CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Rapportage COPA210368-R101 over Constructieve veiligheid RVS bassin zwembad Blokweer d.d. 21 januari 2022.pdf

Gecombineerde commissie Alblasserdam 14 juni 2022, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 6: Raadsvoorstel Zwembad Blokweer - Raadsvoorstel24.961 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Onderzoek constructieve veiligheid RVS bassinwand zwembad Blokweer Fase 1

Opdrachtgever: SCD/ Gemeente Alblasserdam Referentie:

COPA210368-R101

Revisie:

0

Datum:

21 januari 2022

Iv-Consult b.v. Ingenieursbureau met Passie voor Techniek

Titel document:

Onderzoek constructieve veiligheid RVS bassin van zwembad Blokweer

Ondertitel document: Referentie: Revisie: Datum: Opdrachtgever: Projectnummer opdrachtgever: Project:

Fase 1 COPA210368-R101 0 21 januari 2022 SCD / Gemeente Alblasserdam

Opgesteld door: Gecontroleerd door: Goedgekeurd door:

A. de Wit J. Koeken P. Wolsink

Paraaf: Paraaf: Paraaf:

© Iv-Consult b.v., Alle rechten voorbehouden, Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Iv-Consult b.v.

2/48

Inhoudsopgave 1

Inleiding

6

1.1. 1.2.

Opdrachtverlening Aanleiding

6 6

2

Samenvatting en conclusie

7

2.1. 2.1.1. 2.1.2. 2.1.3. 2.1.4. 2.2.

Samenvatting Schouw Documentenonderzoek Constructieve analyse Acties en vervolgonderzoek Conclusie

7 7 7 8 8 8

3

Schouw

10

3.1. 3.2. 3.3.

Doel Bassinwand Technische ruimte

10 10 17

4

Documentenonderzoek

19

4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.4.1. 4.4.2.

Doel Gebouw Bassin Inspecties Rapportages Bouwbesluit

19 20 23 28 28 31

5

Constructieve analyse

33

5.1. 5.2. 5.2.1. 5.2.2. 5.2.3. 5.2.4. 5.3. 5.4. 5.5.

Doel Uitgangspunten Normen Grondslag Geometrie Materiaal Bassinwand Verdiepingsvloer Begane grondvloer

33 33 33 34 34 34 34 41 41

6

Vervolgonderzoek

42

COPA210368-R101 Revisie: 0

3/48

BIJLAGEN

43

A. B. C. D.

44 45 46 47

Bestektekening sportcentrum Blokweer Publicatie Staatscourant Rapport TNO 2013 R11051 Verificatie betonnen verdiepingsvloer

COPA210368-R101 Revisie: 0

4/48

REVISIEBEHEER Versie 0

COPA210368-R101 Revisie: 0

Datum 21-01-2022

Aanpassingen Eerste uitgave

5/48

1

Inleiding

1.1.

Opdrachtverlening

SCD/ Gemeente Alblasserdam heeft aan Iv-Consult opdracht verleend tot het uitvoeren van de eerste fase van het onderzoek naar de constructieve veiligheid van de roestvaststalen bassinwand (Figuur 1) van het zwembad in Sportcentrum Blokweer te Alblasserdam. De eerste fase bestaat uit: 1. Schouw 2. Documentenonderzoek 3. Constructieve analyse 4. Rapportage

1.2.

Aanleiding

De bassinwand is opgebouwd uit roestvaststalen (RVS) panelen met hierover een waterdichte folie. Uit inspecties is naar voren gekomen dat corrosieverschijnselen optreden die aandacht en actie behoeven. De inspectierapporten geven, onder andere, aanbevelingen tot onderhoud en vervanging van onderdelen. Het onderzoek naar de constructieve veiligheid heeft als doel de optredende belastingen (door het eigen gewicht en de waterdruk) vast te stellen en hiermee de constructie te toetsen aan de geldende normen. Uit een dergelijke toetsing volgt een mogelijke constructieve reserve, waarmee (in een volgende fase) het effect van corrosie beschouwd kan worden.

Figuur 1 - Overzicht van de roestvaststalen bassinwand

COPA210368-R101 Revisie: 0

6/48

2

Samenvatting en conclusie

2.1.

Samenvatting

2.1.1. Schouw Bij de schouw van de bassinwand is corrosie aangetroffen op de roestvaststalen platen en bevestigingsmiddelen. Hoewel de gehele bassinwand is aangetast, is deze in de omgeving van de trommelfilter opvallend sterker/ uitgebreider. De bassinwand komt op hoofdlijnen overeen met de tekeningen, maar laat ook enkele opvallende constructieve afwijkingen zien. Van een deel van deze afwijkingen kan de reden voor de aanpassing niet direct worden verklaard. In de technische ruimte (corridor) rondom de bassinwand is het warm en benauwd. De atmosfeer wordt ervaren als onaangenaam. Mogelijk gaat het om de ‘typische zwembadatmosfeer’, waarvan gesproken wordt in Artikel 5.12 van het Bouwbesluit 2012. Een zwembadatmosfeer (chloride-houdende dampen in combinatie met een relatief hoge temperatuur) in de corridor zal de vorming van corrosie van de roestvaststalen bassinwand bevorderen. In de technische ruimte staan installaties opgesteld en zijn materialen opgeslagen, waaronder chemicaliën. Afhankelijk van de regelgeving zou verwacht kunnen worden dat de chemicaliën in een aparte ruimte behoren opgeslagen te zijn. 2.1.2. Documentenonderzoek Van de gebouwconstructie zijn tekeningen aangetroffen die een duidelijk inzicht geven in de globale opbouw en samenhang.

Daarnaast zijn berekeningen gevonden van de betonnen fundatie, de betonnen begane grondvloer, het stalen skelet en de betonnen verdiepingsvloer. Opvallend is dat de horizontale belastingen uit de bassinwand, die worden afgedragen aan de betonnen vloeren, niet zijn meegenomen in de ontwerpberekening van deze vloeren. Dit is een omissie. Van het zwembassin met de roestvaststalen wand zijn veel gedetailleerde tekeningen aangetroffen. De status van de tekeningen is onduidelijk. Mogelijk zijn het aanbiedings- en/of contracttekeningen. Op de tekeningen zijn alleen hoofdafmetingen van maatvoering voorzien. De maatvoering van onderdelen en plaatdikten ontbreekt. Ook zijn het toegepaste materialen van de platen en bevestigingsmiddelen niet vermeld. De informatie op de tekeningen van de bassinwand is onvolledig. Een berekening van de bassinwand is niet aangetroffen. Op twee tekeningen zijn bij lijmankers (verbinding naar de betonnen vloeren) krachten vermeld. Onduidelijk is of het om waarden in de bruikbaarheidstoestand of om waarden in uiterste grenstoestand gaat. Op basis van de bestaande documenten kan geen uitspraak worden gedaan over de constructieve veiligheid van de bassinwand. Uit de inspectierapporten blijkt dat al vrij snel na de oplevering van het bassin corrosie van roestvaststalen delen is waargenomen.

In de rapporten wordt steeds gewezen op het mogelijke gevaar van plotseling

COPA210368-R101 Revisie: 0

7/48

bezwijken van niet-resistent roestvast staal door corrosie in een zwembadmilieu. Meerdere malen (ook in de correspondentie) wordt gewezen op Artikel 5.12 van het Bouwbesluit 2012. Bij één van de inspecties is het materiaal van de bassinwand onderzocht door middel van van X-Ray Fluorescentie. Uit het resultaat volgt dat de bassinwand gemaakt is van niet-resistent roestvaststaal. Volgens Artikel 5.12 van het Bouwbesluit 2012 is het gebruik van niet-resistent roestvaststaal niet toegestaan. Wanneer het toch is gebruikt dienen maatregelen genomen te worden om de constructieve veiligheid te waarborgen. Wat betreft de uitwerking van de te nemen maatregelen is er onduidelijkheid over de juiste interpretatie: mag de ‘tweede draagweg’, eventueel in combinatie met halfjaarlijkse inspecties, gebruikt worden als een definitieve oplossing (tot aan het einde van de beoogde restlevensduur)? 2.1.3. Constructieve analyse Uit de resultaten van de analyse van de globale constructie (staafniveau) van de bassinwand blijkt dat deze voldoet in geval van nieuwstaat. De overdraagbaarheid van belasting naar andere delen van de constructie (redundantie) bij het bezwijken van een onderdeel of een verbinding is zeer beperkt.

