CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - FINAL Lokaal Transformatieplan Jeugd 1.1.pdf

Gecombineerde commissie Alblasserdam 21 september 2021, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 11: 1e Bestuursrapportage 2021 Serviceorganisatie Jeugd - Raadsinformatiebrief5.120 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Antwoord op het Aanjaagteam verdere Transformatie Jeugdhulp 1. Inleiding 1.1.Aanleiding In juli 2019 heeft de gemeenteraad het een raadsinformatiebrief inzake de Omdenknotitie ontvangen. Dit document omvat een reeks samenhangend pakket aan maatregelen om meer grip te krijgen op de (uitgaven) jeugdhulp. Belangrijkste doelstelling van deze Omdenknotitie is dat de jeugdhulp in de regio transformeert en binnen een aantal jaren in de financiële kaders van de Rijksbijdrage past. Om dit te realiseren worden op drie niveaus interventies gepleegd:  het (preventieve) voorveld;  de toegang en toeleiding;  de regionale zorgmarkt. In 2019 stelde het Algemeen Bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd de notitie ‘Grip op jeugdhulp’ vast, met als doelstelling om de uitgaven voor jeugdzorg in de regio terug te dringen naar de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen van € 100 miljoen (in 2023). Om deze doelstelling te bereiken is een samenhangend pakket aan acties nodig van gemeenten, aanbieders en partners. Hiervoor is in september 2019 het Aanjaagteam Omdenken Jeugdhulp ingesteld. Het aanjaagteam werd gemengd samengesteld uit gemeenten, de stichting Jeugdteams (SJT) en de Serviceorganisatieorganisatie Jeugd (SOJ) en kreeg als taken: elkaar motiveren en aanspreken, monitoring van de resultaten en afspraken en een ondersteunende rol hebben naar alle actoren.

Voor het preventieve voorveld worden er per gemeente lokale initiatieven ondernomen. In de Alblasserdam wordt al langer stevig ingezet op het preventieve voorveld. Hiervoor werden middelen uit de lokale impuls ingezet. In 2018 is gestart met een aantal pilots voor de verbinding met onderwijs en huisartsen en is budget beschikbaar gesteld voor extra formatie binnen de jeugdteams.

1

Alhoewel er sprake is van zogenaamde communicerende vaten, gaan we in deze notitie vooral in op de twee bovenste lagen van de piramide en de lokale inspanningen die we verrichten. Wel zien we hier het belang van gebruikelijke zorg (door ouders) eventueel met positieve ondersteuning vanuit het voorveld. 1.2.Visie en doel van de lokale transformatie jeugdhulp Er worden al veel inspanningen verricht. Zo is er een reeks projecten onder handen waarbij de volgende 4 extra aandacht hebben:  Definiëring jeugdhulp  Normalisering (De verantwoordelijkheid in eerste instantie neerleggen waar het hoort: bij de ouders)  Demedicalisering  Inkoopkader en inkoopstrategie Hierin is het belangrijk dat duidelijk omschreven wordt wat bij jeugdhulp hoort en wat niet. Een positief opgroeiklimaat (zie afbeelding boven) is essentieel voor jeugd om geen gebruik te hoeven maken van jeugdhulp. We hanteren de visie dat eerst ouders en scholen verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van hun kinderen/een positief opgroeiklimaat. Gebruik van hulpverlening komt daarna pas aan de orde. Hierin is het dus belangrijk dat jeugdhulp duidelijk gedefinieerd wordt; wat valt onder jeugdhulp en wat niet? Deze discussie wordt gevoerd in de regio en lokaal. Op basis van de

2

uitkomsten van deze discussie zullen wij bezien of er aanpassing nodig is in de verordening Jeugdhulp, beleidsregels en nadere regels. Normaliseren en demedicaliseren gebeurt in zowel beleidsontwikkeling als in de uitvoering. Meer in zetten op eigen verantwoordelijkheid, jeugdhulp dichtbij huis te organiseren en een betere samenwerking in het sociaal domein realiseren zijn concepten die hieraan bij moeten dragen. Dit vergt een nog verdere cultuuromslag voor gemeenten, jeugdprofessionals en de jeugdhulpaanbieders De uitgangspunten van het inkoopkader zijn lokaal waar het kan, regionaal waar nodig. Om het proces van normalisering te versterken, is zorg dichter bij huis noodzakelijk en daar wordt dus op ingezet door onder andere het project jeugdhulp naar voren waarbij hulp als een algemene voorziening wordt ingezet en kinderen niet doorgestuurd worden naar de 'zorgmarkt'.

