CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20260520 DEF BELEIDSPLAN OVL 2026-2035.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 23 juni 2026, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 8: Beleidsplan openbare verlichting 2026-2035 - Voorstel10.562 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2 alinea's met “sluiting”: 240 369

0

Inhoud Proloog (vanuit de Historische Vereniging Alblasserwaard) ............................................................ 2 Samenvatting ............................................................................................................................... 4 1

2

Inleiding ................................................................................................................................ 4 1.1

De pijlers van het beleidsplan ..............................................................................................6

1.2

Reflectie: de periode 2011-2016-2025 .................................................................................6

Beleidsuitgangspunten .......................................................................................................... 9 2.1

Functies van verlichting ......................................................................................................9

2.2

Doordachte afweging van doel, gebruikers, ontwerp en beheer .............................................9

2.3

Wet- en regelgeving .......................................................................................................... 11

2.4

Verlichtingsklassen .......................................................................................................... 12

2.5

Assetmanagement ........................................................................................................... 12

2.6

Vervanging ....................................................................................................................... 14

2.7

Duurzaamheid en circulariteit ........................................................................................... 14

2.8

Multifunctioneel gebruik van lichtmasten ........................................................................... 15

2.9

Inwonerscommunicatie en participatie .............................................................................. 15

2.10

Inwonertevredenheid ........................................................................................................ 17

2.11

Lichthinder voor mens en dier ........................................................................................... 17

2.12

Energiedoelstellingen ....................................................................................................... 17

2.13

Energieverbruik ................................................................................................................ 19

BIJLAGE 1: Omgevingsanalyse openbare ruimte ............................................................................21 a) b) c)

Gebruikers ....................................................................................................................... 21 Doelgroepen .................................................................................................................... 22 Samen doen ..................................................................................................................... 24

BIJLAGE 2: Wet- en Regelgeving ....................................................................................................25 a) b) c) d) e) f) g) h)

Burgerlijk wetboek ............................................................................................................ 25 Omgevingswet m.b.t. natuurbescherming .......................................................................... 26 Landelijke normen en richtlijnen ........................................................................................ 26 Duurzaam veilig ................................................................................................................ 26 Verlichtingsmiddelen ........................................................................................................ 27 Elektrotechnische installatie en veiligheid .......................................................................... 27 Politiekeurmerk Veilig Wonen ............................................................................................ 28 Keurmerk Veilig Ondernemen ............................................................................................ 28

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

1

i) j) k)

WIBON / Grondroerdersregeling ........................................................................................ 29 Leidingenverordening Alblasserdam .................................................................................. 29 CROW-400 ....................................................................................................................... 30

BIJLAGE 3: Functies openbare verlichting .....................................................................................31 a) b) c) d)

Verkeersveiligheid ............................................................................................................ 31 Sociale veiligheid .............................................................................................................. 32 Leefbaarheid .................................................................................................................... 33 Overzicht verlichtingsaspecten per functie ......................................................................... 34

Bijlage 4: Begrippenlijst ...............................................................................................................35

Proloog (vanuit de Historische Vereniging Alblasserwaard) Het lantaarn opsteken start omstreeks 1910 en geschiedt door het aansteken van busjes, gevuld met petroleum, door de heren Van Wijnen en Erkelens. De laatste nam de lantaarns op Dam, Kerkstraat, Polderstraat en Hoogendijk voor zijn rekening, de eerste liep vanaf de Dam, heel Cortgene, Oost- en West-Kinderdijk uit, tot aan het kantoorgebouw van Kloos Kinderdijk NV. Niet alleen omdat daar ongeveer de grens van Alblasserdams grondgebied ligt, nee, maar ter plaatse begon elektrische straatverlichting. Een straatverlichting die ongeveer ophield bij het postkantoor in de Kinderdijk en die geen gemeentelijke, maar een particuliere aangelegenheid was. Onderaan de machinefabriek van voorheen J. & K. Smit stond de centrale Kinderdijk, die zorgde voor licht langs de dijk en in huis voor de directieleden van Kloos en L. en J. & K. Smit. Machinist was de heer Van den Berg. Maar om terug te komen op onze lantaarnopsteker Van Wijnen, deze begon zijn lantaarns aan te steken bij de vroegere scheepswerf van Jonker. Daartoe werd gebruik gemaakt van een laddertje, met een inkeping in de bovenste sport om glijden te voorkomen. Een van de raampjes van de zeskantige lantaarn werd geopend en met een lucifer werd licht gemaakt.

Oppassen dat de pit niet begon te roken en dan vlug het raampje dicht om doven van het lichtpuntje, want meer was het niet, te voorkomen. Met een beetje wind gelukte dat niet altijd even goed. Vooral als het wat hard waait kan dat nogal eens gebeuren, dat men, voordat men goed en wel beneden was weer de ladder op kon, omdat de wind onder de kap van de lantaarn was geslagen. Zo zakte men dan de Kinderdijk af tot men op de Dam uitkwam. Behalve lantaarnopsteker, waren de heren Erkelens en Van Wijnen ook nachtwaker en moest men om het uur de tijd afroepen, bijvoorbeeld "10 heit de klok, 10 uur", waarna twee slagen met de klepper werden gegeven. Deze nachtdienst duurde van 10 tot 4 uur, in tegenstelling tot de dagpolitie, toentertijd gevormd door de agenten Praag en Zwart en later Kaat en Leuhof. Het tijdstip van aansteken hing af van het jaargetijde en maanstand, ‘s zomers brandden geen lantaarns, omdat de zon toch laat onderging en in de andere jaargetijden was het criterium of het volle maan was of niet. In het eerste geval behoefde men ook de lantaarns niet aan te steken, in de andere

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

2

gevallen van wassende maan, eerste en laatste kwartier wel. Dat kon in de wintermaanden reeds in de late middaguren het geval zijn. Niet alleen aansteken, maar ook het uitblazen van de petroleumlichtjes behoorde tot de taak van deze mensen in gemeentedienst. Om 10 uur 's avonds werd begonnen, daar waar men de ladder het laatst had gebruikt voor het aansteken en in omgekeerde richting werden de lantaarnpalen weer met een bezoek vereerd. Het uitblazen gebeurde met een koperen blaaspijpje van ongeveer 40 cm lang, dat door de opening in de kop van de lantaarn gestoken werd. Eenmaal per week werden de lantaarns onder handen genomen, werd koper gepoetst, de pitten en raampjes schoongemaakt en de tank met petroleum bijgevuld. Al met al tijdrovende werkzaamheden, die weinig geld in het laatje brachten, waarom in de resterende uren van de dag andere werkzaamheden voor particulieren e.d. werden verricht, zoals bijv. het schoonhouden van een of twee 'slagen' (delen) van De Alblas, welke werkzaamheden van De Nederwaard na het uitbrengen van een bod werden aangenomen. Het lantaarn opsteken verdween met de komst van het elektrisch licht in de jaren 1916 tot 1918.

Sluis in de Dam met lantaarnpaal omstreeks 1910

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

3

Samenvatting Dit nieuwe beleidsplan is een vernieuwde versie van de Nota OVL 2016-2025. Het is het resultaat van een samenwerking tussen de gemeentes Alblasserdam Dordrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht. Deze Drechtstedengemeentes bundelen hun kennis en uitvoering. In grote lijnen is de opzet en zijn de kaders gelijk gebleven. Wel is het afgelopen decennium de wereld veranderd door het verbod op oude lampen en de stijging van energiekosten. Met de versnelde vervanging door ledlampen in 2024-2025 lopen we als Alblasserdam voorop in energiebesparing. Met dit nieuwe beleidsplan zijn de kaders voor openbare verlichting in Alblasserdam weer actueel. We maken duidelijk onderbouwde principekeuzes wat we wel en niet standaard verlichten in de openbare ruimte. Hierbij is nog steeds het uitgangspunt licht waar het moet en donker waar het kan. Verlichten is geen verplichting. We verlichten vanuit oogpunt van sociale en verkeersveiligheid en laten donker waar deze minder van belang zijn. Naast veiligheid en kosten voor energie en onderhoud speelt ook de factor van flora en faunaverstoring door licht de basis voor deze keuzes. Dit beleidsplan is een handvat voor gebruikers, beheerders en ontwerpers van de openbare ruimte.

