CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bereikbaarheidsvisie Alblasserdam 2040.pdf

Gecombineerde commissie Alblasserdam 12 september 2024, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 4: Vaststellen Bereikbaarheidsvisie - Voorstel16.480 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT

Bereikbaarheids visie Bereikbaarheidsvisie Gemeente Alblasserdam

Versie: 1.0 Status: Vrijgegeven Datum: 15-02-2024

2040

Voorwoord Ruimte wordt schaars. We willen als bewoners van Alblasserdam wonen, sporten, recreëren, werken en ondernemen. Voor al die activiteiten verplaatsen we ons ook van A naar B, het liefst zo slim en snel als mogelijk. Mobiliteit en bereikbaarheid zijn een belangrijk onderdeel voor een Fit en Groen dorp in de polder en bepalen voor een belangrijk deel de leefbaarheid ervan. Maar het dorp slibt dicht. We merken het nu al tijdens de ochtend en avondspits of bij speciale evenementen. Als de groei van afgelopen jaren doorzet dan komen we in 2040 het dorp niet meer in of uit. Als gemeente kijken we vooruit naar 2040 en realiseren ons dat het complete ruimtegebruik gaat knellen. Keuzes zijn onvermijdelijk. Onderliggende visie geeft, als onderdeel van de totale visievorming (Omgevingsvisie en woon en zorgvisie) een verdiepende analyse op de huidige bereikbaarheidssituatie, een doorkijk op de ontwikkelingen tot 2040 en het geeft oplossingsrichtingen in wat we zouden kunnen doen om bereikbaar te blijven. Als regionale portefeuillehouder voor Mobiliteit en Bereikbaarheid ben ik positief over mogelijke oplossingen. Daarbij zal het niet één oplossing zijn die alle problemen op het gebied van bereikbaarheid gaat oplossen. Verbetering van het OV, fysieke maatregelen aan de weg en verandering van ons gedrag (meer lopen en fietsen), zijn wel de mogelijke puzzelstukken voor de oplossing.

Veel leesplezier!

Ramon Pardo Wethouder Alblasserdam Regionaal portefeuillehouder Bereikbaarheid en Mobiliteit X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M005549 / Vrijgegeven/ Versie 1.0 / 15-05-2024

Samenvatting

Daarnaast wordt ook ingegaan op stappen om het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie. Het behoud van groen staat hoog geprioriteerd in de gemeente.

Waarom deze bereikbaarheidsvisie? De gemeente Alblasserdam werkt aan een Omgevingsvisie en Woonzorgvisie. Beide hebben een directe relatie met de bereikbaarheid in de gemeente. Er is behoefte aan een goede en actuele bereikbaarheidsvisie, die aansluit op deze andere visies. Voorliggende notitie bevat een integrale afweging met betrekking tot bereikbaarheid doorkijkend tot het jaar 2040.

De komende jaren kan het dorp nog vooruit met de huidige beschikbare ruimte voor woningbouw (inbreiding). Voor de middellange termijn moet er evenwel worden gezocht naar nieuwe perspectieven. Er wordt daarom gekeken naar woningbouw in twee gebieden ten zuiden van de Alblas, te weten Vinkenwaard-Noord en Souburgh. Beide gebieden zijn momenteel in gebruik als respectievelijk bedrijventerrein en sportterrein. De locatie Vinkenwaard-Noord ligt het dichtst bij de voorzieningen in het dorp en heeft daarmee vanuit het oogpunt van bereikbaarheid de voorkeur. Er liggen hier ook koppelkansen met de ontwikkeling Poort aan de Noord.

Welke ontwikkelingen zien we? Het autobezit en autogebruik neemt sinds de coronaperiode (2020-2021) weer toe. Dit leidt tot meer verkeer en meer congestie. Ook blijft de parkeerbehoefte toenemen en zullen elektrische laadvoorzieningen voor elektrische auto’s belangrijker worden. Tegelijkertijd bestaat de wens om parkeernormen bij nieuwbouw te verlagen vanwege leefbaarheidseffecten in de schaarse ruimte. Fietsen wordt voor steeds meer mensen een interessante vervoersvorm. Dat komt onder andere door toenemend fietsenbezit (een aanzienlijk deel elektrisch) en een bewuste keuze voor een gezonde lifestyle. Fietsers hebben behoefte aan snelle, veilige en comfortabele routes en goede parkeervoorzieningen. Ook Mobility as a Service en deelauto’s zijn ontwikkelingen die op langere termijn van belang kunnen worden in Alblasserdam. Thuiswerken en digitaal vergaderen zullen een structureel onderdeel van het werkpatroon blijven vormen voor een deel van de beroepsbevolking. Onduidelijk is echter hoe zich dit richting 2040 zal ontwikkelen en wat het exacte effect op mobiliteit zal zijn. De integrale opgave voor bereikbaarheid. In en om Alblasserdam spelen verschillende opgaven die raken aan bereikbaarheid. Voor de A15 zijn al regionale afstemmingen met het rijk geïnitieerd.

Het coalitieakkoord Samen zijn we Alblasserdam 2022-2026 omschrijft hoe er de komende jaren wordt ingezet op verbetering van de bereikbaarheid door het stimuleren van alternatieven voor de auto, het vergroten van de fietsveiligheid en het verbeteren van de bereikbaarheid. X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M005549 / Vrijgegeven/ Versie 1.0 / 15-05-2024

De huidige ‘verkeerscorridors’ De Helling/Dam/Haven en Edisonweg/Oude Torenweg zullen steeds voller raken door autonome verkeersontwikkeling en extra woningbouw. Dit zal vooral in de spitsperioden tot structurele vertraging leiden. In de Omgevingsvisie is het uitgangspunt om terughoudend te zijn met de aanleg van nieuwe wegen, omdat nieuwe wegen extra verkeer aantrekken. We stimuleren de fiets, het openbaar vervoer, laadpalen en deelauto's/ deelscooters. De lange termijn bereikbaarheidsvisie. De langtermijn bereikbaarheidsvisie heeft vier pijlers: leefbaarheid in het dorp, bereikbaarheid van het dorp, verbonden met de regio en duurzaam verplaatsen. Hiermee dragen we bij aan het verbeteren van de bereikbaarheid, duurzaamheid en inclusiviteit van Alblasserdam. De oplossingsrichtingen. We beschouwen vier typen oplossingsrichtingen: niet-infrastructurele maatregelen (beheersen), mobiliteitstransitie (beïnvloeden), optimalisatie bestaande infrastructuur (beter benutten), nieuwe infrastructuur (bouwen). Binnen deze typen worden verschillende concrete oplossingsrichtingen beschouwd. Deze oplossingsrichtingen zijn voorzien van een ‘kenmerkenlabel’ waarmee de ingeschatte impact op belangrijke aspecten (o.a. oplossend vermogen, afhankelijkheid en kostenniveau) inzichtelijk wordt gemaakt.

Voor de nieuwe infrastructuur is met behulp van de Mobiliteitsscan (een online-instrument waarmee verkeersanalyses gedaan kunnen worden) het effect op het lokaal wegennet geanalyseerd. Hieruit blijkt onder andere dat een derde ontsluiting aan de oostzijde van de gemeente een positief effect op de bereikbaarheid heeft. Het zorgt voor ontlasting van de Edisonweg en De Helling / Dam / Dijklint. Voor de niet-infrastructurele maatregelen is niet te kwantificeren wat het effect op de bereikbaarheid is. Duidelijk is wel dat de te maken keuzes ten aanzien van woningbouwlocaties en parkeervoorzieningen hierop van invloed zijn. Conclusies Naar verwachting zal, zonder bijsturing, in 2040 sprake zijn van structurele vertraging op het wegennet van Alblasserdam. Dit raakt niet alleen automobilisten, maar ook het openbaar vervoer (bussen), hulpdiensten en fietsers. Busreizigers zullen net zo veel vertraging ervaren als automobilisten. Inpassing van een vrijliggende busbaan op De Helling en de Dam is niet haalbaar binnen de beschikbare ruimte met de huidige functionele indeling. Dit vraagt om ruimtelijke keuzes voor de inrichting en het gebruik van de beschikbare wegcapaciteit. Een mogelijkheid is immers om openbaar vervoer te prioriteren boven de auto op een deel van het netwerk. Dit is in de voorliggende bereikbaarheidsvisie niet verder uitgewerkt.

Ook is niet te verwachten dat het gebruik van het openbaar vervoer significant toeneemt zonder “impuls” in kwaliteit en deels kwantiteit. Met behulp van een oplossingsstrategie kan bijsturing plaatsvinden. Met een impuls kan aansluiting worden gezocht met de mobiliteitsbehoeften van bewoners en bezoekers van Alblasserdam.

