CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.1 Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding parkeerplaats GEW. dd.10-10-2022.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 20 juni 2023, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 9: Verklaring van geen bedenkingen ds. Toesplein 3 - Voorstel5.493 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitbreiding parkeerplaats Zwarte Paard Ruimtelijke onderbouwing Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland Kinderijk, oktober 2022

Opdrachtgever: Beheerscommissie van de Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland te Kinderdijk Ds. B. Toesplein 3 2953 XW Alblasserdam

Langeweg 21 3257 KC Ooltgensplaat e-mail: j.stuij@JACCO.nu telefoon: 06 417 67 160 web: www.JACCO.nu datum:

10 oktober 2022

INHOUDSOPGAVE 1. 1.1 1.2 1.3 1.4

INLEIDING Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Doel van de ruimtelijke onderbouwing Vigerend bestemmingsplan

5 5 6 6

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.5.1 2.5.2

BESCHRIJVING PLANLOCATIE Ruimtelijke structuur Huidig parkeerterrein Toekomstig bouwvlak Landschappelijke inpassing Beoordeling duurzame locatie Ruimtelijke behoefte Zuinig ruimte gebruik

7 7 8 8 8 8 8

3. 3.1

RIJKS-, PROVINCIAAL EN GEMEENTELIJK BELEID Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

9

4. 4.1 4.2

CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLGIE Cultuurhistorie Archeologie

10 10

5. 5.1 5.2

GROEN EN ECOLOGIE Flora- en Faunawet Natuurnetwerk Nederland

12 13

6. 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.5.1 6.5.2 6.5.3 6.6 6.6.1 6.7 6.8 6.8.1 6.8.2 6.8.3 6.8.4 6.8.5 6.8.6

WATER Watertoets Waterbeheerplan 2016-2021 Watertoets Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk Plangebied Referentiesituatie Voorgenomen activiteit Locatie Hydrologisch neutraal bouwen Bergingscapaciteit Schoon inrichten Toetsingscriteria Veiligheid Wateroverlast Volksgezondheid Grondwateroverlast Oppervlaktewaterkwaliteit Verdroging

14 14 15 15 16 16 16 16 17 17 18 18 18 18 18 18 19 19

7. 7.1 7.2 7.3

MILIEU Bodem Geluid, luchtkwaliteit en geur Externe veiligheid

20 21 21

8. 8.1 8.2

INFRASTRUCTUUR Verkeersstructuur Overige infrastructuur

21 21

9. 9.1 9.2 9.3

MAATSCHAPPELIJKE EN ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Maatschappelijke uitvoerbaarheid Financiële uitvoerbaarheid Planschade

22 22 22

10.

SLOT

BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: BIjlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9:

Uitbreiding parkeerpaats Zwarte paard_landschappelijke inpassing OZHZ_verzoek ruimtelijke onderbouwing Grasparkeerplaat GVB-86 (incl. sluitplaten dd.02-08-2021); Tekening Uitvoering 10D (t.b.v. bestrating gaatjesplein-2 t.b.v. Waterschap dd. 18-09-2021); Tekening Uitvoering 10C (t.b.v. bestrating gaatjesplein-2 t.b.v. Waterschap dd. 18-09-2021); E-Mail Waterschap-20211227 (Bevestiging uitvoering verharding parkeerterrein); Aanvraag Watervergunning (dd. 23-08-2022) Verkennend bodemonderzoek (Waders Milieu b.v., rapportnr. 22414201A) Aangepast document OZHZ (ER20200430v04_QS_DsToesplein_Alblasserdam_EcoresultBV dd. 04-07-2022) Bijlage 10: Tekening met meet hoeveelheden tbv watercompensatie (dd. 18-07-2022)

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

De initiatiefnemer, de Oud Gereformeerde gemeente in Nederland te Kinderdijk, is voornemens om een stukje weiland te betrekken bij de huidige parkeerplaats. De uitbreiding is noodzakelijk om de bezoekers van de kerkdiensten binnen het eigen parkeerterrein te kunnen voorzien van een parkeerplaats. Dit om de parkeeroverlast in de omgeving te beperken en te voorkomen. Om de uitbreiding te realiseren is het noodzakelijk om het parkeervlak van vorm te veranderen en het deel weiland, eigendom van de kerkelijke gemeente, om te bouwen tot parkeerplaats, passend in de omgeving. Middels een afwijkingsprocedure van het bestemmingsplan wil het college van B&W van gemeente Alblasserdam medewerking verlenen aan het veranderen van de vorm van het huidige parkeervak. Er zijn reeds verschillende vooroverleggen geweest en ook zijn verschillende uitwerkingen gemaakt en ingediend, waaronder een goedgekeurd inpassingsplan (bijlage 1). In een laatste brief van de omgevingsdienst (bijlage 2) wordt gevraagd om een ruimtelijke onderbouwing in te dienen. Door middel van de voorliggende nadere ruimtelijke onderbouwing dient de haalbaarheid van het plan aangetoond te worden voordat de planologische procedure opgestart kan worden. Informatie over de diverse onderwerpen, is verkregen via de website: https://www.infomil.nl/ onderwerpen/ruimte/functies/parkeren/onderbouwing.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het onderhavige parkeerterrein is gelegen onder aan de afrit van het Zwarte Paard te Alblasserdam. De uitbreiding van de parkeerplaats is ten noorden van het huidige parkeerterrein, hetwelk achter de woonvoorziening van Stichting Adullam, aan de Zwartepaard 7-9 is gelegen. Het perceel betreft kadastraal Gemeente Alblasserdam, Sectie A, perceelnr 8774.

