2.8b Reactie op zienswijzen begroting 2025 OZHZ.pdf
Tekst van het document
Agendapunt: 5
Bestuursnotitie Datum Onderwerp
20 juni 2024 Zienswijzen op de ontwerpbegroting 2025 De ontwerpbegroting 2025 van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) is op 11 april 2024 voor zienswijze aangeboden aan de raden en Provinciale Staten. Zij zijn tevens in de gelegenheid gesteld om een reactie te geven op de voorgenomen bestemming van het rekeningresultaat 2023. Verzocht is de zienswijzen voor 10 juni 2024 aan OZHZ toe te zenden. De ingekomen zienswijzen leiden niet tot bijstelling van de (ontwerp) begroting 2025. Deze bestuursnotitie geeft het algemene beeld van de zienswijzen en de reactie van OZHZ. Voorafgaand aan de bespreking in het AB op 11 juli 2024 bericht OZHZ, conform de Wet gemeenschappelijke regeling, de raden en Provinciale Staten over het oordeel van het DB over de ingekomen zienswijzen en de conclusies die het daaraan verbindt. Overzicht van de ingekomen zienswijzen Onderstaand een overzicht van aangeleverde zienswijzen: Zienswijze Provincie Zuid-Holland
X
Alblasserdam
X
Dordrecht
X
Gorinchem
X
Hardinxveld-Giessendam
X
H-I-Ambacht
X
Hoeksche Waard
X
Molenlanden
X1
Papendrecht
X
Sliedrecht
X
Zwijndrecht
X
De ingebrachte zienswijzen zien op de volgende onderwerpen: 1)
De jaarstukken en voorgenomen bestemming van het rekeningresultaat 2023.
2)
Voorbereiding op het ravijnjaar 2026.
3)
De ontwerpbegroting 2025.
4)
Overig.
1 De heer Lock heeft in het DB van 20 juni 2024 gemeld dat de zienswijze van Molenlanden nog niet is verstuurd.
De zienswijze zal met name zien op de voorbereidingen op het ravijnjaar 2026. Dit is conform wat andere gemeenten al hebben laten weten.
Ad 1) Jaarstukken en voorgenomen bestemming van het rekeningresultaat 2023 De gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht en Zwijndrecht melden te kunnen instemmen met de voorgestelde resultaatbestemming. Hendrik-Ido-Ambacht spreekt voorts haar waardering uit voor de inspanningen die zijn geleverd om de regio duurzaam, veilig en gezond te houden in 2023, zoals beschreven in de jaarrekening. De gemeente merkt op dat zij, net als elke andere gemeente, geconfronteerd wordt met financiële krapte. Het is van cruciaal belang dat OZHZ de gemeente blijft informeren over de ontwikkelingen in het tekort. De gemeente waardeert het zeer dat OZHZ dit in het verleden heeft gedaan en vertrouwt erop dat OZHZ de gemeente actief en tijdig op de hoogte blijft houden. Dit geeft haar de broodnodige helderheid en inzicht in de huidige stand van zaken. De gemeente dringt erop aan dat OZHZ haar ook het komende jaar blijft voorzien van dit inzicht. Tot slot merkt Hendrik-Ido-Ambacht op dat de kwaliteit van het werk binnen OZHZ prioriteit blijft en dat in 2023 inspanningen zijn geleverd om te voldoen aan regiobrede uitvoerings- en handhavingsstrategieën. Ook is de gemeente positief over de voortgang van het programma 'Toekomstgerichte gebiedsontwikkeling' en de deelname aan het Landelijke programma Altijd Actuele Digitale Vergunning (Digi-V).
Papendrecht merkt aanvullend op dat de overhead is genormeerd op 27,3%, waarbij de realisatie voor 2023 28,5% was. Bij de te verwachten bezuinigingen (vanwege herverdeling van het gemeentefonds en toenemende zorgkosten) is deze overhead iets om verder te bekijken. Zwijndrecht waardeert de inzet van OZHZ als haar partner om de gemeente en regio duurzaam, veilig en gezond te houden. De inzet staat ook midden in de actualiteit. Het afgeven van en de controle op vergunningen bij bedrijvigheid die leidt tot uitstoot van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) is, gelet op de (landelijke) ophef rondom de uitstoot van de Chemours fabriek te Dordrecht, daar een treffend voorbeeld van. De gemeente neemt met instemming kennis dat OZHZ dit als speerpunt in 2024 doorzet. In de jaarstukken kan de gemeente op gestructureerde en leesbare wijze verder kennis nemen van alle activiteiten die OZHZ in Zwijndrecht en in de regio heeft verricht. Complimenten zijn op hun plaats. Hardinxveld-Giessendam wijst erop dat de meerjarenbegroting op dit moment positieve resultaten laat zien voor de komende jaren. Tegelijkertijd schuilt hier nog veel onzekerheid in. Verzoek is daarom om de gemeente tijdig te informeren als er afwijkende vooruitzichten zijn, en daarbij aan te geven welke beheersmaatregelen genomen worden.
