2.27 Inwoner Alblasserdam Zienswijze ontwerpplan Polderstraat (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
@hotmail.com
Per aangetekende e-mail: College van burgemeester en wethouders van gemeente Alblasserdam Postbus 2 2950 AA ALBLASSERDAM Alblasserdam, 03-08-2024
Betreft: Zienswijze Uw kenmerk: NL.IMRO.0482.Polderstraat-on01 zienswijze ontwerp wijzigingsplan Polderstraat
Geachte heer, mevrouw, Van 27 juni 2024 tot en met 9 augustus 2024 liggen het ontwerpwijzigingsplan omgevingsplan Polderstraat ter inzage voor het desgewenst indienen van zienswijzen.
Zoals bekend, maakt dit wijzigingsplan de nieuwbouw van 47 of meer woningen mogelijk op het perceel waar thans nog een manege of soortgelijke voorziening is gelegen. Met de nieuwe ontwikkeling wordt voor deze locatie dus nu voorzien in een woonbestemming. Ik wil graag reageren middels deze zienswijze, als volgt op deze planologische ontwikkeling en ik verzoek u om mij de ontvangst van deze zienswijze te bevestigen en mij op de hoogte te blijven houden van de voortgang in deze procedure. Ik woon in de straat aangrenzend aan deze planlocatie en bevindmij daarmee binnen de invloedssfeer van de planologische ontwikkelingen wat betreft bijvoorbeeld af - en aanrijdend verkeer, woongeluiden en aantasting van zichtlijnen. Ik ben daarmee aan te merken als wettelijk belanghebbenden ex artikel 1:2, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Onjuiste bekendmaking / publicatie De bekendmaking van het voornoemde plan is te vinden via de volgende link:
https://ww w.alblasserdam.nl/ Inwo ners/ Alle onderwerpen/Digitale terinzagelegginq/Terinzageleqqinq Omgevingsplan Polderstraat
Bij die bron zijn diverse documenten te vinden die op de planologische ontwikkeling betrekking hebben. Daarentegen zijn via de officiële bron https://omqevinqswet.overheid.nl/reqels -op -de -kaart de relevante documenten niet aanwezig zoals voorheen wel het geval zou zijn geweest bij de website ruimtelijkeplannen.nl.
Ik constateer dat de publicatie niet op de correcte wijze is uitgevoerd, in ieder geval niet zoals is voorgeschreven op basis van de openbare uniforme voorbereidingsprocedure als bepaald in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 10.3c, eerste lid van het Omgevingsbesluit.
Dit is mede relevant omdat voor derden niet bekend is hoelang de documenten nog op de gemeentelijke website aanwezig zullen blijven. In het verlengde daarvan geldt dat de toepassing van de ‘Memo Ladder voor Duurzame Verstedelijking Polderstraat Alblasserdam ’ van 20 december 2021, in het bijzonder voor wat betreft de toepassing van artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), niet langer mogelijk is. Immers, met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024, is op basis van artikel 6 .1, sub w. van het Omgevingsbesluit Omgevingswet de Bro ingetrokken. Aangezien de publicatie van de documenten die aan het omgevingsplan ten grondslag liggen pas na die datum heeft plaatsgevonden en voor die datum geen officiële bekendmaking heeft plaatsgevonden, is het overgangsrecht hier niet van toepassing. Dit maakt dat uw college opnieuw tot publicatie van het onderhavige plan zal moeten overgaan.
Aantal woningen
De planbeschrijving maakt niet duidelijk in hoeveel woningen binnen het onderhavige plangebied zal worden voorzien. Waar artikel 7.2.1, sub a. van het bestemmingsplan of omgevingsplan een maximum aantal nieuwe woningen van 53 veronderstelt, net als de memo van 31 augustus 2023 inzake verkeersberekening, geeft paragraaf 2.2.1 van de toelichting o p het bestemmingsplan een maximum aantal wooneenheden aan van 51 . Vervolgens gaan de officiële bekendmaking (terinzagelegging), de bewonersbrief van 26 juni 2024 en de memo Ladder voor Duurzame verstedelijking Polderstraat uit van maximaal 47 nieuw te realiseren woningen. Er is sprake van een bouwplan op een in oppervlak tamelijk beperkt gebied. Daarmee staan de ruimtelijke invulling en bijbehorende impact niet vast en is een herschrijving van het plan noodzakelijk. Dat betreft tevens zaken als de berekening van de parkeerbehoefte en de invloed van het verkeer van en naar het plangebied. Thans constateer ik, dat de verkeersdruk in de omgeving al hoog is, met name tijdens de spitsuren waarbij het verlaten van de wijk al meer dan tien minuten in beslag kan nemen, en een verdere toename van bijvoorbeeld woon-werkverkeer zal een verdere verslechtering ring in de hand werken.
