CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2p. Bijlagen bij de toelichting 13 Nader onderzoek Wet natuurbescherming.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 22 maart 2022, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 5: Vaststelling bestemmingsplannen Oost-Kinderdijk - Pijlstoep - Raadsvoorstel11.652 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.4

Noordse woelmuis en waterspitsmuis Op de Jonker-locatie werd met behulp van live-traps onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van Noordse woelmuis en waterspitsmuis. Noordse woelmuis en waterspitsmuis werden bij dit onderzoek niet aangetroffen. Het is daarom uitgesloten dat deze soorten voorkomen binnen de locatie. Wel werden verschillende andere soorten gevangen bij het onderzoek, namelijk aardmuis, bosmuis, dwergmuis, huismuis en huisspitsmuis. Deze soorten zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Voor

32

deze soorten geldt echter een vrijstelling van de verboden, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Door de vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de gebiedsontwikkeling niet in de weg.

5.5

Rugstreeppad en heikikker Op de Jonker-locatie is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de heikikker en rugstreeppad. Bij dit onderzoek werd geen kooractiviteit vastgesteld van deze soorten, noch op de locatie zelf noch in de omgeving ervan. Ook werden geen juveniele of volwassen dieren aangetroffen en werden geen eieren van deze dieren waargenomen. Andere soorten amfibieën werden wel waargenomen. Bij het onderzoek werden de soorten bastaardkikker en kleine watersalamander aangetroffen op de locatie. Net buiten het gebied is een roepende meerkikker gehoord en een gewone pad op de weg waargenomen. Al deze amfibieën zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Voor deze soorten geldt echter een vrijstelling van de verboden, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Door de vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de gebiedsontwikkeling niet in de weg.

5.6

Grote modderkruiper Op de Jonker-locatie is met behulp van elektro-visapparatuur onderzoek verricht naar de aanwezigheid van de grote modderkruiper. Tijdens het onderzoek is de grote modderkruiper niet aangetroffen. Wel werden baars, zeelt en driedoornige stekelbaars gevangen. In de watergang aan de oostzijde van de locatie bleek een zeer dikke (ruim 60 a 80cm) laag dunne slib aanwezig. In sloten met een zeer dikke laag dun slib komt de grote modderkruiper niet voor. In dergelijke bodems kan de soort wegzinken in het dunne slib en kan dan sterven. De grote modderkruiper heeft een bodem nodig bestaande uit zand of stevige klei met een tot 30 cm dikke sliblaag. Het is al met al uitgesloten dat grote modderkruiper voorkomt binnen de locatie.

5.7

Platte schijfhoren Om de aanwezigheid van de platte schijfhoren vast te stellen op de Jonker-locatie zijn met een schepnet monsters van de onderwatervegetatie verzameld en onderzocht. Er werden hierbij geen platte schijfhorens aangetroffen. Het is daarom uitgesloten dat de platte schijfhoren voorkomt binnen de locatie.

5.8

Bosuil Net ten noorden van de Jonker locatie hangt een nestkast voor bosuilen (zie onderstaande afbeeldingen). In april zijn in bomen nabij deze kast vier jonge bosuilen roepend gehoord en ook in mei werd hier een jonge bosuil gezien. Daarnaast werd nabij de kast regelmatig een roepende volwassen bosuil gehoord. De waarnemingen duiden erop dat de aanwezige bosuilenkast dit jaar als voortplantingslocatie is gebruikt.

33

Nestkast voor bosuilen in boom nabij de Jonker-locatie.

Jonker-locatie met de locatie van de nestkast van de bosuil (oranjestip).

In het nabij gelegen park rondom huis te Kinderdijk zijn veel grote bomen aanwezig. In dit park is gezocht naar mogelijke alternatieve verblijfplaatsen voor de soort. Alternatieve nestplaatsen voor de bosuil kunnen grote bomen met holten, andere nestkasten of oude middelgrote nesten van roofvogels zijn (sovon.nl). In het park werd één boom gevonden met daarin een middelgroot nest, dat voor de bosuil mogelijk een alternatief

34

zou kunnen zijn. Verder zijn in dit park geen goede alternatieve nestlocaties waargenomen. Wel zijn voldoende grote bomen waargenomen die geschikt zouden zijn om een nieuwe nestkast voor de bosuil aan op te hangen.