Het inzetten op deze drie lijnen moet resulteren in het creëren van kansen voor jeugdigen kansen om zich te ontwikkelen en naar vermogen meedoen in de samenleving. Door samenwerken, verbinden en vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen alle (mede)opvoeders bij aan preventie en een positief opvoed- en opgroeiklimaat in Alblasserdam. De hulp en ondersteuning wordt laagdrempelig(er) en verplaats zich ‘meer naar de voorkant'. Dit moet leiden tot vroegsignalering, het (deels) vervangen van zware hulp en ondersteuning door lichter vormen en meer eigen kracht. Op (langere) termijn moet dit resulteren in lagere kosten. Samengevat, we kunnen ouders ondersteunen door samen met het voorveld een ideaal opvoedklimaat te creëren waarbij de inzet wordt dat ouders samen met haar sociale omgeving zelf de opvoeding optimaal kunnen vormgeven (burenhulp). Strategische doelen:  Meer preventief werken; voorkomen is beter dan genezen.  Kwaliteit van zorg verbeteren; expertise naar de voorkant.  Kwaliteit van zorg verbeteren; beter zicht op alle leefdomeinen van een gezin en betere samenwerking rond gezinnen: één gezin, één plan, één regisseur.  Normaliseren; (langdurige) inzet van specialistische zorg is niet meer de standaard  Definiëring jeugdhulp  Sneller jeugdhulp op maat, dicht bij huis, om zo het beroep op gespecialiseerde zorg te verminderen.  Scherper inkopen van zorg 2.

Hoe werken we nu al samen met verschillende partners? Partners die actief zijn binnen de jeugdhulp werken over verschillende domeinen samen. Om goed te definiëren wat het preventieve voorveld is en wat we verstaan onder jeugdhulp, is daar in onderstaande paragraaf een splitsing in gemaakt. Onder het preventieve voorveld verstaan we organisaties die preventief werken, om te zorgen dat jeugdigen niet in het jeugdhulp traject belanden. Voorbeelden hiervan zijn onderwijs, kinderopvang en het verenigingsleven. Een positief opgroeiklimaat is essentieel voor jeugd om geen gebruik te hoeven maken van jeugdhulp. Preventie is het voorkomen van problemen door van tevoren in te grijpen. Dit betekent het zoveel mogelijk stimuleren van het normale leven en de positieve ontwikkeling van jeugdigen. Het voorkomen van problemen is mogelijk door het inzetten van doelbewuste initiatieven gericht op risicofactoren en optreden wanneer de eerste signalen zich ontwikkelen. Om vroegsignalering mogelijk te maken is 3

een sterk netwerk in het voorveld een vereiste. Hierin werken we vanuit het principe dat eerst ouders en scholen verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van hun kinderen/een positief opgroeiklimaat. De initiatieven in het preventieve voorveld vallen dus niet onder de definitie van jeugdhulp, maar zijn een belangrijke factor in het geheel. In onderstaande paragraaf wordt het netwerk in het preventieve voorveld van Alblasserdam en in de jeugdzorg beschreven, net zoals in de bijlage (A+B). In hoofdstuk vijf worden vervolgens de acties omschreven die de partners samen met de gemeente Alblasserdam uitvoeren. 2.1 Preventieve voorveld In het voorveld werken verschillende partners samen om zorg zo goed en preventief mogelijk aan te bieden. Op scholen is wekelijks een schoolmaatschappelijk werker aanwezig om opkomende vraagstukken te tackelen. Het doel van de schoolmaatschappelijk werker is om scholen en ouders te ondersteunen in het ontwikkelproces van de jeugdigen en zodoende bij te dragen aan een positief opvoedklimaat voor kinderen. Het netwerk tussen schoolmaatschappelijk werker, ouders en de school is sterk, mede doordat de schoolmaatschappelijk werker op locatie aanwezig is. Hierdoor is vroegsignalering mogelijk en kan er tijdig de noodzakelijke preventieve hulp aangeboden worden.

Daar waar mogelijk gebruiken de schoolmaatschappelijk werkers groep interventies zoals "Rots en Water" trainingen. Als groepsinterventies niet mogelijk zijn wordt de aanpak individueel. Elke school kent een ondersteuningsteam waar kinderen besproken worden die moeite hebben met leren en sociaal gedrag. Hierbij zijn altijd schoolmaatschappelijk werker en de jeugdverpleegkundige betrokken. Op afroep zijn de jeugdprofessional of de jeugdarts beschikbaar. Daarnaast zijn buiten schooltijd organisaties als het ABC-team en Jeugdpunt Alblasserdam actief om jongeren te ondersteunen. Bijvoorbeeld in samenwerking met de CJG, schoolmaatschappelijk werk van Vivenz organiseren ze het project Talentlab, wat individuele ondersteuning biedt voor jongeren bij allerlei vragen of knelpunten waar ze mee rondlopen. Daarnaast kunnen ze jongeren helpen om te stoppen met roken of als ze moeite hebben met ruzies op de goede manier oplossen. Zo organiseren ze ook (samen met jongeren) activiteiten voor een zinvolle vrijetijdsbesteding, maar ook over preventie en voorlichting. Hierin ligt altijd de focus ook om samen met jongeren, ouders en verzorgers het probleem op te lossen. Tevens heeft het Jeugdpunt de kennis om door te verwijzen naar de juiste organisaties, mochten ze samen met de ouders niet tot een oplossing kunnen komen.