In een volgende fase moet verdere aandacht worden gegeven aan locaties waar belastingen worden ingeleid, verbindingsdetails (bouten en ankers) en het gebied rondom de (versterkte) safety step. Lokale materiaalafname door corrosie lijkt (vanuit het oogpunt van sterkte en stabiliteit) beperkt toelaatbaar. Voor de beoordeling van de verminderde weerstand als gevolg van spanningscorrosie is afstemming noodzakelijk met specialisten. Bij het ontwerp van de betonnen verdiepingsvloer zijn geen belastingen gerekend uit de bassinwand. Een inschatting van dit effect laat zien dat de betonnen verdiepingsvloer mogelijk niet voldoet. Ook bij het ontwerp van de betonnen begane grondvloer zijn geen belastingen gerekend uit de bassinwand. Het effect is naar verwachting klein, maar om een gefundeerd oordeel te kunnen geven moet verder onderzoek worden uitgevoerd. 2.1.4. Acties en vervolgonderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten uit de eerste fase is een opsomming gemaakt van mogelijke acties en vervolgonderzoek. In overleg met SCD/ Gemeente Alblasserdam kan hieruit een prioriteitenlijst worden opgesteld voor de tweede fase van het onderzoek.

2.2.

Conclusie

De roestvaststalen bassinwand van het Sportcomplex Blokweer is door corrosie aangetast. Omdat de gebruikte materialen niet resistent zijn tegen de heersende zwembadatmosfeer is, als gevolg van spanningscorrosie, de constructieve veiligheid mogelijk in het geding. Op basis van Artikel 5.12 uit het Bouwbesluit 2012 dient de constructie te worden afgekeurd en passende maatregelen te worden genomen.

COPA210368-R101 Revisie: 0

8/48

Mogelijk kan een tweede draagweg worden voorzien die bij eventuele breuk de belastingen overneemt. Afhankelijk van de (juiste) interpretatie van Artikel 5.12 zou dit een tijdelijke of permanente oplossing kunnen zijn. Het is belangrijk dat hierover uitsluitsel komt. In gunstige(re) omstandigheden is de globale constructie van de bassinwand voldoende sterk en stabiel om de optredende belastingen door eigen gewicht en waterdruk veilig te dragen. Voor de beoordeling van (verbindings-)details is verder onderzoek noodzakelijk. Indien door corrosie één van de hoofdelementen uitvalt, is voortschrijdend bezwijken van de bassinwand niet uitgesloten en dus een risico. Bij het ontwerp van de betonnen vloeren is niet gerekend met de belasting door waterdruk, die hieraan via de bassinwand worden afgedragen. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om na te gaan of de vloeren hiertoe voldoende in staat zijn. In de corridor rond de bassinwand heerst een zwembadatmosfeer, wat ongunstig is voor het gebruikte nietresistente roestvaststaal. Mogelijk kan de oorzaak weggenomen worden door het verplaatsen van de opgestelde installaties en opgeslagen goederen naar andere ruimten en verbetering van de ventilatie.

COPA210368-R101 Revisie: 0

9/48

3

Schouw

3.1.

Doel

Op 22 december 2021 (kort na opdrachtverlening) is de roestvaststalen bassinwand aan de zijde van de technische ruimte, door twee constructeurs van Iv-Consult, geschouwd. Het doel van deze schouw was het verkrijgen van een eerste indruk (van de staat) van de constructie. Daarnaast is een eerste beoordeling gedaan van de betrouwbaarheid van de beschikbaar gestelde tekeningen (overeenkomst met de ‘as-built’ situatie).

3.2.

Bassinwand

In deze paragraaf worden een aantal foto’s getoond die gemaakt zijn bij de schouw. Hierbij worden kort opmerkingen gemaakt met de meest opvallende zaken. Evident is dat veel bouten gecorrodeerd zijn, dit wordt niet telkens benoemd.

Figuur 2 - Bassinwand nabij de aandrijving van de beweegbare bodem

Figuur 2 toont de bassinwand nabij de aandrijving van de beweegbare bodem. Opvallend is dat het aantal liggers tussen de verticalen is verdubbeld. De tussenafstand bedraagt ongeveer 150mm in plaats van 300mm, zoals op tekeningen aangegeven. Opvallend is, dat juist in het onderste veld, waar de druk het hoogste is, de extra ligger ontbreekt (tussenafstand 300mm). De schoren zijn met drie bouten aan de staander verbonden, terwijl er op tekeningen telkens twee staan.

COPA210368-R101 Revisie: 0

10/48

hoekstaal (koolstofstaal) en aarding

Figuur 3 - Koolstofstalen hoekstaal met aarding

Figuur 3: Op de hoeken van de bassinwand zijn koolstofstalen hoekstaal aangetroffen, die aan de bovenzijde verbonden (lijkt te) zijn met het roestvaststalen bassin. Aan de onderzijde is een aardingskabel bevestigd, die waarschijnlijk in verbinding staat met de wapening van de betonnen begane grondvloer.

klemconstructie

stopper

Figuur 4 - Klemconstructies die niet op tekening staan

Figuur 4: Aan de onderzijde van de bassinwand zijn klemconstructies voorzien die niet op tekening staan. Het is onbekend waarom ze zijn toegevoegd. De klemconstructies kunnen alleen verticale belastingen overdragen. Door aandraaien van de lijmankers wordt de bassinwand tegen de betonnen bassinvloer geklemd. De stoppers staan wel op tekening en zijn bedoeld voor de afdracht van horizontaal gerichte belastingen (loodrecht op het vlak van de wand).

COPA210368-R101 Revisie: 0

11/48

Figuur 5 - Opvallende corrosie nabij de trommelfilter

Figuur 5: Nabij de trommelfilter is de aantasting door corrosie aanzienlijk uitgebreider dan bij de andere delen van de bassinwand. Ook hier is het aantal liggers verdubbeld ten opzichte van de tekeningen.

COPA210368-R101 Revisie: 0

12/48

Op dit gedeelte van de wand zijn ook vrij grote leidingen aangesloten, die waarschijnlijk een functie hebben bij de filtering en verwarming van het bassinwater. Het lijkt rondom de trommelfilter ook warmer en (nog) benauwder te zijn dan in de rest van de corridor (technische ruimte) rondom de bassinwand.

Figuur 6 - Aansluiting onderrand bassinwand nabij trommelfilter

Figuur 6: Nogmaals aanzicht op de onderrand van de bassinwand met stoppers en klemconstructie. Deze foto is genomen nabij de trommelfilter. Opvallend zijn de omvang van de aantasting door corrosie en de vervuiling op de betonnen begane grondvloer. De gele verkleuring zou, volgens een van de medewerkers van het zwembad, het gevolg zijn van een behandeling van het roestvaststaal met […].

Figuur 7 - Aansluiting staander met de begane grondvloer

Figuur 7: Onder de staanders is een gelaste voet voorzien, die de staander verbindt met de betonnen begane grondvloer. De voet is niet ondersabeld met een voegmortel. De verbinding kan trek- en drukbelastingen overdragen. In het geval van druk zullen de ankers op knik worden belast. Voor de afdracht van dwarskracht (afschuiving van de ankers) is de verbinding ongeschikt.

COPA210368-R101 Revisie: 0

13/48

Figuur 8 - Versterking van de staanders met geboute platen

Figuur 8: Rondom de inkassingen van de safety step zijn, aan beide zijden, versterkingsplaten met een dikte van ongeveer 5mm aangebracht. De platen zijn met bouten aan de staanders verbonden. Deze versterkingsplaten worden op geen enkele tekening getoond.

Figuur 9 - Ontbrekende koppelingen bij de steunen

Figuur 9: Nabij de trommelfilter ontbreken een aantal koppeling tussen de steunen aan de bovenzijde van de bassinwand. Deze koppelingen zijn mogelijk bedoeld als stabiliserend element voor de steunen. Rechts is een sterk gecorrodeerde koppeling te zien.

COPA210368-R101 Revisie: 0

14/48

Figuur 10 - Impressie overige wanddelen

Figuur 10: Verder verwijderd van de trommelfilter is de aantasting door corrosie minder sterk. Wel zijn de gevolgen van lekkages te zien (witte verkleuring op meest rechtse foto). Tijdens de schouw zijn nabij de trommelfilter steekproefsgewijs metingen gedaan aan de constructie van de bassinwand om deze te vergelijken met de hoofdafmetingen zoals vermeld op de tekeningen. De profieldoorsneden zijn volledig ingemeten omdat de maatvoering niet op de tekeningen is vermeld. De resultaten worden getoond in Figuur 11 en Figuur 12. Geadviseerd wordt om in een volgende fase deze metingen te controleren en uit te breiden naar de andere delen van de bassinwand.