Afbeelding 1: Locatie ds. B. Toesplein

Uitbreiding parkeerplaats Zwarte Paard - Ruimtelijke onderbouwing 5

1.3

Doel van de ruimtelijke onderbouwing

Uit de ruimtelijke onderbouwing moet blijken of de uitbreiding van de parkeerplaats goed is in te passen op de locatie en er geen belemmeringen zijn. Er moet sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening.

1.4

Vigerend bestemmingsplan

In het plangebied gelden momenteel de bestemmingsplannen “Kloos” en “Landelijk gebied Alblasserdam”, vastgesteld door de gemeente Alblasserdam op 18-04-2017. De locatie het Zwarte Paard betreffende de uitbreiding, is gelegen in een agrarisch gebied tussen wonen met de enkelbestemming “Agrarisch met waarden - Landschaps- en natuurwaarden” en de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie”. De voor ‘Agrarisch met waarden - Landschaps- en natuurwaarden’ en gedeeltelijk de gebiedsbescherming ‘overige zone - beschermd dorpsgezicht’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: • Agrarische bedrijfsvoering in de vorm van een grondgebonden veehouderij; • Het (laten) beweiden door dieren; • Behoud, herstel en ontwikkeling van landschapswaarden, in de vorm van verkavelings- en waterpatronen, openheid, grasland, en daarmee samenhangende natuurwaarden; • Extensief dagrecreatief medegebruik; Alsmede voor: • Het wonen in een bedrijfswoning, daaronder begrepen aan-huis-gebonden beroepen, voor zover een bedrijfswoning is toegestaan; • Ter plaatse van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’: agrarische bedrijfsvoering in de vorm van een intensieve veehouderij; • Ter plaatse van de aanduiding ‘caravanstalling’: tevens een caravanstalling als nevenfunctie bij het agrarisch bedrijf; • Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - kaasmakerij’: tevens een kaasmakerij met kaasopslag en

kaasverkoop als nevenfunctie bij het agrarisch bedrijf; • Ter plaatse van de aanduiding ‘ijsbaan’: tevens een ijsbaan; • Agrarisch natuur- en landschapsbeheer; • Aan het agrarisch bedrijf gerelateerde en daaraan ondergeschikte detailhandel en horeca, uitsluitend uit categorie 1 zoals bedoeld in lid 1.30 onder a; • Bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals ontsluitingswegen en -paden, erven, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen (waaronder bruggen en duikers). Uit onderhavige ruimtelijke onderbouwing zal blijken of voldaan wordt aan bovengenoemde voorwaarden.

Uitbreiding parkeerplaats Zwarte Paard - Ruimtelijke onderbouwing 6

2. BESCHRIJVING PLANLOCATIE 2.1

Ruimtelijke structuur

Het projectgebied is ingesloten door woonwijken aan de zuid- en oostzijde, de bebouwing van het dijklint aan de westzijde. Het terrein van de kerk, samen met de woonlocatie Molenheim, is een gebied op zich, zonder ruimtelijke relatie tot de omliggende bebouwing.

2.2

Huidig parkeerterrein

Het bestaande parkeerterrein heeft een oppervlakte van 2.250 m2, inclusief de oprit. Hiervan bestaat een gedeelte van ca. 1.560m2 uit een open bestrating van grasbetonplaten/veeroosters, waarin gedeeltelijk gras groeit.

Afbeelding 2: Huidige situatie dd. 31-01-2019

Uitbreiding parkeerplaats Zwarte Paard - Ruimtelijke onderbouwing 7

2.3

Toekomstig bouwvlak

De nieuwe uitbreiding van de parkeerplaats heeft een oppervlakte van ca. 1.400 m2 onbestraat oppervlak.

Afbeelding 3: Huidige situatie dd. 31-01-2019

2.4

Landschappelijke inpassing

In het rapport van JACCO Inrichting Buitenruimte, d.d. 15 januari 2021, wordt nader ingegaan op de Landschappelijke inpassing. Verwezen wordt naar dit rapport in bijlage 1. Dit rapport is reeds overgenomen in de verdere uitwerking en dit rapport is reeds besproken met de gemeente, de erfgoedcommissie en de omgevingsdienst. Het rapport is inmiddels akkoord bevonden.

2.5

Beoordeling duurzame locatie

2.5.1 Ruimtelijke behoefte Het doel van de activiteit is om te gaan voldoen aan de parkeerbehoefte van de kerkbezoekers tijdens de kerkdiensten op eigen terrein. Weliswaar kunnen de bezoekers van de kerkdiensten de auto ook in de woonwijk parkeren als de huidige parkeerplaats vol is, maar dan komen we in strijd met de behoefte alsmede het verzoek van de gemeente en de omwonenden om de auto’s tijdens de kerkdiensten NIET in de woonwijk te parkeren. Dit is namelijk een belemmering voor de bewoners, welke hun klachten bij de gemeente kenbaar hebben gemaakt.