1 Inleiding 'Licht waar het moet, donker waar het kan' was de ondertitel van het beleidsplan 'Nota Openbare Verlichting Alblasserdam 2016-2025'. Met dit kader is de openbare verlichting in het dorp aangelegd, onderhouden en sinds 2025 ook volledig aangepast aan de ontwikkeling van energiebesparende ledverlichting. Openbare verlichting is niet iets typisch Alblasserdams. Door landelijke richtlijnen en standaardisatie is veel al vanzelfsprekend en uniform ingericht. Toch is het van belang om binnen de keuzemogelijkheden de kaders aan te geven waarom en op welke wijze we in Alblasserdam de openbare ruimte verlichten. Dit beleidsplan vormt het kader voor nieuwe ontwikkelingen en is grotendeels een voortzetting van het beleid van de afgelopen tien jaar. Het kader op hoofdlijnen is weinig veranderd, daarom zetten we het motto voort: "Licht waar het moet, donker waar het kan". Dit nieuwe plan is een update van het beleidsplan 'Nota openbare verlichting 20162025'. Door de voortgang van de technische ontwikkeling is het goed om een vernieuwd en actueel kader vast te stellen voor de komende jaren. Het beleidsplan uit 2016 volgde uit een samenwerking met de Gemeentes Dordrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht, waarin wij gebruik maken van de kennis en kunde van de vakspecialisten openbare verlichting van de gemeente Dordrecht.

De kern van dit herijkte plan is dan ook in nauwe samenwerking tot stand gekomen door de onderling samenwerkende gemeentes.

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

4

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

5

1.1

De pijlers van het beleidsplan

Het beleidsplan is gebaseerd op drie basisoogpunten: • Functies van verlichting Naast de functionele kant van 'gezien worden' voor verkeer en sociale veiligheid, heeft verlichting ook een esthetische functie bij het verlichting van objecten of tijdens feestperiodes. Licht kan helpen een omgeving veilig, gezellig, of ongezellig te maken naar mate het verlichtingsniveau toe- of afneemt. Hierbij is ook de afwezigheid van verlichting van belang om onnodige verstoring van flora- en fauna te voorkomen. •

Wet- en regelgeving op het gebied van de openbare verlichting Verlichting is geen wettelijke verplichting, maar is wel wenselijk vanuit sociale veiligheid en verkeersveiligheid. In Nederland zijn hiervoor richtlijnen opgesteld die volgen uit ervaringen. Het ontbreken, of niet functioneren, van verlichting kan gevolgen hebben voor aansprakelijkheid.

•

Doordachte afweging van doel, gebruikers, ontwerp en beheer Waarvoor en voor wie verlichten we de openbare ruimte. Wat is de gewenste situatie en hoe geven we dit efficiënt en effectief vorm? Waar is verlichting wenselijk, hoeveel en waar moeten we rekening mee houden om dit zo efficiënt en effectief mogelijk te doen. Als verlichting niet nodig is, dan laten we deze achterwege. Hierbij kunnen lokaal nog nadere keuzes worden gemaakt.

1.2

Reflectie: de periode 2011-2016-2025

Sinds 2011 werken Alblasserdam, Sliedrecht en Dordrecht en sinds 2013 ook Zwijndrecht nauw samen op het terrein van openbare verlichting. Het Team Openbare Verlichting in Dordrecht coördineert met hun vakspecialisten het werk, stuurt de aannemers aan en adviseert de collega-gemeenten. Alle deelnemende gemeenten zijn tevreden over de samenwerking. Door kennis te bundelen werken we efficiënter en besparen we op kosten. Het overstappen op nieuwe technieken is makkelijker als je het samen doet en het inspireert om te leren van elkaars ervaringen en te zien hoe collega-gemeenten het doen. Zo zijn er betere afspraken met netbeheerders gekomen, worden aanbestedingen en contractmanagement beter aangestuurd en zorgen we elk jaar voor een gezamenlijke planning en verantwoording op grond van ons beleidsplan en de uitwerking daarvan. In de beleidsperiode (2016–2025), waarin het beleidsplan 'Nota Openbare Verlichting Alblasserdam 2016-2025 het kader was, zijn er allerlei ontwikkelingen geweest, en nog gaande, die van invloed zijn op het werkveld en de beleidsuitgangspunten in hoofdstuk 2. Een aantal belangrijke ontwikkelingen noemen we hier: •

In 2013 heeft de Sociaal Economische Raad (SER) energiedoelstellingen uitgebracht in het Energieakkoord. Deze doelstellingen worden elk jaar gemonitord.

•

Sinds 2014 worden nieuw geplaatste armaturen langs doorgaande wegen in de nachtelijke uren met 30% gedimd. Dit zorgt voor een rustiger beeld voor de bestuurder. Ook daalt hierbij het stroomverbruik.

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

6

•

Slimme verlichting. Sinds 2018 passen we waar dit efficiënt is slimme verlichting toe. Dit is standaard bij nieuw geplaatste armaturen langs doorgaande wegen. In woonstraten zijn de nieuwe armaturen voorbereid op het toepassen van slimme verlichting. Met slimme verlichting kunnen storingen automatisch worden gemeld en lampen op afstand gedimd en helderder gezet.

•

De nationale norm Nederlandse PraktijkRichtlijn voor openbare verlichting (NPR13201:2017/A:2018) is in 2018 herzien en ondersteunt de mogelijkheid om verlichtingsniveaus in tijdsblokken in te delen (het standaard dimmen of versterken van de verlichtingsniveaus per wegdeel).

•

Sinds 2019 kunnen inwoners meldingen over de openbare verlichting doen via Fixi. Dit is een elektronisch meldingensysteem via het internet of app. Melders krijgen hierbij ook terugkoppeling over de voortgang van de melding. Met Fixi kunnen we snel inspelen op meldingen. Bovendien maakt het knelpunten meetbaar.

•

Door de stijgende energieprijzen, met de kostenpieken door de invasie van Oekraïne in 2022 en het conflict met Iran in 2026 is besparing op stroomverbruik een steeds belangrijkere factor.

•

Sinds 2022 wordt de openbare verlichting geregistreerd en gepland met het beheersysteem GISIB. Dit is een elektronisch systeem waarin de locaties en de eigenschappen van de verlichtingsobjecten zijn opgenomen.

•

We besteden standaard armaturen separaat aan. Duurzaamheid en circulariteit zijn onderdeel van de gunningscriteria.

•

Fluorescentielampen (de traditionele verlichting van TL of gasontlading) worden sinds 2023 niet meer geproduceerd. Door de versnelde vervanging van de armaturen naar led in 2024-2025 heeft dit voor de gemeente Alblasserdam geen gevolgen.

