20231124 Kaders Circulair Grondstoffenbeleid Alblasserdam DEF.pdf
Tekst van het document
Kaderdocument Grondstoffenbeleid Alblasserdam 2025-2030
Inhoudsopgave Inleiding en samenvatting ....................................................................................................................... 3 1.
Samen aan de slag voor een circulair Alblasserdam ...................................................................... 4 1.1 Doelen duurzaamheidsagenda ..................................................................................................... 4 1.2 Van Afval Naar Grondstof (VANG) ............................................................................................... 4 1.3 Internationale ambities en kaders ................................................................................................. 5 1.4 De grondstoffendriehoek ............................................................................................................... 5
2.
Huidige situatie ................................................................................................................................ 6 2.1 Inzameling ..................................................................................................................................... 6 2.2 Ingezamelde kilo’s restafval .......................................................................................................... 6 2.3 Samenstelling restafval en scheidingspercentage ........................................................................ 7 2.4 Ingezamelde kilo’s grondstoffen ................................................................................................... 8
3.
Trends en ontwikkelingen ............................................................................................................... 9 3.1 Wet- en regelgeving ...................................................................................................................... 9 3.1.1 Van LAP3 naar CMP1 ............................................................................................................ 9 3.1.2 Programma Nederland circulair 2050 .................................................................................... 9 3.1.3 Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) .......................................................... 10 3.2 Bron- of nascheiding ................................................................................................................... 10 3.3 Ontwikkeling afvalbeheerkosten ................................................................................................. 11
4.
Voorgestelde kaders en op te leveren producten ......................................................................... 12 4.1 Voorgestelde kaders Grondstoffenbeleid.................................................................................... 12 4.2 Welke scenario’s gaan we onderzoeken en uitwerken? ............................................................. 13 4.2.1 Gedragsverandering ............................................................................................................ 14 4.2.2 Inzamelsysteem dat gericht is op het voorkomen van afval ................................................ 14 4.2.3 Inzamelsysteem dat gericht is op maximaal hergebruik van grondstoffen .......................... 14 4.2.4 Inzamelsysteem dat gericht is op het verminderen van restafval ........................................ 15 4.2.5 Participatie, communicatie en educatie ............................................................................... 15 4.2.6 Coaching, nudging en handhaving ...................................................................................... 15 4.2.7 Maatwerk .............................................................................................................................. 15
5.
Vervolgproces ............................................................................................................................... 16
2
Inleiding en samenvatting In Alblasserdam gebruiken we elke dag grondstoffen. Daarvan gooien we er ook best wat weg. Dat doen we in verschillende containers en het merendeel van de Alblasserdammers scheidt de grondstoffen en afval goed. De grondstoffen kunnen daardoor worden hergebruikt of worden gerecycled. Het afvalscheidingspercentage was 58%, daarmee liggen we nog wel flink af van de landelijke ambitie van 75%. We gooien ook nog best wat grondstoffen in het restafval. Uit analyses is gebleken dat liefst 76% van de kilo’s restafval in Alblasserdam niet in het restafval thuis hoort. Dat is niet alleen zonde, omdat we zuinig op onze grondstoffen willen zijn, maar ook omdat verbranden het duurste is. De verwachting is dat het verbranden van afval de komende jaren fors duurder wordt. Als we dus niks veranderen, stijgt de afvalstoffenheffing hierdoor de komende jaren fors. Daarom staan we als Alblasserdam nu op een tweesprong: blijven we op de huidige voet doorgaan of zetten we stappen om een groen en fit dorp te worden? We hebben voor het formuleren van de kaders de inwoners gevraagd wat zij van belang vinden en wat er verbeterd kan worden. Dit kon door middel van het invullen van de enquête. Ook zijn de afvalcoaches van HVC langs de deuren gegaan om daar input op te halen.
Ook hebben we een kennis- en werksessie gehad met de gemeenteraad en hebben we het staand beleid geraadpleegd. We adviseren om bij het vaststellen van de kaders gebruik te maken van de grondstoffendriehoek. De systematiek van de grondstoffendriehoek was ook een belangrijke pijler bij de bewonersenquête en de kennis- en werksessie. We vragen de gemeenteraad de volgende kaders vast te leggen voor het nieuwe Grondstoffenbeleid: 1. Milieu: We sluiten aan bij de landelijke VANG-doelstellingen die gericht zijn op een forse vermindering van de hoeveelheid ongescheiden aangeboden restafval, met de ambitie van maximaal 100 kilo restafval per inwoner in 2027. Daarnaast optimaliseren we de gescheiden inzameling van de grondstoffen en zetten we ons vervolgens in om verdere stappen te zetten naar nog minder afval. 2. Service: We ondersteunen onze inwoners bij deze gedragsverandering. Dit betekent dat we het aanbieden van grondstoffen makkelijker maken en het aanbieden van ongescheiden restafval minder aantrekkelijk. Voor doelgroepen richten we maatwerk in. 3. Kosten: De afvalstoffenheffing is 100% dekkend. We zetten in het Grondstoffenbeleid in op het beheersen van de alsmaar stijgende kosten. Het op te leveren product zijn verschillende sets met een samenhang van maatregelen. We zullen dit maximeren tot 4 sets.