2.5.2 Zuinig ruimte gebruik Het nieuwe ontwerp van het parkeerterrein wordt zodanig ingericht dat er maximaal gebruik gemaakt kan worden van de oppervlakte om zoveel mogelijk voertuigen op de parkeerplaats te laten parkeren. Traditionele wijze van parkeren zou een grotere oppervlakte nodig hebben dan nu in onderhavige kwestie aan de orde is. Uitbreiding parkeerplaats Zwarte Paard - Ruimtelijke onderbouwing 8

3. RIJKS-, PROVINCIAAL EN GEMEENTELIK BELEID 3.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die ruimte geef aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden en met een Europese en mondiale blik. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo ontstaat er ruimte voor maatwerk en ontwikkelingen van burgers en bedrijven. In deze structuurvisie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040: een visie hoe Nederland er in 2040 voor moet staan. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028 en is aangegeven welke nationale belangen daarbij aan de orde zijn. Deze tijdshorizon is gesteld omdat in de loop van de tijd nieuwe ontwikkelingen en opgaven kunnen vragen om bijstelling van de rijksdoelen. Voor de ambities zijn rijksinvesteringen slechts een van de instrumenten die worden ingezet. Ook kennis, bestuurlijke afspraken en kaders worden ingezet. De huidige financiële rijkskaders (begroting) zijn randvoorwaardelijk voor de concrete invulling van die rijksambities.

Een actualisatie van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid is nodig om de nieuwe aanpak vorm te geven. De verschillende beleidsnota’s op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende (wereldwijde) omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen die onder andere ontstaan omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. Deze structuurvisie geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vormt de ‘kapstok’ voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Het Rijk is verantwoordelijk voor een goed systeem van ruimtelijke ordening inclusief zorgvuldige, transparante ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dat betekent dat het systeem zo ingericht moet zijn dat integrale planvorming en besluitvorming op elk schaalniveau mogelijk is en dat bestaande en toekomstige belangen goed kunnen worden afgewogen. Gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde zijn hier onderdeel van. Het gaat dan zowel om belangen die conflicteren als belangen die elkaar versterken. Bij nieuwe ontwikkelingen, aanleg en herstructurering moet in elk geval aandacht zijn voor de gevolgen voor de waterhuishouding, het milieu en het cultureel erfgoed. De structuurvisie van gemeente Alblasserdam is opgesteld in 2013 en is geldig tot 2040.

In de structuurvisie staat hoe de gemeente kijkt naar de ontwikkeling van het dorp. Zowel op ruimtelijk als op sociaal gebied. In de visie staat wat Alblasserdam kenmerkt en wat ze willen behouden en versterken. In principe werken ze alleen mee aan ontwikkelingen die passen binnen het profiel van Alblasserdam of voorzien in dingen die ze in de toekomst willen bereiken. Diverse aspecten komen in deze ruimtelijke onderbouwing aan de orde.

Uitbreiding parkeerplaats Zwarte Paard - Ruimtelijke onderbouwing 9

4. CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLGIE 4.1

Cultuurhistorie

Cultuurhistorische Waardenkaart (provincie Zuid Holland) geeft inzicht in de actuele en potentiële cultuurhistorische en archeologische waarden in Zuid Holland. Deze hangen onder andere samen met de wijze van ontginning. Cultuurhistorische waarden worden vaak in een adem genoemd met archeologische waarden. Deze waarden verschillen echter van archeologische waarden. Cultuurhistorische waarden zijn waarden die zichtbaar zijn in het landschap en ‘iets vertellen’ over het (cultuurhistorische) verleden van het gebied.

Afbeelding 4: Cultuurhistorie

De projectlocatie ligt vlak naast een cultuurhistorisch landschap. Deze waarden hebben betrekking op de ligging van de planlocatie naast het cultureel erfgoed “Werelderfgoed Kinderdijk”. Gelet op de planlocatie is er geen negatieve invloed op de molenbiotoop en heeft de planlocatie geen restricties.

4.2

Archeologie

Op 30 oktober 2012 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid vastgesteld. Het bestaat uit een adviesnota en vier kaarten. Op één van de kaarten is af te lezen waar (vermoedelijk) archeologische resten in de grond liggen. Op basis daarvan kan het college van burgemeester en wethouders afwegen om wel of geen archeologisch onderzoek te doen als in de bodem wordt gewerkt. Met betrekking tot de archeologie heeft de gemeente Alblasserdam haar eigen beleid vastgesteld, weergegeven in het rapport: RAAP-RAPPORT 2484 (tweede herziene eindversie) “Van donk tot dam” Een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Alblasserdam” d.d. 18 oktober 2012. Uitbreiding parkeerplaats Zwarte Paard - Ruimtelijke onderbouwing 10











 







  









       

























  



  





 



 



  





 

  

 



 



  

 



 

  





  







 





 





 











 

   

 



 



 



 



 



  









 





  





 



 

 



 





  



  



 



 



Afbeelding 5: Archeologische beleidsadvieskaart















 





  

 





 

  



 



 



 



  



  



  



 



Uit de bovengenoemde uitsnede blijkt dat het plangebied ligt in de archeologische verwachtingswaarde VAW5, te weten Klei op veen gebied met een indicatieve archeologische verwachtingswaarde van laag. Binnen deze waarde is vrijstelling van toepassing wanneer er niet dieper dan 0,30m-mv wordt ontgraven en waarbij de oppervlakte niet meer is dan 5.000m2. Het plangebied voldoet aan deze voorwaarde. Archeologisch onderzoek is niet van toepassing. 







