CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2.9b DG&J Begroting 2025 GR dd 20240415.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 18 juni 2024, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 19: Doorlopende lijst ingekomen stukken31.196 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De situatie varieert overigens sterk per gemeente. Voor de jaren 2026 en verder wordt een forse afname van de Rijksbijdragen voor jeugdhulp verwacht. Dit is gekoppeld aan de besparingen uit de Hervormingsagenda. Regionale versus landelijke kostenontwikkeling Zoals in voorgaande bestuursrapportages is gerapporteerd, op basis van verschillende landelijke onderzoeken, zijn de uitgaven voor jeugdhulp en de groei hiervan in onze regio veel lager dan gemiddeld in de rest van het land. Indexatie De indexatie voor 2024 (6,1%) komt aanzienlijk hoger uit dan de indexatie opgenomen in de jaarschijf 2024 van de laatste primaire begroting (3,6%). Hierbij is de landelijke overeengekomen indexatiemethode gevolgd. De indexatie 2025 van de primaire begroting 2025 is 4,64%. De indexatie in de primaire begroting wordt voorgeschreven door gemeenten in haar kaderstelling aan de DG&J. Deze indexatie wordt later bijgesteld als de landelijke indexatie voor jeugdhulp bekend is.

Begroting 2025 (bedragen x € 1.000) Serviceorganisatie Jeugd Product Saldo baten en lasten Mutaties reserves Geraam d resultaat

Jaarrekening 2023 Lasten

Baten

134.020 134.020

Begroting 2024 na wijzigingen

Saldo

Lasten

Baten

134.020

0

133.150

134.020

0

133.150

Begroting 2025

Saldo

Lasten

Baten

133.150

0

150.171

150.171

Saldo 0

133.150

0

150.171

150.171

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

134.020

134.020

0

133.150

133.150

0

150.171

150.171

0

Met ingang van de begroting 2018 mag de overhead niet meer aan de programma's worden toegerekend. Inclusief overhead, bedraagt de totale omvang van de begroting van de SOJ € 156,1 miljoen. De omvang van de overhead bedraagt € 5,9 miljoen. Voor 2024 bedroeg de totale begrote omvang € 138,4 met een overheadomvang van € 5,25 miljoen.

De gemeentelijke bijdragen 2025 uit het laatste meerjarenperspectief bedroegen € 138,2 miljoen (inclusief overhead). In onderstaande tabel zijn de mutaties opgenomen naar de primaire begroting 2025. Ten opzichte van de begroting 2024 gelden dezelfde mutaties

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

45

met uitzondering van het verschil van € 0,2 miljoen tussen de begroting 2024 en de jaarschijf 2025 uit het vorige meerjarenperspectief. Dit wordt veroorzaakt doordat in de jaarschijf 2025 van het vorige meerjarenperspectief € 0,2 miljoen meer besparingen door gemeenten zijn opgenomen dan in de jaarschijf 2024.

Gemeentelijke bijdragen 2025 laatste meerjarenperspectief

138.204

Indexatie 2024 hoger dan laatste meerjarenperspectief

3.455

2,5%

Indexatie 2025

6.573

4,8%

Niet verwerken besparingen gemeenten vorige primaire begroting pp 2025

2.864

2,1%

966

0,7%

1.558

1,1%

Beëindiging gezinshuis en overgang jeugdigen naar kleinschalige woonvoorziening pp 2025

585

0,4%

Verlagen bezettingsgraad in tarieven Jeugzorgplus van 95% naar 90% pp 2025

255

0,2%

Netto besparing rechtmatigheidscontrole

-200 -0,1%

Verkleinen groepen 3Milieu pp 2025 Verlagen caseload jeugdbeschermers pp 2025

Per saldo groei jeugdhulpgebruik pp 2025 Gemeentelijke bijdragen primaire begroting 2025

1.811

1,3%

156.071 12,9%

Toelichting mutaties: Indexatie 2024 hoger dan laatste meerjarenperspectief In het meerjarenperspectief is uitgegaan van 3,6% indexatie. Dit wordt nu 6,1%. Indexatie 2025 Dit is de indexatie opgenomen in de kaderbrief 2024 en is 4,64%. De mutatie ten opzichte van het vorige meerjarenperspectief is 4,8% omdat de indexatie ook over de extra indexatie 2024 gaat. Verkleinen groepen 3Milieu Landelijk wordt ingezet op transformatie van residentiele jeugdhulp. Onderdeel daarvan is het terugbrengen van de groepsgrootte van negen/acht jeugdigen naar zes jeugdigen op een groep, zodat de kwaliteit van jeugdhulp geborgd wordt voor de meest kwetsbare groep jeugdigen. Ook ons landsdeel Zuidwest volgt deze ontwikkeling. Vanaf 1 april 2022 is de verkleining van de groepsgrootte doorgevoerd binnen de JeugdzorgPlus (gesloten jeugdhulp) en zijn de tarieven daarop aangepast. Ook andere open residentiele voorzieningen wordt ingezet op verkleining van de groepen. Dit betreft vooral de 3 milieu voorzieningen, waar op locatie verblijf, begeleiding, dagbesteding/onderwijs en behandeling gecombineerd wordt. Om tot groepsverkleining te komen hebben jeugdhulpaanbieders te maken met incidentele kosten, vastgoedtransitie en structurele kosten. Structurele kosten betreffen de zorgkosten per jeugdige, namelijk verkleining van de groep en meer uren inzet per groep.

Dit brengt hogere personele inzet en indirecte kosten met zich mee en vraagt om een aanpassing van de tarieven. Als gevolg van de kleinere groepen en de intensievere behandeling neemt de behandelduur mogelijk af. Hiermee is in de begroting al rekening gehouden. Het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van deze voorziening is in 2023 gedaald. De meerkosten van de kleinere groepen zijn in deze primaire begroting daardoor gedaald tot € 1,4 miljoen en inclusief de aanname van een kortere behandelduur tot € 0,97 miljoen. Op basis van het aantal jeugdigen in zorg in 2022 zouden de meerkosten € 3,3 miljoen bedragen. Beiden op prijspeil 2025. Verlagen caseload jeugdbeschermers Landelijk zijn afspraken gemaakt over verlaging van de caseload van jeugdbeschermers. Op basis hiervan zijn landelijke tarieven vastgesteld. De impact van deze landelijke

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

46

tarieven bedraagt € 1,6 miljoen. Gemeenten ontvangen hiervoor € 0,8 miljoen extra rijksbijdrage. Volgens landelijke afspraken moet de helft van de kosten van de invoering van de landelijke tarieven gedekt worden uit daling van het volume. Het volume van jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel neemt ook in onze regio af. Deze impact is € 0,4 miljoen. en is verwerkt in de onderstaande post "Per saldo groei jeugdhulpgebruik". Landelijk wordt gemonitord of de afname van het volume voldoende blijkt te zijn om de impact van de hogere tarieven minus rijksbijdragen te dekken. Beëindiging gezinshuis en overgang jeugdigen naar kleinschalige woonvoorziening Een gezinshuis waar jeugdigen met een complexe zorgvraag verbleven is gestopt. De jeugdigen zijn overgaan naar een kleinschalige woonvoorziening. De meerkosten hiervoor bedragen € 0,6 mln. Verlagen bezettingsgraad in tarieven Jeugzorgplus van 95% naar 90% Bovenregionaal is afgesproken in de tarieven voor JeugdzorgPlus uit te gaan van een bezettingsgraad van 90% vanwege de verkleining van de groepen. Door het werken met kleinere groepen is de kans op leegstand groter. Als bijvoorbeeld 1 plek niet bezet is op een groep leidt dat bij een groep van 6 tot een hoger leegstandspercentage dan bij een groep van 9. De financiële impact hiervan is € 0,3 miljoen.

Netto besparing rechtmatigheidscontrole Er wordt voor 2025 een bruto besparing opgenomen van € 0,6 mln. bij kosten voor uitvoering van de controles, inclusief aanloopkosten van € 0,4 mln. Na dit jaar wordt op basis van een evaluatie besloten over toekomstige inzet.