COPA210368-R101 Revisie: 0

15/48

Figuur 11 - Afmetingen wandtype 1 met safety step

Figuur 12 - Afmetingen wandtype 2 met safety step

COPA210368-R101 Revisie: 0

16/48

3.3.

Technische ruimte

De corridor tussen de bassinwand en de wanden van het gebouw (zie Figuur 10, linker foto) wordt gebruikt als ‘technische ruimte’. In deze ruimte zijn installaties opgesteld en dient als opslagplaats voor zwemlijnen, andere materialen/ hulpmiddelen en chemische middelen (desinfectie zwemwater).

Figuur 13 - Voorbeelden van installaties in de technische ruimte

Figuur 13: Enkele voorbeelden van installaties in de technische ruimte (trommelfilter, aandrijving bewegende vloer, warmtewisselaar.

Figuur 14 - Opslag van zwemlijnen

Figuur 14: Zwemlijnen worden opgeslagen in kratten. Voor de aan- en afvoer van de lijnen zijn in de verdiepingsvloer (perron) gaten voorzien. Bij opslag zullen de dan natte lijnen (chloride-houdend) water in de technische ruimte brengen. Dit water kan verdampen en weer condenseren op de bassinwand.

COPA210368-R101 Revisie: 0

17/48

Figuur 15 - Opslag van chemicaliën en andere materialen

Figuur 15: Voorbeelden van opgeslagen chemicaliën en andere hulpmiddelen. Afhankelijk van de regelgeving zou verwacht kunnen worden dat de opslag van chemicaliën in een aparte (afgesloten) ruimte plaats vindt. De luchttemperatuur en het zuurstofgehalte in de corridor zijn niet gemeten. Nabij de trommelfilter leek, naar de waarneming van de schouwende constructeurs, de luchttemperatuur hoger en het zuurstofgehalte lager te zijn dan elders in de corridor. Waarschijnlijk is hier sprake van de ‘typisch zwembadatmosfeer’ waarvan in het Bouwbesluit 2012, artikel 5.12, wordt gesproken.

COPA210368-R101 Revisie: 0

18/48

4

Documentenonderzoek

4.1.

Doel

Ten behoeve van het onderzoek zijn door SCD/ Gemeente Alblasserdam een groot aantal documenten beschikbaar gesteld (aangeleverd 1 december 2021). Het totaal aan documenten bestaat uit tekeningen, berekeningen, inspectierapporten en correspondentie. In dit rapport worden alleen de documenten genoemd die relevant zijn en gebruikt bij het onderzoek. Documenten gebruikt bij het onderzoek: [1] Bartels UT07878, bestektekening, bladen 301 en 302, d.d. 17-04-2013 [2] Bartels UT07878-001-BMS, staalberekening, uitvoeringsontwerp, d.d. 15-07-2013 [3] Bartels UT07878-001-EBL, betonberekening, technisch ontwerp, d.d. 18-03-2013 [4] Dycore ordernummer 1113838-1, berekening, d.d. 14-11-2013 [5] Dycore ordernummer 1113838-2, tekening legplan, revisie A, d.d. 14-11-2013 [6] Dycore ordernummer 1113838-2, tekening plaatwapening, revisie A, d.d. 14-11-2013 [7] Dycore ordernummer 1113838-2, tekening wapening op plaat, revisie A, d.d. 14-11-2013 [8] Dycore ordernummer 1113838-2, tekening bovenwapening, revisie A, d.d. 14-11-2013 [9] Myrtha Pools, tekening ENG-394095 GL01, revisie A, d.d. 15-03-2013 [10] Myrtha Pools, tekening ENG-394095 GL02, revisie A, d.d. 15-03-2013 [11] Myrtha Pools, tekening ENG-394095 GL03, revisie A, d.d. 15-03-2013 [12] Myrtha Pools, tekening ENG-394095 GL04, revisie A, d.d. 15-03-2013 [13] Myrtha Pools, tekening ENG-394095 GL01, revisie A, d.d.

05-02-2014 [14] Myrtha Pools, tekening ENG-394095 GL02, revisie A, d.d. 05-02-2014 [15] Myrtha Pools, tekening ENG-394095 GL03, revisie A, d.d. 05-02-2014 [16] Myrtha Pools, tekening ENG-001104 GL04, revisie A, d.d. 05-02-2014 [17] Cobra Consultancy, rapport 1-3174, d.d. 18-06-2015 [18] Cobra Consultancy, rapport 1-3284, d.d. 21-03-2016 [19] SGS Intron, rapport A965690/R20180063, d.d. 09-03-2018 [20] Cobra Inspectie, rapport 4150, d.d. 19-10-2021 De aangeleverde digitale mappenstructuur suggereert dat vijf inspecties hebben plaats gevonden (Figuur 16), echter de map ‘SGS Search (2021)’ bevat hetzelfde document als de map ‘SGS Search (2018)’. Het is onbekend of er in 2021 door SGS Search een inspectie heeft plaatsgevonden.

Figuur 16 - Digitale mappenstructuur inspectierapporten

COPA210368-R101 Revisie: 0

19/48

4.2.

Gebouw

Omdat de bassinwand verbonden is met de (hoofd)constructie van het gebouw, en hieraan belasting afdraagt en stabiliteit ontleent, is ook de gebouwconstructie in het onderzoek betrokken. Bestektekening UT07878, bladen 301 en 302, d.d. 17-04-2013 [1], opgesteld door ingenieursbureau Bartels, toont een helder overzicht van de gebouwconstructie met het zwembassin. In Figuur 17 wordt een Fragment van deze tekening weergegeven dat de opbouw van de constructie goed weergeeft. De volledige tekening is opgenomen in Bijlage 0.

Figuur 17 - Fragment bestektekening UT07878, blad B302

De gebouwconstructie bestaat uit een stalen skelet (blauwe kolommen en lila dakspanten) op een onderheide betonnen fundatie met de vloer van de begane grond (grijs). Het stalen skelet draagt een betonnen verdiepingsvloer (grijs) die toegang geeft tot het bassin (‘perron’). Het dak bestaat uit houten lignatur dakelementen met beplanking en isolatie, die worden gedragen door stalen balken. De gevels zijn ingevuld met houtskelet elementen (niet getoond). Tussen de betonnen begane grondvloer en de betonnen verdiepingsvloer zijn de roestvaststalen elementen van de bassinwand (cyaanblauw) gefixeerd. De bassinwand draagt verticale en horizontale belastingen af aan de begane grondvloer en horizontale belasting aan de verdiepingsvloer. De afdracht van belastingen uit de roestvaststalen bassinwand wordt verder toegelicht in hoofdstuk 4.3. Op het niveau van het dak vormen de houten lignatur dakelementen een schijf, die belastingen afdraagt aan het verticale stabiliteitssysteem. De betonnen verdiepingsvloer vormt een liggend kader rondom het bassin, dat eveneens, in het horizontale vlak belastingen afdraagt naar het verticale stabiliteitssysteem. De staalconstructie met het stabiliteitssysteem is door ingenieursbureau Bartels uitgewerkt in staal berekening UT07878-001-BMS, uitvoeringsontwerp, d.d. 15-07-2013 [2].

De staalconstructie bestaat uit grote parallel geplaatste ongeschoorde portalen, die uit hun vlak gestabiliseerd zijn met een verticaal verbandsysteem. De bovenregels van de portalen dragen het dak. De portalen zijn opgebouwd uit walsprofielen HEB900 en HEB800; de bovenregel in staalsoort S355 en de kolommen in staalsoort S235.

COPA210368-R101 Revisie: 0

20/48

De betonnen verdiepingsvloer rondom het bassin wordt verticaal gedragen door stalen liggers. Deze liggers worden gesteund door de kolommen van de portalen en korte pendelkolommen. Zowel de liggers als de pendelkolommen zijn uitgevoerd als walsprofielen. Figuur 18 toont plattegronden van het stalen skelet.

Figuur 18 - Fragment berekening UT07878-001-BMS, bladen 3-1 en 4-7 (overzicht stabiliteitssysteem en ondersteuning verdiepingsvloer)

Figuur 19 toont de schematisering (verticaal aanzicht) van de portaalconstructies op de cijferassen.

Figuur 19 - Fragment berekening UTO07878-001-BMS, blad 6-6 (schematisering van de stalen portaalconstructies op de letterassen)

COPA210368-R101 Revisie: 0

21/48

Figuur 20 toont de schematisering van het verticale verband op as B.

Niet correct!