Ze zullen, op basis van de vastgestelde kaders, gericht zijn op het voorkomen van afval, het verminderen van restafval en op maximaal hergebruik van grondstoffen. Aanvullend op deze maatregelen werken we in het Grondstoffenbeleid het flankerend beleid uit op het gebied van participatie, communicatie en educatie, coaching, nudging en handhaving en werken we uit waar aanvullend maatwerk (doelgroepenbeleid) nodig is. Hierover neemt de gemeenteraad van Alblasserdam in het voorjaar van 2024 een besluit. Leeswijzer Met dit document stelt de gemeenteraad van Alblasserdam de kaders vast voor het Grondstoffenbeleid. De kaders worden, na besluitvorming door de gemeenteraad, uitgewerkt tot maatregelen. Soms zijn er al voorbeelden genoemd, deze voorbeelden zijn ter illustratie van de kaders. Er wordt nu nog geen besluit over genomen. Dit document heeft 5 hoofdstukken. Hoofdstuk 1 schetst de lokale en (inter)nationale beleidskaders. Hoofdstuk 2 laat de huidige situatie in Alblasserdam zien. In het derde hoofdstuk gaan we in op nationale en internationale trends en ontwikkelingen. Hierboven hebben we de kaders al samengevat, in hoofdstuk 4 is dit uitgebreider en geven we ook aan welke producten we willen opleveren. In het laatste hoofdstuk laten we de vervolgstappen zien in het proces om per 1 januari 2025 van start te kunnen gaan met ons nieuwe Grondstoffenbeleid.
3
1. Samen aan de slag voor een circulair Alblasserdam In de duurzaamheidsagenda 2023-2026 heeft de gemeenteraad al besloten dat Alblasserdam in 2050 wil voldoen aan alle verplichtingen met betrekking tot energie en klimaat door een fit en groen dorp te zijn. Met de duurzaamheidsagenda is de aanzet gegeven om daarmee de handen uit de mouwen te steken op drie hoofdopgaves. Energietransitie, klimaatadaptatie en circulariteit. Op de laatste tak gaan we nu besluiten over de kaders voor het nieuwe Grondstoffenbeleid. 1.1 Doelen duurzaamheidsagenda Er zijn in de duurzaamheidsagenda ook de volgende doelstellingen geformuleerd: Het aanpassen van onze manier van wonen, werken en leven door: • Zo min mogelijk belasting op het klimaat en milieu door het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen (de energietransitie) • Omgaan met en het voorkomen van overlast die de klimaatverandering met zich meebrengt (klimaatadaptatie) • Voorkomen van onnodige uitputting van grondstoffen door anders om te gaan met grondstoffen (circulariteit) • Verkleinen van onze ecologische voetafdruk en ons dorp fit en groen te houden voor toekomstige generaties (rentemeesterschap) De stam van de duurzaamheidsboom zijn de ambities en kaders. De stevige basis waar de takken (de hoofdopgaves) door leven. Deze zijn gebaseerd op internationale, nationale, regionale én lokale ambities.
De ambities en kaders die over circulariteit en grondstoffen gaan, behandelen we hier. 1.2 Van Afval Naar Grondstof (VANG) Binnen het programma VANG werken de rijksoverheid (Rijkswaterstaat), gemeenten, brancheorganisaties en producenten samen aan de implementatie van een circulaire economie. Het doel voor heel Nederland is om in 2050 volledig circulair te zijn en in 2030 moeten we 50% minder primaire grondstoffen gebruiken. Daarmee gaan we van een lineaire economie, naar een circulaire economie.
Voor het huishoudelijk afval (HHA) ligt de focus op het nog beter scheiden van restafval en het verbeteren van de kwaliteit van deelstromen. Het programma VANG-HHA beslaat de periode van 2015 - 2025. De ambitie was om in 2020 75% afvalscheiding en 100 kilo restafval per inwoner per jaar te realiseren in 2020. Dit doel is niet gehaald. Gemeenten hebben wel forse stappen gezet voor het verbeteren van huishoudelijke afvalscheiding. De ambities van 2020 zijn duidelijk dichterbij gekomen: in de periode 2015 - 2020 daalde de gemiddelde hoeveelheid restafval van 240 kilo naar 180 kilo per inwoner per jaar. 31% van de gemeenten behaalde ook de recycledoelstelling van 75%.
4
Om te komen tot kwalitatief nóg betere recycling richt het uitvoeringsprogramma VANG-HHA zich in de periode 2021 – 2025 op twee belangrijke aspecten: • Het nog beter scheiden van restafval. • Het verbeteren van de kwaliteit van de gescheiden deelstromen. 1.3 Internationale ambities en kaders 200 landen committeerden zich in 2016 in Parijs aan het Klimaatakkoord. Daar werd vastgelegd dat de wereldwijde temperatuur niet verder mag stijgen dan 2℃, streven is de temperatuur onder de 1,5℃ te houden. Binnen de Europese Unie (hierna: EU) is vervolgens de Green Deal het centrale beleid geworden om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen. Een kernonderdeel van de Green Deal is de Europese Klimaatwet, waarin staat dat de EU vanaf 2050 klimaatneutraal moet zijn. In 2030 is het doel om een emissiereductie van 55% te behalen. Een van de manieren om dat te behalen is het doorvoeren van CO2-heffingen en de CO2-emissie beperken. Daarnaast heeft de Europese Commissie ook een aanpak kritieke grondstoffen gepresenteerd, de Criticial Raw Materials Act. De landen in de EU moeten zelf meer kritieke grondstoffen gaan delven en meer recyclen om de komende jaren in haar behoefte te kunnen voorzien. Als EU zijn we nu namelijk sterk afhankelijk van landen buiten het continent. Dat is ook gebleken tijdens de Coronapandemie en de energiecrisis tijdens de oorlog tussen Rusland en Oekraïne.