X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M005549 / Vrijgegeven/ Versie 1.0 / 15-05-2024

3.6

Inhoudsopgave

3.6.1 3.6.2

Voorwoord

1

Samenvatting

2

Inhoudsopgave

4

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3

Waarom deze bereikbaarheidsvisie? Positionering van Alblasserdam Leeswijzer

1 1 1

Landelijke trends en ontwikkelingen

2

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

2 2 3 4 4 5

2

3

Toenemend autobezit Minder parkeerplaatsen bij nieuwbouw We bezitten met z’n allen meer fietsen Mobility as a Service Het delen van een auto Blijvende gedragsverandering?

Onze opgaves richting 2040

6

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

We sluiten aan op regionale opgaves We nemen lokale afspraken en ambities mee Onze ruimtelijk ambities Onze woningbouwopgave Onze bereikbaarheidsopgave

6 6 7 8 9

3.5.1 3.5.2 3.5.3

9 12 15

Autobereikbaarheid Openbaar vervoer Actieve mobiliteit: lopen en fietsen

X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M005549 / Vrijgegeven/ Versie 1.0 / 15-05-2024

Het beeld richting 2040

17

Toenemende druk op het bestaand netwerk 17 Potentiële verlichting door verplaatsing transferium17

4

Langetermijn bereikbaarheidsvisie

19

5

Oplossingsrichtingen

20

5.1 5.2

Toelichting kenmerken-label Oplossingsrichtingen

20 21

5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4

21 22 24 27

5.3 5.4

6

Niet-infrastructurele maatregelen (beheersen) Mobiliteit transitie (beïnvloeden) Optimaliseren bestaande infra (beter benutten) Nieuw infrastructuur (bouwen)

Kansrijkheid oplossingsrichtingen Pakketten

Conclusies 6.1 6.2

6.3

35 35

38

Structurele vertraging op het wegennet van Alblasserdam38 Het openbaar vervoer heeft een bereikbaarheidswaarde, maar biedt onvoldoende meerwaarde voor de bereikbaarheid zonder “impuls” 38 Oplossingsrichtingen 38

Bijlage I – Verkeersongevallen

40

Bijlage II – Tabel oplossingsmogelijkheden

41

Colofon

43

1 Inleiding 1.1 Waarom deze bereikbaarheidsvisie? Gemeente Alblasserdam werkt aan een Omgevingsvisie en Woonzorgvisie. Beide hebben een directe relatie met de bereikbaarheid onze gemeente. Er is behoefte aan een goede en actuele bereikbaarheidsvisie, die aansluit op deze andere visies. Onderzoek van Goudappel Coffeng1 heeft tegelijkertijd aangetoond dat Alblasserdam richting 2040, zonder nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, te maken zal krijgen met een toename van autoverkeer. Elke nieuwe ontwikkeling zorgt uiteraard voor extra auto’s op de weg. En daarmee voor verdere verslechtering van de bereikbaarheid van Alblasserdam. Voorliggende bereikbaarheidsvisie bevat een integrale afweging met betrekking tot bereikbaarheid doorkijkend tot het jaar 2040. 1.2 Positionering van Alblasserdam Alblasserdam is een unieke gemeente in Nederland, gelegen in de Drechtsteden streek in de provincie Zuid-Holland. Internationaal vooral bekend vanwege de nabijheid van UNESCO Werelderfgoed Kinderdijk (formeel horende bij buurgemeente Molenlanden) en de aanwezige bedrijven uit de maritieme (top)sector.

Binnen de gemeente loopt de rivier de Alblas. Ten zuiden van de Alblas bevindt zich voornamelijk industriegebied en de toegang tot Alblasserdam vanaf de Rijksweg A15 via op- en afrit 22. De Edisonweg, Grote Beer en De Helling zijn hierbij de belangrijkste aan- en afvoerwegen. In het noordelijk deel van de gemeente zijn de woonkernen te vinden, omringd door groen. Daarnaast loopt hier het dijklint voor alle verkeersbewegingen van en naar het internationaal bekende Werelderfgoed Kinderdijk. Alblasserdam heeft een dorpse uitstraling met een traditioneel mobiliteitsnetwerk. Zowel regionaal, als lokaal is er ook veel aandacht voor duurzaamheid, leefbaarheid, en bereikbaarheid. 1.3 Leeswijzer Dit document is als volgt opgebouwd: ▪ In hoofdstuk 2 staan als achtergrond een aantal relevante trends en ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit beschreven. ▪ Hoofdstuk 3 bevat de opgave van Alblasserdam op het gebied van de fysieke leefomgeving (= de omgevingsvisie), onze woningbouwopgave en bereikbaarheidsopgave. ▪ In hoofdstuk 4 staat onze lange termijnvisie op bereikbaarheid beschreven. Wat vinden we belangrijk richting 2040? ▪ De oplossingsrichtingen om Alblasserdam de komende jaren bereikbaar te houden staan in hoofdstuk 5.

De gemeente is gelegen aan de rivier de Noord, die een natuurlijke barrière vormt. Daarom is een brug via de N915 en een bijzonder veersysteem ‘de Waterbus’ aanwezig. De waterbusverbinding met Rotterdam en Dordrecht biedt een goed alternatief voor ‘deur-tot-deur reistijden’ voor de auto, afhankelijk van het reismoment.

1

Verkeersonderzoek woningbouwontwikkeling zuidelijk havengebied Alblasserdam, Goudappel Coffeng, 09 mei 2023, kenmerk: 013243.20230508.N1.01 X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M0005549 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15-05-2024

Verkeersonderzoek uitbreiding Oceanco Alblasserdam, Goudappel Coffeng, 26 mei 2023, kenmerk: 014381.20230524.N1.01 1

2 Landelijke ontwikkelingen

trends

Er zijn verschillende sociaal-maatschappelijke trends en ontwikkelingen die ons mobiliteitsgedrag en mobiliteitssysteem de komende jaren beïnvloeden. Deze staan als in dit hoofdstuk beschreven inclusief het verwacht effect voor Alblasserdam. 2.1 Toenemend autobezit Nederland telde op 1 januari 2023 8,9 miljoen personenauto’s, dat was 1,0 procent meer dan het jaar ervoor. Vergeleken met tien jaar geleden is het aantal personenauto’s met bijna 14 procent toegenomen.2 De auto neemt hierdoor steeds meer schaarse openbare ruimte in beslag. Hierbij zijn drie punten belangrijk om te benoemen: 1. De trend in Nederland is dat ouderen steeds langer zelfstandig blijven wonen. Dit is mogelijk door thuiszorg, maar ook het verlenen van mantelzorg is hiervoor belangrijk. Het aantal ouderen dat een auto bezit neemt mede hierdoor steeds verder toe. Bijkomend gevolg is dat er in woonstraten steeds meer gehandicapten parkeerplaatsen op kenteken komen. In 2012 bezaten 50-plussers nog 49 procent van alle particuliere auto’s in ons land, begin 2022 was dat 58 procent. 2. Jongeren gaan steeds later op zichzelf wonen. In 2019 was de gemiddelde leeftijd ruim 23 jaar, in 2020 was dat 24 jaar en vier maanden. In 2011 werkte ruim de helft van de jongvolwassenen al toen ze het ouderlijk huis verlieten, in 2019 was dat gegroeid tot twee derde.3 Dit leidt er toe dat het autobezit per huishouden toeneemt. 3.