 

Uitbreiding parkeerplaats Zwarte Paard - Ruimtelijke onderbouwing 11 

5. GROEN EN ECOLOGIE 5.1

Flora- en Faunawet

De Flora- en faunawet vormt voor wat betreft de soortenbescherming een concrete en correcte implementatie van de habitatrichtlijn. Deze wet is op 1 april 2002 in werking getreden. Doel van deze wet is de bescherming van dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied. Als gevolg van ruimtelijke ingrepen is het mogelijk dat beschermde soorten beschadigd, verstoord of vernietigd worden. Als op basis van onderzoeksgegevens blijkt dat beschermde soorten voorkomen, kan dit consequenties hebben voor de voorgenomen ruimtelijke ingreep. De Flora- en Faunawet regelt de bescherming van planten en dieren in Nederland. Belangrijk daarbij zijn de volgende verbodsbepalingen. Het is verboden: • Planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, te plukken, te verzamelen, af te snijden, uit te steken, ter vernielen, te beschadigen, te ontwortelen of op enigerlei andere wijze van hun groeiplaats te verwijderen. (art. 8 Flora- en Faunawet); • Dieren; behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen. (art 9 Flora- en Faunawet); • Dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, opzettelijk te verontrusten.

(art 10 Flora- en Faunawet); • Nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van dieren, behorende tot een beschermde diersoort, te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren. (art. 11 Flora- en Faunawet); • Eieren van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te zoeken, te rapen, uit het nest te nemen, te beschadigen of te vernielen (art. 12 Flora- en Faunawet). De voorgenomen activiteiten mogen niet leiden tot een overtreding van de bovengenoemde verboden. Met ingang van juli 2004 geldt een Wijziging Besluit vrijstelling beschermde plant- en diersoorten. Met de wijziging worden knelpunten opgelost die o.a. bestaan bij ruimtelijke projecten als gevolg van de aanwezigheid van beschermde dier- en plantensoorten. Bij veel werkzaamheden hiermee samenhangend is het niet langer nodig een ontheffing van Flora- en Faunawet aan te vragen om beschermde dieren te verstoren of bijvoorbeeld beschermde planten te maaien. In plaats hiervan gaat een vrijstelling gelden. Om gebruik te kunnen maken van de vrijstelling is het wel nodig om te werken volgens een gedragscode. Alleen als het gaat om veel voorkomende soorten is het niet nodig om volgens een dergelijke gedragscode te werken. Door Ecoresult B.V. is een quickscan Flora- en Faunaonderzoek uitgevoerd.

Zie voor de resultaten het rapport met kenmerk ‘ER20200430v02 van d.d. 12-05-2020’ (zie bijlage 2). Conclusie uit het rapport is dat met betrekking tot de Wet natuurbescherming, alsmede met betrekking op de Omgevingsverordening Zuid Holland er geen nader onderzoek nodig is en er geen vergunningen aangevraagd hoeven te worden. Op 4-7-2022 is er een aanpassing gedaan op het document naar aanleiding van vragen door de gemeente. Een aangepast document met kenmerk ‘ER20200430v04_QS_DsToesplein_ Alblasserdam_EcoresultBV dd. 04-07-2022’ (zie bijlage 9) is toegevoegd.

Uitbreiding parkeerplaats Zwarte Paard - Ruimtelijke onderbouwing 12

5.2

Natuurnetwerk Nederland

Het Nationaal Natuurnetwerk werd vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd. Het Natuurnetwerk is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het natuurnetwerk is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het Natuurnetwerk Nederland blijft de belangrijkste basis van het natuurbeleid, dat bijdraagt aan het behoud en de ontwikkeling van internationale natuurwaarden. Zoals afgesproken hebben de provincies de toenmalige EHS herzien en de focus verlegd naar de internationale natuurverplichtingen. Dit moet leiden tot een steviger en effectiever natuurnetwerk, waarin natuurgebieden onderling verbonden zijn.

