CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische vragen bij Wijziging APV.pdf

Gecombineerde commissie Alblasserdam 14 juni 2022, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 5: Algemene Plaatselijke Verordening Alblasserdam 2022 - Raadsvoorstel1.601 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen bij aanpassingen concept APV 2022 - PvdA Bestaande situatie Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht Artikel 2:26 Ordeverstoring bij evenementen

Nieuwe situatie 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

Vraag 1: waarom zijn punt 2 en 3 van geschrapt? Geeft het juist geen mogelijkheid bij demonstraties / evenementen zaken te verbieden die aanstoot gevend kunnen zijn? Bv het dragen van nazie uitingen, vlaggen en borden? Bij arrest van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad het in de APV opgenomen ‘colorverbod’ onverbindend verklaard, omdat dit in strijd is met het in artikel 7, derde lid, van de Grondwet neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting (ECLI:NL:HR:2021:1946). Hierdoor vervallen artikel 2:26, tweede en derde lid en artikel 2:50a. Gemeenten moeten ook de strafbaarstelling in artikel 6:1 van de APV aanpassen door daarin de verwijzing naar artikel 2:50a te schrappen. De vrijheid van meningsuiting weegt hier zwaarder. Praktische invulling hierbij is dat indien iemand bijv. nazi gerelateerde uitingen doet en daardoor de orde wordt verstoord, het eerste lid van toepassing is.

Bestaande situatie Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, koffiehuis, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, sportkantine of shisha lounge of elke andere voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde

Nieuwe situatie Artikel 2:27 Definities 1. Barvrijwilliger: de natuurlijke persoon, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet, of de wet die hiervoor in de plaats treedt. 2. Leidinggevende: a. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt uitgeoefend; b. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de openbare inrichting;

besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte. 3. Exploitant: de natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wiens rekening en risico de inrichting wordt gedreven. 4. Leidinggevende: de natuurlijke persoon die onmiddellijke leiding geeft in een inrichting.

c. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de openbare inrichting. 3. openbare inrichting: a. een hotel, restaurant, pension, café, koffiehuis, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, sportkantine, shisha lounge, afhaalpunten, fast- en foodbezorging, take away, maaltijdbezorging; of b. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid; c. een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

Vraag 2: Moet barvrijwilliger niet barmedewerker zijn? De termijn barvrijwilliger komt uit de wet. Een barvrijwilliger kan ook gezien worden als een "medewerker". Het gaat vaak om clubleden die een "bardienst draaien". Vraag 3: Moet Alcoholwet niet vervangen worden door: De Alcoholverordening? Waarom wet en verordening door elkaar gebruikt? Nee, de Alcoholwet is de landelijke wetgeving. In de Alcoholverordening wordt toepassing/uitvoering gegeven aan bepaalde mogelijkheden die uit de Alcoholwet afkomstig zijn. De gemeente kan zelf hier invulling aan geven. Het voorstel is om sommige mogelijkheden niet over te nemen in Alblasserdam bijvoorbeeld om geen toepassing te geven aan artikel 25g van de Alcoholwet. Dit artikel is gericht op bepaalde vervoermiddelen die bestemd zijn voor vervoer van personen waar bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken worden verstrekt, denk bijvoorbeeld aan een zogenoemde "bierfiets". Dergelijke voertuigen komen vooralsnog in Alblasserdam niet voor en er is dan ook geen noodzaak om hier verder uitvoering aan te geven. Vraag 4: is een buurthuis, clubhuis, sportkantine een openbare inrichting? In de alcoholverordening noemt men deze “para-commerciëleinrichtingen” en worden hiervoor speciale tijden vastgesteld om alcohol te mogen schenken. Ja, het is nog steeds een openbare inrichting, het is toegankelijk voor een ieder.

In de praktijk zie je alleen vaak dat bijv. bij een sportkantine alleen club leden welkom zijn maar dit maakt de inrichting nog niet besloten, een ieder kan lid worden van een bepaalde sportclub.

Paracommerciële inrichting is een aanduiding van een doel van een dergelijke inrichting. Onderscheid tussen paracommerciële en commerciële inrichtingen wordt gemaakt om oneerlijke mededinging te voorkomen. Het is niet de bedoeling dat clubleden eindeloos gebruik kunnen maken van horeca waarbij de prijzen vaak lager zijn dan bij een commerciële inrichting, zoals een café.