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

7

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

8

2 Beleidsuitgangspunten De basis van de uitgangspunten zijn de in hoofdstuk 1 beschreven pijlers en reflectie.

2.1

Functies van verlichting

Verlichting heeft 3 belangrijke functies in de openbare ruimte: • Verkeersveiligheid • Sociale veiligheid • Leefbaarheid Deze functies zijn van invloed op de mate van verlichten. In bijlage 3 wordt uitgebreid ingegaan op de functies van de openbare verlichting. Naast de functionele kant van 'gezien worden' voor verkeer en sociale veiligheid, heeft verlichting ook een esthetische functie bij het verlichten van objecten of tijdens feestperiodes. Licht kan helpen een omgeving veilig, gezellig, of ongezellig te maken naar mate het verlichtingsniveau toe- of afneemt. Hierbij is ook de afwezigheid van verlichting van belang om onnodige verstoring van flora- en fauna te voorkomen.

2.2

Doordachte afweging van doel, gebruikers, ontwerp en beheer

De gemeente is eigenaar en beheerder van de openbare ruimte. Op basis van praktijk en beleid van de afgelopen jaren wordt de keuze gemaakt om bepaalde plekken wel of niet te verlichten. In principe wordt de openbare weg als openbare verblijfsruimte verlicht. Dit zijn trottoirs en rijbanen van woonstraten en industrieterreinen (30km erftoegangswegen), pleinen en doorgaande wegen (50km gebiedsontsluitingswegen). De netbeheerder van de elektriciteit verzorgt de in- en uitschakeltijden. Globaal gaat de openbare verlichting een kwartier na zonsondergang aan en een kwartier voor zonsopkomst weer uit. In het beheerplan staat wat we verlichten en hoe we dat doen. Niet de hele openbare ruimte wordt standaard verlicht. Waar dit voor de verkeersveiligheid of sociale veiligheid niet noodzakelijk is, mag het donker zijn. Het verlichten van locaties die niet standaard zijn, brengt kosten met zich mee voor ontwerp, aanleg en beheer. Bij aanvullende keuzes is daarom extra dekking voor de investering en de exploitatie nodig. •

Buiten de bebouwde kom Wegen en paden buiten de bebouwde kom, waar de gemeente geen wegbeheerder is, worden niet standaard verlicht. Alleen op de doorgaande waterschapswegen van het Kortland en op het deel van de Edisonweg dat buiten de bebouwde kom ligt (en niet op grond van Rijkswaterstaat), is gekozen om de openbare weg te verlichten.

•

Recreatieve fiets- en voetpaden Vrij liggende recreatieve fiets- en voetpaden die geen belangrijke functie hebben als woon- en/of werkverkeer worden niet verlicht. Bijvoorbeeld wandelpaden in parken. Dit voorkomt schijnveiligheid door gebrek aan sociale controle.

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

9

• Dorpsranden In open landschap, zoals aan de randen van de bebouwde kom, is extra aandacht voor het tegengaan van ongewenste lichtverspreiding. Materiaalkeuze zoals lichtafscherming in armaturen en de locatie van de verlichting dragen hieraan bij. •

Parkjes / groeninrichting Groene gebieden worden in principe niet verlicht. Een groeninrichting verlichten is storend voor de natuur. Het verstoort het dag- en nachtritme van dieren en planten. Bovendien kost het veel energie. Het college van burgemeester en wethouders kan hierop een uitzondering maken. Verlichting van groeninrichting en parkjes draagt alleen bij aan sociale veiligheid, als het in combinatie met sociale controle en een strook zonder beplanting naast het pad gerealiseerd kan worden.

•

Achterpaden / brandgangen Paden die tussen woningen of tuinen doorlopen kunnen in eigendom van de gemeente zijn, maar vaak zijn deze gedeeld (mandelig) eigendom van de aanliggende percelen. Als de gemeente de wegbeheerder is, dan worden deze als gewone openbare woonstraat verlicht. Paden die in eigendom en/of beheer zijn van derden (particulieren, instellingen, woningbouwstichting, vereniging van eigenaren) worden niet standaard door de gemeente verlicht. Dit heeft niet alleen te maken met de kosten. Vanwege de verantwoordelijkheid voor elektrische objecten op grond van derden is dit lastig te beheren.

•

Tunnels en viaducten Tunnels en viaducten die in beheer zijn van de gemeente worden alleen verlicht als de situatie hiertoe aanleiding geeft. Dit is in Alblasserdam van toepassing bij het viaduct De Vinkenwaard onder de rijksweg A15 en het fietspad Ruigenhil onder de Grote Beer door.

•

Kinderspeelvoorzieningen en trap- en sportveldjes Om overlast en schijnveiligheid te voorkomen worden speelplekken niet standaard verlicht. Om maatschappelijke redenen kan hiervan worden afgeweken, bijvoorbeeld op verzoek van politie en/of wijkbeheer. De mogelijkheid bestaat om deze verlichting 's nachts uit te schakelen. • Hondenuitlaatvoorzieningen Hondenuitlaatvoorzieningen worden niet standaard verlicht. Als ze naast de openbare weg liggen, zoals bij veel groenstroken het geval is, worden ze verlicht door de openbare verlichting langs de weg.

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

10

•

2.3

Specifieke openbare verlichting Seizoensverlichting, boomverlichting, illuminatie van bouwwerken, accentverlichting, lichtkunst en lichtmastreclame zijn vormen van extra verlichting. Wel moet lichthinder voor verkeer en omwonenden worden voorkomen. Deze verlichting maakt geen deel uit van de Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR).

Wet- en regelgeving

Openbare verlichting moet in overeenstemming met de Europese- en nationale regels en richtlijnen worden ontworpen en gerealiseerd. De belangrijkste zijn: •

Burgerlijk wetboek art. 6:162 en 6:174 Verantwoordelijkheid van de wegbeheerder. Bij aansprakelijkheidstelling door een weggebruiker van de wegbeheerder vanwege gebreken aan de weg en alle onderdelen waaruit deze bestaat.

•

CROW-400 Richtlijn voor het werken met verontreinigde grond.

•

Energiewet Deze wet bevat (Europese) bepalingen die de overgang naar schonere en hernieuwbare energiebronnen moeten versnellen

•

Leidingverordening Alblasserdam Over aanleg en onderhoud van kabels en leidingen in de openbare ruimte.

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

11

•

Keurmerk veilig ondernemen (KVO) en Samen Veilig Ondernemen (SVO) Voor het aanpakken van overlast, criminaliteit en onderhoud en beheer op het bedrijventerrein en in winkelgebieden.

•

Normen, gepubliceerd door het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) Dit kunnen nationale normen (NEN's) en Nederlandse Praktijkrichtlijnen (NPR's) zijn of Europese Normen (EN's) volgens het Comité Européen de Normalisation (CEN). Bijvoorbeeld voor verlichtingsmiddelen en voor veiligheid van elektrotechnische installaties (NEN1010). In openbare verlichting staat de NPR13201+A1 (2018) centraal.

•

Omgevingswet De Omgevingswet bundelt veel voormalige regelgeving die betrekking heeft op de openbare leefomgeving.

•

Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) Richtlijnen voor specifieke vragen en aandachtspunten over criminaliteit en de sociale veiligheid.

•

Richtlijn Lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) Na decennia van ervaringen en reacties in de praktijk houden we met de aanleg van verlichting rekening met lichthinder door openbare verlichting. In de norm worden adviezen gegeven over het voorkomen van ongewenst licht door de straatverlichting, maar ook reclameverlichting en onbedoeld licht naar de wijdere omgeving.

•

Wegenwet Deze wet verplicht de gemeente om de openbare wegen die in haar beheer zijn in goede staat te onderhouden.

•

WIBON / Grondroerdersregeling Wet informatieuitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken. Voor het voorkomen van incidenten bij graafwerkzaamheden.