Afbeelding 6: Natuurnetwerk Nederland

In de omgeving van het plangebied is het molengebied aangewezen als ecologische verbindingszone. De kortste afstand van het plangebied tot de ecologische hoofdstructuur bedraagt ca. 160 meter. De plannen hebben geen invloed op het functioneren van de ecologische hoofstructuur. De Europese Unie heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote biologische, esthetische en economische waarde is. Om deze natuur te behouden heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Dit is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden. Voor Nederland gaat het in totaal om 162 gebieden. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden (habitats), maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Bescherming van de gebieden vindt in Nederland plaats middels de Natuurbeschermingswet. De plannen hebben geen nadelige invloed op het functioneren van de Natura 2000 gebieden. Uitbreiding parkeerplaats Zwarte Paard - Ruimtelijke onderbouwing 13

6. WATER 6.1

Watertoets

Bij de watertoets gaat het om het van meet af aan meenemen van water in de ruimtelijke planen besluitvorming. Daarvoor is overleg nodig met de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium. Het gaat bij de watertoets niet zozeer om een toets achteraf maar om vroegtijdige en actieve inbreng van de waterbeheerder. Met de Watertoets wordt er naar gestreefd om het reeds bestaande waterhuishoudkundig en ruimtelijke beleid goed toe te passen en uit te voeren; het is niet de bedoeling dat er met de watertoets nieuw beleid wordt gemaakt. Hoofdpunten van het instrument Watertoets zijn: • Vroegtijdige betrokkenheid van de waterbeheerder(s) bij het proces van ruimtelijke planvorming; • Transparante besluitvorming rond het belang van water in het ruimtelijke plan. Met de watertoets wordt geen nieuw beleid gemaakt. De werking van de Watertoets is uitgebreid beschreven in de Bestuurlijke Notitie Watertoets en de nadere toelichting in de Handreiking die in oktober 2001 zijn vastgesteld in het bestuurlijk overleg Waterbeleid 21ste eeuw. Per 1 november 2003 is een wijziging op het Besluit op de Ruimtelijke Ordening (Bro) van kracht waarmee de watertoets ook wettelijk verankerd is. Een watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied.

Een dergelijke waterparagraaf is opgenomen in de toelichting bij een streekplan, een regionaal structuurplan, een gemeentelijk structuurplan, een bestemmingsplan en bij de ruimtelijke onderbouwing bij vrijstellingen. Deze verplichting vloeit voort uit het Besluit tot wijziging van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985, dat op 3 juli 2003 is vastgesteld. Een waterparagraaf wordt niet voorgeschreven voor ruimtelijke plannen van het Rijk. Het waterkwaliteitsbeheer en het waterkwantiteitsbeheer in Alblasserdam is in handen van het Waterschap Rivierenland. Het plan dient zodoende te voldoen aan het beleid van dit waterschap ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen.

6.2

Waterbeheerplan 2016-2021

In het waterbeheerplan van Waterschap Rivierenland wordt aangeven wat de doelen zijn voor de periode 2016-2021 en hoe deze doelen bereikt moeten worden. Het doel van het waterbeheerplan is om het watersysteem en de afvalwaterketen op orde te houden. Het beheer van water door het waterschap bepaalt mede dat mensen en dieren leven in een veilige, schone en prettige omgeving. In het waterbeheerplan wordt een indeling gemaakt in de volgende thema’s • Veilig en bewoonbaar gebied; • Voldoende water; • Schoon water; • Natuurlijk water. Met betrekking tot het thema veilig en bewoonbaar gebied zal worden geïnvesteerd in het verbeteren van dijken zodat de veiligheid tegen overstromingen blijft gewaarborgd. Daarnaast worden grootste knelpunten van de wateroverlast opgelost (stedelijk gebied).

Uitbreiding parkeerplaats Zwarte Paard - Ruimtelijke onderbouwing 14

In het kader van het thema voldoende water worden de plannen voor de gewenste gronden oppervlakteregime (GGOR) in zowel landbouw- als natuurgebieden vastgesteld. In de belangrijkste verdroogde natuurgebieden wordt opgepakt overeenkomstig het provinciale programma. Daarnaast worden de baggerachterstanden verder weggewerkt. Het Schoon water thema zet in op de samenwerking met gemeente. Er wordt voorrang verleend aan het terugdringen van de prioritaire stoffen en overige relevante stoffen in het oppervlaktewater. Er zal worden onderzocht of er verontreinigingen in de waterbodems zitten en waar nodig zal het betreffende waterlichaam worden gebaggerd. Initiatieven om diffuse verontreiniging terug te dringen worden gestimuleerd. Daarnaast zal gezocht worden naar nieuwe manier om afvalwater voordelig te zuiveren. Met betrekking tot het thema Natuurlijk water zijn er sinds 2000 Europese normen voor de leefomgeving van planten en dieren in en rond het water vastgelegd in de Kaderrichtlijn water.

6.3

Watertoets

In het document “Partners in water - De watertoets in Rivierenland” wordt uitgebreid ingegaan op de procedure en de inhoudelijke aspecten van de watertoets. Op basis daarvan is met Waterschap Rivierenland contact geweest en is het plan reeds besproken. De volgende communicatiemomenten zijn geweest: • Bijlage 3: Grasparkeerplaat GVB-86 (incl. sluitplaten dd.02-08-2021); • Bijlage 4: Tekening Uitvoering 10D (t.b.v. bestrating gaatjesplein-2 t.b.v. Waterschap dd. 18-09-2021); • Bijlage 5: Tekening Uitvoering 10C (t.b.v. bestrating gaatjesplein-2 t.b.v. Waterschap dd. 18-09-2021); • Bijlage 6: E-Mail Waterschap-20211227 (Bevestiging uitvoering verharding parkeerterrein); • Bijlage 7: Aanvraag Watervergunning (dd. 23-08-2022) Op 1-7-2022 j.l. is er op locatie een overleg geweest met dhr. J. Hendriks van Waterschap Rivierenland. Het complete plan is doorgenomen en toegelicht. Naar aanleiding van dit overleg is er in overleg met dhr. J. Hendriks een watercompensatieberekening opgesteld. Deze is op 23-08-2022 ingediend bij het Waterschap zie bijgevoegde melding in bilage 7. Op dit moment loopt de toetsing hiervan bij het Waterschap.

