2.5 A.B._25_19 kadernota 2026 versie 1.0..pdf
Tekst van het document
A.B. 25/19
Kadernota 2026
SVHW
Rijksstraatweg 3b Postbus 7059
3286 ZH Klaaswaal www.svhw.nl
(0186) 57 72 00
Versie 1.0
5 februari 2025
Pagina 1 van 13
Kadernota 2026
Versie historie Versie
Datum
Status
Auteur
Controle
0.1
6-01-2025
1e concept
P. Wielaard
M. Dekker
0.2
7-01-2025
2e concept
M. Dekker
M. Heemskerk
0.3
15-01-2025
Definitief versie DB
M. Heemskerk
DB
0.3
28-01-2025
Definitief versie AC
M. Heemskerk
AC
1.0
5-2-2025
Definitief versie AB
M. Heemskerk
AB
Versie 1.0
5 februari 2025
Pagina 2 van 13
Paraaf
Kadernota 2026
Inhoudsopgave
Versie 1.0
5 februari 2025
Pagina 3 van 13
Kadernota 2026
Inleiding
1.1
Algemeen
SVHW moet op basis van de Financiële verordening voor 15 april 2025 een (meerjaren)begroting 2026 indienen. De Kadernota 2026 is hierbij een belangrijk instrument ter voorbereiding op het
samenstellen van de begroting en voor het inzichtelijk maken van een meerjarenperspectief. De
kadernota schetst de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen voor de komende jaren en stelt de
kaders voor de Begroting 2026 en voor de meerjarenbegroting 2027-2030 vast. Na vaststelling van de kadernota door het Algemeen Bestuur (AB) van SVHW werken het Dagelijks Bestuur en de organisatie
de nieuwe begroting 2026 binnen de kaders uit deze nota verder uit.
In deze kadernota wordt volstaan met algemene financiële en beleidsmatige kaders zoals bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regeling.
In lijn met de door het AB vastgestelde “Notitie structurele indexering begroting SVHW” is het financieel perspectief in deze Kadernota uitgewerkt op basis van de Macro Economische Verkenningen van het CPB. Dit houdt in dat: •
de gepubliceerde Nationale consumentenprijsindex volgens de septembercirculaire toegepast wordt voor indexering van de materiële kosten;
• •
de cao toegepast wordt voor de indexering van de personele kosten;
bij het ontbreken van een nieuwe cao de gepubliceerde Loonvoet sector Overheid volgens de septembercirculaire toegepast wordt voor indexering van de personele kosten;
•
indien de werkelijke inflatie respectievelijk loonontwikkeling beduidend afwijkt van de vooraf
geraamde indexering wordt het oude jaar via een begrotingswijziging achteraf gecorrigeerd en daarmee op het juiste prijsniveau gebracht. •
Uitgangspunt voor de meerjarenraming is een normale economische situatie. Voor de
meerjarenbegroting na 2026 wordt gerekend met een indexering van de loon- en prijsstijging met 1%.
In de begroting 2025 was rekening gehouden met een indexering van 2,6% voor de materiële kosten en 5,3% voor personele kosten.
In de 1e wijziging van de begroting 2025 worden de effecten van de cao- en prijsontwikkelingen in
2024 (afwijking met de begroting 2024) en de afwijking op de indexering van de primaire begroting 2025 verwerkt. Ook zijn daarin de effecten van de in juli 2024 door het AB vastgestelde memo
bezuinigingsopgave 2025 verwerkt (€ 1.034.000 lagere kosten). De structurele effecten hiervan zijn ook in deze kadernota 2026 verwerkt.