2.4

Verlichtingsklassen

De Nederlandse Praktijkrichtlijn voor openbare verlichting (NPR13201+A1 (2018)) adviseert de gewenste verlichtingsklasse per wegtype. Deze richtlijn bepaalt de kwaliteit van de verlichting door middel van drie verlichtingsklassen: M, C en P. Elke klasse verwijst naar de gebruiker van de openbare ruimte; gemotoriseerd (Motorised), Conflict en voetganger (Pedestrian). Bijna alle Nederlandse gemeenten volgen de NPR. In ons beleid streven we om overal de richtlijnen van de NPR toe te passen. Ook de rechtspraak hanteert bij geschillen op het gebied van de openbare verlichting de NPR als juridische basis.

2.5

Assetmanagement

Prestaties, risico’s en kosten van bedrijfsmiddelen ('assets' of beheerobjecten) zijn van grote invloed op het realiseren van de doelen van de gemeente Alblasserdam. Bij openbare verlichting spelen bedrijfswaarden als sociale veiligheid, verkeersveiligheid, imago en kosten een rol.

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

12

Beheer richt zich op: • Activiteiten en maatregelen die betrekking hebben op de instandhouding van de verlichtingsinstallatie; • Maatregelen die nodig zijn om de doelen voor vernieuwing van het OVL-systeem te bereiken; • Het stellen van randvoorwaarden voor nieuwe aanleg. De gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht werken samen om hun openbare verlichting te optimaliseren door kennis te delen, efficiënter te werken en kosten te besparen. We streven naar een optimaal beheer via assetmanagement. Bij assetmanagement op basis van de norm ISO55001 wordt aantoonbaar vastgelegd hoe wordt gehandeld bij de thema's leiderschap, risicomanagement, compliancemanagement, verbetermanagement, borging en aantoonbaarheid en informatiemanagement. Gedurende de volledige levensloop van de verlichtingsmiddelen werken we tegen de laagst mogelijk kosten (beheer, onderhoud en vervanging), met behoud van prestatie en een aanvaardbaar risico, afgewogen tegen de gestelde doelen. Deze doelen zijn: •

Veiligheid Bij veiligheid gaat het om de verkeersveiligheid en sociale veiligheid van bewoners en om veilig werken voor de medewerkers. We verlichten volgens de NPR-richtlijn en inspecteren regelmatig.

•

Kwaliteit openbare ruimte De verlichting wordt aangelegd volgens de NPR-richtlijnen. Het materiaal- en kleurgebruik van masten en lampen is uniform, op enkele locaties na waar projectgebonden keuzes in vormgeving zijn gedaan, bijvoorbeeld de Kerkstraat en de winkelstraten in het centrumgebied rondom de Dam.

•

Beschikbaarheid en storingen Een beschikbare verlichting is verlichting die goed functioneert. Bij meldingen over een storing vindt binnen zes werkdagen reactie plaats. Het overgrote deel van de meldingen kan binnen een week worden verholpen.

•

Imagobehoud We hechten waarde aan een betrouwbaar imago. Dit betekent in de eerste plaats dat we doen wat we beloven. We zorgen dat bewoners worden geïnformeerd over wezenlijke veranderingen in hun leefomgeving. We lichten onze plannen toe. Bij vraagstukken op het gebied van openbare verlichting zetten we inwonerparticipatie op het niveau dat hiervoor het meest geschikt is. Dat kan vaak slechts beperkt, omdat de kaders voor openbare verlichting strak vastliggen. Door kabelstoringen

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

13

door slijtage of graafschade in eigendommen van derden (elektrakabels van netbeheerder Stedin) kan imagoschade ontstaan door een langere afhandelingstermijn. Hier sturen we op door duidelijke afspraken te maken met de netbeheerders. We monitoren en evalueren deze. •

2.6

Duurzaamheid In openbare verlichting streven we voortdurend naar verduurzaming. In § 2.7 lichten we toe welke aspecten hierbij een rol spelen.

Vervanging

De criteria voor vervangingen zijn de leeftijd van de materialen, het aantal branduren en meldingen. Deze zijn opgenomen in het beheersysteem. Op basis hiervan maken we een meerjarenplanning- en begroting voor de investerings- en vervangingskosten en de reguliere onderhoudskosten. Jaarlijks, voorafgaand aan elk onderhoudsjaar, maken we een onderhouds- en vervangingsjaarplan. De vervangingswerkzaamheden stemmen we vooraf af met alle beheerdisciplines. Hierbij houden we rekening met geplande reconstructies of groot onderhoudsplannen van de gemeente, maar ook door andere beheerders zoals Woonkracht10 en nutsbedrijven.

2.7

Duurzaamheid en circulariteit

Bij onderhoud en vervanging is verduurzaming van het areaal een belangrijke factor bij de keuze van materiaalgebruik en energieverbruik. Hierbij geven we invulling aan duurzaamheid en circulariteit door: • • • • • • • • •

Standaard (sinds 2015) energiezuinige ledarmaturen toe te passen; zoveel mogelijk duurzame materialen in te kopen; eisen rondom circulariteit als gunningscriterium bij aanbestedingen toe te passen; regionaal duurzame groene energie in te kopen; Het toepassen van efficiënte verlichtingsarmaturen. Dit houdt in dat we met zo min mogelijk energieverbruik, conform NPR de weg verlichten. Daarbij letten we bijvoorbeeld op het vermijden van strooilicht; defecte lampen en materialen, waarvan de levensduur is verstreken, af te voeren naar een erkende verwerker; een zo laag mogelijk geïnstalleerd vermogen en minimale onderhoudskosten te hanteren als uitgangspunt voor het bepalen van het aantal lichtpunten in een verlichtingsplan; de verlichting langs gebiedsontsluitingswegen in de nacht met tenminste 30% te dimmen; voortdurend te blijven zoeken naar maatregelen om verder te verduurzamen. We houden de ontwikkelingen in de markt daarbij goed in het oog en waar mogelijk en kansrijk nemen we deel aan realistische pilots.

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

14

2.8

Multifunctioneel gebruik van lichtmasten

Lichtmasten zijn ook te gebruiken voor andere doeleinden dan verlichting. Bijvoorbeeld voor het bevestigen van straatnaamborden, verkeersborden en bewegwijzering. Dit wordt veel toegepast. Hierdoor voorkomen we onnodig gebruik van losse verkeerspalen. Ook andere objecten kunnen aan lichtmasten worden bevestigd. Zoals camera's, seizoensverlichting, verlichte reclame of bloembakken. Voor deze objecten moet per geval worden beoordeeld of deze mogelijk, wenselijk en omgevingsvergunningplichtig zijn. Het hoofdcriterium hierbij is de veiligheid voor alle gebruikers van de openbare ruimte. De mast moet stabiel (standveilig) blijven, er mag geen risico ontstaan door het object voor het publiek en de elektrische veiligheid moet geborgd zijn. Ook moet de mast en de verlichting goed bereikbaar blijven voor onderhoud en moeten verkeerstekens en verwijzingen goed zichtbaar blijven. Bij camera's komt hier nog de wetgeving vanuit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) bij.

