7. Concept Begroting 2027 GR Sociaal - Definitief.pdf
Tekst van het document
Primaire begroting 2027-2030 Gemeenschappelijke Regeling Sociaal CONCEPT
INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding .................................................................................................................. 4 1.1 Voorwoord ..................................................................................................................................... 4 1.2 Landelijke en regionale ontwikkelingen ......................................................................................... 5 1.3 Budgettaire kaders en uitgangspunten .......................................................................................... 7 1.4 Maatregelen en ombuigingen ........................................................................................................ 9 1.5 Samenvatting financiële resultaten ............................................................................................. 12
2 Programmabegroting .......................................................................................... 19 2.1 Dienstverlening ............................................................................................................................ 20 2.2 Bestaanszekerheid versterken .................................................................................................... 24 2.3 Ontwikkelen naar werk ................................................................................................................ 32 2.4 Zorgen voor ondersteuning ......................................................................................................... 40 2.5 Bedrijfsvoering ............................................................................................................................. 47 2.6 Algemene dekkingsmiddelen ...................................................................................................... 55 2.7 Vennootschapsbelasting ............................................................................................................. 55
3 Paragrafen ............................................................................................................ 56 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................................. 56 3.2 Onderhoud kapitaalgoederen ...................................................................................................... 59 3.3 Financiering ................................................................................................................................. 60 3.4 Bedrijfsvoering ............................................................................................................................. 62 3.5 Rechtmatigheid ............................................................................................................................ 67 3.6 Openbaarheidsparagraaf............................................................................................................. 68 3.7 Verbonden Partijen ...................................................................................................................... 69
4 Financiële begroting............................................................................................ 73 4.1 Overzicht van baten en lasten ..................................................................................................... 73 4.2 Toelichting baten en lasten.......................................................................................................... 75 4.3 DVO's .......................................................................................................................................... 76 4.4 Financiële positie ......................................................................................................................... 79 4.5 Verdeelsleutels ............................................................................................................................ 80 4.6 Investeringsplan .......................................................................................................................... 81 4.7 Overzicht per taakveld ................................................................................................................. 82
5 Vaststelling .......................................................................................................... 84 6 Bijlagen................................................................................................................. 85 Bijlage A Bijdragen per gemeente per Opgave ................................................................................. 85 Bijlage B Bijdragen per gemeente per taakveld ................................................................................ 86 Bijlage C Meerjarenbijdrage per gemeente ....................................................................................... 87 Bijlage D Ramingsuitgangspunten per Opgave ................................................................................ 91 Bijlage E Verplichte BBV-beleidsindicatoren ..................................................................................... 92
2
Bijlage F Begrotingssubsidies ........................................................................................................... 94 Bijlage G Aantallen per gemeente per gemeente ............................................................................. 94
3
1 Inleiding
1.1 Voorwoord Nieuw realisme, noodzaak in een veranderende context We leven in een periode waarin de wereld om ons heen sneller verandert dan ooit. De politieke en maatschappelijke dynamiek is voelbaar in alle lagen van de samenleving en zorgt voor een steeds weer veranderende context. De weerslag hiervan op inwoners en op de overheid zelf maakt dat nieuw realisme noodzaak is. Nederland staat voor grote maatschappelijke opgaven1 zoals de houdbaarheid van de zorg door o.a. vergrijzing, onder druk staande woningmarkt, tekorten op de arbeidsmarkt en toenemende bestaansonzekerheid. Hetgeen ook leidt tot een gevoel van onbehagen en onmacht in de samenleving en minder vertrouwen in de overheid. Daarnaast is er sprake van mondiale dynamiek, die sterk verweven is met de leefwereld van inwoners en de positie en de rol van de overheid. Internationale spanningen en onzekerheid dragen tevens bij aan onder druk staande bestaanszekerheid en zorg door stijgende prijzen en toestroom van hulpbehoevenden. In deze context is het belangrijk om wendbaar, weerbaar en toekomstgericht te handelen vanuit een realistisch perspectief. Scherpe keuzes, heldere prioriteiten en met name samenwerking en wederzijdse versterking zijn essentieel.
Financiële realiteit van het sociaal domein Tezamen met bovenstaande ontwikkelingen zullen gemeenten steeds meer financieel in de knel komen door structureel minder middelen, hogere kosten en een financieringssystematiek die niet aansluit bij de realiteit van het sociaal domein. Dit is tijdelijk minder zichtbaar geweest door incidentele meevallers maar nu deze steeds meer wegvallen wordt de financiële druk meer en meer zichtbaar. Gemeenten zullen als lokale overheid voor scherpere keuzes komen te staan met effect op hun inwoners. In deze begroting zijn al een aantal scherpe keuzes opgenomen. De komende periode zal de GR Sociaal samen met de gemeenten de ombuigingsmogelijkheden uitwerken en ter besluitvorming voorleggen. Veranderende politieke koers Deze scherpe keuzes worden ook gemaakt door de huidige regering. Het coalitieakkoord “Aan de slag”, zet in op een eenvoudiger, voorspelbaar en meer mensgerichte overheid. Er komt een vereenvoudigingsslag in wet- en regelgeving, een hervorming van de zorg gericht op beheersbaarheid en houdbaarheid maar tegelijkertijd wordt de sociale zekerheid versoberd, gericht op harmonisering. De hervorming gepaard met ombuigingen. Het akkoord laat tevens erkenning, waardering en bereidheid tot samenwerking met gemeenten zien, na een periode van slechte interbestuurlijke verhoudingen.
Geheel beschouwend en afgezien van de scherpe financiële keuzes, laat het coalitieakkoord een voorzichtige beweging zien richting een sociaal domein waarin eenvoud, betrouwbaarheid en uitvoerbaarheid centraal staan. Drie begrippen die passen bij nieuw realisme. Samenwerking én versterking De combinatie van maatschappelijke en externe ontwikkelingen, financiële druk en een toenemende vraag naar inzet in het sociaal domein vraagt om duidelijke keuzes en een gezamenlijke aanpak. Om ondersteuning voor inwoners beschikbaar te houden, is het noodzakelijk om prioriteiten te stellen, krachten te bundelen en te investeren in de weerbaarheid van inwoners. Landelijk wordt stevig ingezet op de fysieke weerbaarheid maar juist de maatschappelijke weerbaarheid van inwoners is cruciaal waarin een belangrijke rol is weggelegd voor gemeenten. Door samen te werken, elkaar te versterken en krachten te bundelen kunnen we investeren in de veerkracht van inwoners, het netwerk om hen heen en de voorzieningen en ondersteuning die zij nodig hebben. De komende jaren vragen dan ook om een sterke regionale samenwerking tussen gemeenten, GR Sociaal en partners. Alleen samen kunnen we de uitdagingen aan en zorgdragen voor een toekomstbestendig sociaal domein. 1
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving, “Doen en laten”, 2025. 4
1.2 Landelijke en regionale ontwikkelingen Focus op onze publieke waarde De doelen in deze begroting hebben we steeds per opgave beschreven wat ons maatschappelijk gezien voor ogen staat, hoe we die doelen gaan bereiken en welke acties we daarvoor ondernemen. Ook de onderlinge samenhang tussen de doelen per opgave, het opgave-overstijgende aspect, is van cruciaal belang. Als publieke organisatie opereren we steeds in een politieke context die snel kan veranderen en waarbij spanning kan ontstaan tussen de zaken die wij ons voorgenomen hebben te gaan doen en de politieke opinie die wij te verwerken krijgen. Ook hiervoor geldt dus dat het verstandig is om steeds in verbinding te blijven met de politieke en maatschappelijke context waarin we ons bevinden en te blijven onderzoeken waar veranderingen kunnen optreden en hoe we die moeten incorporeren. Net als onze inwoners willen wij natuurlijk ook een stabiel en voorspelbaar bestaan: de manier om daar geen stress van te krijgen is de beweeglijkheid in onze organisatie hoog te houden en desondanks op koers te blijven. Voor de doelen in deze begroting betekent dit dus: blijf onderzoeken en monitoren of de gekozen doelstellingen en vertaling daarvan naar acties nog steeds passend zijn in de actuele context en veer mee, stel bij waar dit nodig is.
