Bijlage 14 BRO stedelijke onderbouwing.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing tijdelijke Flexwoningen Pieter de Hoochplaats 1
Gemeente Alblasserdam Definitief
Ruimtelijke onderbouwing tijdelijke Flexwoningen Pieter de Hoochplaats 1
1
colofon
projectnaam Ruimtelijke onderbouwing tijdelijke Flexwoningen Pieter de Hoochplaats 1 datum 12 december 2023 projectnummer P06679 opdrachtgever Gemeente Alblasserdam BRO projectleider MvDn projectteam KTj bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Ruimtelijke onderbouwing tijdelijke Flexwoningen Pieter de Hoochplaats 1
2
Inhoudsopgave 4.3.3
1
2
3
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3 1.4
4 4 5 5
Aanleiding Planlocatie Geldend bestemmingsplan Leeswijzer
Planbeschrijving
6
2.1 2.2
6 6
Huidige situatie Toekomstige situatie
4.5 4.6
4.7
Beleid 7 3.1
3.2 3.3
Rijksbeleid
7
3.1.1 3.1.2 3.1.3
7 7 7
3.4
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking
Provinciaal beleid
7
3.2.1
7
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland
4.4.1 4.4.2 4.4.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
13 14 14
Kabels en leidingen Externe veiligheid
14 14
4.6.1 4.6.2 4.6.3
14 15 15
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Bijlage 3 - Stikstofonderzoek Bijlage 4 - Vervolgonderzoek vleermuizen
17
4.8.1 4.8.2 4.8.3
17 17 17
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
18
Bijlage 6 - Bodemonderzoek
18 18 18
Bijlage 7 - Watertoets
3.4.1 3.4.2
8 9
4.10.1 4.10.2 4.10.3
18 18 19
Verkeer en parkeren
11
4.1.1 4.1.2 4.1.3
11 11 11
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Geluid 4.2.1 4.2.2 4.2.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
12 12 12
Luchtkwaliteit
12
4.3.1 4.3.2
12 13
Toetsingskader Onderzoek
Toetsingskader Onderzoek Conclusie Toetsingskader Onderzoek Conclusie
4.11 Cultuurhistorie 4.11.1 4.11.2 4.11.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
4.12 M.e.r-beoordeling 4.12.1 4.12.2
12
5
Bijlage 5 - Ecologisch werkprotocol
Waterparagraaf
18
4.1
Bijlage 2 - QuickScan flora en fauna
15 16 16 17
Bodem
Toetsingskader Conclusie
19 19 19
19 19 19
21
5.1 5.2
Economische haalbaarheid Maatschappelijke haalbaarheid
21 21
5.2.1
21
Ruimtelijke onderbouwing tijdelijke Flexwoningen Pieter de Hoochplaats 1
Bijlage 8 - Archeologisch onderzoek
19
Haalbaarheid Omgevingsdialoog
21
Bijlage 1 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
15
Toetsingskader en onderzoek gebiedsbescherming Toetsing beschermde houtopstanden Soortenbescherming Conclusie
4.10 Archeologie
Structuurvisie Alblasserdam 2040 Lokaal Uitvoeringsprogramma Wonen
Procedure
4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.7.4
8
8
5.2.2
Ecologie
8
Woonvisie Drechtsteden 2017-2030
11
4.3
4.9
13
13
Gemeentelijk beleid
Regionaal beleid
Omgevingsaspecten
4.2
4.8
Conclusie
Bedrijven en milieuzonering
4.9.1 4.9.2 4.9.3
3.3.1
4
4.4
3
1
Inleiding
bestemmingsplan als een locatie geen woonbestemming heeft. De Chw
1.1
Aanleiding
cedure voor een omgevingsvergunning voor tijdelijke flexwoningen. De ge-
maakt het mogelijk om af te zien van een uitgebreide voorbereidingspro-
Het college van Alblasserdam heeft in maart 2023 besloten dat er tijdelijke
meente Alblasserdam heeft het project tijdelijke flexwoningen Pieter de
woningen ('flexwoningen') aan de Pieter de Hoochplaats komen. De ge-
Hoochplaats 1, aangemeld bij het ministerie in het kader van de Chw. Het
meente Alblasserdam is daarom voornemens om ter plaatse van de loca-
project is opgenomen in de drieëntwintigste tranche van de Regeling uit-
tie Pieter de Hoochplaats 1 maximaal 60 tijdelijke flexwoningen te realise-
voering Chw welke op 12 juli 2023 is gepubliceerd in de Staatscourant
ren voor een termijn van maximaal 15 jaar. In de huidige situatie is er een
(Stcrt. 2023, 18603) en op 13 juli 2023 in werking is getreden.
verouderd voormalige schoolgebouw aanwezig. Het schoolgebouw dateert uit 1971 en is ca. 1.200 m 2 groot. Het gebouw zal worden gesloopt en in
Met de voorgestane ontwikkeling worden er maximaal 60 flexwoningen
de plaats daarvan worden er 40 tot maximaal 60 flexwoningen opgericht.
gerealiseerd voor een termijn van maximaal 15 jaar. Voor het initiatief kan op basis van de Crisis- en Herstelwet een omgevingsvergunning verleend
Voor de planlocatie geldt op grond van het ter plaatse geldende bestem-
worden volgens de reguliere procedure. In artikel 2.12, eerste lid, Wabo
mingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’ de bestemming ‘Maatschappelijk –
staat dat de toestemming tot afwijken bestemmingsplan in per AMvB aan-
1’. Het realiseren van tijdelijke flexwoningen is in beginsel strijdig met het
gewezen gevallen (art 2.12, lid 1 onderdeel a onder 2 Wabo) niet in strijd
geldende bestemmingsplan.
mag zijn met een goede ruimtelijke ordening. Hieraan moet men dus toet-
Figuur 1: Ligging en begrenzing planlocatie (bron: PDOK Viewer)
sen bij verlening van een dergelijke omgevingsvergunning. Hiervoor is verHet realiseren van tijdelijke woningen is dus in strijd met het geldende be-
eist dat het project voldoet aan de algemene beleidsregels van de ge-
stemmingsplan. Om de ontwikkeling te realiseren, dient er af te worden
meente en dat er sprake is van de motivering van het besluit. Doorgaans
geweken van het bestemmingsplan. Het tijdelijk afwijken is mogelijk mid-
gebeurt dit door te onderbouwen dat sprake is van een goede ruimtelijke
dels de kruimelgevallenregeling. Op grond van art 2.12, lid 1 onder a, sub
ordening. Voorliggend document voorziet in de ruimtelijke onderbouwing
2 Wabo kan voor bepaalde gevallen met een omgevingsvergunning wor-
van de ontwikkeling. Hiermee wordt aangetoond dat er sprake is van een
den afgeweken van het bestemmingsplan. Het gaat hierbij om de zoge-
goed woon- en leefklimaat en dat voldaan wordt aan het vereiste van een
naamde kruimelgevallen die in Bijlage II, artikel 4 Besluit omgevingsrecht
goede ruimtelijke ordening.
