Adviesnota 2e burap SOJ 5 okt 2020.pdf
Tekst van het document
Concept voorstel Algemeen Bestuur 12 november 2020 Onderwerp: 2e burap 2020 Serviceorganisatie Jeugd ZHZ
Voorstel 1. De 2e Bestuursrapportage (Burap) 2020 van de Serviceorganisatie vast te stellen
Kern van de zaak Twee keer per jaar wordt het Algemeen Bestuur geïnformeerd over de uitvoering van de begroting middels een bestuursrapportage. Thans ligt de tweede bestuursrapportage voor. In de bestuursrapportage worden de kostenontwikkeling en de bedrijfsvoering toegelicht. Ten opzichte van de eerste bestuursrapportage wordt een stijging van de kosten van € 1,1 mln. verwacht (0,9 procent). De kostenontwikkeling blijft daarmee (ongeveer) op het niveau zoals geschetst in de eerste bestuursrapportage. Toelichting kern van de zaak Samenvatting financieel beeld en onzekerheden Er wordt ten opzichte van de begroting voor 2020 volgens scenario 1 een overschrijding verwacht van € 12,7 mln. Dit is € 1,1 mln. (0,9 procent) meer dan de prognose bij de eerste bestuursrapportage. Het financieel beeld ten opzichte van de eerste bestuursrapportage is daarmee redelijk stabiel. Voor de begroting waren meerdere scenario's gemaakt. Scenario 1 ging uit van volledig halen van de kostenreductie en zonder verdere groei. De overige scenario's gingen uit van een hogere begroting. Ten opzichte van de realisatie 2019 nemen de kosten op de totale begroting met € 8,1 mln. toe. Gecorrigeerd voor prijsindexatie is dit € 5,1 mln. (4,4 procent). Op de post regionale zorgmarkt is de stijging gecorrigeerd voor indexatie 4,7 procent, tegenover 15 procent vorig jaar.
Coronacrisis Vanwege de coronacrisis heeft een deel van de jeugdhulp geen doorgang kunnen vinden of op een andere wijze doorgang gevonden, bijvoorbeeld middels hulp op afstand via een videoverbinding. Landelijk is afgesproken omzetderving van aanbieders ten opzichte van 2019 honderd procent te vergoeden voor de maanden maart tot en met juni. Alhoewel nog niet alle aanvragen zijn afgehandeld wordt verwacht dat in 2020 € 1,7 mln. aan omzetcompensatie aan zorgaanbieders (waarvan € 0,2 mln. voor taxivervoer van jeugdigen) wordt uitgekeerd. In de ingezette zorg is in deze compensatieperiode ook een dip waarneembaar met een dieptepunt in april. De dip in inzet en kosten in de periode maart-juni wordt voor een groot deel opgevuld met compensatie voor het omzetverlies van aanbieders. Er werd landelijk rekening gehouden met een mogelijke boeggolf van uitgestelde zorg. Deze is vooralsnog niet zichtbaar. Omgekeerd is ook geen blijvende daling van de dal-inzet in april zichtbaar. Wat dat betreft is er geen financiële impact van de corona- crisis zichtbaar op normaliseren en demedicaliseren.
In aanvulling op de omzetcompensatie mogen aanbieders op grond van landelijke afspraken ook meerkosten declareren voor onder andere medische hulpmiddelen, extra inhuur en huisvesting. In tegenstelling tot de omzetcompensatie loopt deze regeling door tot en met december 2020. De geschatte kosten voor deze regeling bedragen € 0,2 mln. Het Rijk compenseert gemeenten voor uitgestelde zorg (boeggolf) en meerkosten via het gemeentefonds. Voor omzetcompensatie wordt geen vergoeding verstrekt, omdat deze geacht wordt te zijn begrepen in de staande uitkering. In de meicirculaire is voor uitgestelde zorg op landelijk niveau reeds € 34,3 mln. toegekend aan gemeenten. In de septembercirculaire is aangegeven dat voor de vergoeding van de regeling meerkosten en inhaalzorg (boeggolf) nader onderzoek wordt uitgevoerd. Aanjaagplan jeugdhulp In het Aanjaagplan jeugdhulp zijn de maatregelen opgenomen die moeten leiden tot het terugdringen van de jeugdhulp uitgaven in onze regio. Deze maatregelen zijn gebaseerd op de Omdenknotitie. Per maatregel is aangegeven wie de trekker is (gemeenten, Stichting Jeugdteams of Serviceorganisatie). Partners hebben elkaar nodig en moeten nauw samenwerken om de plannen te realiseren. Het aanjaagteam jaagt de plannen aan en rapporteert over de voortgang. Veel maatregelen zijn onderhanden.