Per saldo groei jeugdhulpgebruik Per saldo resteert een groei van het jeugdhulpgebruik van € 1,8 miljoen. (1,3%). De groei zit zowel op ambulante jeugdhulp als op jeugdhulp met verblijf, bij een daling van de kosten voor maatregelen jeugdbescherming. Bij de tweede bestuursrapportage 2023 was overigens al een overschrijding van € 2,0 miljoen. gerapporteerd ten opzichte van de begroting 2023. Het aantal jeugdigen met jeugdhulp is in 2023 is 11.295 en kan nog licht toenemen door laatste declaraties over 2023. De stijging ten opzichte van 2022 is 1,9%. Het aantal jeugdige inwoners is overigens in 2023 gestegen met 0,72% In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de mutaties ten opzichte van prognose 2023 opgenomen in de tweede bestuursrapportage 2023. Prognose 2023 bij 2e bestuursrapportage (exclusief jeugdteams)

137.585

Indexatie 2024

8.393

6,1%

Indexatie 2025

6.773

4,9%

966

0,7%

Verlagen caseload jeugdbeschermers pp 2025

1.558

1,1%

Netto besparing rechtmatigheidscontrole

-200 -0,1%

Verkleinen groepen 3Milieu pp 2025

Groei jeugdhulpgebruik pp 2025 Gemeentelijke bijdragen primaire begroting 2025

996

0,7%

156.071 13,4%

Begroting en bijdrage specificatie per gemeente 2025 - 2028 De opbouw van de begroting en voorlopige bijdragen per gemeente naar jeugdhulpcategorie en taakvelden (t.b.v. gemeentebegrotingen) zijn in onderstaande tabellen opgenomen. De bijdragen hebben een voorlopig karakter. Gebleken is dat de werkelijke kosten per gemeente sterk kunnen fluctueren. De bijdragen zijn voor de jaren 2025-2028 gelijk. Er wordt namelijk niet uitgegaan van groei en er zijn ook geen besparingen opgenomen.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

47

Er worden een aantal significante risico's gelopen welke niet verwerkt zijn in de begroting. Deze zijn beschreven in de risicoparagraaf. Gemeenten worden geadviseerd hier rekening mee te houden.

(bedragen x €1.000) Gemeente

Regionale zorgmarkt forecast model (FM)

Taak-gericht en subsidies

5.031 42.192 10.725 5.430 6.857 16.239 9.747 8.906 6.844 17.151 129.122

137 879 284 116 154 441 223 191 163 322 2.909

Alblasserdam Dordrecht Gorinchem Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Hoekschewaard Molenlanden Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Totaal

LTA FM

PGB FM

584 2.526 449 430 1.133 1.548 819 1.309 368 619 9.786

SOJ

251 3.347 525 236 489 1.241 666 255 226 1.118 8.353

Totaal

277 1.782 576 236 313 894 453 387 330 652 5.900

Totaal excl. JT en herverdeling compensatie voogdij

6.281 50.726 12.558 6.447 8.946 20.362 11.908 11.048 7.931 19.862 156.071

5.841 44.317 11.013 5.319 8.662 18.133 10.433 8.488 7.997 17.383 137.585

Meerjarenraming 2026-2028 Gemeente

Alblasserdam Dordrecht Gorinchem Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Hoekschewaard Molenlanden Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Totaal

Regionale zorgmarkt forecast model (FM) geen groei

Subsidies lump sum bestaand

5.059 42.374 10.783 5.454 6.889 16.330 9.793 8.946 6.877 17.217 129.722

137 879 284 116 154 441 223 191 163 322 2.909

LTA FM

PGB FM

584 2.526 449 430 1.133 1.548 819 1.309 368 619 9.786

SOJ

251 3.347 525 236 489 1.241 666 255 226 1.118 8.353

259 1.661 537 220 292 833 422 361 308 608 5.500

Totaal

6.290 50.786 12.578 6.455 8.957 20.392 11.924 11.061 7.942 19.884 156.271

2.7 Programma 7: Algemene Dekkingsmiddelen Door de vernieuwingen die binnen het BBV zijn doorgevoerd mogen baten en lasten als overhead en de algemene baten niet meer toegerekend worden aan de verschillende taakvelden. Deze dienen nu in een apart begrotingsprogramma gepresenteerd te worden. Tot en met begroting 2017 waren deze baten en lasten onderdeel van de begrotingsprogramma's behorende bij de twee organisatieonderdelen van GR DG&J. (bedragen x € 1.000) Jaarrekening 2023 Begroting 2024 na wijzigingen P6 Algemene dekkingsmiddelen Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo VPB heffing 0 0 0 0 0 0 Onvoorzien 0 0 0 0 0 0 Treasury 0 604 604 0 0 0 Overhead DGJ 8.546 8.780 234 7.091 0 0 Overhead SOJ 4.250 0 -4.250 5.253 0 0 Algemene dekkingsm. DGJ 286 315 30 0 7.091 0 Algemene dekkingsm. SOJ 0 3.597 3.597 0 5.253 0 Saldo baten en lasten 13.082 13.296 214 12.345 12.345 0 Mutaties reserves 0 58 58 0 0 0 Geraam d resultaat 13.082 13.354 272 12.345 12.345 0

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

Begroting 2025 Lasten 0 0 0 7.439 5.900 0 0 13.339 0 13.339

Baten

Saldo 0 0 0 0 0 0 0 -7.439 0 -5.900 7.439 7.439 5.900 5.900 13.339 0 0 0 13.339 0

Mutatie 347 647 -347 -647 994 994

48

Vpb heffing, onvoorzien en treasury In de begroting dienen deze twee posten te worden gepresenteerd. De verwachting is echter dat GR DG&J geen lasten of baten zal hebben die behoren bij deze begrotingsposten. Overhead en overige algemene dekkingsmiddelen De overhead bevat alle lasten die ter ondersteuning van het primaire proces worden gemaakt. Gedacht moet worden aan salarislasten van leidinggevenden (ongeacht of zij deels werkzaam zijn voor een taakveld), medewerkers financiën, huisvesting en SGD. De algemene baten en lasten betreffen baten die worden ontvangen ter dekking van de overhead. Voor 2025 is bij de SOJ € 400.000 aan apparaatslasten incidenteel toegevoegd ten behoeve van het rechtmatigheidsonderzoek naar onjuiste declaraties door zorgaanbieders. De besparing geraamd op € 600.000 (terug te vorderen declaraties) is verwerkt in programma 6, onderdeel jeugdhulp.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

49

3 Verplichte paragrafen Het moment van opstellen van de begroting 2025 verloopt parallel met het opstellen van de jaarstukken 2023. Hierdoor is zijn de paragrafen grotendeels vergelijkbaar met de paragrafen die zijn opgenomen in de jaarstukken 2023.

3.1 Weerstandvermogen en risicobeheersing Kaders In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 22 december 2022 is de nota risicomanagement en weerstandvermogen vastgesteld. Hierin is vastgelegd hoe risico's binnen de Dienst Gezondheid en Jeugd worden geïnventariseerd, gekwalificeerd beheerst en waar nodig gekwantificeerd. Risicobeheersing Voor het bepalen van een gewenst weerstandsvermogen is inzicht nodig in de omvang en in de achtergronden van de risico’s en de risicobeheersing. De actuele en relevante inzichten omtrent de risicobeheersing zijn als volgt omschreven: - Risicobeheersing jeugdhulp SOJ - Risicobeheersing bedrijfsvoering SOJ - Risicobeheersing GGD, VT, LVS en bedrijfsvoering GR Risicobeheersing jeugdhulp SOJ Risico's gerelateerd aan jeugdhulpgebruik bij dalende rijksbijdragen Deze financiële risico's richten zich vooral op de ontwikkeling van de kosten van jeugdhulp in relatie tot de begroting en de toekomstige (vanaf 2026) sterke daling van de rijksbijdragen voor jeugdhulp. De afgelopen twee jaar hebben de kosten zich gestabiliseerd als de inflatie/indexatie en (boven)regionale ontwikkelingen en keuzes buiten beschouwing worden gelaten. Dit betreft bijvoorbeeld de continuïteitssteun en groepsverkleining JeugdzorgPlus, caseload verlaging jeugdbescherming en een beschikbaarheidsvergoeding voor een regionale crisisvoorziening.