2.2 Versterking voorveld Al ruim honderd jaar gaat 95% van onze energie en financiën naar het curatieve gedeelte van jeugdhulp. We zijn ervan overtuigd dat dit in disbalans is met de behoefte aan grip op jeugd. Door het voorveld te versterken brengen we dit meer in balans. In de lijn van het Integraal Preventie Plan ligt het voor de hand om te gaan investeren in het voorveld. Op dit moment onderzoeken we of in plaats van individuele begeleiding, meer met groepsbegeleiding aan de gang kunnen. Bijvoorbeeld op het gebied van ouders met autistische kinderen en veel voorkomende ambulante begeleiding. De afgelopen maanden hebben we het jongerenwerk geïntensiveerd. Bezien moet worden of dit op een structurele manier geborgd kan worden. Dit geldt ook voor het ABC Team die met hun sportieve activiteiten een bijdrage leveren aan de fysieke gezondheid van de jeugd.

2.3 Jeugdhulp Op het moment dat de sociale omgeving van de jeugdige het vraagstuk niet zelf kan oplossen, wordt jeugdhulp ingezet. Het principe dat heerst is dat de jeugd de zorg krijgt die het nodig heeft en er wordt afgeschaald als dat kan. Huisartsen, Stichting Jeugdteams en gecertificeerde instellingen hebben de mogelijkheid om jeugdige te verwijzen naar jeugdhulp. Om meer grip te krijgen op de

4

verwijsroutes naar jeugdhulp, zetten we lokaal preventief in middels een kinderpsycholoog (met zichtbare resultaten als minder verwijzingen naar GGZ), vrijwilligersproject CJG en Talentlab. In de bijlage is schematisch toegelicht hoe het voorveld in Alblasserdam er nu voorstaat en waar ontwikkeling nodig is. In bijlage A is vermeld welke projecten er lopen in welk deel van het preventieve voorveld zij zich bevinden. In bijlage B staan per fase de partners en hun expertise weergegeven. Waar ze elkaar versterken en waar nog versterking wordt gezocht is ook opgenomen in de tabel. Waar de acties liggen en waar de sterke punten van elke partner zit wordt hierin duidelijk. In het voorveld liggen de acties in het versterken van het netwerk en scherp krijgen wanneer een jeugdige in aanmerking komt voor jeugdhulp. Dit wordt verder uitgewerkt in paragraaf vijf. In de laatste fase moet meer ingezet worden op een ontwikkelingsinsteek en is betere dossieranalyse nodig om te inventariseren waar afschalen of afronding van een dossier mogelijk is. In dit plan worden huidige lokale projecten en pilots in beeld gebracht en toekomstige projecten gepresenteerd. Dit met als doel samenhangend overzicht te bieden en inzicht te geven.

Om nadrukkelijker te kunnen sturen op de gewenste effecten en resultaten wordt aangegeven hoe we met elkaar willen monitoren en evalueren om te bezien of we ook de gewenste effecten bereiken. Dragen de pilots en projecten daadwerkelijk bij aan de transformatie die we beogen? Voor het evalueren en monitoren gebruiken we de bronnen van het SOJ en Stichting Jeugdteam en informatie vanuit het onderwijs, Vivenz en huisartsen bij de betreffende pilots. Het dashboard, waarin in real time kunnen zien welke aanbieder wat heeft gefactureerd, van de SOJ speelt hierbij een belangrijke rol. 3. Regionale acties Al hoewel dit plan zoals gezegd een lokale focus heeft, geven we allereerst – omwille van het totaaloverzicht en de samenhang - beknopt inzicht in de regionale acties die zijn uitgezet. Een aantal acties heeft vooral betrekking op de regionale zorgmarkt:  Perspectief-benadering: Jeugdigen met complexe problematiek en een langdurige ondersteuningsvraag ontvangen op zodanige wijze jeugdhulp, dat zij in een stabiele woonsituatie wonen en er maximaal wordt toegewerkt naar een situatie waarbij zij op hun 18e verjaardag voldoende zelfredzaam zijn.  Expertiseteam: Op basis van knelpunten uit de evaluatie van het Expertiseteam doorontwikkeling tot een bovenregionaal team voor triage in complexe situaties.

