CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsplan schuldhulpverlening 2025-2028 Alblasserdam.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 24 juni 2025, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 14: Beleidsplan Schuldhulpverlening Alblasserdam 2025-2028 - Voorstel14.550 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Door de schuldhulpverlening bij inwoners met een uitkering verplicht te stellen, proberen we inwoners te laten inzien dat het oplossen van de schulden echt noodzakelijk is voor hun bestaanszekerheid en toekomstperspectief. Stabiliteit bieden en bevorderen Om sneller toekomstperspectief te bieden en te zorgen dat inwoners niet langdurig belemmerd worden hebben we de duur van de BKR-registratie van een schuldregeling verkort van 3 jaar naar 6 maanden. Een BKR-registratie kan een belemmering zijn om weer bepaalde financiële keuzes te kunnen maken. Zo Definitie ‘problematische schuld’ van de NVVK. Onder crisis wordt verstaan: een dreigende woningontruiming, afsluiting van gas- elektriciteit of water. 15 Regionaal Bureau Zelfstandigen, onderdeel van de gemeente Rotterdam dat de specialistische schulddienstverlening voor ondernemers voor een aantal gemeenten uitvoert. 13 14

20

kan de BKR-registratie invloed hebben op het afsluiten van een telefoonabonnement of het kopen van een huis. Het verkorten van de BKR-registratie wordt slechts door enkele gemeenten toegepast waardoor we één van de koplopers zijn met dit initiatief. Momenteel is dit landelijk onderwerp van gesprek waarbij de insteek is dat elke gemeente dit gaat toepassen. Tevens is de afgelopen vier jaar de publieke uitvoering van schuldenbewind door de GR Sociaal bestendigd en onderdeel geworden van de dienstverlening op het gebied van schulden. De aanpak schuldenbewind is succesvol te noemen. Door de stress-sensitieve aanpak en snelle koppeling met schuldhulpverlening kent deze een kortere doorlooptijd dan de gemiddelde doorlooptijd van de markt. De gemiddelde doorlooptijd bedraagt bij de GR Sociaal circa 2,5 jaar tot 3 jaar ten opzichte van minimaal 5 jaar landelijk, waarbij 30% zelfs langer dan 5 jaar duurt.16 Wat streven we na voor de komende 4 jaar? We blijven ons onverminderd inzetten om inwoners ondersteuning te bieden bij geldzorgen en schulden en hen te helpen bij het beheersbaar maken en oplossen hiervan. We behouden daarin alle activiteiten die werken en goed lopen binnen het proces.

Wanneer gekeken wordt naar landelijke ontwikkelingen op wetgevingsgebied, signalen vanuit de samenleving, schuldhulpverleners en inwoners staat het hebben van ademruimte en rust centraal, maar ook het snel krijgen van perspectief op een schuldenvrije toekomst. Het is belangrijk rust en overzicht te geven en te laten zien dat er licht is aan het einde van de tunnel. Maar ook het schuldenvrij blijven en daarmee ook een betere financiële toekomst is van cruciaal belang. Inwoners moeten schuldenrust krijgen en perspectief op een duurzame schuldenvrije toekomst. Daarmee staat voor curatie de komende 4 jaar het volgende centraal in onze aanpak: Schuldenrust: Inwoners hebben snel en eenvoudig overzicht en weten waar ze aan toe zijn. Perspectief: Inwoners hebben snel en op maat een oplossing voor hun schulden. Wat gaan we daarvoor doen en hoe volgen we de resultaten? Voor schuldenrust zetten we de komende periode in op: Optimaliseren schuldhulpverleningsproces We werken verder aan het optimaliseren van het schuldhulpverleningsproces door meer snelheid te brengen in trajecten, de begeleiding van inwoners te intensiveren (meer gesprekken en meer maatwerk op wat nodig is, in plaats van één geldende afspraak voor alle inwoners) en te zorgen dat er één centraal contactpersoon komt voor de inwoner (dit is nu nog versnipperd over meerdere personen).

Daarnaast werken we door aan de verdere implementatie van de landelijke afspraken basisdienstverlening, inclusief het verder implementeren van specifieke dienstverlening aan de in de basisdienstverlening genoemde doelgroepen. Beide activiteiten zijn al gestart in 2024, maar lopen door in deze planperiode. De verwachting voor de basisdienstverlening is dat hier de komende jaren (2025-2028) nog de nodige ontwikkelingen en landelijke aanscherpingen op komen. We gaan snellere trajecten realiseren door o.a. op kortere termijn een eerste gesprek te bieden, en door minder overdrachten in het proces zelf. Dit betekent voor inwoners sneller duidelijkheid en daarmee rust. Door verder te gaan werken met meer begeleiding door één centraal contactpersoon zorgen we voor overzicht en opnieuw voor rust doordat inwoners nauwer contact hebben met dezelfde persoon. Dit sluit ook aan op de landelijke ontwikkelingen rondom basisdienstverlening (maximale doorlooptijd fasen schuldhulpverlening) en op de voorstellen vanuit eerder genoemde onderzoeken waarbij wordt ingezoomd op het belang van het hebben van grip en overzicht. Daarnaast is het cruciaal dat ook landelijk steeds gewerkt blijft worden aan het ontlasten van mensen door continu te kijken hoe ICT (systemen) hieraan optimaal gaan bijdragen.

17 Proactieve dienstverlening heeft landelijk de aandacht door onder andere het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening (dat in 2025 waarschijnlijk in werking zal treden). Waar het kan denken we proactief mee aan landelijke tafels en doen we mee aan landelijke pilots om zaken uit te proberen en te testen. Feitelijk is dit een voortzetting van de weg die we in de vorige planperiode al ingeslagen zijn. We verwachten echter ook hier in 2025-2028 nog de nodige ontwikkelingen.

