CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen mbt grond(her)gebruik nav commissie 23 september .pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 30 september 2025, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 7: Vaststelling wijziging 'Omgevingsplan gemeente Alblasserdam' op thema bodemkwaliteit - Voorstel3.811 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsmemo Onderwerp Datum Afzender Telefoonnummer Emailadres

: Antwoord op vragen commissie grondgebied 23 september 2025 inzake Vaststelling wijziging ‘Omgevingsplan gemeente Alblasserdam ’op thema bodemkwaliteit : 29 september 2025 : M. Japenga : 06 38632420 : m.japenga@alblasserdam.nl

Inleiding Geachte leden van de gemeenteraad, U ontvangt deze memo als antwoord op de op 23 september 2025 in de commissie grondgebied gestelde vragen. De vragen zijn cursief weergegeven. Zoals VVD ook aangaf, is het zaak om snel een besluit te nemen, omdat de gemeente genoodzaakt is om het omgevingsplan binnen 1,5 jaar na het voorbereidingsbesluit te wijzigen. Dit voorbereidingsbesluit met voorbeschermingsregels dat de gemeente op 19 december 2023 heeft vastgesteld, is verlopen. De voorbeschermingsregels waren nodig om de hiaten van de Omgevingswet op te lossen. Hierdoor kon de gemeente voorkomen dat er bodemactiviteiten verricht konden worden die schadelijk zijn voor mens en natuur. De raad is hier op 12 mei 2025 door middel van een raadsmemo over geïnformeerd. SCHRIFTELIJKE VRAGEN Bodemkwaliteit Hergebruik PFAS grond Schriftelijke vraag 1: De gemeente kiest via de bodemregels op sommige punten voor een strenger beleid dan de rijksregels op het thema bodem ter bescherming van gezondheid en milieu. Maar ‘voor hergebruik van PFOA-vervuilde grond binnen de regio zijn nieuwe normen opgenomen. Deze bieden meer ruimte dan het landelijke beleid’. Waarom kiezen wij voor sommige stoffen (bijv. PFOA) voor ruimere normen en voor ander stoffen (bijv.

lood) juist weer niet? Antwoord: Het landelijke beleid is zo opgesteld dat gemeenten op decentraal niveau ruimte krijgen om een lokale invulling te kunnen geven die past bij de lokale omstandigheden. De regels hiervoor komen in het omgevingsplan. Voor zowel lood als PFOA worden in het omgevingsplan strengere normen gesteld bij het bouwen van een woning. De advieswaarden van het RIVM zijn hier overgenomen. Bij hergebruik van grond binnen de regio is voor lood ook een strengere norm doorgevoerd, die volgt uit dit advies. Deze norm past bij de gehalten aan lood die in de regio voorkomen. Voor PFOA is voor toepassingen waar grond van de klasse wonen en klasse industrie mag worden toegepast de norm van het Rijk overgenomen. Voor de klasse landbouw/natuur is de norm lokaal iets soepeler, omdat in de regio hogere waarden voorkomen dan landelijke. Op die manier is meer ruimte om grond die in de regio wordt ontgraven ook weer binnen de regio her te gebruiken en de kans kleiner dat deze moet worden gestort. Op projectbasis kan afgeweken worden van de algemene regels van het Rijk en van de gemeente (Omgevingsplan). Dit kan door een maatwerkbesluit aan te vragen. Het Rijk geeft een vrij algemeen toetsingskader hiervoor mee. Daarom is een beleidsregels opgesteld waarin staat hoe de gemeente maatwerk toetst.

