CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1; Toelichting 3-30-300 methodiek.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 10 maart 2026, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 10: Vergroenen van Alblasserdam - Voorstel2.565 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vergroening Alblasserdam

Bijlage 1: Toelichting op de 3-30-300 methode

3-30-300-regel

Metadata uitleg methodiek

Ons groene inzicht brengt uw groen in zicht! . . .

Metadata, uitleg methodiek

Inhoud

1

1

Inleiding

3

2

Methodiek

4

2.1

Methodiek regel 3 Significante bomen Zicht op bomen Methodiek regel 30 Buffer rondom panden

4 4 4 5 5

2.2.2 Bomen selecteren 2.2.3 De berekening 2.3 Methodiek regel 300 2.3.1 Urban Green Spaces 2.3.2 De afstand berekenen 2.4 Rapportcijfer

5 5 6 6 6 7

2.1.1 2.1.2 2.2 2.2.1

3

Afwegingen

8

3.1

Afwegingen regel 3

8

3.2 3.3

Afwegingen regel 30 Afwegingen regel 300

9 10

1

Metadata Metadata-element Titel

3-30-300-regel

Omschrijving

De 3-30-300-regel berekend voor elk pand in de gemeente.

Trefwoorden

Boomkronen, gebouwen, groen, duurzaamheid, beleid, BAG

Gebruiksbeperkingen

De Intellectuele Eigendom van de data blijft eigendom van Cobra Groeninzicht. De data zijn uitsluitend bestemd voor uw organisatie. De data mogen niet openbaar gemaakt worden. Wel mogen de data aan derden worden doorgegeven voor analyse en/of gebruik ten behoeve van de eigen organisatie. Er geldt in dat geval een meldingsplicht aan Cobra.

Datum publicatie

Mei 2022

Type

GeoPackage

Actualiteit data

2019-2022

Taal

Nederlands

CRS

EPSG:28992 - Amersfoort / RD New

Organisatie

Cobra Groeninzicht

Contactpersoon

Jarren Verbeek

E-mail

jarren.verbeek@cobra-groeninzicht.nl

Telefoon

088 26 27 223

Attributen Panden id

Unieke id-laag

Regel_3

Aantal bomen waar de woning zicht op heeft

Regel_30

Percentage kroonbedekking

Regel_300

Geeft aan of het pand binnen 300 m loopafstand van een park ligt (1) of niet (0).

Totaalscore

Een rapportcijfer gebaseerd op de 3-30-300

Identificatie

BAG-identificatie

Contactgegevens info@Cobra-groeninzicht.nl www.Cobra-groeninzicht.nl T. 088 – 262 72 00

2

Adres Cobra Groeninzicht Franssenstraat 66 5434 SJ Vianen (NB)

Bedrijfsgegevens KvK Eindhoven 17232157 Btw-nr. NL 8199.70.220.B01 IBAN NL90 INGB 0008 5217 90

Metadata, uitleg methodiek

1

Inleiding De 3-30-300-regel is opgesteld door Cecil Konijnendijk van den Bosch, expert in Urban Forestry en onder meer werkzaam aan de Universiteit van British Columbia in Canada. Cecil Konijnendijk heeft zijn regel ontwikkeld vanuit de wens om de leefomgeving groener en zo gezonder te maken. Daarom dient de regel hoofdzakelijk als communicatiemiddel om belangstellenden en overheden aan het denken te zetten. De regel geldt in de ogen van Konijnendijk als absoluut minimum voor het mensenrecht dat een groene leefomgeving is en overal moet zijn. Om aan de 3-30-300-regel te voldoen moet een pand voldoen aan elk van de drie losse onderdelen van de regel, 3, 30 en 300; • De regel 3 staat voor het zicht op het aantal significante bomen dat elk (woon)pand moet hebben. • De regel 30 staat voor het percentage van het landoppervlak binnen de directe omgeving van een pand dat bedekt moet worden door boomkronen. • De regel 300 staat voor de maximale afstand in meters tot een park of urban green space waarbinnen alle panden moeten liggen. Als een pand aan slechts één of twee van de onderdelen voldoet, voldoet dit pand niet aan de 3-30-300-regel. Dit betekent niet dat de waarde van het pand verwaarloosbaar is, dit betekent slechts dat het pand bijna aan het minimum voldoet. Het doel van de 3-30-300-regel is het verbeteren van de leefomgeving, door deze groener te maken.