De toetreding van Geertruidenberg tot de GR SVHW per 1 januari 2025 is kosten neutraal opgenomen in de begroting 2025 en wordt ook kosten neutraal verwerkt in de begroting 2026. Door de
toenemende druk van no-cure-no-paybureaus op de uitvoering van de Wet WOZ trad op 1 januari
2024 de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm in werking. Met deze wet is onder
meer de proceskostenvergoeding op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor WOZ-
bezwaarzaken verlaagd tot 25%, in de wet uitgedrukt als factor van 0,25. De Hoge Raad heeft op 12 juli 2024 bepaald dat het lage tarief voor de proceskostenvergoeding in belasting- en premiezaken in
bezwaar buiten toepassing moet blijven. Enkel het tarief voor overige zaken, dat nu dubbel zo hoog is, blijft dan over. De verlaging van de proceskostenvergoeding in WOZ-bezwaarzaken wordt hierdoor zo goed als volledig ongedaan gemaakt. De Eerste Kamer heeft op 17 december het Pakket Belastingplan Versie 1.0
5 februari 2025
Pagina 4 van 13
Kadernota 2026 2025 aangenomen. De WOZ- factor is hierin verlaagd naar 0,125. Deze aanpassing zorgt ervoor, dat de proceskostenvergoeding op het niveau blijft zoals opgenomen in de memo bezuinigingsopgave
2025. Het daarin benoemde risico hierover is met het aannemen van de belastingwet 2025 gemitigeerd.
Onderstaand overzicht geeft de effecten weer uit de 1e wijziging van de begroting 2025 en de Kadernota 2026 ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2025:
Bedragen x 1.000 euro
Omschrijving
Gewijzigde
begroting 2025
Kadernota 2026
Incidenteel/ structureel
Materiele kosten indexering
196
Structureel
Personele kosten indexering
318
Structureel
Ontwikkelingen: Nieuw beleid
PM
PM
-300
-303
Structureel
-484
-488
Structureel
Lagere personeelslasten
-200
-202
Structureel
Lagere kosten telefonie
-50
-51
Structureel
30
Structureel
Proceskostenvergoeding Inhuur personeel bezwaren NCNP bureau's
Lagere renteopbrengsten Totaal ontwikkeling lasten
1.2
-1.034
-500
Leeswijzer
Paragraaf 2 beschrijft de strategische richting van SVHW. In paragraaf 3 wordt een overzicht gegeven
van de belangrijkste ontwikkelingen, waarmee rekening moet worden gehouden bij het opstellen van de (meerjaren)begroting. Het betreft hier de ontwikkelingen, zoals deze worden onderkend bij het opstellen van deze Kadernota (december 2024).
Paragraaf 4 schetst de (financiële) kaders voor de (meerjaren)begroting gebaseerd op de ontwikkelingen in paragraaf 3.
Versie 1.0
5 februari 2025
Pagina 5 van 13
Kadernota 2026
Strategische richting SVHW Het financiële meerjarenperspectief van SVHW ziet op het optimaliseren van de belastingopbrengst
voor zijn deelnemers. SVHW heeft hierbij als richting om een goed kwaliteitsniveau te bieden, waarbij
het kostenniveau voor deelnemers acceptabel blijft. Daarnaast moet de dienstverlening passen binnen de context van een veranderende omgeving en deze dient daarom continu doorontwikkeld te worden. Als financieel uitgangspunt probeert SVHW de ontwikkeling van de dienstverlening zoveel mogelijk
binnen de exploitatie op te vangen (interne financiering). Dit doet SVHW door continue verbetering van de effectiviteit en de efficiency van de processen en door actief te zoeken naar samenwerking.