SEO, ‘Bekostiging en beloning van beschermingsbewind bij schulden’, 2022. Denk aan ontsluiting van data, de ontwikkeling van een integraal schuldenoverzicht, een landelijke pauzeknop en de doorontwikkeling van het schuldenknooppunt. 16 17

21

Achterstand betaling zorgverzekering meer dan 6 maanden Periodiek ontvangen we meldingen welke inwoners met een uitkering meer dan zes maanden achterstand op de betaling van de zorgverzekering hebben. Naar aanleiding van deze meldingen zoeken we actief contact en gaan we in gesprek. Dit doen we vanuit het principe dat we weten dat de achterstand op de betaling van de zorgverzekering in bijna alle gevallen een indicatie is dat er problematische schulden zijn en curatieve schuldhulpverlening nodig is. Deze werkwijze zetten we ook in bij signalen van beslag op de uitkering. Brede inzet bestaanszekerheidsgesprek Zoals al onder vroegsignalering is vermeld zetten we het brede bestaanszekerheidsgesprek in en onderzoeken we hoe dit gesprek ook voor alle aanmeldingen Schuldhulpverlening verder vormgegeven kan worden. Het bestaanszekerheidsgesprek is een gesprek met inwoners met een uitkering waarin gekeken wordt hoe het met de inwoner gaat op allerlei leefgebieden (wonen, gezondheid, veiligheid, financiën etc.). Er wordt onder andere besproken of er sprake is van geldzorgen en/of schulden en of iemand wel alles ontvangt waar hij of zij voor in aanmerking komt. Daarbij wordt ook gekeken naar de achtergrond van de problemen. Er is bijvoorbeeld aandacht voor mentale problemen, het kunnen rondkomen met weinig middelen, eventuele verslavingsproblematiek etc.

Vanuit de gezamenlijkheid verbinden we hierop met het wijkteam (welke ondersteuning kunnen zij bieden bij dit soort problemen) en met de Wmo voor bijvoorbeeld begeleiding. We besteden hier meer aandacht aan en wijzen actief door. Samenwerking partners Niet alleen in het voortraject maar ook tijdens curatie is de samenwerking met vrijwilligersorganisaties en de keten (denk aan lokale informele partners, wijkteams, SchuldHulpMaatje, Humanitas etc.) van belang. Zij melden inwoners soms ook aan, maar staan de inwoner ook bij met hulp en ondersteuning tijdens deze fase. Deze samenwerking blijft daarom onverminderd van belang.

Indicatoren Met de volgende indicatoren volgen we de komende vier jaar de beoogde resultaten die we met de ingezette activiteiten willen bereiken: Streven Indicator 2025 (huidige realisatie 2029 (beoogd) en startpunt meting) Schuldenrust

Tijd tussen de aanmelding en het eerste gesprek

95% binnen 10 werkdagen*

Handhaven huidige indicator (95% binnen 10 werkdagen)

Schuldenrust

Proactieve dienstverlening voor bijstandsgerechtigden met zorgverzekeringsschulden en beslagleggingen

(Nulmeting begin 2025 te doen = nieuwe activiteit)

80% van de doelgroep is benaderd en krijgt een hulpaanbod

Schuldenrust

Gemiddelde schuld**

De gemiddelde schuld bedraagt € 36.019 (2023)

De gemiddelde schuld is gedaald naar € 30.000

*de wettelijke termijn bedraagt 4 weken **de gemiddelde schuld heeft een link met vroegsignalering én curatie. Bij curatie zegt deze indicatie met name iets over de snelheid van het proces (schulden lopen daarmee niet onnodig nog langer op)

Voor perspectief zetten we de komende periode in op: Bereik en samenwerking Nog te veel mensen zoeken geen hulp bij het oplossen van hun schulden. De komende jaren is er dan ook wederom inzet op het vergroten van het bereik. We versterken de samenwerking met onze lokale partners door het werken op locatie uit te breiden en aanwezig te zijn op vindplaatsen zodat we gezamenlijk de situatie kunnen aanpakken. Dit is ook een speerpunt van het nieuwe kabinet op het gebied van armoede en schulden en geldt ook voor de samenwerking met de aanwezige partners op het SamenWerkplein. We breiden deze partners verder uit en maken concrete afspraken over hoe samen te werken bij individuele casussen. We ontlasten hierbij de inwoner door te zorgen voor warme overdrachten een verbinding. Deze lijn trekken we door naar de samenwerking met beschermingsbewindvoerders. We vergroten onze regierol op schulden door de samenwerking met beschermingsbewindvoerders te verstevigen (het periodieke overleg voort te zetten en afspraken te bestendigen in een convenant) en

22

zodoende de doorstroom van schuldenbewind naar schuldhulpverlening te verbeteren. Hiermee lopen we vooruit op dit onderdeel van basisdienstverlening. Ter ondersteuning aan bovenstaande wordt er een leerlijn schuldhulpverlening ontwikkeld om de kennis over schuldhulpverlening zowel intern als bij externe partners en instellingen te vergroten. De resultaten monitoren we via de metingen van het aantal nieuw gestarte trajecten. Aanpassingen in de dienstverlening • We intensiveren de begeleiding van inwoners tijdens de schuldhulpverleningstrajecten en zetten extra budgetcoaching en begeleiding in om inwoners een stabiele basis te geven. Dit doen we door meer gesprekken dan voorheen te voeren (ook telefonisch). Wat nodig is bepalen we per inwoner, in plaats van één geldende afspraak voor iedereen (maatwerk op de inwoner). We creëren hier ruimte voor door het proces aan te passen (zie ook onder schuldenrust). Zeker gezien de kortere aflosperiode is goede begeleiding essentieel om stabiliteit te bieden en terugval te voorkomen. Dit monitoren we zorgvuldig via het slagingspercentage van het stabilisatie- en het schuldregelingstraject.