In de Hervormingsagenda zijn een aantal programmalijnen opgenomen die moeten leiden tot een forse afname van de kosten. In lijn hiermee worden de rijksbijdragen sterk afgebouwd. Als het niet lukt de kosten te laten dalen, ontstaat er een groot tekort tussen rijksbijdragen en kosten jeugdhulp. Gemeenten en SOJ nemen de uitvoering van de maatregelen gezamenlijk ter hand. Risico vanwege hoge inflatie en inhaal indexatie In de begroting is rekening gehouden met een indexatie van 4,64 procent in 2025. Voor 2024 is de indexatie 6,10 procent. Onzekerheden in de ontwikkeling van de inflatie zowel in 2024 als in 2025 kunnen de indexatie van tarieven verder doen oplopen.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

50

Met terugwerkende kracht declareren van PGB-budgetten Van de verstrekte PGB-budgetten wordt circa 65% daadwerkelijk besteed. In de huidige gemeentelijke verordeningen en beleidsregels zijn geen beperkingen opgelegd aan het met terugwerkende kracht over oude jaren indienen van declaraties. Wel geldt de algemene wettelijke regel dat dit na 5 jaar niet meer kan. Ter referentie: over de jaren 2018-2022 zou nog een bedrag van € 17,2 mln. gedeclareerd kunnen worden. De ervaring leert dat hier zeer beperkt gebruik van wordt gemaakt. De realisatie 2023 is nog niet bekend bij opmaak van de begroting. Daarom is ter referentie 2018-2022 genomen. Inzet duurdere diensten ten opzichte van ingezette dienstverlening Aanbieders kunnen een dienst declareren die geen recht doet aan de ingezette dienstverlening, bijvoorbeeld omdat het ingezette opleidingsniveau niet voldoet aan de gestelde eisen van de dienst. Dit wordt ook wel aangeduid met upcoding. SOJ monitort dit actief in het contractmanagement. Indien aan de orde worden corrigerende maatregelen genomen. Continuïteitsproblemen van aanbieders die gesloten jeugdhulp leveren (JeugdzorgPlus) Er zijn in de provincie Zuid-Holland twee aanbieders die gesloten jeugdhulp leveren. Deze zijn financieel in de problemen gekomen als gevolg het ingezette beleid het gebruik van gesloten jeugdhulp af te bouwen en vanwege overige bedrijfsvoeringsproblemen.

Beide aanbieders hebben continuïteitsplannen opgeleverd. Hieraan is een behoorlijk kostenplaatje van circa € 23 miljoen gekoppeld. Tegelijkertijd worden naar verwachting door de accounthoudende regio's afdoende SPUK-middelen van het Rijk ontvangen van waaruit de uitvoering van de continuïteitsplannen bekostigd kunnen worden. De accounthoudende regio's nemen de afwikkeling hiervan verder ter hand. Naar verwachting zijn er geen verdere bijdragen vanuit onze regio nodig. Zeker is dit echter nog niet. Verkleinen groepen 3Milieu De verwachte extra kosten als gevolg van het landelijk ingezette beleid van groepsverkleining en intensivering van de zorg zijn in de begroting opgenomen. In 2023 is het gebruik fors afgenomen, waardoor de meerkosten lager zijn dan op basis van het hogere gebruik in 2022. Als het gebruik weer stijgt nemen de meerkosten van de groepsverkleining ook weer toe. Dit risico is opgenomen in de risicotabel onder het generieke risico op een hogere kostenontwikkeling. Daarnaast is de aanname gedaan dat de behandelduur afneemt. Als dit effect niet optreedt, leidt dit tot extra kosten. Dit risico is opgenomen in de risicotabel. Rentabiliteit kleinschalige woonvoorzieningen "De Break" is een verlieslatende woonvoorziening. Voor 2024 is vooruitlopend op een nadere analyse voor een half jaar € 250.000 ter beschikking gesteld ter afdekking van het exploitatietekort.

In de begroting 2025 en verder is geen aanvullende beschikbaarheidsbekostiging ter afdekking van het exploitatietekort opgenomen. Mogelijk moet hiervoor een bedrag beschikbaar worden gesteld. Hybride groepen JeugdzorgPlus Bij de transformatie van JeugdzorgPlus komen gesloten groepen en jeugdigen uit 'zware' open groepen samen in hybride (open) groepen. Voor jeugdigen die overgaan van een open groep naar een hybride groep leidt dit tot extra kosten vanwege kleinere groepsomvang en hogere inzet van personeel. Gezien de ernst van de problematiek van

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

51

deze jeugdigen in de 'zware' open groepen waren groepsgrootte en inzet niet meer passend voor deze doelgroep. Met de hybride groep wordt beoogd dat jeugdigen met een machtiging gesloten jeugdhulp niet meer hoeven te veranderen van groep en voor jeugdigen zonder deze machtiging, maar wel met ernstige problematiek een passende plek wordt geboden, waarbij dure 1 op 1 begeleiding mogelijk kan worden voorkomen. Daarnaast leidt de kleinere groep mogelijk ook tot een kortere verblijfsduur. Middels triage zal bepaald worden welke jeugdigen thans in een open groep in aanmerking komen voor een plaats in een hybride groep. De uitkomst hiervan is nog niet bekend. Geschat wordt da het gaat om circa vier jeugdigen. Gezien de onzekerheid van de aantallen en het moment van invoering is dit nog niet in de primaire begroting opgenomen. De mogelijke besparingen als gevolg van minder 1 op 1 begeleiding en kortere verblijfsduur zijn niet in te schatten. Risicomarge Het kernteam heeft in een eerder advies gevraagd de risico's te vertalen naar een risicomarge die gemeenten kunnen hanteren bij verwerken van de begroting in de exploitatie of in het weerstandsvermogen. De onzekerheidsmarge in de zorgvraag is afhankelijk van de omvang van (de jeugdhulp in) de gemeente. Hier wordt gewerkt met bandbreedtes. Dit leidt tot onderstaande tabel.

Omvang jeugdhulp in gemeente in €mln. 5 tot 10

10 tot 15 15 tot 20 >40

Hogere inflatie dan begroot en inhaalindexatie

pm

pm

pm

pm

Continuiteit jeugdzorgplus

pm

pm

pm

pm

Risico:

Risicomarge

Opmerking: Waarschijnlijk worden voldoende SPUK bijdragen van het Rijk ontvangen

Hybride groepen JeugdzorgPlus

0,4%

0,4%

0,4%

0,4%

Rentabiliteit en beschikbaarheid kleinschalige verblijfszorg

1,0%

1,0%

1,0%

1,0%

Niet optreden effect afname behandelduur verkleinen groepen 3milieu

0,3%

0,3%

0,3%

0,3%

Subtotaal

1,7%

1,7%

1,7%

1,7%

Risico op hogere kostenontwikkeling jeugdhulp / dure jeugdigen Totaal

10%

7,5%

5%

2,5%

11,7%

9,2%

6,7%

4,2%

Risicobeheersing bedrijfsvoering SOJ De GR DG&J maakt zowel voor de bedrijfsvoering SOJ als voor GGD, VT, LVS en de bedrijfsvoering van de GR als geheel gebruik van het volgende model om de risico's te rangschikken. Kans

Financiële impact

Dat het risico zich voordoet 4

3

2

1

x > € 2 mln

€ 2 mln < x <

€ 0,5 mln < x <

x < € 0,1 mln

€ 0,5 mln

€ 0,1 mln

4 zeer grote kans >75%

16

12

8

4

3 grote kans 50-75%

12

9

6

3

2 middelgrote kans 25-50%

8

6

4

2

1 kleine kans < 25%

4

3

2

1

Hierna wordt eerst verder ingegaan op de risicobeheersing in de bedrijfsvoering van SOJ. Voor SOJ zijn de reguliere financiële en niet-financiële bedrijfsvoeringrisico's voor alle processen in kaart gebracht. Dit heeft geleid tot een omvangrijke lijst. Op alle risico's zijn beheersmaatregelen geformuleerd. Deze worden periodiek geëvalueerd en indien nodig

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

52

bijgesteld. In deze begroting zijn – op basis van het beschreven model – de oranje en roodgekleurde risico's zijn in onderstaand schema visueel weergegeven:

Vervolgens zijn in de tabel hierna zijn de betreffende (oranje) risico's beschreven. Het totale risico op hogere kosten van jeugdhulp dan er is begroot en financieel beschikbaar is bij gemeenten, komt samen in het roodgekleurde risico A36. Dit is een samenstelling van een aantal onderliggende risico's.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