Ondersteuning aan inwoners De toenemende complexiteit van de samenleving, de stelsels van wet- en regelgeving zorgt voor belemmeringen bij inwoners bij meedoen, rondkomen of het krijgen van ondersteuning. Het is van belang dat iedere inwoner de ondersteuning krijgt die zij of hij nodig heeft om zelfstandig of met ondersteuning te kunnen deelnemen aan de maatschappij. Vanuit de opgaven zetten we samen met gemeenten, partners én de inwoner in op ontwikkelen, ondersteunen en versterken van inwoners richting werk of participatie, zorg en bestaanszekerheid. Hierbij staat het uitgaan van vertrouwen en het toepassen de menselijke maat in de dienstverlening centraal, maar ook het verminderen van de complexiteit van het gehele stelsel van wet- en regelgeving voor zowel inwoners als uitvoering in het kader van houdbaarheid. Deze onderwerpen klinken ook door in de landelijke ontwikkelingen rondom het Nationaal Programma Armoede en Schulden (NPAS), de Participatiewet in balans en de fundamentele herziening hiervan, de Hervormingsagenda Inkomensondersteuning als ook ontwikkelingen rondom houdbare en toekomstbestendige zorg. Deze bewegingen zijn ingezet door het inmiddels demissionaire kabinet waarbij de verwachting is dat deze ondanks de val van het kabinet doorgang zullen vinden.
Goede en houdbare ondersteuning vereist samenwerking zowel binnen de opgaven als daarbuiten met gemeenten en partners. Ontwikkelen naar werk is onlosmakelijk verbonden met bestaanszekerheid en het zorgen voor ondersteuning om zodoende bij te dragen aan participatie van inwoners in de maatschappij. Bij zorgen voor ondersteuning ligt de grote uitdaging in de houdbaarheid van de zorg. Ontwikkelingen als de dubbele vergrijzing, de toename van chronische aandoeningen en demografische en maatschappelijke veranderingen dragen eraan bij dat de vraag naar zorg toeneemt en verandert. Dit vraagt om creativiteit, inzet op innovatie en samenwerking met partners en gemeenten. Een duidelijk zichtbare beweging hierbij is de aandacht voor preventie, het voorveld van algemene voorzieningen en het eigen netwerk zoals bijvoorbeeld de inzet van mantelzorg. Kaders en ontwikkelingen als het Transformatieplan IZA en het Houdbaarheidsonderzoek Wmo vormen daarbij belangrijke richtlijnen. In het kader van bestaanszekerheid zijn vereenvoudiging en hervorming de centrale thema's. Uitgangspunt is het bieden van een zeker bestaan door een voorspelbaar en zeker inkomen via een eenvoudiger en meer uitvoerbaar stelsel van inkomensondersteuning. De eerste stappen hiertoe zijn gezet door de aankondiging van Hervormingsagenda vereenvoudiging inkomensondersteuning door het rijk.
De Hervormingsagenda vormt de paraplu van andere grote ontwikkelingen in het stelsel zoals de Participatiewet, toeslagen en belastingen maar kent ook aandacht voor bijvoorbeeld de verschillen in minimaregelingen bij gemeenten. Dit geldt ook voor de aandacht voor de verschillen op het gebied van schuldhulpverlening via o.a. het Nationaal Programma Armoede en Schulden. Daarnaast is er aandacht voor proactieve dienstverlening. Via de bestaanszekerheidsgesprekken en de inzet op vroegsignalering worden de domeinen van bijstand, zorg en schulden verbonden. Een andere belangrijke ontwikkeling in dit kader is de doorontwikkeling van het Samenwerkplein en het overheidsbreed loket dat lokaal toegankelijk is gemaakt. Op deze manier wordt meegewerkt aan het toegankelijker maken van de dienstverlening en de overheid dichterbij bij de inwoners gebracht. Dit helpt om problemen vroeg te signaleren en ondersteuning beter toegankelijk te maken.
5
In het kader van betere toegankelijke ondersteuning voor inwoners in het ontwikkelen naar werk zijn belangrijke ontwikkelingen ingegeven door het veranderende bestand. Er zijn steeds meer mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt die ondersteuning nodig hebben op het gebied van werk én participatie. Belangrijke bewegingen in dit kader zijn de transformatie van de sociale infrastructuur gericht op ontwikkelen naar werk middels de transformatie van de arbeidsmarktstructuur en het sociaal ontwikkelbedrijf. Maar ook de inzet op maatschappelijke participatie als onderdeel van Participatiewet in balans en de aandacht voor statushouders en asielzoekers in het kader van inburgering en een vroege start op de arbeidsmarkt.
6
1.3 Budgettaire kaders en uitgangspunten
Financieel kader Om de verbinding te versterken, stellen de gemeenten en de GR Sociaal gezamenlijk jaarlijks een uitgangspuntennotitie op. De Uitgangspuntennotitie 2027 - 2030 is 29 januari jl. vastgesteld door het Algemeen Bestuur en dient als basis voor het opstellen van de primaire begroting 2027 en voor de meerjarenraming 2028 tot en met 2030. Op deze manier zijn gemeenten tijdig betrokken in het proces om te komen tot de primaire begroting 2027 GR Sociaal. De uitgangspunten worden in deze paragraaf nader toegelicht. Reëel ramen In een primaire begroting is tevens een meerjarenraming opgenomen voor de drie volgende jaren. Het uitgangspunt voor de primaire begroting is reëel ramen, dit betekent: - Ontwikkeling <trend> van de kosten (baten en lasten) per product in de afgelopen jaren; - Ontwikkeling <trend> van de aantallen klanten per product in de afgelopen jaren. - De omvang en het niveau van de formatie op organisatieniveau wordt bepaald aan de hand van de opdracht(en) vanuit de gemeente en de op te leveren resultaten. Hierbij wordt ook permanent gekeken naar procesoptimalisatie en de mogelijkheden van automatisering om zo efficiënt mogelijk te werken. Inhoudelijk compleet De primaire begroting 2027 moet zoveel mogelijk inhoudelijk compleet zijn en een zo integraal mogelijk beeld geven van de financiële consequenties.
De primaire begroting 2027 kan daarom naast het bestaand beleid ook voorstellen bevatten voor nieuw en/of gewijzigd beleid. Begrotingswijzigingen Indien blijkt dat de begroting 2027 in 2026 moet worden bijgesteld op basis van het regeerakkoord, coalitieakkoorden, aangepaste CPB-ramingen of andere materiële wijzigingen, dan gebeurt dat via afzonderlijke begrotingswijzigingen die ter besluitvorming worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur en zoveel mogelijk via de geëigende momenten van de P&C cyclus. Financiële bijdragen gemeenten De grondslag voor de financiële bijdrage van de gemeenten aan de GR Sociaal ligt vast in de Bijdrageverordening 2026. Hierin zijn drie soorten bijdragen benoemd: 1. Een bijdrage aan de uitvoeringsorganisatie Sociale Dienst Drechtsteden voor de taken en bevoegdheden uit artikel 5 van de regeling; 2. Een bijdrage aan de uitvoeringsorganisatie Drechtwerk voor de taken en bevoegdheden uit artikel 6; 3. Een op basis van een dienstverleningsovereenkomst (DVO) voor de taken, die buiten de taken opgenomen in artikel 5 en 6 van de regeling zijn opgenomen. Verdeelsleutels Het ophalen van de eerste twee soorten bijdragen gaat aan de hand van een aantal verdeelsleutels.
In 2023 zijn de verdeelsleutels van de Sociale Dienst Drechtsteden samen met de gemeenten geactualiseerd aan de hand van zeven criteria: uitlegbaar, transparant, eenvoudig, toekomstbestendig, maatwerk en integraliteit, faciliteren en stabiel. In 2026 is de verdeelsleutel Drechtwerk geactualiseerd. De sleutel, die nu gehanteerd wordt door Drechtwerk is het aantal personen woonachtig in de betreffende gemeente met een SW-indicatie en ter werk gesteld bij of via Drechtwerk. Aangezien de SW-populatie steeds verder daalt, is deze huidige kostenverdeelsleutel op termijn onhoudbaar. Daarnaast is er meer instroom vanuit Beschut Werk. Dit heeft ertoe geleid dat in gezamenlijkheid met de Drechtsteden gemeenten een voorstel is gekomen voor het aanpassen van de sleutel. De aanpassing is opgenomen in het Adviesrapport kostenverdeelsystematiek SDD. Besloten is om de huidige sleutel te blijven gebruiken, maar daarnaast een nieuwe sleutel, "Nieuw beschut-plekken" in te voeren.
