Bijdrage D66.pdf
Tekst van het document
Dilemma 1: Wat ziet u als de kracht van het dorp? Voorzitter, Alblasserdam wordt gekenmerkt door een rijk verenigingsleven met vele vrijwilligers die zich inzetten voor bijv. sport, cultuur of in het sociale domein. Daarnaast kennen we, wat D66 betreft, een aantal essentiële voorzieningen, hieronder vallen zeker het zwembad, overige sportvoorzieningen (sporthallen, Molenzicht, Souburgh), Landvast, de bibliotheek en het Brughuis (de samenwerkingsconstructie/manier van samenwerken). Daarnaast moeten we ook met z’n allen doorgaan op de doorgezette weg qua duurzaamheid. Dit is eigenlijk geen keuze, maar een must. Echter dit wil niet zeggen dat deze, wat ons betreft, een blanco cheque krijgen. Ook bij deze essentiële voorzieningen zullen wij gezamenlijk kritisch moeten blijven kijken naar de kosten. Wat kunnen zij bijdragen, zonder dat het voortbestaan van deze voorzieningen in gevaar komt? Tot slot bij dit dilemma; laten we er voor waken dat we met z’n allen de lange termijn voor ogen blijven houden. Het zou bijvoorbeeld verleidelijk kunnen zijn om oplossingen te zoeken door te bezuinigen op preventie, maar hier moet goed gekeken worden naar de risico’s op de lange termijn. Moeten bijvoorbeeld niet over 5 jaar de rekening krijgen, doordat we dit hebben laten versloffen.
Dilemma 2: Met welke zoekrichtingen starten we in 2025? + Dilemma 4: Is het bespreekbaar om aan gemeenschappelijke regeling gemandateerde of gedelegeerde taken terug te halen en anders te organiseren? Voorzitter, laten we bij het tweede dilemma beginnen met het makkelijkste: Leg eerst keuzes voor die de minste impact hebben en versober daarnaast bijeenkomsten die vanuit de gemeente of vanuit de GR’en worden georganiseerd. Wat D66 betreft zal er komend jaar kritisch gekeken moeten gaan worden naar de taken die we belegd hebben bij de Gemeenschappelijke regelingen. Waar is meer massa nodig om efficiënter te kunnen werken en waar zou het beter zijn om taken terug te halen naar Alblasserdam? We hebben met z’n allen bewust gekozen om de samenwerking met de omliggende gemeenten te zoeken en moeten ook zeker niet de illussie hebben dat we als Alblasserdam alles zelf kunnen doen. Als er taken vanuit een GR teruggehaald worden ten minste onder de voorwaarde dat de zowel de efficiëntie áls de te leveren kwaliteit er op vooruit gaan. Werk in ieder geval de 200.000 euro bij arbeidsparticipatie verder uit richting PPN en maak meer inzichtelijk wat hiervan de consequenties zijn (zowel voor de uitvoering in Alblasserdam, als voor de GR Sociaal) Als we naar de GR’en gaan kijken, moeten we ook naar de eigen organisatie kijken en eigenlijk geldt hier min of meer hetzelfde.
Zijn er bijvoorbeeld dubbelingen of waar zijn er nog efficiëntieslagen te maken. Kijkend naar de Lange Termijn Agenda, is ons vermoeden dat hier zeker nog wel wat slagen te maken zijn (planning!). Voorzitter, We zullen ook kritisch moeten kijken naar wat we uitgeven aan subsidies. De optie zoals we die bij de huidige begroting hadden, kan wat ons betreft dan voortgezet worden. Concreet: hanteer standaard de 0-lijn en wijk hier gemotiveerd van af en doet in eerste instantie op incidentele basis. Daarnaast zal het komende jaar de Algemene Subsidie Verordening herijkt gaan worden (verwacht voor september). Werk hier in ieder geval een aantal keuzemogelijkheden uit op dit gebied (op basis van de laatste stand van zaken op dat moment) en kijk kritisch of we altijd de juiste dingen subsidiëren, ga voor heldere prestatieafspraken aan de voorkant (levert het voldoende op?).
Maak ook de mogelijke besparingen op de buitenruimte concreter richting de PPN. Goed om te kijken naar minder onderhoudsintensief, maar duidelijk inzichtelijk wat de consequentie is. Voorzitter, binnen dilemma 2 kan niet enkel gekeken worden naar de uitgavenkant. Ook aan de inkomsten zal een en ander moeten gebeuren. Wat ons betreft starten we volgend jaar al met het toegroeien naar kostendekkendheid van de heffingen en leges en blijven we de OZB indexeren. Tot, slot bij dilemma 2, meer een idee qua proces. Maak bij raadsvoorstellen duidelijker wat de impact is op de lopende en toekomstige begroting(en). Laten we hier als raad én college samen optrekken om te kijken of meer financieel inzicht kunnen krijgen in de gevolgen de te maken keuzes.
Dilemma 3: Welke zoekrichtingen pakken we na 2025 op als dat écht nodig blijkt te zijn? De zoekrichtingen na 2025 is, wat ons betreft, een wat lastigere. Er is nog totaal onbekend wat het besparingspotentieel is bij de Gemeenschappelijke Regelingen, maar desondanks willen we het college wel een aantal richtingen meegeven om verder uit te werken. Blijf in ieder geval in gezamenlijkheid met omliggende gemeenten en VNG zoeken en kijk of er 1 gezamenlijke lijn getrokken kan worden richting het Rijk. Maak in ieder geval op het niveau van de Drechtsteden helder, als de korting vanuit het Rijk blijft staan, komen deze taken onder druk te staan. In ieder geval de oproep aan de deelnemers van het portefeuille-overleg financiën om daar het voortouw te nemen (als dit niet als gebeurt). Kijk in ieder geval na 2025 goed naar de ambitie en investeringen. Waar kan er getemporiseerd worden. Misschien geen leuke boodschap richting de verkiezingen, maar het volgende college zal minimale ruimte of misschien zelfs helemaal geen hebben voor nieuwe ambities. In ieder geval niet zonder dat er verdere keuzes gemaakt moeten worden. Misschien goed om tegen die tijd na te denken over een raadsprogramma…. Voorzitter, tot slot bij dilemma 3. Weet niet in hoeverre dit mogelijk is, maar kijk of er in de toekomst al gerekend kan worden met een bepaald (conservatief) percentage stijging aan de inkomstenkant.
Neem eigenlijk een minimaal voorschot op de indexatie aan de inkomstenkant. Misschien dat dit ook mogelijk is voor toekomstige extra OZB-inkomsten door verwachte woningbouw of voor een gedeelte hiervan?
Dilemma 5: Hoe gaan we om met het activabeleid? Afschrijvingstermijnen korter? En andere methode rioolheffing? Of gefaseerd? Het laatste dilemma, het activabeleid. Wat D66 betreft gaan we toewerken naar zo realistisch mogelijk afschrijvingstermijnen (feitelijke levensduur). We moeten er in ieder geval voor zorgen dat we geen stapelingen krijgen, doordat activa in de praktijk minder lang meegaan. Kijkend naar gepresenteerde grafieken en kijkend naar de toekomstige kengetallen, ontkomen we er niet aan om te kiezen voor een andere methodiek. Onze voorkeur zou, in eerste instantie, zijn om de komende jaren toe groeien naar een combinatie van sparen en activeren en uiteindelijk misschien zelfs helemaal te gaan sparen. Werk hiervoor in ieder geval een voorstel uit hoe dit er uit moet gaan zien.