Uitbreiding parkeerplaats Zwarte Paard - Ruimtelijke onderbouwing 15

6.4

Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk

Voor Waterschap Rivierenland is de beleidsterm “hydrologisch neutraal ontwikkelen” in de notitie ‘Ontwikkelen met duurzaamwateroogmerk’ inhoudelijke uitgewerkt en onderbouwd. Bovendien zijn de (nieuwe) uitgangspunten en randvoorwaarden van het waterschap bij dit project geïntegreerd. Deze uitgangspunten en randvoorwaarden worden toegepast in het proces van de watertoets. De beleidsterm “hydrologisch neutraal ontwikkelen” geeft invulling aan het “niet afwentelen” principe, zoals door de commissie waterbeheer 21e eeuw (WB21) is gegeven. In principe heeft elke ruimtelijke ontwikkeling invloed op de hydrologie. De beleidsterm “hydrologisch neutraal” heeft dan ook vooral betrekking op het zo veel mogelijk (binnen de ontwikkeling) neutraliseren van de negatieve hydrologische gevolgen van toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in ruimte en tijd. De ontwikkeling mag geen hydrologische achteruitgang aan de randen van het plangebied ten opzichte van de referentiesituatie tot gevolg hebben. Zo mogen bijvoorbeeld geen hydrologische knelpunten worden gecreëerd voor de te handhaven en de vastgelegde toekomstige landgebruikfuncties in het plangebied en het beïnvloedingsgebied. De definitie van ‘hydrologisch neutraal ontwikkelen’ is vertaald in een aantal toetsbare criteria: 1. Er is geen toe- of afname van de waterafvoer op de rand van het plangebied; 2.

Er mogen geen veranderingen van oppervlaktewaterstanden optreden op de grens van het plangebied en daarbuiten (tenzij veranderingen gewenst zijn); 3. Er mag geen overlast optreden door extreme gebeurtenissen; 4. De omvang van grondwateraanvulling blijft gelijk (dit is de som van infiltratie vanaf oppervlak, inzijging vanuit oppervlaktewater, kwel en drainage); 5. Er mogen geen veranderingen van grondwaterstanden optreden op de grens van het plangebied en daarbuiten (tenzij veranderingen gewenst zijn).

6.5

Plangebied

6.5.1 Referentiesituatie De huidige inrichting van het parkeerterrein achter het Zwart Paard heeft een totale oppervlakte van 2.250 m2 waarvan 1.560 m2 bestaat uit open verharding. Al het regenwater wordt afgevoerd naar de onderliggende grond. In de huidige situatie liggen er een tweetal drains die het overtollige water naar het oppervlakte water afvoeren

6.5.2 Voorgenomen activiteit Door realisatie van het nieuwe parkeerterrein, zal de oppervlakte verharding met 1400 m2 toenemen. Oppervlakte - onverhard - verhard Totaal:

Huidige situatie 690 m2 1.560 m2 2.250 m2

Nieuwe situatie 830 m2 2.820 m2 3.650 m2

Toename

Tabel 1: Overzicht verdeling verhard oppervlak

Uitbreiding parkeerplaats Zwarte Paard - Ruimtelijke onderbouwing 16

6.5.3 Locatie De locatie aan het Zwarte Paard wordt gekenmerkt als veengrond. Verwacht wordt dat op de locatie de mogelijkheden voor infiltratie doorgaans matig zijn. Voor de bergingscapaciteit is dan ook uitgegaan van geringe mogelijkheden tot infiltratie. De gemiddelde hoogste grondwaterstand binnen het plangebied bedraagt 50 - 70 cm. minus maaivbeld. Er moet uitgegaan worden van de gemiddeld hoogste grondwaterstand, in dit geval 50 cm. minus maaiveld. Deze hoogte is van belang voor het bepalen van de capaciteit van de te realiseren berging.

6.6

Hydrologisch neutraal bouwen

Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan het principe van hydrologisch neutraal bouwen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de uitgangssituatie. Hierbij mag de natuurlijke GHG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand) niet verlaagd worden en mag bijvoorbeeld bij transformatie van landelijk naar bebouwd gebied de oorspronkelijke landelijke afvoer in de normale situatie niet overschreden worden. Het waterpeil sluit aan bij optimale grondwaterstanden en in poldergebieden worden seizoensfluctuaties toegestaan. Aangenomen wordt dat bij een bui die 1 maal per 10 jaar voorkomt, 44 mm neerslag valt in 45 minuten tijd. De te realiseren waterbergingsruimte (dit geldt ook binnen elk perceel) bij ver- en nieuwbouwplannen kan dus berekend worden door het toekomstig verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met 0,044 m. Afhankelijk van de infiltratiemogelijkheden kan het ruimtebeslag minder zijn.