7
Dit heeft de geresulteerd in de volgende verdeelsleutels: Opgave/ product
Sleutel
Bestaanszekerheid versterken Inkomensondersteuning
Verhouding inkomsten BUIG
Minimabeleid
Voorcalculatie per gemeente
Maatwerkvoorziening inkomenssteun CGZ
Voorcalculatie per gemeente
Budgetadvies en schuldbemiddeling
Aantal cliënten schuldhulpverlening
Ontwikkelen naar werk Participatie Drechtwerk
BUIG aantallen 3-jaars gemiddelde Voor het SW-deel is dit het aantal personen woonachtig in de betreffende gemeente met een SW-indicatie en ter werk gesteld bij of via Drechtwerk. Voor het Nieuw Beschut deel is dit de verdeling op basis van 3-jarig gemiddelde Arbeidsparticipatie.
Zorg voor ondersteuning Huishoudelijke ondersteuning
Voorcalculatie per gemeente
Hulpmiddelen, Vervoer Begeleiding, kortdurend verblijf en persoonlijke verzorging WMO-uitvoeringskosten
Voorcalculatie per gemeente Voorcalculatie per gemeente Voorcalculatie per gemeente
Bedrijfsvoering Apparaatskosten/ overhead
Apparaat volgt taak
8
1.4 Maatregelen en ombuigingen De financiële positie van gemeenten staat onder druk als gevolg van de geplande kortingen door de rijksoverheid op het gemeentefonds. Dit heeft ingrijpende gevolgen voor de gemeentelijke begrotingen. Om de negatieve effecten van deze terugval in inkomsten te dempen stelde het kabinet in de Voorjaarsnota en de Meicirculaire 2025 incidenteel en deels structureel aanvullende middelen voor ondersteuning beschikbaar. Toch betekent dit dat het volledige effect van het Ravijnjaar niet wordt voorkomen, maar wordt uitgesteld tot het jaar 2028. Gemeenten krijgen daardoor twee jaar extra de tijd om zich hierop voor te bereiden. Aan de hand van de bestuurlijke opdracht 'Toekomstbestendig Sociaal Domein' onderzoekt de GR Sociaal welke mogelijkheden (knoppen) er binnen de verantwoordelijkheden van de GR Sociaal zijn om bij te dragen aan het beheersbaar houden van de kosten in het Sociaal Domein. Update over lijn 1: aanpassing van de uitvoering en bedrijfsvoering In deze eerste lijn ligt de focus op het streven naar een zo efficiënt mogelijke uitvoering. Het uitgangspunt voor de begroting is dat de raming van de benodigde formatie meebeweegt met ontwikkeling binnen de opgaven. Dit betekent voor de formatie in 2025 een groei van 10 fte, zijnde € 1.128.000.
In de Begroting 2025 is besloten om van dit standpunt af te wijken en de formatie in de begroting 2025 niet mee te laten bewegen met de ontwikkelingen (anders dan CAO etc.). Deze maatregel is in 2025 gerealiseerd. Primaire begroting 2026-2029 Het Algemeen Bestuur heeft op 10 juli 2025 de primaire Begroting 2026-2029 vastgesteld. Naast een structurele ombuiging op met name de formatie van € 1,3 miljoen is tijdens de AB- vergadering ook besloten om een structurele ombuiging van € 2,0 miljoen op de personeelskosten en overhead meerjarig door te voeren vanaf 2026. De aanvullende structurele ombuiging van € 2,0 miljoen wordt o.a. gerealiseerd door de begrotingsmethodiek van de personeelskosten aan te passen. Voorheen werd in de personeelsbegroting uitgegaan van het maximum van de salarisschaal; voortaan wordt de begroting gebaseerd op één trede onder het maximum. Dit leidt tot een financieel voordeel van € 1,3 miljoen. Het resterende bedrag van € 0,7 miljoen wordt gerealiseerd door diverse aanpassingen binnen de overhead, waaronder de bijstelling van de verschillende personeels- en afdelingsbudgetten. Keuzes in spoor 2 (zie onderstaand) kunnen een effect hebben op de manier van uitvoering van bepaalde taken, waardoor het mogelijk kan zijn om aanvullende ombuigingen op dit spoor te realiseren.
Update over lijn 2: aanpassingen in het beleidsprogramma Om de kostenontwikkeling verder te kunnen beheersen, is aanpassing van het beleidsprogramma opgenomen als onderdeel van de Bestuurlijke Opdracht. In de Voorjaarsbrief 2026 zijn de volgende maatregelen en de bijbehorende besparingen geactualiseerd: • Uitstroom bevorderende maatregelen: Binnen de opgave Bestaanszekerheid versterken is de maatregel uitstroom bijstandsklanten aangepast. In het huidige uitgangspunt wordt verondersteld dat de uitstroom 2,5% beter zal zijn dan de landelijke CPB-prognose. Wij achten het van belang om te streven naar een ambitieuze, maar ook realistische doelstelling. Het hanteren van de CPB-prognose als uitgangspunt voor de ontwikkeling van het bijstandsbestand sluit hier beter op aan. De veronderstelling dat 2,5% beter kan worden gepresteerd dan de CPB-prognose wordt als niet realistisch beschouwd. Ter compensatie van het wegvallen van deze ombuiging, gaan we richting de begroting 2027 nader onderzoeken in hoeverre een andere invulling van participatie (o.a. de businesscase Arbeidsondersteuning van Nuggers en Jongvolwassenen) kan leiden tot kwantificeerbare ombuigingen. •
Herstelgerichte ondersteuning: De verwachte besparing bij Zorgen voor Ondersteuning is naar beneden bijgesteld. Door het beëindigen van de interventie Herstelgerichte ondersteuning zal deze doelstelling niet behaald worden. Op dit moment wordt samen met gemeenten verkend of er andere mogelijkheden zijn waarmee de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van ouderen wordt vergroot. Daarnaast zullen we nader onderzoeken in hoeverre aanpassingen in het Wmo-beleid (o.a. vorming van algemene voorzieningen en de link met Beschermd Wonen en
9
Maatschappelijke Opvang) kunnen worden geformuleerd en geëffectueerd in de ramingen van de Wmo. •
Persoonlijk Minimabudget: De gemeente Alblasserdam heeft besloten om de inkomensgrens voor het Persoonlijk Minimabudget te verlagen van 120% naar 110%, en is het percentage van de toeslag aangepast van 45% naar 35% van de toepasselijke grens.
Uitgangspuntennotitie 2027-2030 Tijdens de behandeling van de Uitgangspuntennotitie 2027–2030 in het Algemeen Bestuur op 29 januari 2026 is besloten de ombuigingsmaatregelen voor de jaren 2027–2030 in de begroting te actualiseren. Deze actualisering vindt plaats op basis van de Bestuurlijke Opdracht Toekomstbestendig Sociaal Domein. Voorts is de intentie uitgesproken om verschillende alternatieven te verkennen ter compensatie van de vervallen ombuigingen. Hoewel het Algemeen Bestuur geen expliciete taakstelling heeft vastgesteld, is verzocht om (alternatieve) ombuigingsvoorstellen ter omvang van € 6,6 miljoen in kaart te brengen en daarbij specifiek invulling te geven aan de volgende aandachtsgebieden: 1.
Nader onderzoek in hoeverre een andere invulling van participatie (o.a. de businesscase Arbeidsondersteuning van Nuggers en Jongvolwassenen) kan leiden tot kwantificeerbare ombuigingen.
2.
Nader onderzoek in hoeverre ombuigingen in het buitenwettelijk begunstigend beleid (i.c. minimabeleid) kan leiden tot kwantificeerbare ombuigingen.
3.