53

Risicobeheersing GGD, VT, LVS en bedrijfsvoering GR Op basis van het model voor het rangschikken van risico's van de GR zijn in onderstaande tabel zijn de geïnventariseerde risico’s weergegeven m.b.t. de GGD, VT, LVS en bedrijfsvoering van de GR. Ook is aangegeven of het risico incidenteel dan wel structureel is. Deze risico's omvatten slechts dat deel van de totaal door de GR DG&J in kaart gebrachte risico's welke gekwantificeerd kunnen worden en 'resteren' na het nemen van beheersmaatregelen.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

54

Hieronder volgt een toelichting op de in de tabel benoemde risico's. Batenraming De producten van de DG&J worden hoofdzakelijk gefinancierd uit inwoner- en directe gemeentelijke bijdragen. Een deel van de inkomsten heeft echter een fluctuerend karakter, zoals de subsidies in het kader van Veilig Thuis en de opbrengst van de polikliniek voor onder meer reizigersvaccinaties. In de begroting zijn verder ramingen opgenomen voor onder meer OGGZ, WMO toezicht en kinderopvang waarvoor jaarlijks een traject met gemeenten wordt doorlopen over de omvang vergoeding van het takenpakket (in de vorm van offertes/DVO's). Hierdoor is er een risico dat de realisatie van deze baten afwijkt van de raming. Het risico is gehandhaafd op € 250.000. Autonome groei Onder dit risico wordt verstaan de mogelijke extra inzet van mensen en middelen indien er een hoger dan voorzien beroep wordt gedaan op de dienstverlening in brede zin (GGD, VT, LVS en hiermee samenhangende ondersteuning) van DG&J. Een voorbeeld hiervan is ook de (extra) inzet in crisissituaties. In de parallel voor 2025 opgestelde begroting is beoogd de autonome groei zo reëel mogelijk te ramen. Bij onder meer VT en LVS gaan we bij deze - zo reëel mogelijke raming uit van mensen en middelen - uit van een inzet die aanzienlijk onder de landelijke normen en benchmarks liggen.

Mede op basis van het stijgend aantal meldingen betekent dit een risico voor de bedrijfsvoering, personele inzet en aansturing van de organisatie in de breedte en VT en LVS in het bijzonder. Hiertoe is vooralsnog een structureel risico van € 750.000 opgenomen. Uitvoering (Jong) JGZ In de JGZ wordt gestreefd naar een forse wijziging van het aantal contactmomenten. De impact hiervan en de gevolgen voor de uitvoering en de financiën worden naar verwachting in het derde en vierde kwartaal van 2024 meer duidelijk. Dit effect kan nog niet worden verwerkt in deze begroting. Daarnaast speelt dat de uitvoering van de JGZ door Jong JGZ wordt uitgevoerd. Van Jong JGZ is een afwijkend indexatieverzoek voor 2024 en verder ontvangen (bovenop de reguliere indexatie). Deze kan ook impact hebben op de begroting voor 2025 en verder, maar is nog niet te kwantificeren. Hiertoe is in deze risicoparagraaf een p.m. opgenomen. Claims De DG&J kent een grote verscheidenheid aan producten. Om de kwaliteit hiervan te borgen worden de nodige inspanningen geleverd, mede in het kader van de HKZcertificatie (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector). Risico's op fouten

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

55

(miscommunicatie, foutieve registraties) en hieruit mogelijk voortkomende schadeclaims zijn echter nooit in zijn geheel uit te sluiten. Op moment van opstellen van deze begroting loopt nog de zogenoemde ICAM-claim, waarover in eerdere p&c-documenten is gerapporteerd. Het zal waarschijnlijk tot 2026 duren voordat er een uitspraak van de rechtbank volgt. Op dit punt zijn (t.o.v. 2e burap 2023) geen ontwikkelingen te vermelden en zien wij, gelet op de procedure die nog moet worden doorlopen, geen aanleiding om ten aanzien van deze claim een financieel risico te kwantificeren. Het algemene risicobedrag voor claims handhaven we op € 150.000. Loon- en prijsstijgingen Conform de notitie kaderstelling op de GR-en houdt de DG&J rekening met een loon- en prijs indexatie bij het opstellen van de begroting. Daarvoor moet, conform deze notitie, uitgegaan worden van de indices van de septembercirculaire van het vorige begrotingsjaar. In deze begroting is op basis van het principe van reëel raming rekening gehouden met herziene indexatie over 2024 en de impact daarvan op 2025 en verder. Hiertoe kan het algemene risicobedrag voor loon- en prijsstijgingen dalen naar € 100.000. Transitie SCD-SGD Tot ultimo 2021 steunde de DG&J voor ICT, HRM, juridische diensten en inkoop op het Servicecentrum Drechtsteden (SCD).

Vanaf 2022 is het SCD ondergebracht bij de Servicegemeente Dordrecht (SGD) en is de gemeente Dordrecht als servicegemeente verantwoordelijk voor de taakuitvoering. Met de SGD is hiervoor een overeenkomst tot en met 2025 gesloten waarbij afspraken zijn gemaakt over onder meer de omvang en prijs van de te leveren diensten. Door de SGD wordt ook een vervolg gegeven aan het door het SCD ingezette traject "ICT Beweegt" waarmee een transitie naar een regie-organisatie op het gebied van ICT wordt beoogd en de uitvoering van operationele taken meer in de markt worden belegd. Deze transitie brengt kansen maar ook mogelijke (financiële) risico's met zich mee. Met name het privacygevoelige karakter van het takenpakket van de DG&J brengt namelijk met zich mee dat er hoge eisen (moeten worden) gesteld aan de informatiebeveiliging. Indien daarin niet kan worden voorzien door het SGD/leveranciers dan vraagt dit mogelijk aanvullende inspanningen en kosten. Verder blijkt inmiddels dat de transitie ook aanvullende investeringen vraagt in hardware (zero-clients moeten worden vervangen) en het (eerder) vervangen van mobiele telefoons en tablets zodat deze aan de gevraagde specificaties voldoen. De transitie omtrent ICT Beweegt en de hogere eisen omtrent informatiebeveiliging vragen om een nadere uitwerking.

De raming in deze risicoparagraaf is opwaarts bijgesteld naar € 200.000 in deze risicoparagraaf. Pandemische paraatheid In het kader van de bestrijding van COVID-19 zijn in 2023 inspanningen verricht door DG&J en 2024 wordt het jaar van verdere borging van de bestrijding hiervan én het paraat staan voor eventueel nieuwe pandemieën. In de begroting 2025 wordt gevraagd om een verhoging van de inwonerbijdrage met € 70.000 structureel om deze werkzaamheden uit te kunnen voeren. Dit omdat de kosten niet volledig door het Ministerie van VWS worden gedekt en er een gat ontstaat met de formatienormering uitgevoerd door Berenschot. Er zit een bandbreedte in de kosten die mogelijk door het ministerie worden gedekt en de verdeling over de GGD'en. Op basis hiervan is een structureel risico opgenomen in de risicoparagraaf van € 90.000.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

56

COVID-19 Het Ministerie van VWS is voornemens is om richting de toekomst de vergoedingssystematiek te veranderen in een 'prijs per prik'. Dit betekent dat de vergoeding voor een GGD afhankelijk is van het aantal gezette prikken in de betreffende regio. Op dit moment is nog onduidelijk of de vergoeding op basis van een 'prijs per prik' definitief door zal gaan, per wanneer dit het geval gaat zijn en op welk prijsniveau deze vergoeding komt te liggen. DG&J heeft enkele specifieke kenmerken, waardoor onze GGD relatief hoge kosten per prik moet maken ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Denk bijvoorbeeld aan de beperkte omvang van onze GGD waardoor veel met inhuur moeten worden gedaan, we hebben geen JGZ in huis en dat er sprake is van een grote geografisch oppervlakte. Indien de vergoedingssystematiek wordt aangepast naar een prijs per prik en het prijsniveau lager ligt dan ons kostenniveau tot op heden, dan moeten er mogelijkerwijs inhoudelijke keuzes worden gemaakt (bijvoorbeeld door niet of beperkt te prikken in de kleinere gemeenten in onze regio) en komt het financieel risico bij DG&J te liggen. Vanwege het onzekere karakter is het in eerdere p&c-documenten omschreven impactrisico van COVID-19 bijgesteld naar het eerdere niveau van € 200.000.

