CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2 HVC Zienswijze wijziging omgevingsplan gemeente Alblasserdam op thema bodemkwaliteit.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 13 mei 2025, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 14: Doorlopende lijst ingekomen stukken2.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

hve.

1 e F La,

2225

energie en hergebruik

Postbus 9199 1800 GD Alkmaar (072) 5411 311 info@hvcgroep.nl hvcgroep nl

College van burgmeester en wethouders van Alblasserdam Postbus 2 2950 AA ALBLASSERDAM tevens per e-mail: gemeente@albiasserdam.nl

IBAN NL95 RABO 0376 4500 10 BIC RABONL2U IBAN NL41 INGB 0651 0045 00 BIC INGBNL2A KVK 37061260 BTW NL 8106.96.459.B.01

datum 12 februari 2025 onderwerp zienswijze

ons kenmerk Beaumix bijlage(n) 1

uw kenmerk Zaaknr. 2024-0129255 uw brief van -

ZIENSWIJZE WIJZIGING OMGEVINGSPLAN GEMEENTE ALBLASSERDAM OP THEMA BODEMKWALITEIT

Geacht college, Hierdoor dienen N.V. HVC en HVC wASH B.V. (hierna `HVC') een zienswijze in tegen het ontwerp omgevingsplanwijziging bodemregels van de gemeente Alblasserdam, zoals deze tot 15 maart 2025 ter inzage ligt. lnleiding en strekking zienswijze De zienswijze van HVC betreft het onderdeel bodemkwaliteit en dan in het bijzonder, maar nadrukkelijk niet uitsluitend artikel 11.19 van het (ontwerp)omgevingsplan. HVC zal in deze zienswijze uitleggen dat een algeheel verbod om AVI-bodemassen toe te passen als bouwstof niet nodig én niet wenselijk is. Zo'n verbod zal HVC en dus ook uw gemeente, aandeelhouder van HVC, belemmeren in het bereiken van haar doelstellingen op het gebied van het recyclen van grondstoffen. Een verbod en daarmee vergunningplicht zal tot gevolg hebben dat gereinigde bodemassen niet meer gebruikt zullen worden als ophoogmateriaal. De afzet van deze bodemassen komt dan in gevaar. Een verbod strookt bovendien niet met het landelijke beleid voor gereinigde bodemassen. HVC stelt daarom voor om een uitzondering te maken voor gereinigde bodemassen die voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen, zodat tevens het belang van het milieu wordt gediend. Toelichting HVC onderschrijft de gedachte achter de voorgenomen omgevingsplanwijziging, namelijk het beschermen van het milieu.

Juist met oog op dit belang reinigt HVC al sinds 2016 haar bodemassen en heeft zij diverse obstakels overwonnen. HVC vormt al jaren de voorhoede als het gaat om het integraal wassen van haar AVI-bodemassen. Zij heeft als eerste afvalenergiecentrale (hierna `AEC') invulling gegeven aan de Green Deal Verduurzaming nuttige toepassing AEC-bodemas, ondertekend op 7 maart 2012 door de Staat c.q. de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, en verschillende AEC's, waaronder HVC. In 2021 zijn er bij de aanleg van de N206 in Katwijk batterijen in het eindproduct aangetroffen. Hoewel het eindproduct voldeed aan de toen geldende normen én de negatieve beeldvorming rondom gereinigde bodemassen niet op feiten was gebaseerd, heeft HVC mede hierin aanleiding gezien het reinigingsproces stelselmatig te verbeteren. En met succes, want de bodemassen van HVC voldoen thans aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022