Nader onderzoek in hoeverre aanpassingen in het Wmo-beleid (o.a. vorming van algemene voorzieningen en de link met Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang) kunnen worden geformuleerd en geëffectueerd in de ramingen van de Wmo.
4.
Nader onderzoek in hoeverre ombuigingen in de dienstverlening vanuit Bedrijfsvoering Drechtsteden kunnen worden geëffectueerd in de primaire begroting 2027.
In aanloop naar de Primaire Begroting 2027–2030 is binnen de verschillende opgaven van de GR Sociaal een brede inventarisatie uitgevoerd naar potentiële ombuigingsvoorstellen. Hierbij is rekening gehouden met de verschillende aandachtsgebieden zoals opgenomen in de opdracht van het Algemeen Bestuur. De opbrengst van deze inventarisatie is verwerkt in de Rapportage actualisatie ombuigingen die als bijlage bij de Begroting 2027-2030 is toegevoegd. Het Algemeen Bestuur wordt daarin gevraagd een selectie te maken van de ombuigingsvoorstellen die in samenspraak met de gemeenten nader dienen te worden uitgewerkt. Na uitwerking kunnen deze voorstellen via een eerste begrotingswijziging, eventueel later via de Voorjaarsbrief 2027, in de Begroting 2027–2030 worden opgenomen. Tevens is door het Algemeen Bestuur gevraagd om bij het opstellen van de Primaire Begroting 20272030 te komen tot een actualisering van een aantal uitgangspunten zoals deze zijn opgesteld in de Uitgangspuntennotitie 2027-2030: 1. De raming van de apparaatskosten in de Primaire begroting 2027 te herijken als een gezamenlijk uitgangspunt van de deelnemende gemeenten gedragen en beschikbaar is en/of als de meicirculaire 2026 van het gemeentefonds 2026 hier, tijdens de zienswijze-procedure van de Primaire Begroting 2027, aanleiding toe geeft. 2.
De raming van volumes van de Wmo te actualiseren op basis van meer recente data. Ten aanzien van het uitgangspunt over de raming van de apparaatskosten is besloten om met ingang van 2027 aan te sluiten bij de Begrotingsrichtlijnen voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen binnen de Drechtsteden. Daarbij geldt als uitgangspunt dat gemeenschappelijke regelingen bij het opstellen van hun begroting zoveel mogelijk werken met uniforme kaders. Ter ondersteuning hiervan stellen de gemeenten voorafgaand aan het begrotingsproces een gezamenlijke uitgangspuntenbrief vast. Concreet betekent dit voor de apparaatskosten in de Begroting GR Sociaal 2027–2030 dat de indexering niet meer gebaseerd wordt op de septembercirculaire 2025, maar op de ramingen uit het Centraal Economisch Plan van februari 2026.
10
Ook is opnieuw gekeken naar de ontwikkeling van de aantallen binnen de Wmo. Dit leidt tot enkele kleine verschillen binnen de marge, die we vooralsnog niet hebben verwerkt in de Begroting 2027– 2030. Bij de Voorjaarsbrief 2027 beoordelen we de aantallen opnieuw en indien relevant zullen we de Begroting hierop aanpassen. Update over lijn 3: Onderzoeken van kansen voor nadere samenwerking De maatregelen in lijn 3 gaan over kansen door op een andere manier samen te werken in het sociaal domein. De uitwerkingsopdrachten in lijn 3 geven inzicht in meer duurzame oplossingen. Deze kunnen uiteraard wel effect hebben op de uitvoering (lijn 1) en het beleid (lijn 2). Het helder krijgen van welke keuzes dat zijn en welke effecten dat oplevert is onderdeel van de uitwerkingsopdrachten in lijn 3. De eerste drie uitwerkingsopdrachten zijn gestart, maar het is nog onbekend wanneer de concrete ombuiging zal plaatsvinden. Bij het uitwerken van de ombuigingen is het tevens noodzakelijk om te kijken naar fundamentele veranderingen in het systeem. Om substantiële en structurele besparingen te kunnen realiseren zijn namelijk stelselwijzigingen noodzakelijk. Een groot deel hiervan is afhankelijk van keuzes van het Rijk en aanpassingen in wet- en regelgeving. Dat vraagt om landelijke besluitvorming waar wij als gemeenschappelijke regeling slechts beperkt invloed op hebben.
Tegelijkertijd is het van belang te benadrukken dat stelselwijzigingen niet uitsluitend op rijksniveau kunnen plaatsvinden. Ook regionaal liggen kansen om het systeem anders in te richten en zo bij te dragen aan structurele verbetering en houdbaarheid. Door regionaal samen te werken, kunnen we eerder vernieuwende werkwijzen ontwikkelen, processen vereenvoudigen en gezamenlijke keuzes maken die de druk op het stelsel verlagen. Een concreet voorbeeld waar deze systemische benadering al noodzakelijk blijkt, is de transformatie van de sociale infrastructuur. Ook hier is sprake van een opgave die verder gaat dan het doorvoeren van incrementele verbeteringen. Het gaat om het herinrichten van het systeem, zodat het duurzaam uitvoerbaar blijft — financieel, organisatorisch én maatschappelijk.
Actualisatie ombuigingen en maatregelen (financieel) samengevat De bijstelling van de uitstroomdoelstelling (€ 8,4 miljoen in 2027, maar grotendeels te compenseren door hogere BUIG) en het stoppen met de maatwerkvoorziening Herstelgerichte Ondersteuning (€ 0,6 miljoen als gevolg van beleidskeuze door gemeenten) hebben forse impact op de verwachte besparing in het overzicht hieronder: Opgave Inkomensondersteuning (Bestaanszekerheid Versterken/ Ontwikkelen naar Werk) Zorgen voor Ondersteuning Bedrijfsvoering Totaal maatregelen Ombuiging lijn 1: aanpassing van de uitvoering en bedrijfsvoering Totaal Besparingen
2027 363
2028 363
2029 363
2030 363
1.163 1.293 2.819
1.163 1.293 2.819
1.162 1.293 2.818
1.162 1.293 2.818
2.000
2.000
2.000
2.000
4.819
4.819
4.818
4.818
(Bedragen x € 1.000)
11
1.5 Samenvatting financiële resultaten Het opstellen van een begroting in tijden van financiële krapte brengt diverse bestuurlijke uitdagingen met zich mee. Aan de ene kant worden de toenemende kosten als gevolg van het vastgestelde beleid onderkend, terwijl gemeenten als gevolg van het opdoemende Ravijnjaar geconfronteerd worden met de uitdaging om hun begrotingen sluitend te krijgen. De voorliggende begroting, waarin de ontwikkeling van de kosten voor de verschillende opgaven is weergegeven, belicht nadrukkelijk één kant van het verhaal. Tegelijkertijd wordt er bestuurlijk en beleidsmatig nauw samengewerkt met gemeenten om te komen tot noodzakelijke ombuigingen. Deze beleidsmatige aanpassingen worden, samen met de eerste begrotingswijziging, alsnog formeel verwerkt in de begroting. Gezamenlijk vormen deze stappen de basis voor een toekomstbestendig sociaal domein, waarin we blijven inzetten op effectieve en betaalbare voorzieningen voor onze inwoners. De voorliggende Begroting 2027 van GR Sociaal laat, zoals vermeld in de Uitgangspuntennotitie 2027, een toename zien in zowel de lasten als de baten. Deze stijging wordt vooral veroorzaakt door kosten die moeilijk te beïnvloeden zijn voor de GR Sociaal, zoals de autonome groei in klantenaantallen en de ontwikkeling van loon- en prijsindexaties binnen het huidige beleid.