2.9

Inwonerscommunicatie en participatie

Restricties bewonerswensen Openbare verlichting moet gelijkmatig verdeeld en op een voldoende verlichtingsniveau zijn. De verlichting van de openbare ruimte beperkt zich niet tot straat of buurt, maar valt onder het algemene belang. Daardoor beperkt inwonerparticipatie zich tot het rekening houden van bewonerswensen bij de plaats van lantaarnpalen. De vorm, kleur en helderheid van de verlichting is bij bestaande situaties al vastgelegd. Lokale wijziging hiervan heeft mogelijk gevolgen voor een groter gebied omdat de lampen, en dus ook de lantaarnpalen, gelijkmatig verdeeld moeten zijn. Bij het verplaatsen van 1 lantaarnpaal voor bijvoorbeeld een nieuwe inrit kan het zijn dat er meerdere lantaarnpalen bij- of verplaatst moeten worden. Bij plannen voor het (her-)inrichten van de openbare ruimte, bijvoorbeeld voor een nieuwe woonwijk, plein of park, worden inwoners betrokken bij de totale plannen en ontstaat ruimte voor specifieke wensen wat betreft de vormgeving en lantaarnpaalverdeling. Meldingen, wensen en klachten Het is belangrijk om meldingen en klachten over verlichting goed en vlot af te handelen en dit ook terug te koppelen aan de melder. Er zijn meerdere mogelijkheden om storingen over openbare verlichting te melden. Naast telefoon en het contactformulier op de website is er sinds 2019 de mogelijkheid om dit via de website of app van Fixi te melden.

Hierdoor registreren we meldingen, laten de voortgang zien en de genomen maatregel. Vanwege de AVG worden de persoonsgegevens van de melder na afhandeling van de melding na enige tijd verwijderd waardoor alleen de aard van de melding overblijft.

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

15

Participatie en communicatie Inwoners worden zoveel mogelijk betrokken bij de inrichting en het beheer van hun directe woonomgeving. De gemeente stimuleert en faciliteert participatie dan ook zoveel mogelijk binnen de mogelijkheden van beleid en regelgeving. De keuze van participatieniveau hangt af van de keuzevrijheid en de mate van impact van de werkzaamheden. Trede 0 – geen communicatie Bij werkzaamheden die de bestaande inrichting niet wijzigen (bijvoorbeeld het repareren van een lamp) en geen of minimaal ongemak opleveren voor de omgeving, informeren we niet. Als er meldingen bekend zijn over het gebrek, dan worden deze via het meldingensysteem afgehandeld. Trede 1 – informeren Als bewoners rekening moeten houden met werkzaamheden, dan laten we dit enkele dagen van te voren schriftelijk weten. Er zijn geen keuzes of wensen te honoreren. Trede 2 - raadplegen Moeten er werkzaamheden worden verricht die de omgeving wijzigen? Zoals het verplaatsen van een of meer lantaarnpalen? Dan worden alle belanghebbenden schriftelijk benaderd (ieder adres dat binnen 25 meter van de werkzaamheden woont of werkt én direct zicht heeft op de locatie. We zoeken samen met de belanghebbenden de beste plaats voor de verlichting. We houden rekening met de wensen en meningen van de belanghebbenden, maar de gemeente neemt de eindbeslissing.

Trede 3 - adviseren Is er een nieuwbouwontwikkeling, of grootschalige reconstructie waarbij de armaturen aan het eind van de levensduur zijn? Dan kan binnen een bandbreedte van aanschafkosten en onderhoudsvoorwaarden een keuzemogelijkheid voor de vormgeving van de verlichting zijn. De gemeente kan hierbij als adviseur meedenken vanuit haar rol als verantwoordelijke voor de inrichting van de openbare ruimte. Trede 4 – coproduceren Samen optrekken in een ontwikkeling kan verrassende effecten hebben. Bijvoorbeeld een eigen identiteit aan een buurt. De ontwikkelaar ontwerpt in onderling overleg samen met de gemeente. De gemeente is hierin de partner die de blijvende bruikbaarheid van het ontwerp bewaakt. Deze treden is alleen toegankelijk bij grootschalige projecten of bij specifieke objecten met verlichting, zoals artistieke kunstwerken. Trede 5 –(mee)beslissen Wie bepaalt, betaalt. Bij een samenwerking waarbij we samen besluiten om de verlichting anders dan standaard te realiseren, hoort ook een gezamenlijk kostenplaatje. Dit kostenplaatje gaat verder dan de aanschaf. Wijken we af van de standaard? Dan heeft dit consequenties voor de aanschafkosten en het beheer. Afwijkende materialen zijn duurder in aanschaf. Daarnaast zijn afwijkende materialen moeilijker te onderhouden en te vervangen.

Hierover zullen dus goede afspraken op papier moeten worden gemaakt over het aandeel van de kosten en de duur van de verantwoordelijkheden.

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

16

2.10 Inwonertevredenheid

De straatverlichting in de buurt - (heel) tevreden [%]

85

87

81

84

Nederland

Zwijndrecht

Sliedrecht

Dordrecht

Veiligheidsmonitor CBS 2023 Leefbaarheid woonbuurt

Alblasserdam

In de tweejaarlijkse Veiligheidsmonitor van het CBS uit 2023 (gepubliceerd in maart 2024) scoren Alblasserdam, Dordrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht allemaal hoger dan gemiddeld in Nederland op de waardering van inwoners voor de straatverlichting in de buurt.

82

In de jaren 2024 en 2025 hebben we grootschalige omvorming naar volledige ledverlichting uitgevoerd. Hierbij is ook slimme verlichting aangebracht. De verwachting is dat het aantal en de duur van de storingen verder zal afnemen. We verwachten dat hiermee de tevredenheid verder toeneemt.

2.11 Lichthinder voor mens en dier De meeste gebruikers van de openbare ruimte zien en waarderen het belang van openbare verlichting. Toch kan verlichting ook hinder opleveren. Niet alleen voor mensen, maar ook voor dieren en planten. We spreken van ‘lichthinder’ als de verlichting een negatieve impact heeft op de beleving van mensen of dieren. Elke lamp moet zo worden geplaatst en uitgevoerd, dat hinder wordt voorkomen. Er is mede door de Wet natuurbescherming (opgegaan in de Omgevingswet) veel meer aandacht gekomen voor de gevolgen van verlichting voor dieren en planten. Kunstlicht kan bij dieren en planten het dag-/nachtritme verstoren. Er zijn geen nationale richtlijnen voor natuurvriendelijke verlichting. Natuurvriendelijk verlichten is maatwerk. Daarom wordt bij nieuwbouwprojecten een ecologisch advies opgesteld waarin ook de gevolgen van de verlichting op de omgeving worden geïnventariseerd. We houden rekening met mogelijke lichthinder voor dieren en planten. Licht waar het moet, donker waar het kan is het uitgangspunt. In de groene delen van het dorp kiezen we daarom voor minimale of aangepaste verlichting. Dit betekent bijvoorbeeld dat parken niet standaard worden verlicht. De Richtlijn Lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) is de basis.

2.12 Energiedoelstellingen Het landelijke energieverbruik van openbare verlichting bedraagt globaal 1,5% van het totale elektriciteitsverbruik in Nederland. In Alblasserdam wordt, net als de andere drie

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

17

Drechtsteden die samenwerken in het beheer van de openbare verlichting, sinds 2013 de verlichting van nieuw geplaatste armaturen langs stroom- en gebiedsontsluitingswegen 's nachts met 30% gedimd. Hierdoor is een forse energiebesparing gehaald. Sinds 2015 wordt bij vervangingen en nieuwe aanleg standaard ledverlichting toegepast. De basisverlichting is ingesteld op de NPR. Jaarlijks monitoren de vier samenwerkende Drechtsteden de doelstellingen uit het landelijk Energieakkoord 2013. In het Energieakkoord zijn de volgende doelstellingen voor openbare verlichting OVLinstallaties: 1. 20% energiebesparing bij OVL in 2020 ten opzichte van 2013; 2. 50% energiebesparing bij OVL in 2030 ten opzichte van 2013; 3. 40% van de OVL is voorzien van slim energiemanagement in 2020; 4. 40% van de OVL is energiezuinig in 2020. Door de versnelde verledding in Alblasserdam in 2024-2025 bestaat het gehele areaal van openbare verlichting uit energiezuinige ledverlichting. Hiermee lopen we in de regio voorop. We voldoen in Alblasserdam, met 57% besparing van het energieverbruik ten opzichte van 2013 dan ook ruimschoots aan de nationale energiegebruikdoelstellingen.