Organisatieontwikkeling en bedrijfsvoering Geconstateerd is dat op diverse vlakken organisatieontwikkeling nodig is en het verstandig is voorstellen voor verdere verbetering en borging van de bedrijfsvoering voor te bereiden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan ontwikkelingen in de huisvesting (herinrichting KL-weg en incidentele kosten verhuizing JdW), vitaliteit, opleidingen, arbeidsmarktcommunicatie, MJP uitvoeringsbudget en verduurzaming en versterken van het medisch profiel om onder meer op de in deze begroting genoemde ontwikkelingen voorbereid te zijn. Omdat de impact nog onvoldoende helder is, is een p.m.-post opgenomen in deze risicoparagraaf. Renteontwikkeling In de jaarstukken 2023 is een incidentele rentebate opgenomen en in deze begroting is aangegeven dat gezien het onzekere karakter is het vooralsnog niet mogelijk om met eventuele rentebaten in de toekomst rekening te houden. Mochten eventuele rentebaten zich blijven voordoen dan kan op een later moment worden geanalyseerd in hoeverre er structurele elementen zitten in deze incidentele middelen. Rentebaten kunnen als een positief risico worden voorzien, maar gezien het onzekere karakter is ook hiertoe is een p.m.-post opgenomen in deze risicoparagraaf.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

57

Weerstandsvermogen De weerstandsratio geeft de verhouding tussen de risico's en het weerstandsvermogen van de GR DG&J. Het weerstandsvermogen bestaat uit het totaal van de reserves, de post onvoorzien en de stille reserves. De GR DG&J heeft geen post onvoorzien en stille reserves. Binnen de GR DG&J heeft de Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) geen reserves. Zoals opgenomen in de bijdrageverordening komen tegenvallers en meevallers ten opzichte van de begroting voor jeugdhulp ten laste respectievelijk ten gunste van de deelnemende gemeenten. Dit betekent dat de weerstandscapaciteit gelijk is aan de omvang van de reserves van de GR DG&J, ofwel € 1,9 miljoen (stand per 31 december 2023). Gezien de financiële omvang van de risico's, € 1,74 miljoen, leidt dit tot een weerstandsratio van 1,1. Dit betekent dat de GR DG&J in staat is om onvoorziene risico's op te kunnen vangen. Hierbij moet tevens de kanttekening worden geplaatst, dat van de reserves (€ 1,9 miljoen) € 1,4 miljoen is bestemd voor het opvangen van nog resterende frictiekosten als gevolg van de uittreding Leerdam/Zederik (en de nog resterende impact daarvan op de organisatie van de GR). Als deze reserve buiten beschouwing wordt gelaten, dan bedraagt de weerstandsratio 0,27. Dit betekent dat de risico's ruimschoots het weerstandsvermogen overtreffen.

Impact op risico-inventarisatie bij deelnemers aan de GR De deelnemers aan de GR benoemen in hun gemeentelijke begroting welke risico's er zijn ten aanzien van hun deelname aan de gemeenschappelijke regeling. Daarbij worden verschillenden modellen en benaderingen gehanteerd. Gezien de omvang van de risico's in relatie tot het beschikbare weerstandsvermogen is het van belang om de omvang en de voeding van de algemene reserve goed te blijven monitoren.

3.2 Financiële kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat gemeenschappelijke regelingen een basis set van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarrekening. De schuldquota leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte en weerstandsratio zijn voor DG&J van toepassing.

Netto schuldquote

Realisatie Begroting 2023 2024 -0,76% -0,76%

Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 -1,40% -1,42% -1,43%

Begroting 2028 -1,44%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

-0,77%

-0,77%

-1,56%

-1,58%

-1,59%

-1,60%

Solvabiliteitsratio

5,57%

5,57%

7,82%

7,84%

7,86%

7,88%

Structurele exploitatieruimte

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

Weerstandsratio

1,1

1,1

1,1

1,1

1,1

1,1

Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van GR DG&J ten opzichte van de eigen middelen. Een percentage tussen de 0% en 100% is voldoende. Een quote boven de 130% is een indicatie voor een te hoge schuld. De norm houdt in dat de netto schuldquote ruim onder de 130% dient te zijn wanneer zij voornemens is een

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

58

grote investering te doen. GR DG&J heeft een netto schuldquote van 0,76% negatief. De verwachting is dat in 2025 GR DG&J geen schulden heeft. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan in hoeverre het bezit is gefinancierd met eigen vermogen. Het ratio is de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal en geeft aan in hoeverre het bezit op de balans is afbetaald. Normaal bevindt het solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. GR DG&J heeft een ratio van 5,57%. Dit percentage laat zien dat DG&J voldoende middelen heeft om de schulden af te lossen, maar gezien het lage percentage er beperkte omvang van eigen vermogen is. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is een maatstaf voor het verschil tussen structurele baten en lasten met in achtneming van beperkingen en verruimingen van de exploitatie door dotatie en onttrekking aan reserves. De maatstaf geeft aan welke structurele ruimte GR heeft om de eigen lasten te dragen. De GR kan de structurele lasten dekken uit de structurele inkomsten. Weerstandsratio De weerstandsratio geeft de verhouding aan tussen de risico's en het weerstandsvermogen van GR DG&J. Het weerstandsvermogen bestaat uit het totaal van de reserves, de post onvoorzien en de stille reserves. GR DG&J heeft geen post onvoorzien en stille reserves.

Dit betekent dat de weerstandscapaciteit gelijk is aan de omvang van de reserves, ofwel € 1,9 miljoen. Gezien de financiële omvang van de risico's, € 1,3 miljoen, leidt dit tot een weerstandsratio van 1,4. Dit betekent dat GR DG&J ruimte heeft om onvoorziene risico's op te kunnen vangen.

3.3 Onderhoud kapitaalgoederen De GR DG&J heeft, anders dan kantoormeubilair en gebouw gebonden installaties, geen kapitaalgoederen.

3.4 Financiering In december 2018 is door het Algemeen Bestuur het financieringsstatuut vastgesteld. Dit financieringsstatuut vormt het kader voor beleid en uitvoering van de treasuryfunctie. De concrete uitvoering hiervan is belegd bij het SGD. Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn de kasgeldlimiet, de renterisico’s en de kredietrisico’s. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het bedrag wat DG&J per jaar maximaal met kort geld mag financieren. Volgens de Wet Fido bedraagt deze limiet 8,2% van het totaal van de exploitatiebegroting. Gezien de omvang van de begroting 2025, € 201 miljoen, mag

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

59

DG&J haar financiële huishouding voor maximaal circa € 16,5 miljoen met kort geld financieren. De verwachting is dat DG&J ook in 2025 voldoende middelen zal hebben, waardoor geen kortlopende financiering nodig zal zijn. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel om, binnen de portefeuille aan langlopende leningen, een overmatige afhankelijkheid van de rente in een zeker jaar te voorkomen. Om dat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm niet meer dan 20% zijn van het begrotingstotaal. De renterisiconorm van DG&J bedraagt voor 2025 € 40,2 miljoen. De verwachting zal zijn dat DG&J geen langlopende leningen zal aangaan in 2025. Financiering DG&J heeft begin 2016 de BNG Financieringsovereenkomst (krediet- en depotarrangement) ondertekend. Daarbinnen kan DG&J gebruik maken van kredietfaciliteiten. Vanwege een structurele overliquiditeit is het de verwachting dat geen kasgeldleningen zullen worden aangetrokken. Schatkistbankieren Bij het verplicht schatkistbankieren mag DG&J een bedrag van 2% van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. (bedragen x € 1.000)

Benutting drempelbedrag schatkistbankieren Begrotingstotaal Wettelijk percentage Drempelbedrag

201.109 2% 4.022

Rentelasten en renteresultaat Een van de vernieuwingen van het BBV is dat het gehanteerde rentepercentage voor afschrijvingen berekend dient te worden aan de hand van de geprognosticeerde baten en lasten. Tot en met 2017 werd in de begroting rekening gehouden met een omslagrente van 4%. Vanaf 2018 dient de omslagrente gelijk te zijn aan de verhouding tussen het saldo van rentebaten en –lasten ten opzichte van de boekwaarde van de vaste activa. Aangezien de verwachting is dat DG&J geen vreemd vermogen zal aantrekken, zal zij geen rente hoeven betalen. Door de liquiditeitspositie van DG&J, zal aan schatkistbankieren moeten worden gedaan. De verwachting is dat de rente over de middelen die in de schatkist zitten nihil zal zijn. Dit betekent dat DG&J voor 2025 een omslagrente van 0% zal hanteren.