De verordening stelt duidelijke doelen voor de aanpak van zeldzame grondstoffen. Zo moet in 2030 10% uit eigen bodem te winnen zijn en 15% uit hergebruik. Dit is relevant voor de huidige vraag, maar ook voor de toekomstige vraag die zal toenemen. 1.4 De grondstoffendriehoek Op 15 juni is een kennis- en werksessie georganiseerd voor de (burger)raadsleden. Tijdens deze avond werd ook de grondstoffendriehoek geïntroduceerd. Alle keuzes die gemaakt kunnen worden binnen het nieuwe Grondstoffenbeleid hebben effect op één of meer knoppen uit deze driehoek: milieu, service en/of kosten. In een ideale wereld streven we naar betere milieuresultaten en meer service tegen lagere kosten. Dit blijkt echter niet altijd mogelijk. Hogere milieuresultaten kunnen soms alleen behaald worden met een lagere service en een hogere service is vaak niet mogelijk binnen gelijkblijvende kosten. Daarom zullen we steeds keuzes moeten maken in het nieuwe Grondstoffenbeleid. De eerste stap is om nu de kaders te bepalen voor het Grondstoffenbeleid.
5
2. Huidige situatie 2.1 Inzameling In Alblasserdam is onderscheid te maken tussen de inzameling bij hoog- en laagbouw, daarnaast nog het buitengebied. Deze is hieronder schematisch weergegeven. Stroom Groente, fruit, tuinafval en etensresten Oud papier en karton
Plastic, blik en drinkpakken Restafval
Hoogbouw Cocons met toegangscontrole. Enkele (inpandige) verzamelcontainers, verder losse inzameling. Verzamelcontainers, ook bij winkelcentra. (inpandige) en ondergrondse verzamelcontainers buiten.
Laagbouw Bakken aan huis, elke 2 weken. Bakken aan huis, elke 4 weken.
Buiten Bakken aan huis, elke 2 weken. Bakken aan huis, elke 4 weken.
Bakken aan huis, elke 2 weken. Ondergrondse verzamelcontainers.
Bakken aan huis, elke 2 weken. Bovengrondse verzamelcontainers.
Textiel wordt via verzamelcontainers ingezameld door Opnieuw&Co. Glas kunnen inwoners kwijt in de glasbakken bij de winkelcentra. Voor het grof afval, kunnen inwoners gratis terecht bij het afvalbrengstation Noordpolder in HendrikIdo-Ambacht. Deze is van maandag tot en met zaterdag geopend van 09.00-18.15. Vanaf 31 juli is deze ook van maandag tot en met vrijdag onbemand open van 19.00-21.00 voor de stromen puin, grond en snoeiafval. Bij HVC kunnen inwoners voor twee uur gratis een aanhangwagen lenen, die staan bij DUDO Aanhangwagens in Dordrecht, bij Opnieuw&Co in Zwijndrecht of gebruik maken van de aanhangservice op het afvalbrengstation van Papendrecht. Voor inwoners die het niet kunnen wegbrengen, is er ook de mogelijkheid om het tegen betaling (€54,45 per oproep) op te laten halen door HVC. Als er nog spullen herbruikbaar zijn, kunnen inwoners het ook laten ophalen door het Kringloopbedrijf Opnieuw&Co. 2.2 Ingezamelde kilo’s restafval Om goed inzicht te hebben in de huidige prestaties van de gemeente Alblasserdam, vergelijken we het met andere gemeenten in 2022. Dat vergelijken we met andere gemeenten in de Drechtsteden, Zuid-Holland en andere gemeenten in dezelfde hoogbouwklasse. Alblasserdam kent 32% hoogbouw en valt daarmee in hoogbouwklasse B (30-49% hoogbouw). Alblasserdam had de afgelopen jaren een lichte daling op het gebied van fijn en grof huishoudelijk afval.
Tussen 2018 en 2022 zat het tussen de 208 en 191 kilogram per inwoner per jaar. Daarmee zitten we als Alblasserdam boven het gemiddelde van de Benchmark Huishoudelijk Afval 2021, dat was 162 kilogram per inwoner per jaar. Alblasserdam valt binnen klasse B, daar was het gemiddelde 178 kilogram per inwoner per jaar. De best presterende gemeente in klasse B haalde slechts 88 kilogram restafval per inwoner in 2021.
6
In de rapportages die onze inzamelaar HVC aan ons verstrekt, worden we vergeleken met andere gemeenten binnen het verzorgingsgebied HVC. Daarbij scoren we gemiddeld als Alblasserdam, maar zijn we ook nog ver verwijderd van de VANG-ambitie van 100 kilogram.
191 kg
1
2.3 Samenstelling restafval en scheidingspercentage Elk jaar doen we een sorteeranalyse. Omdat we willen weten wat de samenstelling van het restafval is. Dit doen we door monsters te nemen van het ingezamelde huishoudelijk afval. Dit sorteren we uit in verschillende grondstoffen. Hiernaast zien we de sorteeranalyse van Alblasserdam. Daaruit trekken we de volgende conclusies: - De grootste fractie in het restafval is de fractie gft en etensresten. Dit zijn met name etensresten die weer gesplitst kunnen worden in twee categorieën: o Eten over de datum in verpakking. o Resten van bereid eten. - 18% van het restafval bestaat uit oud papier en karton en plastic, blik en drinkpakken. - Maar 24% in het restafval was in 2022 echt restafval. 76% wat als restafval is aangeboden is dus eigenlijk geen restafval en had dus hergebruikt kunnen worden als het door de inwoners anders was aangeboden.