Een groenere leefomgeving betekent volgens een breed scala aan onderzoeken en experts een gezondere leefomgeving, zowel op het gebied van fysieke als mentale gezondheid.

Oplevering Bij oplevering bieden we een aantal zaken aan voor de 3-30-300-analyse. Op hoofdlijnen zijn dat vier pdf-kaarten (met daarin de uitwerking voor de 3, de uitwerking voor de 30, de uitwerking voor de 300 en een samenvatting als rapportcijfer) en een GIS-bestand (GeoPackage), samen met de metadata. De GIS-data bevat de BAG-panden in het gebied, met de volgende attributen: • regel 3 • regel 30 • regel 300 • rapportcijfer • BAG-ID

3

2 2.1

Methodiek Methodiek regel 3 De regel 3 staat voor het zicht op het aantal significante bomen dat elk (woon)pand moet hebben. Hierbij geldt het aantal drie als minimum om voldoende te scoren op de regel. Meer bomen is altijd beter.

2.1.1

Significante bomen

De regel 3 werkt alleen met significante bomen, een regel gebaseerd op onderzoek uitgevoerd door de Universiteit van British Columbia in Canada (Rugel, 2019) in combinatie met de expertise van Cecil Konijnendijk. De gehanteerde definitie van een significante boom is gebaseerd op onderzoek uitgevoerd door de Hogeschool van Amsterdam (Kluck, 2020). Volgens dit onderzoek is een boom significant als deze een kroonoppervlakte van minstens 28 m2 heeft.

2.1.2 Zicht op bomen Om te bepalen of een (woon)pand zicht heeft op een boom, wordt er een buffer van 25 m rond de kroon van de boom gegenereerd. Als een pand overlapt met deze buffer, nemen we aan dat deze boom kan worden gezien vanuit het pand. Om te voldoen aan regel 3 moet een pand overlappen met minimaal drie buffers en dus zicht hebben op drie significante bomen. Afbeelding 1 laat de methode grafisch zien. Methode regel 3

4

Methodiek regel 30

Metadata, uitleg methodiek

2.2

De regel 30 staat voor het percentage van het landoppervlak binnen de directe omgeving van een pand dat bedekt moet zijn door boomkronen, hierna kroondekkingspercentage genoemd. Hierbij geldt een dekking van 30% als minimum om een voldoende te scoren, een hoger percentage is altijd beter.

2.2.1 Buffer rondom panden Het kroondekkingspercentage berekenen wij voor elk pand individueel door een buffer van 500 m vanaf de gevel van het pand te genereren. Binnen deze buffer liggen vaak één of meerdere waterlichamen, die uitgelezen worden via de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Na de oppervlakte van deze waterlichamen berekend te hebben, trekken wij dit af van de oppervlakte van de buffer. Deze netto landoppervlakte van de buffer is vanaf nu leidend boven de ‘bruto’ oppervlakte.

2.2.2 Bomen selecteren De gegenereerde buffer gebruiken wij om boomkronen te selecteren. Alle bomen, ongeacht formaat, die overlappen met de buffer worden geselecteerd. De buffer gebruiken wij vervolgens om de boomkronen af te snijden op de rand van de buffer. Om zo een volledig waarheidsgetrouw beeld te creëren. Hierna tellen wij de kroonoppervlakte van al deze bomen bij elkaar op tot één kroonoppervlakte binnen de buffer. Een waarde die vervolgens samen met de netto landoppervlakte omgezet wordt tot een kroondekkingspercentage. Zie afbeelding 2 voor een voorbeeld.

2.2.3 De berekening Netto landoppervlakte / cumulatieve kroonoppervlakte * 100 = kroondekkingspercentage Een kroondekkingspercentage van 30% moet volgens Cecil Konijnendijk, de maker van de regel, gehanteerd worden als minimum en niet als doel. Ideaal is een percentage van 40% of meer zijn. Voorbeeld berekening regel 30

5

2.3

Methodiek regel 300 De regel 300 staat voor de maximale afstand in meters tot een park of urban green space waarbinnen alle panden moeten liggen. Hierbij hanteren wij de afstand van 300 m als representatie van een veilige wandeling van vijf tot tien minuten, zoals vastgesteld door de World Health Organization (WHO) in 2016. Logischerwijs geldt; hoe dichter men bij het park of urban green space woont, hoe waardevoller. De 300 m moet dan ook beschouwd worden als de maximale afstand.