(Bor) zijn opgenomen. Volgens lid 11 kan een omgevingsvergunning worden verleend voor het gebruiken van gronden of bouwwerken voor een termijn van ten hoogste tien jaar. Voor kruimelgevallen is de reguliere procedure van toepassing.
1.2
Planlocatie
De locatie is gelegen aan de Pieter de Hoochplaats 1 in Alblasserdam ten noordoosten van de dorpskern. Het plangebied is omringd door woningen. De locatie staat kadastraal bekend als kadastrale gemeente Alblasser-
Omdat het Rijk de grote woningnood ook onderkent, biedt ze gemeenten in het kader van de Crisis- en Herstelwet de mogelijkheid om de woningen langer te laten staan dan 10 jaar. Onder de Crisis- en Herstelwet (Chw) is het mogelijk om 15 jaar in plaats van 10 jaar af te wijken van het
dam, sectie C, nummer 1661 en heeft een oppervlakte van ca. 3.926 m2. De grond is in eigendom van de gemeente en het perceel kan eenvoudig worden ontsloten. De locatie betreft nu een voormalige schoollocatie met
Figuur 2: Globale ligging planlocatie (bron: PDOK Viewer)
verouderd schoolgebouw. De ligging van het plangebied is indicatief weergegeven in Figuur 1 en 2.
Ruimtelijke onderbouwing tijdelijke Flexwoningen Pieter de Hoochplaats 1
4
1.3
Geldend bestemmingsplan
Binnen de bestemming ‘Maatschappelijk – 1’ is het realiseren van wonin-
Ter plaatse van de planlocatie is het bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblas-
gen niet mogelijk. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt er een vergun-
serdam’, zoals vastgesteld op 31 maart 2015, het geldende planologisch-
ning aangevraagd voor het afwijken van het bestemmingsplan voor het re-
juridisch kader. Volgens dit bestemmingsplan geldt de bestemming ‘Maat-
aliseren van tijdelijke flexwoningen.
schappelijk – 1’ met een bouwvlak en bijbehorende maatvoering maximum bouwhoogte 4 meter. Tevens geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Ar-
1.4
Leeswijzer
cheologie 5’ en voor een klein gedeelte aan de oostkant van de planloca-
Deze ruimtelijke onderbouwing beschrijft het plan en de motivatie van het
tie ‘Waarde – Archeologie 8’.
plan op verschillende aspecten. Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvol-
Daarnaast is het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Wonen en parkeer-
gende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die
normen’, zoals vastgesteld op 9 mei 2023 geldend. Met dit bestemmings-
deze omgevingsvergunning mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het
plan wordt het begrip wonen verduidelijkt en worden voor nieuwe ontwik-
Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In
kelingen op het gebied van bouwen en/of gebruiken het Gemeentelijk Ver-
hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse omgevingsaspecten die van
keers- en Vervoersplan Alblasserdam (of diens rechtsopvolger) van toe-
belang zijn voor het voorliggende plan. In het laatste hoofdstuk komt de
passing verklaard.
economische haalbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.
Figuur 3: Uitsnede geldend bestemmingsplan (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Ruimtelijke onderbouwing tijdelijke Flexwoningen Pieter de Hoochplaats 1
5
2
Planbeschrijving
Het planvoornemen betreft de realisatie van 40 tot maximaal 60 tijdelijke flexwoningen aan de Pieter de Hoochplaats 1 in Alblasserdam.
2.1
Huidige situatie
2.2
Toekomstige situatie
Na een onderzoek van de gemeente bleek de locatie aan de Pieter de
Maximale bouwhoogte: 10 meter
Mix van meergezins- en eengezinswoningen.
Hoochplaats 1 het meest geschikt om op korte termijn flexwoningen te plaatsen. De gemeente Alblasserdam keek daarbij onder meer naar de grootte van een locatie, eigenaar van de grond, welke voorzieningen al aanwezig zijn, de kosten, de snelheid waarmee de woningen gerealiseerd
De ontwikkellocatie ligt aan de Pieter de Hoochplaats 1, in de Schilders-
kunnen worden en de visie op de ontwikkeling van Alblasserdam (Fit &
buurt in de gemeente Alblasserdam. De locatie is in eigendom van de ge-
Groen). Op de plek van De Loopplank is er sprake van rood-voor-rood-
meente en gelegen in een woonwijk. Ten westen en zuiden van de planlo-
principe. Er worden 'stenen' ingeruild voor nieuwe 'stenen'. Hiermee wordt
catie bevinden zich flats met een maximale bouwhoogte van 27 meter.
er geen groen opgeofferd voor woningen.
Aan de oostzijde van het plangebied bevinden zich rijwoningen met een maximale bouwhoogte van 10 meter.
Met de voorgenomen ontwikkeling zal het bestaande voormalige schoolgebouw worden gesloopt waardoor er ruimte wordt gecreëerd voor de rea-
Binnen het plangebied bevindt zich een verouderd voormalig schoolge-
lisatie van 40 tot maximaal 60 tijdelijke flexwoningen. De flexwoningen zijn
bouw. Het gebouw is omzoomd door groen. Het voormalige schoolgebouw
bedoeld voor drie doelgroepen: starters, mensen die met spoed een huis
dateert uit 1971 en is ca. 1.200 m 2 groot. Zie figuur 4 voor een impressie
zoeken en statushouders (mensen met een verblijfsvergunning die in Ne-
van de huidige situatie. Momenteel bevindt zich er een hondenuitlaatser-
derland blijven wonen). De drie doelgroepen worden gelijk verdeeld over
vice in het gebouw, Adhoc tijdelijk in beheer van het pand.
de flexwoningen. Woningcorporatie Woonkracht10 gaat over de toewijzing van de woningen. De woningen blijven maximaal 15 jaar staan. Het gaat om 'doorstroomwoningen’. Hiermee wordt bedoeld dat de bewoners zo snel als mogelijk verhuizen naar een permanente woning. De bewoners wonen hier dus tijdelijk. Er worden zowel eengezinswoningen als meergezinswoningen mogelijk gemaakt. De flexwoningen hebben een maximale bouwhoogte van 10 meter. Ten behoeve van de flexwoningen zullen er parkeerplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein. Er worden momenteel verschillende schetsmodellen uitgewerkt voor de beoogde ontwikkeling. Hierbij wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten:
Figuur 4: Planlocatie in huidige situatie (bron: Google Streetview)
Minimaal 40 en maximaal 60 woningen
Parkeren op eigen terrein (parkeernorm 0,7/won)
Huidige groenstrook behouden
Gemeenschappelijke bergingen
Optioneel: een gemeenschappelijke ruimte
Ruimtelijke onderbouwing tijdelijke Flexwoningen Pieter de Hoochplaats 1
6
3
Beleid
In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
In de nationale omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie aan voor de toekomstige ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor urgente maatschappelijke opgaven die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal gelden zoals klimaatverandering, de energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een perspectief om voort te bouwen op bestaande landschappen en historische steden. In de NOVI zijn vier prioriteiten opgesteld:
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
duurzaam economisch groeipotentieel;
sterke en gezonde steden en regio's;
toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Doorwerking plangebied In deze ruimtelijke motivering zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige, tijdelijke en lokale ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Novi. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is eind december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn de nationale belangen, die juridische borging vereisen, opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke ruimtelijke plannen.