1 De hoeveelheid Ridderkerk geeft een vertekend beeld. Dit betreft alleen het grof huishoudelijk afval van de
inwoners op afvalbrengstation Noordpolder.
7
-
Als we in Alblasserdam alleen al het gft en etensresten, oud papier en karton en plastic, blik en drinkpakken uit het restafval halen, komen we al in de buurt van de 100 kilogram restafval per inwoner2.
In totaal heeft Alblasserdam een scheidingspercentage van 58%. Daarmee scoren we lager dan de vergelijkbare gemeenten in klasse B, gemiddeld 65%, volgens de Benchmark Huishoudelijk afval 2021. De afbeelding hieronder laat de Benchmark Huishoudelijk afval 2021 zien. De best presterende gemeente binnen klasse B haalde in 2021 een scheidingspercentage van 79%, zo’n 20% hoger dan Alblasserdam.
2.4 Ingezamelde kilo’s grondstoffen Ook voor de grondstoffen worden we in de rapportages vergeleken met andere gemeenten binnen het verzorgingsgebied van HVC. Daarbij scoren we gemiddeld ten opzichte van andere gemeenten. Ook daarbij zijn we de laatste jaren vrijwel stabiel en zijn er geen grote toenames of schommelingen. Bij plastic, blik en drinkpakken zien we een lichte stijging in de coronajaren, verder blijft de grondstoffenstroom hetzelfde en zitten we nu weer op het zelfde niveau als voor corona. GFT en etensresten blijft stabiel en is in coronatijd een paar kilo gestegen. In 2022 zakte het weer naar de situatie van daarvoor (verschil: 6 kilogram). Zoals we eerder zagen, zit er ook een enorme fractie hiervan nog in het restafval. Maar liefst 52 kilo per inwoner per jaar. Bij oud papier en karton zien we een lichte daling in 2022. Dat is in lijn met de landelijke trend, omdat er steeds minder reclame folders zijn en de papieren kranten en tijdschriften fors zijn teruggelopen.
2 De VANG-doelstelling rekent ook het grof huishoudelijk afval mee. Daarmee komt Alblasserdam op 189
kilogram per inwoner per jaar en met aftrek van de genoemde stromen (in totaal 83 kilogram) net niet onder de 100 kilogram.
8
3. Trends en ontwikkelingen 3.1 Wet- en regelgeving We kennen in de Europese Unie de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen. Dat is het beleidsframe voor het vormgeven van nationaal afval- en grondstoffenbeleid. In Nederland hebben we dat gedaan binnen het uitvoeringsprogramma VANG (Van Afval Naar Grondstof) en de wetgeving van het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP). We zijn inmiddels bij LAP3. 3.1.1 Van LAP3 naar CMP1 De basis voor de landelijke afvalbeheerplannen (LAP) is het zo hoogwaardig mogelijk verwerken van afvalstromen. Met LAP1 en LAP2 heeft Nederland bereikt dat materialen beter worden hergebruikt. Dit gebeurt vooral door recycling. Binnen het programma van de circulaire economie zetten we nu de volgende stap. Recycling is niet langer het doel, maar wordt nu de minimale standaard. Binnen de circulaire economie is het uitgangspunt dat producten en materialen zo lang mogelijk zoveel mogelijk waarde houden. Lang is de Ladder van Lansink de standaard geweest, die voldoet nu niet meer. Daarom is er een nieuw model ontwikkeld dat meer treden kent.
De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft in 2021 aangekondigd dat LAP3 zal worden opgevolgd door een Circulair Materialenplan (CMP1). De staatssecretaris wil met het CMP de reikwijdte van het huidige LAP uitbreiden met meer sturing op de hogere treden van de afvalhiërarchie die van belang zijn voor een circulaire economie, zoals hergebruik en preventie. 3.1.2 Programma Nederland circulair 2050 Veel natuur- en milieuproblemen komen voort uit verspilling en schaarste. Met een circulaire economie worden het grondstoffengebruik en de negatieve effecten hiervan verminderd. In het programma wordt ingezet op: • Minder (primaire) grondstoffen gebruiken door af te zien van producten, deze te delen of ze efficiënter te maken. • Primaire grondstoffen vervangen door secundaire grondstoffen of andere duurzame alternatieven. • Producten en onderdelen langer en intensiever gebruiken door hergebruik en reparatie. 9
•
De kringloop sluiten door recycling van materialen en grondstoffen, zodat er minder afval wordt verbrand of gestort én er meer hoogwaardig aanbod van secundaire grondstoffen ontstaat.