• Naast het succesvol afsluiten van schuldregelingstrajecten binnen de curatie, gaan we deze planperiode ook nadrukkelijker inzetten op het succesvol doorlopen van de minnelijke trajecten en daarmee inzetten op het voorkomen van uitval gedurende trajecten. • Zoals eerder aangegeven zet het kabinet in op het invoeren van de basisdienstverlening schuldhulpverlening. De elementen hiervan worden aan de hand van het landelijke actieplan geïmplementeerd. Elementen die reeds gerealiseerd zijn van de basisdienstverlening bestendigen we. Het gaat dan onder andere om het Convenant Lokale Overheid, laagdrempelige aanmelding, directe start begeleiding en het standaard aanbieden van een saneringskrediet. Indicatoren Met de volgende indicatoren volgen we de komende vier jaar de beoogde resultaten die we met de ingezette activiteiten willen bereiken: Streven Indicator 2025 (huidige realisatie en 2029 (beoogd) startpunt meting) Perspectief

Nieuw gestarte trajecten

Perspectief

Slagingspercentage stabilisatietraject

Perspectief

Slagingspercentage schuldregelingstraject

Perspectief

Succesvolle uitstroom na doorlopen minnelijk traject

10% meer inwoners met schulden hebben een hulpaanbod ontvangen ten opzichte van 2023 (1.459) In 75% van de gevallen wordt succesvol een stabilisatietraject* afgesloten In 85% van de gevallen wordt succesvol een schuldregelingstraject afgesloten** Nulmeting begin 2025 te doen, nog niet eerder gemeten

20% meer inwoners met schulden hebben een hulpaanbod ontvangen ten opzichte van 2023 (1.459) In 90% van de gevallen wordt succesvol een stabilisatietraject* afgesloten In 90% van de gevallen wordt succesvol een schuldregelingstraject afgesloten** 85% van de minnelijke trajecten wordt succesvol afgerond

* Stabilisatie: Onder een positieve afsluiting wordt verstaan: de schulden zijn afbetaald, er is een betalingsregeling getroffen, de schulden zijn geherfinancierd of overdracht naar schuldregeling. ** Succesvol schuldregelingstraject: Een schuldregeling is geslaagd als er een saneringskrediet wordt toegekend, een schuldbemiddeling wordt gestart of als een Wsnp-verklaring wordt afgegeven.

23

6. Nazorg Wat is nazorg? Na het succesvol afronden van een schuldregelingstraject wordt nazorg geboden. Nazorg is maatwerk en afhankelijk van de persoonlijke situatie en behoefte. Het is een essentieel onderdeel van de schuldhulpverlening met als doel de inwoner te ondersteunen bij de start van een schuldenvrij leven, ervoor te zorgen dat de inwoner duurzaam uit de schulden blijft én terugval te voorkomen. Schulden belemmeren positieve ontwikkelingen op allerlei andere levensdomeinen, zoals mee kunnen doen aan de samenleving en in goede gezondheid blijven. Door de financiële zelfredzaamheid te bevorderen, zeker met de kortere doorlooptijd van schuldregelingen, kunnen inwoners duurzaam uit de schulden blijven. Nazorg is daarmee belangrijker dan ooit. In het paarse kader wordt de huidige werkwijze vanuit de GR Sociaal nader toegelicht. In Alblasserdam zijn de GR Sociaal, SchuldHulpMaatje en Het Brughuis actief op het gebied van nazorg. Zo wordt vanuit de lokale (vrijwilligers)organisaties door veelvuldig contact met hulpvragers een relatie opgebouwd waarbij voorzien kan worden in een effectieve vorm van nazorg. De GR Sociaal bereidt inwoners tijdens het traject al voor op een goede uitstroom en eventuele nazorg. Dit start een half jaar voordat ze klaar zijn met het aflossen van hun schulden via het schuldregelingstraject.

Samen met de inwoner wordt er een plan opgesteld waar gekeken wordt naar de persoonlijke en financiële situatie en de behoefte/noodzaak voor ondersteuning na afronding van het traject. Indien uit dit plan blijkt dat er behoefte is aan ondersteuning vanuit de keten, wordt de keten betrokken. Op deze manier wordt gezorgd voor een warme overdracht via een driegesprek tussen de inwoner, (lokale) partner en schuldhulpverlener. In de periode die volgt wordt er samen opgetrokken door de (lokale) ketenpartner en de GR Sociaal om zorg te dragen voor een soepele en warme overdracht na afloop van het schuldregelingstraject. Afspraak is ook dat er altijd een waakvlam blijft. Indien er wederom hulp tijdens of na afloop van nazorg door de schuldenketen nodig is, is dit altijd beschikbaar. Regionaal is gemeten in hoeveel gevallen er terugval is en iemand binnen 5 jaar zich opnieuw meldde. In 2023 bedroeg dit 21%. Er zijn, met uitzondering van cijfers uit een landelijk onderzoeksrapport uit 2015, geen betrouwbare cijfers beschikbaar over de mate van uitval van personen tijdens een schuldregeling of van terugval van personen tijdens en na afronding daarvan. De NVVK probeert wel jaarlijks bij haar leden vast te stellen hoe groot de uitval is, maar deze vraag wordt onvoldoende ingevuld om er analyses op uit te kunnen voeren.

Eind 2015 heeft onderzoeksbureau SEO onder zestig gemeenten onderzoek gedaan naar de duurzaamheid van schuldentrajecten. Hieruit blijkt dat vier jaar na het geslaagd afronden van een schuldentraject, vier tot zeven procent opnieuw een betalingsachterstand heeft op nieuw afgesloten krediet. Negen tot zestien procent heeft een betalingsachterstand bij een zorgverzekeraar. Uit dit onderzoek bleek eveneens dat negentien procent van de mensen die in de periode 2009-2013 een schone lei had na afronding van een Wsnp-traject, in 2014 opnieuw betalingsachterstanden had op rekeningen, op een lopende lening, een hypotheek of de huur. Goede nazorg vraagt een goede afstemming tussen de uitvoering door de GR Sociaal en de lokale aansluiting met partijen in het sociaal domein. Om een effectieve en integrale nazorg te kunnen bieden na afloop van een schuldregelingstraject zijn in 2022 en 2023 gesprekken gevoerd werkafspraken gemaakt. De werkafspraken op het gebied van nazorg worden de komende tijd gezamenlijk geëvalueerd. Op basis van de evaluatie tussen de GR Sociaal, de gemeente en haar lokale partners worden de afspraken aangescherpt en, waar nodig, nieuwe afspraken gemaakt.

