CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

28. Brief Bestuurlijk Platform Kinderdijk over Doorontwikkeling Governance Werelderfgoed Kinderdijk.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 28 september 2021, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 16: Doorlopende lijst ingekomen stukken1.405 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van:

Bestuurlijk Platform Kinderdijk

Aan:

De gemeenteraad van de gemeente Alblasserdam De gemeenteraad van de gemeente Molenlande

CC:

leden van het Bestuurlijk Platform n kernteam Kinderdijk

Datum:

Hoornaar/Alblasserdam, 17 juni 2021

Onderwerp:

Doorontwikkeling Governance Werelderfgoed Kinderdijk

Geachte raad, Op 10 juni jl. hebben wij, leden van het bestuurlijk platform Kinderdijk, een intensief en openhartig gesprek gehad over de doorontwikkeling van de governance van het Werelderfgoed: het geheel aan afspraken over de wijze waarop alle partijen die in en rond het Werelderfgoed actief zijn, met elkaar hun samenwerking inrichten. Gezien het speciale karakter van het gesprek is het bestuurlijk platform voor deze bijeenkomst uitgebreid met twee leden van de Raad van Toezicht en de burgemeester van Alblasserdam. Tevens was de nieuwe directeur van de SWEK, Peter-Jan van Steenbergen, voor het eerst aanwezig. Directe aanleiding van deze bijeenkomst was het vertrouwelijke tussenrapport van JBR over dit thema en een eveneens nog vertrouwelijke tussenrapportage van Twynstra Gudde (TG)over de herziening van het financieel arrangement. Een belangrijke constatering die wij deelden is de wens om bij het door ontwikkelen van de governance voort te bouwen op de voortgang die we de afgelopen jaren hebben bereikt. In deze brief lichten we een en ander aan u toe. De basis Er is opnieuw geconstateerd dat voor iedereen het Advies Toekomst Werelderfgoed Kinderdijk uit oktober 2019 en het daaruit afgeleide Uitvoeringsprogramma van mei 2020 de basis is van waaruit wij ons verantwoordelijk voelen voor het Werelderfgoed en uitvoering geven aan de verplichtingen uit het Werelderfgoed verdrag.

Wij hebben ook geconstateerd dat niemand van ons wil tornen aan de keuzes die eerder zijn gemaakt, waarbij een stichting, met eigen bestuur en een autonome RvT, verantwoordelijk is om het gebied als siteholder te beheren en te exploiteren.

Naamgeving Het veranderen van de naam van ons overleg, van stuurgroep naar bestuurlijk platform, werkt in de praktijk goed uit. Misverstanden die hiervoor nog leefden, al zou ons overleg een formele en directe sturende rol ten opzichte van de stichting hebben, zijn hiermee weggenomen.

Coördinerende functie versterken Het bestuurlijk platform is de plek waar wij de inspanningen inzake het uitvoeringsprogramma op elkaar afstemmen. De verschillende projecten uit dat uitvoeringsprogramma grijpen op elkaar in en hebben in veel gevallen direct consequenties voor de exploitatie. Derhalve is coördinatie tussen de verschillende partijen essentieel. Deze coördinerende functie willen wij verder versterken, zonder daarmee geweld aan te doen aan de autonome verantwoordelijkheid van de verschillende partijen in dat platform. Het is en blijft een platform van overheidspartijen en een aan de overheid gelieerde stichting (de SWEK), met ieder zijn eigen verantwoordelijk- en bevoegdheden. Het platform formuleert adviezen aan de verschillende besluitvormende organen; de eindverantwoordelijkheid voor het nemen van het besluit en het uitvoeren daarvan ligt bij partijen zelf. Vorm van samenwerken De intensieve gesprekken die wij met elkaar in het BPK voeren, leidden de afgelopen periode steeds tot adviezen waar wij allemaal achter staan en die vervolgens zijn overgenomen door onze formele besluitvormende organen. We weten daarbij goed de balans te vinden tussen de ruimte die de stichting nodig heeft om het gebied te exploiteren en de kader stellende en richtinggevende rol van overheidspartijen.

Deze manier van samenwerken heeft de afgelopen periode geleid tot een groot aantal belangrijke besluiten (zoals o.m. de gebiedsvisie, het uitvoeringsprogramma, de startnotitie entreezone, de uitgangspunten voor het financiële arrangement, de uitgangspunten voor de zondag als speciale dag) waarmee we de komende jaren een solide basis voor de toekomst van het Werelderfgoed hebben gelegd. Het geeft zowel politieke duidelijkheid als zekerheid aan de stichting. Afspraken JBR heeft ons overtuigd van de noodzaak om aanpassingen door te voeren in de relatie tussen de partijen die in het BPK zitten, om daarmee het publieke belang van de stichting en de verschillende financiële belangen die de overheidspartijen hebben, terug te laten komen in de afspraken. Deze afspraken gaan in ieder geval over: - de inhoudelijke, beleidsmatige overeenstemming die we voelen en wat dat betekent voor de onderlinge samenwerking, de rol van het BPK en hoe dat zich dan weer verhoudt tot de rollen en verantwoordelijkheden van de respectievelijke partners. - de continuïteit van de stichting: het voortbestaan van het Werelderfgoed mag niet in gevaar komen.