2.3.1 Urban Green Spaces Om te bepalen wat urban green spaces of parken zijn, gebruiken wij van het Basisbestand BodemGebruik (BBG), van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De meest recente versie hiervan is uit 2015. Binnen de BBG zijn, in overleg met Cecil Konijnendijk, deze klassen geselecteerd als definitie van het concept park/urban green space: • begraafplaats • • • • • • • •

bos dagrecreatief-terrein droog natuurlijk terrein park en plantsoen sportterrein verblijfsrecreatie volkstuin water met recreatieve functie

Voor het gebruik van de BBG is gekozen omdat de BBG één van de weinige landsdekkende en publiek beschikbare databases is voor dit doeleinde in Nederland. Het gebruik van het BBG voor dit doel is onderschreven door de maker van de regel, Cecil Konijnendijk.

2.3.2 De afstand berekenen De afstand tot een park of urban green space berekenen wij over de weg (OpenStreetMap, 2022) gerekend vanaf de rand van het park of green space op basis van het BBG. Alle wegelementen waar men niet mag wandelen (snelwegen, et cetera) zijn uitgesloten. Na de relevante wegen benoemd te hebben genereren wij een buffer van 15 m rond deze wegen. Zie afbeelding 3 voor een voorbeeld. Voorbeeld berekening regel 300

6

Rapportcijfer

Metadata, uitleg methodiek

2.4

Het rapportcijfer is gebaseerd op de scores uit de 3-30-300. Het geeft in één getal snel overzicht voor een pand. Belangrijk om te vermelden is dat de regel 30 het zwaarste mee telt in het rapportcijfer, namelijk 50%. De 3 en de 300 tellen ieder voor 25% mee. Wij normaliseren de rapportcijfers tussen de 1 en de 10. De 3-30-300 zien wij al een minimumeis. Als een pand aan de regel 3 voldoet krijgt een pand voor dat onderdeel een 6. Voor elke boom extra komt er één cijfer bij tot en met de 10. Als een pand aan de regel 30 voldoet (tussen de 30 en 35%) krijgt een pand voor dat onderdeel een 6. Voor elk 5% extra kroonbedekking komt er één cijfer bij tot en met de 10. Voor de regel 300 geld dat een pand een 5 krijgt als een pand niet aan de minimale afstand van 300 meter voldoet. En een 7 als deze wel aan de minimale afstand voldoet.

7

3 3.1

Afwegingen Afwegingen regel 3 Waarom een buffer van 25 m? De buffer van 25 m is gekozen tijdens de eerste ontwikkelfase. Dat hebben wij gedaan op basis van een casestudie in Vianen (NB), het eerste proefgebied van het onderzoek. Hier bleek dat 25 m gemiddeld over vijftig panden het best overeenkwam met de daadwerkelijke situatie, in tegenstelling tot 10, 15, 20 en 30 m. Tijdens een werkbezoek van Cecil Konijnendijk is de buffer van 25 m onderschreven.

Wanneer is een boom groter dan 28 m2 significant? De grens van 28 m2 kroonoppervlakte voor een significante boom hebben wij gekozen op basis van een onderzoek door de Hogeschool van Amsterdam (Kluck, 2020).

Waarom deze visualisatie? Voor deze visualisatie (figuur 3) is gekozen na het bezoek van Cecil Konijnendijk, waarbij geconcludeerd werd dat de 3-30-300-regel geen einddoel maar een minimumeis is. Daarom ligt de grens van rood (negatief) naar groen (positief) tussen 3 en 4 via geel (krappe voldoende).

Waarom niet gewerkt met zichtlijnen? Op het moment van schrijven (april 2022) was er geen openbare data beschikbaar waarin de locaties van ramen in gevels weergegeven zijn. Deze data zijn nodig om zichtlijnen te creëren. Om alsnog een zo realistisch mogelijk beeld te schetsen, hebben wij gekozen om te werken met buffers van 25 m.

Tellen enkel bomen mee? Binnen de 3-30-300-regel tellen inderdaad in principe enkel bomen mee. Alleen wanneer het in een gebied werkelijk onmogelijk is om bomen te planten (door de conflicten in landgebruik), mag eventueel gekeken worden naar andere vormen van groen. Maar door het grote effect van bomen op het leefklimaat, is de basisregel: kijk enkel naar de bomen. Ook wanneer men meer groen wil doorrekenen is het belangrijk eerst te beseffen waar de ruimtelijke conflicten te groot zijn voor het bijplaatsen van bomen. Ook daarvoor is enkel kijken naar de bomen belangrijk.