De 'hardere' maatregelen met meer directe invloed op budget en kosten zijn aangehouden c.q. nog niet uitgewerkt en geïmplementeerd. Lokaal worden ook al diverse maatregelen genomen. Dit betreft bijvoorbeeld de praktijkondersteuning huisarts (POH). De voortgangsrapportage van het aanjaagteam is in de themavergadering van het AB van 18 september 2020 besproken. Hierin geeft het aanjaagteam de volgende kernboodschap af: "er wordt op veel manieren in de regio gewerkt aan de transformatie – en daar zitten hele mooie voorbeelden bij. Juist in deze bijzondere Corona-tijden vinden doorbraken plaats. Maar het ontbreekt bij de uitvoering van de transformatie aan focus, prioritering en resultaatgerichtheid. En daardoor aan tempo. Om hierin verandering te brengen zijn een resultaatgerichte houding en meer strategische sturing nodig". Aanvullende maatregelen Als alternatief voor het aangehouden voorstel Budgetmaxima per gemeente uit het Aanjaagplan is het voorstel Ontwikkeling normenkader gemaakt. Dit is in het AB van 24 september 2020 besproken en goedgekeurd. In het voorstel is opgenomen: "Ter vervanging van de ‘Nee-tenzij regeling’ zoeken we een sturingsmodel dat vooraf helderheid biedt en gedurende het hele jaar kan worden ingezet zodat we continu kunnen sturen op passende en doelmatige zorg en daarmee op de uitgaven.
We ontwikkelen daartoe binnen de inkoopstrategie 2022 een normatief kader voor de jeugdhulpproducten die het meest worden ingezet en/of de hoogste kosten kennen. Dit normenkader ontwikkelen we samen met de aanbieders zodat zij medeverantwoordelijkheid kunnen dragen voor het terugdringen van de uitgaven. Het normenkader biedt een overzicht van samenwerkingsafspraken gericht op een meerjarige kostenreductie in de jeugdhulp. Het helpt aanbieders te komen tot een optimale uitvoering van hun aandeel in de jeugdhulp binnen de bestaande budgetten. Het maakt dat we, met elkaar, extra alert zijn op de resultaten en kosten van de inzet". Het normenkader is vergelijkbaar met de werkwijze die binnenkort zal worden toegepast op basis van de businesscase H153/H329. Deze case beschrijft de opvallende stijging van ambulante specialistische begeleiding (H153). Dit bleek de belangrijkste veroorzaker van de kostenstijging jeugdhulp in de hele regio. Uit verdere analyse is tevens gebleken dat de inzet van gedragswetenschappers (H329) soms is erg fors is ten opzichte van de overige ingezette jeugdhulp. In samenspraak met de stichting jeugdteams is besloten dat de inzet genormeerd wordt op een maximale inzet per week en toetsing plaatsvindt bij de stichting Jeugdteams. Voor die situaties waarbij extra inzet noodzakelijk is, zal de stichting Jeugdteams dit verzoek toetsen.
Deze businesscase dient als voorbeeld waarbij er gekeken wordt of de inzet daadwerkelijk noodzakelijk is en zorgt ervoor dat we met elkaar scherp houden of de zorg terecht komt bij die jeugdigen die dit het meest nodig hebben.
Het normenkader zal ten laatste effectief worden met ingang van 2022. Tot die tijd blijft de huidige Nee tenzij regeling van kracht. Deze wordt wel aangescherpt. De aanscherping betreft: a. Contractmanagement bij Serviceorganisatie Gesprekken over ‘Nee-tenzij’ worden nu gevoerd op het moment dat de toegewezen budgetten zijn uitgenut. Er is dan geen andere manier van bijsturen meer mogelijk dan toepassen van de ‘nee-tenzij’ regeling. Op basis van dashboard-informatie en trendanalyse zullen contractmanagers de uitnutting van beschikbare budgetten vanaf het begin van het jaar standaard opnemen in de (contractmanagement)gesprekken. De SOJ stuurt hierdoor op aanbiederniveau en zal intern de werkwijze hierop aanpassen. b. Casusregie bij Jeugdteams Hiernaast ligt er een belangrijke taak voor de stichting Jeugdteams. Zij hebben een sleutelrol bij het vervullen van de transformatie en sturen op de uitgaven. Zij moeten op casusniveau toezien op de inzet van passende hulp; voldoende en tijdig, maar niet te veel en te lang, waar mogelijk ook in overleg met overige (medische) verwijzers.
Daarnaast moeten zij middels goed ingerichte casusregie toezien op de doelmatigheid van ingezette hulp; worden er niet onnodig zwaardere producten ingezet (upcoding), worden er niet onnodig extra producten ingezet (stapeling), worden er niet onnodig steeds verlengingen van behandeling aangevraagd (ondoelmatigheid) In de toeleiding en in de casusregie heeft de Stichting jeugdteams belangrijke instrumenten in handen waardoor sturing tijdens de uitvoering mogelijk en noodzakelijk is. In aanvulling op bovenstaande extra maatregelen zal de Serviceorganisatie een aanbod doen uitgaan aan de individuele gemeenten om ondersteuning te leveren bij het cijfermatig en procesmatig identificeren van lokale kostenbeheersingsmaatregelen. Te denken valt hierbij aan analyses van klantreizen en verwijzers routes, en een analyse van de meest complexe en kostbare cliënten binnen een gemeente. De uitkomsten van deze analyses moeten vervolgens leiden tot lokale ondersteunings- en sturingsafspraken met bijvoorbeeld huisartsen en jeugdteams. Deze aanpak heeft de afgelopen maanden onder meer in de Hoeksche Waard veel handelingsperspectief opgeleverd. Jeugdhulp naar voren Met ingang van dit jaar tot uiterlijk 1 januari 2022 worden gemeenten in de gelegenheid gesteld zelf beschikkingsvrije jeugdhulp in kopen om de beweging naar de voorkant te faciliteren.
