CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2.31c 2. Begroting 2025-2028 GR Sociaal.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 24 september 2024, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 14: Doorlopende lijst ingekomen stukken30.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Primaire begroting 2025-2028 Gemeenschappelijke Regeling Sociaal CONCEPT

INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding .................................................................................................................. 3 1.1 Voorwoord ..................................................................................................................................... 3 1.1 Landelijke en regionale ontwikkelingen ......................................................................................... 3 1.3 Budgettaire kaders en uitgangspunten .......................................................................................... 5 1.4 Samenvatting financiële resultaten ............................................................................................... 7

2 Programmabegroting .......................................................................................... 12 2.1 Dienstverlening ............................................................................................................................ 13 2.2 Bestaanszekerheid versterken .................................................................................................... 17 2.4 Zorgen voor ondersteuning ......................................................................................................... 28 2.5 Bedrijfsvoering ............................................................................................................................. 34 2.6 Algemene dekkingsmiddelen ...................................................................................................... 40 2.7 Vennootschapsbelasting ............................................................................................................. 40

3 Paragrafen ............................................................................................................ 41 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................................. 41 3.2 Onderhoud kapitaalgoederen ...................................................................................................... 44 3.3 Financiering ................................................................................................................................. 45 3.4 Bedrijfsvoering ............................................................................................................................. 48 3.5 Rechtmatigheid ............................................................................................................................ 50 3.6 Openbaarheidsparagraaf............................................................................................................. 52 3.7 Verbonden Partijen ...................................................................................................................... 53

4 Financiële begroting............................................................................................ 60 4.1 Overzicht van baten en lasten ..................................................................................................... 61 4.2 Toelichting baten en lasten.......................................................................................................... 63 4.3 DVO's .......................................................................................................................................... 64 4.4 Financiële positie ......................................................................................................................... 66 4.5 Verdeelsleutels ............................................................................................................................ 67 4.6 Investeringsplan .......................................................................................................................... 68 4.7 Overzicht per taakveld ................................................................................................................. 69

5 Vaststelling .......................................................................................................... 70 Bijlagen.................................................................................................................... 71 Bijlage A Bijdragen per gemeente per Opgave ................................................................................. 72 Bijlage B Bijdragen per gemeente per taakveld ................................................................................ 73 Bijlage C Meerjarenbijdrage per gemeente ....................................................................................... 74 Bijlage D Ramingsuitgangspunten per Opgave ................................................................................ 78 Bijlage E Verplichte BBV-beleidsindicatoren ..................................................................................... 79 Bijlage F Begrotingssubsidies ........................................................................................................... 80

2

1 Inleiding

1.1 Voorwoord • • • •

Onze dienstverlening continu verbeteren, innoveren en aansluiten bij daar waar inwoners het beste geholpen zijn; Bestaanszekerheid versterken, ook landelijk een groot vraagstuk, door echte focus op dit onderwerp, intensiever contact en het doen van een bestaanszekerheidscheck; Ontwikkelen naar Werk via het Regionaal Werkcentrum en de samenvoeging Drechtwerk en Sociale Dienst Drechtsteden tot volle wasdom laten komen (ook landelijk komen hier extra middelen voor vrij); Met Zorgen voor Ondersteuning kritisch kijken naar innovaties die de vergrijzing en continue groei beter kunnen opvangen (denk aan Powerful ageing of nieuwe zorgconcepten en de bestuurlijke opdracht).

Allemaal inhoudelijke onderwerpen die voor 2025 een belangrijke basis voor deze begroting vormen. En dat tegen de achtergrond waarbij de bedrijfsvoering de nodige uitdagingen kent (personeel wordt schaarser, ICT Beweegt dat in 2024 tot een daadwerkelijke overstap moet leiden en financiën die bij onze eigenaren een steeds grotere uitdaging worden). Deze ontwikkelingen vormen de basis van deze begroting en zijn via de uitgangspuntennotitie 2025 al qua consequenties voorbereid in samenwerking met de gemeenten. Ook in de context van de Drechtsteden zien we dat het werken aan en zichtbaar maken van publieke waarde in het sociaal domein steeds belangrijker worden. Daarnaast weten we nog niet wat de gevolgen zijn van de kabinetsformatie op het sociaal domein. Door het grootste deel van de organisatie gemeentegericht in te delen, zijn we in staat om meer in te spelen op de lokale omstandigheden. Cruciaal, omdat de druk op ons werk vanuit onze gemeenten alleen maar zal toenemen. De vaardigheden om in te kunnen springen op gemeentelijke behoeften, aan te sluiten bij het lokale netwerk en vooral goed zichtbaar zijn, worden steeds belangrijker. Al deze aspecten vragen om een GR Sociaal die vooruit kijkt, die anticipeert op ontwikkelingen en wendbaar is.

Waarin de kennis die we hebben van de opgaven, de inwoners en de landelijke ontwikkelingen meer gedeeld wordt, of dat nu via regionale of lokale gesprekken, landelijke tafels of digitaal via rapportages en dashboards. Kennis is onontbeerlijk in de omgeving van het sociaal domein. Uitdaging is ook om met gemeenten (al dan niet volledig gezamenlijk of 1-op-1) ontwikkelingen, ideeën en kansen consequent om te zetten naar acties die bijdragen aan de publieke waarde.

1.1 Landelijke en regionale ontwikkelingen Hernieuwde doelstellingen: focus op onze publieke waarde In het afgelopen jaar is het denken en werken met hernieuwde doelstellingen verder geconcretiseerd. In de aangescherpte doelen in deze begroting hebben we steeds per opgave beschreven wat ons maatschappelijk gezien voor ogen staat, hoe we die doelen gaan bereiken en welke acties we daarvoor ondernemen. Ook de onderlinge samenhang tussen de doelen per opgave, het opgaveoverstijgende aspect, is van cruciaal belang. Als publieke organisatie opereren we steeds in een politieke context die snel kan veranderen en kan er spanning ontstaan tussen de zaken die wij ons voorgenomen hebben te gaan doen en de politieke opinie die wij te verwerken krijgen. Ook hiervoor geldt dus dat het verstandig is om steeds in verbinding te blijven met de politieke en maatschappelijke context waarin we ons bevinden en te blijven onderzoeken waar veranderingen kunnen optreden en hoe we die moeten incorporeren. Net als onze inwoners willen wij natuurlijk ook een stabiel en voorspelbaar bestaan: de manier om daar geen stress van te krijgen is de beweeglijkheid in onze organisatie hoog te houden en desondanks op koers te blijven.

Voor de doelen in deze begroting betekent dit dus: blijf onderzoeken of de gekozen doelstellingen en vertaling daarvan naar acties nog steeds passend zijn in de actuele context en veer mee / stel bij waar dit nodig is.

3

Financieel perspectief Dit gaat over het jaar 2026, waarin er op landelijk niveau nog veel onduidelijkheid is over de financiering van het sociaal domein. Gemeenten staan voor een grote opgave hoe hun begroting sluitend te krijgen. Hoewel er dus ook nog altijd een mogelijkheid is dat het uiteindelijke ravijn gaat meevallen, is besloten om te onderzoeken welke mogelijkheden er liggen bij gemeenten zelf en bij hun verbonden partijen om te bezuinigen op de uitgaven. Het zal hierbij niet alleen gaan om besparingen op ons beleidsgeld, maar mogelijk ook onze bedrijfsvoering raken. We denken daarbij vooral vanuit het langere termijn perspectief: waar kunnen we door innovatie, anders en slimmer organiseren en intensievere samenwerking (zoals gemeenten (lokaal), maatschappelijke partners of andere samenwerkingsverbanden) in onze dienstverlening efficiënter én effectiever worden. Eind augustus 2024 moet dit leiden tot een rapportage met keuzemogelijkheden, die voorgelegd kunnen worden aan de raden, met daarin concrete uitwerkingen. Omdat met het opstellen van deze begroting de keuzes nog niet gemaakt zijn, hebben we voor nu in de begroting 2025 al wel nadrukkelijk rekening gehouden met ontwikkelingen die concreet genoeg zijn en een positieve invloed kunnen hebben op dit vraagstuk.