Doorwerking plangebied
Doorwerking plangebied
Het Barro heeft geen gevolgen voor dit plan, aangezien er geen nationale
Het voorgenomen plan voorziet in het realiseren van 40 tot maximaal 60
belangen in het geding zijn en het initiatief zoals beschreven bijdraagt aan
flexwoningen. De tijdelijke omgevingsvergunning wordt verleend middels
een cruciale opgave vanuit het rijksbeleid.
de kruimelgevallenregeling een toets aan de ladder is derhalve niet noodzakelijk. De flexwoningen zijn bestemd voor starters, voor mensen die met
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
spoed een huis nodig hebben en voor statushouders. De huizenmarkt
Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is
staat op dit moment erg onder druk, ook in Alblasserdam. Het is moeilijk
de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd. De ladder
om aan een woning te komen. De gemeente wil graag iedereen die dat wil
ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering
een fijne woonplek bieden in de gemeente. Met het realiseren van flexwo-
van hun grondgebied, het voorkomen van over programmering en de keu-
ningen wenst de gemeente de krapte op de huizenmarkt enigszins te ver-
zes die daaruit volgen. De ladder voor duurzame verstedelijking is in de
minderen.
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd.
3.2
Provinciaal beleid
Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke
3.2.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland
ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebie-
Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid
den. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte program-
voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instru-
mering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en trans-
menten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening.
parante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een Per 1 juli 2017 is een nieuwe versie van de ladder van kracht. De toelich-
optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een
ting bij een bestemmingsplan (of een ruimtelijke motivering) dat een
goede leefomgevingskwaliteit. De provincie wil de bebouwde ruimte beter
nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient volgens deze nieuwe
benutten. Onder “bebouwde ruimte” wordt het stelsel verstaan van de ste-
versie van de ladder een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die
delijke agglomeratie, het systeem van kernen en linten en het logistiek-in-
ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt
dustrieel systeem. Tegelijkertijd is er het streven om de leefkwaliteit van
buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gege-
die bebouwde ruimte te verbeteren.
ven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan
Voor de bebouwde ruimte streeft de provincie naar een compact, samen-
worden voorzien.
hangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie en specialisatie binnen het bestaand
De eerste vraag die moet worden beantwoord, is of de beschreven ontwik-
stads- en dorpsgebied.
keling een stedelijke ontwikkeling betreft. Dit begrip is gedefinieerd als: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein,
Met de inzet voor beter benutten van de bebouwde ruimte volgt de provin-
of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke
cie ontwikkelingen in de maatschappelijke behoefte. De vraag naar wonen
voorzieningen”. Daarna dient te worden bepaald in hoeverre sprake is van
en werken in of rond stads- en dorpscentra neemt toe. De provincie is zich
een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing tijdelijke Flexwoningen Pieter de Hoochplaats 1
7
bewust van het feit dat er grenzen zitten aan de mogelijkheden om te ver-
3.3
Regionaal beleid
dichten. Het bepalen of de woningbehoefte binnen de bebouwde ruimte
3.3.1
Woonvisie Drechtsteden 2017-2030
opgevangen kan worden, is niet alleen een technische afweging (is het fy-
In 2017 is een regionale woonvisie opgesteld. De Woonvisie heeft als doel
siek mogelijk om de woningbehoefte te accommoderen) maar bevat ook
in 2030 een 'goed' woonklimaat in de Drechtsteden (waarvan Alblasser-
kwalitatieve elementen. Deze elementen zijn er vooral op gericht de leef-
dam onderdeel uitmaakt) te voorzien, met hoogwaardig wonen en een ste-
kwaliteit van de inwoners te beschermen of zo nodig te versterken. Het
vige aantrekkingskracht om te werken en te verblijven.
3. De gemeenten gaan een inspanningsverplichting aan om naast de autonome groeiopgave te zoeken naar locaties om zo'n 15.000 woningen te realiseren. 4. In 2035 is de gebouwde omgeving in de Drechtsteden energieneutraal. 5. De woningbehoeftetabel 2031 biedt koers voor de verdeling van de
gaat daarbij om:
woontypen.
het belang van ruimtelijke kwaliteit;
Centrale vraag hierbij is wat het gewenste woonprofiel van de regio
het behoud van voldoende groen binnen de bebouwde ruimte;
Drechtsteden in 2030 is en wat dit betekent voor de ontwikkeling van de
de ruimtevraag vanuit klimaat, lucht, geluid, externe veiligheid, bodem,
gemeentelijke woonprofielen in de periode 2012-2030. Met de regionale
ondergrond en energie.
woonvisie wordt daarnaast invulling gegeven aan de eis van de provincie
6. Nieuwbouwplannen voorzien in voldoende aanbod in het duurdere segment (> € 300.000). 7. Alle gemeenten zijn verplicht om locaties ten behoeve van de woonopgave te realiseren.
om in bestemmingsplannen de behoefte aan te tonen middels een regioIn de Verordening is aangegeven dat een plan kan voorzien in een nieuwe
nale visie. De woonvisie wil een gezicht geven aan degenen die nu nog
Doorwerking plangebied
ruimtelijke ontwikkeling, als er voldoende ruimtelijke kwaliteit wordt ge-
geen wooncarrière kunnen worden geboden. De belangrijkste ambitie
Het planvoornemen voorziet in de realisatie van 40 tot maximaal 60 tijde-
waarborgd. Dit kan onder andere bestaan uit het laten aansluiten van een
hierbij is het inspelen op het onvoldoende passende aanbod in de grotere
lijke flexwoningen binnen de bebouwde kom en levert een bijdrage aan de
ruimtelijke ontwikkeling op de bestaande gebiedsidentiteit of het wegne-
steden.
realisatie van nieuwe woningen op een nieuwe locatie in Alblasserdam
men van verharding of toevoegen of herstellen van kenmerkende land-
waarmee ook wordt bijgedragen aan de vergroting van het woningaanbod Het doel van de woonvisie is: woningen bouwen waaraan behoefte is: ge-
in de regio. In paragraaf 3.4 wordt toegelicht dat het planvoornemen pas-
paard met de economische groei, en met een gevarieerd woningaanbod.