3.1.3 Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) is een vorm van beleid die gebruikt wordt om de transitie naar een circulaire economie (in Nederland en Europa) te ondersteunen. Er zijn verschillende beleidsinstrumenten binnen de UPV om hoogwaardig hergebruik, recycling en circulair productontwerp te bevorderen. De overheid maakt met een UPV de producenten financieel en vaak ook organisatorisch, verantwoordelijk voor de inzameling, sortering en verwerking van hun product(en); kortom verantwoordelijk voor de complete levenscyclus. Veel gebruikte UPVbeleidsinstrumenten zijn inzamelings- en of recycledoelstellingen, heffingen in de consumentenprijs en statiegeldsystemen. Een UPV heeft flankerend beleid nodig (met name gericht op de productie- en consumptiefase van een product) om de transitie naar een circulaire economie goed te kunnen ondersteunen. Door de inrichting van de UPV’s worden gemeenten geholpen in de kosten van afvalbeheer en schuiven de producten meer in de richting van circulair grondstoffenbeheer. Gemeenten moeten echter ook rekening houden met de wensen en eisen van steeds meer partijen bij de inrichting van hun wettelijke zorgtaak voor de inzameling van huishoudelijk afval. De UPV’s die van kracht zijn, zijn te vinden op: Producentenverantwoordelijkheid.
3.2 Bron- of nascheiding Een discussie die regelmatig in (met name sterk verstedelijkte) gemeenten gevoerd wordt is de discussie welk systeem beter is voor afvalscheiding: bron- of nascheiding. Bij bronscheiding biedt de inwoner alle grondstoffen gescheiden aan. Het brongescheiden materiaal wordt na inzameling direct aangeboden aan de sorteerder/recycler. Bij nascheiding scheidt de inwoner alle grondstoffen (GFTe, papier, glas, textiel en grof huishoudelijk afval/ABS) behalve plastic, blik en drinkpakken. Dit wordt samen met het fijn huishoudelijk restafval aangeboden. Dit restafval wordt bij de verwerker door machines nagescheiden. De meeste gemeenten in Nederland doen aan bronscheiding. Nascheiding is met name in zeer verstedelijkte gebieden met een groot percentage hoogbouw in opkomst. Zoals hierboven gezegd, is nascheiding uitsluitend geschikt voor de grondstofstroom plastic, blik en drinkpakken. Dit heeft te maken met de samenstelling van de restafvalbak. In Nederland gooien inwoners veel nat afval weg. De gemiddelde inhoud van een restafvalbak bedraagt ca. 42% etensresten en 8% luiers. Dit is een natte smurrie die ervoor zorgt dat afval aan elkaar gaat kleven en versmeerd raakt. Deze verkleving heeft twee onwenselijke effecten: • Papier en textiel zijn ongeschikt voor nascheiding.
Etensresten kunnen wel worden gefilterd, maar kunnen alleen nog maar worden ingezet als schone brandstof, niet meer als compost. Dit betekent dat gemeenten die overgaan op nascheiding, hiernaast ook altijd aan bronscheiding van oud papier, gft en etensresten, textiel en glas blijven doen. • Ook is de afzet, en daarmee ook de opbrengst, van het nagescheiden PBD lager dan van het brongescheiden PBD, doordat het materiaal minder schoon is. • Naast de (on)mogelijkheden van het machinaal scheiden, is het een wettelijke verplichting om GFT en etensresten, textiel en glas brongescheiden in te zamelen. Zo kunnen de stromen namelijk hoogwaardig worden verwerkt en hergebruikt. Nascheiding wordt om deze redenen met name ingezet in gebieden waar weinig ruimte is voor bronscheiding in de openbare ruimte. In de meeste niet verstedelijkte gemeenten zijn de resultaten van bronscheiding zowel qua hoeveelheden als qua kosten vele malen gunstiger.
10
3.3 Ontwikkeling afvalbeheerkosten De landelijke benchmark afvalinzameling laat zien dat gemeenten die minder restafval hebben, gemiddeld lagere afvalbeheerskosten hebben. Afval scheiden én verminderen loont dus. De afvalbeheerskosten zijn de optelsom van verschillende posten en deze kunnen verschillen. De twee grote categorieën zijn de inzameling- en verwerkingskosten. Grondstoffen Voor bijna alle grondstoffen geldt dat de verwerking minder opbrengt of meer kost. De oorzaken hiervan verschillen per grondstof. In algemene zin zien we dat de grondstoffenmarkt onrustig is (sterk in waarde op en neer bewegend) mede onder invloed van externe factoren, zoals de schaarste die mede door de coronapandemie en de oorlogssituatie in Oekraïne is ontstaan. De verwachting is dat externe ontwikkelingen de komende jaren vaker voor plotselinge schommelingen in de verwerkingskosten zullen zorgen. Restafval De afvalbeheerskosten laten wel nog steeds bij alle gemeenten een (fors) stijgende trend zien, ook in de gemeenten waar het afval en de grondstoffen goed worden gescheiden. Dit komt door de toenemende kosten voor het verwerken van grondstoffen en de toenemende kosten voor het verwerken van restafval. In de figuur hiernaast zien we hoe de afvalstoffenbelasting, ook weleens verbrandingsbelasting genoemd, de afgelopen jaren is gestegen.
Zeker van 2018 naar 2019 is een forse stijging te zien; toen ging de belasting van €13,21 naar €32,12. Inmiddels is deze €35,70 per ton verbrand restafval. Daarmee heeft de Rijksoverheid de facto een prijsprikkel om de verschuiving van verbranden naar recyclen te stimuleren, waarmee ook de verwachting is dat deze de komende jaren verder zal stijgen.