Reactie van OZHZ OZHZ neemt de gemaakte opmerkingen ter harte en zal de deelnemers in de reguliere (bestuurs-) rapportages tijdig blijven informeren over de financiële en andere ontwikkelingen binnen de dienst, waaronder het percentage overhead, en over de te nemen beheersmaatregelen. Voor wat betreft het percentage voor de overhead: in BURAP I van 2024 rapporteert OZHZ dat deze thans 27,14% is. Ad 2) Voorbereiding op het ravijnjaar 2026 De gemeenten Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam en Hendrik-Ido-Ambacht wijzen op het belang van en de samenwerking bij de uitwerking van de bestuursopdracht van het AB om de bezuinigingsmogelijkheden uit te werken.
2
Hendrik-Ido-Ambacht wijst er daarbij op dat de bestuursopdracht een cruciale stap omvat in het anticiperen op de aanstaande financiële uitdagingen waar gemeenten en provincies mee te maken zullen krijgen. Het is goed dat OZHZ het voortouw heeft genomen in dit belangrijke initiatief. Het getuigt van een constructieve en proactieve benadering van de uitdagingen waar we als regio voor staan. Dit initiatief van OZHZ om proactief een proces op gang te brengen getuigt van een sterke betrokkenheid bij het welzijn van de regio en een duidelijk streven naar collectieve oplossingen. De gemeente waardeert de inzet van OZHZ om te werken aan het identificeren van bezuinigingsmogelijkheden en inhoudelijke keuzes die zullen bijdragen aan het beheersbaar houden van de financiële positie van alle betrokken partijen. Dit initiatief is positief ontvangen, en de gemeente ziet met vertrouwen uit naar de resultaten ervan. Papendrecht merkt op dat, als gevolg van een herverdeling van het gemeentefonds en de toenemende zorgkosten, veel gemeenten naar verwachting vanaf 2026 een fors structureel tekort op de begroting zullen krijgen. Dit is het zogenoemde ravijnjaar. De gemeente is van mening dat verbonden partijen ook een verantwoordelijkheid hebben om aan deze problematiek een bijdrage te leveren. Het stemt positief dat OZHZ met bestuursopdrachten aan de slag is gegaan.
Het zal van gemeente tot gemeente verschillen op welk moment en hoe hevig het ravijnjaar intreedt. Daarom verzoekt Papendrecht om bij de uitwerking van de bestuursopdracht niet enkel te focussen op voorstellen die voor de korte termijn (2026) effect sorteren. Neem ook voorstellen op die meerjarig structureel bijdragen aan het beheersbaar houden van de financiële positie van gemeenten. De gemeente vindt het van belang dat 'knoppen' in beeld worden gebracht, waarmee de raden positie krijgen om keuzen te kunnen maken. De gemeente wil graag weten waaraan gedraaid kan worden. Dordrecht wijst in dit kader op het verzoek van OZHZ om in 2024 de herziene Nota Vergunningen, Toezicht & Handhaving 2025-2028 vast te stellen. Die Nota VTH legt het uitvoeringsbeleid vast voor de taken die OZHZ uitvoert. De gemeente verneemt graag hoe de herziening van het meerjarig uitvoeringskader voor de taken in 2025-2028 zich verhoudt tot de gevraagde bijdrage aan de bezuinigingsopgave, waarbij ook juist dat uitvoeringskader aan de orde zal moeten komen. Daarnaast noemt Dordrecht dat OZHZ nauw betrokken is bij het landelijk traject voor versterking van de VTH-taken van omgevingsdiensten, het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel. De gemeente onderschrijft het belang daarvan.
Tegelijk is er de vrees dat de uitvoeringskosten hiermee verder zullen stijgen, ondanks dat ook de samenwerking landelijk en binnen Zuid-Holland nadrukkelijk de aandacht krijgt. Dordrecht is van mening dat de rekening hiervan niet als vanzelf bij de gemeenten mag komen te liggen, maar dat het Rijk ook zijn aandeel zal moeten nemen. Waar dit traject toch leidt tot meer kosten voor gemeenten wil de gemeente daar met een begrotingswijziging vroegtijdig bij worden betrokken. Hoeksche Waard merkt op dat, als het nieuwe kabinet na de formatie blijft vasthouden aan de bezuiniging op het gemeentefonds vanaf 2026, scherpe keuzes voor gemeenten helaas onvermijdelijk zijn. Dat heeft uiteraard ook gevolgen voor inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen. De komende periode onderzoekt de gemeente Hoeksche Waard welke beleidskeuzes gemaakt kunnen worden om het structurele evenwicht te herstellen. Een aantal gemeentetaken worden door gemeenschappelijke regeling uitgevoerd. Voor de gemeente Hoeksche Waard betreft de totale bijdrage aan gemeenschappelijke regelingen ca. 25% van het begrotingstotaal. Hierdoor is het van belang om ook deze taken bij GR-en kritisch tegen het licht te houden.
