CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1k. Bijlagen bij de toelichting 10 - Bomen Effect Analyse Oost-Kinderdijk 7 Alblasserdam.pdf

Commissie Grondgebied Alblasserdam 16 december 2021, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 6: Raadsvoorstel Vaststellen Bestemmingsplan Oost Kinderdijk nabij 9 - Raadsvoorstel3.405 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bomen Effect Analyse Oost-Kinderdijk 7 Alblasserdam

COLOFON Bomen Effect Analyse Oost-Kinderdijk 7 Alblasserdam OPDRACHTNEMER

idverde Bomendienst Marowijne 80 7333 PJ Apeldoorn T 055 5 999 444 E bomendienst@idverde.nl

OPGESTELD DOOR VRIJGEGEVEN DOOR

Jeffrey Roest Harmen van der Meulen

OPDRACHTGEVER

van den Heuvel ontwikkeling & beheer B.V. Dhr. de Groot Lekdijk 44 2967 GB Langerak

PROJECTNUMMER KENMERK

728200222 BD21102

VERSIE DATUM

2 17 juni 2021

Copyright 2021 idverde. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van idverde. idverde is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan bij gebruik van gegevens uit dit rapport.

2

BD21102

INHOUDSOPGAVE COLOFON

2

1.

4

INLEIDING 1.1 Uitgangspunten project 1.2 Voorgenomen werkzaamheden 1.3 Functie of waarde van bomen

2.

WERKWIJZE 2.1 Werkwijze bovengrondse beoordeling 2.2 Werkwijze ondergronds onderzoek

3.

4.

RESULTATEN

6 7

8 8 9 11 11

CONCLUSIE EN ADVIES

12

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2

BD21102

6

3.1 Bovengrondse Beoordeling 3.2 Kansen en knelpunten 3.3 Resultaten ondergronds onderzoek 3.3.1 Bodemprofiel 1

4.1 Eindoordeel effecten 4.2 Impact uitvoering 4.3 Randvoorwaarden

3

4 5 5

12 13 15

16 Bomenposter werken rond bomen Boomgegevens

16 17

1. Inleiding Aan de Oost-Kinderdijk 7 te Alblasserdam wordt een appartementencomplex gerealiseerd. De groene uitstraling van de dijk is voor de gemeente Alblasserdam belangrijk. Ten behoeve van het plan worden zeven bomen (esdoorns) van de waardevolle particuliere bomenlijst gekapt. Ter compensatie worden 11 bomen teruggeplaatst. In overleg met de gemeente Alblasserdam worden 2 koningslinden, 1 witte paardenkastanje, 2 Noorse esdoorns, 2 esdoorns "Royal Red", 3 berkenbomen en 1 walnotenboom terug geplant. Het trottoir aan de Oost-Kinderdijk wordt verbreed, hierdoor kunnen 5 lindes welke in het trottoir zouden komen te staan niet behouden blijven. De bestaande leilindes aan de voorzijde worden vervangen door vijf nieuwe leilindes. De nieuw te planten leibomen worden ongeveer 60 cm naar achteren geplaatst om het verbreden van het trottoir mogelijk te maken. Een grote plataan staat 6 meter uit de nieuwe gevel en blijft behouden. Onderzocht dient te worden of de boom duurzaam behouden kan blijven en wat de negatieve effecten zijn van de geplande werkzaamheden. Bomen Effect Analyse (BEA) Een BEA beantwoordt de vraag of een boom/bomen in de huidige verschijningsvorm en huidige standplaats duurzaam behouden kan/kunnen blijven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden en welke maatregelen en randvoorwaarden hiervoor nodig zijn.

De BEA geeft antwoord op de vraag of de aanwezige bomen in de huidige verschijningsvorm en op de huidige standplaats duurzaam behouden kunnen blijven (effectanalyse) in relatie tot de voorgenomen planvorming, stelt randvoorwaarden vanuit de bomen en biedt alternatieven. In de rapportage beantwoorden wij in ieder geval de volgende onderzoeksvragen: • Wat is de conditie en kwaliteit van de bomen in het plangebied? • Hoe is de bodemopbouw en bewortelingssituatie van de aanwezige bomen? • Welke maatregelen zijn nodig om mogelijk negatieve effecten te voorkomen dan wel te beperken? Het onderzoek is op 31 mei 2021 uitgevoerd door Jeffrey Roest, Boom Technisch Adviseur bij idverde Bomendienst.