SVHW werkt vanuit een hoger doel, de missie van SVHW. Vanuit onze missie hebben wij een gewaagd doel bepaald. Dit gewaagde doel geeft richting aan waar we als organisatie voor gaan. Het gewaagde doel is:
In 2030 zijn wij een toonaangevende organisatie, waarbij minimaal 95% van onze dienstverlening verloopt via selfservice. Met de menselijke maat: Met een tevredenheid onder medewerkers en klanten >7,5
De doelen betekenen het volgende voor SVHW: -
-
Toonaangevende organisatie: we willen een voorloper zijn, een organisatie waar anderen
een voorbeeld aan nemen. In de wereld van belastingen kijkt men naar ons op en zijn we een zichtbare speler die het voortouw neemt;
95% Selfservice: dit is zeer ambitieus (precieze uitwerking vindt nog plaats). Mijn SVHW
moet dan zo helder zijn dat niet alleen de aanslag, maar ook de voortgang in het dossier
kan worden gezien, waar je kan betalen en de manier van betalen kunt regelen. De digitale balie heeft alle gewenste informatie helder beschikbaar. Klanten kunnen hun gegevens -
aanvullen/ wijzigen/ updaten, zodat ze onderdeel worden van ons proces;
Menselijke maat: selfservice geeft ons de ruimte en tijd om maatwerk te leveren aan hen
die dat nodig hebben. De menselijke maat geldt zowel intern als extern voor alle klanten.
Om dit gewaagde doel te behalen is dit vertaald in een strategiekaart, die richting geeft aan het
handelen van de organisatie. De doelen en missie zijn op die manier al uitgewerkt in de begroting 2025 en worden ook voor de begroting 2026 gehanteerd als uitgangspunt. In de begroting 2026
worden hier bovendien KPI’s aan gekoppeld om de voortgang te monitoren. Deels zijn deze KPI’s al voorhanden, deels moeten deze nog worden ontwikkeld.
SVHW werkt aan de strategie met een drietal kernwaarden als basis: Samenwerken, Vertrouwen en Gewoon doen. Aan deze kernwaarden wordt voortdurend aandacht besteed in onze organisatie en bij de werving van collega’s en SVHW wil hierop aangesproken kunnen worden. Voor een gestructureerde aanpak van de benodigde ICT ontwikkelingen vanwege de strategie en wetgeving is een ICT-strategie opgesteld. In 2025 wordt hiervoor een roadmap gemaakt. Vooralsnog gaan we er vanuit dat de kosten hiervoor op te vangen zijn binnen de begroting. Eventuele meerkosten worden separaat ter besluitvorming voorgelegd. De overige kosten voor projecten die noodzakelijk zijn voor het behalen van de doelen uit de strategie leiden niet tot extra kosten en dekken we uit de reguliere begroting.
Versie 1.0
5 februari 2025
Pagina 6 van 13
Kadernota 2026
Ontwikkelingen 3.1
Inleiding
Deze paragraaf geeft de relevante ontwikkelingen voor de Begroting 2026 weer, zoals deze bij het
opstellen van deze kadernota bekend zijn. De meeste ontwikkelingen hebben een meerjarig effect.
3.2
Ontwikkelingen in technologie en wetgeving
SVHW heeft net als alle andere organisaties te maken met een steeds sterkere afhankelijkheid van IT oplossingen en moet daarom ook meegaan met de veranderingen daarin. Onze contracten voor
hardware lopen in 2025 definitief af. Deze moeten dan opnieuw worden aanbesteed voor 2026. Vooruitlopend daarop onderzoeken wij wat daarbij nodig is om een betrouwbare en efficiënte
gegevensverwerking te borgen, die aansluit op de externe ontwikkelingen. Een aantal van deze
ontwikkelingen zijn: -
Landelijke stelsel van basisregistraties en aansluiting hierop;
-
Doorontwikkeling van MijnOverheid en verdere digitalisering overheidsdienstverlening;
-
-
-
De implementatie van wetsaanpassing voor de waterschapsbelastingen vanaf 1.1.2026; Informatiebeveiliging en privacy waarbij SVHW ervoor zorg moet dragen dat de digitale
weerbaarheid op peil wordt gehouden en verder wordt verbeterd waar nodig en passend binnen toenemende nationale en Europese regelgeving;
Implementatie van NIS2-richtlijn (Network and Information Security directive) verder
vormgeven;
Implementatie van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (WMEBV).