Om deze reden vraagt de gemeente aan alle gemeenschappelijke regelingen om, voor zover dat nog niet is opgestart, te anticiperen op de ravijnjaren vanaf 2026 en hiervoor scenario’s voor te bereiden, waardoor de kosten van de GR worden teruggedrongen en daarmee ook de deelnemersbijdragen van gemeenten worden verlaagd. Zo ook aan OZHZ middels het indienen van deze zienswijze. De concrete
3
maatregelen dienen uiterlijk in de Begroting 2026 van de GR te worden verwerkt, zodat de deelnemende gemeenten deze verlaging van de deelnemersbijdragen ook in hun Begroting 2026 kunnen verwerken. Hoeksche Waard is ervan overtuigd dat zij deze financiële uitdagingen de komende periode samen met OZHZ kan realiseren. Zwijndrecht merkt op dat de financiële positie van veel gemeenten staat de komende jaren onder druk, ook wel het financieel ravijn genoemd. Ook de gemeente Zwijndrecht heeft daar mee te maken en staat voor een forse bezuinigingsopgave. De opgave begint ook een jaar eerder dan bij veel andere gemeenten. De opgave bedraagt 7 miljoen euro in 2025 en nog eens 10 miljoen euro in 2026 en de jaren daarna. De gemeente constateert dat OZHZ net als andere gemeenschappelijke regelingen een bestuursopdracht heeft geformuleerd om te komen tot mogelijke verlaging van de kosten. Hiermee heeft OZHZ gedeeltelijk nog geen invulling gegeven aan de zienswijze van de gemeente bij de eerste begrotingswijziging 2024. De bestuursopdracht richt zich in eerste instantie op 2026, waar de gemeente in haar eerdere oproep gevraagd heeft om ook voor de komende begroting (2025) mogelijke keuzes (met consequenties) voor te leggen. Zwijndrecht constateert dat in de voorliggende begroting nog geen keuzes en/of aanvullende bijsturingsmaatregelen liggen, waartoe de gemeente OZHZ wel had opgeroepen.
Dit zowel bij de eerste begrotingswijziging 2024 als ook in de (ambtelijke) reacties die zijn gegeven op uw voorjaarsbrief in de afgelopen periode. Dit baart de gemeente zorgen en benadrukt de urgentie van haar opgave. Gezien de financiële uitdaging waar de gemeente op dit moment voor staat en de nog komende (financiële) uitdagingen voor de toekomstige jaren, roept zij OZHZ met klem op om aan te geven welke keuzemogelijkheden er aanwezig zijn om nog in het aankomende Zwijndrechtse jaarprogramma 2025 tot kostenreductie te komen, in kaart te brengen welke consequenties (inhoudelijk en financieel, w.o. frictiekosten) er verbonden zijn aan deze mogelijkheden tot bijstelling van ambities en uitvoeringswijze ten opzichte van de voorliggende begroting 2025 en dit voor 1 september 2024 toe te zenden zodat de gemeente dit kan betrekken in de Zwijndrechtse besluitvorming inzake bezuinigingen 2025 e.v. Hardinxveld-Giessendam merkt op dat vanaf 2025 de gemeentelijke begroting onder druk komt te staan door verlaging van middelen vanuit het Rijk. De gemeente moet daarom kritisch naar de eigen uitgaven kijken. Als de meicirculaire geen oplossing met zich meebrengt, zullen er structurele bezuinigingen gerealiseerd moeten worden in de gemeentelijke begroting.
De gemeente kijkt daarom kritisch naar haar interne uitgaven en neemt waar nodig maatregelen, en vraagt dit ook van OZHZ verbonden partij. Concreet betekent dit dat de gemeente dit najaar (2024) inzicht wil hebben in mogelijke besparingsmaatregelen, zodat vervolgens afspraken kunnen worden gemaakt over de daadwerkelijke vorm en omvang van door te voeren bezuinigingen, bij voorkeur en waar mogelijk in gezamenlijkheid met andere deelnemende gemeenten in de regio. Reactie van OZHZ In het kader van genoemde bestuursopdracht werkt OZHZ de bezuinigingsmogelijkheden en/of inhoudelijke keuzes uit die bijdragen aan het beheersbaar houden van de financiële positie van de gemeenten en provincie. Uitgangspunt is een collectieve aanpak langs de volgende lijnen: •
Externe budgetten OZHZ.
•
Efficiëntie in processen.
•
Inhoudelijke keuzes van de deelnemers (individueel of regionaal).
•
Kostenbesparingen bij de deelnemers door taken regionaal uit te laten voeren.