Figuur 20 - Fragment berekening UTO07878-001-BMS, blad 3-5 (schematisering verticaal verband as B)

De betonconstructie is door ingenieursbureau Bartels uitgewerkt in betonberekening UT07878-001-EBL, technisch ontwerp, d.d. 18-03-2013 [3]. In dit document wordt de begane grondvloer beschreven als een in het werk gestorte betonvloer. De verdiepingsvloer wordt omschreven (blad A1-1) als een kanaalplaatvoer, dik 150/260 mm met een druklaag van 60mm.

1,2

Voor de begane grondvloer is, daar waar deze de functie heeft van bassinbodem, gerekend met een waterhoogte van 2,5m (blad 2-1). Dit is iets minder dan de actuele waterhoogte van 2,6m. Daarbij valt op dat de waterbelasting gezien wordt als onderdeel van de permanente belasting (Gk;rep) en niet als veranderlijke belasting (Qk;rep). Deze keuze is direct van invloed op de gebruikte partiële belastingfactor (1,2 in plaats van 1,5). Hierdoor is het gehanteerde veiligheidsniveau voor toetsing mogelijk lager dan bedoeld 1. Met de horizontale belasting uit de roestvaststalen bassinwand, die in het vlak van de begane grondvloer moet worden opgenomen, is niet gerekend. In hoofdstuk 4 wordt hier nader op ingegaan. De verdiepingsvloer, die in het technisch ontwerp beschreven wordt als een kanaalplaatvloer, is uitgevoerd als een in het werk gestorte vloer op breedplaten. Dit aangepaste ontwerp is door de leverancier Dycore uitgewerkt in een berekening onder ordernummer 1113838-1, d.d. 14-11-2013 [4]. In deze berekening hebben de breedplaten een glad aansluitvlak met het in het werk gestorte beton. De wapening is berekend voor alleen de verticale vloerbelasting. Met de horizontale belasting uit de roestvaststalen bassinwand, die in het vlak van de verdiepingsvloer moet worden opgenomen, is niet gerekend. In hoofdstuk 4 wordt hier nader op ingegaan.

Bij de berekening door Dycore zijn, onder ordernummer 1113838-2, vier tekeningbladen gemaakt. De bladen betreffen een legplan [5], de plaatwapening [6], de wapening op de platen [7] en de bovenwapening [8].

In NEN-EN 1990+A1+A1/C1:2019, 4.1.1 (3) wordt het volgende gesteld: ‘Belastingen ten gevolge van water(druk) mogen als blijvende en/of veranderlijke belasting zijn beschouwd afhankelijk van de variatie van hun grootte in de tijd’. In NEN-EN 1991-11, Tabel A.7, wordt water genoemd als ‘opgeslagen materiaal’ met een volumiek gewicht van 10 kN/m 3. 1

COPA210368-R101 Revisie: 0

22/48

Figuur 21 toont een fragment van het legplan.

Figuur 21 - Fragment tekening door Dycore onder order 1113838-2 (legplan breedplaatvloeren)

4.3.

Bassin

De bassinconstructie bestaat uit: • De betonnen bassinvloer (= begane grondvloer van het gebouw); • De roestvaststalen bassinwand; • De betonnen vloer aan de bovenrand van het bassin (= verdiepingsvloer van het gebouw). De hoofdafmetingen van het bassin zijn: • Lengte: 25 m • Breedte: 21 m • Diepte: 2,6 m Figuur 22 toont het bovenaanzicht en de doorsnede in lengterichting. De doorsnede in dwarsrichting is vergelijkbaar met de doorsnede in lengterichting.

COPA210368-R101 Revisie: 0

23/48

Figuur 22 - Fragment Myrtha Pools tekening ENG-394095A-GL04 (bovenaanzicht en doorsnede roestvaststalen bassin)

De roestvaststalen bassinwand is opgebouwd uit geprefabriceerde onderdelen, die op locatie met bouten aan elkaar zijn verbonden. Figuur 23 toont een dwarsdoorsnede van het principe. In constructieve zin is de bassinwand te beschouwen als balkenrooster. Via een dunne wandplaat wordt de horizontale waterbelasting afgedragen aan een repeterend systeem van verticale en horizontale balken en steunen. De balken en steunen dragen op hun beurt de belasting af naar de begane grondvloer en de verdiepingsvloer.

COPA210368-R101 Revisie: 0

24/48

De verticale balken worden ‘staanders’ genoemd en hebben een tussenafstand van ongeveer 0,90 meter. De lengte van de staanders bedraagt ongeveer 2,60 meter. De kleinere horizontale balken worden aangeduid als ‘liggers’ en hebben, in verticale richting, een tussenafstand van ongeveer 0,30 meter. De overspanning van de liggers is gelijk aan de tussenafstand van de staanders, dit is 0,9 meter. De staanders worden ongeveer een meter boven de vloer gesteund door een scheefstaande staaf, die verbonden is met de begane grondvloer. Deze staaf wordt aangeduid als ‘schoor’. Aan de bovenzijde van de staander is een verbinding gemaakt met de verdiepingsvloer. Deze verbinding wordt ‘steun’ genoemd.

verdiepingsvloer

steun

safety step ligger wandplaat staander

schoor

stopper waterbelasting begane grondvloer reactiekrachten

Figuur 23 - Fragment Myrtha Pools tekening ENG-394095-GL03 (principe doorsnede bassinwand)

COPA210368-R101 Revisie: 0

25/48

Het eigen gewicht van de bassinwand wordt rechtstreeks afgedragen aan de begane grondvloer. De belasting door waterdruk is evenredig met de waterdiepte. Het totaal van de waterbelasting wordt door de bassinwand afgedragen aan (het horizontale vlak van) de begane grondvloer en de verdiepingsvloer. De rode pijlen in Figuur 23 geven de richting van de reactiekrachten aan. Het totaal van de horizontale reactiekrachten maakt evenwicht met het totaal van de waterbelasting. In de wanden evenwijdig aan de lengterichting van het bassin is een doorgaande ‘safety step’ voorzien. Deze safety step wordt gevormd door een inkassing. Zwemmers kunnen hierin hun voet plaatsen om uit te rusten. Doordat er in dwarsrichting van het bassin geen safety step is, zijn er twee hoofdtypen van wanddoorsneden met ieder een eigen gedrag (Figuur 24). Een derde type (bij de trappen) wordt hier niet beschouwd.

Figuur 24 - Type 1: wand met safety step

Type 2: wand zonder safety step

Door de inkassing wordt de staander lokaal minder stijf en sterk. De verandering van stijfheid beïnvloedt de afdracht van belastingen naar de steunpunten en de interne krachten in de constructie. Bij de schouw is vastgesteld dat de staanders met safety step lokaal versterkt zijn, zie ook hoofdstuk 3.2.

COPA210368-R101 Revisie: 0

26/48

In de door SCD/ Gemeente Alblasserdam beschikbaar gestelde documenten zijn van de bassinwand alleen tekeningen gevonden, berekeningen zijn niet aangetroffen. Op twee tekeningen worden bij de getoonde chemische ankers indicaties van krachten vermeld (Figuur 25). De gebruikte eenheid is deca-Newton (1 daN  1 kg-force). Of deze waarden gelden voor de Bruikbaarheidsgrenstoestand (BGT) of de Uiterste Grenstoestand (UGT) wordt niet vermeld. Opvallend is dat op geen enkele tekening vermeld wordt welke materialen zijn toegepast. Chemische ankers bestaan uit een in het beton geboord gat, waarin een ronde stalen staaf met schroefdraad wordt gelijmd. Met de ankers wordt de bassinwand aan de betonnen begane grondvloer en de verdiepingsvloer gebout.

Figuur 25 - Fragment Myrtha Pools tekening ENG-394095A-GL03 (indicatie krachten chemische ankers)

COPA210368-R101 Revisie: 0

27/48

4.4.

Inspecties

4.4.1. Rapportages In de door SCD/ Gemeente Alblasserdam beschikbaar gestelde documenten zijn vier verschillende inspectierapporten naar aanleiding van corrosieverschijnselen gevonden. Cobra Consultancy, rapport 1-3174, d.d. 18-06-2015 [17]: In 2015 is de inspectie door Cobra Consultancy gericht geweest op corrosieverschijnselen en lekkages in de ‘technische ruimte’ rondom de buitenzijde van de roestvaststalen bassinwand (onder de verdiepingsvloer van het gebouw). Daarbij wordt geadviseerd om lekkages op te lossen, de constructie van de bassinwand te behandelen en de ventilatie van de ruimte te verbeteren. In de rapportage wordt enige aandacht gegeven aan het gebruikte materiaal voor de constructie van de bassinwand, maar volledige duidelijkheid ontstaat niet. Cobra Consultancy, rapport 1-3284, d.d. 21-03-2016 [18]: In 2016 is de inspectie door Cobra Consultancy uitgebreid naar de bassinruimte, de douches en kleedruimte. De adviezen uit 2015 worden herhaald. Er wordt melding gemaakt van corrosie tussen de roestvaststalen wandplaten en de PVC-folie (waterzijde van de bassinwand), mogelijk op te lossen door MIG lassen. Verder wordt aanbevolen om op trek belaste austenitisch stalen bouten van de bassinwand te vervangen door bouten met Werkstoffnr.1.4529.