Het doel is door jeugdhulp aan de voorkant bij gemeenten te organiseren de totale kosten te drukken. Op basis van aanbestedingsregels is dit toegestaan voor maximaal € 750.000 per gemeente voor de hele looptijd tot 1 januari 2022. Deze kosten komen ten laste van de post regionale zorgmarkt bij de Serviceorganisatie. Dit betekent tegelijkertijd dat als de beoogde besparing van minder tweedelijnszorg lager uitpakt dan de kosten van jeugdhulp naar voren, de totale kosten toernemen. Dit risico is het grootst als jeugdhulp naar voren wordt ingezet voor taakgerichte bekostiging, bijvoorbeeld voor inzet van fte's bij het jeugdteam. Extra rijksmiddelen en landelijk onderzoek kostenstijging jeugdhulp Het Rijk heeft voor 2019 420 mln. en voor 2020 en 2021 voor beide jaren 300 mln. beschikbaar gesteld. Dit jaar wordt een onderzoek uitgevoerd naar de kostenstijging jeugdhulp om te bepalen of en hoeveel extra middelen er structureel nodig zijn. In de miljoenennota is voor 2022 reeds 300 mln. toegezegd.
Toezicht provincie De kostenontwikkeling en de maatregelen zijn besproken met de provincie. Geconstateerd is dat de in de begroting opgenomen kostenreductie niet is gerealiseerd, de kostenstijging in 2019 zeer groot is geweest en de kosten in 2020 licht doorstijgen. Met de provincie is contact geweest over de maatregelen opgenomen in het aanjaagplan en de extra voorziene maatregelen. Mede op basis van een verstrekte doorrekening van de maatregelen heeft de provincie vastgesteld dat met de maatregelen uit het aanjaagplan de voorziene kostenreductie van 14,7 mln. voldoende is onderbouwd. Uitgangspunt is dat deze kostenreductie gerealiseerd kan worden in de jaren 20212023 ten opzichte van het geprognosticeerde kostenniveau 2020 uit de eerste bestuursrapportage. Dit is verwerkt in de begrotingswijzing voor 2021 bij de eerste bestuursrapportage welke is aangehouden tot de tweede bestuursrapportage. Rapportage per gemeente en analyses met gemeenten Al enige tijd is het gemeentedashboard beschikbaar waarin gemeenten de ontwikkeling van het gebruik van jeugdhulp naar allerlei dwarsdoorsneden kunnen volgen. Daarnaast levert de Serviceorganisatie sinds juni een uitgebreidere maandelijkse rapportage per gemeente, inclusief een gemeentelijk beknopt dashboard op één A4 met de belangrijkste kernontwikkelingen.
In de rapportage per gemeente is ook een financiële prognose van de kosten opgenomen. Deze bestuursrapportage gaat in op de ontwikkeling op regioniveau. Om het gebruik van het dashboard door gemeenten te stimuleren en zo hun inzicht in hun bestedingen te vergroten, heeft Serviceorganisatie onlangs een 'inloopochtend' voor gemeenten georganiseerd waarin interactief met gemeenten analysemogelijkheden met het gemeentedashboard zijn verkend en ook in de praktijk zijn toegepast. Dit is een succesvolle bijeenkomst geweest die vooralsnog maandelijks herhaald zal worden. Het levert veel input op voor te formuleren beleid en projecten om meer grip te krijgen op jeugdhulp. In deze bijeenkomst is ook geconstateerd dat de data ontsloten door de Serviceorganisatie goed inzicht bieden in WAT er gebeurt, maar geen antwoord kan geven op de vraag WAAROM er meer jeugdhulp is toegewezen op bepaalde plaatsen, in bepaalde gemeenten. Hier zal door gemeenten, in samenwerking met de Serviceorganisatie, in overleg met de stichting Jeugdteams, de wijkteams, overige verwijzers, eventueel aangevuld met aanbieders de achterliggende oorzaken boven tafel moeten worden gehaald.
Kanttekeningen en risico’s: zie hoofdstuk 3 van de burap Kosten, baten en dekking: zie begrotingswijzigingen Communicatie: n.v.t. Juridische of personele consequenties: n.v.t. Vervolgprocedure: n.v.t.
Bijlagen: 2e burap 2020 SOJ