1.1 Uitgangspunten project Locatie Het projectgebied ligt aan de Oost-Kinderdijk 7 ten zuidwesten van Alblasserdam, tegen de Noord aan, zie afbeelding 1.1.

Afbeelding 1.1 Ligging projectgebied in Alblasserdam 4

BD21102

Projectfase Het project bevindt zich in de ontwerpfase. Er is inzicht in de te verwachten ingrepen en de ontgravingslijnen voor het appartement zijn op het ontwerp aangegeven. Beschikbare informatie Voor deze BEA zijn de volgende bronnen en uitgangspunten gebruikt:  Door de opdrachtgever beschikbaar gestelde tekeningen;  1) Overzichtstekening nieuwe situatie.pdf  7) Overzicht bomen nieuwe situatie.pdf  Overzicht waardevolle particulieren bomen + 12 november 2018.pdf  KLIC-melding met referentienummer 21G328544

1.2 Voorgenomen werkzaamheden In het plangebied wordt een appartementencomplex gebouwd, zie afbeelding 1.2. Hiervoor worden 7 bomen gekapt en deze bomen worden gecompenseerd met de plant van 11 nieuwe bomen. Het trottoir aan de OostKinderdijk wordt verbreed en er wordt een parkeerplaats aangelegd.

Afbeelding 1.2 Werkzaamheden in het projectgebied

1.3 Functie of waarde van bomen Er zijn in dit plangebied geen bomen aangetroffen die zijn opgenomen als monumentale boom. De bomen zijn wel onderdeel van het “overzicht waardevolle particuliere bomen” van de Gemeente Alblasserdam, zie afbeelding 1.3. Op deze afbeelding gaat het om de onderste rij bomen in het projectgebied met nummer 058E (de lindes) en de bovenste boom nummer 057 (de plataan).

Afbeelding 1.3 De waardevolle particuliere bomen in het projectgebied

5

BD21102

2. Werkwijze 2.1 Werkwijze bovengrondse beoordeling Alle bomen in het gebied worden uitgebreid visueel beoordeeld op veiligheid, conditie, mechanische kwaliteit en toekomstverwachting bij ongewijzigde omstandigheden. Hierbij is gebruik gemaakt van de VTA-methode. VTA-methode Met de VTA-methode worden de visueel zichtbare gebreken van de boom beoordeeld. Er wordt gekeken naar afwijkingen aan stam, kroon en wortelaanlopen. Sommige van deze afwijkingen geven een indicatie van verminderde stabiliteit (gevaar voor windworp of stambreuk). Andere afwijkingen, bijvoorbeeld zwaar dood hout in de kroon, hebben een verhoogd risico op takbreuk tot gevolg. Tevens wordt aandacht besteed aan de conditie van de bomen. Bepalend voor de conditie is in de winter scheutlengte en knopzetting en in de zomer bladzetting. Conditiebepaling De conditiebepaling geeft een oordeel over de gezondheidstoestand van een boom op een bepaald moment. Bij de conditie worden, afhankelijk van het seizoen, de volgende conditiekenmerken beoordeeld:  blad/ knopbezetting  bladgrootte  transparantie van de kroon  takscheutlengte  hoeveelheid dode takken/ twijgen  aanwezigheid van groeistrepen op de bast Afhankelijk van de boomsoort, de leeftijd en de beschikbare hoeveelheid licht rond de boomkroon kan de aanwezigheid van enig dood hout als normaal worden beoordeeld.

Voor de conditiebepaling wordt de volgende indeling gehanteerd; goed, iets verminderd, sterk verminderd, slecht, dood. Op basis van de conditiebepaling en aanwezigheid van eventuele gebreken wordt bepaald wat de toekomstverwachting van de boom is. Voor toekomstverwachting wordt de volgende indeling gehanteerd; meer dan 15 jaar, 10 tot 15 jaar, 5 tot 10 jaar, 1 tot 5 jaar en < 1 jaar. Onderstaand worden de toekomstverwachting op basis van de conditie weergegeven. Op basis van aangetroffen gebreken kan deze toekomstverwachting negatief worden bijgesteld. Conditiebepaling

Toekomstverwachting

Goed

> 15 jaar

Iets verminderd

> 15 jaar

Sterk verminderd

5 tot 10 jaar, 10 tot 15 jaar

Slecht

1 tot 5 jaar, < 1 jaar

Afgestorven

N.v.t.