Gemeenten worden hiervoor (gedeeltelijk) gecompenseerd door het Rijk. De Begroting 2027 van GR Sociaal leidt vooralsnog tot een toename (verhoging) van de lasten en baten met in totaal € 31,6 mln. ten opzichte van de jaarschijf 2027 van de primaire Begroting 2026 inclusief de wijzigingen. Dit resulteert in een hogere gemeentelijke bijdrage van € 35,1 mln. De gevraagde bijdrage van de gemeenten bedraagt € 3,5 mln. meer dan de stijging van de lasten, dit komt doordat de baten van derden met hetzelfde bedrag zijn verlaagd. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat de inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor het CAK in het kader van de Wmo opnieuw met één jaar is uitgesteld naar 2028. De verwachte kostenstijging in 2027 is het gevolg van de toenemende kosten in de jaren 2025 en 2026, met name door prijsontwikkelingen en een groei in het aantal klanten, die doorwerken naar 2027 (en de jaren daarna). De mutatie voor 2025 is toegelicht in de Najaarsbrief 2025, en de geraamde stijging voor 2026 verwerkt in de Voorjaarsbrief 2026. In de Uitgangspuntennotitie 20272030 is een inschatting gemaakt van de verwachte ontwikkelingen in 2027. Nu de definitieve cijfers van de Jaarrekening 2025 beschikbaar zijn, is de doorrekening van de verschillende opgaven in de Uitgangspuntennotitie hierop aangepast, inclusief de gemeentelijke bijdragen voor Drechtwerk.
Vergeleken met de Uitgangspuntennotitie vertoont met name het onderdeel Inkomensondersteuning de grootste afwijking, omdat het daadwerkelijke aantal klanten met een bijstandsuitkering hoger uitvalt dan eerder voorzien. Daarnaast is in december 2025 vastgesteld dat de regeling Toeslagenaffaire definitief wordt verlengd, waardoor de bijbehorende apparaatskosten alsnog worden opgenomen in de Begroting 2027–2030. Onderstaand overzicht geeft het verloop van de gemeentelijke bijdrage (in miljoenen euro) weer: Bijdrage 2027 (uit: Begroting 2026, jaarschijf 2027)
336,9
Mutaties UPN 2027
27,5
+
Mutaties Begroting 2027
7,6
+
Bijdrage Begroting 2027
372,0 35,1
Hogere bijdrage gemeenten Aanvullende compensatie Rijk (BUIG, Overbrugging Forfaitaire LKS, Rijkssubsidie SW en de Wet van School naar Werk) Compensatie DVO's Inburgering, Beschermd Wonen & Opvang en Toeslagenaffaire
17,0
-/-
1,8
-/-
Compensatie Inkomensafhankelijke bijdrage CAK Correctie Algemene Uitkering (autonome groei en loon- en prijsindexeringen)
3,0
-/-
p.m.
-/-
Effect gemeenten na aanvullende compensatie Rijk
13,3
12
De Begroting 2027-2030 laat hiermee een verwachte toename van de gemeentelijke bijdrage zien van ongeveer € 35,1 mln. ten opzichte van de jaarschijf 2027 uit de Begroting 2026. Wanneer we ook rekening houden met de aanvullende compensatie vanuit het Rijk, dan resteert er een bedrag van € 13,3 mln. dat door de gemeenten uit de Algemene Uitkering wordt gefinancierd. Dit is een stijging van 3,9% ten opzichte van de Begroting 2026, jaarschijf 2027. De verhoging van de gemeentelijke bijdrage van € 7,6 mln. in de Begroting 2027-2030 ten opzichte van de stand in de Uitgangspuntennotitie 2027-2030 wordt voor het grootste deel verklaard door: (Bedragen x € 1.000) Begrotingspost
Bedrag
Prijsontwikkeling bijstandsuitkering én ontwikkeling aantal klanten.
€ 5.152
Incidenteel/ structureel S
Prijsontwikkeling Minimabeleid én ontwikkeling aantal klanten. Ombuiging PMB voor de Alblasserdam
€ 204
S
-/- € 62
S
Loon- en prijsontwikkeling Drechtwerk
€ 1.841
S
Nacalculatie cao-loonkosten 2026
-/- € 790
S
Aanpassing loonindexatie ten opzichte Uitgangspuntennotitie
-/- € 717
S
Aanpassing loonindexatie opgave Ontwikkelen naar Werk ten opzichte van Uitgangspuntennotitie Verwerking AB voorstel ITlandschap Verwerking AB voorstel beleidsregels P-wet in balans Aanpassing DVO's Toeslagenaffaire 2027, Leefgeld Oekraïners en Beschermd Wonen
-/- € 74
S
€ 513
S
€ 55
I
€ 1.516
S
Toelichting
Aanpassing eindstand 2025 klantenbestand en een hogere gemiddelde prijs van een bijstandsuitkering. Gemeenten worden hiervoor (in principe) gecompenseerd door het Rijk. Niet beïnvloedbaar. Doorwerking eindstand 2025 klantenbestand en loon- en prijsindexaties. Niet beïnvloedbaar door de GR Sociaal. Verwerking ombuigingsvoorstel PBM voor de gemeente Alblasserdam in de Begroting. Besluit gemeente. Hogere bijdrage gemeenten als gevolg van loon- en prijsontwikkeling. Gemeenten worden voor € 1,1 mln. gecompenseerd door een verhoging van de Rijkssubsidie SW. Niet beïnvloedbaar. Verschil geraamde loonindex en de feitelijke loonontwikkeling op basis van de cao. Niet beïnvloedbaar. De indexering van de apparaatskosten is niet meer gebaseerd wordt op de septembercirculaire 2025 (zoals in de Uitgangspuntennotitie 2027-2030 is verwerkt), maar op de ramingen uit het Centraal Economisch Plan van februari 2026 (CEP2026) volgens loonvoet sector overheid met 4,2%. De salariskosten Drechtwerk zijn eveneens geïndexeerd volgens de ramingen uit het van het CEP2026, maar dan volgens de loonvoet voor bedrijven met 3,9%. Niet beïnvloedbaar. Zie voorgaande opmerking.
Technische verwerking AB besluit in de Begroting. Niet beïnvloedbaar. Technische verwerking AB besluit in de Begroting. Niet beïnvloedbaar. Jaarlijkse aanpassing DVO's in de Begroting GR Sociaal. Ten tijde van het opstellen van de UPN waren deze DVO's nog niet geactualiseerd. Voor de DVO van de Toeslagenaffaire geldt dat pas in december duidelijk werd dat de regeling met een jaar is verlengd. Niet beïnvloedbaar.
13
Los van de reguliere bijdrage gemeenten loopt er ook een financieringsstroom voor de aparte DVO's, zoals de programmakosten voor Wet Inburgering, Beschermd Wonen, Verstrekking leefgeld en inning eigen bijdrage Oekraïners en Kindertoeslagenaffaire. Dit staat los van bovenstaand bedrag, meer informatie hierover is terug te vinden in hoofdstuk 4, paragraaf 4.3 van de conceptbegroting. Aanpassing vastgestelde doelen In de Begroting 2027 is ook gekeken naar de al vastgestelde doelen bij de Primaire Begroting 2026. Hierbij is de vraag gesteld of de huidige doelen nog actueel, dan wel misschien inmiddels achterhaald zijn. Uitgangspunt is dat de doelen realistisch en haalbaar zijn. Wanneer de doelen zijn gewijzigd is dit bij de afzonderlijke opgaven nader toegelicht. Actuele begroting
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Bestaanszekerheid versterken
143.045
161.513
165.098
169.733
175.469
Ontwikkelen naar werk
46.138
46.318
44.099
42.818
42.798
Zorgen voor ondersteuning
94.462
101.456
103.383
105.365
106.428
Meerjarenbegroting 2027-2030 Lasten
Bedrijfsvoering
80.095
86.057
84.457
84.381
84.386
Totaal lasten
363.741
395.344
397.037
402.297
409.081
Bestaanszekerheid versterken
143.045
161.513
165.098
169.733
175.469
Ontwikkelen naar werk
46.477
46.657
44.438
43.157
43.137
Zorgen voor ondersteuning
94.462
101.456
103.383
105.365
106.428
Baten
Bedrijfsvoering
79.756
85.718
84.118
84.042
84.047
Totaal baten
363.741
395.344
397.037
402.297
409.081
0
0
0
0
0
Saldo van lasten en baten Bedragen x € 1.000
Toelichting Primaire begroting 2027 t.o.v. de Uitgangspuntennotitie 2027 en jaarschijf 2027 uit de Begroting 2026 inclusief wijzigingen (Actuele begroting) Voorafgaand aan de begroting 2027 is de Uitgangspuntennotitie 2027 opgesteld en in januari 2026 door het AB vastgesteld. Hierin zijn behalve de uitgangspunten ook de mogelijke financiële effecten opgenomen, zowel per Opgave als per gemeente. De Uitgangspuntennotitie is daarbij afgezet ten opzichte van de jaarschijf 2027 van de begroting 2026 inclusief wijzigingen (Actuele begroting). In de bijlagen is op hoofdlijnen een overzicht van de uitgangspunten opgenomen.
