3a. Bijdrageverordening Jeugdhulp - def.pdf
Tekst van het document
BIJDRAGEVERORDENING JEUGDHULP Besluit houdende de vaststelling van bijdragen en vergoedingen van de deelnemers in verband met uitvoering van de Jeugdhulp zoals op- en overgedragen aan het samenwerkingsverband. Het algemeen bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid, Gelet op artikel 36, derde lid, van de gemeenschappelijke regeling; Besluit vast te stellen de Bijdrageverordening Jeugdhulp: Artikel 1
Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder: a. bijdrage:
de bijdrage die elke deelnemende gemeente verschuldigd is aan het samenwerkingsverband in verband met de aan het samenwerkingsverband opgedragen (gedelegeerde en gemandateerde) taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 5, onderdeel IV van de regeling; b. vergoeding: de vergoeding die elk van de deelnemers verschuldigd is aan het samenwerkingsverband in verband met de uitvoering van de aan de regeling opgedragen (gemandateerde) taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 5, onderdeel IV van de regeling; c. deelnemersbijdrage: het totaal van de onder a en b bedoelde bijdragen en vergoedingen die deelnemers verschuldigd zijn in verband met uitvoering van aan de regeling (krachtens mandaat) opgedragen taken en bevoegdheden, respectievelijk de overgedragen (gedelegeerde) taken en bevoegdheden; d. samenwerkingsverband: het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van de regeling; e. algemeen bestuur: het algemeen bestuur van het samenwerkingsverband; f. dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband; g. deelnemers: de colleges van de deelnemende gemeenten als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder c van de regeling; j. regeling: de gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid; k.
begroting: het programma Jeugdhulp, uit de begroting van het samenwerkingsverband, bestaande uit de stukken die voor enig begrotingsjaar inzicht geven in de prijs, inhoud en omvang van elke afzonderlijk taak en bevoegdheidsuitoefening ter zake de Jeugdhulptaken; m. rekening: het stuk waarin het dagelijks bestuur over het afgelopen begrotingsjaar verantwoording aflegt over en verslag doet van de realisatie van de uitgeoefende taken en bevoegdheden ter zake van de Jeugdhulp; n. begrotingsjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december; o. jeugdhulptaken taken in verband met de Jeugdhulp, zoals bedoeld in de Jeugdwet Artikel 2 Begroting van bijdragen en vergoedingen
1. Het dagelijks bestuur zendt voor 30 april van het jaar voorafgaand aan het betreffende kalenderjaar de ontwerpbegroting naar de deelnemende gemeenten waarin (beleidsarm) wordt aangegeven welke bijdrage van ieder van de gemeenten wordt verwacht. Dit betreft een prognose. De wijze van afrekening van de kosten is opgenomen in artikel 5. 2. Het algemeen bestuur stelt voor 15 september de begroting voor het volgend begrotingsjaar en de meerjarenbegroting vast. 3. De begroting geeft aan welke bijdrage en vergoeding elke deelnemende gemeente verschuldigd is aan het samenwerkingsverband in verband met de uitvoering van de Jeugdhulptaken door het samenwerkingsverband. Dit betreft een prognose. De wijze van afrekening van de kosten is opgenomen in artikel 5. 4. De begroting geeft inzicht in de geraamde kosten - die betaald worden uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten – van onder andere: a. de exploitatie van de serviceorganisatie; b. landelijk transitie arrangement c. persoonsgebonden budget d. de regionale zorgmarkt (contractering van aanbieders); e. jeugdbescherming en jeugdreclassering (gecertificeerde instellingen); 5. De begroting geeft inzicht in de geraamde kosten – die betaald worden uit de vergoedingen van de deelnemende gemeenten – van de uitvoering van de jeugdhulptaken. Daarbij maakt de begroting inzichtelijk hoe de geraamde kosten zijn verdeeld over de gemeenten.
Artikel 3
Tussentijdse rapportages en jaarverslag
Het dagelijks bestuur informeert tussentijds tweemaal per jaar het algemeen bestuur over de begrotingsuitvoering middels de eerste en tweede Bestuursrapportage en na afloop van het jaar middels de jaarrekening met jaarverslag. Artikel 4
Bevoorschotting en tussentijdse informatievoorziening
1. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot maandelijks, medio tweede week van de maand van elk boekjaar, een voorschot van een twaalfde deel van de in artikel 2, derde lid, bedoelde deelnemersbijdrage. 2. De deelnemers dragen er, naar rato van het aandeel in de totale deelnemersbijdrage van alle deelnemende gemeenten gezamenlijk, zorg voor dat het samenwerkingsverband te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar in de begroting opgenomen verplichtingen, die zijn aangegaan in verband met uitvoering van de Jeugdwet, jegens derden te kunnen voldoen. 3. Het dagelijks bestuur geeft de deelnemende gemeenten maandelijks inzicht in de ontwikkeling van kosten en aantallen jeugdigen met tweedelijns jeugdhulp. De rapportage bevat sturingsinformatie, zoals: aantallen cliënten; inzet van type zorg; mate van budgetuitputting; 4. Het dagelijks bestuur stelt de deelnemende gemeenten op de hoogte van een op enig moment dreigende of voorzienbare overschrijding van het voor uitvoering van de gemandateerde bevoegdheden beschikbare budget en voert overleg over tijdig te treffen passende maatregelen.