Afwijkingsbevoegdheid bouwhoogte - artikel 14 Er wordt in nieuwbouw voorzien met een maximum goothoogte van 6,50 meter en een maximum bouwhoogte van vermoedelijk 10,75 meter. Op basis van het nogal gedateerde model van de plankaart, die gebruikelijk is geweest voordat in 2008 de Wet ruimtelijke ordening en in 2009 de
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) werden ingevoerd, kan laatst genoemde bouwhoogte niet met zekerheid worden vastgesteld. Daar komen de algemene afwijkingsregels ex artikel 14, sub a. van het omgevingsplan vervolgens bij. Dit artikel maakt dat maximaal tien procent van deze bouwhoogte kan of mag worden afgeweken en waarmee binnen het plangebied een bouwhoogte van maximaal twaalf meter mogelijk zal worden. Daarmee kan in de praktijk een woning met vier bouwlagen worden gerealiseerd en dat moet zowel voor een binnenstedelijke omgeving als overmatig worden aangemerkt. In ieder geval is het niet in lijn met een ordelijke planmatige ontwikkeling van het gebied. Ik vrees dat bij ongewijzigde toepassing van deze bepaling en de invulling van het plangebied zoals beoogd er niet meer wordt voldaan aan een leefomgeving die kan worden omschreven als van een dorps karakter, zoals tot nu toe wel het geval was. De invulling van het plangebied schiet het beoogde doel daarmee voorbij ten koste van de leefomgeving en de kwaliteit daarvan. Onder veel omwonenden worden de vastgestelde bouwhoogten als de spreekwoordelijke steen des aanstoots gezien. De bouwvoorschriften verdienen daarom een beperking in de aangeven en bouwhoogten en een meer teruggetreden ligging om passend te blijven bij de bestaande de profielen langs de Oranjestraat, Polderstraat en Dam.
In die zin kent artikel 14, sub a. van het omgevingsplan een te ruime uitleg qua afwijkingsmogelijkheid en is het noodzakelijk om het genoemde percentage van tien procent te beperken tot ondergeschikte bouwdelen als bijvoorbeeld een dakrand of schoorsteen.
Dat is mede om te voorkomen dat de afwijkingsbevoegdheid onder de algemene bouwregels als bedoeld in artikel 11.1.1. en 11.1.2, sub d. en de onderhavige bepaling elkaar kruisen. Bovendien voorzien laatstgenoemde artikelen al in een afwijkingsbevoegdheid.
Daarmee zal een ruimtelijke impact van een afwijking van de bouwvoorschriften als bedoeld in artikel 7.2.1, sub c . van het ontwerp omgevingsplan voor de omgeving zoveel als mogelijk beperkt blijven.
Artikel 14 - afwijkingsbevoegdheid overschrijden bouwvlak Artikel 14, sub b. van het onderhavige plan voorziet in de mogelijkheid voor het bevoegd gezag om een planologische afwijking toe te staan bij de afgifte van een omgevingsvergunning indien een meetverschil daartoe de aanleiding zou kunnen geven. De maximaal toegestane afwijking is dan drie meter. Deze afwijking is echter fors te noemen met inachtneming van de aanwezige bouwvlakken.