 Alliantieteam: Team van diverse aanbieders met verschillende expertises om meer integrale oplossingen te bedenken voor complexe casuïstiek waarvoor binnen ZHZ vooralsnog geen goed aanbod beschikbaar is.  Harmonica-voorziening: Het realiseren van een pand met meerdere gedifferentieerde plaatsingen (allerlei vormen van jeugdhulp) voor kortdurende opname om bij problemen in het gezinssysteem te verlichten en langdurende opname te voorkomen.  Overbruggingszorg: Pilot om met een overbruggingsteam te voorzien in ambulante overbruggingszorg bij complexe/gecombineerde problematiek met een wachttijd waarbij escalatie dreigt én bij complexe gecombineerde problematiek waarbij niet duidelijk is welke zorg past. De insteek is dat er minder specialistische en dure zorg wordt ingezet en er meer ingezet wordt op andere vormen van ondersteuning dan uithuisplaatsingen.

5

Ook zijn er regionaal georganiseerde projecten die een direct lokaal effect en relatie hebben, omdat er meer afgeschaald zal worden en kinderen meer dichtbij hulp en ondersteuning gaan krijgen. Dit zijn:  Passend onderwijs en de verbinding met jeugdhulp: Bevorderen dat per sub-regio sluitende afspraken worden gemaakt tussen jeugdhulp en passend onderwijs. Dit met als doel dat jeugdigen op school aansluitende en passende hulp, zorg en ondersteuning vanuit de combinatie passend onderwijs – jeugdhulp – preventie krijgen. Hiervoor is er per school een vaste schakel en wordt er jeugdhulp binnen de school aangeboden.  Veilig opgroeien is teamwerk: Dit project beoogt eerder, sneller en in samenhang passende hulp te bieden aan jeugdigen wiens veilige ontwikkeling in gevaar is of dreigt te komen. Het draagt bij aan het eerder beschikbaar maken c.q. naar 'de voorkant' (dichterbij de lokale teams) brengen van expertise uit de regionale zorgmarkt, namelijk expertise op het gebied van jeugdbescherming en jeugdreclassering.

4. Waar leggen we de focus op? Om de strategische doelen, zoals benoemd in paragraaf 3, te behalen zetten we in op een aantal projecten en acties die hieraan bijdragen. Monitoren op deze projecten en acties gebeurt actief en worden bijgestuurd indien nodig. Met deze focus wordt voorkomen dat we te veel, tegelijkertijd van onze partners zoals Stichting Jeugdteam vragen, waardoor zaken niet goed van de grond komen. Om de focus goed te kunnen bepalen, worden een aantal criteria geformuleerd: A. Toegevoegde waarde voor de jeugdige en opvoeders. B. Bewezen meerwaarde door al uitgevoerde projecten in het land. C. Bewezen financiële meerwaarde. D. Toegevoegde waarde voor wat betreft normaliseren i.p.v. medicaliseren. E. Inhoudelijke en/of financiële meerwaarde door integrale samenwerking. Op basis van doelen, resultaten en de daaraan gekoppeld indicatoren bezien we hoe én of de projecten en activiteiten ook daadwerkelijk bijdragen aan de gestelde strategische doelen. We sturen bij indien nodig. 5. Wat doen we al lokaal? 5.1 Intensivering jeugdteams In 2018 is een analyse gemaakt van de toenemende wachtlijsten. Dit heeft geresulteerd in tijdelijke formatie-uitbreidingen voor de jeugdteams om te voorkomend dat de wachtlijsten verder oplopen. De extra formatie is verder van belang om ruimte te creëren bij Jeugdprofessionals om de hoofdtaak jeugd- en gezinshulp zelf op te kunnen pakken.

Anders bestaat het gevaar dat er opgeschaald moet worden, omdat zij geen ruimte hebben. En dat is juist wat we niet beogen. Doelen/resultaten De expertise van de jeugdprofessionals wordt meer benut. Doorverwijzingen naar specialistische hulp, en

Indicatoren Het aandeel casussen opgepakt vanuit de hoofddienst jeugd- en gezinshulp door het jeugdteam is toegenomen.

6

daarmee duurdere hulp, worden voorkomen.

Het aandeel doorverwijzingen naar specialistische hulp/jeugdzorg is afgenomen.

Bijdrage aan criteria: A. Toegevoegde waarde voor de jeugdige en opvoeders. B. Bewezen meerwaarde door al uitgevoerde projecten in het land.

Ja Ja

C.

Bewezen financiële meerwaarde.

Ja

D.

Toegevoegde waarde aan normaliseren i.p.v. medicaliseren.

Ja

E.

Inhoudelijke en/of financiële meerwaarde door integrale samenwerking.