4
De uitwerking krijgt gestalte in nauwe samenwerking met de ambtelijke vertegenwoordigers van gemeenten en provincie. Bestuurlijke agendering van de resultaten vindt plaats in november 2024 bij de begrotingsrichtlijnen 2026. Op verzoek van de deelnemers geeft OZHZ nog voor de zomer een eerste beeld van de uitwerking. Deze tussenrapportage wordt aan het AB van 11 juli 2024 voorgelegd. OZHZ zal als uitwerking van de bestuursopdracht scenario´s en keuzemogelijkheden aan de gemeenten voorleggen. Beleidskeuzes kunnen bijvoorbeeld grote impact hebben op de (aard en intensiteit bij de) uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving door OZHZ. Daarnaast riepen de wethouders financiën in februari jl. al op om ook goed te kijken naar verdere efficiencymogelijkheden door extra taken neer te leggen bij OZHZ, en daarin ook open minded te zijn. Regionale taakuitvoering verhoogt de efficiency en ook de kwaliteit van de uitvoering. Een en ander vraagt derhalve om nadrukkelijke keuzes. In de bestuursopdracht is verder benadrukt dat aan de taakuitvoering door OZHZ vanuit de inhoud èn vanuit het Rijk minimale (kwaliteits- en robuustheids-) eisen worden gesteld. De te bedenken oplossingen en de te maken keuzes moeten ook tegen die achtergrond kunnen worden onderbouwd.
In reactie op de opmerking van Dordrecht over de uitrol van de Nota VTH gemeentelijke taken 2025 2028 merkt OZHZ op dat het bij de bestuursopdracht voor ombuigingen vanaf 2026 vooral gaat om regionale keuzes. Hiervan is de Nota VTH onderdeel. Terugkoppeling van deze resultaten vindt plaats in het algemeen bestuur van OZHZ. Naast gezamenlijke regionale beleidskeuzes is er ruimte voor aanvullende lokale keuzes. In 2024 is OZHZ al in gesprek met Dordrecht over de lokale te maken keuzes. Denk aan de afhandeling van bouwklachten en APV-meldingen. De gemeente kan de Nota VTH, inclusief de daarin opgenomen kritische prestatie-indicatoren, nu al vaststellen. Mochten op enig moment afspraken worden gemaakt om die indicatoren een iets andere invulling te geven (bijvoorbeeld door de frequentie van het actualiseren van vergunningen te verlagen), dan maakt het college dat expliciet en transparant door de herziene nota aldus en nogmaals vast te stellen.
Waar Dordrecht opmerkt dat de rekening van de intensivering van de samenwerking tussen omgevingsdiensten landelijk en binnen Zuid-Holland niet als vanzelf bij de gemeenten mag komen te liggen kan worden gemeld dat de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten bij het toezenden van hun plannen van aanpak aan het ministerie aandacht hebben gevraagd voor het vervolg van het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (IBP) en met name de gewenste medefinanciering vanuit het Rijk. OZHZ is het met de gemeente eens dat, wanneer dit traject toch leidt tot meer kosten voor de gemeenten, zij daar met een begrotingswijziging vroegtijdig bij betrokken moeten worden. In reactie op de zienswijze van Zwijndrecht over het realiseren van kostenreductie in 2025 merkt OZHZ op dat in juni 2024 al de eerste indicaties worden voorgelegd aan het dagelijks en algemeen bestuur van mogelijke ombuigingen en de bedragen die daarmee bespaard zouden kunnen worden. De definitieve uitkomst zal worden voorgelegd in november 2024 als onderdeel van de begrotingsrichtlijnen 2026. Concrete besparingen die direct doorgevoerd kunnen worden (het zogenaamde "laaghangend fruit") zullen al in 2025 worden doorgevoerd. Waar dat effect zal hebben op het tarief 2025, zal dat bij de begrotingsrichtlijnen 2026 ter besluitvorming worden voorgelegd aan het bestuur.
In de tussentijd kunnen de deelnemers op basis van de indicatie die OZHZ in juni/juli afgeeft, voor zichzelf een inschatting maken van de bezuiniging die dat kan opleveren voor hun begroting 2025 e.v. Aandachtspunt zal nog wel zijn dat soms de kost voor de baat uit gaat, bijvoorbeeld bij het terugbrengen van de inhuur wat gepaard kan gaan met een forse wervingsactie.
5
Ad 3) De ontwerpbegroting 2025 Alblasserdam meldt dat de gemeente zich realiseert dat een tariefverhoging nodig is om de inzet van personeel en overige zaken te bekostigen. Zij ziet echter ook dat zij in zwaarder financieel weer gaat komen door de verlaging van de inkomsten uit het rijk. Daarom moet de gemeente keuzes maken. In welke vorm en in welke hoeveelheden deze bezuinigingen zullen plaatsvinden, wordt nog onderzocht. Alblasserdam vraagt daarom voor 2025 een besparing te realiseren door een jaar indexering in de eigen begroting of organisatie op te vangen, waarmee ook OZHZ een bijdrage kan leveren aan de opgaven van de gemeenten. De verwachting is op dit moment is dat de gemeente minder kan afnemen dan OZHZ heeft opgenomen in de conceptbegroting voor 2025. Alblasserdam is zich ervan bewust dat zij al voor een volumebeperking heeft gekozen bij het jaarprogramma van 2024. De gemeente zal deze maatregel kritisch bekijken en betrekken bij de keuze voor 2025. Alblasserdam constateert verder dat er onderbesteding was de afgelopen jaren. Zij zou graag samen gaan kijken of er scherper kan worden begroot om te proberen een onderbesteding te beperken. De gemeente hoopt OZHZ in oktober 2024 nadere informatie te kunnen geven over eventuele bezuinigingen en bespreekt dan graag hoe het beste kan worden omgegaan met de bezuinigingen.