Aangezien uit de omschrijving van dit artikel niet blijkt dat een afwijking van het bouwvlak alleen binnen het bestemmingsvlak van de woonbestemming zelf ex artikel 7 van het plan zal blijven, moet het voor worden gehouden dat het bouwen van een woning ook op de aangrenzende woonbestemming mogelijk wordt. Dit zal alsdan leiden tot de ongewenste ruimtelijke ontwikkeling dat zeer dicht tegen de perceelsgrens van omwonenden kan worden gebouwd. De waterweg is van dusdanig beperkte breedte dat nog steeds sprake blijft van een inbreuk op het leefklimaat. Beschermd stads- en dorpsgezicht
In dat kader dient tevens te worden opgemerkt dat verdere verplaatsing van woningen binnen het plangebied ruimtelijk ongewenst is omdat de omliggende straten, zoals ondermeer de Oranjestraat, Polderstraat en Dam, als beeldbepalend gelden. Zij vallen namelijk binnen het beschermd stads- en dorpsgezicht van de gemeente Alblasserdam . Dat maakt dat deze woningen extra bescherming genieten tegen planologische ontwikkelingen van ingrijpende aard. Uit de onderbouwing die aan het ontwerpplan ten grondslag is gelegd, blijkt echter niet dat met deze status van het bestaande stads - en dorpsgezicht rekening is gehouden. Dit is eveneens reden om het ontwerpplan te herzien omwille van de bescherming van het omliggende gebied.
Rol waterbeheerder
Bovendien is niet gebleken dat ook de waterbeheerder, namelijk het dagelijks bestuur van het Waterschap Rivierenland, met dergelijke bouw mogelijkheden zal kunnen instemmen omwille van de uitvoering van de haar toekomende taken en te beschermen belangen. Immers, het plangebied wordt aan weerszijden gekenmerkt door gebieden met de bestemming water ex artikel 6 van het omgevingsplan. Tevens blijken de bouwregels ex artikel 1 1.1.1 en 11.1.2 al te voorzien in bouwmogelijkheden voor ondergeschikte afwijkingen zodat moet worden geconstateerd dat artikel 14, sub b. van het plan vanuit planologisch perspectief geen betekenis meer kan worden toegekend.
Artikel 14 - algemene afwijkingsbevoegdheid bouw kunstwerken en zendmast
Min of meer in het verlengde van het voorgaande geldt ook dat de algemene afwijkingsregel of dito bevoegdheid ex artikel 1 4, sub d., onder 1. en 2. van het ontwerpplan als strijdig met een goede ruimtelijke ordening moet worden aangemerkt. Deze onderdelen van artikel 14 maken het namelijk mogelijk om zendmasten voor telecommunicatie doeleinden respectievelijk civieltechnische bouwwerken van infrastructurele aard van aanzienlijke hoogte te maken. Een bouwmogelijkheid voor een zendmast van 55 meter hoog, dat is inclusief de afwijkingsbevoegdheid om tien procent hoger te bouwen onder sub a. van genoemd artikel, is in dat opzicht aan te merken als een inbreuk op die waarde die is verwoord onder paragraaf 2.2.1. van de toelichting, behorende bij het bestemmingsplan . Aldaar is namelijk beschreven dat met de komst van woningen een kwaliteitsslag of dito verbetering wordt gemaakt. De voormalige bedrijvigheid zou verdwijnen om de woonfunctie invulling te kunnen geven.
Het gaat zelfs verder om dat de aanwezigheid van dergelijke bouwwerken de bestaande (oude) dorpsstructuur ter plaatse nodeloos aantast, juist vanwege het dominante karakter van dergelijke constructies en zonder dat ruimtelijke belangen de bouwmogelijkheid rechtvaardigen.
Immers, spoor- en waterwegen zijn in het plangebied en de omliggende omgeving niet opgenomen en waterwerken van betekenis zijn evenmin in overwegende mate aanwezig. Qua realisatie hoeven dergelijke ontwikkelingen niet te worden verwacht gedurende de looptijd van dit omgevingsplan. Dat is voorts daargelaten de vraag of de bestemmingen die in het plangebied zijn opgenomen überhaupt de fysieke ruimte bieden voor een dergelijke bebouwing mogelijkheid. Hoogbouw in de zin van bouwwerken van deze aard en omvang gelden in ieder geval als planologisch onwenselijk en behoren uit het plan te worden verwijderd.
Met inachtneming van de begripsomschrijving ex artikel 1.52 van het bestemmingsplan zouden dan civieltechnische bouwwerken kunnen worden verwacht die een woongebruik al bij voorbaat verhinderen. Uit de toelichting die hoort bij het bestemmingsplan - in het bijzonder paragraaf 5.4.8 - is ook niet te herleiden dat deze bouwontwikkeling noodzakelijk is voor de nieuwe ruimtelijke invulling van de Polderstraat en omgeving.