Schriftelijke vraag 2: Een van de voorwaarden is dat de locatie waar grond wordt hergebruikt nooit vuiler mag worden en het hergebruik nooit mag leiden tot gezondheidsrisico’s. Hoe kan het college dat laatste garanderen? Antwoord: De normen zijn gebaseerd op de huidige inzichten en risicogrenswaarden van het RIVM. De gekozen hergebruiksnormen/grenswaarden voor wonen, industrie en infrastructuur garanderen op basis van de huidige inzichten een duurzaam en veilig bodemgebruik. Voor de bodemfunctie landbouw bestaan nog geen grenswaarden/hergebruiksnormen. Er bestaan nog geen grenswaarden/hergebruiksnormen omdat er geen duidelijkheid bestaat over risico's van PFAS voor landbouwproducten. Met de toetsingswaarde van 10 µg/kg wordt enige ruimte gegeven voor grondverzet en wordt gewaarborgd dat de bodemkwaliteit niet verslechtert ten opzichte van de huidige situatie. De norm is ontleend aan het huidige beleid (Herziene handreiking toepassing van PFOA houdende grond Zuid-Holland Zuid, OZHZ, 13 juni 2018; https://www.ozhz.nl/wp-content/uploads/Handreiking_hergebruik_grond_PFOA_ZHZ_herzien__13_juni_2018.pdf. Garanties zijn moeilijk te geven. Mede ook gezien dat de risicogrenswaarden in 2021 drastisch zijn verlaagd (RIVM). De normen in het lokale beleid zijn conservatief.

Schriftelijke vraag 3: Terugsaneerwaarden bij verwijderen van verontreiniging (Omgevingsplan Tabel 11.40.1 ) Zou je hier niet fors onder willen zitten, want met elke microgram die er bij komt vindt er stapeling plaats boven de humane risicogrens? Merk op dat PFOA niet op een natuurlijke wijze afgebroken.

In omgevingsplan (voor zone B):

Antwoord: De terugsaneerwaarden in het bodembeleid worden over het algemeen ontleend aan de hergebruikswaarden van grond. Dit is in dit geval ook gedaan. Onder de Omgevingswet zijn terugsaneerwaarden de normen voor de bodemkwaliteit waaraan de bodem gesaneerd moet worden om weer geschikt te zijn voor het beoogde toekomstige gebruik. Binnen de Omgevingswet verwijst 'hergebruikswaarde' naar de bodemkwaliteit van grond, die bepaalt waar en hoe deze weer hergebruikt mag worden.

Pagina 2 van 8

Voorbeeld 1: Op een saneringslocatie met de functie wonen mag volgens het landelijke beleid grond worden toegepast met 7 µg/kg (= 0,007 mg/kg) PFOA. Daarom is het logisch als op deze locatie terug gesaneerd wordt tot deze waarde. Voorbeeld 2: Op een saneringslocatie met een moestuin mag volgens het lokale beleid grond worden toegepast met 2,3 µg/kg (= 0,0023 mg/kg) PFOA. Daarom is het logisch als op deze locatie terug gesaneerd wordt tot deze waarde. De norm kan verder het beste in perspectief worden bezien. Het is begrijpelijk dat de bodem het beste vrij van PFOA kan zijn. De praktijk en normen zijn complex. In de gemeente Alblasserdam komen in de bodem gehalten PFOA tot circa 10 µg/kg voor. In 2019 heeft het RIVM tijdelijke achtergrondwaarden voor Nederland afgeleid. De landelijke achtergrondwaarde voor PFOA is 1,9 µg/kg. De risicogrenswaarde voor moestuinen is 2,3 µg/kg. De risicogrenswaarde voor wonen met tuin is 30 µg/kg. Bij deze waarde wordt ook uitgegaan van een kleine moestuin: Bij de bodemnormen wordt in een ‘gemiddelde’ woonsituaties uitgegaan van beperkt eten uit de eigen tuin. In de standaard situatie ‘wonen met tuin’ gaat het om 10% van de totale gewasconsumptie (10% van de bladgewassen en 10% van de knolgewassen uit eigen tuin). Bij moestuinen wordt uitgegaan van veel gewasconsumptie (100% van de bladgewassen en 50% van de knolgewassen uit eigen tuin).

Als richtlijn om ‘volledig’ uit de moestuin te kunnen eten, geldt een minimale oppervlakte van circa 200 m2 voor de moestuin. [bron: ‘NOBO: normstelling en bodemkwaliteitsbeoordeling’, VROM 2008] NB: Het landelijke beleid heeft voor het toepassen van grond in moestuinen geen waarde vastgesteld (‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (versie december 2023). Schriftelijke vraag 4: In bijlage 2 bij beleidsregel hergebruik PFAS staan andere drempelwaarden genoemd, die 4 keer zo hoog zijn. Dit is verwarrend. Graag uitleg. Wat is trouwens het verschil tussen Tabel 3.1, 4.1 en 5.1?