Nee

5.2 Kostenbewust werken en normaliseren Als gemeente willen we aan de voorkant al bewaken dat er bij het afgeven van een beschikking of de inzet van het jeugdteam zoveel mogelijk gekeken wordt naar wat er in het eigen netwerk kan worden opgepakt, door vrijwilligers en door het voorveld 1. Hierbij gaan we uit van het nog meer normaliseren. Bij het afgeven van de beschikking geldt tevens dat er goed gekeken moet worden naar de doelen en de resultaten die beoogd worden en dat deze worden gemonitord. Ook is vanuit Stichting Jeugdteam het project “Anders Zorgen” ingezet om deze slag te maken, bijvoorbeeld bij het maken van kostenbewuste afwegingen. Inzet hierbij moet zijn om uithuisplaatsingen zoveel mogelijk de voorkomen omdat dit zeer dure interventies zijn. De urgentie hierop in te zetten is regionaal alleen maar groter geworden, aangezien we nog steeds te maken hebben met stijgende tekorten in de jeugdhulp. De urgentie is lokaal ook groot, aangezien we vanaf 2017 een stijging zien in aantallen en kosten voor het perceel AWBZ. Het betreft hier met name een stijging in begeleiding en gespecialiseerde begeleiding. Daarnaast is er een toegenomen inzet vervoerskosten. De verwijzing van het aantal beschikkingen op begeleiding vindt met name plaats vanuit het jeugdteam. Indicatoren Doelen/resultaten Jeugdprofessionals kostenbewuste afwegingen laten maken.

Inzetten normaliseren in plaats van medicaliseren. Inzetten op voorliggende voorzieningen, sociale netwerk en vrijwilligers. Beschikkingen jeugdhulp worden afgegeven 1

Casuïstiekbesprekingen van het jeugdteam zijn zodanig ingericht dat budgetbewustzijn in iedere ingebrachte casus onderwerp van gesprek is. Het aandeel casussen opgepakt vanuit de taak jeugd- en gezinshulp van de

Jongerenwerk, (sport) verenigingen etc.

7

met duidelijke doelen en resultaten en zo lang als nodig. De doelen en resultaten opgenomen in de beschikking zijn Smart-geformuleerd.

  

jeugdteams is toegenomen. Het aandeel doorverwijzingen naar specialistische hulp/jeugdzorg is afgenomen. De hoeveelheid beschikkingen is afgenomen. De kosten per beschikking zijn afgenomen. De gestelde doelen in het actieplan/beschikking zijn behaald en gemonitord.

Bijdrage aan criteria: A. Toegevoegde waarde voor de jeugdige en opvoeders. B. Bewezen meerwaarde door al uitgevoerde projecten in het land.

Ja Ja

C.

Bewezen financiële meerwaarde.

Ja

D.

Toegevoegde waarde aan normaliseren i.p.v. medicaliseren.

Ja

E.

Inhoudelijke en/of financiële meerwaarde door integrale samenwerking.

Ja

8

5.3 Jeugdhulp naar de voorkant De regio maakt de beweging dat het huidige budget wat nu wordt ingezet voor hulp- en ondersteuningsaanbod via de regionale zorgmarkt, via gecontracteerde aanbieders lokaal mag worden ingezet. De achterliggende gedachte van ‘middelen naar de voorkant’ is dat door lokale inzet via de jeugdteams van voorliggende voorzieningen (beschikkingsvrij) de vraag richting de regionale zorgmarkt zal verminderen. Dit levert een daling van de kosten op en een verbreding van het lokale aanbod. De besparing die door deze wijziging wordt gerealiseerd kan weer ingezet worden om structureel het lokale aanbod te realiseren. In de gemeente Alblasserdam is hiermee al een start gemaakt door extra uren GGZ (ingezet vanuit Stichting Jeugdteams) in te zetten vanuit het CJG. Hierdoor kan laagdrempelige beschikkingsvrije hulp en ondersteuning in de directe omgeving worden verleend. De doorverwijzing naar duurdere specialistische hulp en ondersteuning kan voor een deel van de jeugdigen door deze extra GGZ-inzet worden voorkomen.

Doelen/resultaten  Afname van het beroep op specialistische hulp.

Indicatoren Het aandeel casussen opgepakt door medewerkers verbonden aan het jeugdteam is toegenomen. Het aandeel doorverwijzingen naar specialistische hulp GGZ is afgenomen.

Bijdrage aan criteria: A. Toegevoegde waarde voor de jeugdige en opvoeders. B. Bewezen meerwaarde door al uitgevoerde projecten in het land.

Ja Nee

C.

Bewezen financiële meerwaarde.

Nee. Wel verwachting

D.

Toegevoegde waarde aan normaliseren i.p.v. medicaliseren.

Ja

E.

Inhoudelijke en/of financiële meerwaarde door integrale samenwerking.