Het autobezit in steden is lager dan op het platteland. Een grote stad biedt, dankzij de nabijheid van werkplekken, voorzieningen, winkels,

Bron: Hoeveel personenauto’s zijn er in Nederland? (cbs.nl) Bron: Jongeren blijven langer bij ouders wonen, wel minder 'boemerangkinderen' (nos.nl) 4 Bron: Autobezit per huishouden, januari 2020 (cbs.nl) 2 3

X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M0005549 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15-05-2024

openbaar vervoer en andere mobiliteitsdiensten meer mogelijkheden voor een autovrij bestaan. Tegelijkertijd lenen vooral de grote steden zich minder goed voor de auto vanwege het stringente parkeerbeleid en beperkte verkeersruimte.

en

Sinds 2010 is het aantal personenauto’s in Nederland gestegen van 1,03 naar bijna 1,1 auto’s per huishouden. In onze gemeente is dit 1,0 particuliere personenauto’s per huishouden (2020).4 Dit is exclusief leaseauto’s en bedrijfsvoertuigen. Er komen niet alleen meer auto’s bij – de gemiddelde auto wordt ook steeds langer, breder en zwaarder. Dit betekent meer druk op de openbare ruimte, zeker als de parkeerplaatsen niet (meer) berekend zijn op de huidige omvang. Het aantal elektrische auto’s in Nederland groeit hiernaast snel, naar verwachting tot ruim boven de 1 miljoen in 2030.5 Daarmee groeit ook de vraag naar voorzieningen om deze auto’s op te kunnen laden. 2.2 Minder parkeerplaatsen bij nieuwbouw Parkeernormen stellen eisen aan de te realiseren parkeercapaciteit bij nieuwbouw. De gemeente bepaalt de hoogte van deze normen. De parkeerkencijfers van het CROW dienen hierbij als richtlijn. Deze getallen zijn gebaseerd op de huidige situatie. Het CROW 6 is het kennisinstituut voor parkeren. De afgelopen jaren hebben diverse grotere steden hun parkeernormen (fors) verlaagd (o.a. Rotterdam, Utrecht en Nijmegen). Amsterdam heeft in haar Nota Parkeernormen (2017) voor A-locaties zelfs geen minimum parkeernorm meer opgenomen.

De reden voor gemeenten om hun parkeernormen te verlagen heeft te maken met ondersteuning van onder andere de volgende bovenliggende ambities: verbeteren kwaliteit openbare ruimte, stimuleren lopen, fietsen en gebruik openbaar vervoer,

Bron: Elektrisch rijden personenauto’s en logistiek: trends en impact op het elektriciteitssysteem | PBL Planbureau voor de Leefomgeving 6 Bron: https://www.crow.nl/over-crow 5

2

beter benutten van bestaande parkeerplaatsen en realisatie van betaalbare woningen. Het verlagen van parkeernormen lijkt haaks te staan op de trend van alsmaar toenemend autobezit (zie vorige paragraaf). Belangrijk aandachtspunt bij het toepassen van lagere parkeernormen bij woningen is dat dit veelal samen gaat met een sterk sturend parkeerregime. Zonder parkeerregulering kan immers niet worden voorkomen dat bewoners van een nieuwbouwcomplex -met een beperkt aantal parkeerplaatsen op eigen terrein- de auto op straat parkeren, waardoor de parkeerdruk in de omgeving toeneemt en/of problemen in de betreffende woonwijk ontstaan. 2.3 We bezitten met z’n allen meer fietsen Fietsen heeft een positief effect op de gezondheid. Het is bovendien gemakkelijk, voordelig en milieuvriendelijk (geen uitstoot van broeikasgassen en luchtverontreiniging). In de vier grote gemeenten (G4) is het aandeel fiets voor verplaatsingen binnen de stad de afgelopen jaren gestegen. Ook in sommige andere grote gemeenten doet zich een stijging voor, hoewel het beeld minder eenduidig is.7 Voor onze gemeente zijn deze cijfers niet beschikbaar.

▪

De fiets is uitgegroeid tot lifestyle symbool, als belangrijke functionele én trendy accessoire die benadrukt wie je bent. Een grotere diversiteit in fietsen, die ook in Alblasserdam zichtbaar is, vraagt om andere fietsvoorzieningen dan het standaard fietsenrek. De opkomst van de elektrische fiets. Het waren eerst vooral ouderen die een elektrische fiets in bezit hadden, maar inmiddels is de elektrische fiets ook populair bij andere doelgroepen. De grotere actieradius zorgt ervoor dat langere woon-werk afstanden fietsend kunnen worden afgelegd. Dit maakt de elektrische fiets en ook de speedpedelec aantrekkelijk voor inwoners en bewoners die verder van de winkels, werk en voorzieningen wonen.

Fietsers hebben niet alleen behoefte aan veilige en snelle fietsroutes, maar ook aan mogelijkheden om hun fiets veilig, ordelijk en gemakkelijk te parkeren. Dit vraagt, gezien de groei van de afgelopen jaren, om keuzes ten aanzien van de openbare ruimte.

Op het gebied van de fiets zien we de volgende trends: ▪ Mensen reizen steeds slimmer en bewuster. In de grote steden is er de afgelopen jaren een toename geweest van deelsystemen voor auto, scooter en fiets. Dit wordt vooral gebruikt door jongeren en jongvolwassenen. Het bezit van een auto is door de opkomst van deze concepten in grote steden niet meer noodzakelijk. De aanschaf van een auto is voor veel jongeren vanuit kostenoogpunt ook niet mogelijk. Vanuit voorliggende bereikbaarheidsvisie gaan we de komende jaren nieuwe vormen van mobiliteit omarmen. ▪ De fiets als lifestyle-symbool. Er zijn steeds meer verschillende soorten fietsen op straat zichtbaar: reguliere fietsen, herkenbare deelen leenfietsen, bakfietsen, citybikes, cityhoppers, fatbikes et cetera.

7

Bron: Fietsfeiten: nieuwe inzichten, Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid | KiM,

oktober 2020

X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M0005549 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15-05-2024

3

2.4 Mobility as a Service Er is een algemene trend zichtbaar van bezit naar gebruik. Bij mobiliteit wordt gesproken over ‘Mobility as a Service (MaaS)’. De letterlijke vertaling hiervan is ‘mobiliteit aanbieden als een dienst’. Via MaaS-platforms kan éénvoudig de beste vervoersoplossing worden gekozen voor een reis. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van regulier OV, Uber, de eigen leaseauto, deelauto’s, deelfietsen, deelscooter etc. De verwachtingen over MaaS zijn hooggespannen. Het heeft immers de potentie om ketenmobiliteit (mobiliteit van deur tot deur) verder te versterken. Het KiM heeft eind 2018 onderzoek gedaan naar de gedragseffecten van MaaS. Het KiM constateert dat vooral jongvolwassenen (18-30 jaar), die in grote steden wonen, tot de ‘early adopters’ van MaaS behoren. Hierbij gebruiken ze de aangeboden diensten vooral voor incidentele verplaatsingen. Het is volgens het KiM nog onzeker of MaaS in de dagelijkse praktijk daadwerkelijk tot gedragsverandering gaat leiden. In het geval van Alblasserdam verwachten we niet dat MaaS-oplossingen op korte termijn gelijk een volwaardig alternatief gaan vormen voor het bezit (inclusief private lease) en het gebruik van de privéauto. De wens is echter wel om komende jaren in Alblasserdam aan te haken bij de regionale MaaS initiatieven van Stroomlijn.

Uit een landelijke studie in 2015 van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) blijkt dat autodelen (en dan vooral de standplaats gebonden deelauto) drie effecten heeft: ▪ Autodelers rijden gemiddeld 15-20% minder autokilometers dan voordat ze met autodelen begonnen. Vooral mensen die een auto hebben weggedaan en gebruik maken van een klassieke deelauto zijn minder gaan rijden (gemiddelde reductie 1.600 kilometer/jaar). De deelauto wordt incidenteel gebruikt en meestal voor een bezoek aan vrienden en familie. ▪ Ritten met een deelauto werden voorheen met een ander vervoermiddel gemaakt (auto, trein) of niet gemaakt. Van alle ritten met een deelauto zou 16% niet zijn gemaakt als de deelauto niet voorhanden was. Autodelen leidt dus tot beperkt extra verkeer. Deze ritten worden doorgaans buiten de spits gemaakt: ongeveer 10% van alle deelautoritten vindt plaats tijdens de ochtendspits (tussen 8 en 9 uur) en dit ligt in de avondspits aanmerkelijk lager (3%). Hierbij geldt dat, met klassieke deelauto’s (met een eigen standplaats), doorgaans zuiniger zijn en minder uitstoten dan de gemiddelde auto in Nederland doordat ze nieuwer en kleiner zijn.

▪ Klassieke deelauto’s (met een eigen standplaats) worden voornamelijk gebruikt voor middellange en lange afstanden: bijna driekwart van de verplaatsingen gaat over afstanden van meer dan 20 kilometer, de helft gaat over meer dan 50 kilometer. Ongeveer één op de tien verplaatsingen betreft afstanden van maximaal 5 kilometer. Een deelauto is vooral in gebieden met een stringent parkeerbeleid een goed alternatief voor bijvoorbeeld de tweede auto. Hier maakt autodelen onderdeel uit van een breed pakket van alternatieve, duurzame mobiliteitsdiensten voor de (tweede/derde) auto. Dit is in Alblasserdam niet

2.5 Het delen van een auto Autodelen is al jaren in opmars. Ook in 2022 bleef het gebruik en aanbod stijgen. In de helft van alle Nederlandse gemeenten staat ten minste één deelauto die zonder tussenkomst van een persoon beschikbaar is. Je opent een dergelijke deelauto met een app of een pas.