Afvalstoffenbelasting in € per 1.000 kg
45 40 35 30 25 20 15 10 5 0
2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Daar bovenop heeft het kabinet in 2021 een CO2-heffing geïntroduceerd. De heffing betekent dat er voor elke ton uitstoot CO2 een prijs dient te worden betaald3. Momenteel vallen nog veel bedrijven binnen de vrijstelling die het kabinet tijdelijk heeft ingesteld. Dat geeft bedrijven de tijd om hun processen anders in te richten. De landelijke overheid heeft al besloten dat afvalverbranders niet zullen worden uitgesloten van deze heffing. Dat het een financieel effect gaat hebben op het huishoudelijk afval is dus een zekerheid. Nog onduidelijk is per wanneer en hoe hoog de kosten zijn. De verwachting is dat de bijtelling vanaf 2025 effect gaat hebben. De verwachting is dat binnen de termijn van het nieuwe Grondstoffenbeleid de kosten voor deze heffingen meer dan de helft zullen worden van de totale kosten voor de verwerking van het restafval; een exponentiële stijging. Dit benadrukt het belang van beleidsmaatregelen om het restafval te verlagen om daarmee te kosten te beheersen.
3 In het klimaatakkoord wordt uitgegaan van een oplopende CO2-heffing van € 30 bij de introductie tot ca. € 150
per ton uitgestoten CO2 in 2030.
11
4. Voorgestelde kaders en op te leveren producten 4.1 Voorgestelde kaders Grondstoffenbeleid Zoals eerder getoond, geeft het VANG-programma een ambitie ter ondersteuning van het beleid van de gemeenten. Maar elke gemeente heeft de ruimte om hun eigen ambities en agenda te bepalen. Waarbij de Rijksoverheid wel stuurt met de afvalstoffenbelasting en gaat sturen met de CO2-heffing en UPV. Daarmee wordt het aantrekkelijker om de landelijke ambities te volgen. Deze strategie van de landelijke overheid heeft ook gewerkt, dat zien we uit de resultaten van de eerste periode van het Rijksbrede Programma, hieronder weergegeven.
We stellen hieronder de volgende kaders voor, dit doen we langs de 3 onderwerpen van de grondstoffendriehoek. Dus op het gebied van milieu, service en kosten. Milieu 1. Alblasserdam sluit zich aan bij de landelijke VANG-doelstellingen die gericht zijn op een forse vermindering van de hoeveelheid ongescheiden aangeboden restafval. We willen maximaal 100 De meeste inwoners vinden milieu het kilogram restafval in 2027. Daarna willen we belangrijkste: 56% van de doorzakken naar maximaal 30 kilo per inwoner per Alblasserdammers zet milieu op 1. jaar. 2. Optimalisatie van het hergebruik van grondstoffen. We willen stappen zetten naar een circulair Alblasserdam. Het heeft weinig nut om gescheiden in te zamelen als de grondstoffen vervolgens niet opnieuw kunnen worden gebruikt. Uitgangspunt voor het beleid is om zoveel mogelijk grondstoffen uit het restafval te halen. Door grondstoffen zo schoon mogelijk aan te
12
bieden aan de verwerkende industrie wordt het financieel en praktisch voordelig om er nieuwe producten van te maken. We focussen ons dus op kwantiteit én kwaliteit. Service 1. Alblasserdam gaat voor een hoge service op grondstoffen. We maken het daarbij makkelijker voor onze inwoners om grondstoffen aan te bieden. We Uit de bewonersenquête blijkt dat gaan verder met het op orde brengen van de opruimdagen goed gewaardeerd basisvoorzieningen voor het gescheiden aanbieden van worden omdat inwoners niet altijd naar grondstoffen. Waar mogelijk breiden we deze voorzieningen het afvalbrengstation zelf kunnen of ook uit. Hierbij kijken we niet alleen naar de kleine stromen, maar ook naar het grof afval. We maken hierbij steeds de het ophaaltarief kunnen betalen. We afweging tussen uitbreiding van de service, het verwachte bekijken of we in elke wijk elk jaar een milieuresultaat en de bijbehorende kosten. opruimdag organiseren en/of inzet van 2. De service op restafval houden we op het huidige niveau. een recycle-kraam. Omdat het restafval op afstand staat, hebben we al een serviceprikkel ingevoerd. We onderzoeken de invoering van Inwoners geven belemmeringen aan een prijsprikkel en ook welke variant(en) passen bij onze om te scheiden. We onderzoeken hoe gemeente, waarbij we de goede scheiders belonen. we deze drempels kunnen wegnemen, 3. We richten maatwerk in waar dit nodig is.
In principe werkt zoals dat een inzamelpunt te ver weg afvalinzameling vaak via het principe ‘één oplossing voor is of er in huis geen ruimte is om het te iedereen’. Voor de uitzonderingen wordt gekeken of en op bewaren. welke wijze er maatwerk mogelijk is. Doelgroepenbeleid kan zien op afvalstromen of doelgroepen. We werken bij het doelgroepenbeleid een voorstel uit voor inwoners met onvermijdbaar medisch afval. Kosten 1. Het principe voor de afvalstoffenheffing blijft 100% kostendekkendheid. De afgelopen jaren blijkt uit de realisatie dat deze regelmatig net boven de 90% komt. 2. Met het nieuwe Grondstoffenbeleid willen we de kosten beheersbaar houden. Als we niets doen, zullen de verwerkingskosten sterk (blijven) stijgen. Als we aan belangrijke knoppen gaan draaien, namelijk het voorkomen van afval (preventie) en de dure restafvalstroom ombuigen naar grondstoffen, kunnen we de stijging dempen. Gezien de verwachte stijging van de heffingen vanuit de Rijksoverheid (afvalstoffenbelasting en introductie van de CO2heffing) zullen de kosten voor verwerking van het restafval namelijk blijven stijgen. Daarnaast zullen grondstoffen minder opbrengen door globale ontwikkelingen. Ook spelen de kosten van de logistieke dienstverlening een rol, er is namelijk schaarste aan personeel en brandstoffen.