5.9

Steenuil Op de Jonker-locatie is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van de steenuil. Tijdens het onderzoek zijn geen steenuilen gehoord. Ook rondom het onderzoeksgebied werden geen steenuilen waargenomen. Het is daarom uitgesloten dat de steenuil voorkomt binnen de locatie of in de omgeving ervan.

35

6 6.1

Conclusie en advies Ontheffing Wet natuurbescherming nodig? In de omgeving van de Oost Kinderdijk te Alblasserdam is op drie locaties woningbouw beoogd; voor de Baas-locatie, de Jonker-locatie en de van Beest-locatie. Voor alle drie de locaties wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Voor de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan is het noodzakelijk dat de haalbaarheid ervan wordt aangetoond. Er dient daarom vanuit de ecologie onderzocht te worden of met de ruimtelijke ontwikkelingen die het plan toestaat sprake is van overtreding van de geldende natuurwet- en regelgeving. In dit kader heeft SAB nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde soorten. Op de Baas-locatie is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen en nestplaatsen van de huismus en gierzwaluw. Op de Jonker-locatie is onderzoek verricht naar verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen, leefgebied van noordse woelmuis, waterspitsmuis, rugstreeppad, heikikker, grote modderkruiper, platte schijfhoren en nestplaatsen van de bosuil en de steenuil. Op de Van Beest-locatie is onderzoek verricht naar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen en nestplaatsen van de huismus. Baas-locatie Uit het onderzoek blijkt dat een paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis aanwezig is in de bebouwing direct naast de Baas-locatie.

De ruige dwergvleermuis is een habitatrichtlijnsoort, waarvoor de verboden van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming gelden. Daarmee is het verboden deze soorten te doden, te verstoren of rust- of verblijfplaatsen te beschadigen. Hiermee is het ook verboden de verblijfplaats zodanig te verstoren dat deze niet meer kan functioneren. De verblijfplaats ligt zo dicht bij de Baas-locatie dat verstoring van deze verblijfplaats vanuit het plangebied, door licht of hoge bebouwing mogelijk zou kunnen zijn. Bij de toekomstige ontwikkeling dient daarom met deze verblijfplaats rekening gehouden te worden. Wanneer verstoring van de verblijfplaats mogelijk is, waardoor deze als zodanig niet meer kan functioneren, is een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Uit het onderzoek blijkt verder dat een gierzwaluwnest aanwezig is in de houten schuur binnen het onderzoeksgebied. De gierzwaluw vormt een Vogelrichtlijnsoort, waarvoor de verboden van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming gelden. Daarmee is het onder meer verboden vogels te doden en opzettelijk nesten te vernielen. Als onderdeel van het plan is sloop van de schuur voorzien. Daarmee zou de nestplaats worden vernietigd. Een gierzwaluwnest vormt een jaarrond beschermde verblijfplaats en daarom is voor het verwijderen van deze nestplaats een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk.

Jonker-locatie Uit het onderzoek blijkt dat direct aan de rand van deze locatie aan de noordzijde in het park een nestkast van de bosuil aanwezig is. Deze is ook door een koppel bosuilen in gebruik. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat in de omgeving vrijwel geen alternatieve nestplaatsen voor dit koppel aanwezig zijn. Echter, met het bijplaatsen van extra kasten voor de bosuil in de omgeving kan ervoor worden gezorgd dat voldoende

36

alternatieve nestplaatsen in de omgeving aanwezig zijn. In dat geval is de nestplaats van de bosuil niet jaarrond beschermd en is hiervoor dan ook geen ontheffing Wet natuurbescherming nodig. Van Beest-locatie Uit het onderzoek blijkt dat een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aanwezig is in de bebouwing op deze locatie. De gewone dwergvleermuis is een habitatrichtlijnsoort, waarvoor de verboden van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming gelden. Daarmee is het verboden deze soorten te doden, te verstoren of rust- of verblijfplaatsen te beschadigen. Als onderdeel van het plan is de sloop van de hier aanwezige bebouwing voorzien. Hierdoor wordt de verblijfplaats verwijderd en ook bestaat er bij de sloop de kans dat vleermuizen worden gedood of verwond. Voor de werkzaamheden is het noodzakelijk voor de ontwikkeling een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen.