Denk aan de invoering van Powerful Ageing, werk-fit maken van klanten die langer dan twee jaar in de bijstand zijn en een pilot LKS zijn hier goede voorbeelden van. Ook het bewust afstappen van de afspraak dat apparaat in 2025 niet meegroeit met de taak (klantenaantallen) is een voorbeeld waar al rekening mee is gehouden. Mochten later dit jaar (2024) raden keuzes maken die van invloed zijn op de begroting 2025, dan zullen deze ofwel via een aparte begrotingswijziging ofwel via de voorjaarsbrief 2025 alsnog een plek krijgen in de begroting voor 2025. De belangrijkste zaken voor 2025: • De ontwikkelingen rondom het Regionaal Werkcentrum: het RWC is een regionaal samenwerkingsverband van UWV en SDD, waarbij we in overleg met het bestuur van de arbeidsmarktregio een gezamenlijke dienstverlening zullen opzetten. De bedoeling is om samen een loket te vormen waarbij werkenden, werkzoekenden en werkgevers op een plek terecht kunnen. Behalve een sterke uitvoeringsdimensie, biedt dit RWC ook meer strategische kansen om arbeidsmarktbeleid, de inzet van scholing en het inspelen op tekortsectoren meer in samenhang met Economie / de centrumgemeente uit te voeren. Cruciaal voor onze opgave 'Ontwikkelen naar werk', maar ook voor onze processen rondom intake, de poort, triage, samenwerking lokaal / regionaal.

Het ligt in de planning om het RWC in de tweede helft van 2024 operationeel te krijgen. Het implementatieplan moet nog worden opgesteld. Hierin moeten strategische keuzes gemaakt over wat wel en niet onder deze ontwikkeling past. • Daarnaast staan ook robuuste veranderingen in de zorg op het programma. De financiële en personele tekorten dwingen de overheid tot het maken van nieuwe keuzes. Het is nog onduidelijk welke richting deze ontwikkeling op gaat. We volgen deze ontwikkeling uiteraard nauwlettend en praten waar mogelijk mee via onze vertegenwoordigende organen en zetten in op lobby op dit thema. • Bestaanszekerheid is bovendien landelijk volop in het nieuws: er wordt meer en meer terechte aandacht aan dit onderwerp, de complexiteit van onze regelingen, de uitvoering en de menselijke maat besteed. Vereenvoudiging, maatwerk en samenwerking zijn daarbij van cruciaal belang. • Focus op uitvoeringsprocessen en gebruik ICT: het werken in nieuwe afdelingen als onderdeel van een maatschappelijke opgave betekent ook dat het nu echt nodig wordt om grondig te kijken naar onze uitvoeringsprocessen. We benutten de mogelijkheden die onze systemen bieden niet optimaal.

Nu we een visie hebben op hoe we vanuit de opgaven – inclusief de opgave dienstverlening – ons naar de inwoner willen verhouden, is het een logisch moment om te onderzoeken hoe we tot een integraal herontwerp van onze belangrijkste dienstverleningsprocessen kunnen komen. Met het efficiënter maken van onze processen, waarbij we ook naar de rolverdeling tussen functies onderling kijken en de mogelijkheden van onze systemen optimaler gaan benutten, kunnen we het werken eenvoudiger en leuker maken en zorgen dat er meer tijd beschikbaar komt voor zaken die nu blijven liggen. Ook kunnen we de besturing dan vereenvoudigen. Er ligt dan ook een logische koppeling met de ICT inrichting. • Professionele ontwikkeling: in 2024 en 2025 gaan we gerichter inspelen op de wensen die er bij onderdelen (afdelingen, bepaalde groepen medewerkers) van onze organisatie bestaan. Rondom stress-sensitief handelen is al een keuze gemaakt: deze training biedt een verdieping voor een grote groep medewerkers. We zullen hierbij ook eigen trainers opgeleid, zodat we naar de toekomst toe het vakmanschap in onze organisatie hiervoor kunnen borgen. Daarin gaan we ook de verbinding leggen met onze maatschappelijke partners.

4

1.3 Budgettaire kaders en uitgangspunten Om de verbinding te versterken, stellen de gemeenten en de GR Sociaal gezamenlijk jaarlijks een uitgangspuntennotitie op. De uitgangspunten uit deze notitie dienen als basis voor het opstellen van de primaire begroting 2025 en voor de meerjarenraming 2026 tot en met 2028. Op deze manier zijn gemeenten tijdig betrokken in het proces om te komen tot de primaire begroting 2025 GR Sociaal. De uitgangspunten worden in deze paragraaf nader toegelicht. Bandbreedte meerjarenramingen In een primaire begroting is tevens een meerjarenraming opgenomen voor de drie volgende jaren.Gezien de grote onzekerheden en de vele ontwikkelingen is het lastig om deze op te stellen. Het uitgangspunt voor de primaire begroting is reëel ramen en rekening te houden met de onzekerheden. Net als in vorige begrotingen (conform besluit Algemeen Bestuur begin 2024) wordt in de primaire begroting 2025 voor de meerjarenraming een bandbreedte op de onzekerheid gehanteerd. Deze zal oplopen van +2/-2% voor 2026 tot +6/-6% voor 2028. De onderkant van de bandbreedte zal in de meerjarenraming worden opgenomen. In de risicoparagraaf wordt de bandbreedte als risico opgenomen. Inhoudelijk compleet De primaire begroting 2025 moet zoveel mogelijk inhoudelijk compleet zijn en een zo integraal mogelijk beeld geven van de financiële consequenties.

De primaire begroting 2025 kan daarom naast het bestaand beleid ook voorstellen bevatten voor nieuw en/of gewijzigd beleid. Begrotingswijzigingen Indien blijkt dat de begroting 2025 in 2024 moet worden bijgesteld op basis van het regeerakkoord, coalitieakkoorden, aangepaste CPB-ramingen of andere materiële wijzigingen, dan gebeurt dat via afzonderlijke begrotingswijzigingen die ter besluitvorming worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur en zoveel mogelijk via de geëigende momenten van de P&C cyclus. Financiële bijdragen gemeenten De grondslag voor de financiële bijdrage van de gemeenten aan de GR Sociaal ligt vast in de Bijdrageverordening 2023. Hierin zijn drie soorten bijdragen benoemd: 1. een bijdrage aan de uitvoeringsorganisatie Sociale Dienst Drechtsteden voor de taken en bevoegdheden uit artikel 5 van de regeling; 2. een bijdrage aan de uitvoeringsorganisatie Drechtwerk voor de taken en bevoegdheden uit artikel 6; 3. een op basis van een dienstverleningsovereenkomst (DVO) voor de taken, die buiten de taken opgenomen in artikel 5 en 6 van de regeling zijn opgenomen. Verdeelsleutels Het ophalen van de eerste twee bijdragen gaat aan de hand van een aantal verdeelprincipes de daarbij horende verdeelsleutels.

In 2021 zijn de verdeelsleutels van de Sociale Dienst Drechtsteden samen met de gemeenten geactualiseerd aan de hand van zeven criteria: uitlegbaar, transparant, eenvoudig, toekomstbestendig, maatwerk en integraliteit faciliteren en stabiliteit. Dit heeft geresulteerd in nieuwe verdeelsleutels, die per 2021 zijn vastgesteld en die vanaf het begrotingsjaar 2023 volledig ingevoerd zijn. De verdeelsleutels zijn opgenomen in paragraaf 4.4. In 2024 wordt de verdeelsleutel voor Drechtwerk geactualiseerd. Ten tijde van het opstellen van deze begroting was de uitkomst hiervan nog niet bekend. De huidige verdeelsleutel is daarom benoemd. Financieel kader De Uitgangspuntennotitie 2025-2028 is 25 januari j.l. vastgesteld door het Algemeen Bestuur en tot stand gekomen in co-creatie met de gemeenten vanaf het najaar 2023. De notitie is de basis voor de primaire begroting en is in dit document vertaald in een financiële begroting. Er is reëel geraamd aan de hand van de ontwikkeling van de trends. Dit reëel ramen betekent: - Ontwikkeling <trend> van de kosten (baten en lasten) per product in de afgelopen jaren; - Ontwikkeling <trend> van de aantallen klanten per product in de afgelopen jaren. - De omvang en het niveau van de formatie op organisatieniveau wordt bepaald aan de hand van de opdracht(en) vanuit de gemeente en de op te leveren resultaten.