Doordat het verwerken van grondstoffen echter goedkoper blijft dan het verwerken van restafval, zorgt de verschuiving van restafval naar grondstoffen voor de demping van de kostenstijging, waardoor de stijging van de afvalbeheerkosten en daarmee de afvalstoffenheffing beheersbaar kan worden gehouden. Anders gezegd: de afvalbeheerkosten stijgen minder hard dan wanneer je niets doet: minder meer. 4.2 Welke scenario’s gaan we onderzoeken en uitwerken? We gaan op basis van de vastgestelde kaders, een aantal maatregelen onderzoeken en uitwerken. Dat werken we uit in verschillende scenario’s, we gaan uit van vier, waar de gemeenteraad uit kan kiezen. De scenario’s zijn een combinatie van maatregelen om restafval te verminderen en de kwaliteit van de gescheiden grondstoffen te verbeteren. Daarbij kijken we niet alleen naar de fysieke kant, zoals de containers, maar ook naar een ondersteunend programma van participatie, communicatie en educatie. Deze scenario’s leggen we vervolgens weer aan de gemeenteraad ter besluitvorming voor. De scenario’s ontwikkelen we samen met onze ketenpartner HVC. Zij hebben veel kennis en ervaring met de ontwikkeling van nieuw beleid bij gemeenten. Ook onderzoeken ze binnen én buiten de aandeelhoudende gemeenten welke maatregelen het beste werken om aan de gestelde kaders en doelen te voldoen die de gemeenteraad vaststelt.
13
De maatregelen worden langs de grondstoffendriehoek gelegd en daarmee wordt de impact in kaart gebracht op milieu, service en kosten. We zullen een voorspelling doen op basis van landelijke modellen en de ontwikkelingen in Alblasserdam en de regio. Zo kunnen we een onderbouwde afweging maken voor de koers van onze gemeente. 4.2.1 Gedragsverandering Om tot andere resultaten te komen en de (milieu)doelen te halen, zullen we ook (deels) ons gedrag moeten veranderen. Hoewel veel Alblasserdammers het al goed doen en weinig tot geen verandering nodig hebben, zal dat voor een ander deel wel degelijk gelden. En dat is niet eenvoudig, want veel zit in dagelijkse patronen ingebakken, wat doorbroken dient te worden. Het merendeel van ons gedrag komt namelijk onbewust en automatisch tot stand. Een schatting van de verhouding: 5% bewust, gepland gedrag, tegenover 95% onbewust, automatisch gedrag. Dit is handig wanneer het ‘business as usual’ is, maar wanneer er veranderd moet worden vormen deze ingesleten gedragspatronen juist een belemmering. Er moet naar een manier gezocht worden om gewoontegedrag (onbewust gedrag) te veranderen. Bij afvalscheiding komt hier nog bij dat (bijna) iedereen ervan overtuigd is dat hij/zij het ‘al goed doet’.
Dit betekent dat we vooral met onbewust gedrag en normenpatronen aan de slag moeten en mensen bewust moeten maken van het gegeven dat hun inschatting van ‘goed’ gedrag nog onvoldoende is om ook een goed resultaat te halen. Om dit te bewerkstelligen maken we gebruik van een inzamelsysteem gericht op het voorkomen van afval, het verminderen van restafval en op maximaal hergebruik van grondstoffen, participatie, communicatie en educatie, coaching, nudging en handhaving en maatwerk. 4.2.2 Inzamelsysteem dat gericht is op het voorkomen van afval Voorkomen is beter dan genezen, ook voor afval. Dat is ook de strategie met de R-ladder zoals we die eerder hebben gezien. Minder is dus beter. Opnieuw een product gebruiken is de mooiste vorm van hergebruik. Dan hoeft er ook geen energie te worden gebruikt om de materialen of de grondstoffen uit het afval terug te winnen. Mooie vormen van producthergebruik vinden we terug via: • Kringloopwinkels en meer gespecialiseerde zaakjes zoals antiek, Een aantal voorbeelden die we tweedehands winkels (bijvoorbeeld boeken) en al kennen in onze gemeente: brocantespeciaalzaken of ruilbeurzen, of online via marktplaats en • Kringloopcentrum social media. Alblasserdam en • Vintage kledingwinkels of online via Vinted. Kringloopwinkel Woord en • Een repaircafé voor het repareren van apparatuur en Daad. gebruiksartikelen.