Tabel 2.1 Conditie in relatie tot toekomstverwachting De conditiebeoordeling doet geen uitspraak over de vitaliteit van de boom. De vitaliteit is de gezondheidstoestand van de boom over langere termijn en bepaalt het vermogen van een boom om stresssituaties te overleven. Dit kunnen bijvoorbeeld perioden van droogte of ernstige wortelbeschadiging zijn. Om de vitaliteit van een boom te kunnen bepalen dienen in de loop der jaren meerdere conditiebepalingen te worden gedaan. Wanneer een boom een toekomstverwachting heeft van minder dan 10 jaar dan wordt geadviseerd de boom niet in te passen.

6

BD21102

Gebreken bomen Naast de conditiebepaling zijn tevens de gebreken van de bomen beoordeeld. In de meeste gevallen is er geen relatie tussen gebreken en conditie. Gebreken kunnen wel invloed hebben op de toekomstverwachting van bomen met een goede conditie. Gebreken kunnen bijvoorbeeld zijn:  slechte takaanhechtingen (plakoksels)  parasitaire schimmelaantastingen  scheuren in stam en/ of takken  holtes  dode takken Mechanische gebreken kunnen van invloed zijn op de stabiliteit van de gehele boom of breukvastheid van de kroon, stam en/ of takken. Zo kan een boom die is aangetast door een parasitaire schimmel omvallen of afbreken. Wanneer gebreken invloed hebben op de stabiliteit en/ of breukvastheid dan worden beheermaatregelen geadviseerd. Wanneer visueel de veiligheidstoestand niet goed is vast te stellen dan wordt nader stabiliteitsonderzoek geadviseerd.

2.2 Werkwijze ondergronds onderzoek Naast de visuele boomcontrole zijn de bodemopbouw en het bewortelingspatroon van de relevante bomen onderzocht. Dit is gebeurd door het maken van proefsleuven. Op basis van deze gegevens worden knelpunten en maatregelen in en over de ondergrondse groeiruimte opgemerkt. Groeiplaatsonderzoek Op basis van grondboringen of profielsleuven wordt het bodemprofiel beschreven. Aspecten die per bodemlaag worden beschreven zijn de mate van beworteling, het vochtgehalte, eventuele roestverschijnselen, het organisch stofgehalte, de textuur, leemgehalte en de verdichting. De waardes zijn bepaald op basis van visuele waarnemingen. De locatie van de profielsleuven is gekozen aan de hand van mogelijke knelpunten bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden. Bij de bodembeschrijving wordt gebruik gemaakt een visuele classificatie van het organische stofgehalte en de zandmediaan conform de indeling van de Stiboka en een vaste omschrijving van het vochtpercentage. Organische stof

Naam

M50 tussen

Naam

0 - 1,5 %

Humusarm

50 en 105 µm

Uiterst fijn zand

1,5 - 2,5 %

Licht humeus

105 en 150 µm

Zeer fijn zand

2,5 - 5 %

Matig humeus

150 en 210 µm

Matig fijn zand

5-8%

Zeer humeus

210 en 420 µm

Matig grof zand

8 - 15 %

Humusrijk

420 en 2000 µm

Zeer grof zand

Tabel 2.2 Classificatie organische stof Bodemvocht

Beschrijving

Droog

Geen vocht waarneembaar

Licht vochtig

Weinig vocht, grond valt nog uiteen (veldcapaciteit)

Vochtig

Vocht blijft in grond bij knijpen

Nat

Vocht komt uit de grond bij knijpen (grondwater)

Tabel 2.4 Omschrijving vochtgehalte

7

BD21102

Tabel 2.3 Benaming zandmediaan (Stiboka indeling)

3. Resultaten Dit hoofdstuk bestaat uit de bovengrondse beoordeling en het ondergronds onderzoek. Daarnaast worden de knelpunten benoemd die invloed hebben op het duurzaam behoud van de bomen.