5

Hierbij wordt ook permanent gekeken naar procesoptimalisatie en de mogelijkheden van automatisering om zo efficiënt mogelijk te werken. We zien we in absolute getallen een grote stijging. Dat gegeven de context waarin gemeenten financieel verkeren en onduidelijkheid van de (groei van) rijksfinanciering en de bestuursopdracht "Verkenning bijdrage van de GR Sociaal aan verminderen financiële problematiek gemeenten" (AB 7 december 2023). Vanuit dat kader is onderzocht welke mogelijkheden er zijn om de stijgende financiële druk enigszins te mitigeren binnen het huidige beleid. Soms door scherper aan de wind te varen met een hoger risicoprofiel, vanuit door te voeren pilots en een verwachting in het effect hiervan te vertalen naar de uitgangspunten en vervolgens financieel vertaald. In onderstaande grafiek is de ontwikkeling te zien van de bijdrage van de gemeenten. Die staat gelijk aan de netto kosten. Het jaar 2024 geeft de verwachte bijdrage weer die we op basis van de nu bekende cijfers en aantallen voorzien en zijn opgenomen in de Voorjaarsbrief 2024. Te zien is: 1. De autonome ontwikkeling onder aftrek van maatregelen (Grijze lijn) 2. De bandbreedte waarbinnen de bijdrage zich statistisch kan bewegen vanaf 2026 van min 2% oplopend tot 6% in 2028 (Blauwe lijn) 3.

De bandbreedte waarbinnen de bijdrage zich statistisch kan bewegen vanaf 2026 van plus 2% oplopend tot 6% in 2028 (Gele lijn)

De ramingen in de voorliggende begroting zijn opgenomen op basis van de blauwe lijn dus de onderkant van de bandbreedte. Dit onverlet dat gemeenten voor zichzelf een lokale inschatting kunnen maken in het bereik tussen de gele en blauwe lijn op basis van lokale ontwikkelingen.

6

1.4 Samenvatting financiële resultaten

De begroting 2025 GR Sociaal leidt tot een wijziging (verhoging) van de bijdragen voor gemeenten van per saldo € 24.956 ten opzichte van de Primaire Begroting 2024 jaarschijf 2025. Daarbij wordt opgemerkt dat het grootste deel van deze stijging reeds heeft plaatsgevonden in 2024 en daarmee doorwerkt in de conceptbegroting 2025. Per opgave zullen we dit nader toelichten. Ten opzichte van de cijfers in de Uitgangspuntennotitie 2025 is de conceptbegroting 2025 € 3,984 mln hoger. Dit komt doordat in de Uitgangspuntennotitie een inschatting is gemaakt van de realisatiecijfers 2023 (met stand per september 2023) en de definitieve ontwikkeling van de klantenaantallen en verwachte indexaties die als vertrekpunt dienen voor de begroting 2025. Nu de definitieve cijfers bekend zijn (jaarrekening 2023) is de doorrekening hierop aangepast. Daarnaast was in de Uitgangspuntennotitie de actualisatie van de begroting van Drechtwerk en de Uitvoeringsagenda Arbeidsmarktregio Drechtsteden nog niet opgenomen. Er loopt los ook een financieringsstroom voor de aparte DVO's, zoals de programmakosten voor Wet Inburgering, Beschermd Wonen, Leefgeld Oekraïners en Kindertoeslagenaffaire. Dit staat los van bovenstaand bedrag, meer informatie hierover is terug te vinden in hoofdstuk 4, paragraaf 4.3 van de conceptbegroting. Begroting 2024 js 2025

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Bestaanszekerheid versterken

129.975

138.787

136.233

133.459

131.615

Ontwikkelen naar werk

56.118

56.421

55.585

54.526

53.975

Zorgen voor ondersteuning

79.572

87.786

87.799

87.930

88.036

Meerjarenbegroting 2025-2028 Lasten

Bedrijfsvoering

60.467

68.094

67.293

66.484

66.419

Totaal lasten

326.132

351.088

346.909

342.400

340.045

Bestaanszekerheid versterken

129.975

138.787

136.233

133.459

131.615

Ontwikkelen naar werk

59.014

56.978

56.000

54.865

54.314

Zorgen voor ondersteuning

79.572

87.786

87.799

87.930

88.036

Baten

Bedrijfsvoering

57.571

67.537

66.878

66.145

66.080

Totaal baten

326.132

351.088

346.909

342.400

340.045

0

0

0

0

0

Saldo van lasten en baten Bedragen x € 1.000

Toelichting Primaire begroting 2025 t.o.v. de Uitgangspuntennotitie 2025 en jaarschijf 2025 uit de begroting 2024 Voorafgaand aan de begroting 2025 is de Uitgangspuntennotitie 2025 opgesteld en in januari 2024 door het AB vastgesteld. Hierin zijn behalve de uitgangspunten ook de mogelijke financiële effecten opgenomen, zowel per Opgave als per gemeente. De Uitgangspuntennotitie is daarbij afgezet ten opzichte van de jaarschijf 2025 van de begroting 2024. In de bijlagen is op hoofdlijnen een overzicht van de uitgangspunten opgenomen. In het onderstaande overzicht is de begroting 2025 per Opgave en product afgezet tegenover de Uitgangspuntennotitie 2025 en de jaarschijf 2025 uit de actuele meerjarenbegroting 2024.

7

Opgave / product

Begroting 2025

Uitgangspunten-notitie 2025

Begroting 2024 (jaarschijf 2025)

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Bestaanszekerheid versterken

138.787

138.787

138.238

138.238

129.975

129.975

Inkomensondersteuning

126.846

126.846

126.154

126.154

118.420

118.420

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

2.177

2.177

2.192

2.192

2.349

2.349

Minimabeleid

9.763

9.763

9.892

9.892

9.205

9.205

Ontwikkelen naar werk

56.421

56.978

54.462

55.019

56.118

59.014

Statushouders Participatie

66 8.532

9.023

66 8.042

8.533

Inburgering

66 7.277

10.107

2.421

2.421

Drechtwerk

47.889

47.889

46.420

46.420

46.420

46.420

Zorgen voor ondersteuning

87.786

87.786

87.508

87.508

79.572

79.572

Hulpmiddelen

6.131

6.131

5.853

5.853

6.214

6.214

Vervoer

11.535

11.535

11.535

11.535

11.294

11.294

Huishoudelijke ondersteuning

33.623

33.623

33.623

33.623

27.773

27.773

Begeleiding en kortdurend verblijf

36.497

36.497

36.497

36.497

34.291

34.291

Bedrijfsvoering

68.086

67.529

66.896

66.339

60.467

57.571

Apparaatskosten

63.626

62.952

63.773

61.948

59.228

55.301

Apparaatskosten DVO's

4.245

4.362

2.908

4.176

1.024

2.055

215

215

215

215

215

215

351.080

351.080

347.104

347.104

326.132

326.132

Treasury Totaal generaal

Toelichting per opgave Opgave Bestaanszekerheid versterken Bij de opgave Bestaanszekerheid versterken stijgen de lasten en baten € 8,8 mln. Hiervan komt € 8,4 mln. voor rekening van het product Inkomensondersteuning. De stijging wordt grotendeels veroorzaakt door: Begrotingspost Bedrag Info uitgangspuntennotitie Prijsontwikkeling uitkering én € 10.165 Gemiddelde prijs uit BUIG beschikking ontwikkeling aantal klanten 2024 en CPB macro economische verkenning Wijziging ontwikkeling klantenbestand - € 1.584 Afname ivm maatregelen Minimabeleid € 600 In de voorjaarsbrief 2024 is de prijsontwikkeling en ontwikkeling aantal klanten al opgenomen. Deze werken logischerwijs door naar 2025. Aan de batenkant ontvangen gemeenten € 4,4 mln. meer van het Rijk aan BUIG-budget (en hogere terugvordering debiteuren en vangnetuitkering). Voor het Minimabeleid wordt de groeiverwachting in de CPB Macro Economische Verkenning 2024 naast de regionale ontwikkelingen gevolgd. Uitgangspunt bij het opstellen van de begroting is reëel ramen op basis van de trendontwikkeling (kosten en klanten) en de opdracht om te komen tot een groter bereik. De verwachting is dat hierdoor de lasten in 2025 met € 0,6 mln. stijgen.