Zwijndrecht herkent de speerpunten OZHZ op basis van de eerdere (uitvoerings-) afspraken en kan instemmen met de benoemde activiteiten. Echter, dit jaar is er meer dan ooit een financiële afweging te maken door de gemeente. In dat licht geeft de gemeente de volgende reactie. In zijn begroting volgt OZHZ de uitgangspunten zoals verwoord in de begrotingsrichtlijnen, 1e begrotingswijziging 2024 en – recenter - de voorjaarsbrief. Dit heeft tot gevolg dat de gemeentelijk bijdrage in structurele taken groeit met 4,3% (ofwel ruim € 50.000). Ook presenteert OZHZ een positief resultaat in de meerjarenbegroting, met het voorstel om deze in te zetten om het weerstandsvermogen weer op het minimaal benodigde niveau te brengen. Zwijndrecht kan zich vinden in dat voorstel, met de opmerking dat een eventueel toekomstig overschot op het weerstandsvermogen dient terug te vloeien naar de deelnemers. De provincie Zuid-Holland merkt op dat de ontwerpbegroting 2025 een sluitende begroting is met een totale (netto) baat van alle deelnemers van € 33,5 mln. Met deze begroting kan worden ingestemd. Daarbij is een aantal aandachtspunten geformuleerd. Deze zullen aan de hand van de provinciale kaderbrief 2025, die reeds eerder is verstuurd naar OZHZ en geldt als financieel kader voor de begroting, hieronder nader worden toegelicht. De provincie geeft vervolgens aan dat: -
Met de geraamde provinciale bijdrage van € 8,9 mln. kan worden ingestemd.
-
Over de aanvullende opdrachten een nader gespecificeerde opdrachtbrief (inhoud en budget) zal worden verstrekt. Vanaf dat moment kunnen aan deze aanvullende opdrachten budgetrechten worden ontleend en komen de gelden beschikbaar.
-
OZHZ de ontwerpbegroting 2025 voor de loonkosten met 5,4% en de materiele lasten met 1,6% (gewogen index 4,3%) indexeert. In de provinciale kaderbrief 2025 wordt uitgegaan van een gewogen index van 3,7% (bron: CPB raming maart 2024). Dit betekent dat de toegepaste indexatie van de PZH-bijdrage in de OZHZ-begroting 2024, iets hoger ligt (0,6%) dan de door de provincie gestelde kaders. De iets hogere indexering bij OZHZ kan worden opgevangen binnen het provinciaal indexatiebudget.
-
In de provinciale kaderbrief is aangegeven dat de provincie voor de loonontwikkeling aansluit bij de feitelijke cao-loonstijgingen. Bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2025 is hier invulling aangegeven. Indien de werkelijke loonkostenstijging hoger of lager blijken te zijn dan de nu in de ontwerpbegroting 2025 gehanteerde loonsom, dan zal OZHZ met een voorstel tot nacalculatie
6
komen. De financiële consequenties hiervan dient OZHZ via een begrotingswijziging te verwerken, nadat het algemeen bestuur hierover een besluit heeft genomen. Voorafgaande zullen de deelnemers in dat geval weer voor het indienen van een zienswijze worden gevraagd. De provincie meldt voorts dat aan de onderwerpen Omgevingswet, Doorontwikkeling Omgevingsdiensten, IBP-VTH, Bedrijfsvoering, Verzoek van Provinciale Staten en Cybersecurity naar tevredenheid aandacht is besteed in de ontwerpbegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028. Sliedrecht wijst op wat in de ontwerpbegroting staat over de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waardoor er mogelijk aanvullende specifieke afspraken nodig zijn op verschillende milieuthema's. Tevens zijn er diverse taken bijgekomen als gevolg van het feit dat een deel van de bevoegd gezag taken op het gebied van bodem van de provincie zijn overgegaan naar de gemeenten. De exacte uitwerking en gevolgen van deze ontwikkelingen op de uitvoering van de werkzaamheden van OZHZ zijn op dit moment nog onvoldoende duidelijk. Tevens wordt in dit kader voorgesteld om naast het structurele budget voor 2025 wederom het incidentele budget te reserveren.