3.1 Bovengrondse Beoordeling In de hiernavolgende sub-paragrafen worden de resultaten van de bovengrondse beoordeling weergegeven. De resultaten geven inzicht in de huidige situatie. In bijlage 2 is de uitgebreide inventarisatietabel met alle boomkenmerken opgenomen. Conditie en toekomstverwachting 1 boom in het projectgebied is visueel beoordeeld als goed, met een daarbij horende toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. In tabel 3.1 is een overzicht weergegeven van de conditie van alle bomen, met de daarbij behorende toekomstverwachting. Op afbeelding 3.1 is een overzicht weergegeven van de locatie en conditie van de bomen. In de gegevens van de inventarisatie in bijlage 2 is een overzicht weergegeven van de conditie, gebreken en toekomstverwachting per boom. Conditie

Toekomstverwachting

Aantal bomen

Goed

> 15 jaar

1

Sterk verminderd

5 tot 10 jaar

5

Totaal

6

Tabel 3.1 Resultaten conditie en toekomstverwachting

Afbeelding 3.1 Conditie bomen in projectgebied

Afbeelding 3.2 Gekandelaberde plataan

Mechanische gebreken Er is bij 1 boom invloedrijke mechanische gebreken geconstateerd. Afhankelijk van het gebrek kan deze de veiligheid van de omgeving of de toekomstverwachting van de bomen beïnvloeden. In tabel 3.2 zijn de gebreken weergegeven, die binnen 3 jaar een risico kunnen veroorzaken. Een overzicht van de mechanische gebreken per boom is opgenomen in bijlage 2. Kroon Grote snoeiwond(en) kroon Scheefstand

Boomnummer 6 6

Tabel 3.2 Resultaten mechanische gebreken Naast deze mechanische gebreken is de plataan, boomnummer 6, recentelijk gekandelaberd, zie afbeelding 3.2.

8

BD21102

3.2 Kansen en knelpunten De impact van de werkzaamheden op de bovengrondse en ondergrondse situatie van de bomen wordt toegelicht aan de hand van de knelpunten, daarnaast worden waar mogelijk kansen benoemd om de situatie en kwaliteit van de bomen te verbeteren. Bouw appartementencomplex Voor de aanleg van de rijbaan ten behoeve van het appartementencomplex dienen nabij de plataan graafwerkzaamheden plaats te vinden. Deze werkzaamheden gaan dicht bij de boom binnen de beschermde boomzone plaatsvinden, zie afbeelding 3.3 en 3.4. Daar komt bij dat bij de graafwerkzaamheden voor het gebouw zelf op de grens zitten van de beschermde boomzone. Daarom is er een verhoogd risico op (wortel)schade tijdens deze werkzaamheden wat kan leiden tot achteruitgang in conditie en/of instabiliteit van de boom. Naast de graafwerkzaamheden voor de rijbaan en het gebouw is er een kans dat de kroon van de plataan en het gebouw elkaar in de weg kunnen zitten, zie de projectie van de boom ten opzichte van het gebouw op afbeelding 3.3. Hiervoor kan het zijn dat de plataan gesnoeid dient te worden, wat kan leiden tot achteruitgang in conditie van de boom.

Afbeelding 3.3 Werkzaamheden rondom de plataan

9

BD21102

Afbeelding 3.4 Schets van de toekomstige rijbaan, de voorste pylon staat op het hoekpunt van het gebouw

Verbreden trottoir Voor de aanpassingen aan het trottoir dienen graafwerkzaamheden plaats te vinden. Daarbij vinden deze werkzaamheden dicht bij de bomen plaats, zie afbeelding 3.5. Het huidige trottoir ligt vlak bij de bomen, welke binnen 50 centimeter van de afscheiding staan (een gemetselde muur, zie afbeelding 3.6). Daarom is er een aanzienlijk risico op (wortel)schade bij de lindes tijdens de werkzaamheden. Op de afbeelding zijn de lindes afgebeeld als cirkels, het witte vlak (onder de bestaande bomen) wordt het trottoir.

B

Afbeelding 3.5 Trottoir bij de lindes

Afbeelding 3.6 Gemetselde muur bij de leilindes

10

BD21102

3.3 Resultaten ondergronds onderzoek Bij deze BEA is ondergronds onderzoek verricht naar de bodemopbouw en de beworteling.

3.3.1

Bodemprofiel 1

Locatie profiel

In beplanting – 3 meter vanuit de stamvoet van boom 6

Opbouw bodemprofiel

0 – 75 centimeter Matig humeus, lemig zand, zwart, licht vochtig 75 – 150 centimeter Humusarm, klei, donker bruin, licht vochtig Er is op 45 centimeter diepte een rioolbuis (gres) aangetroffen. Deze profielsleuf is gegraven op de rand van het straatwerk wat langs de boom wordt gemaakt. Van 0 tot 60 centimeter diepte is matig intensieve fijne beworteling van kleiner dan 0,5 centimeter Ø aangetroffen. In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.