Meer zicht op oorzaken van recidive Omdat nazorg steeds belangrijker wordt gaan we samen met de GR Sociaal in de komende planperiode nadrukkelijker aandacht besteden aan het succesvol afronden van de ingezette minnelijke trajecten18 met de volgende activiteiten:

18

Minnelijk traject = saneringskrediet of ingezette schuldregeling.

24

•

Als een traject tussentijds (voortijdig) beëindigd wordt, gaan we na wat de oorzaak of reden is van uitval, hoe dit voorkomen kan worden, waar meer aandacht voor moet zijn en welke hulp (extra) ingezet kan worden; Met de uitkomst leren we wat anders kan en bepalen we gezamenlijk welke mogelijkheden er zijn om nazorg hier meer op in te richten en wat er lokaal gedaan kan worden met andere partners om meer grip te krijgen en uitval te voorkomen; Daarnaast monitoren we de ontwikkelingen op het gebied van terugval (recidive) in de schulden bij succesvol doorlopen schuldhulpverlening. Dit doen we door te monitoren op het aantal mensen dat zich wederom meldt bij schuldhulpverlening binnen een periode van drie jaar. Nazorg is in die zin ook een vorm van preventie; door goede nazorg wordt immers terugval voorkomen.

• •

Streven

Indicator

2025 (huidige realisatie en startpunt meting)

2029 (beoogd)

Duurzaam

Herinstroom (recidive) schuldhulpverlening binnen 3 jaar

(Nieuwe nulmeting)*

Maximaal 10% van de inwoners stromen opnieuw in.

*Het is een nieuwe nulmeting, omdat de meting tot nu toe altijd over binnen 5 jaar terugval ging. Doordat de curatie echter ingekort is naar 18 maanden kiezen we ervoor om ook de meting te verkorten naar 3 jaar, zodat dit beter aansluit en we sneller zicht hebben na uitstroom uit de kortere periode van schuldhulpverlening.

25

7. Financiering, monitoring en evaluatie Financiering De gemeente Alblasserdam heeft de komende jaren een zware financiële opgave. De komende jaren moeten we fors bezuinigen, dat zet onze doelstellingen op verschillende beleidsterreinen onder druk. Het armoedebeleid en de schuldhulpverlening zijn hierop geen uitzondering en worden meegenomen in de bezuinigingsvoorstellen. Op het moment van schrijven zijn de maatregelen voor dit beleidsterrein nog niet duidelijk. Een terugloop van de budgetten zou leiden tot een versoberd beleid en heeft gevolgen voor de uitvoering van dit beleidsplan. Het uitgangspunt voor dit beleidsplan is dat er binnen de bestaande financiële kaders wordt gehandeld. De beschreven inzet kan volledig gefinancierd worden uit de middelen die nu beschikbaar zijn voor het lokale armoedebeleid en de middelen die bij de GR Sociaal zijn belegd. Het kabinet Schoof heeft in het hoofdlijnenakkoord van 2024 een uitgebreid pakket aan maatregelen op schuldenaanpak aangekondigd. Op dit moment is nog onduidelijk hoe dit pakket vormgegeven wordt en welke aanvullende middelen beschikbaar worden gesteld aan gemeenten. Hierover wordt de raad op een later moment geïnformeerd. Uitgaven schuldhulpverlening Minimabeleid Apparaatskosten schuldhulpverlening Programmakosten schuldhulpverlening Lokale aanpak armoede

Begroting 2025 € 470.155 € 306.060 € 4.128 € 33.000

Monitoring en evaluatie Het startpunt van de metingen genoemd in dit plan is 1 januari 2025 (tenzij expliciet anders vermeld). Zoals ook benoemd in de bestuurlijke reactie op het Rekenkamer onderzoek naar Armoede en ongelijkheid wordt de gemeenteraad jaarlijks meegenomen in de voortgang van dit beleidsplan. Voor het monitoren van de effectiviteit van de inzet zullen ook gegevens van partners beter worden benut. Daarnaast zal eind 2026 een uitgebreide tussenevaluatie plaatsvinden van het beleidsplan waarbij de raad geïnformeerd zal worden over de stand van zaken, de tot dan toe behaalde resultaten, klantervaringen en -tevredenheid en zullen de landelijke ontwikkelingen meegenomen worden. De GR Sociaal rapporteert over de taken die zij uitvoert periodiek via de reguliere P&C-cyclus. Indien gemeenteraden meer informatie wensen is het uiteraard mogelijk dat de GR Sociaal op uitnodiging tijdens bijvoorbeeld een raadsavond meer informatie verstrekt en met de raadsleden inhoudelijk de diepte in gaat op de uitvoering van de taken, ontwikkelingen en trends. Klanttevredenheidsmetingen Naast reguliere monitoring en rapportages wordt doorlopend bij inwoners nagegaan hoe zij onze dienstverlening ervaren en of we het goed doen.