De hiervoor genoemde ontwikkelingen vangen we af binnen de reguliere begroting.
3.3 3.3.1
Algemene politiek-juridische ontwikkelingen Extra druk door grote hoeveelheden bezwaren
In 2024 heeft SVHW de eerste effecten gemerkt van de wijziging in wetgeving( lagere factor
proceskostenvergoeding en proceskosten uitbetalen aan belanghebbenden) en een rustigere
ontwikkeling van de woningwaarden. Het aantal bezwaren nam na jaren van toename weer af, maar is
nog altijd hoger dan gebruikelijk. Deze trend speelt landelijk. De financiële effecten hiervan zijn reeds verwerkt in de eerste begrotingswijziging 2025 en deze aantallen uit 2024 houden we aan voor 2026 en verder. Het is overigens de vraag of en hoe de NCNP bureaus hun verdienmodel op de gewijzigde wetgeving aan zullen passen.
3.3.2
Ravijnjaar 2026
Al in een vroeg stadium heeft het Algemeen Bestuur aangedrongen op het zoeken naar
bezuinigingsmaatregelen bij SVHW om in te spelen op het komende ravijnjaar. In juli 2024 is deze
bestuursopdracht ingevuld en met de memo bezuinigingsopgave 2025 voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. De positieve effecten hiervan worden opgenomen in de 1e begrotingswijziging 2025 en
hebben hun doorwerking naar 2026 en verder. Versie 1.0
5 februari 2025
Pagina 7 van 13
Kadernota 2026
3.3.3
Landelijke ontwikkelingen WOZ domein
Er is een tweetal ontwikkelingen gaande, dat mogelijk effect heeft op de meerjarenbegroting van SVHW al schatten we het effect voor SVHW beperkt in.
De eerste is een onderzoek naar aanleiding van de VNG-motie “Tweejaarlijkse herwaardering WOZ”.
Hierbij is de overweging dat een tweejaarlijkse herwaardering van de WOZ-waarde, in plaats van de nu geldende jaarlijkse herwaardering, leidt tot minder druk op de capaciteit in de uitvoering en tot
verbetering van de kwaliteit. Op dit moment wordt door de VNG in samenwerking met de Landelijke Vereniging voor Lokale Belastingen (LVLB) uitvoering gegeven aan het in de motie gevraagde
onderzoek.
De tweede ontwikkeling is het project van de LVLB om informeel contact onderdeel te maken van het WOZ-proces. Het idee is om woningeigenaren zoveel mogelijk te betrekken bij de registratie van de
secundaire kenmerken, door een landelijk platform te ontwikkelen die door alle WOZ-organisaties
gebruikt kan worden. Hoe het platform er precies uit komt te zien wordt uitgewerkt en getoetst in de
praktijk. SVHW was al gestart met een eigen ontwikkeling, maar volgt de landelijke ontwikkeling op de voet.
3.4 3.4.1
Ontwikkelingen Invordering Maatschappelijk verantwoord invorderen
SVHW volgt de trend van het meer maatschappelijk invorderen en blijft dit ook doen in 2026. Het
beleid van SVHW is om zoveel mogelijk te voorkomen dat er problematische schulden of een
opeenstapeling van schulden ontstaat. SVHW heeft hiervoor al de volgende maatregelen getroffen: • •
het hanteren van een betalingstermijn van 3 maanden in plaats van de wettelijke 6 weken;
de mogelijkheid om met een automatische incasso in 10 maandelijkse termijnen te betalen;
•
de mogelijkheid om tijdens het dwanginvorderingstraject binnen twee weken na ontvangst van
•
het op verzoek opsturen van een betaallink via email of sms;
een aanmaning alsnog een automatische incasso af te geven;
• •
het treffen van individuele betalingsregelingen;
gebruik eMandaat en Incasso Op Maat voor flexibel incasseren waarbij belastingplichtigen het incassomoment kunnen bepalen;
•
de pilot belacties en huisbezoeken toegevoegd om met een persoonlijke aanpak de kwetsbare
mensen in de samenleving te begeleiden naar praktische oplossingen en om kostenstapeling te voorkomen.