Antwoord: Eerste onderdeel: Normaal vindt het toepassen van grond of baggerspecie plaats op basis van een melding. De melding moet voldoen aan de rijksregels en regels in het omgevingsplan (landbouw/natuur 2,3 µg/kg). In bijzondere situaties kan een maatwerkbesluit worden aangevraagd. Daarbij kan afgeweken worden van de algemene regels van het Rijk en het omgevingsplan. Het rijk geeft voor maatwerk een vrij algemeen beoordelingskader (artikel 4.22 van de Ow) wat weinig houvast biedt. De beleidsregel PFAS-Houdende grond bodemregels, die het college heeft vastgesteld en in werking treed wanneer de bodemregels zijn vastgesteld, geeft invulling aan het algemene beoordelingskader voor maatwerk, zodat zowel initiatiefnemer als bevoegd gezag weet hoe maatwerk in gemeente Alblasserdam en de regio wordt beoordeeld. Zo wordt duidelijk hoe in bijzondere situatie omgegaan wordt met hergebruik van grond. In de regio zijn al enkele van deze besluiten genomen (op basis van rijksregels). Bij deze toepassingen is maatwerk op het toegestane PFOA-gehalte aangevraagd met als doel zuinig gebruik

Pagina 3 van 8

van energie en grondstoffen en een doelmatig beheer van afvalstoffen. De belangen van milieu, gezondheid, energie en grondstoffen zijn hierbij nadrukkelijk afgewogen. Uitgangspunt is dat een locatie nooit vuiler mag worden. Dus er wordt getoetst aan de bodemkwaliteit van de locatie, waarbij in de tabel maximaal toegestane waarden zijn weergegeven. De grond mag namelijk niet viezer zijn dan de grond, die er al ligt. Voor landbouw/natuur is de waarde aangehouden uit het huidige lokale beleid (Herziene handreiking toepassing van PFOA houdende grond ZuidHolland Zuid, OZHZ, 13 juni 2018). Nu (voor het vaststelling bodemregel in omgevingsplan) mag dus reeds tot 10 µg/kg (=0,010 mg/kg) worden toegepast (in zone B). De norm in het omgevingsplan is strenger dan het huidige beleid. In de beleidsregel is de norm (beleidsneutraal) overgenomen en zijn toepassingen met grond van die kwaliteit weer mogelijk mits de situatie niet verslechterd. Tweede deel vraag: De tabellen betreffen allen de milieubelastende activiteiten het toepassen van grond of baggerspecie (uit het Besluit activiteiten leefomgeving), maar er zijn verschillende kwaliteitseisen voor: - het toepassen van grond of baggerspecie op landbodem, - het verspreiden van baggerspecie en - het grootschalig toepassen van grond en baggerspecie. In de beleidsregel zijn hiervoor drie regels opgenomen.

De tabel is om regeltechnische reden per regel herhaald. Schriftelijke vraag 5: Deze regels gaan over grond. Wordt er in een latere versie van het omgevingsplan ook ingegaan op kwaliteit van het buitenwater? Denk bijv. aan uitspoelen van grond naar water? Of valt dit buiten het bereik van het omgevingsplan? Antwoord: De wijziging van het omgevingsplan betreft op dit moment alleen het thema bodemkwaliteit. Dit gaat over grond en grondwater. De kwaliteit van het oppervlaktewater en overig water valt hierbuiten. De verantwoordelijkheid en bevoegdheden voor kwaliteit van water is verdeeld over provincie, waterschap, Rijkswaterstaat en gemeente. De gemeente kan dus in een later stadium hier aandacht aan besteden. Op dit moment is ligt de focus hier niet en is nog niet bekend of en wanneer hier aandacht aan besteed wordt.