8

Afwegingen regel 30

Metadata, uitleg methodiek

3.2

Waarom een buffer van 500 m? Tijdens het bezoek van Cecil Konijnendijk is gekozen om een buffer van 500 m te hanteren, om via de buffer-methode recht te doen aan het wijkniveau rond het pand.

Waarom een buffer? De methode kan ook uitgevoerd worden voor gebieden, zoals CBS-buurten, CBS-wijken of gemeenten. Dat resulteert echter in een vertekend beeld op de grenzen tussen de gebieden of als het gebied erg groot is.

Waarom per individueel pand? Omdat dit het meest gedetailleerde en waarheidsgetrouwe beeld geeft. De methode kan ook uitgevoerd worden op grotere schaalniveaus, maar hoe kleiner het schaalniveau, hoe accurater het resultaat.

Waarom haalt de methode waterlichamen uit de berekeningen? Omdat de originele 3-30-300-regel gaat over landoppervlakte, niet over oppervlakte in het algemeen. Daarnaast resulteert deze aanpassing in betere resultaten aan de oevers van grote waterlichamen.

Waarom deze visualisatie? Voor deze visualisatie (figuur 8) is gekozen na het bezoek van Cecil Konijnendijk, waarbij geconcludeerd werd dat de 3-30-300 geen einddoel maar een minimumeis is. Daarom ligt de grens van rood (negatief) naar groen (positief) tussen de 28 en 34%.

9

3.3

Afwegingen regel 300 Waarom begint de berekening vanuit de parken in plaats van vanuit de panden? Omdat de berekening over de weg plaatsvindt moeten de kruisingen tussen de parkgrens en de wegen eerst gevonden worden, om vanuit daar te gaan rekenen.

Waarom berekenen over de weg? Omdat dit een waarheidsgetrouwer beeld geeft als er grote obstakels zoals spoorwegen, snelwegen of waterlichamen aanwezig zijn. Dit geldt in mindere mate ook voor kleine obstakels zoals panden.

Waarom gekozen voor OpenStreetMap (OSM) als dataset voor de wegen? In tegenstelling tot andere wegenbronnen biedt OSM relatief veel wandelpaden aan in het netwerk. Ook kleine brandgangen en ‘olifantenpaadjes’ staan erin. Dat zijn ook de paadjes die burgers gebruiken om bij parken te komen. De dataset is fijnmaziger, waardoor de analyse betrouwbaarder wordt.

Waarom gekozen voor een berekening van 300 meter? De resultaten van deze berekening geven enkel aan of een pand aan de regel voldoet of niet. Deze zwart-witte onderscheiding (of in dit geval een rood-groene) geeft minder informatie dan de nuances die we voor de 3- en de 30-regel hebben gemaakt. Daarin is zichtbaar of een pand bijna voldoet of helemaal niet. We bieden de optie om de 300 te nuanceren wel aan. Het is mogelijk om het bereik van 300 m per park uit te breiden naar meerdere afstanden, bijvoorbeeld met 400 en 500 meter. Als u interesse heeft in deze optie neem dan contact met ons op.

Waarom gekozen voor de BBG als bron voor de parken en urban green spaces? Omdat de BBG één van de weinige landsdekkende datasets is waarin deze data consequent weergegeven is. Datasets zoals de BGT bieden geen aggregatieniveau dat gebruikt kan worden voor parken. Tijdens het maken van deze keuze hebben wij het feit dat de meest recente BBG uit 2015 komt meegenomen.

Waarom gekozen voor deze BBG-klassen als invulling van de parken en urban green spaces? Op basis van de kennis, expertise en ervaring van het expert team, in samenhang met voorbereide praktijkvoorbeelden, hebben wij gekozen voor deze BBG-klassen: begraafplaats, bos, dagrecreatief-terrein, droog natuurlijk terrein, park en plantsoen, sportterrein, verblijfsrecreatie, volkstuin en water met recreatieve functie.

Waarom gekozen voor een buffer van 15 m naast het bereik van 300 m? Het bereik van 300 m volgt de hartlijn van de weg en kruist dus nooit met panden. Om de panden die aan de bijbehorende weg liggen te selecteren op basis van deze hartlijn, is een buffer nodig. De 15 m hebben wij gekozen op basis van een aantal voorbeelden in gemeente Zoetermeer, waar 15 m beter voldoet aan de wensen ten opzichte van een buffer van 20 m of 25 m.

10

Metadata, uitleg methodiek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/800/documents/18010