X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M0005549 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15-05-2024

4

het geval8. Mede hierdoor is er vooralsnog geen grote vraag naar deelauto’s geweest. 2.6 Blijvende gedragsverandering? De corona-uitbraak in 2020 zorgde voor een compleet ander beeld op straat: de wegen waren door het thuiswerken en het sluiten van scholen, bedrijven en horeca zo goed als leeg. Dit is met het loslaten van alle maatregelen weer snel veranderd. Op dit moment is onduidelijk of Covid-19 tot een blijvende gedragsverandering heeft geleid. Zo is niet duidelijk of werkgevers en werknemers thuiswerken blijven omarmen of dat werknemers uiteindelijk toch weer (massaal) op kantoor gaan werken. Wat vaststaat is dat de coronapandemie ertoe heeft geleid dat er de afgelopen jaren minder met het openbaar vervoer is gereisd en de exploitatie van het openbaar vervoer zwaar onder druk is komen te staan.

Het openbaar vervoer staat tegelijkertijd onder druk. In 2022 werd er ruim 27% minder vaak ingecheckt in het openbaar vervoer dan in 2019. Het aantal OV-gebruikers is in 2023 weliswaar toegenomen, maar ligt nog altijd onder het niveau van 201911. Het openbaar vervoer staat hierdoor, samen met gestegen brandstofprijzen en personeelskosten, onder druk. Dit betekent dat we komende jaren een grote mate van onzekerheid over de ontwikkeling van het autobezit houden. Het monitoren van ontwikkelingen is daarmee essentieel om een beeld te houden op de ‘situatie op straat’ en om de noodzaak voor het nemen van maatregelen goed te kunnen onderbouwen. Deze bereikbaarheidsvisie bevat het afwegingskader hiervoor. Wanneer neemt de gemeente Alblasserdam verkeersmaatregelen? En welke strategie wordt hierbij gevolgd?

Duidelijk is wel dat we weer massaal in de file staan. In het najaar van 2022 was het alweer drukker dan ooit op de Nederlandse wegen. De ANWB constateerde dat, in vergelijking met het pre-coronajaar 2019, de drukte zowel in de ochtend- als avondspits met een paar procent was toegenomen.9 De ANWB concludeerde in oktober 2023 dat de filedruk (lengte x duur file) op de Nederlandse wegen sinds het einde van de coronaperiode met 19 procent is gestegen10. Zowel op de snelwegen als op het onderliggend wegennet is de doorstroming van het verkeer flink afgenomen. De ANWB concludeert dat de effecten van het thuiswerkadvies en buiten de spitsuren te reizen na het beëindigen van de coronamaatregelen nog maar zeer beperkt merkbaar is op de weg. Op vrijwel alle werkdagen is het aantal files dit jaar toegenomen (ochtendspits +12% en avondspits +20%).

8

In het centrum van het dorp is een blauwe zone ingevoerd om kortpartkeren te faciliteren, Op een deel van West Kinderdijk en een deel van de Molenkade is parkeren voor vergunninghouders ingevoerd om te voorkomen dat bezoekers van het Werelderfgoed Kinderdijk en andere niet-inwoners hier parkeren. Er is een ruime bezoekersregeling en geen beperking in het aantal parkeervergunningen dat aan bewoners wordt verstrekt.

X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M0005549 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15-05-2024

9

Bron: Drukke spits belooft weinig goeds voor komende herfst | ANWB Bron: 19 procent filegroei na coronaperiode (anwb.nl) 11 Bron: In 2022 27 procent minder ingecheckt in openbaar vervoer dan voor corona (cbs.nl) 10

5

3 Onze opgaves richting 2040 Voorliggende bereikbaarheidsvisie sluit uiteraard aan op regionale en lokale afspraken, onze omgevingsvisie en onze woningbouwopgave. Deze staan in dit hoofdstuk beschreven. Het hoofdstuk sluit af met de bereikbaarheidsopgave richting 2040. 3.1 We sluiten aan op regionale opgaves In de regio Drechtsteden zijn verschillende ambities geformuleerd met betrekking tot bereikbaarheid, leefbaarheid, en mobiliteit. De regio streeft met haar Groeiagenda 2030 naar ‘goed leven in de Drechtsteden’. Daarbij wordt ingezet op drie speerpunten, namelijk goed wonen, goed werken en een goede bereikbaarheid, waarbij voor al deze punten duurzaamheid maximaal wordt nagestreefd. De Gebiedsagenda Bereikbaarheid Drechtsteden is een verdere verdieping van dit laatste speerpunt, ‘een goede bereikbaarheid’. De hoofdopgaven uit de Gebiedsagenda betreffen het oplossen van het knelpunt A15, het optimaliseren van gebruik van alternatieve en duurzame wijzen van vervoer, locatiekeuze van extra woningbouw en bedrijvigheid maximaal in de directe nabijheid van knooppunten, aanpak van knelpunten van vrachtverkeer op leefbaarheid en veiligheid. Er worden mitigerende maatregelen genomen om de bereikbaarheid en verkeersdoorstroming op peil te houden (zie ontwikkeling Poort aan de Noord, paragraaf 3.6).

Het Regionaal mobiliteitsprogramma Smart Delta Drechtsteden is een aanvulling op de huidige gebiedsagenda bereikbaarheid Drechtsteden. Het streefbeeld is zorgeloze mobiliteit, voor alles en iedereen in 2050. Maatregelen als onderdeel van de verschillende mobiliteitsopgaven uit de gebiedsagenda komen hierin terug. Het Meerjarig Maatregelen Pakket (MMP) Bereikbaarheidsaanpak Drechtsteden en Alblasserwaard 2024-2026 bevat de uitwerking van 19 projecten op hoofdlijnen die bijdragen aan de ambitie om de toename van files en sluipverkeer te beperken door inzet op structurele X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M0005549 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15-05-2024

gedragsverandering. Er wordt ingezet op een gebiedspakket met (regionaal) verkeersmanagement, mobiliteitsmanagement en het verbeteren van de kwaliteit van fiets en de ov-keten. In de Regionale energiestrategie 1.0 staat tenslotte het volgende: ‘Veel mobiliteit is niet regio gebonden. Daarom zal veel afhangen van eisen die het Rijk en de Europese Unie stellen aan brandstofgebruik en emissies van voertuigen. Desalniettemin zijn er ook veel manieren waarop we als regio wel kunnen bijdragen aan de verduurzaming van de sector. Zo werken we aan een uitgebreide laadinfrastructuur, aan de vernieuwing van OV-bussen, het stimuleren van fietsgebruik via een fietsstimuleringsprogramma én het plaatsen van meer fietsstallingen. 3.2 We nemen lokale afspraken en ambities mee Het coalitieakkoord, de programmabegroting, en het GVVP omschrijven de ambities, prioriteiten, en maatregelen rondom, onder andere, de bereikbaarheid van en binnen Alblasserdam. Als er niets verandert, slibben de wegen in Alblasserdam de komende jaren dicht. Het coalitieakkoord Samen zijn we Alblasserdam 2022-2026 omschrijft hoe er de komende jaren wordt ingezet op verbetering van de bereikbaarheid door het stimuleren van alternatieven voor de auto, het vergroten van de fietsveiligheid, en het verbeteren van de bereikbaarheid.