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

18

2.13 Energieverbruik Het aantal lantaarnpalen in de openbare buitenruimte stijgt door uitbreiding van het bebouwde areaal in Alblasserdam. Elke woningbouwproject waarbij openbare buitenruimte in beheer komt bij de gemeente zorgt voor een toename van openbare verlichting. Het totale energieverbruik van de openbare verlichting daarentegen daalt de laatste jaren gestaag vanwege de in 2015 ingezette toepassing van energiezuinige ledarmaturen. Door de versnelde vervanging van de rest van oude lampen naar led is er vanaf 2025 een extra daling van het energieverbruik.

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

19

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

20

BIJLAGE 1: Omgevingsanalyse openbare ruimte Wie zijn de gebruikers, beheerders en makers van de openbare ruimte en welke aandachtspunten horen hierbij? Welke relaties bestaan er tussen de verschillende betrokken partijen en doelgroepen?

Openbare ruimte Gebruikers

Ontwerpers

Eigenaren/beheerders

Voetgangers Fietsers Brommer- en scooterrijders Motorrijders Automobilisten Enz.

Verkeerskundigen Stedenbouwkundigen Landschapsarchitecten Deskundigen Openbare verlichting Civiele technici Deskundigen openbare ruimte

Gemeenten Provincies Waterschappen Rijksoverheid

a) Gebruikers De gebruikers van de openbare ruimte Ruwweg zijn er twee soorten gebruikers van de openbare ruimte: mensen die in de openbare ruimte verblijven en mensen die zich verplaatsen omdat hun doel elders ligt. Deze groepen kunnen verder worden opgedeeld naar de wijze van voortbewegen, naar leeftijd, gezondheid of kwetsbaarheid. Elke groep heeft een andere behoefte aan zien of gezien worden. Bij de inrichting van de openbare ruimte en de eisen die worden gesteld aan de verlichting moeten we onszelf steeds de vraag stellen wie we voor ogen hebben als 'de primaire gebruikersgroep' en welke behoeften heeft deze? De eigenaren/beheerders van de openbare ruimte In Nederland is de openbare ruimte grotendeels in eigendom en beheer van gemeenten, provincies, waterschappen en rijksoverheid. Gemeenten hebben ongeveer 85% van de openbare verlichting in beheer. Zij zijn dus veruit de belangrijkste speler in dit veld en staan als lokale beheerder het dichtst bij de gebruikers. Daardoor kennen we de behoeftes van de diverse gebruikers per straat of buurt. De communicatie van gebruiker naar de lokale beheerder is ook laagdrempelig. De lokale beheerder kent de omgeving. De ontwerpers van de openbare ruimte De ontwerpers van de openbare ruimte zijn de mensen die plannen maken, beoordelen, voorbereidingen treffen en zorgen voor de uitvoering.

Deze makers slaan als het ware een brug tussen de gebruikers en de eigenaren. Ze hebben de taak om de openbare ruimte zo in te richten dat deze aangenaam en veilig is voor de gebruikers en goed te beheren is.

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

21

Elke discipline heeft een eigen denkkader en hanteert haar eigen begrippen. Voor het beste eindresultaat werken wij vanaf het eerste schetsontwerp integraal samen. Zo komen alle invalshoeken en argumenten op tijd in beeld en vinden de verschillende disciplines elkaar makkelijker.

b) Doelgroepen We analyseren we de relaties tussen de verschillende betrokken partijen, de openbare ruimte en de openbare verlichting en de manier waarop ze elkaar beïnvloeden. Deze informatie is belangrijk om de beleidskeuzes uit het beleidsplan beter te begrijpen. Daarbij wordt de volgende figuur als hulpmiddel gebruikt.

De grote cirkel staat voor de openbare ruimte, dat is het totaal. Gebruikers, ontwerpers en openbare verlichting (beheerders) hebben allemaal een relatie met elkaar en met de openbare ruimte. In dit plan gaat het erom hoe de gebruikers de openbare verlichting als onderdeel van de openbare ruimte ervaren en daardoor worden beïnvloed. Ontwerpers

Openbare ruimte

De ontwerpers hebben een grote invloed op de openbare ruimte. Samen met de eigenaren/beheerders zijn ze bepalend voor de keuzes die er gemaakt worden. Idealiter laten ze zich bij het maken van deze keuzes ook beïnvloeden door de openbare ruimte zelf en laten ze zich leiden en inspireren door de eigenschappen en kwaliteiten van de betreffende locatie. Op die manier kan er maatwerk worden geleverd en kunnen bepaalde kwaliteiten van de omgeving behouden, benut of zelfs versterkt worden. Ontwerpers

Gebruikers

De laatste jaren komt er steeds meer aandacht voor de gebruiker van de openbare ruimte en diens ideeën en beleving. Er wordt in toenemende mate van inwonerparticipatie gebruik gemaakt. Via inwonerparticipatie kunnen gebruikers invloed

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

22

uitoefenen op de ontwerpers en kunnen ideeën en wensen van de gebruiker worden meegenomen. Bij inbreidings- en uitbreidingslocaties is nog te weinig sprake van een (directe) relatie tussen ontwerpers en gebruikers en van wederzijdse beïnvloeding. Een nadeel hiervan is dat er soms zaken worden uitgevoerd die weerstand of verzet oproepen, of wensen achterwege blijven vanuit een financiële motivatie. Ontwerpers

Openbare verlichting

De deskundigen openbare verlichting zijn onderdeel van de groep ontwerpers. Voor de andere disciplines in deze groep, de wegenbouwkundigen, verkeerskundigen, civiele technici, landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen, is de relatie met openbare verlichting minder vanzelfsprekend. De mate waarin er aandacht is voor het onderwerp is vaak persoonsgebonden. De deskundigen openbare verlichting hebben daarom in projecten de missie om informatie en deskundigheid zo goed en vroegtijdig mogelijk in te brengen in het project. Er moet een goede balans ontstaan tussen de openbare ruimte bij daglicht en bij nacht. Dit is meer dan het voldoen aan de eisen op het gebied van verkeersveiligheid, de sociale veiligheid is hierbij van toenemend onderkend belang. Gebruikers

Openbare ruimte

De gebruiker heeft in toenemende mate invloed op de openbare ruimte en de inrichting daarin. Bijvoorbeeld via inwonerparticipatie. Bij openbare verlichting blijft de invloed van gebruikers beperkt tot de mogelijkheden van het goed functioneren van de verlichting. Het gaat hier vooral om informeren, raadplegen en adviseren. In mindere mate gaat het om coproduceren (meewerken) en /of meebeslissen. Wel is het vaak mogelijk om locaties van lichtmasten aan te passen vanwege bijvoorbeeld uitzicht of uitwegen. Gebruikers

Openbare verlichting

De gebruiker wordt in grote mate beïnvloed door de openbare ruimte en de openbare verlichting daarin. De verlichting bepaalt mede de beleving van de openbare ruimte en het gedrag van de gebruiker daarin. Dat verlichting van invloed is op het gedrag van de gebruiker, kan bewust worden ingezet bij het inrichten van de openbare ruimte. Voorbeelden • •

• •

Als een weg door een woonwijk verlicht is met lage masten die een vriendelijk licht uitstralen, zal de weggebruiker geneigd zijn om langzamer te gaan rijden. Een recht stuk weg met hoge masten of een hoog verlichtingsniveau wekt de indruk dat er op deze weg stevig doorgereden mag worden. Dit geldt ook voor zo'n weg in een woonwijk waar de maximum snelheid 30 kilometer per uur is). Dit heeft invloed op het rijgedrag van de gebruiker. Als direct na sluitingstijd in het uitgaansgebied het licht heel fel aangaat, zullen bezoekers dit gebied sneller verlaten (in vaktermen heet dit 'veeglicht') Een niet of minimaal verlichte weg in een dichtbegroeide omgeving nodigt uit tot minder hard rijden.