Ja

5.4 Verbinding huisartsen In 2018 is gestart met de voorbereiding van de pilot huisartsen. Een jeugdprofessional GGZ van het jeugdteam draait mee in de huisartsenpraktijk om de toeleiding naar ondersteuning of zorg te verbeteren. Het doel is om direct de juiste ondersteuning door de jeugdprofessional GGZ in te zetten voor de jeugdige patiënt en doorverwijzingen naar specialistische hulp en daarmee duurdere hulp te voorkomen. Daarnaast heeft het voorkomen van opschaling financiële voordelen voor de gemeente. Bij de eerste evaluatie in 2019 is gebleken dat 70% van de cliënten die werden doorverwezen naar de jeugdprofessional GGZ, begeleiding en/of kortdurende behandeling ontvingen vanuit het jeugdteam. De overige 30% werd verwezen naar de specialistische GGZ. Inmiddels zijn we een jaar verder en zien we dat de helft van de huisartsen 50% minder doorverwijst. Dat is een mooie stap voorwaarts. 9

Doelen/ resultaten  Sneller inzetten van de juiste ondersteuning.  Afname van het beroep op SGGZ.  Afname van het aantal medisch verwijzingen naar de regionale zorgmarkt/ GGZ- ondersteuning door verbeterde samenwerking tussen huisartsen en de jeugdteams.  Korte lijnen en een goede samenwerking tussen huisartsen en jeugdteam.

Indicatoren Jeugdteam:    

Aantal unieke kinderen/jongeren gezien door jeugdprofessional GGZ is toegenomen. Hulpvraag bij start en aard problematiek. Gemiddelde doorlooptijd van het ondersteuningstraject is afgenomen/korter. Uitkomst van het advies (doorverwijzing naar SGGZ / doorverwijzing naar Jeugdteam / doorverwijzing naar voorveld. Toegenomen waardering voor de samenwerking tussen huisartsen en jeugdteam. Tevredenheid over ondersteuning door ouders/kinderen.

Serviceorganisatie Jeugd: 

Aantal verwijzingen van huisartsen naar de specialistische GGZ is afgenomen

Bijdrage aan criteria: A. Toegevoegde waarde voor de jeugdige en opvoeders. B. Bewezen meerwaarde door al uitgevoerde projecten in het land.

Ja Ja

C.

Bewezen financiële meerwaarde.

Ja

D.

Toegevoegde waarde aan normaliseren i.p.v. medicaliseren.

Ja

E.

Inhoudelijke en/of financiële meerwaarde door integrale samenwerking.

Ja

5.5 Verbinding onderwijs De samenwerking tussen Jeugdteams en Onderwijs heeft hoge prioriteit. Vanaf 2016 is schoolmaatschappelijk werk (SMW) verbonden aan alle primair onderwijs scholen in Alblasserdam. Daarbij kan door leerkrachten en ouders van hen gebruik gemaakt worden en nemen ze deel aan de multidisciplinaire ondersteuningsteams. Op afroepbasis kan een jeugdprofessional aanschuiven bij de teams. Doelen/resultaten  Zo vroeg mogelijk passende hulp bieden aan jongeren.  De taakverdeling binnen de school is

Indicatoren Aantal unieke kinderen/jongeren gezien door jeugdprofessional op het onderwijs is toegenomen 10

duidelijk waarbij iedereen zijn verantwoordelijk kent en neemt en er korte lijnen in de samenwerking zijn.

Hulpvraag bij start en aard problematiek Gemiddelde doorlooptijd van de consulten is afgenomen Uitkomst van het advies Op elke school is een schoolondersteuningsteam waarbij afgestemd wordt op casusniveau

A. Toegevoegde waarde voor de jeugdige en opvoeders. B. Bewezen meerwaarde door al uitgevoerde projecten in het land.

Ja Ja

C.

Bewezen financiële meerwaarde.

Nee

D.

Toegevoegde waarde aan normaliseren i.p.v. medicaliseren.

Ja

E.

Inhoudelijke en/of financiële meerwaarde door integrale samenwerking.

Ja

5.6 Veilig opgroeien is teamwerk In 3 gemeenten in Zuid-Holland Zuid is ervaring opgedaan met een nieuwe manier van samenwerken in de pilot "Veilig opgroeien is teamwerk". Het doel van deze pilot is door eerder, sneller en in samenhang passende hulp te bieden aan gezinnen. Dit zorgt voor een blijvend veilige ontwikkeling van kinderen. In de pilot werkten jeugdprofessionals van de lokale teams samen met medewerkers van Veilig Thuis, Gecertificeerde Instellingen en Raad voor de Kinderbescherming om vrijwillige ondersteuning te kunnen bieden aan gezinnen. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn:  Dat de jeugdprofessional náást het gezin kan blijven staan voor de continuïteit die nodig is voor een blijvend veilige ontwikkeling van het kind;  Dat professionals niet óver, maar mét gezinnen praten en medewerking van het gezin proberen te krijgen en vast te houden. In mei 2020 is gestart met dit project. Doelen/resultaten  Zo vroeg mogelijk passende hulp bieden aan jongeren.  De taakverdeling tussen de partners is duidelijk waarbij iedereen zijn verantwoordelijk kent en neemt en er korte lijnen in de samenwerking zijn.