Daarnaast wordt ook ingegaan op stappen om het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie: voorkomen van hittestress en opvangen van water, vergroening en verduurzaming van vastgoed. Het behoud van groen staat hoog geprioriteerd in de gemeente. Waarom duurzame mobiliteit? In het regeerakkoord heeft het kabinet een ambitieus klimaatdoel gesteld: 55% minder broeikasgasemissies in 2030 ten opzichte van 1990. In het beleid wordt de lat zelfs hoger gelegd, 60% reductie, zodat het doel zeker gehaald wordt. Daarnaast versterkt de overheid de regie. Er wordt ingezet op schoner, slimmer en anders verplaatsen. Eén van de acties uit het klimaatakkoord is, dat in 2030 alle nieuwe personenauto’s zero-emissie zijn. Het klimaatakkoord gaat verder dan alleen mobiliteit: het adaptief inrichten van de ruimte om de gevolgen 6

van klimaatverandering (droogte, hitte, wateroverlast) op te vangen, respectievelijk te verminderen. Eén van de speerpunten hierbij is het terugdringen van verhard oppervlak. Schone lucht is van levensbelang. Luchtverontreiniging behoort tot één van de belangrijkste risicofactoren voor de gezondheid, in dezelfde orde van grootte als overgewicht. Het doel van Schone Lucht Akkoord is om gezamenlijk de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren. Met de aanpak van de binnenlandse bronnen wordt gestreefd naar een gezondheidswinst van minimaal 50 procent in 2030 ten opzichte van 2016. Het wegverkeer -en vooral (oudere) dieselvoertuigen- draagt fors bij aan de uitstoot van schadelijke stoffen. Daarom wordt door de rijksoverheid ingezet op een verdere aanscherping van de Europese emissie-eisen voor voertuigen. Maatregelen uit het Klimaatakkoord, de stikstofaanpak en lokaal beleid stimuleren ook de vermindering van de emissies door het wegverkeer. Het coalitieakkoord is door het college vertaald in tien ambities. Deze ambities zijn in de Programmabegroting 2023 door de gemeente Alblasserdam vertaald in drie opgaves, waarmee integraal en samen met maatschappelijke partners invulling wordt gegeven aan deze ambities. Deze opgaves zijn: 1. Een duurzaam bereikbaar dorp; 2. Met oog voor elkaar; 3. Thuis in ons dorp.

Het GVVP Alblasserdam bevat de visie op het gebied van Verkeer en Vervoer (V&V). In dit GVVP wordt, rekening houdend met aspecten die voor de gemeente van groot belang zijn (veiligheid, duurzaamheid, leefbaarheid en bereikbaarheid), ingezoomd op o.a. de prioriteiten uit de structuurvisie Alblasserdam 2040. Dit betreft onder ander daar waar mogelijk terugdringen van verkeersdruk en het stimuleren van andere vervoersvormen (vervoer over water) en fietsverkeer (nieuw fietspad).

X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M0005549 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15-05-2024

3.3 Onze ruimtelijk ambities Alblasserdam is een dorp met twee gezichten (een januskop) die wezenlijk van karakter verschillen. Er is het historische dijkdorp met een zekere robuustheid en stedelijkheid, met voorzieningen en bedrijvigheid. Aan de andere zijde van de medaille is er het polderdorp: kleinschalig en groen. De dijk fungeert hierin als zichtbare spil. Ook de verbinding met de rivier en het polderlandschap bepaalt in belangrijke mate de sfeer van Alblasserdam. In de Omgevingsvisie Alblasserdam – Koers op hoofdlijnen (7 februari 2024) is Alblasserdam met de volgende kernwoorden beschreven: Ontmoeting, groen dorp, kleinschalig, gelovig, historisch erfgoed, maritiem karakter, bedrijvig. De komende jaren ligt de focus op het behoud van het dorpse karakter. Dat wil zeggen dat er veel focus is op menselijke ontmoeting en sociale infrastructuur. Er wordt ook ingezet verduurzamen van de gemeente op het gebied van energie, klimaatadaptatie, en circulaire economie. Alblasserdam heeft voor de lange termijn de volgende ambitie: "Alblasserdam is een dorp met een menselijke maat waar aangenaam wonen en ruimte voor ontmoeting vanzelfsprekend zijn. Alblasserdam koestert haar groene en dorpse karakter waar de lijnen kort zijn, de sociale infrastructuur hecht en de voorzieningen op het huidige niveau blijven.

De economische kracht zit in de marktplaatsfunctie die Alblasserdam vanouds door haar ligging heeft en in de samenwerking met haar omgeving. De houding van de gemeente is er een van netwerken, faciliteren, kansen zien, flexibiliteit en ruimte geven. Vanuit deze basis richt Alblasserdam zich op een veilige en duurzame toekomst.” Deze ambitie is echter niet concreet genoeg als ‘stip op de horizon’. Daarnaast is de beschikbare vrije ruimte in Alblasserdam beperkt. Dat betekent dat de gemeente keuzes moest maken in de prioritering van de kernopgaven. De gemeenteraad heeft vervolgens in 2021 met behulp van de inwoners gekozen voor het accent “Fit en groen dorp in de polder”. De keuze voor een groen accent betekent niet automatisch dat er geen nieuwe woningen of werkgelegenheid wordt gecreëerd (zie paragraaf 3.4). Natuurlijk zijn bedrijven welkom in Alblasserdam, maar wij verlangen van 7

deze bedrijven dat zij hetzelfde over het milieu denken als wij. Woningbouw gebeurt duurzaam en met een belangrijke rol voor de natuur. Waar mogelijk veranderen we bedrijventerreinen in gebieden met bedrijven én huizen. We zijn zeer terughoudend met de aanleg van nieuwe wegen omdat nieuwe wegen extra verkeer aantrekken. We stimuleren de fiets, het openbaar vervoer, laadpalen en deelauto's en deelscooters.

realiseren voor de doorstroming, huisvesting van kwetsbare groepen en de regionale groeiagenda.

3.4 Onze woningbouwopgave De woonzorgvisie (versie 09-02-2024) beschrijft hoe Alblasserdam tegen het wonen, wonen met zorg, leefbaarheid en duurzaamheid in het dorp aankijkt en welke zaken de gemeente daarbij belangrijk vindt. Om de autonome groei van het dorp te kunnen faciliteren en de bestaande frictie tussen vraag en aanbod het hoofd te bieden, moeten woningen worden toevoegen aan de woningvoorraad. Alblasserdam houdt hierbij vast aan minimaal 30% sociale huurwoningen binnen de totale woningvoorraad. Dit betekent dat binnen het totale bouwprogramma ruimte gevonden moet worden om ook 30% aan sociale huurwoningen te realiseren. Alblasserdam zet in op het realiseren van het huidige bouwprogramma (20 projecten, totaal 657 woningen). Hiermee wordt de autonome groei bedient en wordt bijgedragen aan de regionale opgave Drechtsteden (Groeiagenda). De ruimte voor de realisatie van extra woningen heeft een directe relatie met de Omgevingsvisie en de bereikbaarheidsvisie. Immers, elke nieuwe ontwikkeling zorgt voor extra auto’s op de weg en daarmee verdere verslechtering van de bereikbaarheid van Alblasserdam (zie ook paragraaf 3.6). In de woonzorgvisie staan een aantal mogelijkheden om het realiseren van meer woningen mogelijk te maken. Dit betreft onder andere aanpassing van de maximaal toegestane bouwhoogte, de parkeernorm aanpassen en meer bouwen in minder kwalitatief groen.

Aandachtspunt hierbij is het blijven zorgen voor een goede bereikbaarheid en het in stand houden en zo nodig verbeteren van het openbaar vervoer. Alblasserdam verwacht door het draaien van deze knoppen meer woonruimte te kunnen

X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M0005549 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15-05-2024

Figuur 1 Woningbouw prognose

De komende jaren kan het dorp nog vooruit met de huidige beschikbare ruimte voor woningbouw (inbreiding). Voor de middellange termijn (5-10 jaar) moet er evenwel worden gezocht naar nieuwe perspectieven. Binnen de accentkeuze Fit & Groen past het bebouwen van groenzones slecht. Herstructurering van bestaande (woon)gebieden en het (iets) hoger terugbouwen kan extra woningen opleveren. Mogelijkheden om te parkeren en bereikbaarheid blijven hierbij het grootste struikelblok. Voor de toekomstige groei wordt daarom vooral gezocht naar mogelijke nieuwe woningbouwlocaties ten zuiden van de Alblas De gemeente ziet mogelijkheden voor woningbouw in twee gebieden ten zuiden van de Alblas, te weten Vinkenwaard-Noord en Souburgh. Beide gebieden zijn momenteel in gebruik als respectievelijk bedrijventerrein en sportterrein. Om één van deze locaties te kunnen benutten voor woningbouw zijn strategische keuzes nodig. Hierbij speelt de vraag wat strategisch verstandig is en wat de impact is van een bepaalde

8

ontwikkelingsrichting, bijvoorbeeld op de kwaliteit leefomgeving of op bereikbaarheid (zie ook paragraaf 5.2.1).

3.5 Onze bereikbaarheidsopgave In deze paragraaf wordt ingegaan op de huidige bereikbaarheid van Alblasserdam met auto, openbaar vervoer en fiets. 3.5.1 Autobereikbaarheid In onderstaand kaartje is een schematische weergave gegeven van de autobereikbaarheid van Alblasserdam.