3.5 Bedrijfsvoering De Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid is een overheidsorganisatie waarin de tien gemeenten in de regio Zuid-Holland Zuid samenwerken. De samenwerking wordt beschreven in onze gemeenschappelijke regeling. De Wet gemeenschappelijke regelingen is het juridisch kader daarvoor. De organisatieonderdelen geven, elk op hun eigen terrein, invulling aan de aan hen toebedeelde taken.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

60

DG&J doet dit op het gebied van: • publieke gezondheid en preventieve gezondheidszorg (GGD); • onderwijs, leerplicht en voortijdig schoolverlaten (LVS); • jeugdhulp en jeugdbescherming (SOJ); • maatschappelijke ondersteuning, in het bijzonder huiselijk geweld en kindermishandeling (VT). • geneeskundige hulpverlening. Met de bestrijding van Covid-19 is een forse inspanning geleverd door de DG&J welke ook een (tijdelijke) forse uitbreiding van de bedrijfsvoeringstaken heeft gevraagd. Deze waren deels direct ondergebracht bij de uitvoeringsorganisatie zelf en deels bij het cluster bedrijfsvoering. Vanaf medio 2023 is de uitvoeringsorganisatie Covid ingevlochten en ondergebracht bij de DG&J organisatie alsmede ook de daarbij verbonden bedrijfsvoeringstaken. Begin 2024 is een besluit genomen om de DG&J organisatiestructuur aan te passen. Het organisatieplan “Op goede bodem” beschrijft de voorgestelde aanpassingen. In het verlengde daarvan is tevens een adviesrapport “Gewoon goede bedrijfsvoering en concerncontrol” opgesteld voor de toekomstige inrichting van het huidige cluster bedrijfsvoering. Deze wijzigingen hebben geen effect op de begroting. Overkoepelende ontwikkelingen Op- en afschalen van de organisatie In voorgaande paragrafen bedrijfsvoering is beschreven op welke wijze de organisatie in de loop der jaren is aangepast.

Denk bijvoorbeeld aan de uittreding uit de GR van de voormalige gemeenten Leerdam en Zederik, het invlechten van de Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) en het in 2023 op papier integreren van de COVID-organisatie. Daarnaast worden opdrachten verwacht (2024) van het ministerie van VWS om een structurele vaccinatievoorziening te organiseren binnen de GGD en loopt een bestuursopdracht JGZ. Al deze ontwikkelingen zijn of worden in de GR-organisatie opgevangen, maar hebben impact op de (ondersteunende) bedrijfsvoering. De ontwikkeling van de organisatie van onze bedrijfsvoering heeft niet altijd gelijke tred gehouden met het op- en afschalen van het primaire proces, waardoor knelpunten zijn ontstaan. Knelpunten in de bedrijfsvoering De grotere impact van regelgeving en verantwoording zorgt daarnaast voor knelpunten in de bedrijfsvoering. Zo heeft de accountant gevraagd om de senior capaciteit in de financiële functie verder te borgen in de organisatie met oog op de eerder genoemde ontwikkelingen in de rechtmatigheidsverantwoording en steeds grotere toename van verantwoordingseisen voor bijvoorbeeld specifieke uitkeringen. Ook bij de terugblik en vooruitblik verderop in deze paragraaf is de grotere impact van regelgeving te onderkennen, bijvoorbeeld op gebied van informatievoorziening.

Ten aanzien van de financiële functie is in deze begroting een voorstel opgenomen om incidentele capaciteit waarvoor inhuur plaatsvindt om te zetten naar structurele formatie waar vaste krachten kunnen worden geworven en betere borging plaatsvindt.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

61

Uitgangspunt: Meer uniforme administratie en eenduidige doorbelasting van overhead Bij het oplossen van knelpunten in de organisatie (en dus breder dan de bedrijfsvoering) doet zich bovendien een ander knelpunt voor. Er wordt binnen de GR met veel zogenoemde DVO’s gewerkt. Er wordt veel maatwerk verricht, waarbij in het verleden specifieke afspraken zijn gemaakt over bijv. de omvang van overhead die mag worden toegerekend aan een product of dienst. Hierdoor kan het in sommige gevallen voorkomen (bijv. Veilig Thuis) dat de overhead kunstmatig laag moet worden gehouden, wat als effect heeft dat de overhead op andere programma’s hoger uitvalt. Er zijn dus schotten ontstaan die kunnen leiden tot een minder duidelijk beeld van daadwerkelijke kosten van sommige producten. Vanuit het verder bevorderen van de concerngedachte moet stapsgewijs de doorbelasting worden vereenvoudigd en moet het mogelijk worden om meer uniform administratie te voeren. Dit moet het ook eenvoudiger en meer transparant maken als we in de toekomst verder de organisatie moeten op- of afschalen. Vanuit dit uitgangspunt willen we voorstellen voorbereiden die stapsgewijs de administratie en doorbelasting verder vereenvoudigen een meer eenduidig maken.

Terugblik en vooruitblik op specifieke ontwikkelingen Omdat de jaarstukken 2023 en de begroting 2025 parallel worden opgesteld is ervoor gekozen om deze paragraaf waar mogelijk zodanig op te stellen dat hierin zowel een terugblik als een vooruitblik wordt gegeven op een aantal thema's die spelen op het onderdeel bedrijfsvoering. Daarmee wordt beoogd voor dit onderdeel een meer samenhangend beeld te schetsen. Achtereenvolgens komen aan bod: • Informatisering • Personeel • Huisvestiging • Financiën • Kwaliteit Informatisering Informatie is een belangrijk bedrijfsmiddel voor de organisatie. Iedere medewerker heeft informatie nodig om zijn/haar werk te kunnen doen. Het cluster bedrijfsvoering, en in het bijzonder het team informatievoorziening en ICT, adviseert en ondersteund de organisatie bij de vertaling van informatiebehoefte naar informatievoorziening (IV), zodat de organisatie de geschikte informatiesystemen en services tot haar beschikking heeft en deze op de juiste manier gebruikt. In 2024 met een doorloop in 2025 worden een groot aantal zaken opgepakt.

Voorbeelden hiervan zijn: • Strategisch Informatiebeveiligingsbeleid herijken en bijbehorende normeringen (NEN7510/NIS2) verder implementeren NEN 7510 implementeren; • Implementatie van Wmebv (Wet modernisering elektronisch verkeer) en WOO (Wet open overheid); • Aanvullende archiveringsaanbevelingen implementeren; • Programma ICT beweegt uitvoeren; • Websites geschikt maken in het kader van Besluit Digitale Toegankelijkheid Overheid (BDTO); • Ondersteunen najaarscampagne Covid;

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

62

• •

Onderzoeken toepassingen AI en verdere robotisering; Door ontwikkelen integraal datagedreven werken binnen de eigen organisatie en in samenwerking met ketenpartners

Beveiliging Informatieveiligheid en beveiliging heeft een hoge prioriteit binnen de gehele organisatie en de hedendaagse bedreigingen worden onderschreven. Binnen het team informatievoorziening en ICT zijn 2 adviseurs in 2023 gestart met aanvullende opleidingen (ISO) in het kader van informatiebeveiliging. Zodoende zorgt de DG&J ervoor dat de ISO rol en de kennis op het gebied van informatiebeveiliging in de eigen organisatie geborgd is. DG&J dient te voldoen aan de NEN7510 norm. In 2023 is de implementatie van NEN7510 verder opgepakt. Medewerkers van team informatievoorziening en ICT zijn getraind in de NEN7510 certificering waardoor in 2024 de implementatie van NEN7510 afgerond zal worden. Doel is NEN7510 compliant te zijn. Verder zal de Europese NIS2 richtlijn aanvullend worden geïmplementeerd. Infrastructuur Voor de ICT-infrastructuur wordt gebruik gemaakt van de dienstverlening van de Servicegemeente Dordrecht (SGD), waarmee ultimo 2021 afspraken zijn gemaakt over omvang en kwaliteit van de dienstverlening tot en met 2025. Volgens contractvoorwaarden zou uiterlijk 31 december 2023 een besluit genomen dienen te worden voor verlenging van het contract met de SGD na 1 januari 2026. Dit beslismoment is in overleg met de SGD uitgesteld.