De klanttevredenheidsmetingen worden momenteel doorontwikkeld tot een meting waarbij niet alleen wordt gemeten hoe de dienstverlening is ervaren, maar ook of we onze doelen bereiken en (publieke) waarde toevoegen. Hiervoor is een generieke set vragen ontwikkeld die zich richt op de vijf waarden die belangrijk zijn voor inwoners, te weten: mensgerichtheid, heldere dienstverlening, waarde toevoegen, betrokken medewerkers en toegankelijkheid. Wanneer landelijke ontwikkelingen en wijziging van wet- en regelgeving het noodzakelijk maken om wijzigingen in het curatieve gedeelte door te voeren loopt dit de route via het bestuur van de GR Sociaal. Voor zover dit financiële consequenties kent, worden deze vroegtijdig gemeld en via een zienswijzeprocedure (gemeenteraden) voorgelegd (al dan niet via de reguliere P&C-cyclus).

26

Gelet op de nieuwe (of gewijzigde) indicatoren in hoofdstuk 6 zal de GR Sociaal in 2025 ook het gemeentelijke dashboard actualiseren en aanpassen, zodat gemeenten makkelijk en snel bij de cijfers kunnen. Dat doen we in samenspraak met de gemeenten. Voor het totaaloverzicht van de te monitoren factoren is als bijlage 5 bij dit plan nogmaals een compleet overzicht van alle benoemde indicatoren in hoofdstuk 4 tot en met 7 toegevoegd.

27

Bijlage 1 Het wettelijk kader en stelsel van schuldhulpverlening Het stelsel rondom schulden kent een wettelijke kader van vier verschillende wetten, te weten: 1. De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs 2012); 2. De Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp 1998); 3. Beschermingsbewind op grond van problematische schulden en/of verkwisting (Schuldenbewind 2014); en 4. Het Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (Ags 2021). De Wgs en de Wsnp betreffen de twee hoofdwetten en vormen het minnelijk (gemeentelijk) traject (Msnp) en het wettelijk traject (Wsnp). Zie ook figuur 1. De verantwoordelijkheid, toezicht op en uitvoering van deze wetten ligt versnipperd. Zo zijn er twee ministeries betrokken (Sociale Zaken & Werkgelegenheid en Justitie & Veiligheid), gemeenten, de Rechtspraak en externe marktpartijen (bewindvoerders Wsnp en beschermingsbewindvoerders). De verschillende wetten staan met elkaar in verbinding maar deze verbinding is niet optimaal en behoeft verbetering. Zo is in principe de Wgs voorliggend aan de Wsnp maar zijn er uitzonderingen en is schuldenbewind bedoeld als flankerende dienstverlening met ondersteuning en doorstroom naar de minnelijke (gemeentelijke) of de wettelijke schuldsanering. Andere aanverwante wetgeving die van toepassing is, zijn o.a.

de Wet op het consumentenkrediet (Wck), de Wet op het financieel toezicht (Wft), de Faillissementswet (Fw) en de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv). Naast bovengenoemd minnelijk en wettelijk traject heeft ook een aantal stelselpartijen een rol in het schuldhulpverleningssysteem. Naast de gemeente gaat het om schuldeisers, schuldenaren en rechters en bijvoorbeeld beschermingsbewindvoerders, Wsnp-bewindvoerders, vrijwilligers en uiteraard de sociaal wijkteams en overige samenwerkingspartners. Figuur 1: Routekaart schuldhulpverleningsstelsel

*Bron: Rijksoverheid IBO problematische schulden 2024

28

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening De wettelijke bepalingen over de gemeentelijke (minnelijke) schuldhulpverlening zijn terug te vinden in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). De Wgs is sinds 1 juli 2012 van kracht en verplicht gemeenten regie te voeren en te zorgen voor integrale schuldhulpverlening waaronder nazorg. Dit houdt in dat er niet alleen aandacht moet zijn voor het oplossen of beheersbaar maken van de financiële problemen maar ook van de omstandigheden die hiermee verband houden. In 2021 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening uitgebreid met taken op het gebied van vroegsignalering. Het vroegtijdig signaleren en bereiken van inwoners met betalingsachterstanden dan wel (problematische) schulden is hiermee een wettelijke taak geworden voor gemeenten én vaste lastenpartners.19 Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 3 Preventie en hoofdstuk 4 Vroegsignalering. De Wgs is een kaderwet. Gemeenten moeten in een beleidsplan vastleggen hoe zij binnen die kaders schuldhulpverlening bieden.

In dit beleidsplan, met een duur van ten hoogste vier jaar, moet worden aangegeven: • Welke resultaten beoogd worden; • Welke maatregelen genomen worden om de kwaliteit te borgen van de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd; • Het maximaal aantal weken dat de gemeente nastreeft met betrekking tot de wachttijd voor het eerste gesprek waarin de hulpvraag wordt vastgesteld; • Hoe de samenwerking met schuldeisers, waaronder verhuurders, zorgverzekeraars, wateren energiebedrijven wordt vormgegeven; • Hoe schuldhulp in te richten voor gezinnen met inwonende kinderen. Verder geeft het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening (Bgs) een nadere invulling van de wettelijke grondslagen voor gegevensverwerking door gemeenten. Kaders curatieve schuldhulpverlening Curatieve schuldhulpverlening wordt uitgevoerd aan de hand van de gestelde wettelijke kaders van de Wgs en de landelijke richtlijnen van de NVVK. Dit zijn landelijke regels en uitvoeringskaders op basis waarvan de gemeenten in Nederland de curatieve schuldhulpverleningstrajecten zoals de schuldregeling, betalingsregelingen, budgetbeheer, stabilisatie of de doorgeleiding richting het wettelijke traject (Wsnp) uitvoeren. Voor de trajecten geldt dat deze specifiek zijn vormgegeven aan de hand van termijnen, afspraken met schuldeisers, convenanten, verbinding met andere wetgeving etc.

Hieronder valt bijvoorbeeld de aflosperiode van 18 maanden in een schuldregeling, de inzet van dwangmiddelen in een schuldregeling uit de Faillissementswet en de berekening van de afloscapaciteit conform de Vrij te laten bedrag (VTLB) berekening van de Recofa (het landelijk overlegorgaan van rechter-commissarissen). Bovendien betekent het lidmaatschap van de NVVK een kwaliteitskeurmerk door de uitgebreide audits die worden uitgevoerd, zie ook bijlage 4 Kwaliteitseisen.