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

23

Openbare verlichting

Openbare ruimte

De omgeving bepaalt mede het type openbare verlichting. Op een plattelandsweggetje wordt andere verlichting geplaatst dan in het centrum van het dorp. In een woonwijk staan andere masten en armaturen dan langs een weg die aangelegd is voor doorstroming. Ook op een veel subtieler niveau is de omgeving van invloed op de verlichting. Voorbeelden • Een wijk waar de woningen aan twee kanten met de auto bereikbaar zijn, vraagt mee verlichting. • Een fietspad dat een eind van de weg af ligt moet apart verlicht worden. Als het fietspad direct naast de weg ligt, is dit vaak niet nodig. • Als bomen dicht bij lichtmasten worden geplaatst, verdwijnt de verlichting na enige tijd in de boomkruinen en wordt de weg minder goed verlicht. • Lichtgekleurde gevels van gebouwen langs de weg geven een ander effect als ze verlicht worden dan donkere gevels. Andersom is verlichting ook van invloed op de omgeving. Voorbeelden • Een natuurgebied met veel openbare verlichting ziet er veel minder natuurlijk uit. • Fel en koud licht in een dorpscentrum met historische panden verstoort de rustieke sfeer. • Scheve of slecht onderhouden lichtmasten maken een parkeerterrein onaantrekkelijker. • Hippe verlichting in een modern uitgaanscentrum maakt het gebied extra aantrekkelijk. • Allerlei soorten lichtmasten door elkaar of te veel typen armaturen maken dat een plek als onrustig wordt ervaren.

De sterke relatie tussen verlichting en openbare ruimte is een extra argument om het verlichtingsaspect en de bewoners in een vroeg stadium te betrekken bij de (her)inrichting van een gebied.

c) Samen doen Voor een goed eindresultaat bij verlichtingsvraagstukken in de openbare ruimte is het van belang dat we in een vroeg stadium alle disciplines en belanghebbenden bij het proces betrekken. Hierdoor brengen we alle invalshoeken en argumenten in beeld en zorgen we binnen de kaders van wat kan voor een optimaal resultaat.

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

24

BIJLAGE 2: Wet- en Regelgeving a) Burgerlijk wetboek Het beheer van de openbare ruimte, waaronder de openbare verlichting, is voor een deel in enkele nationaal geldende wetten en besluiten geregeld. Daarnaast zijn er wetten en regelingen op verschillende beleidsterreinen, die randvoorwaarden geven voor de uitvoering van de beheertaak. Ook maatschappelijke ontwikkelingen en daaruit voortkomende plannen hebben invloed op het beleid en de uitvoering van het beheer. De gemeente is als eigenaar en beheerder verantwoordelijkheid voor de staat van de openbare voorzieningen. Als de gemeente zorgt voor een goede staat van de voorzieningen, kan zij, op grond van het burgerlijk wetboek, voor de daaruit voortvloeiende schade verantwoordelijk worden gesteld. Een gemeente kan ook strafrechtelijk worden vervolgd als zij de voorzieningen niet goed onderhoudt en er als gevolg daarvan een strafbaar feit gebeurt. De belangrijkste artikelen in het Burgerlijk Wetboek waarin dit is geregeld zijn artikel 6:174 (kwalitatieve of risicoaansprakelijkheid) en artikel 6:162 (onrechtmatige daad). Ad artikel 6:174 De beheerder heeft een inspanningsverplichting. De openbare weg hoeft niet steeds in perfecte staat te verkeren. De wegbeheerder kan de aansprakelijkheid in veel gevallen wegnemen door op een deugdelijke en effectieve wijze te waarschuwen voor gebreken aan de weg.

Voor openbare verlichting is dit een lastige zaak. Aansprakelijkheid kan worden beperkt door: • het periodiek en systematisch uitvoeren van inspecties en onderhoud; • een vastgesteld beleidsplan; • een systeem van rationeel beheer (meerjaren vervangingsplan); • een goed werkend meldingenmanagement; • adequaat handelen bij het verhelpen van schades en storingen. Ad artikel 6:162 Het is wettelijk niet vastgelegd dat een weg of de openbare ruimte verlicht moet worden. Maar als niet of onvoldoende verlichten leidt tot gevaarlijke situaties, kan dit worden aangemerkt als een gebrek aan de weginrichting. De gemeente kan zich dan beroepen op het gevoerde beleid zoals is vastgelegd in het beleidsplan. Hierin moet dan staan waar en waarom voor wel of geen openbare verlichting is gekozen op specifieke plekken in de openbare ruimte. Wel kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor schade ontstaan door achterstallig onderhoud. In de Wegenwet staat dat de gemeente de verplichting heeft om de wegen in haar beheer in goede staat te houden.

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

25

b) Omgevingswet m.b.t. natuurbescherming De Wet natuurbescherming was de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en bos regelt. De wet was sinds 1 januari 2017 van kracht en verving drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Sinds 2024 is de Wet Natuurbescherming onderdeel van de Omgevingswet. Voor openbare verlichting is de wet vooral vanuit oogpunt van lichthinder voor planten en dieren belangrijk.

c) Landelijke normen en richtlijnen Bij het ontwikkelen van gemeentelijk OVL-beleid wordt rekening gehouden met landelijke normen en richtlijnen. Er zijn regels voor de kwaliteit van de verlichting en regels voor de verlichtingsmaterialen. Naast het Burgerlijk Wetboek zijn voor de OVL de volgende publicaties van belang: • Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR) 13201+A1 (2018) • Normen, gepubliceerd door het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI). Deze normen kunnen nationale normen (NEN's) en Nederlandse Praktijkrichtlijnen (NPR's) betreffen of Europese Normen (EN's) volgens het Comité Européen de Normalisation (CEN). De NPR 13201+A1 (2018) wordt deze richtlijn door veel gemeenten in Nederland als beleidsuitgangspunt gehanteerd. De tendens is om de bovengenoemde richtlijn en normen tot landelijke normering te verklaren voor het ontwerpen, beheren en onderhouden van openbare verlichtingsinstallaties. Bij toepassing van de NPR 13201+A1 (2018) wordt een verlichtingsniveau gekozen dat zo goed mogelijk aansluit bij de verkeerssituatie. Of verlichting van een bepaald weggedeelte noodzakelijk is en of de verlichting een deel van de nacht kan worden uitgeschakeld, staat niet in de richtlijnen. Dit is vastgelegd in het beleidsplan van de gemeente.

d) Duurzaam veilig Sinds de jaren negentig wordt de inrichting van de weg benaderd vanuit een preventieve verkeersveiligheidsfilosofie. Deze benadering gaat uit van vijf belangrijke veiligheidsprincipes: 1. Functionaliteit: De weg wordt gebruikt waarvoor deze is bedoeld. 2. Homogeniteit: Geen grote verschillen in snelheid, massa en richting. 3. Herkenbaarheid: De weggebruiker moet aan de inrichting en uitrusting van de weg kunnen aflezen wat van hem verwacht wordt en wat hij kan verwachten. 4. Statusonderkenning: Elke weggebruiker is zich bewust van zijn eigen mogelijkheden en beperkingen. 5. Vergevingsgezindheid: Weggebruikers houden rekening met het mogelijk falen van medeweggebruikers en de weg is zodanig ingericht dat fouten gecorrigeerd kunnen worden.