Voor de gemeente als opdrachtgever is het van belang om tijdig beter inzicht te krijgen in de gevolgen/consequenties van deze ontwikkelingen voor de aard en omvang van de werkzaamheden die OZHZ voor de gemeente Sliedrecht uitvoert. Verzoek is daarom om de gemeente medio augustus 2025 een eerste evaluatie te geven ten aanzien van de uitvoering en de (mogelijke) financiële impact van de voorgenoemde ontwikkelingen / nieuwe taken en werkzaamheden. Ook Hardinxveld-Giessendam vraagt wederom aandacht voor de overdracht van bodemtaken. Er is geld via het gemeentefonds beschikbaar gesteld, maar dit is niet kostendekkend. Er komen geen additionele middelen voor de gemeenten. Wel worden de kosten van de uitvoering gemonitord door het Rijk. De gemeente roept OZHZ daarom op om daarin een signaalfunctie namens de gemeenten te vervullen: maak inzichtelijk wat de daadwerkelijke kosten zijn en breng dit, waar mogelijk samen met andere omgevingsdiensten, onder de aandacht bij het Rijk. Aanvullend merkt Hardinxveld-Giessendam op dat zij al meerdere keren bezwaren heeft geuit tegen de overdracht van (bodem) taken vanuit de provincie ZuidHolland zonder voldoende middelen vanuit het Rijk. Bovendien vindt zij het meerjarig opnemen van incidentele middelen, omdat het niet duidelijk is wat de taakuitvoering zal zijn, onwenselijk.
De incidentele kosten die samenhangen met de overdracht beschouwt Hardinxveld-Giessendam als een financieel risico. De gemeente heeft daarom voor 2024 geen incidentele middelen voor de bodemtaken opgenomen en zal dit ook voor 2025 niet doen. Reactie OZHZ In reactie op de zienswijze van Alblasserdam om in 2025 geen indexering toe te passen merkt OZHZ op dat dit verzoek alleen gehonoreerd kan worden als alle deelnemers daarover een besluit nemen in het algemeen bestuur. De overige ontvangen zienswijzen geven geen aanleiding om een dergelijk voorstel aan het algemeen bestuur voor te leggen. Alblasserdam heeft echter zelf de mogelijkheid om, evenals in 2024 en rekening houdend met de afspraken daarover in de bijdrageverordening van OZHZ, het volume van het jaarprogramma 2025 te verlagen en/of in overleg met OZHZ te sturen op onderbesteding van het jaarprogramma. De onderbesteding hangt ermee samen dat enkele jaren achtereen het restantbudget is meegenomen naar het volgende jaar. Het gaat dus vooral om incidenteel geld. Als de gemeente ervoor kiest om geen middelen mee te nemen van 2024 naar 2025, dan is de verwachting dat het budget volledig benut wordt. Er wordt dus al scherp begroot.
7
OZHZ is het eens met de zienswijze van Zwijndrecht daar waar gesteld wordt dat een overschot op het weerstandsvermogen dient terug te vloeien naar de deelnemers. In het verleden is dat ook meerdere keren gebeurd. In lijn met de zienswijze van de provincie Zuid-Holland zal OZHZ de betreffende loonkostenstijging, mocht die situatie zich voordoen, verwerken via een wijziging van de begroting met voorafgaande zienswijzeprocedure bij de raden en Provinciale Staten. In reactie op de zienswijzen van Sliedrecht en Hardinxveld-Giessendam kan worden gemeld dat, naast de initiatieven hieromtrent vanuit de VNG en Omgevingsdienst NL, OZHZ de ontwikkelingen rondom de uitvoering van de Omgevingswet en de uitvoering van de overgekomen bodemtaken actief volgt. In de reguliere bestuursrapportages doet OZHZ daarvan verslag. Voor de bodemtaken en apparaatskosten worden geen specifieke extra middelen in het gemeentefonds gestort. Financiering van de bodemtaken dient te geschieden uit de algemene uitkering waarmee alle uit de Omgevingswet voortvloeiende taken dienen te worden gefinancierd. Het nieuwe Regionaal Uitvoeringsniveau (RUN) bodem biedt een basis voor de begroting van de VTH-taken voor bodem. 2024 is het eerste jaar waarin risicogericht bodemtoezicht plaatsvindt op basis van het RUN-bodem. Daarbij brengt OZHZ de financiële consequenties in kaart ten behoeve van de jaarprogrammering 2025.
OZHZ adviseerde de gemeenten in de voorjaarsbrief (ten behoeve van de begrotingen 2025 van de deelnemers) om, naast het structurele budget, ook het incidentele budget opnieuw te reserveren. Verder bestaat de mogelijkheid dat gemeenten aanspraak kunnen maken op specifieke uitkeringen die door het ministerie beschikbaar worden gesteld om bepaalde verontreinigingen aan te pakken. OZHZ benaderde de gemeenten dit voorjaar al om ondersteuning te bieden bij het doen van een dergelijke aanvraag daar waar dat aan de orde is. 2024 staat in het teken van het opdoen van ervaringen met de Omgevingswet. OZHZ monitort actief de uitvoering van die wet. Belangrijke signalering nu al is dat gemeenten geen uniforme definities opnemen in hun omgevingsplannen. Dat komt de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid niet ten goede en in de uitvoering kan het ook kostenverhogend werken. Daarnaast zijn goede afspraken nodig met de bevoegde gezagen over het integraal beoordelen van ingekomen vergunningaanvragen. Door het vervallen van het onlosmakelijkheidscriterium (de situatie waarin bijvoorbeeld alleen een vergunning voor het bouwen wordt aangevraagd terwijl ook een (aparte) vergunning voor milieu of natuur nodig is) bestaat het risico op klachten en handhaving achteraf en op vertraging bij de initiatiefnemer.