19

De vaste lastenpartners zijn energiemaatschappijen, drinkwaterleveranciers, zorgverzekeraars en verhuurders.

29

Bijlage 2 Fasen van schuldhulpverlening

Preventie en vroegsignalering Preventie Voorkomen is beter dan genezen. Met preventie wordt bedoeld het voorkomen van financiële problemen door van tevoren in actie te komen. Preventie kan ook worden ingezet om grotere financiële problemen of herhaling te voorkomen. Schuldpreventie is een mix van maatregelen, activiteiten en voorzieningen die er op gericht zijn dat mensen financieel vaardig worden en hun financiën op orde kunnen houden. Dit doen we door te proactief te handelen en aandacht te hebben voor de achterliggende oorzaken van financiële problemen en schulden. Vroegsignalering Vroegsignalering is het vroegtijdig signaleren van financiële problemen en hulp hiervoor aanbieden. vroegsignalering is dé manier om te voorkomen dat betalingsachterstanden verder oplopen en zich ontwikkelen tot (problematische) schulden. Per 1 januari 2021 is de Wgs gewijzigd en door deze wetswijziging is vroegsignalering een wettelijke taak voor gemeenten geworden. Op basis van signalen van zorgverzekeraars, energiebedrijven, verhuurders en drinkwaterbedrijven moet de gemeente inwoners met betalingsachterstanden benaderen en hulp aanbieden. De genoemde vaste lastenpartners zijn ook wettelijk verplicht om signalen van beginnende schulden te delen met gemeenten.

Ook dienen deze partijen voorafgaand aan het delen van signalen actie te hebben ondernomen om in contact te komen en te kijken naar een passende oplossing met de inwoner. Curatie Curatieve schuldhulpverlening is gericht op het stabiliseren en oplossen van schuldenproblematiek met als doel inwoners met (problematische) schulden te helpen aan een schuldenvrije én blijvende toekomst. Met problematische schulden wordt bedoeld, de situatie waarin te voorzien is dat iemand schulden niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen. 20 In ieder geval de situatie

20

Definitie ‘problematische schuld’ van de NVVK.

30

waarin niet binnen 36 maanden alle openstaande vorderingen betaald kunnen worden (met een betalingsregeling). Reguliere aanvraag en crisis De schuldhulpverlening start vervolgens binnen 10 werkdagen voor een reguliere aanvraag en binnen 3 werkdagen in het geval van een crisissituatie. Bij gezinnen met kinderen waarbij sprake is van een dreigende huisuitzetting wordt altijd direct actie ondernomen onverlet de omstandigheden. Voor wat betreft crisisinterventie zijn er naast de afspraken over vroegsignalering in de Drechtsteden tussen gemeenten, woningcorporaties, de Dienst Gezondheid & Jeugd en de GR Sociaal specifieke afspraken gemaakt voor dreigende huisuitzettingen. Voor afsluiting van gas, water en elektriciteit geldt landelijke wetgeving die verwerkt is in landelijke convenanten van de NVVK. Naast deze werkwijze kan er ook door schuldhulpverlening een moratorium worden aangevraagd bij de rechtbank. Dit geeft de schuldhulpverlening de tijd om de hulpverlening en regeling op te zetten, waarbij er maximaal 6 maanden geen huisuitzetting of afsluiting mag plaatsvinden. Intake en oriëntatiefase De start is het intakegesprek waarin de hulpvraag, (schulden)situatie, motivatie en vaardigheden wordt vastgesteld. Het intakegesprek is de start van de oriëntatiefase. Deze is bedoeld om inzicht te krijgen in de financiële en persoonlijke situatie van de inwoner.

Ook wordt onderzocht of er sprake is van andere bredere problematiek en of andere flankerende hulpverlening of ondersteuning nodig is. Dit alles wordt vastgelegd in een plan van aanpak waarin helder wordt aangegeven welk traject er ingezet wordt, wat er nog nodig is of moet gebeuren en het tijdspad. Na de oriëntatiefase zijn er vier mogelijke vervolgopties: - Informatie en advies: Voor de inwoner die de situatie zelf kan oplossen of wanneer er geen specifiek aanbod kan worden gedaan. - Duurzame financiële dienstverlening: Voor het beheersbaar maken van de situatie en het voorkomen van escalatie wanneer een stabilisatietraject of schuldregeling (nog) niet mogelijk is. Dit biedt ook ondersteuning in situaties met weinig of geen perspectief op een schuldenvrije toekomst (bijvoorbeeld door fraudeproblematiek). - Budgetbeheer: Budgetbeheer is het (tijdelijk) beheren van de financiën van de inwoner, waardoor de betaling van de vaste lasten zeker gesteld worden. - Voortraject voor schuldregeling (stabilisatietraject): Het stabilisatietraject dient als voorbereiding op een schuldregeling. Bij problematische schulden zonder verdere persoonlijke en/of financiële belemmeringen kan een schuldregeling worden ingezet. - 100% regeling: Een betalingsregeling waarbij de schulden volledig afbetaald kunnen worden.