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

26

Op grond van deze principes hebben alle wegbeheerders in Nederland hun wegennet gecategoriseerd. Ze hebben aangegeven wat de functie is van een weg. Er worden 3 hoofdcategorieën onderscheiden: 1. Stroomwegen 2. Gebiedsontsluitingswegen 3. Erftoegangswegen De gebiedsontsluitingsweg vormt een tussencategorie, omdat een weggebruiker tijd nodig heeft om zijn gedrag aan te passen en om te schakelen van een hoge snelheid op een stroomweg naar een lage snelheid op een erftoegangsweg, waar de verblijfsfunctie en menging van verkeer centraal staan.

e) Verlichtingsmiddelen Er bestaan Europese Normen voor de verlichtingsmiddelen. De verlichtingsmiddelen zijn de producten voor de openbare verlichting. Voor verlichtingsmiddelen worden binnen de CEN Europese Normen opgesteld voor lichtmasten en armaturen door de Europese Normalisatie Commissie specifiek voor Elektrotechniek (CENELEC). Deze normen kunnen een privaatrechtelijke status hebben of een publiekrechtelijke status, wanneer sprake is van gemandateerde normen. Voor een aantal producten geldt, dat die aan één of meer Europese Richtlijnen moet voldoen. Deze producten mogen alleen op de markt worden gebracht als ze zijn voorzien van een CE-merkteken, dat aangeeft dat aan de relevante Europese Richtlijnen is voldaan. Voor lichtmasten is er al een aantal privaatrechtelijke Europese Normen opgesteld (de EN-40 serie). Naast de Europese normen is door het NNI ook een aantal Nederlandse Praktijkrichtlijnen (NPR's) over lichtmasten gepubliceerd. Voor armaturen worden Europese Normen ontwikkeld op basis van de International Electrotechnical Commision (IEC)-normen. De meeste van deze normen krijgen een publiekrechtelijk status krijgen. Op dit moment bestaan er al publiekrechtelijke Europese Normen voor armaturen. Indien er in incidenteel voorkomende gevallen (nog) geen normen zijn, zal gebruik worden gemaakt van adviezen die zijn opgesteld door deskundigen uit de private sector.

f) Elektrotechnische installatie en veiligheid In de Europese veiligheidsnorm NEN-EN 50110 zijn de basisveiligheidsvoorschriften weergegeven voor de bedrijfsvoering van elektrische installaties. Wij hebben als gemeente de verantwoordelijkheid dat onze elektrische installaties voldoen aan de wettelijke verplichtingen rondom de aanleg hiervan. Waar de installaties aan moeten voldoen is beschreven in de Nederlandse Norm voor laagspanningsinstallaties (NEN1010). Regelmatig (ca 1 keer per 5 jaar) worden daarom onze elektrische installaties hierop gecontroleerd.

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

27

Naast de verplichting voor de installatie, dragen we ook verantwoordelijkheid voor de arbeidsomstandigheden bij werkzaamheden aan onze elektrische installaties. De Arbeidsomstandighedenwet verplicht de gemeente om zorg te dragen voor de veiligheid en gezondheid van alle werknemers. Daarom borgen we de arbeidsomstandigheden inventariseren de risico's in het arbobeleid. Voor de elektrische bedrijfsvoering is een eigen handboek opgesteld waarin aanwijzingen en bevoegdheden zijn beschreven. Voor de aanleg van openbare verlichting is NEN 1010 van toepassing op openbare verlichting. De netbeheerder hoeft niet te voldoen aan NEN 1010, maar aan de Energiewet. Bij besluit Autoriteit Consument & Markt (ACM) van oktober 2022 moeten netbeheerders binnen 5 jaar al hun bestaande aansluitingen in de openbare ruimte veilig maken/ laten voldoen aan de Energiewet. De vier op het gebied van de openbare verlichting samenwerkende gemeenten in de Drechtsteden mogen gebruik maken van de aardingsvoorziening van de aansluiting van de netbeheerder, maar de netbeheerder garandeert de aardingsvoorziening niet. We onderzoeken of de gemeenten met die aardingsvoorziening van de netbeheerder voor haar eigen deel van de installatie voldoen aan NEN 1010.

g) Politiekeurmerk Veilig Wonen Bij woningbouwprojecten kan het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) van toepassing zijn. Het PKVW stelt ook eisen aan de openbare verlichting in de omgeving van de nieuwbouw. De vier samenwerkende gemeenten in de Drechtsteden gaan hier in mee. De eisen die gesteld worden aan de openbare verlichting komen namelijk overeen met de NPR 13201/A1 2018, die de gemeente als uitgangspunt heeft in dit beleidsplan.

h) Keurmerk Veilig Ondernemen Een onveilige omgeving zorgt voor veel schade en overlast en kan het ondernemen behoorlijk in de weg zitten. Om een veilige omgeving te waarborgen zijn het MKB en het HBD in samenwerking met het ministerie van Veiligheid en Justitie in 2005 gestart met een Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO). In het KVO maken ondernemers samen met de gemeente, politie en brandweer en eventuele andere partijen afspraken om overlast, criminaliteit en onderhoud en beheer op het bedrijventerrein of in winkelgebieden aan te pakken. Als voorbeeld kan het gaan om maatregelen als het plaatsen van camera’s, beter georganiseerd toezicht, beter verlichten van panden en/of openbare wegen en investeringen in de openbare ruimte. Het KVO heeft direct effect op het veiligheidsgevoel van ondernemers, werknemers en burgers. Vaak is er ook een structurele verbetering van de samenwerking tussen ondernemers en andere partijen te zien. Er is een keurmerk voor bedrijventerreinen (KVO-B) en één voor winkelgebieden (KVO-W). MKB-Nederland biedt (proces)begeleiding voor het KVO-B. Voor het KVO-W biedt het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (proces)begeleiding.

Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 Gemeente Alblasserdam

28

i) WIBON / Grondroerdersregeling WIBON staat voor Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken. Doel van deze wet is vooral om graafincidenten te voorkomen. Deze wet schrijft de wijze van informatie-uitwisseling tussen netbeheerders en grondroerders voor. Dit houdt in: • Het aanleveren van netinformatie volgens het Informatiemodel Kabels en Leidingen (IMKL); • Het uitwisselen van berichten via het BerichtenModel Kabels en Leidingen (BMKL); • Het maken van een KLIC-melding wanneer er machinaal wordt gegraven om liggingsgegevens op te vragen. Er is ook een opzoekplicht. Een netbeheerder moet zich registreren bij het Kadaster volgens de WIBON. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI, voorheen Agentschap Telecom) houdt toezicht op naleving van deze voorschriften en kan eventuele bestuurlijke boetes uitvaardigen als de wet niet wordt nageleefd. Door deze wettelijke verplichting tot het aanleveren van bovengenoemde gegevens, wordt het belang van een goed functionerend beheersysteem voor onder meer de openbare verlichting vergroot. Eigendom, beheer en onderhoud van openbare verlichtingskabels of laagspanningskabels die de openbare verlichting voeden, vallen grotendeels onder de verantwoordelijkheid van de netbeheerder (Stedin).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/836/documents/18927