Redenen hiervoor zijn een regio brede evaluatie van de SGD die nog in Q1 2024 doorloopt en een onderzoek naar de toekomstige bekostiging van de dienstverlening van de SGD waarvan de uitkomsten naar verwachting voor de zomer van 2024 bekend worden. De resultaten van beide trajecten zijn noodzakelijk voor een goede besluitvorming omtrent de verlenging van het SGD contract. Momenteel vindt er onder het programma ICT-beweegt een grootschalige actie plaats om de ICT-infrastructuur en dienstverlening uit te besteden bij de door het SGD gekozen leverancier KPN. De SGD zal daardoor als uitvoeringsorganisatie omgevormd worden tot een regie organisatie. Dit heeft nu en ook in de toekomst een grote impact op de ICT en automatisering zoals de devices waarmee gewerkt (kan) worden, veilige opslag van gegevens, het gebruiksgemak en de mogelijkheden van beveiliging. Streven van de SGD was om het project op 31 december 2023 afgerond te hebben echter loopt het programma vertraging op. Eerste oplevering is nu beoogd per april 2024 waarna er nog resterende werkzaamheden in 2024 zullen moeten plaatsvinden voor een gehele afronding van het project.

Personeel HRM- beleid De rechtspositie en bezoldiging van de werknemers van de dienst wordt, zoals opgenomen in de Gemeenschappelijke Regeling, bepaald door de regels welke zijn of zullen worden vastgesteld voor de werknemers in dienst van de gemeente Dordrecht, tenzij het dagelijks bestuur zelf voorziet in (onderdelen van) de rechtspositie en bezoldiging.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

63

In 2024 en 2025 worden een groot aantal zaken opgepakt. De belangrijkste zaken zijn: • Implementatie van de organisatieplannen “op goede bodem” en “gewoon goede bedrijfsvoering” • Vitaliteitsbeleid en duurzame inzetbaarheid (uit MJP), inclusief RVU maatwerkkader, verzuimtraining • Implementatie van nieuw of geactualiseerd regionaal beleid/CAO SGO, zoals o Integriteitsbeleid o Stagebeleid en -regeling o Vitaliteitsbeleid o Werktijdenregeling o Recruitmentbeleid / Werving en selectie beleidslijnen o Rapportage verplichting CO2 werk gebonden personenmobiliteit • Verbetering van werkprocessen zoals implementatie van gesprekkenportaal in Afas, Klein MTO, onderzoeken/inzetten arbeidsmarktcommunicatie, verkennen deelname aan Regionaal Traineeprogramma. • Jaarlijks terugkerende werkzaamheden, zoals functie-onderhoud, Sociaal jaarverslag 'Personeel in Beeld', HR management informatie Bezetting DG&J heeft het afgelopen ultimo 2023 466 medewerkers, inclusief inhuur (192). Er zijn 94 medewerkers werkzaam voor COVID-19. De invulling voor het cluster COVID-19 is vrijwel volledig op basis van inhuur. De verhouding man/vrouw is 25%/75% (was 30%/70%). Ziekteverzuim Het ziekteverzuim is begin 2024 ver boven de doelstelling van 5% uitgekomen. Bij de DG&J is hier voortdurend aandacht voor en wordt samen met de arbodienst geschakeld om maatwerk te leveren om het verzuim omlaag te brengen.

In 2024 en 2025 zijn hier meer directe en indirecte inspanningen nodig. Huisvesting Op het gebied van huisvesting spelen er ultimo 2023 een aantal ontwikkelingen. Er is behoefte aan een duidelijke huisvestingsstrategie voor de midden/lange termijn die in 2024 verder vastgesteld zal worden. Ontwikkelingen die invloed hebben op deze strategie zijn de veranderende huisvestingsbehoefte op de Karel Lotsyweg waarbij sinds de Covid periode meer hybride werken plaatsvindt. Er is sprake van noodzakelijk onderhoud ten aanzien van de inrichting op de Johan De Witt straat waar Veilig Thuis en OGGZ gehuisvest is. Het huurcontract hier loopt 1 augustus 2025 af er dient voor 1 augustus 2024 besloten te worden over een mogelijke verlenging van het huurcontract. Verder zijn er landelijke ontwikkelingen m.b.t. het inrichten van een VEC (Vaccinatie Expertise Centrum) wat gevolgen kan hebben voor de GGD-huisvesting, exacte timing hiervan is nog onduidelijk. Een andere ontwikkeling die invloed kan hebben op de huisvestiging is het onderzoek wat loopt naar de toekomst van de JGZ. Ook in 2024 zal er waarschijnlijk sprake zijn van een Covid najaarscampagne waar ook (tijdelijke) huisvesting voor dient te worden georganiseerd. Financiën Vanaf verslagjaar 2023 moet er gewerkt moet gaan worden met een zogenaamde

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

64

rechtmatigheidsverklaring. De daadwerkelijke scope hiervan en verdere implementatie vraagt ook in 2024 en 2025 nog nadere afstemming met onze accountant. Dit past in de trend van steeds grotere en specifiekere verantwoordingslast die op publieke organisaties als de onze ligt en vraagt de nodige capaciteit. Kwaliteit DG&J is in het bezit van het certificaat van HKZ (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector). Dit certificaat staat voor duurzame kwaliteitsverbetering in zorg en welzijn. Periodiek wordt de certificering getoetst en worden aanbevelingen en aandachtspunten benoemd. Deze zijn in de loop van 2023 geprioriteerd en op basis van nadere prioritering opgepakt. In april 2024 vindt een nieuwe toetsing plaats.

3.6 Openbaarheidsparagraaf In artikel 3.5 (Openbaarheidsparagraaf) van de Wet open overheid (Woo) wordt voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Met dit artikel is beoogd een impuls te geven aan de actieve openbaarheid door voor te schrijven dat bestuursorganen in hun begroting en verantwoordingsverslag aan moeten geven hoe zij rekening houden met de bepalingen uit de Woo. De openbaarheidsparagraaf Woo moet in de begroting en jaarstukken worden opgenomen via een afzonderlijke paragraaf, zoals de in artikelen 9 en 26 van het BBV genoemde paragrafen. Deze verplichting geldt sinds de jaarstukken 2022. De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 in werking getreden. Het doel van de Woo is overheden transparanter te maken. De Woo-contactpersoon is een nieuwe rol per 1 mei 2022. De Woo-contactpersoon beantwoordt op laagdrempelige wijze vragen over de bij de DG&J beschikbare informatie. In de organisatie is de juridisch medewerker als Woo-contactpersoon aangewezen. Voor de beoordeling en afhandeling van concrete verzoeken wordt nauw samengewerkt met collega’s van het Juridisch Kenniscentrum (JKC) van de Servicegemeente Dordrecht.