8

Opgave Ontwikkelen naar werk In 2023 zijn Drechtwerk en de Sociale Dienst Drechtsteden samen gegaan in de GR Sociaal. Dat was vooral eerst een juridische fusie. Achtergrond van het samenbrengen van beide organisaties is om meer van betekenis te kunnen zijn voor mensen zonder werk met een bijstandsuitkering. Met het bundelen van de krachten en mogelijkheden van beide organisaties kunnen meer mensen naar werk worden begeleid. In 2024 verwachten we door de samenvoeging van de SDD met Drechtwerk voor het eerst een positief effect op de uitkeringslasten, deze werkt door naar 2025. Het gaat om de volgende maatregelen: • Inzet beschut werk met behulp van een loonkostensubsidie (LKS): vanaf gaan we de huidige inwoners met een indicatie beschut werk versneld laten uitstromen. Voor de uitstroom gaan we daarbij uit van een uitstroom van 15% naar gedetacheerd werk en reguliere werkgevers. • Werk-fit maken van klanten die langer dan twee jaar in de bijstand zijn: in 2025 maken 400 inwoners gebruik van het nieuwe ontwikkelprogramma dat gezamenlijk is opgezet. He te bereiken uitstroompercentage is 40% regulier werk, 30% aan de slag op een participatieplek en 30% arbeidsmatige dagbesteding. • Meer klanten laten werken (parttime): we intensiveren de begeleiding van de parttime werkenden en vergroten de groep parttime werkenden. Dit start in 2024.

Voor 2025 gaan we uit van een verhoging van het aantal parttime werkenden met 10%. • De effecten van het samenvoegen van Drechtwerk met de Sociale Dienst, en daarmee de vertaling van de gezamenlijke ambitie, werkt door in de gemeentelijke bijdrage aan Drechtwerk. De gemeentelijke bijdrage voor het onderdeel Drechtwerk, t.o.v. de begroting laat in 2025 een neerwaartse bijstelling zien van ruim € 700k, in 2026 € 970k, in 2027 € 1.090k en in 2028 € 1.032k t.o.v. de vorig jaar afgegeven raming. De maatregelen dempen de stijgende lasten grofweg met € 1,6 mln. Overige ontwikkelingen Ontwikkelen naar Werk Binnen de opgave Ontwikkelen naar werk stijgen de lasten met € 0,3 mln. In deze stijging is, net zoals in 2024, al rekening gehouden met: • de mutatie van € 2,4 mln. lagere lasten in verband met het uit de begroting halen van de Wet Inburgering. • De toevoeging van de Uitvoeringsagenda Arbeidsmarktregio Drechtsteden aan de begroting. Tegenover deze hogere baten staan inkomsten van derden en daarmee budgetneutrale verwerking. • Verhoging van € 0,3 mln. als gevolg van loon- en prijsindexaties en de ontwikkeling van klanten op basis van de CPB Macro Economische Verkenning 2024. • Aan de batenkant zijn apparaatskosten verplaatst naar de opgave Bedrijfsvoering.

Opgave Zorgen voor Ondersteuning De lasten en baten binnen de opgave Zorgen voor Ondersteuning stijgen in 2025 met € 8,2 miljoen ten opzichte van de actuele begroting 2025. De prognose is gebaseerd op de groei van het aantal maatwerkvoorzieningen en de tarieven van de zorgaanbieders. Op basis van de historische trend is samen met gemeenten een inschatting gemaakt van de verwachte klantenaantallen. In de Uitgangspuntennotitie voor de begroting 2025 is aangegeven dat de verwachte stijging van de kosten vooral wordt veroorzaakt door de stijging van de tarieven. Bovendien hadden we in 2023 te maken met het openbreken van de CAO voor huishoudelijke hulpen die nog niet was vertaald in de begroting 2024 en de meerjarenbegroting. De kosten stijgen in 2024 en 2025 als gevolg hiervan. De belangrijkste posten betreffen: Begrotingspost Autonome groei huishoudelijke ondersteuning en indexering tarieven Autonome groei individuele begeleiding en indexering tarieven Invoering herstelgerichte ondersteuning (powerful ageing) Beweging naar de voorkant (afschalen en inzet voorveld)

Bedrag € 6.561 € 2.750

Info uitgangspuntennotitie Wijziging tarieven agv CAO afspraken (11% stijging) Wijziging tarieven agv CAO afspraken (6% stijging)

- € 760 - € 544

In de voorjaarsbrief 2024 is de groei en indexering tarieven al opgenomen. Deze werken logischerwijs door naar 2025.

9

Om de stijgende kosten te verminderen wordt in 2024 gestart met de voorziening Herstelgerichte ondersteuning. Alvorens een beroep wordt gedaan op de maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning wordt eerst onderzocht een programma gericht langer zelfstandig en zelfstandig actief deel te nemen aan de maatschappij. Daarnaast hebben we ook de verwachte klantenaantallen naar beneden bijgesteld door de zogenaamde 'beweging Wmo naar de voorkant' waarbij lichtere vormen van begeleiding en dagbesteding lokaal worden opgepakt. De verwachting is dat hiermee in 2025 ongeveer € 1,3 mln. op de maatwerkvoorzieningen wordt bespaard. Opgave Bedrijfsvoering Binnen de opgave Bedrijfsvoering stijgen de lasten met € 7,6 mln. en de baten met € 9,9 mln. Het verschil tussen de baten en lasten bedraagt € 2,3 mln. en wordt verklaard door de tegenhanger van de mutatie bij de opgave Ontwikkelen naar Werk naar de opgave Bedrijfsvoering. Dit onderdeel betreft een budgetneutrale wijziging van de begroting. De resterende hogere baten van € 7,6 mln. worden voor € 0,4 mln. gedekt vanuit inkomsten derden (overige financieringsbronnen) en € 2,0 mln. op basis van overeengekomen DVO's met (individuele) gemeenten. De hogere gemeentelijke bijdrage voor de apparaatskosten komt daarmee op € 5,2 mln. en bestaat in elk geval uit de volgende grotere posten: Begrotingspost Nacalculatie CAO 2024*

Nacalculatie prijsindex 2024*

Loonindex 2025* Prijsindex 2025*

Bedrag € 2.116 € 118

€ 2.607 € 419

Info uitgangspuntennotitie Verwerking nieuwe cao-gemeenteambtenaren, stijging is al aan de orde in 2024 voor 1.611 maar werkt door in 2025 In de primaire begroting 2024 hielden we rekening met een prijsindex van 2,5%, op basis van de CPBkostenindexering bedraagt de werkelijke indexering 3,3%. Stijging is al aan de orde in 2024 maar werkt door in 2025 Conform uitgangspuntennotitie 5,4% aangehouden CPB raming stijging 2,8% materiële budgetten, Stijging is al aan de orde in 2024 maar werkt door in 2025

Teruggave treasury - € 200 *Gemeenten ontvangen hier een vergoeding voor (loon en prijsstijgingen) binnen de algemene uitkering. Voor de uitbreiding van de taken voor de Wet open overheid (Woo) die reeds in 2024 tot uitdrukking komt ontvangen gemeenten extra middelen van het Rijk. Deze worden voor de GR Sociaal middels deze wijziging opgehaald. Als gevolg van de besluitvorming over de Uitgangspuntennotitie zijn geen middelen opgenomen voor de lobby op het sociaal domein én stijgt het apparaat dit jaar niet met de taak mee. Daar is bewust van afgeweken.

10

Bijdragen gemeenten De baten bestaan uit bijdragen van gemeenten voor de dienstverlening en overige baten zoals subsidies van derden, bijdragen van inwoners, detacheringsinkomsten en terugontvangen bijstand, In onderstaand overzicht zijn de bijdragen van de gemeenten opgenomen, zowel de standaard overeengekomen dienstverlening als de DVO's. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat in de kolom begroting 2024 de Voorjaarsbrief 2024 nog niet is verwerkt. De voorjaarsbrief 2024 wordt gelijk met deze voorliggende begroting ter besluitvorming aangeboden. De stijging van de kosten wordt namelijk voornamelijk veroorzaakt door de prijsstijgingen in 2024.