In de rapportage wordt gesteld dat Bremen Bouwadviseurs, in samenwerking met ingenieursbureau Van der Werf en Nass, de constructie zou hebben afgekeurd. Rapportage(s) door Bremen Bouwadviseurs en/of Van der Werff en Nass zijn, in de beschikbaar gestelde documenten, niet aangetroffen. SGS Intron, rapport A965690/R20180063, d.d. 09-03-2018 [19]: In 2018 is door SGS een inspectie uitgevoerd van de roestvaststalen beweegbare bodem (geen onderdeel van de bassinwand) en de roestvaststalen bassinwand. Daarbij zijn monsters van de materialen onderzocht op samenstelling door middel van X-Ray Fluorescentie. Uit deze metingen zijn door SGS Intron de gebruikte materialen afgeleid. De rapportage bespreekt ook de oorzaken van de waargenomen corrosieverschijnselen en geeft een conclusie. Relevante delen uit dit rapport worden getoond in Figuur 26.

COPA210368-R101 Revisie: 0

28/48

[…]

Figuur 26 - Fragmenten inspectierapport A965690/R20180063

De in inspectierapport A965690/R20180063 (Figuur 26) genoemde materialen behoren tot de groep van roestvaststaalsoorten die niet-resistent zijn volgens het ‘Deskundigenrapport toepassing en inspectie van roestvaststaal in zwembaden’, d.d. 20 september 2013, door TNO [22]. Volgens het Bouwbesluit 2012, Artikel 5.12, mogen deze materialen niet zijn toegepast. Zie ook paragraaf 4.4.2.

COPA210368-R101 Revisie: 0

29/48

Cobra Inspectie, rapport 4150, d.d. 19-10-2021 [20]: In 2021 is een inspectie uitgevoerd door Cobra Inspectie waarbij de bassinruimte, de douches en kleedruimte en de technische ruimte rondom de bassinwand opnieuw zijn beoordeeld. In de rapportage is een risicoanalyse (Figuur 27) opgenomen met een classificatie. Volgens deze risicoanalyse wordt de gehele roestvaststalen constructie van het bassin afgekeurd. In het hoofdstuk met acties, conclusies en aanbevelingen wordt geadviseerd om alle aanbevelingen, ook die uit eerdere inspecties, direct uit te voeren om aan artikel 5.12 van het Bouwbesluit 2012 te voldoen.

Figuur 27 - Fragment inspectierapport 4150 Cobra Inspectie (risicoanalyse)

Naar aanleiding van de laatste rapportage door Cobra Inspectie is door SCD / Gemeente Alblasserdam per e-mail gecorrespondeerd met de betreffende inspecteurs (e-mails 25-10-2021 van 18:56 en 26-10-2021 13:09). In deze correspondentie wordt herhaald dat het bassin niet voldoet aan Artikel 5.12 van het Bouwbesluit en directe acties tot verbetering van de situatie noodzakelijk zijn. Hoewel niet expliciet gemaakt, lijken de inspecteurs zich (ernstige) zorgen te maken over de constructieve veiligheid van de roestvaststalen bassinwand.

COPA210368-R101 Revisie: 0

30/48

4.4.2. Bouwbesluit Naar aanleiding van de afkeur van de bassinconstructie door Cobra Inspectie op basis van het Bouwbesluit 2012, Artikel 5.12 is onderzoek gedaan naar de achtergrond van deze regeling. Referenties: [21] Bouwbesluit 2012, artikel 5.12, gepubliceerd in de Staatscourant, Nr.33491, 30 juni 2016 [22] Rapport TNO 2013 R11051, Deskundigenrapport toepassing en inspectie van roestvaststaal in zwembaden, d.d. 20 september 2013. Artikel 5.12 van het Bouwbesluit 2012 is gepubliceerd in de Staatscourant [21]. De authentieke versie is toegevoegd in Bijlage B. In de toelichting bij lid 6 wordt het volgende vermeld (Figuur 28):

Figuur 28 - Fragment Bouwbesluit 2012, Artikel 5.12

In de toelichting van Artikel 5.12 van het Bouwbesluit 2012 wordt ook gerefereerd aan het Deskundigenrapport toepassing en inspectie van roestvaststaal in zwembaden, d.d. 20 september 2013, door TNO [22]. Dit rapport is toegevoegd Bijlage 0. In de conclusie van dit rapport wordt het volgende gesteld (Figuur 29):

COPA210368-R101 Revisie: 0

31/48

Figuur 29 - Fragment rapport TNO 2013 R11051

Uit bovenstaande fragmenten wordt niet duidelijk of de ‘tweede draagweg’ alleen bedoeld is als een tijdelijke maatregel (totdat het niet-resistente roestvaststaal is vervangen) of ook als permanente (door de gemeente akkoord bevonden) oplossing kan worden ingezet. Afhankelijk van de juiste interpretatie kan worden nagedacht over de technische en economische haalbaarheid van een ‘tweede draagweg’.

COPA210368-R101 Revisie: 0

32/48

5

Constructieve analyse

5.1.

Doel

In de eerste fase van het onderzoek is het doel van de constructieve analyse om een inzicht te krijgen in het gedrag van de bassinconstructie en de interactie met de gebouwconstructie van het sportcomplex Blokweer. Voor zover mogelijk zal een indicatie van de constructieve veiligheid in nieuwstaat (effecten door corrosie niet inbegrepen) worden gegeven (voorlopig resultaat).

5.2.

Uitgangspunten

5.2.1.

Normen

[23] [24] [25] [26]

[27] [28] [29] [30] [31] [32] [33] [34]

NEN-EN 1990+A1+A1/C2:2019 – Eurocode: Grondslagen voor het constructief ontwerp NEN-EN 1990+A1+A1/C2/NB:2019 – Nationale Bijlage bij NEN-EN 1990+A1+A1/C1 – Eurocode: Grondslagen van het constructief ontwerp NEN-EN 1993-1-1+C2+A1:2016 – Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 1-1: Algemene regels en regels voor gebouwen NEN-EN 1993-1-1+C2+A1:2016/NB:2016 – Nationale Bijlage bij NEN-EN 1993-1-1+C2+A1:2016 – Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 1-1: Algemene regels en regels voor gebouwen NEN-EN 1993-1-3:2006 – Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 1-3: Aanvullende regels voor koudgevormde dunwandige profielen en platen NEN-EN 1993-1-4:2006 – Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 1-4: Aanvullende regels voor roestvaste staalsoorten NEN-EN 1993-1-4:2006/NB:2012 – Nationale Bijlage bij NEN-EN 1993-1-4 - Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 1-4: Aanvullende regels voor roestvaste staalsoorten NEN-EN 1993-1-8+C2:2011 – Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 1-8: Ontwerp en berekening van verbindingen NEN-EN 1993-1-8+C2:2011/NB:2011 – Nationale Bijlage bij NEN-EN 1993-1-8+C2 – Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 1-8: Ontwerp en berekening van verbindingen NEN-EN 10088-1:2012 – Roestvaste staalsoorten – Deel 1:

Lijst van roestvaste staalsoorten NEN 8700:2011 – Beoordeling van de constructieve veiligheid van een bestaand bouwwerk bij verbouw en afkeuren – Grondslagen NEN 8701:2011 – Beoordeling van de constructieve veiligheid van een bestaand bouwwerk bij verbouw en afkeuren – Belastingen

COPA210368-R101 Revisie: 0

33/48

5.2.2. Grondslag Het sportcomplex Blokweer heeft de functie van een ‘openbaar gebouw’. In overeenstemming met NEN-EN 1990 wordt uitgegaan van een Consequence Class 2 (CC2). De partiële belastingfactoren zijn voor eigen gewicht G = 1,2 en voor de veranderlijke belasting Q = 1,5. De ontwerplevensduur wordt gesteld op 50 jaar. De genoemde waarden komen overeen met de door Ingenieursbureau Bartels gehanteerde waarden voor de gebouwconstructie, berekeningen UT07878-BMS [2] en UT07878-001-EBL [3]. Bij de analyses in dit rapport is de belasting door waterdruk, in tegenstelling tot de berekeningen door Bartels, gezien als een veranderlijke belasting (Q = 1,5). Vloeistofdruk mag gamma = 1,2 zijn! In een volgende fase kan onderzocht worden of reducties mogelijk zijn op basis van de actuele ontwerplevensduur/ restlevensduur en NEN 8700 [33] en NEN 8701 [34]. 5.2.3. Geometrie De geometrie van de constructie van de bassinwand is gebaseerd op de beschikbaar gestelde tekeningen en aangevuld met eigen (voorlopige) meetwaarden. 5.2.4. Materiaal Op basis van het materiaalonderzoek door SGS Intron, rapport A965690/R20180063, is voor de bassinwand uitgegaan van AISI 430 (plaatmateriaal) en AISI 316 (ankers en bouten).