MONDELINGE VRAGEN Vergadering Commissie Grondgebied 23-09-2025 Gemeente Alblasserdam punt 6 en 20 vanaf 2.53 D66 Vraag 1 (D66) Gevaarlijke stoffen: Het is gevaarlijk om naar specifieke stoffen te kijken (150.000 stoffen.) De cocktail van stoffen als geheel is niet in beeld. Bijvoorbeeld in water en grond is dat een steeds groter probleem, Is de wethouder bekend met deze problematiek en hoe houdt Alblasserdam grip op de bodemkwaliteit? Antwoord Voor de overige stoffen gelden rechtstreeks werkende Rijksregels en is geen aanvulling in ons omgevingsplan nodig, voor PFAS en lood zijn deze aanvullingen wel nodig. Wij volgen het regionale bodembeleid van de regio Zuid-Holland Zuid dat is tot stand gekomen in samenwerking met de 10 gemeenten in deze regio en de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Vraag 2A (D66) Thermisch gereinigde grond (TGG) en secundaire bouwstoffen: We zetten het verbod om in een binnenplanse vergunningplicht. Waarom kiezen Molenlanden en Gorinchem voor een ander pad, waar wij als gemeente deze stoffen welkom heten?

Pagina 4 van 8

Antwoord De gemeenten Molenlanden en Gorinchem kiezen met betrekking tot thermisch gereinigde grond en secundaire bouwstoffen geen ander pad. In het ontwerp van de omgevingsplanregels van gemeente Alblasserdam was ook ingezet op een verbod. Naar aanleiding van zienswijzen is dit verbod heroverwogen en omgezet in een vergunningsplicht. Gemeente Molenlanden geeft in hun stukken van de commissievergadering van 11 september 2025 aan dat zij ook naar aanleiding van de zienswijzen het verbod omzetten in een vergunningplicht. Op 23 september 2025 zijn deze door de raad vastgesteld. Het is waarschijnlijk dat gemeente Gorinchem ook de regio volgt en hun verbod omzetten naar een vergunningsplicht. Op 25 september 2025 is de omgevingsplan wijziging voor bodem in de raad van Gorinchem als hamerstuk behandeld. De uitkomst is hier nog niet van bekend. Ook met een verbod is een buitenplanse omgevingsvergunning mogelijk. Door een binnenplanse omgevingsvergunning op te nemen worden de randvoorwaarden ook voor iedereen duidelijk. Dit betekent niet dat alle toepassingen welkom zijn. Er zijn strenge eisen gesteld bij de vergunningsplicht. Hieraan moet worden voldaan. Niet alle toepassingen zijn mogelijk, alleen op de juiste plek en de juiste manier. Bijvoorbeeld onder een grootschalige bedrijfsloods of onder een snelweg.

Vraag 2B (D66) Thermisch gereinigde grond (TGG) en secundaire bouwstoffen: Moeten we niet af van het dictum dat afval niet bestaat en secundaire grondstoffen als zodanig behandelen? Wat is de gezondheid van de Alblasserdammer ons waard en hoe kijkt de wethouder daar tegenaan? Antwoord Hergebruiken van bouwstoffen is gangbaar en we hebben een vergunningsplicht opgenomen zodat hergebruik alleen op de juiste plekken (onder bijvoorbeeld een snelweg of een bedijfsloods) en de juiste manier (boven de grondwaterstand en onder een verharding) plaatsvinden. Door de vergunningsplicht kan de gemeente juiste afwegingen om de gezondheid en de bodem te beschermen. Vraag 3A (D66) PFAS, waaronder PFOA: Wanneer minder vervuilde grond wordt verwerkt op meer vervuilde grond heeft dat geen verslechtering tot gevolg. Maar klopt dat wel? Hoe kan de kwaliteit niet achteruitgaan? Antwoord In dit geval gaat het om gehalten in de bodem. De bodemnormen zijn zo gekozen dat het toepassen van grond nooit leidt tot gezondheidsrisico's. De gehalten in de grond die wordt toegepast voldoen aan de risicogrenswaarden die voor gezondheid gesteld zijn. Op regionale schaal gezien komt de grond die wordt toegepast alleen uit de regio en wordt toegepast in de regio, dus de regio wordt niet vuiler.