6.6.1 Bergingscapaciteit In de aanvraag van de Watervergunning is een berekening bijgevoegd waarin is aanaangegeven dat er 99 m2 watercompensatie moet worden gegraven. In de daarbij behorende tekening met referentie ‘TEKENING MET MEET HOEVEELHEDEN TBV WATERCOMPENSATIE dd. 18-07-2022’ (Zie bijlage 10) is de verbreding van de watergangen weergegeven waardoor voldaan wordt aan de watercompensatie ten behoeve van de bergingsvoorziening.

Uitbreiding parkeerplaats Zwarte Paard - Ruimtelijke onderbouwing 17

6.7

Schoon inrichten

De locatie is voorzien van riolering ter plaatse van de inrit waardoor het terreinwater op het oppervlakte water wordt geloosd. In de voorgenomen activiteit wordt geen afvalwater geloosd op het oppervlaktewater. Het erfafspoelwater stroomt af naar de omliggende sloten, terreinen of waterbergingsvoorzieningen (riolering HWA). De terreinen zijn schoon. Het afstromend hemelwater is zodoende niet verontreinigd. Om negatieve effecten op de huidige goede waterkwaliteit te voorkomen en waterbesparing te bereiken, wordt: • Zoveel mogelijk maatregelen getroffen om het waterverbruik zo gering mogelijk te laten zijn en verontreiniging van het regenwater en oppervlaktewater te voorkomen (infiltratie naar de drainages, waardoor spoelstoffen achterblijft); • Duurzame, niet- uitloogbare bouwmaterialen toegepast; • Een infiltratievoorziening gerealiseerd door het toepassen van open bestratingsmaterialen van Giverbo, zoals conform de watertoets aan Waterschap Rivierenland ter goedkeuring is ingediend.

6.8

Toetsingscriteria

De watertoets bestaat uit de onderstaande toetsingscriteria. Punt voor punt wordt afgewogen of het verantwoord is om de voorgenomen activiteit te realiseren.

6.8.1 Veiligheid De waarborging dat bij extreme neerslag de hoeveelheid water ook daadwerkelijk kan worden afgevoerd is aanwezig. Het water wordt grotendeels via afvloeiing naar de watergangen afgevoerd. Door de ruime hoeveelheid omliggende watergangen is de veiligheid niet in het geding.

6.8.2 Wateroverlast Wateroverlast wordt zoveel mogelijk beperkt doordat directe afvloeiing naar de omliggende watergangen voorkomt dat er waterlast wordt ervaren.

6.8.3 Volksgezondheid Het oppervlaktewater wat via de watergangen wordt afgevoerd, waarbij maximaal wordt geïnfiltreerd door de open bestrating, vormt geen risico voor de volksgezondheid.

6.8.4 Grondwateroverlast Bij berging in de omliggende watergangen is geen sprake van invloed op het grondwater omdat er geen structurele peilverhoging ontstaat. De nieuwe verharding heeft geen consequenties voor een eventuele bodemdaling.

Uitbreiding parkeerplaats Zwarte Paard - Ruimtelijke onderbouwing 18

6.8.5 Oppervlaktewaterkwaliteit Het hemelwater wat infiltreert of afvloeit, bevat geen verontreinigingen zoals meststoffen en dergelijke, en levert daardoor geen negatieve bijdrage aan het oppervlaktewater. Mogelijke olielekkages achten wij niet relevant, daar wij op het huidige parkeerterrein geen olievlekken hebben waargenomen. Mochten wij dit toch signaleren, dan wordt dit schoongemaakt en wordt de veroorzaker aangesproken op dit feit. Doordat het hemelwater wat infiltreert of afvloeit, geen schadelijke stoffen bevat heeft dit ook geen negatieve invloed op de kwaliteit van het grondwater. Het heeft de voorkeur van het Waterschap om geen gebruik te maken van uitlogende materialen als zink, koper, lood en zacht pvc. De initiatiefnemer is niet van plan om deze materialen te gebruiken voor de nieuwe bebouwing/verharding.

6.8.6 Verdroging Een toename van verharding kan verdroging veroorzaken doordat de aanvulling van het grondwater vermindert. Voor deze locatie wordt infiltrerende bestrating toegepast, waardoor verdroging niet van toepassing is.

Uitbreiding parkeerplaats Zwarte Paard - Ruimtelijke onderbouwing 19

7. MILIEU 7.1

Bodem

Voor de aangevraagde situatie vindt er geen uitbreiding plaats ten aanzien van bodembedreigende processen. Bij het opstellen van een bestemmingsplan, een wijziging daarvan of een projectbesluit moet, ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening, worden onderzocht of bodemverontreiniging de voorgenomen bestemming niet onmogelijk maakt of belemmert. Als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening moet tenminste middels een historisch onderzoek (HO) worden onderzocht of eventuele bodemverontreiniging een belemmering vormt. In sommige gevallen kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken. Indien een vermoeden van verontreiniging bestaat of het HO hiertoe aanleiding geeft dient een daadwerkelijk bodemonderzoek NEN 5740 te worden uitgevoerd.