Verder overweegt SVHW de kosteloze herinnering in te voeren. Financiële effecten hiervan worden niet in de begroting meegenomen, maar in een separaat voorstel aan het Algemeen Bestuur voorgelegd.
Het verder invoeren van sociaal maatschappelijk invorderen kan eraan bijdragen, dat opbrengsten uit invordering afnemen of vorderingen langer open blijven staan of worden afgeboekt. De financiële effecten daarvan zijn lastig te voorspellen. Hierdoor wordt dit niet verder doorgerekend in deze kadernota enkel als risico benoemd.
Op dit moment wordt de opbrengsten uit invordering administratief in mindering gebracht op de
kosten van het invorderingsapparaat van SVHW, dus in de exploitatie van SVHW verwerkt. Daardoor kan Versie 1.0
5 februari 2025
Pagina 8 van 13
Kadernota 2026 het voor SVHW vanuit financieel perspectief minder aantrekkelijk zijn om maatschappelijk in te
vorderen, omdat deze opbrengsten voor SVHW dan terug lopen en de tarieven stijgen. Aangezien
maatschappelijk invorderen ook tot hogere belastingopbrengsten voor de deelnemers kan leiden, willen we de opbrengsten uit invordering met ingang van de begroting 2026 onder de
belastingopbrengsten verantwoorden op een voor de afzonderlijke deelnemers budgettair neutrale manier. De tarieven gaan dan eenmalig omhoog, maar dat wordt gecompenseerd door hogere
opbrengsten via de opbrengsten belastingen en invordering. Onderzocht wordt of dit ook al bij de eerste begrotingswijziging 2025 doorgevoerd kan worden.
3.5 3.5.1
Deelnemers Geen toetreding nieuwe deelnemers in 2026
Na de afgelopen jaren de gemeenten Ridderkerk, Drimmelen en Geertruidenberg te hebben verwelkomd voorzien wij geen nieuwe toetredingen in 2026.
3.5.2
Wijzigingsverzoeken en harmonisering
In potentie kunnen de kosten van SVHW verder omlaag worden gebracht als deelnemers op identieke wijze hun belastingverordeningen vormgeven en maatwerk verminderen. Dit vergroot ook de mogelijkheden om de doelstellingen voor de selfservice graad en klant- en medewerkers tevredenheid uit onze strategie te behalen. Vanaf 2025 willen we ambtelijk de mogelijkheden in samenwerking met de deelnemers verkennen. Eventuele effecten hieruit worden nog niet opgenomen in de begroting 2026.
Versie 1.0
5 februari 2025
Pagina 9 van 13
Kadernota 2026
Financiële Kaders 4.1
Inleiding
Zoals in paragraaf 1.1 vermeld wordt in de Kadernota 2026 volstaan met financiële kaders in plaats van uitgewerkte financiële paragraaf. Daarnaast wordt er in deze kadernota van uitgegaan dat er in 2025 een 1e begrotingswijzing is vastgesteld. Uitgangspunt voor deze 1e begrotingswijziging 2025 is de
memo bezuinigingsopgave 2025.
4.2
Indexering 2025
In de 1e begrotingswijzing 2025 is een daling van de personele – en materiele kosten ten opzichte van de begroting opgenomen als gevolg van de lagere kosten inzake de bezwaarafhandeling. Dit betreft € 484.000 voor minder inhuurkosten en € 300.000 voor lagere proceskostenvergoeding.
Tevens zijn de personeelslasten met € 200.000 afgenomen vanwege lagere sociale lasten en het
uitgangspunt dat niet altijd alle vacatures conform planning worden ingevuld. Tenslotte zijn de
telefoniekosten structureel verlaagd met € 50.000 door een gunstige uitkomst van de aanbesteding
telefonie.