14
In het onderstaande overzicht is de Begroting 2027-2030 per Opgave en product afgezet tegenover de Uitgangspuntennotitie 2027 en de jaarschijf 2027 uit de actuele meerjarenbegroting 2026 (Actuele begroting). Opgave / product
Begroting 2027
Uitgangspuntennotitie 2027
Actuele begroting
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Bestaanszekerheid versterken
161.513
161.513
156.199
156.199
143.045
143.045
Inkomensondersteuning
149.557
149.557
144.470
144.470
130.814
130.814
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
2.207
2.207
2.200
2.200
2.178
2.178
Minimabeleid
9.749
9.749
9.530
9.530
10.053
10.053
Ontwikkelen naar werk
46.318
46.657
45.974
46.313
46.138
46.477
Participatie
9.491
9.830
9.295
9.634
9.459
9.798
Drechtwerk
36.827
36.827
36.679
36.679
36.679
36.679
Zorgen voor ondersteuning
101.456
101.456
101.456
101.456
94.462
94.462
Hulpmiddelen
6.315
6.315
6.315
6.315
5.588
5.588
Vervoer
14.193
14.193
14.193
14.193
13.710
13.710
Huishoudelijke ondersteuning
36.582
36.582
36.582
36.582
36.077
36.077
Begeleiding en kortdurend verblijf
44.366
44.366
44.366
44.366
39.087
39.087
Bedrijfsvoering
86.057
85.718
83.990
83.651
80.095
79.756
Apparaatskosten
65.876
65.537
66.952
66.613
63.298
62.959
Apparaatskosten Drechtwerk
13.804
13.804
11.862
11.862
11.862
11.862
Apparaatskosten DVO's
6.092
6.092
4.676
4.676
4.435
4.435
0
0
215
215
215
215
285
285
285
285
285
285
395.344
395.344
387.620
387.620
363.741
363.741
Treasury Treasury Drechtwerk Totaal generaal
Toelichting per opgave Opgave Bestaanszekerheid versterken Binnen de opgave Bestaanszekerheid versterken nemen de lasten en baten met € 18,5 mln. toe ten opzichte van jaarschijf 2027 uit de Primaire Begroting 2026. Hiervan komt € 18,7 mln. voor rekening van het product Inkomensondersteuning. Voor het Minimabeleid en de regeling voor Chronisch zieken en Gehandicapten (CZG) zijn de lasten en baten met € 0,3 mln. afgenomen. In de Uitgangspuntennotitie 2027-2030 zijn de gemeenten al geïnformeerd over een verwachte stijging van € 13,2 mln. die voortvloeit uit de ontwikkeling van klantenaantallen, loon- en prijsindexatie en het financiële effect van het beëindigen van de uitstroommaatregel, waarbij wordt uitgegaan van 2,5% hogere uitstroom ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De aanvullende hogere lasten en baten van € 5,3 mln. worden grotendeels verklaard door: Einde 2025 bedraagt het werkelijke aantal klanten met een bijstandsuitkering bij het onderdeel Inkomensondersteuning ongeveer 200 hoger dan de prognose die in de Uitgangspuntennotitie 20272030 was opgenomen. Daarnaast zien we ook dat de gemiddelde prijs van een bijstandsuitkering iets hoger is dan waarmee in de Uitgangspuntennotitie is gerekend. Aangezien deze klantenaantallen en de prijsontwikkeling in de jaren daarna doorwerken is dit gecorrigeerd in de Begroting 2027-2030.
Samen met de actualisering van de loonkostensubsidie stijgen de lasten en baten hierdoor met € 5,1 mln. ten opzichte van de stand in de Uitgangspuntennotitie 2027-2030.
15
Voor het onderdeel Minimabeleid is in de Uitgangspuntennotitie 2027-2030 vermeld dat de lasten en baten met € 0,5 mln. naar beneden worden bijgesteld, vanwege de bijgestelde groeiverwachting van het klantenaantal en de vervallen btw-verplichting op bewindvoering van schulden. In de begroting 2027-2030 zelf worden de lasten en baten echter met € 0,2 mln. verhoogd. Dit bedrag is samengesteld uit het cumulatieve effect van de verwachte kostenstijging door loon- en prijsindexaties en de bijstelling van de verwachte autonome groei op basis van de realisatie in 2025. Daarnaast heeft de gemeente Alblasserdam besloten om de inkomensgrens voor het Persoonlijk Minimabudget te verlagen van 120% naar 110%, en is het percentage van de toeslag aangepast van 45% naar 35% van de toepasselijke grens. Opgave Ontwikkelen naar werk De lasten binnen de opgave Ontwikkelen naar Werk bedragen € 46,3 mln. en de baten € 46,6 mln. Het verschil van € 0,3 mln. wordt verklaard door de apparaatskosten die vanuit Participatiemiddelen worden gefinancierd. De tegenhanger hiervan is zichtbaar bij de opgave Bedrijfsvoering. De gevraagde bijdrage gemeenten voor het onderdeel Participatie stijgt met bijna € 1 mln. ten opzichte van de Begroting 2026 jaarschijf 2027.
In de Uitgangspuntennotitie 2027- 2030 is vermeld dat deze hogere bijdrage naast de jaarlijkse loon- en prijsindexatie mede wordt verklaard door nieuw beleid, namelijk de 'Overbrugging forfaitaire loonkostensubsidie beschut werk'. Het Rijk stelt hiervoor € 3.000 per beschut werker beschikbaar (septembercirculaire 2025 IU Participatie) om de werking van de loonkostensubsidie te verbeteren, tot aan de wetswijziging die naar verwachting in 2028 zal worden doorgevoerd. Daarnaast zijn aanvullend op de mutaties in de Uitgangspuntennotitie, in de Begroting 2027-2030 de lasten en baten van de Uitvoeringsagenda en het Werkcentrum Drechtsteden toegevoegd aan Participatie. De financiering loopt via de centrumgemeente Dordrecht. Ook zijn de benodigde middelen voor het Regionaal programma 'Van School Naar Duurzaam Werk' Zuid-Holland-Zuid voor de inrichting van het jongerenpunt Werkcentrum Drechtsteden opgenomen in de Begroting. De Begroting 2027-2030 laat voor Drechtwerk een stijging zien in lasten en baten van € 2,1 mln. Deze stijging is voornamelijk het gevolg van loon- en prijsindexatie. Van deze stijging is bijna € 0,2 mln. toe te schrijven aan het onderdeel Drechtwerk binnen de opgave Ontwikkelen naar Werk en ongeveer € 1,9 mln. houdt verband met de opgave Bedrijfsvoering (de apparaatskosten van Drechtwerk).
De aanvullende bijdrage van de gemeenten bedraagt € 1,8 mln., het resterende deel van € 0,3 mln. wordt gedekt door een verwachte hogere omzet. De hogere gemeentelijke bijdrage wordt voor € 1,1 mln. gecompenseerd door een hogere WSW-subsidie. Hierdoor bedraagt het netto-effect voor de gemeenten een hogere (verlies)bijdrage van € 0,7 mln. Opgave Zorgen voor Ondersteuning Naast de aangekondigde mutaties in de Uitgangspuntennotitie 2027-2030 zijn binnen de opgave Zorgen voor Ondersteuning geen nieuwe wijzigingen doorgevoerd. De Begroting 2027-2030 laat daarmee een stijging van de lasten en baten zien van € 7 mln. Echter, de gevraagde aanvullende bijdrage van gemeenten is € 3 mln. hoger omdat de aangekondigde inkomensafhankelijke eigen bijdrage CAK opnieuw met 1 jaar is uitgesteld naar 2028. De lagere opbrengst inkomsten van derden resulteert daardoor in een hogere bijdrage voor de gemeenten. De prognose voor de verschillende Wmo-maatwerkvoorzieningen is gebaseerd op de verwachte autonome groei en de ontwikkeling van de tarieven van zorgaanbieders. Op basis van historische trends, in samenwerking met de gemeenten, is een inschatting gemaakt van het te verwachten aantal klanten voor de komende jaren. In de Uitgangspuntennotitie 2027-2030 is vastgesteld dat de toename van de uitgaven vooral wordt veroorzaakt door de stijgende tarieven van zorgaanbieders.
