.M.L. Niederer en mr. H.J.M. Besselink, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Perlot, griffier. w.g. Hoekstra voorzitter w.g. Perlot griffier Uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2024 952

BIJLAGE A. Wettelijk kader

20

Algemene wet bestuursrecht Artikel 6:19: "1 Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben. 2 Het eerste lid geldt ook indien het bezwaar is gemaakt of het beroep is ingesteld nadat het bestuursorgaan het bestreden besluit heeft ingetrokken, gewijzigd of vervangen. 3 Het bestuursorgaan stelt het nieuwe besluit onverwijld ter beschikking aan het orgaan waarbij het beroep aanhangig is. 4 Indien een ander orgaan een bezwaar- of beroepschrift tegen het nieuwe besluit ontvangt, zendt het dit met toepassing van artikel 6:15, eerste en tweede lid, door. 5 De bestuursrechter kan het beroep tegen het nieuwe besluit echter verwijzen naar een ander orgaan, indien behandeling door dit orgaan gewenst is. 6 Intrekking of vervanging van het bestreden besluit staat niet in de weg aan vernietiging van dat besluit indien de indiener van het bezwaar- of beroepschrift daarbij belang heeft." Artikel 8:69a: "De bestuursrechter vernietigt een besluit niet op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept." Artikel 8:72: "(…) 3 De bestuursrechter kan bepalen dat: a.

de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit of het vernietigde gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk in stand blijven, of b. zijn uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit of het vernietigde gedeelte daarvan. (…)" Invoeringswet Omgevingswet Artikel 4.6: "(…) 2 Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet: a. een ontwerp ter inzage is gelegd van: 1° een besluit tot aanwijzing van een gebied op grond van een verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer, of 2°.een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan, inpassingsplan of exploitatieplan, of

21

b. een beheersverordening is vastgesteld, maar nog niet in werking getreden, blijft het oude recht van toepassing tot dit besluit van kracht is. 3 Het oude recht blijft, tot het besluit onherroepelijk is, van toepassing op een beroep tegen: a. een besluit tot aanwijzing van een gebied op grond van een verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer, of b. een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan, inpassingsplan of exploitatieplan. (…)". Wet ruimtelijke ordening Artikel 3.8: "(…) 4. In afwijking van het derde lid wordt het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan zes weken na de vaststelling bekendgemaakt, indien door gedeputeerde staten, Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat een zienswijze is ingediend en deze niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan daarin wijzigingen heeft aangebracht ten opzichte van het ontwerp, anders dan op grond van zienswijzen van gedeputeerde staten, Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat. In zodanig geval zenden burgemeester en wethouders na de vaststelling onverwijld langs elektronische weg het raadsbesluit aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat.

(…)." Besluit ruimtelijke ordening Artikel 3.1.6, tweede lid: "2 De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Bouwbesluit 2012 Artikel 3.8, tweede lid: "2 Een installatie voor warmte- of koudeopwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, veroorzaakt op de perceelgrens met een perceel voor een andere woonfunctie een geluidsniveau van ten hoogste 40 dB, bepaald volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai." Besluit bouwwerken leefomgeving Artikel 4.107, tweede lid: "2 Een installatie voor warmte- of koudeopwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, veroorzaakt op de perceelgrens met een bouwwerkperceel voor een andere woonfunctie een geluidsniveau van ten hoogste 40 dB, berekend volgens de bij ministeriële regeling gestelde regels."

22

Omgevingsverordening Zuid-Holland Artikel 6.9: " 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. 3. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. (…) 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: (…) c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. (…). 12.

Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid een significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden, recreatiegebieden rond de stad, of karakteristieke landschapselementen, wordt deze aantasting gecompenseerd. Gedeputeerde staten leggen de vereisten betreffende de aard en omvang van de compensatie en het moment waarop de compensatie gerealiseerd moet zijn, vast in een beleidsregel over de compensatie bij nieuwe ontwikkelingen. De motivering bij het bestemmingsplan bevat een verantwoording over de wijze van compensatie. (…)" Artikel 6.26: "1. Een bestemmingsplan voor gronden binnen de landgoed- en de kasteelbiotopen, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 15 in bijlage II, kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling voor zover: a. geen aantasting plaatsvindt van de waarden van de landgoed- en kasteelbiotoop, of b. de ontwikkeling is gericht op verbetering en versterking van de waarden van de landgoeden kasteelbiotoop. 2. Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, bevat een beeldkwaliteitsparagraaf, waarin het effect van deze ontwikkeling op de landgoed- of kasteelbiotoop wordt