In de begroting 2025 was rekening gehouden met een indexatie van de loonkosten van het jaar 2025 naar 2026 van 1%. Op basis van de CPB Raming Macro Economische verkenning 2025 wordt verwacht dat de loonvoet voor overheid een stijging kent van 4,7% in 2026. Hierdoor moet de indexering voor 2026 met 3,7% worden bijgesteld. Dit betekent een verhoging van de kosten ten opzichte van de
begroting 2025 van € 318.000. Hierdoor verwachten wij dat de personele kosten uitkomen voor 2026
op € 8.911.000
In onderstaand overzicht zijn de details van deze stijging weergegeven: Bedragen x 1.000 euro
Ontwikkeling personele lasten:
2026
Personele kosten in begroting 2025
8.795
Af: 1e begrotingswijziging 2025
-202
Totaal te indexeren personele lasten
8.593
Prijsindex : 4,7% minus reeds doorgerekend 1% bedrag Kadernota 2026
318 8.911
De materiële kosten in de primaire begroting 2025 zijn geïndexeerd met 1% om tot de begroting voor 2026 te komen. Door de aanhoudende inflatie is de verwachting dat de kosten voor 2026 stijgen met
3,2%. Dit brengt een stijging van de kosten van 2,2% met zich mee wat resulteert in een stijging van de
kosten van € 196.000. In de eerste begrotingswijziging is reeds een structurele verlaging opgenomen van de kosten van € 834.000 en over de afschrijvingslasten en onvoorzien vindt geen indexering
plaats. Hierdoor verwachten wij dat de materiele kosten per saldo uitkomen voor 2026 op € 9.506.000.
Dit is een verbetering ten opzichte van de begroting 2025 van per saldo € 638.000.
Versie 1.0
5 februari 2025
Pagina 10 van 13
Kadernota 2026 In onderstaande tabel is dit schematisch weergegeven: Bedragen x 1.000 euro
Ontwikkeling materiële kosten
2026
Totaal materiële kosten begroting 2025
10.144
Af: 1e begrotingswijziging 2025
-834
Af: afschrijving en onvoorzien geen indexering
-417
Totaal te indexeren materiële kosten
8.893
Prijsindex : 3,2% minus reeds doorgerekend 1% Bedrag kadernota 2026
4.3
196 9.506
Overige ontwikkelingen
Het uitgangspunt is dat het aantal bezwaren in 2026 gelijk blijft aan dat van 2025. De aantallen in 2025 zijn weer gebaseerd op de daadwerkelijke aantallen van 2024. De verwachting is dat de
waardeontwikkeling van de woningen minder explosief is als in 2023 en dat de effecten van de Wet
herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm met een wegingsfactor van 0,125 op het aantal bezwaren van NCNP bureaus zichtbaar zullen blijven.
Verder houden we de renteopbrengsten constant, waarbij wij deze iets naar beneden bijstellen,
uitgaande van onveranderd beleid. De rente is in 2024 al gedaald en de renteverwachting voor 2025 en zeker 2026 is dat de lange rente licht zal dalen. De Europese Centrale Bank (ECB) verwacht dat de inflatie in 2025 en 2026 verder zal afnemen, wat bijdraagt aan de daling van de rentes. Echter,
geopolitieke en economische onzekerheden kunnen altijd invloed hebben op deze verwachtingen.