Schuldregeling en aflossing: saneringskrediet of schuldbemiddeling De daadwerkelijke minnelijke schuldregeling volgt op het stabilisatietraject. Tijdens de schuldregeling wordt onderhandeld en geprobeerd overeenstemming te bereiken met de schuldeisers. Als alle schuldeisers akkoord gaan met het aanbod, is de schuldregeling geslaagd en gaat de inwoner gedurende 18 maanden lang aflossen. Er zijn twee vormen van schuldregeling: (1) schuldbemiddeling en (2) saneringskrediet. Beide vormen zijn in de regel op basis van finale kwijting. Dat wil zeggen alleen het deel dat de inwoner kan aflossen wordt terugbetaald en de rest wordt kwijtgescholden. De voorkeur gaat uit naar saneringskrediet vanwege: minder administratieve lasten, snellere afhandeling en meer duidelijkheid en voordelen voor de inwoner en schuldeiser. De schuldeiser kan de boeken sluiten en de inwoner kan zich bijvoorbeeld weer direct aanvullend verzekeren bij de zorgverzekeraar. In 2024 is de verhouding in de Drechtsteden ongeveer 80% saneringskrediet en 20% schuldbemiddeling. Een saneringskrediet en schuldbemiddeling kennen beide een aflostermijn van 18 maanden en op beide varianten wordt het afkoopbedrag afgelost in deze periode. Bij beide trajecten is er begeleiding gedurende de aflosperiode in de vorm van periodieke gesprekken.

Het verschil is dat bij een schuldbemiddeling door de GR Sociaal gespaard wordt gedurende de 18 maanden aflossing en periodiek na hercontroles wordt uitbetaald aan schuldeisers. Bij een saneringskrediet 31

wordt het overeengekomen afkoopbedrag direct uitbetaald aan de schuldeisers via het krediet. De inwoner lost vervolgens gedurende 18 maanden het saneringskrediet af. Dwangakkoord en Wsnp Als een minnelijke schuldregeling mislukt, bijvoorbeeld door gebrek aan medewerking van de schuldeisers, wordt allereerst gevraagd aan schuldeisers om hun weigering te heroverwegen. Indien dit niet gebeurt kunnen er of dwangmiddelen vanuit de Faillissementswet ingezet worden als het dwangakkoord. In dat geval kan de rechter besluiten om de schuldeisers alsnog te dwingen mee te werken met de minnelijke schuldregeling. De laatste mogelijkheid is het indienen van het verzoek bij de Rechtbank om toegelaten te worden tot de Wsnp. Bij dit verzoek moet ook een ‘Wsnp- verklaring’ van de GR Sociaal worden ingediend. Daarmee wordt aangegeven dat een minnelijke schuldregeling niet mogelijk is. Om dreigende situaties als een huisuitzetting tijdens de periode van het verzoek tot toelating tot het wettelijk Wsnp-traject te voorkomen, kan bij de rechtbank een voorlopige voorziening worden aangevraagd. Tot het moment van de uitspraak mogen schuldeisers hun rechten niet uitoefenen. Gedurende dit hele proces kan budgetbeheer worden geboden: het (tijdelijk) beheren van de financiën van de klant, waardoor de betaling van de vaste lasten zeker gesteld worden.

Nazorg Na het succesvol afronden van een schuldregelingstraject wordt nazorg geboden. Nazorg is een essentieel onderdeel van de schuldhulpverlening met als doel de inwoner te ondersteunen bij de start van een schuldenvrij leven, ervoor te zorgen dat de inwoner duurzaam uit de schulden blijft én terugval waar mogelijk te voorkomen. De memorie van toelichting van de Wgs plaatst nazorg in het kader van preventie, want door goede nazorg te bieden kunnen nieuwe financiële problemen voorkomen worden. Proces nazorg Zes maanden voorafgaand aan het einde van het schuldregelingstraject wordt al gestart met het gesprek over nazorg door hier aandacht voor te hebben tijdens het begeleidingstraject. De schuldhulpverlener stelt samen met de inwoner een plan van aanpak op waarbij gekeken wordt naar de persoonlijke en financiële situatie en de behoefte/noodzaak voor ondersteuning na afronding van het traject. Vervolgens betrekt de schuldhulpverlener, afhankelijk van de uitkomsten van het gesprek en de behoefte van de inwoner, de schuldenketen om te zorgen voor een warme overdracht. De eerste stap voor deze overdracht gebeurt via een driegesprek tussen schuldhulpverlener, schuldenketenpartner en inwoner. Schulden houden immers vaak verband met andersoortige problematiek, waardoor samenwerking en het inzetten van elkaars expertise essentieel is in de ondersteuning van kwetsbare inwoners.

In de periode die volgt zal er samen worden opgetrokken door de ketenpartner en de GR Sociaal om zorg te dragen voor een soepele en warme overdracht na afloop van het schuldregelingstraject. Afspraak is ook dat er altijd een waakvlam blijft. Indien hulp van de GR Sociaal tijdens of na afloop van de nazorg door de schuldenketen nodig is, is dit te allen tijde beschikbaar.

32

Bijlage 3 Live-verslag symposium 14 april 2025

33

Bijlage 4 Kwaliteitseisen, juridische aspecten en wachttijden (curatie) Kwaliteitseisen De branchevereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (NVVK) heeft kwaliteitsnormen ontwikkeld in de vorm van de gedragscodes schuldregelen, budgetbeheer en sociale kredietverlening. De SDD is lid van de NVVK en werkt conform diens gedragscodes. De SDD is sinds 2014 in het bezit van het NVVK-certificaat. De NVVK toetst eens per drie jaar met onafhankelijke auditoren de kwaliteit van dienstverlening van haar leden. Door de audit wordt zichtbaar gemaakt dat de leden aan alle uniforme en controleerbare kwaliteitseisen voldoen en dus kwalitatief goede schuldhulpverlening bieden. Bovendien betekent het lidmaatschap van de NVVK een kwaliteitskeurmerk door de uitgebreide audits die worden uitgevoerd.