Afbeelding 8: Bodemkaart

Uit een quickscan door OZHZ (raadplegen bodeminformatiesysteem, historische kaarten en bodemkwaliteitskaart) volgt dat er binnen het gebied een aantal gedempte sloten aanwezig is. Historisch dempingsmateriaal is verdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging. Daarnaast zijn op diverse percelen grenzend aan de herinrichtingslocatie diverse saneringen uitgevoerd. Historische activiteiten in de omgeving hebben mogelijk ook een bodemverontreiniging op onderhavige locatie veroorzaakt. Dit kan hebben geleid tot de aanwezigheid van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op basis van de hierboven omschreven mogelijke aanwezige verontreiniging is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Waders Milieu b.v., rapportnr. 22414201A, zie bijlage 8. Geconcludeerd kan worden dat er geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen activiteiten. Uitbreiding parkeerplaats Zwarte Paard - Ruimtelijke onderbouwing 20

7.2

Geluid, luchtkwaliteit en geur

Gelet op de wijzigingen die op de locatie gaan plaatsvinden, is er ten opzichte van de huidige situatie geen wijziging te verwachten met betrekking tot geluidshinder, luchtkwaliteit en geurhinder. Derhalve zijn er geen belemmeringen te verwachten met betrekking tot de genoemde hinderpunten.

7.3

Externe veiligheid

In het Activiteitenbesluit zijn voorschriften opgenomen waar men zich aan moet houden ter bescherming van het milieu. In dit besluit zijn tevens veiligheidsafstanden opgenomen die moeten worden aangehouden tussen omliggende woningen. Binnen de inrichting worden geen gevaarlijke stoffen opgeslagen die een afstandsbeperking tot gevolg hebben tot de omliggende woningen. Er gelden derhalve geen consequenties voor het plan vanuit oogpunt van externe veiligheid.

8. INFRASTRUCTUUR 8.1

Verkeersstructuur

De planlocatie is in zowel de huidige als in de toekomstige situatie middels één inrit ontsloten op het Zwarte Paard. De planlocatie betreft een uitbreiding van de bestaande parkeerplaats, om alle personenauto’s op eigen erf te kunnen parkeren. De transport bewegingen omvatten het in- en uitrijden van personenwagens die gemiddeld 2x per week van toepassing zijn bij het bezoeken van de kerkdiensten op de zondagen en in de winterperiode 1x per twee weken bij een doordeweekse dienst. Ten opzichte van de huidige situatie zijn er niet meer verkeersbewegingen te verwachten in de nieuwe situatie. Derhalve vormt dit geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied.

8.2

Overige infrastructuur

Alle gangbare technische infrastructuur is aanwezig in de omgeving, inclusief riolering. Binnen de planlocatie bevinden zich geen zakelijke rechtstroken of veiligheidszones in verband met leidingentracés.

Uitbreiding parkeerplaats Zwarte Paard - Ruimtelijke onderbouwing 21

9. MAATSCHAPPELIJKE EN ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 9.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Een bestemmingsplan dient maatschappelijk uitvoerbaar te zijn. Dat wil zeggen dat de voorgenomen ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan zijn besproken met belanghebbenden. Het is vrijwel niet mogelijk iedereen tevreden te stemmen: bij het tegen elkaar afwegen van de diverse belangen kan het altijd mogelijk zijn dat één belang minder gewicht wordt toegekend dan het ander. De volgend instanties zijn reeds meerdere malen middels diverse overleggen betrokken bij de planvorming: • Gemeente Alblasserdam; • Efgoed commissie; • Omgevingsdienst ZHZ; • Waterschap Rivierenland; • Naastgelegen buren van de oprit en beheerder van Adullam.

9.2

Financiële uitvoerbaarheid

Ten behoeve van de financiële haalbaarheid en uitvoerbaarheid, is de gemeente verplicht om de kosten voor het in exploitatie brengen van eventuele gronden te verhalen op de initiatiefnemer. In onderhavig plan is dit niet aan de orde.

9.3

Planschade

De initiatiefnemer verbindt zich aan de Gemeente het totale bedrag te compenseren van de schade als bedoeld in artikel 6.1. Wro die onherroepelijk voor vergoeding door de Gemeente in aanmerking komt, inclusief de kosten van een voorgeschreven deskundigenadvies, alsmede de hiermee samenhangende kosten die voortvloeit respectievelijk voortvloeien uit de door de initiatiefnemer gevraagd planologische maatregelen.

10. SLOT Op basis van de in dit rapport omschreven uitgangspunten, waarbij gebruik gemaakt is van de wet en regelgeving die te vinden is op de website van het ministerie van Verkeer en Waterstaat ziet opsteller geen belemmeringen om de voorgenomen activiteiten ten uitvoer te brengen.

Uitbreiding parkeerplaats Zwarte Paard - Ruimtelijke onderbouwing 22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/415/documents/10579