Vraag 3B (D66) PFAS, waaronder PFOA: Vanwege de kweldruk zal PFOA niet naar het diepere grondwater gaan maar via de sloten en boezems naar de rivieren worden afgevoerd. Wordt het oppervlaktewater niet nog meer met PFAS verontreinigd? Wentelen we onze verantwoordelijk niet af op het waterschap of Rijkswaterstaat? Antwoord Er komt door grondverzet niet meer PFAS in het milieu, omdat de grond uit de regio komt. Dus in het oppervlaktewater zal op regioniveau niet meer PFAS in de grond of het water zitten. Het probleem wordt daarmee niet vergroot. Het bodembeleid is ook nadrukkelijk besproken met het besproken met het waterschap. Hierover is ook geen zienswijze binnengekomen vanuit het waterschap en Rijkswaterstaat. Het gehalte PFAS in de grond is in chemisch evenwicht met het gehalte in het grondwater, zoals alle stoffen dit zijn (evenwicht tussen stof in vast fase en waterfase). Het opbrengen van meer grond met PFAS leidt niet tot verandering in dit evenwicht. Het grondwater in de bodem vloeit af naar het oppervlaktewater. Er zijn wel ook andere natuurlijke bodemprocessen. Zo kan zetting ervoor zorgen

Pagina 5 van 8

dat (tijdelijk) meer grondwater naar het oppervlaktewater afvloeit en er dus meer PFAS in terecht komt. Dit betreft een versnelling van een natuurlijk proces. De natuur had dit langzamer gedaan. Zie bijlage technische samenvatting 29 april 2024 6a - Voorstel beleid hergebruik PFAS houdende grond ZHZ - technische versie voor markt v7.2.docx. Effecten op oppervlaktewaterkwaliteit binnenwater (sloten, vaarten, plassen) Effecten van grondtoepassingen op de kwaliteit van het binnenwater lopen via het volgende watertraject: Neerslag à infiltratie water in nieuw toegepaste bovengrond à uitzakken water naar ondergrond à opname in grondwater à uittreden grondwater naar oppervlaktewater à afvoer oppervlaktewater naar grotere sloten, vaarten en via gemalen naar de rivieren. In de eerste stappen van dit traject zal het grondwater onvermijdelijk PFAS opnemen. Dit omdat PFAS redelijk goed oplosbaar zijn. Dit houdt in dat de grondkwaliteit de oppervlaktewaterkwaliteit beïnvloedt. Echter, ook zonder toepassing van PFAS houdende grond treedt beïnvloeding van de oppervlaktewaterkwaliteit door uittredend grondwater op. Immers, de sterker verontreinigde grond in zone B bevat al verhoogde concentraties aan PFAS en deze zitten ook in het grondwater. Dit is ook de reden dat er in zone B in het oppervlaktewater PFAS worden aangetroffen.

Door een strikte hantering van perceelsmatching voor toepassingen met concentraties PFAS die hoger zijn dan wat het landelijke beleid toestaat, zal het effect van die toepassingen op het oppervlaktewater minimaal zijn. Immers, de toegepaste grond bevat altijd vergelijkbare of lagere gehalten aan PFAS dan de ontvangende bodem. Effecten op oppervlaktewaterkwaliteit buitenwater (grote rivieren) Beïnvloeding van het buitenwater door toepassing van PFAS houdende grond kan plaatsvinden via twee trajecten: Neerslag à infiltratie in nieuw toegepaste bovengrond à uitzakken naar ondergrond à opname in grondwater à uittreden grondwater naar buitenwater Bovenstaand is aangegeven dat het effect van dit traject voor binnenwater minimaal zal zijn. Om dezelfde redenen geldt dat ook voor buitenwater. Afvoer van binnenwater via gemalen naar de rivieren. Bovenstaand is aangegeven dat het effect van onderhavig beleid op de totale kwaliteit van het binnenwater minimaal zal zijn. Daarom zal ook het effect van onderhavig beleid op de kwaliteit van het door gemalen te spuien binnenwater minimaal zijn. Bovendien behoren herkomstlocatie en toepassingslocatie in bijna alle gevallen tot dezelfde "gemaalgebied". Indien de toepassing in een ander gemaalgebied plaatsvindt lozen beide gemalen nog wel op hetzelfde riviersysteem.