Bijdragen gemeenten

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Bestaanszekerheid versterken

125.738

135.872

133.318

130.545

128.672

Inkomensondersteuning

114.515

124.281

121.892

119.244

117.352

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

2.281

2.177

2.134

2.131

2.197

Minimabeleid

8.943

9.413

9.293

9.170

9.122

Ontwikkelen naar werk

46.941

43.212

42.197

41.265

40.774

270

66

18

0

0

Participatie

10.191

8.533

8.363

8.226

8.217

Inburgering

2.421

0

0

0

0

Drechtwerk

34.059

34.613

33.816

33.039

32.557

Zorgen voor ondersteuning

74.017

84.736

84.624

84.630

84.611

Hulpmiddelen

5.823

6.131

6.080

6.081

6.077

Vervoer

9.798

11.085

11.025

10.974

10.920

Huishoudelijke ondersteuning

25.622

31.023

31.204

31.375

31.534

Begeleiding en kortdurend verblijf

32.774

36.497

36.315

36.200

36.080

Bedrijfsvoering

57.430

67.122

66.563

65.830

65.765

Apparaatskosten

55.180

62.752

62.392

62.370

62.305

Apparaatskosten DVO's

2.051

4.370

4.170

3.460

3.460

200

0

0

0

0

304.127

330.942

326.702

322.270

319.822

Statushouders

Treasury Totaal baten

(x € 1.000)

11

2 Programmabegroting In deze programmabegroting wordt per opgave ingezoomd op de vragen: 1. Wat willen we voor onze inwoners bereiken? 2. Welke doelen streven we na? 3. Wat gaan we daarvoor doen? 4. Wat gaat het kosten?

12

2.1 Dienstverlening Werken aan toegankelijke, proactieve en kwalitatief hoogwaardige dienstverlening is de uitdaging waar we als dienstverlener met een publieke taak voor staan. Hierbij is bijzondere aandacht voor mensen die (tijdelijk) minder zelfredzaam zijn en een samenloop van problematiek kennen, waarbij meerdere organisaties betrokken zijn. Of waarbij we gezamenlijk mensen aan de voorkant preventief kunnen ondersteunen en de weg wijzen, nog voordat ze zelf een beroep moeten doen op de overheid. Stap voor stap wordt onze overheidsdienstverlening inclusiever, toegankelijker en proactiever en bouwen we aan het terugkrijgen van het vertrouwen, aan transparantie en eenvoud. Vanuit deze uitgangspunten kijken we vooruit naar welke bijdrage dienstverlening levert aan ons gezamenlijke doel om inwoners in de Drechtsteden een zelfstandig volwaardig bestaan te bieden. Wat willen we voor onze inwoners bereiken en waarom? Ik ervaar goede dienstverlening omdat ik op een makkelijke en passende manier in contact kan komen met de SDD. Ik voel mij welkom en word op een begrijpelijke en vriendelijke manier te woord gestaan. Mijn contactpersoon is deskundig en werkt vanuit vertrouwen waardoor ik mij gelijkwaardig behandeld voel. Ik heb 1 contactpersoon en als dat gezien mijn hulpvraag niet kan, hoef ik mijn verhaal niet nogmaals te vertellen.

Ik krijg altijd duidelijke informatie en/of advies dat past bij mijn situatie, waardoor ik de hulp krijg die ik nodig heb. Wanneer de SDD mij niet kan helpen wordt uitgelegd waarom en welke andere mogelijkheden er voor mij zijn. Ik krijg uitleg over hoe ik hier gebruik van kan maken en zo nodig word ik hierbij geholpen. Een onverhoopte klacht of bezwaar kan ik makkelijk melden en wordt tijdig en correct opgelost. Bij dienstverlening die niet op mij gericht is voel ik mij niet gehoord of serieus genomen en wordt ook het vertrouwen in het correct afhandelen van mijn vragen verkleind.

Om invulling te geven aan de ambitie die hierboven wordt geschetst stelt dienstverlening zich drie doelen die de kapstok vormen voor te ondernemen initiatieven in de komende jaren. Hierbij onderscheiden we initiatieven die worden gekenmerkt door een faciliterend karakter aan inwoners, ketenpartners en de interne organisatie, initiatieven die zich richten op de inhoudelijke uitvoering van te leveren dienstverlening aan inwoners en initiatieven gericht op het vergroten van ons lerend vermogen en innovatie. Welke doelen streven we na? Nummer

Doelstelling

1.1

Faciliteren van inwoners, ketenpartners en collega’s bij het gemakkelijk, laagdrempelig en efficiënt zaken doen met de Sociale Dienst

1.2

Stress sensitief en in een keer goed afhandelen van inhoudelijke vragen aan de opgave dienstverlening Onze dienstverlening is eenduidig door de gehele organisatie heen en wordt continu geïnnoveerd en aangepast.

1.3

Opgave-indicatoren Indicator % gegronde bezwaren t.o.v. van het totaal

Doel Daling 10%

% vragen dat in Eén keer is beantwoord door de kanalen

80%

Score tevredenheid over mensgerichte dienstverlening in de kanalen

8

% afhandeltijd besluitvorming aanvragen binnen de wettelijke termijn

100%

% aantal lokale (gemeenten) meldingen t.o.v. het totaal aantal meldingen

-

Passende dienstverlening (doelgroep bekend en proces ingericht) voor de meest kwetsbare inwoners met meervoudig en complexe vragen. Score op stress reductie (nu 3,7)

4

We zetten in op het in één keer goed handelen van onze medewerkers. Er zijn verschillende mogelijkheden om hier inzicht in te krijgen, als een van de graadmeters kiezen we hier voor het

13

reduceren van het aantal gegronde bezwaarschriften. Dit geeft een goede indicatie van waar er zaken de eerste keer niet goed zijn gegaan in onze dienstverlening en waar daarmee herstelwerkzaamheden zijn/moeten worden verricht. In aanvulling op het monitoren van het percentage gegronde bezwaarschriften, kiezen we er ook voor om binnen de kanalen telefonie, email, chat en de informatie en adviesdienstverlening op het werkplein te monitoren. We kijken hierbij of we vragen van inwoners in één keer goed afhandelen zonder herhaalverkeer over dezelfde vraagstelling. De kanalen die we monitoren betreffen de telefonische dienstverlening, de digitale dienstverlening (email en chat) en de informatie en adviesdienstverlening op het werkplein. We vinden het verder belangrijk dat klanten snel antwoord van ons krijgen. In de praktijk zien we helaas ook nog wel voorbeelden dat we de wettelijke termijn niet halen bij aanvragen die bij ons binnenkomen om diverse redenen (denk aan enorme stijging aanvragen, allerlei tijdelijke taken die er 'plots' bij komen (bv energietoeslag), maar ook het invullen van vacatures vormt een uitdaging). We streven ernaar om 100% van alle aanvragen binnen de wettelijke termijn af te handelen en het liefst nog voor het verstrijken daarvan. Inzet van slimme digitale oplossingen en innoveren van onze processen kan zeker bijdragen.

Dienstverlening dicht bij huis is een belangrijke wens van onze partners én inwoners, daar waar het, het beste past voor de inwoner. Hier ontwikkelen we op door, door de lokale aanwezigheid van onze dienstverlening in deelnemende gemeenten steeds verder te verbreden. Het gaat hier ook om de deelname vanuit de GR aan intensieve, meerjarige programma's zoals Dordt West en Veerkrachtige buurten (Zwijndrecht), omdat ook wij overtuigd zijn dat de gezamenlijke aanpak tot daadwerkelijk effect kan gaan leiden. Door heel het land wordt er tevens ingezet op de meest kwetsbare inwoners met multiproblematiek. Met de rol van integraal consulenten willen we passende dienstverlening organiseren voor deze doelgroep die daadwerkelijk betekenisvolle doorbraken realiseert in de door hen ervaren problematiek. Tot slot weten we dat wanneer inwoners onder stress staan zij minder goed in staat zijn om beslissingen te nemen die voor de langere termijn perspectief bieden om hun problematiek het hoofd te bieden. Onze brede stress sensitieve aanpak moet ertoe leiden dat inwoners minder stress gaan ervaren waardoor er betere beslissingen kunnen worden genomen die de kans op succesvolle interventies vergroten.

