CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2023 - Verordening Persoonlijk Minima Budget Alblasserdam - toelichting.pdf

Gecombineerde commissie Alblasserdam 8 december 2022, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 13: Vaststellen Verordening Persoonlijk Minimabudget Alblasserdam - Voorstel1.280 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERORDENING PERSOONLIJK MINIMABUDGET ALBLASSERDAM

Toelichting Algemeen In de bijstand is het uitgangspunt dat het normbedrag, met inbegrip van een component reservering, in beginsel toereikend is voor de noodzakelijke kosten van het bestaan. Toch kan de financiële positie van mensen die langdurig op een minimuminkomen zijn aangewezen onder druk komen te staan als er na verloop van tijd geen enkel perspectief lijkt te zijn om door inkomen uit arbeid het inkomen te verhogen. Om die reden bestaat onder de Participatiewet individuele inkomenstoeslag. Bij verordening moeten regels vastgesteld worden over het verlenen van dit persoonlijk minimabudget, dat een individuele inkomenstoeslag is, zoals bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet. Deze regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’. Het verlenen van de toeslag is een discretionaire bevoegdheid van het college. Dit betekent dat het college een individuele inkomenstoeslag (zijnde een persoonlijk minimabudget) kan verlenen als een persoon voldoet aan de voorwaarden. Artikelsgewijze toelichting Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze verordening. Inkomen Met inkomen wordt bedoeld het inkomen zoals bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet. In afwijking hiervan wordt algemene bijstand voor de beoordeling van het recht op een PMB ook in aanmerking genomen als inkomen. Bijzondere bijstand wordt niet als inkomen in aanmerking genomen. Een eerder verstrekte PMB wordt ook niet als inkomen in aanmerking genomen. Peildatum De peildatum is de datum waartegen een persoon een individuele inkomenstoeslag aanvraagt (artikel 1 van deze verordening). Het gaat om de datum waarop een persoon langdurig, gedurende een periode van twaalf maanden, een laag inkomen heeft, geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet en, gelet op de omstandigheden van die persoon, geen uitzicht op inkomensverbetering heeft. De peildatum komt meestal overeen met de meldingsdatum, tenzij een aanvraag wordt gedaan binnen een jaar na de peildatum van een eerdere toekenning van een PMB.

De peildatum kan in beginsel niet liggen vóór de dag waarop een persoon zich heeft gemeld om individuele inkomenstoeslag te verzoeken, tenzij sprake is van zeer bijzondere omstandigheden. De norm die wordt gehanteerd voor de berekening van de hoogte van de toeslag is de norm zoals die geldt op de peildatum. Deze norm wordt gehanteerd voor de hele referteperiode. Referteperiode

pagina 2

Onder de referteperiode moet worden verstaan: een periode van twaalf maanden voorafgaand aan de peildatum. (Zie ook de toelichting bij artikel 2.2 onder ‘Langdurig’.)

Artikel 2.1. Indienen verzoek In artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet is opgenomen dat een verzoek tot verlening van individuele inkomenstoeslag kan worden ingediend. Onder een verzoek wordt verstaan: een aanvraag van een persoon via een gestandaardiseerd aanvraagformulier ‘PMB’, met als doel een besluit omtrent toewijzing te vragen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en het adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb).

Artikel 2.2. Langdurig laag inkomen Van belang bij het bepalen wat een langdurig laag inkomen is, is wat onder ‘langdurig’ en onder ‘laag’ wordt verstaan. Langdurig De door de gemeenteraad vastgestelde periode voorafgaand aan de peildatum, wordt aangeduid als referteperiode. De referteperiode is vastgesteld in artikel 1 van deze verordening, en bedraagt twaalf maanden. Laag inkomen Een inkomen voldoet aan het criterium ‘laag’ wanneer het niet hoger is dan 120% van de toepasselijke norm.