Verhouding hergebruiksbeleid ZHZ tot Kader Richtlijn Water (KRW) Door deskundigen van de provincie Zuid-Holland is tijdens de feedbackfase aangegeven dat het voorgenomen hergebruiksbeleid voor ZHZ, net als het landelijke Handelingskader (zie boven) niet zodanig strijdig is met de KRW dat het geen doorgang kan vinden. Vraag 3C (D66) PFAS, waaronder PFOA: Staat de wethouder open voor proeven met hennepteelt? Hoe staan wij er tegenover om proeven te doen met hennep om de grond schoner te krijgen? Vervuilde delen van de planten afvoeren als chemisch afval. Antwoord Op dit moment vindt er een pilot in de regio plaats (uitvoer door derden; Proef om met hennep PFOA uit de grond te verwijderen | Moestuin herstel) (https://moestuinherstel.nl/nieuws/i/TKN6z/proef-ommet-hennep-pfoa-uit-de-grond-te-verwijderen). Wij zijn blij dat deze proeven er zijn. Wij zullen de eerste proeven en resultaten afwachten. Wanneer de resultaten bekend zijn, kan overwogen worden of en wat de gemeente hiervan vindt. Ook kan gekeken worden in hoeverre de bodem in Alblasserdam geschikt is om hennep te kweken en of dat daar mogelijk dezelfde resultaten kan hebben.

Pagina 6 van 8

SGP Vraag 1 (SGP) Wanneer je zwaar vervuilde grond met minder vervuilde grond mengt, gaat de concentratie per hoeveelheid omlaag; het volume vergroot. Antwoord De constatering is juist. Er is echter een verschil tussen mengen en toepassen van grond. Mengen is niet conform het bodembeleid. Mengen is tegen de rijksregels die gelden bij graafwerkzaamheden (milieubelastende activiteit graven). Bij opbrengen van grond is sprake van het de milieubelastende activiteit toepassen van grond of baggerspecie. Vraag 2 (SGP) Als het gaat om PFOA, PFAS en lood, kiest de gemeente op sommige punten voor strenger beleid dan het rijksbeleid en op sommige gebieden voor minder streng beleid. Hoe zit het precies dat we voor PFAS en PFOA voor ruimere normen kiezen en voor lood juist weer niet? Wat voor gedachte zit daarachter? Antwoord Zie antwoord op schriftelijke vraag 1. Vraag 3 (SGP) In het handelingskader PFAS 2021 (vervuilde grond) staat dat de norm is om grond of baggerspecie te storten of te reinigen. Dat zou leiden tot hogere projectkosten voor projectontwikkelaars, aannemers, particulieren en overheden en stagnatie van maatschappelijk gewenste ontwikkelingen. Daarom verlagen wij deze norm. SGP vindt dit een zwaktebod. Het remt de creativiteit, het remt innovaties en het blijft schadelijk voor de volksgezondheid.

In dit verband is het verontrustend dat het waterschap soepelere normen zou willen hanteren. Hoe garanderen we dat het hergebruik nooit leidt tot gezondheidsrisico's en hoe vindt de afweging plaats? Antwoord Uitgangspunt bij de omgevingsplanregels en beleidsregel is dat niet leidt tot gezondheidsrisico's. Deze normen zijn opgesteld in samenwerking met de GGD. Hierin is gezondheid het belangrijkste kenmerk. Gehalten PFOA boven de norm in het handelingskader leiden niet per definitie tot gezondheidsrisico's. In het handelingskader staat: Wanneer geconcludeerd wordt dat toepassing boven een dergelijke waarde in strijd is met de zorgplicht, is de toepassing immers niet toegestaan en komt de betreffende partij in beginsel voor stort in aanmerking. De toepassing is niet toegestaan als een toepassing met gehalten boven de norm in het handelingskader in strijd is met de zorgplicht. Over het algemeen kunnen lokaal waarden worden vastgesteld tussen de landelijke norm en de interventiewaarde of INEV (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging), zolang bij deze waarden bij het bodemgebruik van de locatie niet leidt tot gezondheidsrisico's. Bij het opstellen van de lokale regels is deze randvoorwaarde aangehouden. Het maatwerk zal worden gecontroleerd door de omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.