AISI 430 komt overeen met Werkstoff 1.4016, waarvan NEN-EN 1993-1-4 [28][29], Tabel 2.1, eigenschappen worden gegeven: • Vloeigrens fy = 260 MPa • Treksterkte fu = 450 MPa • Elasticiteitsmodulus E = 220.000 MPa (ferritisch roestvast staal) • Volumiek gewicht rep = 78 kN/m3 Op basis van NEN-EN 1993-1-3 worden bij toetsingen van staven en verbindingen de volgende partiële factoren gebruikt: • M0 = 1,10 • M1 = 1,10 • M2 = 1,25

5.3.

Bassinwand

Om inzicht te krijgen in het globale gedrag van de constructie en de grootte van de krachten die vanuit de bassinwand worden afgedragen naar de betonnen begane grondvloer en verdiepingsvloer is, met behulp van Scia Engineer2, een basismodel gemaakt met staafelementen. Omdat de bassinwand bestaat uit een

2

Omdat het gebruik van ANSYS voor deze fase minder effectief bleek te zijn, o.a. bij de toetsing, is overstapt naar Scia Engineer. Het ANSYS-model kan ingezet worden bij detailanalyses in de volgende fase(n).

COPA210368-R101 Revisie: 0

34/48

repeterende reeks van basiscomponenten en de belastingen overal gelijk zijn, kon volstaan worden met de modellering van een klein gedeelte van de wand. In het model zijn de staanders, liggers, schoren en steunen gemodelleerd als lijnen (Figuur 30). Een render van het model maakt de vorm van de staven herkenbaar (Figuur 31). De waterkerende wandplaat, die de waterbelasting afdraagt aan de liggers en de staanders, is in dit model niet gemodelleerd, Het resultaat hiervan is dat het (eventueel) verstijvende en versterkende effect van deze plaat niet rekening zijn gebracht. Ter plaatse van de verbindingen van de constructie met de begane grondvloer en verdiepingsvloer zijn steunpunten voorzien. De aansluiting van de loodrecht op elkaar staande wanddelen (in de vier hoeken van het bassin) is niet gemodelleerd. Doordat alle verbindingen in de constructie scharnierend zijn, is de verwachting dat mogelijke randeffecten beperkt zullen zijn. Mocht hiertoe aanleiding zijn kan het model hiervoor later uitgebreid worden.

Figuur 30 – Basismodel zonder safety step met waterbelasting (links) naast de actuele situatie (rechts)

COPA210368-R101 Revisie: 0

35/48

Figuur 31 - Render van het stavenmodel (links) naast de actuele situatie (rechts)

De belasting uit eigen gewicht wordt door het programma berekend op basis van het doorsnede-oppervlak en de lengte van de staven en het volumiek gewicht. De belasting uit waterdruk is gemodelleerd als lijnbelastingen op de staanders en de onderste ligger. De belasting uit eigen gewicht en waterdruk is samengebracht in combinaties voor de Bruikbaarheidsgrenstoestand (BGT) en de Uiterste Grenstoestand (UGT). In de combinaties is gebruik gemaakt van de partiële factoren als genoemd in par.5.2.2. Opmerking: Het effect van eigen gewicht op de roestvaststalen bassinwand is vrijwel verwaarloosbaar ten opzichte van het effect door waterdruk. Met het met model in Scia Engineer kan het verloop van de krachten en momenten, met de daaruit voortvloeiende spanningen inzichtelijk worden gemaakt (Figuur 32).

COPA210368-R101 Revisie: 0

36/48

Figuur 32 - Voorbeelden spanningsplots: overzicht (links) en ingezoomd op een ligger (rechts)

Na de eerste analyse van het basismodel zonder safety step is, in dezelfde modelfile, een kopie gemaakt voor de situatie met safety step. Later zijn nog vijf kopieën toegevoegd om het (statische) effect van door calamiteiten te onderzoeken. Deze calamiteiten zijn: • Wegvallen van de schoren of de verbindingen met de begane grondvloer; • Wegvallen van de steunen of de verbindingen met de verdiepingsvloer; • Ontstaan van een plastisch scharnier nabij de safety step. Figuur 33 toont een overzicht van de 2 + 5 = 7 modellen.

Figuur 33 - Basismodel met kopieën voor variantenonderzoek

COPA210368-R101 Revisie: 0

37/48

Een samenvatting van de voorlopige resultaten wordt gegeven in Tabel 1. Het betreft hier voorlopige resultaten voor de constructie in geval van nieuwstaat. Uit de resultaten van de analyse van de globale constructie (staafniveau) van de bassinwand blijkt dat deze voldoet in geval van nieuwstaat. In een volgende fase moet verdere aandacht worden gegeven aan locaties waar belastingen worden ingeleid, de verbindingsdetails (bouten en ankers) en het gebied van de (versterkte) safety step (Figuur 35). Omdat de globale constructie (in de basissituaties) enige reserve hebben (UC’s < 0,7) lijkt lokale materiaalafname door corrosie beperkt toelaatbaar. Voor de beoordeling van de verminderde weerstand als gevolg van spanningscorrosie is afstemming met specialisten nodig. Nr. Safety Situatie Step

UC ligger overall 0,68

UC steun overall 0,31

UC UC UC UC Reactiekracht schoor staander staander web verdiepingsoverall sterkte stabiliteit cripling vloer * [kN] 0,25 0,37 0,23 0,96 6,2

1.

Nee

Basis

2.

Nee

Schoor vervallen

0,68

0,71

-

0,86

0,82

1,78

11,2

3.

Nee

Steun vervallen

0,70

-

0,63

0,93

1,55

1,22

0

4.

Ja

Basis

0,68

0,31

0,27

0,65

0,69

1,54

6,0

5.

Ja

Schoor vervallen

0,68

0,80

-

1,97

1,90

1,76

11,2

6.

Ja

Steun vervallen

0,70

-

0,63

1,34

1,25

3,06

0

7.

Ja

Plastisch

0,68

0,42

0,32

0,35

0,29

1,84

5,2

scharnier Tabel 1 - Samenvatting voorlopige resultaten in nieuwstaat (model v8)

Geen toelichting op webcripling? Toelichting bij Tabel 1: 1. Alle resultaten hebben betrekking op de globale constructie en zijn voorlopig (alleen ter informatie). Verbindingsdetails met bouten en ankers zijn in deze fase niet beschouwd. 2. De afkorting UC staat voor Unity Check. Wanneer UC’s kleiner of gelijk zijn aan 1,0 voldoet de constructie (binnen de gehanteerde uitgangspunten). De getoonde waarden gelden voor de nieuwstaat. Sterkte is op spanningsniveau. Bij stabiliteit wordt het effect van knikken en kippen beschouwd. Web cripling beschouwt de combinatie van buiging en lastinleiding (EN 1993-1-3, 6.1.11). Hiermee wordt plooien van de plaat bedoeld. 3. De horizontale liggers, steunen en de schoren voldoen. 4. De staanders met en zonder safety step lijken te voldoen in nieuwstaat. Aandacht moet worden gegeven aan delen waar lokaal belastingen worden ingeleid. Dit is op die gedeelten waar de staander is verbonden aan de begane grondvloer, bij de verbinding met de schoor en bij de verbinding met de steun. 5. De staanders zonder safety step lijkt te blijven voldoen wanneer onverhoopt een schoor, of de verbinding van de schoor met de begane grondvloer, niet meer effectief is. Voor de wandconstructie met safety step is dat onwaarschijnlijk.