• Vintage kledingwinkel De • Een bouwstoffenmarkt, waar bijvoorbeeld tegels opnieuw gebruikt Vlinder. kunnen worden. • Repaircafé in • We bekijken of en welke maatregelen van de menukaart Alblasserdam. afvalpreventie van Rijkswaterstaat we willen invoeren. We hebben al een paar mooie initiatieven in ons dorp die het doen. We gaan kijken of voor deze of nieuwe initiatieven ruimte en kansen zijn binnen onze gemeente. Daarbij kijken we ook naar een eventuele combinatie met het afvalbrengstation Noordpolder in en met de regio. 4.2.3 Inzamelsysteem dat gericht is op maximaal hergebruik van grondstoffen Zoals blijkt uit de eerder getoonde sorteeranalyse van Alblasserdam, zitten er nog veel grondstoffen in het restafval. Die stroom wordt verbrand in plaats van hergebruikt. We werken in het grondstoffenbeleid minimaal de volgende grondstoffen verder uit:. • De inzameling van gft en etensresten (GFTe). o De effecten van de tweewekelijkse inzameling op de hoeveelheden en de kwaliteit van de grondstofstromen en de alternatieven. o Het verbeterpotentieel van de afvalstroom etensresten die nu voornamelijk in het restafval verdwijnt. • De inzameling van plastic, blik en drinkpakken (PBD). o De effecten van de tweewekelijkse inzameling op de hoeveelheden en de kwaliteit van de grondstofstromen en de alternatieven. • De inzameling van oud papier en karton (OPK). • De inzameling van textiel. 14
•
•
o Maatregelen ter verbetering van de kwaliteit en vermindering van de afkeur. De inzameling van de grove afvalstromen. o De mogelijkheden om samen met de regio het afvalbrengstation meer circulair in te richten om te voorkomen dat afval ontstaat. o De brengmogelijkheden in de wijken in kaart brengen. De ontwikkeling van de inzameling van luiers en incontinentiemateriaal.
De inzamelrespons van glas en chemisch afval is net als in de meeste gemeenten ook in Alblasserdam al vrij hoog. Dit komt doordat inwoners de urgentie van deze twee afvalstromen beter omarmen dan bijvoorbeeld de urgentie van het scheiden van plastic of gft en etensresten. Hier is naar verwachting weinig verbetering te behalen, maar waar mogelijk zullen we ook op deze afvalstromen optimalisaties inzetten. 4.2.4 Inzamelsysteem dat gericht is op het verminderen van restafval In Alblasserdam hebben we het restafval op afstand voor de hoogbouw en een laagfrequente inzameling voor de laagbouw en de woningen in het buitengebied. Dat zijn al serviceprikkels die helpen om het restafval te verminderen. We gaan varianten van een tariefprikkel uitwerken. Daarbij zijn inwoners met minder afval en goed gescheiden grondstofstromen financieel gunstiger uit. 4.2.5 Participatie, communicatie en educatie We hebben onze inwoners al betrokken door middel van de bewonerspeiling en gesprekken door de afvalcoaches van HVC. Dit blijven we doen in het proces tot een nieuw Grondstoffenbeleid. Zij hebben ervaring met het huidige systeem en zullen met het nieuwe systeem aan de slag moeten om het tot een succes te maken. Ook kijken we met welke initiatieven wij als gemeente kunnen samenwerken of kunnen participeren. Alblasserdam heeft 5 afvalvrije scholen. Jong geleerd is immers oud gedaan.
Daarnaast gaan we kijken welke projecten nog meer kunnen helpen om inwoners te laten helpen om hun gedrag te veranderen. 4.2.6 Coaching, nudging en handhaving De aanpassing van het gedrag vindt voor het grootste deel thuis plaats, in de keuken. De hierboven geschetste maatregelen begeleiden deze aanpassing. De effecten van afvalbeleid zijn echter ook vaak zichtbaar in de openbare ruimte. Daarom kijken we naar een effectieve mix van afvalcoaching, nudging en handhaving om de implementatie van het Grondstoffenbeleid te begeleiden en als de maatregelen in werking zijn. Uit andere gemeenten weten we dat we de meeste mensen kunnen verleiden tot goed gedrag door coaching en nudging (kleine aanpassingen in de openbare ruimte die verleiden tot goed gedrag). Slechts bij een notoire groep werkt deze aanpassing onvoldoende en leidt handhaving mogelijk wel tot een aanpassing. We werken in ieder geval het volgende uit: • De inzet van afvalcoaches om de kwaliteit van grondstoffen te monitoren en te verbeteren waar nodig. • De inzet van afvalcoaches om inwoners te helpen met hun ‘keukenmanagement’. • Aanpak voor bijplaatsingen (afval dat naast een verzamelcontainer wordt geplaatst) en dumpingen in de openbare ruimte.’ • De inzet van toezichthouders om te controleren, het gesprek met inwoners aan te gaan en eventueel verbaliseren bij dumpingen en bijplaatsingen.
• Een nul- en effectmeting van zwerfafval en bijplaatsingen om datagestuurd te monitoren welke effecten nieuw beleid heeft in de openbare ruimte. 4.2.7 Maatwerk Waar nodig werken we aanvullend maatwerk uit voor doelgroepen. We werken in ieder geval de volgende groepen uit binnen het Grondstoffenbeleid: - Inwoners die onvermijdbaar medisch afval hebben wat in het restafval hoort. - Inwoners die in aanmerking komen voor kwijtschelding van de afvalstoffenheffing.
15
5. Vervolgproces Hiernaast zien we de planning van ons proces om tot een nieuw Grondstoffenbeleid te komen. Met het nemen van een besluit over dit document, zijn we bezig met de fase in het blauwe vierkant. Na de besluitvorming, gaan we dus de sets aan maatregelen vormgeven op basis van de vastgestelde kaders. Daar zullen verschillende varianten uitkomen. Om de scenario’s te vormen en vullen, gaan we wederom in gesprek met onder andere onze inwoners en raadsleden. Ook hierbij worden we ondersteund en geadviseerd door onze samenwerkingspartner HVC. sts
16