Artikel 5
Vaststelling van de rekening en deelnemersbijdrage; Over- en onderschrijding van het beschikbare budget
1. In elk begrotingsjaar wordt voor 15 juli volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft door het algemeen bestuur de rekening vastgesteld voor de krachtens delegatie en mandaat door het samenwerkingsverband uitgevoerde Jeugdhulptaken in het voorafgaande begrotingsjaar. Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten 2. Het vaststellen van de verschuldigde bijdrage en vergoeding geschiedt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 41 en 42, lid 1 en 3 van de regeling en met inachtneming van het hierna bepaalde. 3. Bij overbesteding en onderbesteding van de aan de jeugdteams opgedragen taken en de exploitatie van het samenwerkingsverband in enig boekjaar ten opzichte van het vastgestelde volume, wordt bij de vaststelling van de door ieder van de deelnemende gemeenten definitief verschuldigde bijdrage, respectievelijk definitief verschuldigde vergoeding, als volgt te werk gegaan: a. Over- en onderbesteding bij de aan de jeugdteams opgedragen taken i.
ii.
bij overbesteding ter zake van de door een deelnemende gemeente opgedragen taken die door de jeugdteams in de betreffende gemeente worden uitgevoerd, wordt de daarmee verband houdende (extra) vergoeding in zijn geheel doorberekend aan de desbetreffende deelnemende gemeente. bij onderbesteding ter zake van de door een deelnemende gemeente opgedragen taken die door de jeugdteams in de betreffende gemeente worden uitgevoerd, wordt de daarmee verband houdende vergoeding die de gemeente verschuldigd is, dienovereenkomstig lager vastgesteld. De vastgestelde vergoeding wordt verrekend met door de gemeente betaalde voorschotten. b. Over- en onderbesteding op de overige budgetten
iii.
iv.
4.
bij overbesteding brengt het samenwerkingsverband de daardoor ontstane (extra) kosten rechtstreeks bij de deelnemende gemeenten in rekening, naar rato van het aandeel van de respectieve deelnemende gemeenten in de totale deelnemersbijdrage op basis van volledige solidariteit van alle deelnemende gemeenten gezamenlijk; bij onderbesteding wordt het resterend budget terugbetaald aan alle deelnemende gemeenten, naar rato van het aandeel van de respectieve deelnemende gemeenten in de totale deelnemersbijdrage op basis van volledige solidariteit van alle deelnemende gemeenten gezamenlijk; Voor de overige taken, onverminderd het hiervoor in het derde lid bepaalde, wordt de deelnemersbijdrage vastgesteld op basis van het profijtbeginsel (=werkelijk verbruik per gemeente). Met ingang van 2020 wordt hierbij een afbouwperiode van 3 jaar in acht genomen, waarbij gemeenten in 2020 voor 80% solidair zijn, in 2021 voor 50% solidair zijn en in 2022 voor 20% solidair zijn. Vanaf 2023 zijn gemeenten niet meer financieel solidair. De gemeentelijke bijdrage bij gedeeltelijke solidariteit in de afbouwperiode wordt berekend volgend onderstaande rekenmethode: Rekenmethode gedurende de afbouwperiode: De bijdrage aan de regio voor jeugdhulp volgens volledige solidariteit wordt vergeleken met de werkelijke kosten volgens het profijtbeginsel.
Het verschil maal het solidariteitspercentage van het betreffende jaar wordt ontvangen bij een nadelig verschil (kosten op basis van profijtbeginsel hoger dan kosten op basis van volledige
solidariteit) en moet betaald worden bij een voordelig verschil (kosten op basis van profijtbeginsel lager dan kosten op basis van volledige solidariteit). 5.
Indien zich onvoorziene omstandigheden voordoen, waaronder, maar niet uitsluitend, ontwikkelingen in de wet- en regelgeving, die ertoe kunnen leiden dat het voor het begrotingsjaar beschikbare budget wordt of is overschreden, treden de deelnemende gemeenten en het samenwerkingsverband in overleg over aanvullende financiering of andere te treffen maatregelen, die onder de gegeven omstandigheden passend en verantwoord zijn (zoals het beperken van de toegang tot jeugdhulp).
Artikel 6
Verkleining van de opdracht en stopzetting betrokkenheid bij de regionale uitvoering van de Jeugdhulp
1. Indien een deelnemende gemeente (de omvang van) het voor uitvoering van de jeugdhulptaken verleende mandaat volume structureel wil verlagen bericht het college van de deelnemende gemeente dit besluit voor 1 januari van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de structurele verlaging in gaat aan het dagelijks bestuur. De deelnemer is de daaruit voorvloeiende directe kosten verschuldigd. Deze kosten worden vastgesteld door een door de betreffende gemeente en het dagelijks bestuur gezamenlijk aan te wijzen onafhankelijke deskundige. 2. Indien een deelnemende gemeente de overgedragen taken terugneemt en daarmee haar betrokkenheid bij instandhouding aan het Programma Jeugdhulp in de begroting van het samenwerkingsverband geheel beëindigt, is het bepaalde in artikel 47, leden 1 en 2 van de regeling van overeenkomstige toepassing. De gemeente die haar betrokkenheid bij het Programma Jeugdhulp wil beëindigen is een vergoeding verschuldigd ter hoogte van de kosten die direct of rechtstreeks verband houden met beëindiging van de betrokkenheid bij het Programma Jeugdhulp. De omvang van de te betalen vergoeding wordt vastgesteld door een door de betreffende gemeente en het algemeen bestuur gezamenlijk te benoemen onafhankelijke deskundige. Artikel 7
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Bijdrageverordening Jeugdhulp. Artikel 8
Inwerkingtreding
1. De Bijdrageverordening Jeugdhulp Zuid-Holland Zuid van 4 juni 2020 wordt ingetrokken. 2. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking, maar niet eerder dan na inwerkingtreding van de 7e wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid. Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van <datum> de secretaris,
C. Vermeer
de voorzitter,
H. van der Linden