COPA210368-R101 Revisie: 0

38/48

6. Wanneer een schoor niet meer effectief is leidt dit tot verdubbeling van de belasting die, via de steunen, naar de verdiepingsvloer wordt afgedragen. De verwachting is dat de steunen en/of de ankers in de verdiepingsvloer hiertoe niet in staat zijn. 7. Het ineffectief geraken van de steunen die belasting overdragen aan de verdiepingsvloer zal waarschijnlijk leiden tot bezwijken van de staanders door (kip)instabiliteit. In dat geval verandert het moment van teken, waardoor de ongesteunde flens belast wordt op druk. 8. Lokaal bezwijken van de staanders bij de safety step (vorming van een plastisch scharnier) lijkt op globaal niveau niet te leiden tot bezwijken van de staander. 9. De getoonde reactiekrachten zijn afkomstig van de steun en worden overgedragen aan de verdiepingsvloer. Het betreft representatieve waarden voor het belastinggeval waterdruk. Een indruk van het vervormingsgedrag van de wandplaat wordt getoond in Figuur 34. Let op: de vervorming wordt vergroot weergegeven, de werkelijke vervorming is nauwelijks waarneembaar.

Figuur 34 - Vervormingsgedrag door waterdruk (ANSYS-model)

Een eenvoudige handberekening (niet gerapporteerd) laat zien dat, bij de aansluiting van de wandplaat met de staanders en liggers, waarschijnlijk (eenmalig) plastische vervormingen zijn optreden, waarna de plaat als een membraam de waterdruk opneemt. Vooralsnog lijkt dat prima.

COPA210368-R101 Revisie: 0

39/48

wandplaat

Figuur 35 - Aandachtsgebieden detailonderzoek

COPA210368-R101 Revisie: 0

40/48

5.4.

Verdiepingsvloer

Omdat bij het documentenonderzoek bleek dat de horizontale belasting, die de bassinwand afdraagt aan de verdiepingsvloer, niet in rekening is gebracht bij het ontwerp en dit wel relevant leek, is een inschatting gemaakt van het effect, zie Bijlage B. De conclusie van inschatting is dat de verdiepingsvloer, bij de gehanteerde uitgangspunten, mogelijk niet voldoet. Nader onderzoek, waarbij eventueel nuanceringen ingebracht worden, is gewenst. De resultaten van de inschatting zijn als volgt: Wapening:

UC = 1,33 ≥ 1,0 (UGT)

Dwarskracht:

UC = 1,13 ≥ 1,0 (UGT)

Inspectie plaatsgevonden??

Merk op dat alleen horizontale belasting in het vlak van de vloer is beschouwd. Ongunstige lokale buigeffecten ten gevolge van de verticale vloerbelastingen (loodrecht op het vlak) zijn niet beschouwd.

5.5.

Begane grondvloer

Net als de verdiepingsvloer wordt ook de begane grondvloer belast vanuit de bassinwand en is dit niet in rekening gebracht bij het ontwerp. In dit geval is geen inschatting gemaakt van het effect, omdat het naar verwachting klein zal zijn. Nader onderzoek, in een volgende fase, is noodzakelijk.

COPA210368-R101 Revisie: 0

41/48

6

Vervolgonderzoek

Hieronder volgt een opsomming van mogelijke acties in de volgende fase (keuze en prioritering in overleg met de opdrachtgever): 1. Verkrijgen van duidelijkheid over de interpretatie van de te nemen maatregelen volgens Artikel 5.12 van Bouwbesluit 2012 en het betreffende TNO-rapport; 2. Inschatting van de technische haalbaarheid en kosten voor een tweede draagweg, reparatie en onderhoud tot einde levensduur; 3. Literatuuronderzoek en (externe) advisering m.b.t. gecorrodeerd roestvast staal; 4. Toetsing van roestvast staal met corrosieschade (materiaalafname en spanningscorrosie) inclusief verbindingsdetails; 5. Gevoeligheidsonderzoek naar materiaaldikten. Bij de schouw konden niet alle dikten nauwkeurig worden gemeten. Eventueel aanvullende metingen uitvoeren; 6. Aanvullend onderzoek naar de materiaaleigenschappen van het toegepaste roestvast staal (metingen langs de gehele lengte van de wand); 7. Bezinning op de verbetering van de atmosfeer in de corridor. Hierbij kan, bijvoorbeeld, gedacht worden aan verbetering van de ventilatie, (ver)plaatsen van installaties buiten de corridor en het creëren van apart opslagruimten voor chemicaliën; 8. Nader constructief onderzoek betonnen vloeren.

COPA210368-R101 Revisie: 0

42/48

BIJLAGEN

COPA210368-R101 Revisie: 0

43/48

A.

Bestektekening sportcentrum Blokweer

COPA210368-R101 Revisie: 0

44/48

B.

Publicatie Staatscourant

COPA210368-R101 Revisie: 0

45/48

STAATSCOURANT

Nr. 33491 30 juni 2016

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 20 juni 2016, nr. 2016-0000354250, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de veiligheid van zwembaden De Minister voor Wonen en Rijksdienst, Gelet op artikel 1a, derde lid, van de Woningwet, de artikelen 1.5, eerste en derde lid, en 6.55, derde lid, van het Bouwbesluit 2012 en artikel 3.1 van het Besluit energieprestatie gebouwen; Besluit:

ARTIKEL I De Regeling Bouwbesluit 2012 wordt als volgt gewijzigd: A In het eerste en tweede lid van artikel 5.11 wordt ‘in het eerste lid bedoelde onderzoek’ vervangen door: onderzoek. B Na artikel 5.11 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 5.12 Zwembaden 1. De eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van voorzieningen onderzoekt, of laat onderzoek uitvoeren naar, de staat van een gebouw met daarin een zwembad dat een badinrichting is als bedoeld in artikel 1 van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een te bouwen bouwwerk waarvoor de aanvraag om vergunning voor het bouwen na 1 juli 2016 is ingediend. 3. Het onderzoek bestaat uit; a. inventarisatie van de dragende metalen delen die zijn toegepast in: 1°. ruimten met een zwembassin; 2°. ruimten die in open verbinding staan met een ruimte met een zwembassin; 3°. ruimten die hetzelfde luchtbehandelingsysteem hebben als de ruimte met een zwembassin; 4°. overige ruimten met bassinwater en de ruimten die daarmee in open verbinding staan; b. uitsplitsing van de onder a genoemde ruimten in twee gebieden: 1°.

gebied A dat bestaat uit het zwembassin en de directe omgeving daarvan met als begrenzing het vlak of de vlakken die liggen op maximaal 1,0 m verticaal boven het niveau van het wateroppervlak of van de afgewerkte vloer, glijbanen, springstelling, of soortgelijke voorzieningen en de bijbehorende trappen en het verticale vlak op 1,0 m vanaf de overgang van water naar vloer en rondom glijbanen, springstelling, of soortgelijke voorzieningen en de bijbehorende trappen; 2°. gebied B dat bestaat uit alle overige gebieden; c. constatering dat in gebied A geen dragende delen zijn toegepast van niet-resistent roestvaststaal: 1°. waarvan het bezwijken kan leiden tot persoonlijk letsel; 2°. die niet direct visueel inspecteerbaar zijn; of 3°. die zijn voorzien van een coating; d. constatering dat de in gebied A voorkomende dragende delen van niet-resistent roestvaststaal, anders dan bedoeld onder c, geen corrosieverschijnselen hebben; e. constatering dat in gebied B geen dragende delen zijn toegepast van niet-resistent roestvaststaal. 4. Onder niet-resistent roestvaststaal wordt verstaan alle roestvaststaalsoorten met uitzondering van de soorten 1.4529, 1.4547 en 1.4565, als bedoeld in NEN-EN 1993-1-4.

1

Staatscourant 2016 nr. 33491

30 juni 2016

5. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een ter zake kundig persoon. 6. De resultaten van het onderzoek worden voor 1 januari 2017 in een rapport vastgelegd. 7. Het onderzoek behoeft niet te worden uitgevoerd wanneer voor 1 juli 2016 een vergelijkbaar rapport is goedgekeurd door het bevoegd gezag waaruit ten minste blijkt dat in de gebieden A en B geen dragende delen van niet-resistent roestvaststaal aanwezig zijn. C In artikel 3.2 wordt artikel 5.6, derde lid,’ vervangen door: artikel 5.6, vierde lid,. D Artikel 5.4 komt te luiden: Artikel 5.4 NEN 2654-1 Waar in artikel 6.20, zevende en achtste lid, van het besluit wordt verwezen naar NEN 2654-1 zijn bedoeld de onderdelen 5 en 6 van die norm. ARTIKEL II Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2016. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok

2

Staatscourant 2016 nr. 33491

30 juni 2016

TOELICHTING I Algemeen 1. Inleiding Met deze wijzigingsregeling wordt een verplichting in de Regeling Bouwbesluit 2012 opgenomen om onderzoek te doen naar de staat van roestvaststalen constructies in zwembaden. Hiermee wordt gevolg gegeven aan de toezegging ter zake als verwoord in de brief van 14 december 2015 (Kamerstukken II 2015/2016, 28 325 nr. 157). Sinds 2004 is bekend dat in zwembaden roestvaststaal (hierna ook RVS) wordt toegepast dat tot veiligheidsproblemen kan leiden. RVS is een familie van staallegeringen, waarvan sommige soorten gevoelig zijn voor spanningscorrosie, waardoor plotselinge breuk kan optreden. De atmosfeer in zwembaden is door het gebruik van desinfectiemiddelen op basis van chloor agressief voor de meest gebruikelijke soorten RVS. Andere RVS soorten zijn niet gevoelig voor (spannings)corrosie in de zwembadatmosfeer. Deze zogenoemde resistente soorten worden aangeduid met de typenamen 1.4529, 1.4547 en 1.4565. Op basis van NEN-EN 1993-1-4, die op basis van afdeling 2.2 van het Bouwbesluit 2012 van toepassing is, is alleen het gebruik van deze resistente soorten toegestaan bij zowel nieuwbouw als bij verbouw.