Daarnaast wordt verwacht dat het besluit om te stoppen met de maatwerkvoorziening Herstelgerichte ondersteuning ertoe zal leiden dat klanten eerder gebruik zullen maken van de Huishoudelijke ondersteuning, wat naar verwachting ook zal bijdragen aan een verdere stijging van de lasten.
16
Opgave Bedrijfsvoering De lasten binnen de opgave Bedrijfsvoering bedragen € 86,0 mln. en de baten € 85,7 mln. Het verschil van € 0,3 mln. wordt verklaard door apparaatskosten die vanuit de Participatiemiddelen worden gefinancierd. Dit betreft de tegenhanger (saldo) van apparaatskosten binnen de opgave Ontwikkelen naar Werk. Binnen de Opgave Bedrijfsvoering wordt de stijging van de apparaatskosten in 2027 in de Uitgangspuntennotitie vooral toegeschreven aan de verwachte indexering van de salariskosten. Besloten is om met ingang van 2027 aan te sluiten bij de Begrotingsrichtlijnen voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen binnen de Drechtsteden. Daarbij geldt als uitgangspunt dat gemeenschappelijke regelingen bij het opstellen van hun begroting zoveel mogelijk werken met uniforme kaders. Ter ondersteuning hiervan stellen de gemeenten voorafgaand aan het begrotingsproces een gezamenlijke uitgangspuntenbrief vast. Concreet betekent dit voor de apparaatskosten in de Begroting 2027–2030 dat de indexering niet meer gebaseerd wordt op de septembercirculaire 2025 (zoals in de Uitgangspuntennotitie 2027-2030 is verwerkt), maar op de ramingen uit het Centraal Economisch Plan van februari 2026 (CEP2026) volgens loonvoet sector overheid met 4,2%.
De salariskosten Drechtwerk zijn eveneens geïndexeerd volgens de ramingen uit het van het CEP2026, maar dan volgens de loonvoet voor bedrijven met 3,9%. In de Begroting 2027 zijn de DVO’s Leefgeld voor Oekraïners, Beschermd Wonen en de Toeslagenaffaire geactualiseerd. Met name de DVO Toeslagenaffaire toont een aanzienlijke stijging van € 1,3 mln. Bij het opstellen van de Uitgangspuntennotitie 2027-2030 was het nog onzeker of deze regeling definitief zou worden verlengd. Op 8 december 2025 hebben het ministerie van Financiën en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) bestuurlijke afspraken gemaakt over de looptijd van de Brede Ondersteuning in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen. Hiermee is verzekerd dat de specifieke uitkering (SPUK), waarmee gemeenten de brede ondersteuning financieren, in 2027 wordt voortgezet. De bijbehorende apparaatskosten worden daarom alsnog opgenomen in de begroting. Als laatste zijn de apparaatskosten voor Drechtwerk met een bedrag van € 1,8 mln. geïndexeerd (zie ook de nadere toelichting bij de bijlage Ontwikkelen naar Werk). Hiervan wordt € 1,1 mln. gecompenseerd door een hogere Rijkssubsidie SW.
17
Bijdragen gemeenten De baten bestaan uit bijdragen van gemeenten voor de dienstverlening en overige baten zoals subsidies van derden, bijdragen van inwoners, detacheringsinkomsten en terugontvangen bijstand. In onderstaand overzicht zijn de bijdragen van de gemeenten opgenomen, zowel de standaard overeengekomen dienstverlening als de DVO's. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat in de kolom Begroting 2026 de Voorjaarsbrief 2026 nog niet is verwerkt. De voorjaarsbrief 2026 wordt gelijk met deze voorliggende begroting ter besluitvorming aangeboden. De stijging van de kosten wordt namelijk voornamelijk veroorzaakt door de prijsstijgingen in 2026. Bijdragen gemeenten
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Bestaanszekerheid versterken
154.416
158.877
162.475
167.100
172.826
Inkomensondersteuning
142.824
147.460
151.005
155.575
161.264
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
2.164
2.207
2.251
2.296
2.319
Minimabeleid
9.428
9.210
9.220
9.229
9.242
Ontwikkelen naar werk
32.927
30.626
28.838
27.580
27.580
18
0
0
0
0
Participatie
9.741
8.819
8.145
8.145
8.145
Inburgering
0
0
0
0
0
Drechtwerk
23.168
21.807
20.693
19.435
19.435
Zorgen voor ondersteuning
94.954
98.156
96.982
98.938
100.001
Hulpmiddelen
6.175
6.315
6.316
6.317
6.318
Vervoer
12.871
13.693
14.443
15.253
15.257
Huishoudelijke ondersteuning
33.116
33.782
31.114
31.492
31.877
Begeleiding en kortdurend verblijf
42.792
44.366
45.109
45.876
46.549
Bedrijfsvoering
80.799
84.382
82.893
82.828
82.833
Apparaatskosten
62.823
65.028
64.904
64.906
64.911
Apparaatskosten Drechtwerk
12.063
13.121
13.068
13.007
13.007
Apparaatskosten DVO's
5.666
5.992
4.689
4.689
4.689
0
0
0
0
0
247
241
231
226
226
363.096
372.042
371.188
376.446
383.240
Statushouders
Treasury Treasury Drechtwerk Totaal baten
(x € 1.000)
18
2 Programmabegroting In deze programmabegroting wordt per opgave ingezoomd op de vragen: 1. Wat willen we voor onze inwoners bereiken? 2. Welke doelen streven we na? 3. Wat gaan we daarvoor doen? 4. Wat gaat het kosten?
19
2.1 Dienstverlening Werken aan toegankelijke, proactieve en kwalitatief hoogwaardige dienstverlening is de uitdaging waar we als dienstverlener met een publieke taak voor staan. Hierbij is bijzondere aandacht voor mensen die (tijdelijk) minder zelfredzaam zijn en een samenloop van problematiek kennen, waarbij meerdere organisaties betrokken zijn. Of waarbij we gezamenlijk mensen aan de voorkant preventief kunnen ondersteunen en de weg wijzen, nog voordat ze zelf een beroep moeten doen op de overheid. Stap voor stap wordt onze overheidsdienstverlening inclusiever, toegankelijker en proactiever en bouwen we aan het terugkrijgen van het vertrouwen, aan transparantie en eenvoud. Vanuit deze uitgangspunten kijken we vooruit naar welke bijdrage dienstverlening levert aan ons gezamenlijke doel om inwoners in de Drechtsteden een zelfstandig volwaardig bestaan te bieden. Wat willen we voor onze inwoners bereiken en waarom? Ik ervaar goede dienstverlening omdat ik op een makkelijke en passende manier in contact kan komen met de SDD. Ik voel mij welkom en word op een begrijpelijke en vriendelijke manier te woord gestaan. Mijn contactpersoon is deskundig en werkt vanuit vertrouwen waardoor ik mij gelijkwaardig behandeld voel. Ik heb 1 contactpersoon en als dat gezien mijn hulpvraag niet kan, hoef ik mijn verhaal niet nogmaals te vertellen.
Ik krijg altijd duidelijke informatie en/of advies dat past bij mijn situatie, waardoor ik de hulp krijg die ik nodig heb. Wanneer de SDD mij niet kan helpen wordt uitgelegd waarom en welke andere mogelijkheden er voor mij zijn. Ik krijg uitleg over hoe ik hier gebruik van kan maken en zo nodig word ik hierbij geholpen. Een onverhoopte klacht of bezwaar kan ik makkelijk melden en wordt tijdig en correct opgelost. Bij dienstverlening die niet op mij gericht is voel ik mij niet gehoord of serieus genomen en wordt ook het vertrouwen in het correct afhandelen van mijn vragen verkleind.