23

beschreven. Naast de analyse van de cultuurhistorische kwaliteiten en waarden van het landgoed of het kasteel gaat deze paragraaf in op de wijze waarop de kenmerken en waarden van de landgoed- of kasteelbiotoop beschermd of versterkt worden. Het gaat in ieder geval om de volgende kenmerken en waarden: a. de buitenplaats, bestaande uit het hoofdhuis met bijgebouwen en het bijbehorende park of tuin, of het kasteel of kasteelterrein in de vorm van ruïne, muurrestanten, één of meer bijgebouwen, omgracht terrein, alsmede de functionele en visuele relaties tussen de verschillende onderdelen; b. de basisstructuur waaraan het landgoed of de kasteellocatie bewust direct is gekoppeld: een weg, een waterloop, of beide of in geval van een buitenplaats ook indirect door middel van zichtlijnen; c. het blikveld: de vrije ruimte die nodig is om de historische buitenplaats of het kasteel in het landschap te herkennen; Naast deze kenmerken en waarden kunnen er voor zowel de landgoed- als de kasteelbiotoop afzonderlijke kenmerken en waarden aan de orde zijn. 3. Afwijking van het eerste lid is slechts mogelijk indien sprake is van het noodzakelijk herbestemmen van bouw- en gebruiksrechten uit het voorgaande bestemmingsplan of indien sprake is van een zwaarwegend algemeen belang en er geen reële andere mogelijkheid is. De toelichting van het bestemmingsplan bevat hierover een verantwoording." B.

De regels van de bestemmingsplannen Het bestemmingsplan "Oost Kinderdijk 187a" Artikel 1.1. getiteld "plan": " het bestemmingsplan "Alblasserdam, Oost Kinderdijk 187a met identificatienummer NL.IMRO.0482.okinderdkassen110-vg01 van de gemeente Alblasserdam." Artikel 1.54, getiteld "peil": "a. voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. indien in of op het water wordt gebouwd: het NAP; c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein, vermeerderd met 0,20 m." Artikel 2.2, getiteld "bouwhoogte van een bouwwerk", uit paragraaf 2, getiteld "Wijze van meten": "a. vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; b. in die gevallen dat het maaiveld niet horizontaal ligt (dijkbebouwing): tussen de bovenkant van het gebouw, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen en het hoogste punt van de snijlijn van de dichtst bij de kruin van de dijk gelegen gevel met het maaiveld.

Indien sprake is van gebouwen op een niet-horizontaal gelegen maaiveld geldt het bepaalde in dit lid onder b over een afstand van ten hoogste 15 m gemeten in het horizontale vlak vanaf de kruin van de dijk;

24

c. in geval van her- of nieuwbouw van bebouwing aan een dijk (de onder b bedoelde gevallen) wordt voor de bouwhoogte uitgegaan van het bepaalde onder a." Artikel 5.1: "De voor ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woonerven, wijkontsluitingswegen, pleinen; (…)". Artikel 7.7.2: "(…) c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' de goot- en bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan de waarde die in de aanduiding is opgenomen, met dien verstande dat de maximum goothoogte met een maximale breedte van 2,5 m mag worden onderbroken ten behoeve van ondergeschikte gevelaccenten. (…)." Artikel 15.1.2: "Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 1' mag niet worden gebouwd." Artikel 15.1.3: "Burgemeester en wethouders kunnen afwijken bij een omgevingsvergunning van het bepaalde in artikel 15.1.2 met inachtneming van de volgende regels: a. de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels worden in acht genomen b.

het belang van de waterkering wordt niet onevenredig geschaad en vooraf wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder." Artikel 15.2.1: "Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk - 2' zijn de gronden, naast de voor die gronden aangewezen bestemming(en), aangeduid als buitenbeschermingszone van de primaire waterkering." Artikel 18.1: "Ten aanzien van parkeren geldt dat: a. bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen geldt de regel dat er voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen aanwezig is of wordt gerealiseerd binnen het plangebied van dit bestemmingsplan; b. deze parkeergelegenheid dient in stand gehouden te worden; c. voldoende parkeergelegenheid betekent dat voldaan wordt aan de parkeernormen zoals opgenomen in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Alblasserdam (d.d. 29 oktober 2019). Indien gedurende de planperiode de beleidsregels parkeren wijzigen, gelden de gewijzigde regels. d. Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder sub a en c indien:

25

1. uit parkeeronderzoek blijkt dat voldoende parkeergelegenheid aanwezig is in het openbaar gebied, of; 2. er door andere omstandigheden, mede verband houdende met de aard en omvang van de nieuwe functie of bouwwerk, zoals dubbelgebruik, aanwezigheidspercentages en fietsgebruik volstaan kan worden met een lagere norm, mits: - het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; - bij de omgevingsvergunning worden het behoud van een stedenbouwkundige eenheid en de verkeersveiligheidsbelangen van de desbetreffende straat in acht genomen." Het bestemmingsplan "Parapluherziening wonen en parkeernormen" Artikel 1.9, getiteld "peil": "voor bouwwerken: -1,50 m NAP; b. indien in of op het water wordt gebouwd: het NAP; c. in andere gevallen: -1,50 m NAP. Artikel 3, onder c: "Het begrip peil als bedoeld in hoofdstuk 1 wordt gewijzigd in het volgende bestemmingsplan: Oost Kinderdijk 187a (vastgesteld: 22 maart 2022) NL.IMRO.0482.WHovenO-vg01"

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/591/documents/13364