Figuur 2

Potentiële woningbouwlocaties Vinkenwaard Noord en Souburgh

Wonen op ov-assen Aanvullend op de Gebiedsagenda bevat het uitvoeringsprogramma (regionaal mobiliteitsprogramma smart delta Drechtsteden) maatregelen die op regionaal niveau ook impact hebben op Alblasserdam. Een van deze maatregelen (uit programmalijn 1: Ruimtelijk beleid) is de functiemenging van wonen, werken en voorzieningen / OV knooppunten. De Groeiagenda 2030 voorziet in de realisatie van nieuwe woon en werklocaties op OV-assen. Een stationsomgeving wordt als gebiedskwaliteit nadrukkelijk benut. Voor Alblasserdam is dit echter vanwege van een spoorverbinding niet van toepassing.

X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M0005549 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15-05-2024

Figuur 3

Bereikbaarheid van Alblasserdam

De, door onze gemeente gelegen, Rijksweg A15 zorgt voor een goede bereikbaarheid van Alblasserdam met de auto. Reizigers kunnen ook gebruik maken van omliggende N-wegen, zoals de N3 naar Dordrecht, de N214 naar het oosten, en de N915 over de Noord. Steden als Rotterdam en Dordrecht zijn buiten de spits binnen 30 minuten te bereiken. Verder 9

gelegen plaatsen zoals Den Haag, Nieuwegein, en Breda zijn buiten de spits binnen 45 minuten te bereiken. Op de A15 staan dagelijks in beide richtingen files. De verwachting is dat de fileproblemen in de toekomst nog verder toenemen. In de MIRTVerkenning A15 Papendrecht-Gorinchem is gezocht naar oplossingen om de doorstroming en de verkeersveiligheid tussen de aansluitingen Papendrecht en Arkel te verbeteren tot en met de aansluiting Arkel, ten oosten van knooppunt Gorinchem. De MIRT-studie is in september 2023 on-hold gezet. Dit betekent dat de MIRT-Verkenning A15 PaGo op dit moment niet kan worden afgerond tot en met een Voorkeursbeslissing. Bereikbaarheid agenda Het gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan wenst een nieuwe verbindingsweg met Nieuw-Lekkerland op de regionale bestuurlijke agenda te zetten. Verder staat een aanpassing aan de kruising Dam/Haven hoog geprioriteerd. Onze hoofdwegenstructuur bevat twee inprikkers vanaf de Rijksweg A15: via De Helling en de Dam naar het centrum, en via de Edisonweg en de Oude Torenbrug naar de woongebieden aan de oostkant van het dorp. Op een doordeweekse avond is het op deze inprikkers (het dorp in) doorgaans druk met motorvoertuigen. De doorstroming op kruisingen Oude Torenweg / Vinkenpolderweg, en de Haven / de Dam tot aan De Helling laten ernstig te wensen over.

Op deze 2 toegangswegen ontstaat veel verkeersdrukte en is er ook sprake van sluipverkeer. Sluipverkeer komt vooral voor op de Vinkenpolderweg van en naar Oud Alblas. Sluipverkeer Vinkenpolderweg In samenspraak met buurgemeenten en belanghebbenden is het sluipverkeer en de handhaving besproken. Conclusie van de discussie in de gemeenteraad (bio 4 juli 2019) is dat er vanuit de samenspraak geen eenduidig antwoord wordt verkregen op de aanpak van de verkeersdruk en ontsluitingsproblematiek in en rond Alblasserdam.

X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M0005549 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15-05-2024

Op de toegangswegen vinden verhoudingsgewijs ook de meeste verkeersongevallen plaats (zie overzichtskaart in bijlage 1). Daarnaast valt de kruising Edisonweg / N915 op wegens het hoge aantal ongevallen waarbij kwetsbare verkeersdeelnemers zijn betrokken (4 ongevallen in de afgelopen 2 jaar). Het Dijklint, lopend vanaf de Haven/Cortgene, is de belangrijkste verbinding naar Kinderdijk. Ook wordt deze weg, naast de N481/N480, gebruikt door bewoners van Nieuw-Lekkerland. De hoeveelheid verkeer doet af aan de leefbaarheid van de straat. Het toeristische verkeer van en naar Kinderdijk draagt niet bij aan de verkeersdrukte in de spitsuren op de eerder benoemde toegangswegen tot de gemeente. De ontsluiting van Nieuwland Parc is met name in de spitsuren slecht. De beide uitgangen (Van Wenaweg en Staalindustrieweg) kunnen de hoeveelheid verkeer in het korte tijdsbestek niet verwerken. Er zijn daarom maatregelen voorzien voor de ontsluiting van Nieuwland Parc. Deze moeten de bereikbaarheid de komende jaren verbeteren. Voor de lange termijn (richting 2040) waarschijnlijk aanvullende maatregelen nodig. Het Dijklint In de presentatie werkbijeenkomst Dijklint is de toekomstige verkeersontwikkeling voor het Dijklint te Alblasserdam nader bestudeerd, op basis van de geplande ruimtelijke ontwikkelingen.

Tussen nu en 2040 zal de intensiteit qua verkeer toenemen en wordt verwacht dat op verschillende kruispunten vertragingen ontstaan, zowel in de avond- als de ochtendspits. Een aantal maatregelen wordt benoemd: het verminderen van autogebruik door het stimuleren van fiets en deelmobiliteit; verhogen van de capaciteit van de kruising (verkeerslichten, voorsorteerstroken, wegnemen kruisende stromen); spreiding van verkeer; vermindering van ontwikkeling.

10

Figuur 5

Figuur 4

Typisch verkeer dinsdag avond 17:00

Hoofdwegen Alblasserdam

X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M0005549 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15-05-2024

11

3.5.2 Openbaar vervoer Het openbaar vervoer in onze gemeente bestaat uit drie buslijnen en een bijzonder veersysteem ‘de Waterbus’. Op een doordeweekse ochtend ben je vanuit Alblasserdam binnen 30 minuten in het centrum van Rotterdam of Dordrecht. Reizigers maken dan gebruik van de buslijnen 489 naar Rotterdam, 416 naar Dordrecht, en 491 van Rotterdam naar Sliedrecht via Alblasserdam, of de waterbus. De bussen gaan tijdens de spits en overdags vier keer per uur per richting. ’s Avonds neemt de frequentie af naar twee keer per uur. De Waterbus functioneert als openbaar vervoer over water en is ook geschikt voor fietsers. De Waterbusverbinding met Rotterdam en Dordrecht heeft een duidelijke toegevoegde waarde voor Alblasserdam. Voor ‘deur-tot-deur reistijden’ is dit, afhankelijk van het reismoment, een concurrerend alternatief voor de auto. Lijn 20 gaat op werkdagen iedere 30 minuten in de richting van Rotterdam en Dordrecht. In de winterdienstregeling zijn de vaartijden beperkt tot ongeveer 21:00 uur. In het weekend ligt de frequentie lager, met één keer per uur tussen ongeveer 8:00 - 21:00 uur op zaterdag en circa 11:00 - 20:00 uur op zondag.

Alblasserdam als ov-knooppunt Een knooppunt voor regionale buslijnen in Alblasserdam als verbinding tussen spoor en gebieden zonder station (omgeving Alblasserdam). De Gebiedsagenda bereikbaarheid Drechtsteden omschrijft Alblasserdam als centraal punt met goede snelle verbindingen naar de stations, zoals station Dordrecht, Rotterdam en station Baanhoek. Hier ligt het opwaarderen van de halte Rijksweg N915, Alblasserdam het meest voor de hand. Een ander plan is een nieuwe lightrail verbinding tussen Rotterdam – Alblasserdam – Dordrecht te realiseren. Een dergelijke verbinding maakt het OV-vervoer binnen de Drechtsteden, maar ook richting regio Rotterdam, aantrekkelijker.

In onderstaande figuren is weergegeven welke gebieden tijdens de ochtend- en avondspits binnen 15-30-45 minuten te zijn bereiken. Hieruit blijkt: ▪ dat je met de auto weliswaar verder komt, maar dat het dekkingsgebied niet veel groter dan het OV-gebied is, ▪

dat tijdens de spits met name regionale bestemmingen te zijn bereiken (omgeving Rotterdam, Gorinchem en Breda, maar niet omgeving Uitrecht, Den-Haag of Tilburg).

X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M0005549 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15-05-2024

12

Figuur 6

Bereikbaarheid centrum Alblasserdam (links, ochtendspits) en het bedrijventerrein (rechts, avondspits) per auto (boven) en OV (onder) voor een dinsdagochtend.