6.2

Ontheffing aanvragen Het uitvoeren van ruimtelijke ingrepen waarbij beschermde soorten, zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en gierzwaluw worden verstoord is wettelijk gezien mogelijk als men in het bezit is van een ontheffing Wet natuurbescherming. Een dergelijke ontheffing dient voor dit project aangevraagd te worden bij de omgevingsdienst Haaglanden. Bij het indienen van een aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming dient een projectplan te worden opgesteld. In dit plan wordt onder andere de verspreiding van de betreffende beschermde soort in het onderzoeksgebied verwoord alsmede het (wettelijk) belang van de ingreep onderbouwd. Daarnaast dient een uitgebreide alternatievenafweging plaats te vinden over waarom de verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen niet is te voorkomen. Een ontheffing wordt enkel verleend als voldoende mitigerende maatregelen worden getroffen om zoveel mogelijk schade aan de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en gierzwaluw te voorkomen. Maatregelen zijn bijvoorbeeld het uitvoeren van werkzaamheden buiten de kwetsbare periode van de soorten, het tijdig aanbieden van vervangende tijdelijke verblijfplaatsen en het realiseren van voldoende nieuwe permanente verblijfplaatsen.

6.3

Mitigerende maatregelen

6.3.1

gewone en ruige dwergvleermuis Voor kleine verblijfplaatsen van de gewone en ruige dwergvleermuis worden vaak standaard maatregelen getroffen om zoveel mogelijk schade aan deze soorten te voorkomen: 1 hang tijdig in de omgeving van het besluitgebied tijdelijke vleermuiskasten op; 2 maak de bebouwing voorafgaand aan de sloop ongeschikt voor deze soorten; 3 realiseer permanente voorzieningen in de nieuwbouw voor deze soorten.

37

Een deskundige op het gebied van vleermuizen moet dit verder uitwerken in het mitigatieplan van de ontheffingsaanvraag. Hierin moet ook duidelijk gemaakt worden hoe de verblijfplaats van de ruige dwergvleermuis net buiten het plangebied ontzien kan worden. Als dit niet mogelijk is moeten hier ook mitigerende maatregelen voor getroffen worden. 6.3.2

Gierzwaluw Voor een klein aantal nestplaatsen van de gierzwaluw worden vaak standaard maatregelen getroffen om zoveel mogelijk schade aan deze soort te voorkomen: 1 hang tijdig in de omgeving van het besluitgebied tijdelijke nestkasten op; 2 sloop de huidige bebouwing in de periode dat de gierzwaluw niet in Nederland aanwezig is, of maak op voorhand de nestplaats ongeschikt; 3 realiseer permanente voorzieningen in de nieuwbouw voor deze soort. Een deskundige op het gebied van de gierzwaluw moet dit verder uitwerken in het mitigatieplan van de ontheffingsaanvraag.

6.3.3

Bosuil Volgens deze soort adviseren wij om buiten de kwetsbare periode, in de periode van september tot en met december van deze soort drie kasten in het park grenzend aan de Jonkerlocatie op te hangen, op geruime afstand van deze planlocatie. Op deze manier worden alternatieve nestplaatsen gecreëerd voor deze soort. Tegelijkertijd kan dan de huidige nestplaats van de bosuil verwijderd worden. Omdat deze maatregelen buiten de kwetsbare periode van de bosuil worden uitgevoerd ondervinden de bosuilen hier geen hinder van. Op deze manier wordt gegarandeerd dat voldoende alternatieve nestplaatsen in de directe omgeving aanwezig zijn, zonder dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden.