Juridische aspecten en wachttijden Sinds de invoering van de Wgs is de schuldhulpverlening een publieke taak en heeft deze een bestuursrechtelijk kader. Een besluit tot het doen van een aanbod of het afwijzen van een verzoek tot toelating tot schuldhulpverlening en de (tussentijdse) beëindiging van een schuldhulpverleningstraject vallen onder de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en worden kenbaar gemaakt met een beschikking. Op grond van de Awb kunnen de ontvangers van het besluit bezwaar (en beroep) aantekenen. De termijnen van de Awb gelden dus ook voor de schuldhulpverlening. De inhoud van de dienstverlening (trajecten) is privaatrechtelijk geregeld. De afspraken met de inwoner worden contractueel in een overeenkomst vastgelegd. Er zijn allerlei landelijke regels en uitvoeringskaders op basis waarvan de gemeenten in Nederland de curatieve schuldhulpverleningstrajecten zoals de schuldregeling, budgetbeheer, stabilisatie of de doorgeleiding richting het wettelijke traject (Wsnp) uitvoeren. Voor de trajecten geldt dat deze specifiek zijn vormgegeven aan de hand van termijnen, afspraken met schuldeisers, convenanten, verbinding met andere wetgeving etc.

Hieronder valt bijvoorbeeld de aflosperiode van 18 maanden in een schuldregeling, de inzet van dwangmiddelen in een schuldregeling uit de Faillissementswet en de berekening van de afloscapaciteit conform de Vrij te laten bedrag (VTLB) berekening van de Recofa (het landelijk overlegorgaan van rechter-commissarissen). De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening stelt eisen aan de wacht- en doorlooptijden. Voor het reguliere aanbod geldt een maximale wachttijd van 4 weken voor de periode tussen de melding en het moment dat de hulpvraag wordt vastgesteld via het eerste gesprek. De doelstelling die de GR Sociaal hiervoor hanteert is veel korter, namelijk een termijn van 10 werkdagen. Voor wat betreft een crisissituatie mag er maximaal 3 werkdagen zitten tussen het moment van melding en het crisisgesprek. In het geval van vroegsignalering gelden andere wachttijden. In de aangepaste Wgs is bepaald dat er maximaal 4 weken mag zitten tussen het moment waarop een inwoner aangeeft met de gemeente in gesprek te willen en het daadwerkelijke gesprek.

34

Bijlage 5 Totaaloverzicht van alle indicatoren Indicatoren gemeente: Streven Indicator

2025 (begin)

2029 (beoogd)

Preventie

Het gebruik van onderstaande minimaregelingen neemt toe: • Persoonlijk minimabudget (PMB) • Bijzondere Bijstand (BB) • Collectieve verzekering • Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

Nog niet bekend

Ten minste gelijk aan nulmeting

Preventie

Percentage huishoudtypes uit de Minima-effectrapportage dat kan rondkomen bij gebruik van alle regelingen voor alle gehanteerde inkomensgrenzen Meer bewustwording door financiële kennis en vaardigheden te vergroten • Aantal workshops Betere proactieve vroegsignalering • Meer signalen VLP • Vaker keer succesvol contact • Vaker hulpaanbod geaccepteerd

100% (Minimaeffectrapportage 2024)

100%

Financiële educatie Schuldenrust

Indicatoren GR Sociaal: Streven Indicator

Nulmeting 2025

Nulmeting 202521

2025 (begin)

2029 (beoogd)

Schuldenrust

Tijd tussen de aanmelding en het eerste gesprek

95% binnen 10 werkdagen*

Handhaven huidige indicator (95% binnen 10 werkdagen)

Schuldenrust

(Nulmeting nieuwe activiteit)

80% van de doelgroep is benaderd en krijgt een hulpaanbod

Schuldenrust

Proactieve dienstverlening voor bijstandsgerechtigden met zorgverzekeringsschulden en beslagleggingen Gemiddelde schuld**

De gemiddelde schuld bedraagt € 36.019 (2023)

De gemiddelde schuld is gedaald naar € 30.000

Perspectief

Nieuw gestarte trajecten

Perspectief

Slagingspercentage stabilisatietraject

10% meer inwoners met schulden hebben een hulpaanbod ontvangen ten opzichte van 2023 (1.459) In 75% van de gevallen wordt succesvol een stabilisatietraject afgesloten***

20% meer inwoners met schulden hebben een hulpaanbod ontvangen ten opzichte van 2023 (1.459) In 90% van de gevallen wordt succesvol een stabilisatietraject afgesloten***

Perspectief

Slagingspercentage schuldregelingstraject

In 85% van de gevallen wordt succesvol een schuldregelingstraject afgesloten****

In 90% van de gevallen wordt succesvol een schuldregelingstrajectafge sloten****

21 Hoewel de uitvoering van de wettelijke vroegsignalering al loopt, vormen de gegevens over de afgelopen

jaren geen accuraat beeld van de gepleegde inzet. Vandaar dat wordt gewerkt met een nulmeting in 2025.

35

Perspectief

Duurzaam

Succesvolle uitstroom na doorlopen minnelijk traject Herinstroom (recidive) schuldhulpverlening binnen 3 jaar

Nulmeting, nog niet eerder gemeten (Nieuwe nulmeting)*****

85% van de minnelijke trajecten wordt succesvol afgerond Maximaal 10% van de inwoners stromen opnieuw in.

*de wettelijke termijn bedraagt 4 weken **de gemiddelde schuld heeft een link met vroegsignalering én curatie. Bij curatie zegt deze indicatie met name iets over de snelheid van het proces (schulden lopen daarmee niet onnodig nog langer op) ***Stabilisatie: Onder een positieve afsluiting wordt verstaan: de schulden zijn afbetaald, er is een betalingsregeling getroffen, de schulden zijn geherfinancierd of overdracht naar schuldregeling. ****Succesvol schuldregelingstraject: Een schuldregeling is geslaagd als er een saneringskrediet wordt toegekend, een schuldbemiddeling wordt gestart of als een Wsnp verklaring wordt afgegeven. *****Het is een nieuwe nulmeting, omdat de meting tot nu toe altijd over binnen 5 jaar terugval ging. Doordat de curatie echter ingekort is naar 18 maanden kiezen we ervoor om ook de meting te verkorten naar 3 jaar, zodat dit beter aansluit en we sneller zicht hebben na uitstroom uit de kortere periode van schuldhulpverlening.

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/765/documents/15864