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting Vraag 5: Zou onder dit artikel passen dat bij een vergunning verlening een “integriteitsonderzoek op grond van Bevordering Integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur” (BIBOP) te verplichten    

Is dit mogelijk? Is dit wenselijk? Zou het beoogd effect worden bereikt? (weren van ondermijning) Is dit praktisch uitvoerbaar?

Niet gebruikelijk om dit zodanig specifiek in het artikel op te nemen en het is een politieke keuze of dit wenselijk is. Zie art. 2:28, derde lid, de burgemeester kan de vergunning weigeren, indien de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot de leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is ingediend is afgegeven. Zie ook art 2:28b gericht op de aanvrager: de burgemeester weigert de vergunning eveneens indien de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven. Als uit een VOG blijkt dat er incidenten worden genoemd die kunnen maken dat er sprake is van slecht levensgedrag dan weer je hiermee al een "malafide" ondernemer. Dit betreft "eigen onderzoek" van een bestuursorgaan afkomstig uit art. 3 Wet Bibob e.v. Er dient dan ernstig gevaar te bestaan dat een vergunning zal worden gebruikt om geld wit te wassen dat afkomstig is uit strafbare feiten, dan wel om strafbare feiten mee te plegen. Strafbare feiten kunnen dan een grond zijn voor een weigering. Naar aanleiding van deze vraag is ook vandaag (09-06) contact geweest met het RIEC. Het is niet gebruikelijk om alle aanvragen door te sturen naar het landelijk bureau Bibob. Dit om meerdere redenen; een onderzoek kost ong. 700 euro.

Het uitvoeren van een dergelijk onderzoek moet ook proportioneel zijn, gelet op de privacy en informatiedeling. Dit is ook de reden waarom een bestuursorgaan een eigen onderzoek doet vooraf o.a. door middel van een VOG. De aanvragen voor een exploitatievergunning en een horecavergunning worden voor Alblasserdam behandeld door de Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid. Bij de aanvraag van een exploitatie- en of horecavergunning wordt ook een Bibob formulier ingevuld door de aanvrager. Ook dit formulier kan een "aanleiding" zijn om alsnog een aanvraag door te sturen naar landelijk bureau Bibob. Het is dus mogelijk maar praktisch lastig uitvoerbaar zonder enige aanleiding. Vraag 6: moet bij punt d niet “geloof” worden toegevoegd? Op dit punt volledig uitgegaan van het regionale model van het RIEC. Geloof is er niet genoemd maar is een goede en passende aanvulling. Artikel 2:74c Openlijk drugsgebruik

Vraag 7: er zijn meer artikelen bij gekomen met drugs als onderwerp, zijn deze alle zo nodig en voldoet de landelijke wetgeving hier niet? Er zijn inderdaad meer artikelen bij gekomen naar aanleiding van het RIEC traject en het model van het RIEC. De artikelen zijn overgenomen met het doel om op regionaal niveau een eenheid te vormen en in het kader van harmonisatie. Wat op landelijk niveau geregeld is wordt niet in de APV opgenomen. In het kader van ondermijning is er bewust voor gekozen om op regionaal niveau dezelfde/zoveel mogelijk zelfde artikelen te hebben als regio gemeenten. In de artikelen zijn onderwerpen genoemd waaraan invulling moet worden gegeven op gemeentelijk niveau. Kanttekening hierbij is dat voor bepaalde artikelen gebieden moeten worden aangewezen, bijv. art. 2:74a om de artikelen in de praktijk toe te passen. Om deze stappen te zetten moet er eerst een kader worden vastgesteld in de Apv. Daarom is er voor gekozen om conform het model van het RIEC de artikelen over te nemen. Ook om praktische redenen is het makkelijker om al een kader te hebben zodat de Apv minder vaak op dit punt hoeft te worden aangepast. Art. 2:74c, dit artikel is in principe vrij duidelijk en een groot deel wordt in de bijlagen behorende bij de Opiumwet geregeld maar in de Apv hebben we het over "daarop gelijkende waar".

Hiermee worden bepaalde gaten opgevuld indien er een "nieuw/net anders samengesteld" drug op de markt komt. Dit was eerder het geval bij lachgas. Dit speelt ook nog soms bij bepaalde poeders, die net anders zijn samengesteld waardoor deze niet voldoen aan een drug uit de bijlagen van de Opiumwet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/324/documents/7789