6. Brief gemeenteraad Alblasserdam aan AB GR Sociaal met voorwaarden SROI.pdf
Tekst van het document
Gemeenschappelijke Regeling Sociaal t.a.v. het Dagelijks Bestuur Postbus 619 3330 AP Dordrecht
Adres Cortgene 2 Postbus 2 2950 AA Alblasserdam T: 14-078 F: (078) 770 80 80 I: www.alblasserdam.nl Btw-nummer: NL001918412B01 IBAN: NL31BNGH0285000152
Datum
Geacht algemeen bestuur,
26 mei 2026
Betreft Voorwaarden instemming pilot SRoI
Uw kenmerk 2026-1
Uw brief van 29 januari 2026
Ons nummer 2026-0039666
Contactpersoon Wilfred Boele E: sociaaldomein@alblasserdam.nl
Tijdens onze vergadering van 26 mei 2026 lag het voorstel voor over het nieuwe beleidskader SRoI. Wij waarderen het positief dat er werk is gemaakt van het doorontwikkelen van SRoI. Met het instrument kan immers in potentie veel maatschappelijke waarde worden gecreëerd, met daarin een actieve rol voor bedrijven. Wij voelen ons in onze rol als gemeenteraad betrokken bij dit onderwerp en medeverantwoordelijk er een succes van te maken. We hebben uw stukken dan ook zorgvuldig bestudeerd. Een sterk element aan het voorgestelde beleid is dat meer dan voorheen wordt ingespeeld op de motivatie van werkgevers tot het realiseren van maatschappelijke impact. Dat neemt niet weg dat we tot de conclusie zijn gekomen dat het door u voorgestelde nieuwe beleid op onderdelen nog onvoldoende is uitgewerkt. Het betreft onderdelen die volgens ons voorwaardelijk zijn voor succesvol SRoIbeleid. Om die reden hebben wij besloten akkoord te gaan met het nieuwe beleid mits aan deze voorwaarden wordt voldaan. In het vervolg van deze brief werken we onze voorwaarden uit.
T: 14078
Voorwaarde 1: voorkomen instandhouding van systeem met beperkingen Onze eerste voorwaarde heeft specifiek betrekking op het organisatieonderdeel van de GR Sociaal dat zich bezighoudt met ontwikkelen naar werk. Zoals we u al eerder hebben laten weten (bijvoorbeeld in onze zienswijze op financiële stukken van 24 juni 2025), maken we ons zorgen over dit organisatieonderdeel. Dit onder meer omdat er een hoog verloop is van de klantmanagers ontwikkelen naar werk in ons lokale Brughuis en omdat er jaarlijks veel aanvullende middelen van gemeenten nodig zijn voor het financieren van Drechtwerk. Het is dus van belang dat dit organisatieonderdeel anders ingericht gaat worden. SRoI-middelen kúnnen dit anders inrichten echter belemmeren. Bijvoorbeeld omdat de middelen bestaande rollen, functies en processen bevestigen of versterken. Of omdat de middelen, omdat ze zorgen voor financiële verlichting, de ervaren noodzaak tot organisatie-aanpassing laten afnemen. Wij willen dat dit risico geen werkelijkheid wordt. Onze eerste voorwaarde is dan ook dat de inzet van SRoI-middelen niet afdoet aan – en bij voorkeur bijdraagt aan – het anders inrichten van het organisatieonderdeel ontwikkelen naar werk.
Voorwaarde 2: formuleren heldere doelen, zodat financiële middelen gericht worden besteed Wij missen concrete doelstellingen in het voorgestelde beleid: wat wilt u precies bereiken met de SRoI-gelden? En we missen ook informatie over hoe de menukaart ondersteunend is aan het realiseren van die doelstellingen. Onderzoek door de Rekenkamer Metropool Amsterdam naar toepassing van SRoI in een gemeente in Noord-Holland1 laat zien wat een gevolg is van deze omissies: de effectiviteit van het beleid kan niet worden bepaald. De omissies hebben verder het risico tot gevolg dat de via SRoI te genereren middelen onvoldoende gericht worden ingezet. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat bedrijven op basis van optie 2 van de menukaart besluiten SRoI in te vullen door bepaalde scholingstrajecten te financieren. Maar als het bijhorende doel is om mensen in de bijstand aan de slag te helpen, is het maar de vraag of al die scholing wel nodig is. Gebrek aan scholing is namelijk niet de belangrijkste reden waarom veel mensen in de bijstand geen werk hebben.2 Onze tweede voorwaarde is dan ook dat er heldere doelen worden geformuleerd en dat er een menukaart komt die ondersteunend is aan het realiseren van die doelen. Voorwaarde 3: positief effect op gemeentebegroting Wij houden er sterk rekening mee dat het toepassen van SRoI zal doorwerken in de contractkosten.
Dat is een zorg, want we willen prudent omgaan met onze financiële middelen. Daar komt bij dat onze gemeente te maken heeft met grote financiële uitdagingen. SRoI kan daarnaast echter ook een gunstig effect hebben op de begroting, zoals vermindering van lasten voor bijstandsuitkeringen. Onze derde voorwaarde is dat het nieuwe SRoI-beleid zodanig wordt ingericht dat we vooraf kunnen verwachten dat de negatieve effecten op de begroting kleiner zijn dan de positieve effecten. Het invullen van deze voorwaarde vereist niet alleen gerichte doelen en een menukaart die daarbij aansluit (voorwaarde 2), maar ook het formuleren van doelen die een duidelijke link hebben met de gemeentebegroting. Daarnaast vergt het dat u werk maakt van uw toezegging om in de evaluatie te analyseren in welke mate sprake is van kostenverhoging. En uiteraard vergt het voldoen aan deze voorwaarde ook dat u inzicht ontwikkelt in de kostendaling op andere posten als gevolg van het gevoerde SRoI-beleid. Om te zorgen voor een positief effect op de gemeentebegroting is het ook belangrijk dat de bemensing van de SRoI-unit niet groter is dan noodzakelijk. We missen echter informatie om te kunnen beoordelen of we akkoord kunnen gaan met een uitbreiding naar 6 fte.
De informatie die we missen betreft in het bijzonder het jaarlijkse inkoopvolume en het aantal lopende contracten in Haaglanden, waar volgens uw informatie nu met 10 fte wordt gewerkt. We vragen u dan ook die informatie alsnog te verstrekken en vervolgens opnieuw – 1
Social return on investment. Bestuurlijk rapport. Een onderzoek naar de toepassing en resultaten (28 oktober 2021). 2 Zie bijvoorbeeld het SCP-rapport een brede blik op bijstand (2023).
2
en dan mede op basis van de aanvullende informatie over Haaglanden – te beredeneren hoeveel fte we in de Drechtsteden nodig zouden hebben. Voorwaarde 4: go/no-go evaluatie De hierboven genoemde voorwaarden hebben betrekking op de fase voorafgaand aan de inwerkingtreding van het nieuwe beleid. Voor onze vierde voorwaarde geldt dat niet: deze heeft betrekking op de afloop van de pilotperiode. De vierde voorwaarde is dat het mogelijk moet zijn om op basis van de evaluatie te beslissen de inzet van SRoI te beëindigen: we willen dus niet dat er bij voorbaat vanuit wordt gaan dat we het beleid sowieso vervolgen. Reactie We zien uit naar uw reactie. Daarna zullen we aangeven of we menen dat aan de door ons gestelde voorwaarden is voldaan. Met vriendelijke groet, de gemeenteraad Alblasserdam De griffier,
De voorzitter,
I.M. de Gruijter
J.W. Boersma
3