OZHZ evalueert en corrigeert waar nodig de uitvoeringsafspraken met de opdrachtgevers aan de hand van de praktijkervaringen. Ad 4) Overig Waardering voor de inzet van OZHZ Hendrik-Ido-Ambacht merkt op dat zij het waardeert dat er ook in 2025 wordt gewerkt aan de programmalijnen uit de Ontwikkelaanpak. Zij is ook positief over de update van het VTH-uitvoeringsbeleid en erkent de noodzaak om aanpassingen te doen in de bedrijfsvoering van OZHZ vanwege landelijke ontwikkelingen. De gemeente erkent ook de inspanningen van OZHZ op het gebied van woningbouw, klimaat, stikstof, energie en veiligheid als reactie op maatschappelijke en economische ontwikkelingen en steunt de inspanningen van OZHZ op de VTH-taken, Omgevingswet, bodemtaken, ZZS, stikstof, energietransitie, circulaire economie en bedrijfsvoering. Hendrik-Ido-Ambacht staat verder achter de financiële uitgangspunten en besluiten zoals vastgesteld in de ontwerpbegroting 2025. OZHZ heeft zorgvuldig nagedacht over de indexering van tarieven en budgetten, wat bijdraagt aan een stabiele financiële
8
basis voor de komende jaren. Het is positief dat het AB heeft besloten om maatwerk toe te passen voor gemeenten die hun volume willen aanpassen. Dit getuigt van flexibiliteit en begrip voor de verschillende behoeften van de deelnemende gemeenten. Tot slot merkt de gemeente op dat zij het initiatief van OZHZ steunt om efficiency- en samenwerkingsmogelijkheden te onderzoeken met andere gemeenschappelijke regelingen en omgevingsdiensten. Samenwerking kan leiden tot optimalisatie van dienstverlening en efficiënter gebruik van middelen. Ook andere gemeenten spreken hun waardering uit voor de werkzaamheden van OZHZ. Reactie van OZHZ OZHZ onderschrijft de zienswijze en waardeert de gegeven complimenten. Arbeidsmarkt en uitvoeringskracht Papendrecht merkt op dat de huidige krapte op de arbeidsmarkt de realisatie van haar taken en ambities bemoeilijkt. Door decentralisaties en nieuwe wetgeving is de omvang van het gemeentelijk werkpakket de afgelopen jaren fors gegroeid. Daarnaast heeft de gemeente zelf een aantal ambities, maar zijn ook de financiële vooruitzichten onzeker. Gemeentelijke samenwerking en innovaties zijn daarom noodzakelijk om de realisatiekracht van gemeenten op peil te houden. We willen daarbij voortbouwen op de kracht van onze gemeenschappelijke regelingen.
Graag verkent Papendrecht samen met de gemeenschappelijke regelingen en de regiogemeenten de kansen om de slagkracht te vergroten. Reactie van OZHZ OZHZ gaat hierover graag in gesprek met de gemeente. In dat kader kan ook worden verwezen naar een van de onderwerpen uit de bestuursopdracht over de ombuigingen vanaf 2026, over het regionaal organiseren van taken. Voordelen van het regionaal organiseren van omgevingstaken, bijvoorbeeld op het gebied van bouwen en APV, liggen op het gebied van kwaliteit en expertise, continuïteit van taakuitvoering, gezond evenwicht vast en flexibel personeel en efficiency. Een algemene tariefsverlaging is bovendien mogelijk als alle regiogemeenten deze taken bij OZHZ onderbrengen. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Sinds 1 januari 2024 doen OZHZ en de gemeente Dordrecht ervaring op met de gevolgen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb). Het is nog te vroeg om daarover conclusies te trekken. Wel wordt de gemeente graag op de hoogte gehouden van de gevolgen van de nieuwe wet voor de uitvoering van de taken, de knelpunten daarbij en de oplossingen of maatregelen die OZHZ in afstemming met de gemeente daarvoor neemt. Zoals eerder aangegeven in de zienswijze op de begroting 2024 van OZHZ is de inzet vanuit Dordrecht dat de uitvoeringskosten voor de bouwtaken als gevolg van de Wkb niet zullen toenemen.
In aanvulling hierop is de inzet van het college om samen met OZHZ scherp te sturen op uitvoering van het jaarprogramma binnen het daarvoor beschikbaar gestelde budget. Reactie van OZHZ OZHZ heeft over dit onderwerp intensief overleg met de gemeenten voor wie hij de bouwtaken uitvoert. Indien een gemeente minder budget beschikbaar stelt dan noodzakelijk, bijvoorbeeld ter uitvoering van bouwtaken als gevolg van de Wkb, dan maken de gemeente en OZHZ daarover nadere afspraken en wordt de uitvoering gedurende het jaar de uitvoering goed gemonitord en tijdig bezien of bijstelling noodzakelijk is.