Artikel 2.3. Hoogte van de toeslag Bij de hoogte van het persoonlijk minimabudget wordt onderscheid gemaakt tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouder en gehuwden. Daarnaast geldt er een hoger bedrag voor inwoners met inwonende kinderen in de leeftijd van 13 tot 18 jaar. Gehuwden Bij gehuwden moet in het oog worden gehouden dat het recht op het persoonlijk minimabudget de gehuwden gezamenlijk toekomt. Worden personen op de peildatum als gehuwden aangemerkt, dan moeten beide gehuwden voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet. Voldoet één van hen niet aan deze voorwaarden, dan bestaat voor beiden geen recht op een persoonlijk minimabudget. Is één van de echtgenoten uitgesloten van het recht op het persoonlijk minimabudget, anders dan vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, dan komt de rechthebbende partner wel in aanmerking voor een persoonlijk minimabudget. Het gaat hier om een partner die op een van de in artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet genoemde gronden geen recht heeft op bijstand. Als slechts één partner recht heeft op een persoonlijk minimabudget, komt deze

pagina 3

rechthebbende partner in aanmerking voor een persoonlijk minimabudget naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Wijziging leefvorm De leefvorm (alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwd) van een persoon kan wijzigen binnen de referteperiode. Dit is bijvoorbeeld het geval indien gehuwden een persoonlijk minimabudget aanvragen, maar zij over een gedeelte van de referteperiode als alleenstaande moeten worden aangemerkt. Zij moeten dan zowel gezamenlijk als afzonderlijk aan de voorwaarden voldoen om voor een persoonlijk minimabudget in aanmerking te komen.

Artikel 2.4. Geen recht Om een eenduidige, heldere en rechtmatige werkwijze rondom het beoordelen van de inspanningsverplichting te hanteren, wordt aangesloten op het maatregelenbeleid. Daar waar aan de bijstandsgerechtigde geen maatregel of sanctie is opgelegd, wordt ervan uitgegaan dat belanghebbende voldoet aan het inspanningscriterium. Van bijstandsgerechtigden die de gehele referteperiode van 12 maanden in de bijstand zaten en ten tijde van de aanvraag nog steeds in de bijstand zitten (en waarbij geen maatregel is opgelegd), mag worden verondersteld dat er geen zicht op inkomensverbetering is geweest. Indien er een maatregel is opgelegd dan kan dat duiden op het niet nakomen van de inspanningsverplichting, maar dit dient nog wel individueel beoordeeld te worden. Bij bijstandsgerechtigden die korter dan de referteperiode in de bijstand zitten wordt een lichte toets uitgevoerd op de situatie vóór instroom bij de Sociale Dienst Drechtsteden. Bij belanghebbenden die in de bijstand terecht komen, is nauwelijks te veronderstellen dat er zicht was op inkomensverbetering. Op basis van de aanwezige beleidsvrijheid van de inkomensadviseur of klantregisseur wordt de situatie beoordeeld en wordt de beoordeling in het dossier en de beschikking vermeld. Voor niet bijstandsgerechtigden geldt dat er individuele toetsing moet plaatsvinden.

Voor klanten van het UWV geldt dat de inspanningsverplichting door het UWV wordt bijgehouden. Op het moment dat er geen maatregelen of sancties zijn opgelegd door het UWV, kan worden uitgegaan dat de belanghebbende voldoet aan zijn inspanningsverplichting. Bij aanvragers die arbeid verrichten is het erg moeilijk en tijdrovend om vast te stellen of zij zicht hebben op inkomensverbetering en of zij aan een inspanningsverplichting voldoen. Hierbij geldt dat van iemand die werkt kan worden verwacht dat zij een kans op een beter betaalde baan niet afwijzen. Zodoende mag worden verondersteld dat een werkend iemand de kans op inkomensverbetering altijd benut zou hebben. Voor de inspanningsverplichting geldt dat aan deze aanvragers wel wordt gevraagd op welke wijze zij zich hebben ingezet om het inkomen te verbeteren. De beoordeling vindt plaats op basis van de verklaring van de inwoner.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/429/documents/9023