Wat gaan we daarvoor doen? Vanuit de 3 geformuleerde doelstellingen die eerder zijn benoemd, werken we per doelstelling aan de volgende speerpunten: Doelstelling 1.1

Faciliteren van inwoners, ketenpartners en collega’s bij het gemakkelijk, laagdrempelig en efficiënt zaken doen met de Sociale Dienst

Speerpunt 1.1.1

Afhandelen eerstelijnsvragen en besluitvorming om tweede lijn te ontlasten en klanten en ketenpartners zoveel mogelijk direct te voorzien van antwoorden en oplossingen Vanuit het perspectief van inwoner en ketenpartner is snelheid en duidelijkheid belangrijk. Met de nieuwe inrichting van organisatie is er meer mogelijk om zaken slimmer te organiseren. Ook biedt de komst van nieuwe technologieën en de groeiende behoefte aan gemak van inwoners een belangrijke reden om hiermee aan de slag te gaan. Het gevolg van zaken slimmer organiseren is dat er meer klanten in een keer worden geholpen en er minder klanten naar de tweede lijn hoeven te worden verwezen. Daardoor wordt er meer ruimte gecreëerd om het goede gesprek met klanten die dat nodig hebben te voeren.

Toelichting

Speerpunt 1.1.2

Toelichting

Inzet van technologische oplossingen om klantgericht en efficiënt gebruik te maken van beschikbare middelen (dienstverlening richt zich op oplossing voor de eigen opgave en organisatie brede oplossingen) Niet alleen het ontlasten van de eerste lijn is belangrijk, maar ook door meer gebruik te maken van mogelijkheden tot automatisering (a.i./ robotisering) leidt tot verbetering van de dienstverlening aan onze inwoners, het kan leiden tot meer eenduidigheid en maakt de dienstverlening voorspelbaarder. Ook hierdoor kunnen medewerkers meer aandacht hebben voor het waarde toevoegen tijdens de gesprekken met inwoners.

14

Speerpunt 1.1.3 Toelichting

Blijvend aandacht voor een veilige en stress-sensitieve (werk) omgeving, zowel voor inwoners als medewerkers. Veel gaat goed, maar in de gevallen waar de interacties met inwoners niet naar verwachting lopen, is er een veiligheidsbeleid dat voorziet in de te ondernemen acties, voorzorgsmaatregelen, tips en adviezen. Dit beleid vraagt om een update om onze stress sensitieve aanpak die we in onze dagelijkse interacties toepassen ook hierin een plek te geven. Zodat er 1 lijn in aanpak en dienstverlening ontstaat, ook in het kader van veiligheid.

Doelstelling 1.2

Stress sensitief en in een keer goed afhandelen van inhoudelijke vragen aan de opgave dienstverlening

Speerpunt 1.2.1

Vormgeven en uitvoeren van laagdrempelig toegang, triage en het toeleidingproces naar de tweede lijn Op dit moment maken we niet optimaal gebruik van alle informatie die beschikbaar is op verschillende plekken in de organisatie. Inzet hierop maakt dat we eerder kunnen bepalen wat er voor de inwoner nodig is om hem of haar goed te helpen en hoe we dit op de meest passende manier aan hen kunnen aanbieden. Dit gaat ook helpen bij een eventuele doorverwijzing naar de (nog meer) gespecialiseerde collega in de tweede lijn. Dat is zowel voor de inwoner als de medewerker prettig en duidelijk.

Toelichting

Speerpunt 1.2.2 Toelichting

Vormgeven en uitvoeren van regievoering bij klanten met multiproblematiek De inrichting van deze nieuwe opgave dienstverlening geeft ons de mogelijkheid om juist voor de groep inwoners met multi-problematiek een aanpak te organiseren waarbij er breed gekeken kan worden naar wat er nodig en mogelijk is, dit om het risico op tunnelvisie door specialisatie te voorkomen. Voor de inwoner betekent dit 1 contactpersoon, mogelijkheden om zelf ook overzicht te houden en daarmee meer zelf regie te kunnen (blijven) houden.

Speerpunt 1.2.3 Toelichting

We zetten in op voorkoming van problemen en daar waar nodig passen we mediation toe. De aandacht voor het gezamenlijk oplossen van problemen groeit, ook vanuit bijvoorbeeld de rechtbank. Met het doorontwikkelen van mediation en eerder inzetten hiervan, willen we voorkomen dat mensen tegenover elkaar komen te staan. De leidt tot stress reductie bij de inwoners en je komt tot een gedragen oplossing.

Doelstelling 1.3

Onze dienstverlening is eenduidig door de gehele organisatie heen en wordt continu geïnnoveerd en aangepast.

Speerpunt 1.3.1 Toelichting

Kwaliteit van dienstverlening wordt breed en continu gemeten en verbeterd Dit speerpunt is gericht op al onze inwoners en partners. Dienstverlening meet continu hun ervaringen en of we het goede goed doen. Om vervolgens innovatief en wendbaar te kunnen blijven en te voldoen aan de verwachtingen van onze inwoners is het van belang om op een slimme manier continu te meten hoe de dienstverlening wordt ervaren. Niet alleen om procesmatig efficiënter te kunnen werken, maar ook om bij te kunnen sturen als het gaat om het blijven toevoegen van publieke waarde

Speerpunt 1.3.2 Toelichting

Inzet op breed systemische aanpak van het verbeteren van dienstverlening Signalen van inwoners blijven niet beperkt tot klachten, maar komen ook tot ons door bijvoorbeeld klantmetingen, bezwaren, tijdens gesprekken etc. Deze signalen komen veelal nu nog los van elkaar binnen en worden los van elkaar opgepakt. Het samenbrengen van alle signalen (de systemische aanpak) en het analyseren ervan, brengt waardevolle informatie en geeft de mogelijkheid om integraler de dienstverlening te kunnen aanpassen.

15

Speerpunt 1.3.3 Toelichting

Coördineren van de aanpak en uitrol van stress sensitief werken binnen de organisatie Stress sensitief werken zorgt voor stress reductie inwoners en daarom is het van belang dat elke medewerker van de SDD handelt op een manier die daar aan bijdraagt. Een vermindering van stress in het algemeen draagt bij aan de zelfredzaamheid van inwoners en daarmee de mogelijkheid zoveel mogelijk zelf de regie in het leven te houden.

Wat gaat het kosten? De lasten van deze opgave bestaan uit kosten van personeel en bedrijfsvoeringsmiddelen. Deze zijn onder de Opgave Bedrijfsvoering opgenomen.

16

2.2 Bestaanszekerheid versterken De prioriteiten, activiteiten en uitgaven binnen de opgave "Versterken Bestaanszekerheid" zijn in hoge mate conjunctuur-volgend. Voor een ander deel komen zij voort uit wijzigingen in wet- en regelgeving en de doorgaande optimalisering van onze dienstverlening in het kader van de Regionale visie sociaal domein Drechtsteden. In wet- en regelgeving staan een aantal ontwikkelingen op stapel die onze dienstverlening in 2025 (en verder) gaan beïnvloeden. Als eerste de landelijke herziening van de nieuwe Participatiewet, en mogelijk ook het - op het moment van schrijven nog - wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid, dat in het teken staat van een versoepeling van het handhavingsbeleid. Ook het wetsvoorstel Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) kan - met de nog onzekere maar beoogde invoering - impact hebben. Deze biedt gemeenten na invoering een wettelijk kader om beter regie te voeren op een gecoördineerde aanpak in gevallen van meervoudige sociale problematiek. De doorgaande optimalisering van onze dienstverlening is gericht op het vergroten van publieke waarde. Binnen de opgave Bestaanszekerheid richt de SDD zich vooral op de financiële zelfredzaamheid van inwoners. Naast al onze activiteiten en producten hebben we een signalerende en verbindende rol met partners op thema's waar zij een oplossing voor bieden.

