2.2 Raad van State uitspraak Bp Oost Kinderdijk 209.pdf
Tekst van het document
Raad ■ van State
Afdeling bestuursrechtspraak
Pagina 1 van 1
Raad van de gemeente Alblasserdam Postbus 2 2950 AA ALBLASSERDAM
Datum
Ons nummer
25 mei 2023
202202639/2/R3
Uw kenmerk
Inlichtingen
Onderwerp
Mw. D.J.J.M. Wolfs 070-4264114
Alblasserdam Bp Oost Kinderdijk 209
Procedure
Beroep
Geachte heer/mevrouw, In bovengenoemde procedure heeft de Afdeling uitspraak gedaan. De procedure is daarmee beëindigd. Een kopie van deze uitspraak treft u hierbij aan.
Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier
4010937(CAO)
Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag - T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - www.raadvanstate.nl Bij correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden
Raad van State 202202639/2/R3. Datum uitspraak: 25 mei 2023
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen:
Stichting De Groene Long (hierna: de Stichting), gevestigd te Alblasserdam, appellant. en
de raad van de gemeente Alblasserdam (hierna: de raad) r verweerder.
202202639/2/R3
2
25 mei 2023
Procesverloop
Bij besluit van 22 februari 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "Oost Kinderdijk 209" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft de Stichting beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. De Stichting heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen
Inleiding
1. Het plan voorziet in de omvorming van het bedrijfsperceel Oost Kinderdijk 209 tot een woongebied. 2. Voorafgaand aan de vaststelling van het plan heeft de raad een ontwerp van het plan ter inzage gelegd. Tegen dit ontwerp heeft de Stichting een zienswijze naar voren gebracht. De raad heeft op deze zienswijze gereageerd. Deze reactie is verwoord in de zienswijzenota van 08 december 2021 (hierna: de nota van zienswijzen). De Stichting heeft vervolgens in de raadsvergadering van 22 februari 2022 aangegeven dat zij het niet eens is met de wijze waarop haar zienswijze is opgenomen in de nota van zienswijzen. De nota van zienswijzen is nadien bij het besluit ongewijzigd vastgesteld. Beroepsgrond 3. De Stichting heeft beroep ingesteld. Volgens haar is dit beroep alleen gericht tegen de nota van zienswijzen. Zij beoogt correctie van de zinssnede "In overleg met de Groene Long is afgestemd dat het pad enkel toegankelijk is voor voetgangers en niet voor fietsers en/of brom- en snorfietsen. Dit ter bescherming van Huis te Kinderdijk". Volgens de Stichting klopt dit niet en heeft zij juist aangevoerd tegen de aanleg van een brug naar park Huis te Kinderdijk te zijn.
3.1. De Afdeling stelt vast dat de Stichting zelf uitdrukkelijk heeft gesteld niet op te komen tegen het plan en dat haar beroep uitsluitend is gericht op het gecorrigeerd krijgen van de weergave van haar standpunt in de nota van zienswijzen. De nota van zienswijzen is zelf echter niet op rechtsgevolg gericht. De raad heeft daarom in zijn reactie op het beroep terecht gesteld dat de nota van zienswijzen geen besluit is, als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, zodat daartegen geen beroep openstaat bij de bestuursrechter.
Conclusie 4.
Gelet hierop is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
5.
De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
\
202202639/2/R3
3
25 mei 2023
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D. Tieleman, griffier.
w.g. Knol lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Tieleman griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2023
Verzonden: 25 mei 2023
Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij de Afdeling (artikel 8:55 van de Awb). - Verzet moet schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak worden gedaan. - In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met wat er in deze uitspraak staat. - Als de indiener over het verzet door de Afdeling wil worden gehoord, moet dit in het verzetschrift worden gevraagd. De zitting gaat dan alleen over de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak waartegen uw verzet is gericht.