4.4
Algemene financiële kaders
Voor de samenstelling van de Begroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030 worden naast de hierboven vermelde autonome ontwikkelingen de volgende kaders en uitgangspunten geformuleerd: •
Er is sprake van structureel en reëel evenwicht in de begroting en het meerjarenperspectief. De structurele lasten zijn gedekt door structurele baten;
•
De begroting dient te voldoen aan de Wettelijke regels begroting van het BBV, hierbij is onder andere aandacht voor: -
-
-
-
•
-
Overzicht van incidentele baten en lasten;
Specificatie van baten en lasten per programma;
(Prestatie) indicatoren;
Verloopoverzicht van het Eigen Vermogen;
Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing;
De begroting wordt opgesteld op basis van bestaand beleid van deelnemers. In de begroting 2026 wordt dan ook vooralsnog geen nieuw beleid verwerkt. Nieuw beleid wordt separaat
aangegeven en voorzien van een kostenbegroting, maar wordt niet verwacht.
Versie 1.0
5 februari 2025
Pagina 11 van 13
Kadernota 2026
4.5
Financieel technische uitgangspunten
Bij het opstellen van de Begroting 2026 worden voor het financiële gedeelte van de begroting en het meerjarenperspectief de volgende uitgangspunten gehanteerd: •
Als basis worden de meest actuele budgetten van de begroting 2025 gehanteerd daarbij
rekening houdend met de 1e begrotingswijziging 2025 en de werkelijke lasten over het boekjaar 2024;
•
De ramingen voor loon- en prijsstijgingen worden verwerkt zoals opgenomen in de paragraaf ‘Autonome ontwikkelingen’;
•
In het meerjarenperspectief wordt gerekend met een indexering van de loon- en prijsstijging
van 1 procent.
4.6 4.6.1
Financieel perspectief 2026-2030 Overzicht
Het meerjarenperspectief wordt weergegeven vanaf de stand in de begroting 2025. De 1e
begrotingswijzing in 2025 is in het overzicht verwerkt. De opbrengst invorderingskosten is hierbij vooralsnog als exploitatieopbrengsten voor SVHW weergegeven. Bedragen x 1.000 euro
Kosten
2026
2027
2028
2029
2030
Lasten primaire begroting 2025
18.939
19.125
19.312
19.501
19.696
1e begrotingswijziging 2025
-1.044
-1.054
-1.065
-1.075
-1.086
Lasten begroting na wijziging
17.895
18.071
18.247
18.426
18.610
Indexering personele kosten
318
321
324
328
331
Indexering materiele kosten
196
198
200
202
204
Nieuw beleid
PM
PM
PM
PM
PM
18.409
18.590
18.771
18.955
19.144
2026
2027
2028
2029
2030
15.657
15.842
16.029
16.218
16.380
-500
-504
-510
-515
-488
15.157
15.338
15.519
15.703
15.892
2.792
2.792
2.792
2.792
2.792
460
460
460
460
460
18.409
18.590
18.771
18.955
19.144
0
0
0
0
0
Totaal lasten begrotingsjaar Baten Deelnemersbijdrage primair 2025 Deelnemersbijdrage begr. wijziging/indexering
Totaal deelnemersbijdrage Opbrengst invorderingskosten (primair) 2025
Overige opbrengst en rente (primair) Totaal baten begrotingsjaar Resultaat boekjaar
Versie 1.0
5 februari 2025
Pagina 12 van 13
Kadernota 2026
4.6.2
Niet opgenomen (PM) posten
De volgende posten zijn niet opgenomen in de kadernota en worden voor zover van toepassing opgenomen in de risicoparagraaf van de Begroting 2026: •
Het risico op een lagere opbrengst invorderingskosten vanwege aanvullende maatregelen voor maatschappelijk verantwoord invorderen;
•
•
De meerjarige indexering na 2026 is conform afspraak 1 procent, waarbij de kans groot is dat dit in de praktijk naar boven bijgesteld wordt;
In 2025 wordt een strategisch huisvestingsplan opgesteld. Daarin is opgenomen welke stappen we moeten zetten om te voldoen aan de eisen van de wetgever om in 2030 ons pand te
voorzien van energielabel A. Hierbij zetten we alle opties tegen elkaar af en dat kan leiden tot kostenstijgingen.
Versie 1.0
5 februari 2025
Pagina 13 van 13