A. B.

Indicatoren Voorkomen uit huis plaatsingen Hulpvraag bij start en aard problematiek is duidelijk Gezinnen worden geconfronteerd met minder gezichten Het werkproces is 'rond'/sluitend. De jeugdprofessional is de spil van het werkproces. Dit voldoet aan de wens om continuïteit te kunnen bieden voor een blijvend duurzame ontwikkeling van het kind.

Toegevoegde waarde voor de jeugdige en opvoeders. Bewezen meerwaarde door al uitgevoerde projecten in het 11

Ja nee

land. C.

Bewezen financiële meerwaarde.

Nee

D.

Toegevoegde waarde aan normaliseren i.p.v. medicaliseren.

Ja

E.

Inhoudelijke en/of financiële meerwaarde door integrale samenwerking.

Ja

6. Wat gaan we nog doen lokaal? 6.1 Als opdrachtgever de rol van regisseur en opdrachtgever oppakken. Het doel van dit plan is om verandering te stimuleren. Veranderen gaat niet zonder proberen, daarvan leren en bijstellen. Veranderen gaat niet vanzelf. Dit betekent een cultuuromslag in werken en denken bij professionals, buiten schotten kunnen kijken en willen werken en het belang van het kind boven het belang van de organisaties stellen. Met deze verandering willen we een transformatie op gang brengen, maar ook de onder controle houden. Om met elkaar deze transformatie te realiseren moet duidelijk zijn welke visie en doelen er worden beoogd. Dit gedeelde beeld vormt de basis om als gemeente op te sturen. Om die reden is er behoefte aan een gemeente die regisseert, stuurt en kaders stelt als integraal opdrachtgever. Niet dat de gemeente exact moet voorschrijven wat moet worden uitgevoerd en hoe deze uitvoering plaatsvindt, maar wel het leiding geven aan de beoogde verandering van het stelsel, verbinding leggen tussen partijen, coalities smeden, bijsturen en soms ook knopen doorhakken.

Juist de dialoog met het veld voeren, het gezamenlijk ontwikkelen en in gesprek blijven met elkaar helpt om de gewenste ontwikkeling te stimuleren aan de hand van gerichte vraagstukken, zoals: wat is nodig om tijdige afschaling te realiseren? Wat is nodig om minder gespecialiseerde hulp in te zetten en in welke fase vindt afbouw plaats? Daarom verandert de rol van de gemeente van opdrachtgever naar strategisch partner. Hierbij doet de gemeente mede op basis van deskresearch en gebruik makend van het dashboard haar analyses en doen de partners analyses naar ontwikkeling van de hulpvragen. Deze sturende opdrachtgeversrol vraagt ook binnen de gemeentelijke organisatie om verandering: van meer adviseren naar regisseren. Opdrachtgeverschap is een kwaliteit die gezamenlijk tot ontwikkeling moet komen. Voor de gemeente is het leren om te zorgen voor een duidelijke visie gekoppeld aan doelen en effecten/resultaten die omgezet worden in prestatieafspraken. Voor organisaties geldt dat zij in staat zijn duidelijk aan te kunnen geven op welke wijze zij denken deze resultaten te kunnen behalen. 6.2 Verbinding met het programma ‘Route 22’ Deze notitie behandelt zoals gezegd met name de toegang en toeleiding tot de regionale jeugdhulp. Dit zorgt dat we minder specialistische hulp hoeven in te zetten. Door meer in te zetten op het

12

versterken van de jeugdteams en normaliseren van de jeugdhulp kunnen we een beweging naar beneden realiseren. Het uiteindelijke doel is meer in te zetten op preventie en een positief opvoedklimaat neer te zetten. Hier ligt een sterke verbinding met het programmathema ‘Route 22, waarbij juist wordt ingezet op preventie en een positief opvoed- en opgroeiklimaat. Dit met de volgende strategische doelen:  Versterken van het netwerk; een sociaal verbonden voorveld.  Versterken van de opvoeders; virale en veerkrachtige volwassenen.  Versterken van het kind; kansrijke keuzes voor elk kind. De volgende stap die we maken is dat we beide programma’s nog meer verbinden, zodat – zowel inhoudelijk als organisatorisch - een sluitende keten ontstaat. Het zijn namelijk communicerende vaten. In paragraaf 9 gaan we in op de wijze waarop we dit organiseren.

7

Hoe monitoren en evalueren we?

Binnen de gemeente wordt concernbreed gewerkt aan de verdere ontwikkeling van monitoring & sturing, waarbij het sociaal domein versneld zal worden opgepakt. Er is veel data beschikbaar, maar de vraag is vooral wat we willen weten en waar we op willen sturen? Al werkende weg zetten we hier de komende periode stappen in. De monitoring en evaluatie zoals genoemd in deze notitie, is vooral bedoeld om te bezien of we met de ingezette projecten de beoogde effecten bereiken, of dat bijstelling of mogelijk beëindiging van een project noodzakelijk is. De monitoring en evaluatie van de genoemde projecten vindt halfjaarlijks plaats.