Vraag 4 (SGP) Hoe kunt u garanderen dat het hergebruik nooit leidt tot gezondheidsrisico’s? En hoe vindt die afweging plaats? Ook in verband met de binnenplanse vergunningverlening. Antwoord Zie antwoord op schriftelijk vraag 2. Vraag 5 (SGP) Verschillende tabellen (zie hier boven). Waarom zou je niet fors onder die waardes willen zitten? Antwoord Zie schriftelijke vraag 2 en 3 Vraag 6 (SGP) Is dit slecht voor de volksgezondheid?

Pagina 7 van 8

Antwoord Zie schriftelijke vraag 3 Vraag 7 (SGP) Waarom kiest de gemeente voor niet een hetzelfde verscherping als Molenlanden rondom de beleidsregel Antwoord De beleidsregel is door het college heeft vastgesteld en treedt inwerking als de bodemregels inwerkingtreden. De gemeente kiest er niet voor om ook op te nemen dat grond dat vanuit de andere gemeenten van regio Zuid-Holland Zuid op hun landbouwgrond wordt neergelegd, 50% schoner moet zijn. De reden hiervoor is dat de gemeente weinig landbouwgrond heeft, het lastiger maakt om grond her te gebruiken en voor onduidelijkheid kan geven bij aannemers en inwoners. Vraag8 (SGP) Wordt er in het omgevingsplan later nog ingegaan op oppervlaktewater, of valt dit daarbuiten? Antwoord Zie schriftelijke vraag 5 ChristenUnie (CU) Vraag 1(CU) In tabel 2.1 PFOA staat bij moestuinen enz. dat geen maatwerk mogelijk is. Horen de moestuinen/ pluktuin en bomen met vruchten bij woningen dan niet bij de norm van 0,010, dat ze net zo streng zijn als bij landbouw en natuur? Antwoord Bodemtechnisch horen kleine moestuinen/pluktuinen en bomen met vruchten bij de gebruiksfunctie wonen met tuin. Als het om grote moestuinen/pluktuinen en bomen met vruchten gaat, dan horen deze bij gebruiksfunctie moestuinen. De norm voor moestuinen is 0,0023 µg/kg (lokale norm; omgevingsplan).

Er zijn voor moestuinen geen directe, specifieke landelijke normen voor PFAS. De norm voor wonen met tuin is 0,007 µg/kg (landelijke norm). Voor moestuinen zou een hogere norm leiden tot gezondheidsrisico's, daarom is hier geen maatwerk (hoger norm) mogelijk. Voor siertuinen is gekozen om deze uit te zonderen en is geen hogere norm mogelijk. Dit was een beleidsmatige keuze. Zie ook schriftelijk vraag 3. VVD Vraag 1 VVD Kunnen we een bio houden? Antwoord: gezien de korte voorbereidingsprocedure en de technische aard van de vragen is het niet mogelijk om op korte termijn voor de raad van 30 september 2025 een BIO te houden. Hiervoor is de hulp van specialisten (OZHZ) nodig. Een BIO later is het zeker wel mogelijk. Het voorbereidingsbesluit met voorbeschermingsregels dat de gemeenteraad op 19 december 2023 heeft vastgesteld is na anderhalf jaar (juni 2025) vervallen. Met dit voorbereidingsbesluit werd voorkomen dat in de overgangsperiode tussen de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) tot de wijziging van het omgevingsplan ongewenste bodemactiviteiten worden toegestaan die schadelijk kunnen zijn voor mens of natuur. Wanneer er geen besluit wordt genomen, zijn er nog langer geen regels die ongewenste bodemactiviteiten voorkomen.

Verdere informatie Gedurende afgelopen periode is er beroep aangetekend bij andere gemeenten in de regio over de vergunningsplicht van seculaire bouwstoffen. De kans is aanwezig als de bodemregels worden vastgesteld dat hierop beroep komt. Dit zal dan zo veel mogelijk regionaal worden opgepakt.

Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/774/documents/16653