Publieke waarde bij bestaanszekerheid gaat immers niet alleen om een zeker inkomen, maar ook om zaken als gezondheid, veiligheid en wonen. In onderstaande brede definitie is de publieke waarde waar wij aan bijdragen (vanuit de inwoner geredeneerd) als volgt verwoord.

Wat willen we voor onze inwoners bereiken en waarom? Bestaanszekerheid is mijn basis. Ik heb een dak boven mijn hoofd nodig en voldoende eten en drinken. Ik wil mijn vaste lasten kunnen betalen en toegang hebben tot goede gezondheidszorg. Ik wil bestand zijn tegen financiële tegenslagen en mijn kinderen een goede start kunnen bieden. Ik wil me veilig kunnen voelen. Wanneer ik bestaanszekerheid heb en mijn basis op orde is, kan ik stappen zetten in mijn ontwikkeling. Wanneer ik geen bestaanszekerheid heb krijg ik zorgen en stress, voel ik mij onveilig en onzeker. Ik kan niet goed nadenken, geen keuzes maken en niet meedoen aan de samenleving. Ik heb dan hulp nodig. Als dat niet op eigen kracht of met hulp van mijn omgeving lukt, dan vertrouw ik erop dat ik terecht kan bij de overheid. Zodat we samen mijn bestaanszekerheid weer kunnen versterken en mijn basis weer op orde komt. Tijdelijk, zodat ik weer overzicht krijg en houd en uiteindelijk weer mee kan doen of kan werken. En zodat ik beter kan aangeven wanneer ik zorg of ondersteuning nodig heb.

Vanuit onze rol zetten we in op het voorkomen en doorbreken van inkomensonzekerheid, armoede en schulden. Daarin zijn de volgende doelen geformuleerd. Welke doelen streven we na? Nummer

Doelstelling

2.1

Wij zetten ons samen met lokale partners in om financiële problematiek bij de inwoners van de Drechtsteden te voorkomen

2.2

Wij bieden hulp bij bestaanszekerheid vraagstukken

2.3

We werken aan duurzame financiële stabiliteit en perspectief voor inwoners die dat nodig hebben.

Opgave-indicatoren Indicator

Doel

Het aantal toekenningen PMB en bijzondere bijstand voor inwoners met P-wetuitkering

10% stijging

Het aantal toekenningen PMB en bijzondere bijstand voor inwoners zonder P- wet uitkering

5% stijging

Het aantal nieuw gestarte schuldhulpverleningstrajecten

10% stijging

% aandeel geslaagde schuldhulpverleningstrajecten

Minimaal 90%

aantal herinstroom schuldhulpverlening binnen 3 jaar

Max 10%

17

gemiddelde schuldenlast bij melding schuldhulpverlening Score klantbeleving, mensgerichtheid

10% lager dan landelijk ≥4,4

De bovenstaande indicatoren zijn geen doel op zich, maar zouden een logische resultante moeten zijn van de activiteiten die we met elkaar organiseren om niet gebruik tegen te gaan, bereik te vergroten en de dienstverlening verder te optimaliseren. We verwachten dat door onze pro actieve aanpak van het tegenaan van niet-gebruik van inkomensondersteunende regelingen het gebruik van PMB en bijzondere bijstand zal stijgen en tegelijk de publieke waarde zal vergroten. Niet gebruik van regelingen kan de samenleving op korte termijn wellicht geld besparen, maar op langere termijn geld kosten, als het niet gebruik leidt tot bijvoorbeeld hogere ziektekosten, schuldenproblematiek en/of slechtere omstandigheden waarin kinderen opgroeien. Tevens verwachten we door onze aanpak van het vergroten van onze zichtbaarheid en bereik voor inwoners dat het aantal aanmeldingen voor schuldhulpverleningstrajecten zal stijgen. Een steeds succesvoller systeem van vroegsignalering, de halvering van de termijn van de wettelijke schuldregeling (en daarmee samenhangend de minnelijke schuldregeling) en focus op duurzame stabiliteit helpen om inwoners die in de schulden raken eerder, effectiever en sneller een nieuw perspectief te bieden.

De logische resultante van deze activiteiten zouden voor een stijging van het aantal schuldhulpverleningstrajecten moeten zorgen, de gemiddelde schuldenlast lager dan gemiddeld moeten brengen en her instroom beperken. •

De actualisatie van het beleidsplan Schuldhulpverlening, zou nog van invloed kunnen zijn op bovenstaande indicatoren Wat gaan we daarvoor doen?

Doelstelling 2.1

Wij zetten ons samen met lokale partners in om financiële problematiek bij de inwoners van de Drechtsteden te voorkomen

Speerpunt 2.1.1 Toelichting

Bevorderen gebruik beschikbare regelingen Het sociale minimum in Nederland is gebaseerd op het uitgangspunt dat inwoners gebruik maken van alle voorzieningen, of het nu gaat om het aanvragen van een belastingtoeslag, het vragen van kwijtschelding van bepaalde lasten of het beroep doen op voorzieningen vanuit het lokale minimabeleid. Voor bestaanszekerheid van de inwoner is dit dus van wezenlijk belang, maar mensen weten soms niet van het bestaan af van bepaalde regelingen. Een andere groep inwoners is wel op de hoogte van het bestaan van een regeling maar haakt af door complexe, uitgebreide en vaak uitsluitend nog digitaal toegankelijke aanvraagprocedures. In dit speerpunt gaan we het rechtmatig gebruik van beschikbare regelingen bevorderen.

Speerpunt 2.1.2 Toelichting

Vergroten zichtbaarheid en bereik van SDD voor inwoners Geldzorgen zijn omringd met schaamte en uit onderzoek blijkt dat mensen te lang wachten met hulp zoeken. Hoe later de hulp hoe groter de financiële problemen en hoe hoger bijvoorbeeld de schuld. Daarnaast is er veel onbekendheid over bepaalde regelingen of worden deze als complex ervaren. In dit speerpunt willen we de drempel om geldzorgen te bespreken verlagen en de dienstverlening van de opgave Bestaanszekerheid zichtbaarder en dichter bij de inwoner aanbieden.

Speerpunt 2.1.3 Toelichting

Proactief handelen bij veranderingen met impact op financiën Bepaalde life-events hebben grote gevolgen voor de financiële situatie, denk aan: kind 18+, scheiding, partner overlijdt of vanuit de uitkering naar (parttime) werk. Dit kan naast stress ook financiële zorgen en mogelijk problemen veroorzaken. Met dit speerpunt gaan we pro actief inwoners met uitkering benaderen om financiële problemen te voorkomen.

18

Doelstelling 2.2

Wij bieden hulp bij bestaanszekerheid vraagstukken

Speerpunt 2.2.1 Toelichting

We leveren maatwerk aan onze inwoners mbt voorzieningen van de SDD We gaan nog meer focus aanbrengen op het leveren van maatwerk, omdat inwoners ondanks de beste intenties soms toch nog vastlopen in het overheids-systeem en daarmee de duurzame bestaanszekerheid niet gediend wordt.

Speerpunt 2.2.2 Toelichting

SDD als onderdeel Bestaanszekerheid-Netwerk binnen gemeenten Oplossingen voor inwoners met bestaanszekerheidsvraagstukken komen niet alleen van de (maatwerk) voorzieningen van de SDD, juist in de gemeenten zijn veel voorzieningen beschikbaar die ook een positieve impact hebben op de bestaanszekerheid van inwoners. In dit speerpunt gaan we de verbinding met het lokale voorveld versterken.

Speerpunt 2.2.3

We zorgen voor snelle en efficiënte ondersteuning van inwoners met bestaanszekerheidsvraagstukken Als uitvoeringsorganisatie hebben wij de verantwoordelijkheid om de maatschappelijke middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten. De ruimte die ontstaat door deze efficiency slag geeft de professionals tijd om meer waarde toe te voegen en de inwoner meer persoonlijke aandacht te geven. Door inwoners snel van een antwoord te voorzien op hun vragen dragen we bij aan het beeld van een betrouwbare overheid.

Toelichting

Doelstelling 2.3

We werken aan duurzame financiële stabiliteit en perspectief voor inwoners die dat nodig hebben.