9
Aanpak zeer zorgwekkende stoffen De gemeente Dordrecht spreekt haar waardering uit voor het oppakken van het thema zeer zorgwekkende stoffen. Naast de blijvende actualiteit van het dossier PFAS/Chemours zijn het gebruik en daarmee de mogelijke emissie van ZZS naar verwachting bij diverse branches en bedrijven aan de orde. Vanuit de regionale problematiek met PFOA en GenX is het goed om hierin het voortouw te nemen. Reactie van OZHZ OZHZ onderschrijft de zienswijze van de gemeente. In de eerste bestuursrapportage van 2024 is al vermeld dat vanuit het budget 2024 voor de Ontwikkelaanpak (innovatieagenda) een nieuwe uitvraag aan bedrijven in voorbereiding is. OZHZ borduurt daarmee voort op de ervaringen van de uitvraag over 2023. Tevens wordt een koppeling gemaakt met relevante onderzoeksresultaten vanuit andere vakdisciplines (bedrijven met grootste risico op overstroming) en ervaringen van collegadiensten. Continue aandacht voor dit thema blijft nodig, onder andere voor het ontwikkelen van een data- en risicogerichte werkwijze voor (nieuwe) ZZS-en en het ontwikkelen van VTH-werkwijzen voor meldingsplichtige MBA's onder de Omgevingswet. De provincie Zuid-Holland vraagt ook om het onderwerp ZZS vanaf 2026 goed te integreren in de vaste afspraken in de jaarprogramma's van de omgevingsdiensten.
Momenteel wordt de actualiteit van de provinciale vergunningen beoordeeld voor alle milieuthema's inclusief ZZS. Veel afvalverwerkende bedrijven zijn in bezit van een geactualiseerde vergunning uit 2020 of 2021. In deze vergunningen zijn ZZSvoorschriften opgenomen. In 2024 houdt OZHZ deze ZZS-voorschriften tegen het licht en beoordeelt of deze nog goed passen bij wat redelijkerwijs van het bedrijf kan worden verwacht. OZHZ kijkt hierin ook naar de DCMR-standaard die is ontwikkeld voor het opstellen van voorschriften omtrent ZZS. Indien de voorschriften niet meer voldoende passend zijn dan wordt dat meegenomen bij de actualisering van de vergunning. Ambitie OZHZ om brede omgevingstaken uit te voeren Hardinxveld-Giessendam wijst op de ambitie van OZHZ om brede omgevingstaken voor zoveel mogelijk gemeenten in Zuid-Holland Zuid uit te voeren. Hierbij worden enkele taken genoemd die nu nog (deels) onder verantwoordelijkheid van gemeenten vallen, maar het is onduidelijk wat deze ambitie precies inhoudt. Daar heeft de gemeente zorgen bij. Waar efficiëntie mogelijk is en/of gemeenten zelf niet de expertise in huis hebben, is het goed om te verkennen wat OZHZ namens gemeenten naast de basistaken milieu nog meer kan uitvoeren. Tegelijkertijd schuilt er in deze ambitie ook het gevaar dat OZHZ de focus op zijn kerntaken verliest.
Een andere zorg die hier mee samenhangt is de overlap in expertises. Er is mede vanwege de komst van de Omgevingswet meer aandacht voor de fysieke leefomgeving in de breedste zin van het woord. Dat betekent ook dat onderwerpen als duurzaamheid en gezondheid steeds nadrukkelijker een rol spelen. Dat zijn onderwerpen waar gemeenten zelf, of andere diensten, de nodige expertise in huis hebben. Het is zowel financieel als inhoudelijk niet wenselijk om op dergelijke beleidsonderwerpen dezelfde expertise te hebben, maar vooral te verkennen of en waar we elkaar toegevoegde waarde kunnen bieden. Reactie van OZHZ De genoemde ambitie heeft in eerste instantie betrekking op het uitvoeren van VTH-taken in het omgevingsdomein. Voor enkele opdrachtgevers voert OZHZ, naast de milieutaken, ook taken uit op het gebied van bouwen, slopen, brandveiligheid, huisvesting, APV en bijzondere wetten. OZHZ en HardinxveldGiessendam werken op dit moment aan een businesscase om ook voor die gemeente de bouw- en slooptaken te gaan uitvoeren. In het kader van het ravijnjaar / de ombuigingen 2026 is het extra uitvoeren van dergelijke omgevingstaken genoemd als kansrijk vanuit het oogpunt van besparingen, kwaliteit en continuïteit. Zeker als (nog) meer gemeenten die taken bij OZHZ onderbrengen. Overigens blijft het altijd zo
10
dat de gemeente, als bevoegd gezag, eindverantwoordelijk blijft. Verder is OZHZ het met de gemeente eens dat de (schaarse) expertise op onderwerpen zoals duurzaamheid en gezondheid efficiënt en effectief moet worden ingezet. OZHZ heeft die expertise grotendeels zelf in huis en werkt waar nodig ook samen met stakeholders zoals de gemeenten, de provincie en (vooral) de andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland. Dit laatste is overigens onderdeel van een traject van de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten om de onderlinge samenwerking verder te gaan intensiveren.
11