Hoewel ik niet als gemachtigde kan optreden van potentiële of anderszins geïnteresseerde bewoners in de toekomst is niet gebleken dat zij een belang hebben bij deze genoemde bouwmogelijkheden. Wanneer een omgevingsvergunning in dat kader zou worden afgegeven, indien het bestemmingsplan toch definitief zou worden vastgesteld , dan kan met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid op weerstand vanuit de bewoners worden gerekend.
Uw Raad dan wel college wordt beleefd, maar ook dringend verzocht om deze bebouwing mogelijkheid voor een zendmast en civieltechnische bouwwerken uit het ontwerp omgevingsplan te schrappen omdat de ruimtelijke noodzaak niet is gebleken en gelijktijdig het aanzien van de leefomgeving wordt benadeeld.
Algemene afwijkingsregels - vlaggenmasten, speelvoorzieningen, etc.
Artikel 14, sub d., onder 3 . voorziet in de mogelijkheid om onder meer vlaggenmasten en speelvoorzieningen te realiseren mits deze niet hoger worden dan vijftien meter, exclusief de eerder beschreven afwijkingsbevoegdheid tot maximaal tien procent. Los van de vraag of een dergelijke bouwmogelijkheid vaker in bestemmingsplannen is opgenomen, moet worden gesteld dat de aanwezigheid van voor mensen toegankelijke bouwwerken als speelvoorzieningen op korte afstand van omliggende woningen een ongewenste inbreuk op de privacy zal veroorzaken. De maximum bouwhoogte voor dergelijke objecten verdient dan ook een aanmerkelijke beperking.
Bovendien moet worden geconstateerd dat artikel 11.3 al vooreen deel voorziet in bouwmogelijkheden voor vlaggenmasten op gebouwen waarmee de toegevoegde waarde van dit artikel al moet worden betwist.
Groenvoorzieningen Wat betreft de vraag of het ontwerpplan voor deze locatie voorziet in plannen voor de aanwezigheid van groen, moet worden gesteld dat daar in dusdanig beperkte mate in wordt voorzien. Dit deel van Alblasserdam kent weinig (openbare) groenvoorzieningen. De voorgenomen invulling van het plangebied met groen is minimaal te noemen. Nu voert verstening de boventoon. Waar artikel 3 blijkens de verbeelding of plankaart wel in groen voorziet, dan heeft dat voor het uiterlijk aanzien van het plangebied geen reële waarde en wordt niet voldaan aan de uitgangspunten als bedoeld in paragraaf 3.4.3 van de toelichting, behorende bij het bestemmingsplan en de paragraaf inzake klimaatadaptie op bladzijde 24 van de toelichting. In samenhang met de hierboven genoemde punten, verdient het ontwerpwijzigingsplan een herziening om daarmee in meer groen en open ruimten te kunnen voorzien . Dit is ook voor een wijdere om trek van belang dan uitsluitend voor het onderhavige plangebied.
Afrondend Ik stel vast, dat het ontwerpwijzigings plan niet in een definitieve vaststelling kan worden omgezet. Het zal namelijk op basis van de aangegeven indeling en bouwmaten een onnodige inbreuk vormen op een geordend woon - en leefklimaat. De privacy van veel omwonenden staat nodeloos onder druk en de verkeersdrukte zal onnodig fors toenemen.
Thans is geen sprake van een goede ruimtelijke onderbouwing bij de totstandkoming van het onderhavige wijzigingsplan en behoort goedkeuring te worden onthouden dan wel op basis van de aangevoerde zienswijzen een herziening te worden doorgevoerd. Reden waarom ik uw Raad dan wel uw college beleefd verzoek om goedkeuring te onthouden bij de te volgen besluitvorming omwille van het behoud van een goede ruimtelijke ordening. In afwachting van uw verdere berichtgeving,
Noot In dit document zijn gedeeltes onleesbaar gemaakt op grond van artikel 5 van de Wet open overheid: • Art. 5.1 lid 2 onderdeel e Woo (naam) • Art. 5.1 lid 2 onderdeel e Woo (adresgegevens) • Art. 5.1 lid 2 onderdeel e Woo (e-mail) • Art. 5.1 lid 2 onderdeel e Woo (telefoonnummer) • Art. 5.1 lid 2 onderdeel e Woo (handschrift)