X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M0005549 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15-05-2024

14

3.5.3 Actieve mobiliteit: lopen en fietsen Actieve mobiliteit is zuinig in energie en ruimte. Goede voet- en fietsverbindingen zijn belangrijk in combinatie met het OV. Binnen de gemeente is verplaatsen te voet of per fiets een goede optie vanwege de aanwezige infrastructuur; voetpaden en vrijliggende fietspaden. Wel zijn er nog ontbrekende schakels in het fiets en voetganger netwerk, welke ingevuld moeten worden voor een direct, veilig, en comfortabel netwerk. De volgende locaties zijn meegegeven in het GVVP als fietsschakels met hoge prioriteit: fietspad Dijklint, fietspad Ganzerik – Zwanebloem – brug Kortlandse molen en de oversteek Edisonweg – Molenpad. Deze oversteek is een ongelijkvloerse kruising van fietsverkeer, veelal scholieren, met de drukke Grote Beer en Edisonweg. Een fietslus onder de Edisonweg is een mogelijk alternatief voor de oversteek. Locaties met lagere prioriteit zijn: verbinding Lammetjeswiel, en verbinding Molensingel – Blokweerse molen.

Regionaal fietsnetwerk Het aanwijzen van een regionaal fietsnetwerk van hoofdfietsroutes is één van de ideeën in de Gebiedsagenda bereikbaarheid Drechtsteden. Deze kunnen vervolgens aansluiten of worden verbonden met belangrijke OV-hubs en mini-hubs binnen de regio Drechtstreden. Op deze manier zorgen de first- en last mile verbindingen voor een betere verbinding tussen station/haltes met woon- werklocaties, met voldoende fietsvoorzieningen.

Voor voetgangers is er aandacht voor de voetgangersverbinding tussen het Lammetjeswiel en het park Huis te Kinderdijk, een trottoir lands de Edisonweg (Wensveenrotonde - Voltastraat), en een trottoir langs het fietspad Dam-Ruigenhil (ter hoogte van de brandweerkazerne). De gemeente is door middel van het fietsknooppunten netwerk ook goed verbonden met omliggende gebieden. Regionale fietsverbindingen worden belangrijker met de opkomst van de elektrische fiets. Reizigers kunnen hiermee makkelijker langere afstanden afleggen. Naast gelegen plaatsen zoals Nieuw-Lekkerland, Papendrecht, HendrikIdo-Ambacht, en Ridderkerk binnen 30 minuten te bereiken met de fiets. Wel is te zien dat rivieren de Noord en de Lek de bereikbaarheid per fiets beperken. Figuur 7

X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M0005549 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15-05-2024

Fietsknooppunten routes

15

Figuur 8 Bereikbaarheid centrum Alblasserdam (links) en het bedrijventerrein (rechts) per fiets voor een dinsdagochtend

Het verbeteren van de verkeersveiligheid, met name voor de kwetsbare verkeersdeelnemer, is een nationaal, regionaal, en lokaal aandachtspunt. Bij het stimuleren van fietsgebruik hoort het verbeteren van de veiligheid. Een (subjectief) veiligere fietsroute maakt fietsen aantrekkelijker. Het aanbrengen van voorzieningen, het ontmoedigen van doorgaand autoverkeer op drukke fiets en voetganger routes, en het aanpassen van kruispunten zijn hier middelen toe.

Het Strategisch plan verkeersveiligheid De afgelopen jaren is het aantal ernstige verkeersgewonden gestegen en het aantal dodelijke slachtoffers lijkt niet verder te dalen. Gemiddeld komen elke dag twee mensen niet meer thuis. Jaarlijks raken ruim 20.000 mensen gewond. De klassieke manier van benadering van verkeersveiligheid werpt minder vruchten af. Het Strategisch plan verkeersveiligheid 2030 (SPV 2030, d.d. 2018) benadert verkeersveiligheid vanuit een nieuw perspectief. Het SPV 2030 richt zich enerzijds op een proactieve aanpak op basis van risico’s (het voorkomen van ongevallen) en anderzijds op een reactieve aanpak op basis van ongevallen. Hiervoor moet data worden verzameld over bestaande risico’s of die zich in de nabije toekomst voor kunnen doen. Maatregelen gericht op verkeersveiligheid (zie bijlage 1 voor knelpunten verkeersveiligheid) kunnen logischerwijs effect hebben op de bereikbaarheid / de doorstroming binnen de gemeente.

Binnen dit thema heeft de gemeente al attentie verhogende maatregelen getroffen bij voetgangersoversteekplaatsen rondom scholen, winkelcentra, en verzorgingscentra. De mogelijke aanleg van een ongelijkvloerse fietslus Edisonweg – Molenpad zal naast een betere doorstroom van fiets en autoverkeer, ook zorgen voor een verkeersveiligere situatie voor fietsers.

X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M0005549 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15-05-2024

16

3.6 Het beeld richting 2040 Alblasserdam is een forensendorp waar de personenauto een belangrijke vorm van transport is en de komende jaren ook blijft. Alblasserdam krijgt net als de rest van Nederland, de komende jaren zeer waarschijnlijk te maken met een verdere groei van het aantal personenauto’s (zie ook paragraaf 2.1). Dit is een gevolg van de bevolkingsgroei, ouderen die langer zelfstandig blijven wonen en zich verplaatsen, en jongeren die later op zichzelf gaan wonen. Het openbaar vervoer is tegelijkertijd niet voor iedereen een volwaardig alternatief, en in het dorp kan bijna overal gratis en zonder beperkingen worden geparkeerd. De auto neemt hierdoor steeds meer schaarse openbare ruimte in beslag. 3.6.1 Toenemende druk op het bestaand netwerk Onderzoek van Goudappel Coffeng (verkeersonderzoek woningbouw zuidelijk havengebied, 9 mei 2023 en Verkeersonderzoek uitbreiding Oceanco Alblasserdam, Goudappel Coffeng, 26 mei 2023) heeft aangetoond dat Alblasserdam mede hierdoor de komende jaren te maken zal krijgen met een toename van het autoverkeer op de toegangswegen (zie Figuur 9). Het regionaal verkeersmodel laat hetzelfde beeld zien. Dit betekent dat, ook als er geen nieuwe ruimtelijke projecten worden gerealiseerd, beide toegangswegen tijdens de spits te maken krijgen met verder oplopende vertragingen.

Buiten de ochtend- en avondspits zijn er doordeweeks nauwelijks doorstromingsproblemen. Tegelijkertijd zorgt elke nieuwe ontwikkeling voor extra auto's op de weg en daarmee verdere verslechtering van de bereikbaarheid van het dorp. Niets doen op het gebied van mobiliteit betekent dus dat het bereikbaarheid richting 2040 verder afneemt. Dit betekent niet alleen een langere reistijd het dorp in en uit, maar ook overlast voor omwonenden van de toegangswegen (luchtkwaliteit en geluid), en verslechtering van de verkeersveiligheid voor overstekende fietsers. En omdat de bus ook in de file staat komt de dienstregeling onder druk te staan. De toenemende druk is het sterkst zichtbaar op de oostelijke ontsluiting via de Edisonweg tussen Grote Beer en Vinkenpolderweg. Ook ten noorden van het kruispunt de Dam – Marineweg is de toename van 2.500 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etm) sterker merkbaar. De toenemende verkeersintensiteiten op De Helling - Haven en de Edisonweg zorgen ervoor dat de kruispunten op deze toegangswegen meer moeite krijgen X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M0005549 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15-05-2024

met het verwerken van al het verkeer. Bovendien blijft de verkeersintensiteit op de Dam met ruim 22.000 mvt/etm hoog op deze belangrijke ontsluitingsroute.