8

Hoe communiceren we over de voortgang en behaalde resultaten?

Naast dat we het college en de raad blijvend informeren, willen we ook meer uitdragen wat we al doen. We doen al veel en dat mag intern en extern meer uitgedragen worden. Dit zullen we in afstemming met communicatie op meerde manieren doen: zaken op onze website en facebookpagina plaatsen, persberichten etc.

9

Hoe organiseren we het?

Ten aanzien van de jeugdhulp stuurt de gemeente op drie gebieden: a) de preventieve taken (o.a. JGZ/SMW/AMW en versterking van het voorveld) die een directe verantwoordelijkheid zijn van de gemeenten; b) de gemandateerde taken (Jeugdteams) aan de GR van de Dienst Gezondheid en Jeugd; c) de gedelegeerde taken (Serviceorganisatie Jeugd ZHZ, jeugdbescherming, jeugdreclassering, AMHK en specialistische zorg); In deze notitie richten we ons op de gemeentelijke overlegstructuur ten aanzien van de lokale, preventieve taken en de gemandateerde taak ten aan zien van het jeugdteam. 13

De gemeente is volledig verantwoordelijk voor het preventieve domein en kan hier direct op sturen. Ten aanzien van het jeugdteam ligt er een nauwe samenwerking en voert het jeugdteam ook een aantal pilots voor de gemeente uit, zoals met de huisartsen en onderwijs. Lokaal is er maandelijks een Driehoeksoverleg met de gemeente (wethouder en beleidsadviseur), accountmanager van de SOJ en teammanager van St. Jeugdteams. Hier wordt de maandelijkse rapportage besproken inhoudelijk en financieel, belangrijke ontwikkelingen, verloop pilots ect. Dit wordt ambtelijk met betrokken organisaties voorbereid. JGZ/SMW/AMW en Cliëntondersteuning maken deel uit van de het Centrum voor Jeugd en Gezin. De gemeente subsidieert deze functies en maakt subsidieafspraken met de betrokken aanbieders over de wijze waarop zij hun taken invullen en uitvoeren. 10 Ideaalbeeld gemeente Alblasserdam Het doel van de transformatie van de jeugdhulp is ten eerste om tot betere zorg te realiseren voor zorgbehoevende jeugdige in Alblasserdam. In alle keuzes die gemaakt worden, moet dit het uitgangspunt zijn. Om dat te realiseren binnen de bestaande financiële kaders zijn de 4 aandachtpunten genoemd in 1.2 leidend. De transformatie moet zorgen dat duidelijker wordt wanneer een jeugdige in aanmerking komt voor jeugdhulp (definitie jeugdhulp).

We hanteren de visie dat eerst ouders en scholen verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van hun kinderen/een positief opgroeiklimaat. Hierin is het van belang dat het netwerk rond scholen en ouders goed georganiseerd is (zie paragraaf 2). Het netwerk moet zo ontwikkeld worden dat ouders en scholen weten en kunnen assisteren met de ontwikkeling van haar kinderen, om ze tijdig te helpen met hun problemen. De verantwoordelijkheid ligt in eerste instantie bij deze netwerken. Als de netwerken in scholen en rondom ouders het niet kunnen oplossen, wordt jeugdhulp ingeschakeld. In de jeugdhulp zijn normalisering en demedicalisering leidend. Hulpvragen worden zo veel als mogelijk in een zo vroeg mogelijk stadium behandeld. Daarom zijn de uitgangspunten van het inkoopkader lokaal waar het kan, regionaal waar nodig. Om het proces van normalisering te versterken, is zorg dichter bij huis noodzakelijk en daar wordt dus op ingezet. Het ideaalbeeld van de gemeente Alblasserdam is als volgt. Een kind wil opgroeien in een omgeving waar het gezien, gewaardeerd en gerespecteerd wordt. Een kind wil erbij horen, voelen dat het iemand is. We hebben enorme scholen gebouwd waar de kans op anonimiteit en onpersoonlijkheid groot is. Er is, gelukkig, een tendens terug naar meer kleinschaligheid. Een kind wil binding met zijn omgeving. Een kind wil kennen en gekénd worden.

Hieraan wil de gemeente Alblasserdam meewerken om een optimaal voorveld te creëren, waarbij familie, buren, scholen en kinderopvang elkaars kinderen ondersteunen bij het opgroeien tot maatschappelijk verantwoorde burgers in een wereld waarin het begrip jeugdhulp iets van vroeger tijden is. Tot slot, wat verwachten we hiervan? We gaan ervan uit dat door de hulp dichter bij te brengen, onder andere door het aanbieden van voorliggende voorzieningen, de kwaliteit van de zorg omhoog gaat en de kosten naar beneden. Daarbij tellen we ook de regionale acties bij op. Wij verwachten de kosten binnen 2 jaar met 10% te kunnen reduceren.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/156/documents/3992