Opmerkingen

Beworteling Grondwater Tabel 3.3 Bodemprofiel 1

11

Afbeelding 3.7 Overzichtsfoto

Afbeelding 3.8 Detailfoto beworteling en gresbuis

Afbeelding 3.9 Detailfoto profielsleuf

Afbeelding 3.10 Detailfoto beworteling

BD21102

4. Conclusie en Advies In het projectgebied gaan diverse werkzaamheden plaatsvinden die (mogelijk) invloed hebben op de bomen. Per onderdeel geven wij randvoorwaarden voor ontwerp en boombescherming. Er worden indien mogelijk alternatieven geboden voor het behoud van de bomen en een verbetering van de conditie en toekomstverwachting.

4.1 Eindoordeel effecten Op basis van de voorgenomen werkzaamheden en de veranderende toekomstverwachting zijn de effecten op de bomen inzichtelijk gemaakt en wordt een conclusie gegeven of de bomen in de nieuwe situatie ingepast kunnen worden en onder welke randvoorwaarden.

Afbeelding 4.1 Mogelijkheid tot inpassen van bomen Niet duurzaam te behouden bomen, op basis van het ontwerp Op basis van het ontwerp kunnen 5 (boom nummers 1 t/m 5 op afbeelding 4.1) bomen niet behouden blijven, dit betreft bomen waarvoor het niet mogelijk is om het ontwerp aan te passen om deze te behouden. Deze bomen zijn bij de inpasbaarheid gekenmerkt als: Nee. Duurzaam te behouden 1 boom (boomnummer 6 op afbeelding 4.1) heeft een toekomstverwachting van meer dan 10 jaar en kan zonder aanpassing van het ontwerp behouden blijven, mits de randvoorwaarden in hoofdstuk 4.3 worden opgevolgd. Deze boom is bij de inpasbaarheid gekenmerkt als: Ja.

12

BD21102

4.2 Impact uitvoering Bouw appartementencomplex Voor de aanleg van de rijbaan ten behoeve van het appartementencomplex dienen nabij de plataan graafwerkzaamheden plaats te vinden. Deze werkzaamheden vinden dicht bij de boom plaats. Uit het bodemonderzoek is gebleken dat de werkzaamheden niet voor belemmeringen voor de plataan zorgen. Naast de graafwerkzaamheden voor de rijbaan dienen er graafwerkzaamheden voor het gebouw plaats te vinden. Volgens tekening gebeurt dit binnen de beschermde boomzone van de plataan. Ter plaatse is gebleken dat er een hoogteverschil is tussen waar gegraven zal worden voor het gebouw en waar de plataan staat. Verder staat het hoekpunt van het gebouw, de omcirkelde pylon in afbeelding 4.2, ver van de boom af, met de plataan de meest rechtste en dichtstbijzijnde boom in de afbeelding. Het hoekpunt van het gebouw valt buiten de beschermde boomzone. Hierdoor zorgen de graafwerkzaamheden voor het gebouw niet voor belemmeringen voor de plataan. Afbeelding 4.2 Hoogteverschil maaiveld Behalve de graafwerkzaamheden voor de rijbaan en het gebouw is er een en afstand tot het hoekpunt van het kans dat de kroon van de plataan en het gebouw elkaar in de weg kunnen gebouw zitten.

Ter plaatse is de kroon van de boom opgemeten (afbeelding 4.3) en is gebleken dat het geplande gebouw en de huidige kroon van de boom elkaar niet raken, zoals op tekening het wel het geval is. In de afbeelding zijn het gebouw en de boom weergeven, met een meer accurate schets van de kroon van de boom. De boom groeit staat echter wel scheef richting het gebouw, zie afbeelding 4.4, en is gekandelaberd. Het terugsnoeien van de boom voor uitvoering van de werkzaamheden is hierdoor niet langer noodzakelijk. Wanneer de boom uitloopt ontstaat de kans dat het gebouw en de kroon elkaar wel gaan raken. De snoeimaatregel dient hierdoor met enige regelmaat te worden herhaald (circa elke 4 tot 6 jaar).