We gaan afspraken maken welke rol het BPK krijgt ten aanzien van bijvoorbeeld de na te streven financiële reserves, de financiële rapportages, de (meer)jaren begroting en de rekening van de SWEK - hetzelfde geldt voor rol die de het BPK krijgt op het samenstellen en functioneren van het bestuur en de RvT van de stichting.

Financieel herstel SWEK De tussenrapporten van JBR en TG wijzen daarnaast op de noodzaak nu eerst te komen tot een financieel gezonde SWEK. De huidige financiële situatie van de SWEK als gevolg van de corona-crisis maakt dat noodzakelijk. Vanwege de coronacrisis is de financiële positie van de SWEK, die tot dan solide was en voor een groot deel afhankelijk van het internationale toerisme, verslechterd. Ook hiervoor zien wij een adviserende rol voor het BPK. Het herstel van de financiële situatie van de SWEK is immers in ons aller belang. Tenslotte volgt uit de tussen rapportage over het financieel arrangement dat er de komende jaren grote investeringen aan komen: Westrand, Transferium, Entreegebied en last-mile vervoer. Wellicht leidt ook het uitwerken van het Verhaal van Kinderdijk tot nieuwe investeringen. Allemaal investeringen die noodzakelijk zijn om de ontwikkelingen van het toerisme en het streven naar meer kwaliteitstoeristen te laten samengaan met het behoud en versterken van de leefbaarheid. Echter blijkt ook dat er in het gebied een gemaximeerde verdiencapaciteit is die op de korte termijn niet voldoende is op alle investeringen volledig te dragen. Er zijn dus nadere afspraken nodig over de wijze waarop deze investeringen worden gefinancierd dan wel worden getemporiseerd. Ook hierbij zien wij een belangrijke adviserende rol voor het BPK.

Het uitvoeren van deze projecten, waaronder het exploiteren van het Transferium en de Westrand, het regisseren van het last-mile vervoer maar ook mogelijke andere toekomstige investeringen zijn allemaal nauw verbonden met de exploitatie van het Werelderfgoed. Dit vergt een vorm van samenwerking tussen alle partijen, met duidelijkheid over ieders rol, verantwoordelijkheid en bedoelingen en waarbij heldere afspraken zijn gemaakt over de wijze waarop met investeren, exploiteren en de risico’s wordt omgegaan. Vervolg JBR zal binnen afzienbare tijd mede gebaseerd op deze bijeenkomst een eindrapport opleveren; TG zal het proces om tot een nieuw financieel arrangement te komen afronden. Dan wordt ook duidelijk op welke manier en op welke termijn middelen vanuit de SWEK zouden kunnen terugvloeien naar beide gemeente om daarmee de historische gemaakte kosten en de investeringen in het uitvoeringsprogramma te compenseren. Peter-Jan van Steenbergen zal, mede op basis van het eindrapport van JBR en voortbouwend op afspraken die daarover eerder zijn gemaakt, een eerste versie van een samenwerkingsovereenkomst gaan opstellen. Hij doet dat uiteraard in overleg met alle samenwerkende partijen: Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed, Waterschap Rivierenland, Provincie Zuid-Holland en de gemeenten Alblasserdam en Molenlanden.

Naar verwachting kan een eerste versie in de septembervergadering van het BPK besproken worden. Tot slot Met deze doorontwikkeling willen wij benadrukken dat het UNESCO Werelderfgoed Kinderdijk en daarmee de SWEK van ons allemaal is, een stichting die namens beide gemeenten, de provincie, het waterschap en het rijk, het Werelderfgoed exploiteert en daarmee invulling geeft aan de collectieve ambitie: “Het UNESCO

Werelderfgoed Kinderdijk wordt het eerste icoon in de wereld waar het ontwikkelen van de toeristische hotspot samengaat met verbeteren van de leefbaarheid, het behouden van de beleving, authenticiteit, rust en ruimte en het versterken van de natuur”. Dat vergt niet alleen veel van het bestuur, de medewerkers en vrijwilligers van de stichting, maar minstens evenveel de overheidspartijen die in het BPK zitten. Die zullen veel meer als speler, en niet slechts als grensrechter, aan het spel moeten gaan meedoen. Allen vanuit een andere positie, met een andere rol en andere mogelijkheden, maar wel samen met de SWEK ten behoeve van het gezamenlijke doel: het behoud en uitdragen van het Werelderfgoed. Wij hebben er vertrouwen in dat als we niet alleen volgens de letter, maar zeker ook volgens de geest van onze intenties gaan handelen, we de periode van onderlinge wrijving achter ons kunnen laten en dat we daarmee ook gaan bouwen aan een betere relatie tussen alle partijen in het BKP en van daaruit met alle stakeholders, dus ook met de bewoners van het Werelderfgoed en de inwoners van en ondernemers uit de omliggende kernen.

Namens alle leden van het BPK,

Theo Segers voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/155/documents/4112