De Woo-contactpersoon coördineert en bewaakt ook de afhandeling van de ingediende verzoeken. Verschillende medewerkers hebben aanvullende expertise op de uitvoering van de Woo, dat geldt bijvoorbeeld voor de Functionaris Gegevensbescherming. Ook wordt samengewerkt met andere GGD'en en GGD GHOR Nederland bij de afhandeling van Woo- verzoeken als die aan meerdere GGD'en gelijktijdig worden gedaan. Veel meer dan de Wob legt de Woo de nadruk op actieve openbaarmaking. Actieve openbaarmaking betreft het uit eigen beweging (digitaal) publiceren van informatie. De Woo stelt de verplichting om gespecificeerde informatiecategorieën openbaar te maken. Deze verplichting zal echter niet voor alle categorieën tegelijk gaan gelden. Een en ander wordt gefaseerd ingevoerd. De precieze fasering is op dit moment nog niet bekend. Veel documenten uit de eerste fase worden nu al actief bekendgemaakt, zoals gegevens over de organisatie en stukken van het algemeen bestuur, etc. . Besluiten op WOO-verzoeken worden op dit moment nog niet openbaar gemaakt.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

65

Actieve openbaarmaking van beschikkingen wordt op enig moment ook verplicht, maar dat zal naar verwachting nog enkele jaren duren. Volledige implementatie van de Woo vergt investeringen in de informatiehuishouding van de DG&J. Via de SGD hebben wij de mogelijkheid om gebruik maken van een anonimiseringstool om documenten te ontdoen van gegevens die op grond van de Woo uitgezonderd zijn van bekendmaking. De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen acht jaar op orde moet zijn. In een 'groeimodel' zullen wij in de komende jaren uitvoering geven aan de eisen van de Woo. DG&J is gestart met het organisatiebreed implementeren van het archiefsysteem, zodat documenten voor bij de uitvoering van de Woo betrokken functionarissen toegankelijk zijn. In 2023 ontving de DG&J 6 verzoeken op grond van de Wob en Woo. In enkele van deze verzoeken werden zeer omvangrijke vragen gesteld. Zulke uitgebreide verzoeken leggen een enorme druk op de ambtelijke capaciteit. Verwacht wordt dat verbetering van de informatiehuishouding daarin op termijn verbetering gaat brengen.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

66

4 Financiële begroting Om inzicht te krijgen in de financiële positie van GR DG&J wordt in dit hoofdstuk een nadere toelichting van de financiële positie gegeven. Als eerste zal een meerjarig beeld worden weergegeven van de baten en lasten per organisatieonderdeel. Vervolgens zullen aantal financiële aspecten (conform BBV-voorschrift) nader worden uitgelicht. Hierbij moet gedacht worden aan incidentele baten en lasten, investeringen en het EMU-saldo. Tevens wordt aangegeven hoeveel de (inwoners)bijdrage per gemeente bedraagt in 2025. Tot slot wordt de begroting naar taakveld gepresenteerd.

4.1 Overzicht van baten en lasten In deze paragraaf wordt het overzicht van baten en lasten voor zowel het jaar 2023 (realisatie), het begrotingsjaar 2024, als de jaren 2025-2028 gepresenteerd. In onderstaand overzicht is de meerjarenraming per organisatieonderdeel weergegeven. (bedragen x € 1.000) Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Dienst Gezondheid en Jeugd Lasten

42.788

35.396

37.600

37.430

37.310

37.310

Baten

43.318

35.396

37.600

37.430

37.310

37.310

530

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

530

0

0

0

0

0

Lasten

134.020

133.150

150.171

150.771

150.771

150.771

Baten

134.020

133.150

150.171

150.771

150.771

150.771

Geraam d saldo v an baten en lasten

0

0

0

0

0

0

Mutaties reserves

0

0

0

0

0

0

Geraam d resultaat

0

0

0

0

0

0

Financiering

0

0

0

0

0

0

VPB heffing

0

0

0

0

0

0

Onvoorzien

0

0

0

0

0

0

Treasury

0

0

0

0

0

0

286

0

0

0

0

0

Overhead

12.796

12.460

13.339

12.939

12.939

12.939

Totaal lasten Alg. dekk.

13.082

12.460

13.339

12.939

12.939

12.939

Algemene dekkingsmiddelen

3.912

12.460

13.339

12.939

12.939

12.939

12.460 0

13.339 0

12.939 0

12.939 0

12.939 0

Geraam d saldo v an baten en lasten Mutaties reserves Geraam d resultaat Serviceorganisatie Jeugd

Algem ene dekkingsm iddelen

Algemene dekkingsmiddelen

Treasury Overhead Totaal baten algemene dekkingsm. Geraam d saldo v an baten en lasten Mutaties reserves Geraam d resultaat

604 8.780 13.296 214 58

0

0

0

0

0

272

0

0

0

0

0

744

0

0

0

0

0

58

0

0

0

0

802

0

0

0

0

Totaal Geraam d saldo v an baten en lasten Mutaties reserves Geraam d resultaat

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

0

67

Omslagrente Met de vernieuwde BBV zijn ook de uitgangspunten aangepast waarop de omslagrente gebaseerd dient te worden. Het te hanteren percentage dient gelijk te zijn aan de daadwerkelijk geprognosticeerde rentebaten en -lasten. Vooralsnog worden deze saldi op nihil geschat. De omslagrente is hierdoor, net als voorgaande jaren, gelijk aan 0%. Incidentele baten en lasten en structurele mutaties reserves Het BBV (art. 19 en 28) schrijft voor dat GR DG&J zowel bij begroting als bij jaarrekening, een overzicht van incidentele baten en lasten presenteert. Het overzicht is, voor zowel het Algemeen Bestuur als voor de Provincie Zuid-Holland, een essentieel onderdeel bij de bepaling van het structureel evenwicht van de exploitatie. Het structurele evenwicht wordt verkregen na eliminatie van de incidentele baten en lasten. De provincie Zuid-Holland toetst de gemeenten op duurzaam financieel evenwicht. Een belangrijk criterium hierbij is dat er sprake moet zijn van materieel evenwicht, wat inhoudt dat de structurele lasten ten minste worden gedekt door structurele baten. Incidentele baten en lasten betreffen die posten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden. Het gaat om eenmalige zaken en om (meerjarige) projecten of subsidies als deze eveneens het karakter van tijdelijkheid c.q. eindig doel hebben.

In beginsel heeft het takenpakket van DG&J een wettelijke basis en omvat derhalve activiteiten die een structureel karakter kennen en ook een structurele financiering. In de begroting 2025 staat twee taken met een incidenteel karakter. In de eerste plaats betreft het extra inzet rondom Leerplicht ten behoeve van de gemeente Dordrecht voor het project Dordrecht West. Daarnaast is incidenteel de begroting ten behoeve van het rechtmatigheidsonderzoek bijgesteld. Deze bijstelling is verwerkt als € 600.000 verlaging van jeudhulp. Om dit te kunnen realiseren zijn de apparaatslasten met € 400.000 incidenteel verhoogd. In onderstaande tabel is de financiële impact hiervan op de begroting 2025 en verder weergegeven. (bedragen x € 1.000) Programma

2025

Omschrijving

Lasten

2026 Baten

Lasten

2027

Baten

Lasten

Baten

3

Leerplicht - inzet Dordrecht West

290

290

120

120

0

6 en 7

SOJ - Rechtmatigheidsonderzoek

-200

-200

0

0

0

0

90

90

120

120

0

0

Totaal

0

In onderstaande tabel is het structurele begrotingssaldo van GR DG&J weergegeven. Deze tabel laat zien dat de begroting structureel in evenwicht is. (bedragen x € 1.000) 2023

2024

2025

2026

2027

2028

Saldo baten en lasten

744

0

0

0

0

0

Toevoegingen en onttrekkingen uit reserves

58

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

-802

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Begrotingssaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

68

Balans en EMU-saldo Het EMU-saldo komt tot stand op basis van de geprognosticeerde balans voor de periode 2024-2028. Op deze balans zijn een aantal correcties aangebracht. Het betreft hier onder andere verwachte mutaties in reserves, voorzieningen en investeringen. In bijlage 4 is het meerjarige verloop van deze posten weergegeven. In onderstaande tabellen zijn de meerjarenbalans en het EMU-saldo van GR DG&J weergegeven. (bedragen x € 1.000) Prognose balansposten

Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

(im) Materiële vaste activa

528

448

368

288

208

Financiële vaste activa

23

22

20

19

17

16

Totaal Vaste Activa

552

470

389

307

226

144

Voorraden Uitzettingen <1 jaar

128

52

52

52

52

52

52

27.463

27.463

27.463

27.463

27.463

27.463

Liquide middelen

0

0

0

0

0

0

6.303

6.303

6.303

6.303

6.303

6.303

Totaal Vlottende Activa

33.818

33.818

33.818

33.818

33.818

33.818

Totaal Activa

34.370

34.288

34.207

34.125

34.044

33.963

Eigen vermogen

2.676

2.676

2.676

2.676

2.676

2.676

Voorzieningen

692

634

577

519

462

404

3.368

3.310

3.253

3.196

3.138

3.081

Overlopende activa

Totaal Vaste Passiva Vlottende schuld

3.792

3.792

3.792

3.792

3.792

3.792

Overlopende passiva

27.210

27.186

27.162

27.138

27.114

27.090

Totaal Vlottende Passiva

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/591/documents/13321