Figuur 9 Prognose 2030 t.o.v. basisjaar 2019 (mvt/etm) (Bron: verkeersonderzoek Goudappel Coffeng, Woningbouw zuidelijk havengebied)

Een van de aandachtlocaties is het voorrangskruispunt Haven – Dam. Door de autonome groei van het verkeer ontstaan er afwikkelingsproblemen in de avondspits richting 2030. Met name verkeer komend vanaf de Plantageweg zal dan langere wachttijden ervaren. Ook de oversteekbaarheid voor fietsers vormt in de toekomst een groter aandachtspunt door de toename van verkeer op de Dam. Dit omvat zowel de doorstroming als de veiligheid. Belangrijkste aandachtspunt hierbij is dat de ruimte voor uitbreiding van de capaciteit beperkt is. 3.6.2 Potentiële verlichting door verplaatsing transferium De gemeenteraad heeft op 21 december 2021 ingestemd met het ontwikkelen van een Transferium onder de oprit naar de brug over de rivier De Noord. In het nieuw op te stellen gebiedsperspectief Poort aan de Noord komen duurzame mobiliteit en bereikbaarheid samen. In dit gebied, 17

onder de brug, wordt niet alleen gewerkt aan een transferium, maar ook aan een mobility hub (inclusief vervoer over water en een waterstof tankstation), een (regionaal) busstation op kruispunt Grote Beer – De Helling, truckparking, parkeervoorziening voor werknemers bedrijventerrein en Oceanco en een evenemententerrein. De verplaatsing van het transferium van het zuidelijk havengebied (Marineweg) naar de beoogde locatie kan zorgen voor minder verkeer op De Helling en Marineweg. Ook kan het een deel van het (toeristisch) autoverkeer op de dijk voorkomen. Aandachtspunt bij de verdere uitwerking zijn de effecten op de N915 en dan vooral het kruispunt Grote Beer – De Helling. Aangetoond moet worden dat de plannen voor het zuidelijk havengebied negatieve effecten op de doorstroming van de wegen in de omgeving hebben. Hubs en transferia Het realiseren van hubs/transferia aan de rand van de kern wordt in de Gebiedsagenda Bereikbaarheid Drechtsteden gezien als een manier om de verkeersdruk in centra te managen waarbij de bereikbaarheid behouden blijft (bijvoorbeeld in Alblasserdam Poort aan de Noord). Zo worden overstapmogelijkheden, voornamelijk autoOV, fiets-OV en auto-fiets, verbeterd en wordt autoverkeer afgevangen. In Alblasserdam kan een dergelijke hub ook specifiek bijdragen aan de bereikbaarheid van toeristische hotspots.

Concreet betekent dit inzet op realisatie van hub/transferium (auto-OV) nabij de Poort aan de Noord voor de bereikbaarheid van Kinderdijk.

X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M0005549 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15-05-2024

18

4 Langetermijn bereikbaarheidsvisie Leefbaarheid in het dorp We zetten binnen het dorp in op de fietser en voetganger, waarbij we ervoor zorgen dat voorzieningen goed met de auto bereikbaar blijven. We behandelen in ons dorp alle modaliteiten gelijk. Bij ruimtelijke ontwikkelingen maken we wel meer ruimte voor fietsers, voetgangers, openbaar groen en verblijfsruimte, waardoor de auto een minder dominante positie krijgt (minder ruimtebeslag op straat). Hiermee dragen we bij aan: bereikbaarheid, leefbaarheid en duurzaamheid. Bereikbaarheid van het dorp We zetten in op goede bereikbaarheid van ons dorp voor iedereen. Onze inwoners en werknemers van bedrijven in Alblasserdam moeten naar eigen inzicht kunnen verplaatsen. Hierbij zetten we komende jaren in op betere en veiligere fietsverbindingen en hoogwaardig openbaar vervoer, maar tegelijkertijd houden we Alblasserdam goed bereikbaar voor de auto. Verbonden met de regio Het openbaar vervoer en de fiets zijn in 2040 een realistisch alternatief voor de auto voor reizen van en naar de belangrijkste bestemmingen in de omliggende gemeenten (zoals Rotterdam, Dordrecht en Papendrecht). Hierbij zetten we in op ov-verbindingen met een hoge frequentie gedurende de hele dag. Duurzaam verplaatsen In 2040 is voor iedereen (o.a.

inwoners, bezoekers, werknemers etc.) een duurzame vervoerswijze beschikbaar, waardoor men zich betrouwbaar en comfortabel binnen en buiten Alblasserdam kan verplaatsen. Dit met als doel het aandeel duurzame verplaatsingen (STOMP = stappen, trappen, openbaar vervoer, meerijden en personenauto) te verhogen. Hiermee dragen we bij aan het verbeteren van de bereikbaarheid, duurzaamheid en inclusiviteit van Alblasserdam.

X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M0005549 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15-05-2024

19

5 Oplossingsrichtingen De doorkijk richting 2040 zoals beschreven in paragraaf 3.6 impliceert dat we ofwel: ▪ moeten accepteren dat automobilisten bij het in- en uit rijden van het dorp richting/vanaf de A15 te maken krijgt met enkele minuten vertraging; ▪ of één of meerdere ingrijpende maatregelen moeten nemen. Wanneer de geschetste vertraging niet geaccepteerd wordt moeten er dus maatregelen genomen worden. In dit hoofdstuk staan meerdere oplossingsrichtingen beschreven om Alblasserdam in de toekomst bereikbaar te houden. 5.1 Toelichting kenmerken-label De verschillende oplossingsrichtingen zijn voorzien van een kenmerkenlabel. Hierin zijn de volgende punten opgenomen: ▪

Bereikbaarheidsverbetering: de mate waarin de maatregel aan bereikbaarheid bijdraagt, van ‘zeer beperkt’ tot ‘zeer sterk’.

▪

Afhankelijkheid van derden: de mate waarin de gemeente Alblasserdam zelfstandig de maatregel kan uitvoeren, van ‘alleen onmogelijk’ tot ‘(nagenoeg) alleen mogelijk’.

▪

Maatschappelijk draagvlak: de mate waarin mensen, organisaties en overheden in de (nabije) omgeving deze maatregel kunnen accepteren, van ‘zeer moeizaam’ tot ‘zeer eenvoudig’.

▪

Inhoudelijke complexiteit: de mate waarin de maatregel technisch en organisatorisch is uit te voeren, van ‘zeer moeilijk tot ‘zeer eenvoudig.

X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M0005549 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15-05-2024

▪

Verwachte doorlooptijd: de mate waarin het verschil in tijd verwacht wordt tussen het moment van het besluit over de maatregel versus de in gebruik name van de maatregel, van ‘zeer lang tot ‘zeer kort.

▪

Kostenniveau: de mate waarin de hoogte van financiële kosten wordt verwacht (in orde grootte), van ‘zeer hoog tot ‘zeer laag.

Deze tabel laat zien wat de potente is en in hoeverre de maatregel ‘eenvoudig’ is te realiseren of niet. De punten zijn zodanig opgesteld zodat een tabel verder ingekleurd wordt wanneer een maatregel ‘eenvoudiger’ te realiseren is. Hieronder is een voorbeeld opgenomen. Bereikbaarheidsverbetering Afhankelijkheid van derden Maatschappelijk draagvlak Inhoudelijke complexiteit Verwachte doorlooptijd Kostenniveau

20

5.2 Oplossingsrichtingen De oplossingsrichtingen in deze paragraaf zijn onderverdeeld in: ▪ ▪ ▪ ▪

Niet-infrastructurele maatregelen (beheersen); Mobiliteitstransitie (beïnvloeden); Optimalisatie bestaande infrastructuur (beter benutten); Nieuwe infrastructuur (bouwen).

5.2.1

Niet-infrastructurele maatregelen (beheersen)

Niet-infrastructurele maatregelen Woningbouw Bereikbaarheidsverbetering Afhankelijkheid van derden Maatschappelijk draagvlak Inhoudelijke complexiteit Verwachtte doorlooptijd Kostenniveau

Parkeerbeleid (nieuwbouw)

Niet-infrastructurele Parkeerbeleid maatregelen (op afstand) Bereikbaarheidsverbetering Afhankelijkheid van derden Maatschappelijk draagvlak Inhoudelijke complexiteit Verwachtte doorlooptijd Kostenniveau

Investeren in vervoer

Verwachtte doorlooptijd Kostenniveau I. Strategische keuzes woningbouw Alblasserdam staat de komende jaren voor een grote woningbouwopgave. De komende jaren kunnen we nog vooruit met de huidige beschikbare ruimte voor woningbouw (inbreiding). Deze locaties liggen relatief dicht bij de bestaande voorzieningen en zijn daarmee aantrekkelijke woningbouwlocaties. Echter, betekenen meer woningen ten noorden van de Alblas ook (nog) meer druk op de toegangswegen. Dit heeft, zoals beschreven in hoofdstuk 3, een negatief effect op de bereikbaarheid van het dorp. Voor de middellange termijn (5-10 jaar) moet worden gezocht naar nieuwe woningbouwlocaties. Hierbij wordt gekeken naar mogelijkheden ten zuiden van de Alblas. Vanuit het oogpunt van bereikbaarheid heeft dit een duidelijke voorkeur boven bouwen ten noorden van de Alblas omdat dit minder druk op het wegennet geeft.

Niet-infrastructurele maatregelen Milieuzones Bereikbaarheidsverbetering Afhankelijkheid van derden Maatschappelijk draagvlak Inhoudelijke complexiteit X06-HH-RAP-23008164 / Proj.nr. M0005549 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15-05-2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/646/documents/13879