Afbeelding 4.3 Schets van de huidige kroonprojectie ten opzichte van het gebouw

13

BD21102

Afbeelding 4.4 Scheefstand van de boom met links de grens van het gebouw

Verbreden trottoir Voor de aanpassingen aan het trottoir dienen graafwerkzaamheden plaats te vinden. Dit trottoir dient te worden verbreed, zie afbeelding 4.5. Op afbeelding 4.7 is te zien hoe breed het huidige trottoir dient te worden ten opzichte van hoe breed het trottoir bij de lindes nu is. Bij de lindes is geen bodemonderzoek verricht. Vanwege de sterk verminderde conditie van de bomen in combinatie met het ontwerp is het niet noodzakelijk bodemonderzoek te doen. De lindes staan vlak naast het bestaande trottoir, binnen 50 centimeter vanaf de stamvoet, zie afbeelding 4.6. Het verbreden van het trottoir zorgt ervoor dat het trottoir op de plek waar de lindes nu staan komt te liggen. Het volledige trottoir kan enkel aangelegd worden wanneer de lindes verwijderd worden. Een verbreding van het trottoir met behoud van de bomen wordt ook niet mogelijk geacht. Hiervoor is de afstand van de lindes tot de het huidige trottoir te klein, als het verbreed zou worden komt het trottoir direct tegen de stamvoet van de boom aan te liggen wat aanzienlijke (wortel)schade veroorzaakt. Hierdoor kunnen de lindes niet ingepast worden. Het verplanten van de lindes wordt niet mogelijk geacht. De bomen zijn in verminderde conditie wat de verplantbaarheid beperkt.

Om de bomen succesvol te kunnen verplanten, dienen ze een verplantkluit van 8 keer de stamdiameter te hebben (4 keer de stamdiameter vanaf de stamvoet aan elke kant van de boom). Deze verplantkluit ligt voor een groot deel in de stoep. Op afbeelding 4.8 op de volgende pagina is de KLIC-melding van de stoep te zien. Hierop is af te lezen dat er in de stoep kabels en leidingen liggen, waaronder datatransport, elektriciteitskabels en een waterleiding. Dit vormt een belemmering voor het verplanten.

Afbeelding 4.5 Trottoir geprojecteerd op de plek van de lindes

Afbeelding 4.6 Lindes dicht bij de bestaande stoep

Afbeelding 4.7 Breedte van de stoep ten opzichte van de breedte bij de lindes

14

BD21102

Afbeelding 4.8 KLIC-melding

4.3 Randvoorwaarden Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de volgende randvoorwaarden. Ter voorkoming van schade aan de boom of het wortelgestel.  

    

15

BD21102

Aanstellen onafhankelijk boomtoezichthouder die ETT (European Tree Technician) is gecertificeerd) met de volmacht tot nader order van de directie om de werkzaamheden stil te leggen. Wortels dikker dan 5 cm alleen haaks op de groeirichting afzagen, waarbij rafelige wonden dienen te worden voorkomen en onder toezicht van een door OG aangewezen ETT (European Tree Technician) gecertificeerde boomtoezichthouder. Aan de uitvoerende partijen wordt de poster “Werken rond Bomen” (zie Bijlage 1) verstrekt en van toepassing verklaard in het bestek. De kwetsbare boomzone mag niet gebruikt worden voor opslag van materialen (ook geen depositie van vrijkomend grond). Binnen de kwetsbare boomzone mag niet gereden worden met zwaar materieel zoals rupskranen en minigravers. Is betreding van de kwetsbare boomzone met zwaar materiaal onvermijdelijk, dan alleen met gebruik van druk verdelende platen voor de duur van max. 2 weken. De bomen staan binnen het draaibereik van graafmachines, hiervoor adviseren wij ter voorkoming van schade om de stam te ommantelen met planken met daartussen een drainbuis en daarnaast een toolbox te organiseren waarbij het werken binnen de kroonprojectie wordt behandeld door een ETT-er. Snoeien aan bomen mag alleen worden uitgevoerd door een gecertificeerd ETW (European Tree Worker) boomverzorger.

Dit geldt ook wanneer er sprake is van een minimale snoei-ingreep zoals een gebroken of beschadigde tak. Bodembewerkingen binnen de kwetsbare zone mogen niet onder (te) natte (verzadigde) of bevroren bodemomstandigheden worden uitgevoerd.

Bijlagen Bijlage 1

16

BD21102

Bomenposter werken rond bomen

Bijlage 2

Boomgegevens

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/221/documents/5074