send is binnen het gemeentelijk woonbeleid. Dit beleid is een uitwerking
Doorwerking plangebied
De juiste hoeveelheid gewenste woningen en woonmilieus voor de doel-
van het regionaal woonbeleid; het gemeentelijk woningbouwprogramma is
Het plangebied is gelegen binnen de 'bebouwde ruimte'. Binnen het ge-
groepen in de regio, op het juiste moment op de juiste plek. Deze ontwik-
regionaal afgestemd.
bied 'bebouwde ruimte' (systeem van kernen en linten) streeft de provincie
kelingen gaan gepaard met aandacht voor de bereikbaarheid en voorzie-
Zuid-Holland naar het beter benutten van deze ruimte voor een compact,
ningen op maat. Als overkoepelend thema wordt nadrukkelijk ingezet op
3.4
Gemeentelijk beleid
samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied door het sti-
duurzaamheid en een energieneutraal Drechtsteden in 2050. Belangrijke
3.4.1
Structuurvisie Alblasserdam 2040
muleren en faciliteren van verdichting, herstructurering en transformatie.
uitgangspunten om het doel van de woonvisie te bereiken zijn geformu-
De structuurvisie Alblasserdam 2040 (d.d. 2013) biedt een profiel, ambitie
Met het planvoornemen wordt een verouderd binnenstedelijk gebied ge-
leerd in 20 kernpunten. De voor de dit plan meest relevante kernpunten
en ontwikkelstrategie voor de gemeente Alblasserdam. De structuurvisie is
transformeerd tot tijdelijk woongebied met 40 tot maximaal 60 moderne
zijn in onderstaande lijst opgenomen:
een strategisch beleidsdocument, dat kaders biedt voor toekomstige ont-
flexwoningen. Het plan zorgt voor een passende invulling en verbetering
1. De Drechtsteden gemeenten verplichten zich gezamenlijk tot realisatie
wikkelingen. Uitgangspunt van de visie is om bij te dragen aan het alge-
van de bebouwde omgeving. Het planvoornemen betreft een herontwikke-
van woningen voor de autonome opgave door groei van het aantal
ling van een bestaande binnenstedelijke locatie in de gemeente Alblasser-
huishoudens met 9.560 tot 2031.
schapselementen.
dam, hiermee wordt de bestaande bebouwde ruimte optimaal benut. De
2. De gemeenten zoeken naarstig naar locaties/mogelijkheden om de
realisatie van de nieuwe woningen is passend binnen de omgeving. De
plancapaciteit te verhogen tot het per gemeente gewenste aantal. Zo
flexwoningen worden gerealiseerd in een bestaande woonwijk, rondom
gewenst leidt dit tot uitwisseling van woningbouwopgaven tussen de
het plangebied komt de functie wonen reeds voor.
gemeenten.
Ruimtelijke onderbouwing tijdelijke Flexwoningen Pieter de Hoochplaats 1
mene profiel van Alblasserdam: een Bedrijvig Hollands Dijkdorp. De relevante thema’s voor dit planvoornemen zijn wonen en duurzaamheid. Op deze thema’s wordt nader ingegaan.
8
Wonen
Duurzaamheidsactieplan
een extra groei van zo'n 750 woningen tot de mogelijkheden zou kunnen
De ambitie voor dit thema is: Aangenaam wonen.
De gemeente heeft in 2012 een duurzaamheidsactieplan vastgesteld.
behoren.
Zorg dragen voor voldoende en betaalbare woningen voor ouderen,
Centraal daarin staat het streven om initiatieven te ondersteunen van bur-
starters en eenoudergezinnen.
gers, bedrijven en organisaties willen ondernemen die bijdragen aan eco-
Vanuit het Woningmarktonderzoek Drechtsteden 2016 - 2031 (RIGO april
Realiseren van bijzondere woonvormen op kleine schaal.
logische duurzaamheid. Daarbij heeft de gemeente de rol van stimuleren,
2017), dat de basis vormde voor de regionale woonvisie 2017 - 2031, blijkt
Op peil houden van de kwaliteit van het groen in het dorp.
faciliteren en ondersteunen.
dat voor Alblasserdam de tekorten in aanbod enigszins zitten in de cate-
Op peil houden van de voorzieningen voor winkels, verenigingen,
gorie meergezinskoop en meergezinshuur, maar met name in de eenge-
sport en vrije tijd.
Doorwerking plangebied
zinskoopwoningen. Voor huurwoningen zijn tekorten zichtbaar in de prijs-
Bevorderen van de leefbaarheid in de woongebieden.
Het planvoornemen voorziet in de realisatie van 40 tot maximaal 60 tijde-
categorieën tussen € 410,- - € 587,- en € 587,- - € 629,-. Daarnaast zijn er
lijke flexwoningen binnen de bebouwde kom. Met de ontwikkeling wordt er
ook tekorten in de prijsklasse van € 711,- - € 850,- (boven de liberalisatie-
Woningen
bijgedragen aan de huidige urgente krapte op de huizenmarkt in Alblas-
grens).
Een groot deel van de woningvraag kan in de bestaande voorraad worden
serdam. De flexwoningen zijn ‘doorstroomwoningen’ en blijven staan voor
opgevangen. Alblasserdam heeft eerder een kwalitatieve dan een kwanti-
een termijn van maximaal 15 jaar. Bij doorstroomwoningen verhuizen be-
Binnen de huidige "zekere" bouwplannen van het woningbouwprogramma
tatieve opgave: bestaande woningen levensloopbestendig en meer ener-
woners zo snel als mogelijk naar een permanente woning. De gemeente
is bijna 10% aan sociale huurwoningen geprogrammeerd. Om het percen-
giezuinig maken. Het is daarnaast van belang dat de huurvoorraad aan
wil graag iedereen die dat wil een fijne woonplek bieden in de gemeente.
tage "sociaal" op peil te houden moet gezocht worden naar extra mogelijk-
eengezinswoningen op peil blijft. Dit is een opgave waarbij de coöperatie
Met het realiseren van flexwoningen wenst de gemeente de krapte op de
heden voor sociale huurwoningen binnen de plannen van de planmonitor
een grote rol speelt. Op de langere termijn wordt woningbouw vooral op-
huizenmarkt enigszins te verminderen.
of plannen die nog gaan komen. Dit draagt bij aan een meer evenwichtige
gevangen binnen de bestaande bebouwde kom. De belangrijkste groenvoorzieningen worden hierbij ontzien.
spreiding over de regio van deze categorie woningen. Er zal rekening gehouden worden met de duurzame wensen van de gemeente Alblasserdam.