6.4

Broedperiode en zorgplicht De zorgplicht van de Wet natuurbescherming is altijd van toepassing. Iedereen moet voldoende zorg in acht nemen voor alle in het wild levende dieren, planten en hun leefomgeving. Dit kan bijvoorbeeld door de werkzaamheden te verrichten buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen). Ook kan er gefaseerd worden gewerkt om dieren de kans te geven om te vluchten. Zoals onderbouwd in de quick scan natuur die is opgesteld (SAB, 2018) kunnen bij (de start van) werkzaamheden bij de drie locaties in de broedperiode broedende vogels worden verstoord of hun nesten worden aangetast. De broedperiode loopt globaal van half maart tot half augustus. Er is hiervoor geen vrijstelling te verkrijgen in het kader van de Wet natuurbescherming. Wij adviseren daarom om de werkzaamheden buiten de broedperiode te starten.

38

6.5

Vervolgstappen  Aanvragen ontheffing Wet natuurbescherming voor de omgang met de nestplaats van gierzwaluw op de Baas-locatie en de verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis op de Van Beest-locatie;  Er dient voorkomen te worden dat de verblijfplaats van de ruige dwergvleermuis net ten noordwesten van de Baas-locatie verstoord wordt door de werkzaamheden en het toekomstig gebruik. Mocht deze verstoring niet voorkomen kunnen worden, dan dient ook voor de omgang met deze verblijfplaats een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd te worden;  Tref tijdig voldoende mitigerende maatregelen zoals het plaatsen van tijdelijk vervangende verblijfplaatsen voor de gierzwaluw, gewone dwergvleermuis, bosuil en eventueel ruige dwergvleermuis;  Houd rekening met broedende vogels;  Houd rekening met de zorgplicht.

39

Geraadpleegde literatuur BIJ12. 2017a. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12. 2017b. Kennisdocument Rosse vleermuis. Nyctalus noctula, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12. 2017c. Kennisdocument Huismus Passer domesticus, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12. 2017d. Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12. 2017e. Kennisdocument Noordse Woelmuis Microtus oeconomus arenicola, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12. 2017f. Kennisdocument Rugstreeppad Epidalea calamita, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12. 2017g. Kennisdocument Heikikker Rana arvalis, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12. 2017h. Kennisdocument Grote modderkruiper Migurnis fossilis, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017i, Kennisdocument Steenuil, Athena noctua, versie 1.0 juli 2017 BIJ12, Utrecht Bruyne de, R.H., A.W. Gmelig Meyling Boesveld, A.. 2008. Mollusken. In: Kalkman, V.J. De soorten van het leefgebiedenbeleid. −EIS-Nederland, Leiden. Creemers, R. van Delft, J. 2009. De Amfibieën en Reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna deel 9. Dietz, Ch. von Helversen, O. Nill, D. 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Goverse, E. Herder A,. J. E. & de Zeeuw. M.P. 2015. Handleiding voor het Monitoren van Amfibieën in Nederland.

Vierde herziene druk. RAVON werkgroep Monitoring, Amsterdam & Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag. Haarsma, A-J. 2011. De meervleermuis in Nederland. Rapport 2011-40. Zoogdiervereniging Nijmegen. Limpens, H. J. G. A. Twisk, P. Veenbaas, G. 2004. Met vleermuizen onderweg. Brochure Rijkswaterstaat en Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming.

40

Netwerk Groene Bureaus, Gegevensautoriteit Natuur, Zoogdiervereniging. 2017. Vleermuisprotocol 2017. Netwerk Groene Bureaus. 2017. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming. Ministerie EZLI. 2012. Memorie van toelichting bij Wet natuurbescherming. Kamerstuk. Ministerie EZ. 2015. Memorie van antwoord bij Wet natuurbescherming. Kamerstuk Eerste Kamer der Staten-Generaal. SAB, 2018. Quick scan natuur. Alblasserdam, Oost Kinderdijk e.o. SAB, Arnhem. SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse Fauna 5: 1-584. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden Zoogdiervereniging & Probos. 2012. Laanbeheer en vleermuizen; met oog voor veiligheid en cultuurhistorie; met bijdragen van E. A. Jansen, M. H. A. van Benthem, C. de Groot, P. Twisk & H. J. G. A. Limpens.

Websites: www.anemoon.org www.bij12.nl www.ndff.nl www.zuid-holland.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.vleermuizenindestad.nl www.vleermuis.net www.vogelbescherming.nl www.wetten.nl www.zoogdiervereniging.nl

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/278/documents/6796