Om invulling te geven aan de ambitie die hierboven wordt geschetst stelt dienstverlening zich drie doelen die de kapstok vormen voor te ondernemen initiatieven in de komende jaren. Hierbij onderscheiden we initiatieven die worden gekenmerkt door een faciliterend karakter aan inwoners, ketenpartners en de interne organisatie, initiatieven die zich richten op de inhoudelijke uitvoering van te leveren dienstverlening aan inwoners en initiatieven gericht op het vergroten van ons lerend vermogen en innovatie. Welke doelen streven we na? Nummer
Doelstelling
1.1
Faciliteren van inwoners, ketenpartners en collega’s bij het gemakkelijk, laagdrempelig en efficiënt zakendoen met de Sociale Dienst
1.2
Stress sensitief en in een keer goed afhandelen van inhoudelijke vragen aan de opgave dienstverlening Onze dienstverlening is eenduidig door de gehele organisatie heen en wordt continu geïnnoveerd en aangepast.
1.3
Opgave-indicatoren Indicator % gegronde bezwaren t.o.v. van het totaal % vragen dat in Eén keer is beantwoord door de kanalen
Doel Daling 10% 80%
Score tevredenheid over mensgerichte dienstverlening in de kanalen
8
% afhandeltijd besluitvorming aanvragen binnen de wettelijke termijn
100%
% aantal lokale (gemeenten) meldingen t.o.v. het totaal aantal meldingen
-
Passende dienstverlening (doelgroep bekend en proces ingericht) voor de meest kwetsbare inwoners met meervoudig en complexe vragen Score op stressreductie (nu 3,7)
4
20
We zetten in op het in één keer goed handelen van onze medewerkers. Er zijn verschillende mogelijkheden om hier inzicht in te krijgen, als een van de graadmeters kiezen we hier voor het reduceren van het aantal gegronde bezwaarschriften. Dit geeft een goede indicatie van waar er zaken de eerste keer niet goed zijn gegaan in onze dienstverlening en waar daarmee herstelwerkzaamheden zijn/moeten worden verricht. In aanvulling op het monitoren van het percentage gegronde bezwaarschriften, kiezen we er ook voor om binnen de kanalen telefonie, email, chat en de informatie en adviesdienstverlening op het werkplein te monitoren. We kijken hierbij of we vragen van inwoners in één keer goed afhandelen zonder herhaalverkeer over dezelfde vraagstelling. De kanalen die we monitoren betreffen de telefonische dienstverlening, de digitale dienstverlening (email en chat) en de informatie en adviesdienstverlening op het werkplein. We vinden het verder belangrijk dat klanten snel antwoord van ons krijgen. In de praktijk zien we helaas ook nog wel voorbeelden dat we de wettelijke termijn niet halen bij aanvragen die bij ons binnenkomen om diverse redenen (denk aan enorme stijging aanvragen, allerlei tijdelijke taken die er 'plots' bij komen (bv energietoeslag), maar ook het invullen van vacatures vormt een uitdaging).
We streven ernaar om 100% van alle aanvragen binnen de wettelijke termijn af te handelen en het liefst nog voor het verstrijken daarvan. Inzet van slimme digitale oplossingen en innoveren van onze processen kan zeker bijdragen. Dienstverlening dicht bij huis is een belangrijke wens van onze partners én inwoners, daar waar het, het beste past voor de inwoner. Hier ontwikkelen we op door, door de lokale aanwezigheid van onze dienstverlening in deelnemende gemeenten steeds verder te verbreden. Het gaat hier ook om de deelname vanuit de GR aan intensieve, meerjarige programma's zoals Dordt West en Veerkrachtige buurten (Zwijndrecht), omdat ook wij overtuigd zijn dat de gezamenlijke aanpak tot daadwerkelijk effect kan gaan leiden. Door heel het land wordt er tevens ingezet op de meest kwetsbare inwoners met multiproblematiek. Met de rol van integraal consulenten willen we passende dienstverlening organiseren voor deze doelgroep die daadwerkelijk betekenisvolle doorbraken realiseert in de door hen ervaren problematiek. Tot slot weten we dat wanneer inwoners onder stress staan zij minder goed in staat zijn om beslissingen te nemen die voor de langere termijnperspectief bieden om hun problematiek het hoofd te bieden.
Onze brede stress sensitieve aanpak moet ertoe leiden dat inwoners minder stress gaan ervaren waardoor er betere beslissingen kunnen worden genomen die de kans op succesvolle interventies vergroten. Wat gaan we daarvoor doen? Vanuit de 3 geformuleerde doelstellingen die eerder zijn benoemd, werken we per doelstelling aan de volgende speerpunten:
Speerpunt 1.1.1 Toelichting
Afhandelen eerstelijnsvragen en besluitvorming om tweede lijn te ontlasten en klanten en ketenpartners zoveel mogelijk direct te voorzien van antwoorden en oplossingen Vanuit het perspectief van inwoner en ketenpartner is snelheid en duidelijkheid belangrijk. Met de nieuwe inrichting van organisatie is er meer mogelijk om zaken slimmer te organiseren. Ook biedt de komst van nieuwe technologieën en de groeiende behoefte aan gemak van inwoners een belangrijke reden om hiermee aan de slag te gaan. Het gevolg van zaken slimmer organiseren is dat er meer klanten in een keer worden geholpen en er minder klanten naar de tweede lijn hoeven te worden verwezen. Daardoor wordt er meer ruimte gecreëerd om het goede gesprek met klanten die dat nodig hebben te voeren.
21
Speerpunt 1.1.2 Toelichting
Speerpunt 1.1.3 Toelichting
Speerpunt 1.2.1 Toelichting
Inzet van technologische oplossingen om klantgericht en efficiënt gebruik te maken van beschikbare middelen (dienstverlening richt zich op oplossing voor de eigen opgave en organisatie brede oplossingen) Niet alleen het ontlasten van de eerste lijn is belangrijk, maar ook door meer gebruik te maken van mogelijkheden tot automatisering (a.i./ robotisering) leidt tot verbetering van de dienstverlening aan onze inwoners, het kan leiden tot meer eenduidigheid en maakt de dienstverlening voorspelbaarder. Ook hierdoor kunnen medewerkers meer aandacht hebben voor het waarde toevoegen tijdens de gesprekken met inwoners.
Blijvend aandacht voor een veilige en stress-sensitieve (werk) omgeving, zowel voor inwoners als medewerkers. Veel gaat goed, maar in de gevallen waar de interacties met inwoners niet naar verwachting lopen, is er een veiligheidsbeleid dat voorziet in de te ondernemen acties, voorzorgsmaatregelen, tips en adviezen. Dit beleid vraagt om een update om onze stress sensitieve aanpak die we in onze dagelijkse interacties toepassen ook hierin een plek te geven. Zodat er 1 lijn in aanpak en dienstverlening ontstaat, ook in het kader van veiligheid.
Vormgeven en uitvoeren van laagdrempelig toegang, triage en het toeleidingproces naar de tweede lijn Op dit moment maken we niet optimaal gebruik van alle informatie die beschikbaar is op verschillende plekken in de organisatie. Inzet hierop maakt dat we eerder kunnen bepalen wat er voor de inwoner nodig is om hem of haar goed te helpen en hoe we dit op de meest passende manier aan hen kunnen aanbieden. Dit gaat ook helpen bij een eventuele doorverwijzing naar de (nog meer) gespecialiseerde collega in de tweede lijn. Dat is zowel voor de inwoner als de medewerker prettig en duidelijk.
Speerpunt 1.2.2 Toelichting
Vormgeven en uitvoeren van regievoering bij klanten met multiproblematiek De inrichting van deze nieuwe opgave dienstverlening geeft ons de mogelijkheid om juist voor de groep inwoners met multi-problematiek een aanpak te organiseren waarbij er breed gekeken kan worden naar wat er nodig en mogelijk is, dit om het risico op tunnelvisie door specialisatie te voorkomen. Voor de inwoner betekent dit 1 contactpersoon, mogelijkheden om zelf ook overzicht te houden en daarmee meer zelf regie te kunnen (blijven) houden.