De veiligheid van niet-resistent RVS in bestaande overdekte zwembaden kon tot 2013 worden aangetoond met jaarlijkse inspecties op basis van de NCC ‘Praktijkrichtlijn voor inspectie en onderhoud van ophangconstructies, bevestigingsmiddelen en voorzieningen in overdekte zwembaden’ uit 2004. Bij brief van 30 september 2013 (Kamerstukken II 2013/14, 28 325, nr. 152) is het TNO-rapport ‘Deskundigenrapport toepassing en inspectie van roestvaststaal (RVS) in zwembaden’ aan de Kamer gezonden. Dit TNO-rapport geeft, uitgaande van de voorschriften van het Bouwbesluit 2012, een actualisering van de beoordeling van roestvaststalen ophangconstructies volgens de bovengenoemde NCC-praktijkrichtlijn uit 2004. TNO adviseert in lijn met genoemde NCC-praktijkrichtlijn om niet-resistent roestvaststalen ophangconstructies in bestaande zwembaden te vervangen. Indien niet wordt vervangen, stelde TNO dat deze constructies minimaal om de 6 maanden moeten worden gecontroleerd op roestvorming. Dit was een aanscherping van de frequentie van één keer per jaar die volgde uit de NCC-handreiking. Genoemd TNO-rapport is ook als uitgangspunt gehanteerd bij het opstellen van de Nederlandse praktijkrichtlijn (NPR) 9200:2015 ‘Metalen ophangconstructies en bevestigingsmiddelen in zwembaden’ die eind december 2015 is gepubliceerd door NEN.

In deze NPR wordt echter niet meer uitgegaan van de mogelijkheid om niet-resistent RVS om de 6 maanden te controleren. Aanleiding voor deze wijziging is dat inmiddels duidelijk is dat, in tegenstelling tot hetgeen eerder in het TNO-rapport was aangenomen, het in de praktijk niet mogelijk is om de corrosievorming van het RVS voldoende nauwkeurig te beoordelen. Omdat het daarmee in de praktijk niet mogelijk is om de veiligheid van niet-resistent RVS voldoende te borgen met alleen periodieke inspecties, is het uitgangspunt van de nieuwe onderzoeksplicht dat moet worden aangetoond dat er in het zwembad geen niet-resistent RVS meer aanwezig is op plaatsen waar breuk kan leiden tot persoonlijk letsel. Verder is met deze regeling een geringe redactionele wijziging aangebracht en zijn twee onvolkomenheden in verwijzingen hersteld.

2. Procedure en inspraak De inhoud van deze wijzigingsregeling is voorgelegd aan de Juridisch Technische Commissie (JTC) van het Overlegplatform bouwregelgeving (OPB). Deze commissie stemt in met het instellen van een onderzoeksverplichting naar de staat van roestvaststalen constructies in zwembaden.

3. Code interbestuurlijke verhoudingen De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft aangegeven in te stemmen met de inhoud van deze wijzigingsregeling.

4. Notificatie Artikel I van deze ontwerpregeling is op 9 maart 2016 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (notificatienummer 2016/0118/NL) ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij Richtlijn 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217).

3

Staatscourant 2016 nr. 33491

30 juni 2016

Deze regeling bevat mogelijk technische voorschriften in de zin van deze richtlijn (notificatierichtlijn). Deze bepalingen zijn verenigbaar met het vrije verkeer van goederen; zij zijn evenredig en waar nodig voorzien van een gelijkwaardigheidsbepaling met het oog op de wederzijdse erkenning (zie artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012). Van de Commissie zijn geen opmerkingen ontvangen. Melding aan het Secretariaat van de Wereldhandelsorganisatie ingevolge artikel 2, negende lid, van de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235) heeft niet plaatsgevonden nu in casu geen sprake is van significante gevolgen voor de handel.

5. Lasten De regeldrukeffecten van de onderzoeksverplichting (Artikel I, onderdeel B) zijn in kaart gebracht in het onderzoek “Effectmeting wijziging Regeling Bouwbesluit 2012 Roestvaststalen (RVS) constructies in zwembaden” (Sira 10 mei 2016). De onderzoeksverplichting naar de staat van roestvaststalen onderdelen in bestaande zwembaden heeft wel een eenmalig effect op de administratieve lasten. Deze nemen namelijk eenmalig toe met een bedrag tussen de € 1,6 miljoen en de € 2,3 miljoen. Hierbij is uitgegaan van 692-1033 zwembaden en onderzoekskosten ten bedrage van € 2.250 per zwembad. De wijziging heeft geen effect op de structurele administratieve lasten noch op de (eenmalige en structurele) inhoudelijke nalevingskosten. Voor het bedrijfsleven zijn er geen inhoudelijke nalevingskosten, omdat de wijziging geen nieuwe structurele inhoudelijke verplichtingen schept. Hoewel uit het onderzoeksrapport niet mag blijken dat niet-resistent RVS resteert in het zwembad, volgen eventuele nalevingskosten die worden gemaakt om gevaarlijke niet-resistente RVS-delen te vervangen of te verwijderen niet uit de voorliggende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012. Dergelijke nalevingskosten zijn een gevolg van het eerder niet of niet volledig voldoen aan al bestaande regelgeving.

De invoering van de onderzoeksverplichting verandert niets aan de taken en verplichte handelingen voor het bevoegd gezag (de gemeente). Daardoor zijn er geen gevolgen voor de bestuurlijke lasten, aldus bovengenoemd Sira rapport. De wijzigingen in de onderdelen A, C en D hebben geen effect op de lasten.

II Artikelsgewijs Artikel I Onderdeel A In artikel 5.11 over de onderzoeksverplichting is een ondergeschikte redactionele wijziging aangebracht om dat artikel tekstueel meer in overeenstemming te brengen met artikel 5.12 (onderdeel B).

Onderdeel B Sedert 1 januari 2015 kent de Woningwet in artikel 1a, derde lid, de mogelijkheid om bij ministeriële regeling categorieën bouwwerken aan te wijzen waarvan vast is komen te staan dat die een gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kunnen opleveren. De eigenaar of degene die uit andere hoofde bevoegd is voorzieningen te treffen, moet in een dergelijk geval onderzoek (laten) uitvoeren naar de staat van dat bouwwerk. Het eerste lid bepaalt voor welke categorie bouwwerk de onderzoeksverplichting geldt. Het gaat om gebouwen met daarin een zwembad dat ook een badinrichting is zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Whvbz). Het kan daarbij gaan om afzonderlijke zwembaden maar ook om zwembaden die onderdeel zijn van hotels, vakantieparken, zorginstellingen, et cetera. Zwembaden voor privé gebruik vallen niet onder de Whvbz en daarmee ook niet onder de onderzoeksplicht. Het tweede lid geeft een uitzondering voor gebouwen die geheel nieuw worden gebouwd en waarvoor de omgevingsvergunning voor het bouwen na 1 juli 2016 is ingediend. De gedachte hierbij is dat een gemeente bij de beoordeling van de vergunningaanvraag informatie kan opvragen over de toegepaste materialen en daarmee de geschiktheid van die materialen kan beoordelen. Het derde lid beschrijft het onderzoek.

Uit onderdeel a volgt dat de dragende metalen delen die zijn toegepast in het zwembad moeten worden geïnventariseerd. De term dragende metalen delen is breder bedoeld dan het begrip bouwconstructies in het Bouwbesluit 2012. Onder dragende metalen delen vallen alle delen die een belasting dragen ook als deze geen bouwconstructie zijn volgens het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/324/documents/7667