Duurzaamheid
Doorwerking plangebied Met de voorgenomen ontwikkeling zal het bestaande voormalige school-
Ambitie: toekomstbestendige gemeente
3.4.2
De gemeente wil werk maken van duurzaamheid, dat wil zeggen dat
De gemeente Alblasserdam heeft de lokale uitvoeringsparagraaf Wonen
lisatie van 40 tot maximaal 60 tijdelijke flexwoningen. De flexwoningen zijn
we onze huidige behoeften vervullen zonder dat daarmee de behoef-
2018 - 2031 van Alblasserdam opgesteld. De regionale Woonvisie Drecht-
bedoeld voor drie doelgroepen: starters, mensen die met spoed een huis
ten van de generaties na ons in de knel komen.
steden 2018 - 2031 is hierbij leidend. Deze lokale uitvoeringsparagraaf
zoeken en statushouders (mensen met een verblijfsvergunning die in Ne-
Voor energie sluit Alblasserdam aan bij de doelstelling van de Drecht-
concretiseert het woningbouwprogramma en geeft invulling aan de lokale
derland blijven wonen). De drie doelgroepen worden gelijk verdeeld over
steden. Dat wil zeggen 2% energiebesparing per jaar, 20% duurzame
inzet binnen de regionale woonvisie.
de flexwoningen. Woningcorporatie Woonkracht10 gaat over de toewijzing
Lokaal Uitvoeringsprogramma Wonen
energie in 2020 en 30% minder broeikasgassen ten opzichte van
gebouw worden gesloopt waardoor er ruimte wordt gecreëerd voor de rea-
van de woningen.
1990.
Woningbehoefte
Het vestigingsklimaat wordt verbeterd onder meer door zorg te dragen
Alblasserdam voorziet met de plancapaciteit van het huidige woningbouw-
De woningen blijven maximaal 15 jaar staan. Het gaat om 'doorstroomwo-
voor een aantrekkelijke woonomgeving door negatieve milieueffecten
programma (780 woningen) in voldoende mate in haar eigen behoefte,
ningen’. Hiermee wordt bedoeld dat de bewoners zo snel als mogelijk ver-
te beperken.
voortkomend uit de autonome groei zoals aangegeven in de Regionale
huizen naar een permanente woning. De bewoners wonen hier dus tijde-
Faciliteren en stimuleren van het terugdringen van milieuvervuiling en
Woonvisie 2017 - 2031. Een eerste verkenning in 2018 geeft het beeld dat
lijk. De ontwikkeling draagt bij aan de huidige krapte op de huizenmarkt in
het opwekken van duurzame energie.
Ruimtelijke onderbouwing tijdelijke Flexwoningen Pieter de Hoochplaats 1
9
Alblasserdam. De gemeente wil graag iedereen die dat wil een fijne woonplek bieden in de gemeente. Met het realiseren van flexwoningen wenst de gemeente de krapte op de huizenmarkt enigszins te verminderen. Het planvoornemen is daarmee passend binnen het uitvoeringsprogramma.
Ruimtelijke onderbouwing tijdelijke Flexwoningen Pieter de Hoochplaats 1
10
4
Omgevingsaspecten
Als referentie voor de te hanteren parkeernormen voor nieuwbouwlocaties
keersbewegingen. De gemiddelde verkeersgeneratie voor goedkope huur-
van woningen geldt in principe het CROW, publicatie 317.
appartementen (incl. sociale huur) in ‘matig stedelijk gebied’ in de ‘rest bebouwde kom’ bedraagt 3,6 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De
In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald. Het plan wordt aan deze elementen getoetst. Een en ander dient ter onderbouwing waarom er sprake is van een goede ruimtelijke ordening bij de beoogde ontwikkeling.
4.1
Verkeer en parkeren
4.1.1
Toetsingskader
Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op de parkeervraag en het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen op treden en of dit een effect heeft op de parkeervraag en de verkeersgeneratie. 4.1.2
Provincie Zuid-Holland
maximale verkeersgeneratie voor maximaal 60 woningen komt daarmee
Parkeerbeleid is in eerste instantie een kwestie voor gemeenten, maar het
op 216 motorvoertuigen per etmaal.
probleem is zo groot dat ook de provincie Zuid-Holland (sinds kort) een eigen parkeerbeleid heeft. De provincie is daartoe gekomen omdat de gang-
Huidige situatie
bare parkeernormen van 1,5 tot 2 leiden tot een afnemende bouwdichtheid. "Met de grote woningbouwopgave die we hebben is dat een onge-
In de huidige/voormalige situatie is er ook sprake van verkeersbewegin-
wenste ontwikkeling. Bovendien kun je voor wijken met minder woningen
woningen extra zijn. De flexwoningen worden gerealiseerd op de plek
per hectare minder aantrekkelijk openbaar vervoer aanbieden, met als ge-
waar eerst de christelijke basisschool de Loopplank was gevestigd. Deze
volg nog meer autogebruik en behoefte aan parkeerruimte." Om die vici-
basisschool bestond uit 12 leslokalen. Op basis van het vigerende be-
euze cirkel te doorbreken heeft de provincie vastgelegd dat er per sociale
stemmingsplan is een basisschool passend. Een basisschool genereert
woning een parkeernorm van 0,7 geldt (inclusief bezoekers).
verkeersbewegingen. Voor een leslokaal kan uitgegaan worden van ca. 30 motorvoertuigen per etmaal. Wanneer er uitgegaan wordt dat er 12 leslo-
Onderzoek
Parkeren Gemeente Alblasserdam De gemeente Alblasserdam heeft haar parkeerbeleid geregeld middels het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Alblasserdam (of diens rechtsopvolger), vastgesteld op 29 oktober 2019, en de parkeernotitie. De parkeernotitie is in januari 2014 door het college vastgesteld. In de parkeernotitie is beschreven hoe de gemeente omgaat met parkeernormen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het bepalen van de benodigde hoeveelheid parkeerplaatsen bij een nieuwe ontwikkeling gebeurt op basis van de volgende basisregel: “een ontwikkeling mag niet leiden tot een toename van de huidige parkeerdruk in de buurt”. In het GVVP is een nadere uitwerking aan de parkeernorm gegeven met het onderscheid naar gebied: centrum, schil om het centrum, rest bebouwde kom en industrieterreinen. En voor woongebieden is verder onderscheid gemaakt tussen de woning categorieën “duur, gemiddeld en goedkoop”.
gen dat betekent dat niet alle verkeersbewegingen als gevolg van de flex-
De gemeente neemt de parkeernorm van 0,7 voor sociale woningen over
kalen aanwezig zijn in de voormalige basisschool bedraagt de verkeersge-
van de Provincie. Gezien er met de voorgenomen ontwikkeling 40 tot
neratie 360 motorvoertuigen per etmaal.
maximaal 60 (sociale) flexwoningen worden gerealiseerd bedraagt de parkeerbehoefte 28 tot 42 parkeerplaatsen. Bij de definitieve vergunningsaan-
Wanneer de toekomstige verkeersgeneratie (216 mvt/etmaal) wordt verge-
vraag dient er aangetoond te worden dat er voldoende parkeerplaatsen
leken met de voormalige verkeersgeneratie (360 mvt/etmaal) is er sprake
worden gerealiseerd, waarbij wordt uitgegaan van de norm van 0,7 per so-
van een afname van 144 motorvoertuigen per etmaal. Het verkeer wordt
ciale woning.
vanaf het plangebied ontsloten op de Pieter de Hoochplaats en vervolgens op de Rembrandtlaan. Er zijn geen knelpunten in de verkeerafwikkeling en
Verkeersgeneratie
veiligheid te verwachten.