Speerpunt 2.3.1

We zetten in op het ontwikkelen van vaardigheden en weerbaarheid van inwoners om zelf in staat te zijn regie te behouden We zien verschil in de mate van zelfredzaamheid en doenvermogen bij inwoners, waarbij er een groep is die weliswaar zelf in staat is om regie te behouden, maar nog onvoldoende vaardigheden heeft om dit duurzaam in te zetten. Het belang hiervan is groot om terugval in schulden te voorkomen

Toelichting

Speerpunt 2.3.2 Toelichting

We versterken het sociale en professionele netwerk rond de klant mbt financiële stabiliteit Inwoners met een lagere mate van zelfredzaamheid en doenvermogen, hebben ondersteuning van een netwerk nodig. Zonder ondersteuning is het risico groot dat deze inwoner terugvalt in de schulden.

Speerpunt 2.3.3

Voor inwoners met een groot risico profiel of die langdurig financiële ondersteuning nodig hebben is structurele dienstverlening beschikbaar We onderkennen dat een deel van de inwoners financieel kwetsbaar is als gevolg van een lage mate van zelfredzaamheid en doenvermogen. Deze inwoners hebben structureel ondersteuning nodig, waarbij de kosten hiervan niet opwegen tegen de maatschappelijke kosten van herhaaldelijke terugval.

Toelichting

19

Wat gaat het kosten? Rekening 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Inkomensondersteuning

117.875

116.957

126.846

124.457

121.808

119.945

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

2.099

2.281

2.177

2.134

2.131

2.197

Minimabeleid

10.202

8.943

9.763

9.643

9.520

9.472

Energietoeslag

21.788

0

0

0

0

0

Totaal lasten

151.965

128.181

138.787

136.233

133.459

131.615

Inkomensondersteuning

117.875

116.957

126.846

124.457

121.808

119.945

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

2.099

2.281

2.177

2.134

2.131

2.197

Minimabeleid

10.202

8.943

9.763

9.643

9.520

9.472

Energietoeslag

21.788

0

0

0

0

0

Totaal baten

151.965

128.181

138.787

136.233

133.459

131.615

0

0

0

0

0

0

Bestaanszekerheid versterken Lasten

Baten

Saldo van lasten en baten Bedragen x € 1.000

De begroting 2025 is tot stand gekomen op basis van de Begroting 2024-jaarschijf 2025 en de Uitgangspuntennotitie 2025, te weten:

Opgave / product

Begroting 2025

Bestaanszekerheid versterken

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Inkomensondersteuning

126.846

126.846

126.154

126.154

118.420

118.420

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

2.177

2.177

2.192

2.192

2.349

2.349

Minimabeleid

9.763

9.763

9.892

9.892

9.205

9.205

138.787

138.787

138.238

138.238

129.975

129.975

Totaal

Uitgangspunten-notitie 2025

Begroting 2024 (jaarschijf 2025)

De begrotingscijfers 2025 (de lasten, baten en bijdragen van gemeenten) zijn in de Uitgangspuntennotitie 2025 aangegeven. Deze cijfers zijn als volgt tot stand gekomen: Omschrijving

Lasten

Baten van derden

Bijdragen gemeenten

Begroting 2024 jaarschijf 2025

129.975

2.468

127.506

Inkomensondersteuning

7.734

37

7.697

Ontwikkeling aantal klanten a.g.v maatregelen Daling van het aantal klanten a.g.v. maatregelen laten een daling van de bijstandslasten zien.

-1.584

0

-1.584

22

0

22

-869

0

-869

Mutaties Uitgangspuntennotitie 2025

Loonkostensubsidie Ten opzichte van de primaire begroting 2024 is er een stijging te zien van de loonkostensubsidie. IOAW, IOAZ en Bbz

20

De lasten IOAW en Bbz laten een daling zien terwijl de lasten IOAZ een kleine stijging laten zien. Ontwikkeling aantal klanten en gemiddelde prijs 10.165 Door een hoger klant aantal en een hogere gemiddelde prijs van een uitkering (dan bij de primaire begroting 2024 geprognosticeerd) stijgen de lasten.

37

10.128

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

-157

0

-157

Autonome groei UPN 2025 De groei is gebaseerd op de groei CPB MEV 2024. De verwachte onderbenutting jaarrekening 2023 leidt tot een bijstelling van de begroting.

-157

0

-157

Minimabeleid

687

240

447

Baten van de bewindvoering eigen beheer Bijzondere Bijstand GR Sociaal voert bewindvoering in eigen beheer uit. De baten van de bewindvoering in eigen beheer komen ten gunste van de begroting minimabeleid en heeft derhalve een verlaging van de bijdrage van de gemeente tot gevolg.

0

240

-240

Autonome groei UPN 2025 Voor minima wordt de groei CPB MEV 2024 naast de regionale ontwikkelingen gevolgd: centraal uitgangspunt bij het opstellen van de begroting is reëel ramen op basis van de trendontwikkeling (kosten en klanten) en de opdracht tot een groter bereik.

684

0

684

2

0

2

Autonome groei UPN 2025 De mutatie betreft een mutatie op de bandbreedte.

Totaal Mutaties Uitgangspuntennotitie 2025 Begroot t/m Uitgangspuntennotitie

8.263

277

7.987

138.238

2.745

135.493

Bedragen x € 1.000

In deze begroting zijn de volgende aanpassingen gedaan op de cijfers uit de Uitgangspuntennotitie 2025: Omschrijving

Lasten

Baten van derden

Bijdragen gemeenten

Begroot t/m Uitgangspuntennotitie

138.238

2.745

135.493

Inkomensondersteuning

692

60

633

Onwikkeling aantal klanten De ontwikkeling van het aantal klanten is aangepast aan de werkelijke eindstand 2023.

-138

60

-198

IOAW, IOAZ en Bbz De aanpassing van de lasten IOAW, IOAZ en Bbz is o.b.v. de realisatie van de lasten 2023.

437

0

437

Loonkostensubsidie De aanpassing van de lasten loonkostensubsidie is o.b.v. de realisatie van de lasten 2023.

394

0

394

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

-15

0

-15

Autonome groei De realisatie van de jaarrekening 2023 leidt tot het bijstellen van de begroting.

-15

0

-15

Minimabeleid

-129

110

-239

Autonome groei De realisatie van de jaarrekening 2023 leidt tot een bijstelling van de begroting.

-129

0

-129

0

110

-110

Mutaties Begroting 2025

Uitbreiden formatie bewindvoering met 1 fte per 1 januari 2024 Structureel uitbreiden formatie Bewindvoering met 1 fte a.g.v. de groei van cliënten, waarbij de kosten worden gedekt uit de wettelijk verplichte bijdragen van de cliënten (verantwoord bij het product minimabeleid).

Totaal Mutaties Begroting 2025 Totaal Begroting 2025

549

170

379

138.787

2.915

135.872

Bedragen x € 1.000

21

2.3 Ontwikkelen naar werk De prioriteiten, activiteiten en uitgaven van de Opgave Ontwikkelen naar Werk worden grotendeels bepaald door de ontwikkelingen in het bestand, de economie en de arbeidsmarkt. De afgelopen jaren heeft uitstroom naar betaald werk centraal gestaan in ons werk. Dat maakte dat automatisch alle aandacht uitging naar de inwoners die het kortst in de bijstand zaten, want bij hen is de kans op succes het grootst. En dat is altijd succesvol gedaan. Vele inwoners verwisselden zo hun uitkering voor een baan. In ruim 90% van de situaties wisten zij ook hun baan te behouden. Maar de situatie is nu anders. Zowel de instroom als de uitstroom van klanten is historisch laag. Bovendien zien we dat we met de aanpak van de afgelopen jaren ook een belangrijke groep inwoners niet bereiken, hoewel dat wel wezenljik is om te voorkomen dat voor hen de problemen nog groter worden. We zien het volgende waardoor de bakens verzet moeten worden. De samenstelling van het bestand vergrijst (30% is inmiddels tussen 55 en 65 jaar) en de gemiddelde uitkeringsduur neemt toe (50% van de klanten zit langer dan 5 jaar in de uitkering). Tot slot zien we een hoge instroom van (inburgeringsplichtige) statushouders, die voor meerdere jaren aan ons gebonden zijn. Snel en makkelijk uitstromen naar regulier werk is er dan ook niet meer bij.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/590/documents/14028