Om te bepalen wat de effecten van het plan op de verkeersaantrekkende werking van het plangebied zijn, kan gebruik worden gemaakt van de
4.1.3
Conclusie
CROW-kengetallen (publicatie 381). Deze kengetallen geven een indicatie
Op basis van bovenstaande zijn er vanuit het aspect verkeer en parkeren
van de met het plan gepaard gaande extra verkeersgeneratie.
zijn geen belemmeringen te verwachten. Bij de definitieve vergunningsaanvraag dient er aangetoond te worden dat er voldoende parkeerplaat-
Toekomstige situatie
sen worden gerealiseerd, waarbij wordt uitgegaan van de norm van 0,7
In het geval van voorgenomen ontwikkeling worden er 40 tot maximaal 60
per sociale woning.
tijdelijke flexwoningen gerealiseerd binnen het sociale huur segment. De toevoeging van deze woningen zal zorgen voor een toename aan ver-
Ruimtelijke onderbouwing tijdelijke Flexwoningen Pieter de Hoochplaats 1
11
4.2
Geluid
De geluidsbelasting op het bouwvlak bedraagt ten hoogste 50 dB. De
4.2.1
Toetsingskader
maximaal te ontheffen waarde van 63 dB wordt nergens overschreden.
In de Wet geluidhinder (Wgh) is vastgesteld dat, indien in het besluitgebied (nieuwe) geluidgevoelige functies (zoals woningen) zijn voorzien bin-
Geadviseerd wordt om, bij de invulling van het terrein, rekening te houden
nen de invloedssfeer van (weg)verkeerslawaai, akoestisch onderzoek uit-
met de berekende contouren en de woningen zo veel mogelijk buiten het
gevoerd dient te worden. Dit geldt voor alle straten en wegen, met uitzon-
geel of rood gearceerde vlak te projecteren (zie figuur 5 en 6). Wanneer
dering van:
het treffen van aanvullende bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk
wegen die in een als ‘woonerf’ aangeduid gebied liggen;
is, dient vanwege de Plantageweg een hogere waarde te worden aange-
wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.
vraagd. Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen is een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels
4.2.2
Onderzoek
noodzakelijk.
De ontwikkeling omvat het realiseren van flexwoningen voor een termijn van maximaal 15 jaar aan De Pieter de Hoochplaats 1 in Alblasserdam. In
4.2.3
het kader van een goede ruimtelijke ordening is er een onderzoek wegver-
Econsultancy adviseert om bij de indeling van het plangebied rekening te
keerslawaai uitgevoerd door Econsultancy. De volledige rapportage is op-
houden met de berekende contouren. Wanneer het treffen van aanvul-
genomen in bijlage 1, hieronder zijn de belangrijkste conclusies opgenomen.
Figuur 5: Geluidscontour Plantageweg
Conclusie
lende bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk is, dient vanwege de Plantageweg een hogere waarde te worden aangevraagd. Voor de bouwvergunning zal een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels
De geluidgevoelige bestemmingen zijn gelegen in de geluidszone van de
moeten worden uitgevoerd.
Mesdaglaan, Plantageweg en de Rembrandtlaan. In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden tevens de nabijgelegen niet-gezo-
4.3
neerde wegen (Ferdinand Bolstraat, Paulus Potterstraat, Willem Marisstraat, Tooropstraat en de Pieter de Hoochstraat) in het onderzoek betrok-
4.3.1 Toetsingskader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan be-
Luchtkwaliteit
ken.
schreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke
Voor het plangebied is nog geen indeling voor de woningen opgesteld.
projecten zijn fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de be-
Om als worstcase de geluidsbelasting inzichtelijk te maken, zijn op de ran-
langrijkste stoffen.
den van het bouwvlak toetspunten gemodelleerd ten behoeve van maximaal drie bouwlagen. Er wordt onderzocht of de geluidsbelasting als ge-
Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden
volg van elke weg afzonderlijk op enig punt meer dan 48 dB bedraagt. Is
wordt voldaan:
dat het geval, dan wordt de afstand tussen de wegas en de 48 en 63 dB-
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;
contouren bepaald.
Figuur 6: Geluidcontouren Pieter de Hoochstraat
Ruimtelijke onderbouwing tijdelijke Flexwoningen Pieter de Hoochplaats 1
het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;
12
het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtver-
Tabel 2: NIBM-tool
Tabel 3: Achtergrondwaarden (Bron: CIMLK)
ontreiniging;
het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma
Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de
PM10 μg/m3
PM10 overschrijdingsdagen
PM2,5 μg/m3
Jaar
Meetpunt
NO2 μg/m
51378469_15477702
17,22
17,70
6.2
10,26
2021
51378469_15477632
17,22
17,70
6.2
10,26
2021
51378469_15480664
17,37
17,72
6.21
10,26
2021
17278718_16022979
17,44
17,74
6.2
10,27
2021
Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.
3
luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:
het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Rege-
4.3.3
ling NIBM;
het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2μg/m3).
4.3.2
Onderzoek
Conclusie
De bijdrage van het extra verkeer ten gevolge van de beoogde ontwikkeling draagt niet in betekenende (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Daarnaast Aanvaardbaar woon- en leefklimaat
is onderzoek uitgevoerd met gebruikmaking van de Kaart CIMLK. Hieruit
Met onderhavig planvoornemen worden 40 (maximaal 60) flexwoningen
blijkt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het plan
gerealiseerd. Woningen zelf zijn niet specifiek beschermd via de Wet Mili-
en er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
Met de NIBM-tool is een berekening gemaakt om te bepalen of het plan
eubeheer. Vanuit een goede ruimtelijke ordening moet bij de woningen
‘niet in bekende mate bijdraagt’ aan de verslechtering van de luchtkwali-
wel sprake zijn van een aanvaardbare luchtkwaliteit. Dit kan bepaald wor-
4.4
Bedrijven en milieuzonering
teit. In paragraaf 4.1 is de toekomstige verkeersgeneratie berekend. Deze
den met behulp van achtergrondwaarden die achterhaald kunnen worden
4.4.1
Toetsingskader
is ingevoerd in de NIBM-tool, met jaar van planrealisatie 2024 en met een
met behulp van de Kaart Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit
Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een vol-
aandeel van vrachtverkeer van 2% (bijvoorbeeld pakketbezorgers en af-
(CIMLK). In tabel 3 staan de achtergrondwaarden weergegeven van de
doende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieu-
valophaaldiensten). De NIBM-tool, zie onderstaande tabel toont aan dat
meest nabijgelegen meetpunten. De meetwaarden zijn ruim gelegen on-
belastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals wonin-
de bijdrage van het extra verkeer niet in bekende mate bijdraagt, nader
der de norm gesteld door de EU. Geconcludeerd kan worden dat ter
gen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met mili-
onderzoek is niet noodzakelijk. Bovendien is er in huidige/voormalige situ-
plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat
euzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en
atie ook sprake van verkeersbewegingen dat betekent dat niet alle ver-
met betrekking tot de luchtkwaliteit.
te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat
keersbewegingen als gevolg van de flexwoningen extra zijn. Aan de hand
zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen
van de verkeersberekening uit paragraaf 4.1 is er zelfs sprake van een af-
uitvoeren.
name aan het aantal motorvoertuigbewegingen. De berekening NIBM is dan ook uitgevoerd als worstcase scenario.
Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen.
Ruimtelijke onderbouwing tijdelijke Flexwoningen Pieter de Hoochplaats 1
13
Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de mili-
maar hier worden de flexwoningen gerealiseerd, daarom wordt het plange-
Er worden geen nieuwe belemmeringen gevormd en er kan uit worden ge-
euaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een in-
bied en omgeving gekenmerkt als een ‘rustige woonwijk’. Op basis van de
gaan van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Nadere beoordeling
dicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de
vigerende bestemmingsplannen zijn de milieubelastende functies in de
voor de bedrijven is niet aan de orde.
nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend
omgeving bepaald. Hierbij is uitgegaan van de richtafstanden tot een rus-
is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemoti-
tige woonwijk.
4.4.3
Conclusie
Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het
veerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).
Rembrandtlaan 100
Omgevingstype
Ten noorden van het plangebied bevindt zich op 40 meter afstand een
De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt
maatschappelijke bestemming met de functieaanduiding ‘brede school’.
nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype
Hier bevindt zich de Ds. Johannes Beukelmanschool, het betreft een ba-
(zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een
sisschool. Scholen voor basisonderwijs behoren volgens de VNG-bro-
rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van
chure tot milieucategorie 2. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter
functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel
tot rustige woonwijk. Er wordt aan de richtafstand voldaan. De Ds. Johan-
geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen ge-
nes Beukelmanschool vormt geen belemmering voor het planvoornemen
mengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieuge-
en vice versa. Bovendien zijn er reeds bestaande woningen op kortere af-
voelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct
stand van de basisschool gelegen.
naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en
planvoornemen.
4.5
Kabels en leidingen
Aan de hand van de Netkaart van het RIVM kan achterhaald worden of het plangebied zich bevindt in een magneetveldzone van hoogspanningslijnen. Uit de Netkaart kan worden opgemaakt dat er op ruim 1,2 kilometer afstand een hoogspanningslijn loopt waarvoor de magneetveldzone 150 meter bedraagt aan weerszijden. Deze hoogspanningslijn vormt geen belemmering. Er zijn ook geen andere planologisch relevante kabels en leidingen ter plaatse aanwezig. Dit aspect vormt geen belemmering.
4.6
Externe veiligheid
kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn hore-
Plantageweg 172
4.6.1
Toetsingskader
caconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van
Ten westen van het plangebied bevindt zich op 78 meter afstand een
Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van de op-
dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrij-
maatschappelijke bestemming. Hier bevindt zich de Eben-Haëzerkerk.
slag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben
vigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en
Kerkgebouwen e.d. behoren volgens de VNG-brochure tot milieucategorie
op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is lan-
lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvig-
2. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter tot rustige woonwijk. Er
delijke wet- en regelgeving van toepassing. In de landelijke wet- en regel-
heid.
wordt aan de richtafstand voldaan. De Eben-Haëzerkerk vormt geen be-
geving zijn kwaliteitseisen en normen op het gebied van externe veiligheid
lemmering voor het planvoornemen en vice versa. Bovendien zijn er reeds
geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leef-
bestaande woningen op kortere afstand van de kerk gelegen.
omgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico’s hangen vooral samen met:
bare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe
Sportlaan 1
activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen;
ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelas-
Ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich op 180 meter afstand een
transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen;
tende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen)
gemengde bestemming. Hier bevindt zich een supermarkt. Supermarkten
transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water.
worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het anderzijds bedrijven
behoren volgens de VNG-brochure tot milieucategorie 2. Hiervoor geldt
mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen.
een richtafstand van 30 meter tot rustige woonwijk. Er wordt aan de richt-
Ook zijn er onder meer landelijke regels voor de opslag en verkoop van
afstand voldaan. De supermarkt vormt geen belemmering voor het plan-
vuurwerk. Verder wordt bij de plaatsing van windmolens ook de externe
Rondom het plangebied zijn voornamelijk woningen aanwezig. Het plan-
voornemen en vice versa. Bovendien zijn er reeds bestaande woningen
veiligheid in ogenschouw genomen.
gebied heeft in de huidige situatie een maatschappelijke bestemming
op kortere afstand van de supermarkt gelegen.
4.4.2
Onderzoek
Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzien-
Ruimtelijke onderbouwing tijdelijke Flexwoningen Pieter de Hoochplaats 1
14
De risico's voor externe veiligheid komen tot uitdrukking via het plaatsge-
gebieden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. De provincie is
bonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico kan op de
bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen
kaart worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten
voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepa-
verbinden met eenzelfde plaatsgebonden risico. Via het plaatsgebonden
lingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepa-
risico wordt een basisbeschermingsniveau gewaarborgd. Bij het groepsri-
lingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen
sico wordt wel beoordeeld hoeveel personen zich, redelijkerwijs, feitelijk in
zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Daarnaast vindt beleidsmatige
de omgeving kunnen bevinden.
gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Ook in dit kader
Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een oriëntatie-
zijn de provincies het bevoegd gezag.
waarde. Dit is een ijkwaarde waaraan veranderingen getoetst kunnen worden. Deze oriëntatiewaarde mag overschreden worden, mits goed beargu-
Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming
menteerd door het bevoegd gezag. Samen met de hoogte van groepsri-
De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming
sico moet andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoor-
betrekking op de Europees beschermde Natura 2000- gebieden. De Vo-
deling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid
gelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd
en bestrijdbaarheid. Deze argumentatie is een onderdeel van de verant-
als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van pro-
woording van het groepsrisico. Onderdeel van deze verantwoording is
Figuur 7:Uitsnede risicokaart – planlocatie omlijnd in blauw (Bron: atlasleefomge-
jecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optre-
overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer.
ving.nl)
den, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Pro-
Overige wet- en regelgeving
4.6.3
Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het plan.
Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstan-
4.7
Ecologie
4.7.1
Toetsingskader en onderzoek gebiedsbescherming
jecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op
den uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden lpg-tankstations', etc. 4.6.2
Conclusie
Gezien de voorgenomen ontwikkelingen schadelijke effecten kunnen hebben op beschermde soorten en natuurgebieden is er een quickscan in het
Onderzoek
Met behulp van de risicokaart is een inventarisatie gemaakt van risicobronnen met gevaarlijke stoffen in de nabijheid van het plangebied. Figuur 8 toont een uitsnede van de risicokaart, met de planlocatie aangeduid met een blauwe i. In de ruime omtrek van de planlocatie zijn geen risicobronnen aanwezig. De PR-contouren en invloedsgebieden van risicobronnen vormen geen belemmering voor het plan.
kader van de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening ZuidHolland uitgevoerd door Ecoresult B.V. De volledige rapportage is opgenomen als bijlage 2.
de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunning plichtig. Doorwerking plangebied Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het plangebied is gelegen op circa 320 meter afstand van het Natura 2000-gebied, “Boezemsdijk Kinderdijk”. Dit gebied heeft geen stikstofgevoelige habitats. De Biesbosch is het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitats. Het dichtstbijzijnde deel met stikstofgevoelige habitats bevindt zich op 9,5 kilometer ten zuidoosten van het plangebied. Indien er sprake zou zijn van
De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of
een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten.
de Wnb ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en
Ruimtelijke onderbouwing tijdelijke Flexwoningen Pieter de Hoochplaats 1
15
Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege
Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt en er
den. Nader onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbe-
stikstofdepositie uit te sluiten worden AERIUS-berekeningen uitgevoerd.
geen (onderdelen van) houtopstanden verdwijnen, is toetsing aan het on-
wonende vleermuizen is niet op voorhand uit te sluiten. Ten behoeve van
Er is een berekening uitgevoerd voor de aanlegfase en de gebruiksfase.
derdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan
voorgenomen ontwikkeling is een vervolgonderzoek vleermuizen uitge-
Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er bij zowel de aanlegfase als
niet aan de orde.
voerd.
lage 3 bij deze ruimtelijke onderbouwing zijn de door AERIUS gegene-
4.7.3
Negatieve effecten op overige soorten die vallen onder de bescherming
reerde rapportages opgenomen.
De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming,
van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, of die nationaal beschermd zijn kun-
betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren,
nen op voorhand worden uitgesloten.
de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Als bijSoortenbescherming
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
(trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders,
Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeer-
enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten
Vervolgonderzoek vleermuizen
den Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhou-
en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie
In opdracht van Gemeente Alblasserdam heeft Ecoresult B.V. een nader
ding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘’Na-
categorieën: Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wet natuurbescherming) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wet natuurbescherming)
onderzoek naar vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleer-
grenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het
Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor,
Uit de resultaten blijkt dat de volgende beschermde waarden zijn aange-
traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen.
dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de
troffen in het plangebied:
beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te wor-
tuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een samenhangend netwerk
muis, laatvlieger en meervleermuis) uitgevoerd in het plangebied. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 4. Hieronder zijn de belangrijkste conclusies opgenomen.
van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische be-
3 zomerverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis, die ook geschikt zijn
Doorwerking plangebied
den of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te
Het plangebied is niet gelegen binnen het NNN. Het dichtstbijzijnde onder-
werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alterna-
deel van het NNN ligt in Kortland aan de oostzijde van de bebouwde kom
tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-
Negatieve effecten van de werkzaamheden op deze beschermde waarden
van Alblasserdam. Dit gebied ligt op circa 360 meter ten oosten van de
den. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden
zijn niet op voorhand te voorkomen. Geconcludeerd is dat er maatregelen
planlocatie. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de om-
op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van in-
dient te worden getroffen en er dient een ontheffing op de Wet Natuurbe-
gevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke ken-
standhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De onthef-
scherming te worden aangevraagd.
merken en waarden van het NNN niet worden aangetast. Vervolgonder-
fing kan dan onder voorwaarden worden verleend.
zoek in het kader van het NNN wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
Voor de vleermuizen zijn er reeds maatregelen getroffen in de vorm van De aanwezigheid van vleermuizen in gebouwen (gewone dwergvleermuis,
4.7.2 Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom.
als winterverblijfplaats voor één of enkele individuen.
vleermuiskasten.
ruige dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis) is binnen het plangebied niet uit te sluiten. Deze soorten kunnen zomer-, kraam-, paar- en win-
Ecologisch werkprotocol
terverblijfplaatsen (voor enkele individuen) hebben in de bebouwing. De
In opdracht van Gemeente Alblasserdam heeft Ecoresult B.V. voorliggend
sloopwerkzaamheden kunnen invloed hebben op mogelijk aanwezige ver-
ecologisch werkprotocol opgesteld. De volledige rapportage is opgenomen
blijfplaatsen. De verbodsbepalingen van de Wnb worden mogelijk overtre-
in bijlage 5. Het ecologisch werkprotocol kan worden bijgevoegd in de ontheffingsaanvraag.
Ruimtelijke onderbouwing tijdelijke Flexwoningen Pieter de Hoochplaats 1
16
4.7.4
Conclusie
Aan de hand van het vervolgonderzoek is geconcludeerd dat negatieve ef-
"antropogene" achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is
Asbest
aan te wijzen.
Er zijn op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, tijdens de
fecten op de beschermde waarden niet op voorhand zijn te voorkomen. Er
terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aan-
zal een ontheffing Wet Natuurbescherming dienen te worden aange-
Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconclu-
wijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de
vraagd. Mitigerende maatregelen in de vorm van vleermuiskasten is reeds
deerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de
locatie te verwachten. Econsultancy acht een onderzoek asbest in bo-
uitgevoerd.
strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV-NL). Bij onverdachte locaties
dem/puin conform de NEN 5707/5897 dan ook niet noodzakelijk.
luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is.
4.8
Bodem
4.8.1
Toetsingskader
In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6. lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen en functies dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.
PFAS Veldwerk
Uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem concludeert Econsultancy,
Het veldwerk is op 23 oktober 2023 uitgevoerd. In het totaal zijn er met be-
dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontrei-
hulp van een edelmanboor 13 boringen geplaatst; 10 boringen tot 0,5 m -
niging op de onderzoekslocatie is. Van atmosferische depositie is bekend,
mv, 2 boringen tot 2,0 m -mv en 1 boring tot 2,2 m -mv. Deze diepe boring
dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water kan lei-
is afgewerkt als peilbuis, teneinde de milieuhygiënische kwaliteit van het
den. Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan
grondwater te kunnen bepalen.
worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en bagger-
De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, matig tot zeer grof
specie” of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.
zand. Daarnaast bestaat de bodem bij ongeveer de helft van de boringen uit sterk zandig klei. Plaatselijk bestaat de ondergrond uit veen. In het op-
Advies
geboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen.
De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht,
BRO heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van
De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, matig tot zeer grof
niet lijnvormig" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte ver-
een verkennend bodemonderzoek op de locatie Pieter de Hoochplaats 1
zand. Daarnaast bestaat de bodem bij ongeveer de helft van de boringen
ontreinigingen, verworpen. Echter, gelet op de aard en mate van verontrei-
te Alblasserdam. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de
uit sterk zandig klei. Plaatselijk bestaat de ondergrond uit veen. In het op-
niging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er