HVC is een handelsnaam van N.V. HVC

en de aangekondigde strengere normen voor restmetaal en batterijen. Over de kwaliteit en veiligheid van de door HVC gereinigde bodemassen bestaat anno 2025 geen twijfel meer. Het reinigen van bodemassen is niet goedkoop. Het is zelfs aanzienlijk duurder dan geimmobiliseerde toepassing. Daarom kiezen tot op de dag van vandaag veel andere AEC's voor de goedkopere route van immobiliseren. De landelijke overheid vindt dit onwenselijk. Zij heeft via het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat laten weten dat zij een voorstander is van het reinigen van bodemassen en dat het daarom belangrijk is dat gereinigde bodemassen adequaat kunnen worden toegepast. In het ontwerp-Circulair Materialenplan, onderdeel Afvalplan assen AVI's, zoals dat tot en met 18 februari 2025 ten behoeve van inspraak ter inzage ligt, staat onder andere dat gestuurd gaat worden op het reinigen van bodemassen tot een materiaal dat voldoet aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen. En dat voor AVI-bodemassen die na het opwerken voldoen aan deze kwaliteitseisen het ontwerp-CMP geen beperkingen kent. Anders gezegd, het belonen van het reinigen, in de vorm van vrijstelling van maatregelen en vergunningplichten, is wenselijk als flankerend beleid om het reinigen van bodemassen als de standaard werkwijze geïmplementeerd te krijgen en te houden.

De keuze van de gemeente Alblasserdam om in het (ontwerp)omgevingsplan op te nemen een algeheel verbod om AVI-bodemassen toe te passen is niet in lijn met het ontwerp-Circulair Materialenplan. Het wijkt af van wat tijdens bijeenkomst bodemas van 12 november 2024 door verschillende partijen, waaronder vertegenwoordigers van de landelijke overheid, de VNG, de ODNL, het IPO en de bedrijfstak gezamenlijk is geconcludeerd. HVC verwijst u graag naar het bijgevoegde verslag van de Speciaal Regeringsvertegenwoordiger Circulaire Economie, de heer dr. S.R.A. van Eijck, en vraagt u om goede nota te nemen van conclusie 3, 'Actief uitdragen dat vergunningsplicht niet geldt voor gereinigde bodemas'.

3. Actief uitdragen dat vergunningsplicht niet geldt voor gereinigde bodemas. Conform de Regeling bodemkwaliteit 2022 kan gereinigde bodemas veilig worden toegepast. Geconstateerd wordt dat de Omgevingswet (ingevoerd per 1jan. 2024) hierbij in de weg kan staan (mogelijkheid tot aanvullende eisen lagere overheden, positie vergunningsverlener daarin soms lastig). Er wordt in het verlengde hiervan afgesproken om ODNL met expertise en capaciteit zodanig in positie te brengen dat ODNL landelijke aanwijzingen kan geven, zoals in het onderhavige dossier over bodernas. Actie: De gezamenlijke partijen communiceren richting alle betrokkenen dat dat er geen sprake is van vergunningsplicht inzake gereinigde bodemas, en kunnen daarbij verwijzen naar de Regeling bodemkwaliteit 2022. ln het verlengde hiervan is er in principe geen vergunningsplicht voor de tijdelijke opslag van gereinigde bodemas (met in achtneming van artikel 4.431d, Besluit activiteiten leefomgeving). Verder onderzoekt SCRE de mogelijkheid tot versterking van de positie ODNL.

HVC meent dat in artikel 11.19 of op een andere wijze moet worden voorzien in een uitzondering op het verbod op het toepassen van AVI-bodemassen als bouwstof voor zover het gaat om gereinigde bodemassen. Een algeheel verbod en daarmee vergunningplicht (BOPA) zal in de praktijk niet werken en uiteindelijk leiden tot het toepassen van schaarse primaire grondstoffen, zoals schoon zand. HVC kan en wil een en ander uitgebreid toelichten, maar in het kader van deze zienswijze volstaat zij met de opmerking dat gereinigde bodemassen hoofdzakelijk, zo niet uitsluitend worden toegepast als ophoogmateriaal. Voor de gebruikers van dit materiaal is er (te) weinig tijd tussen het moment van vergunningverlening en het moment van uitvoering. Vergunningverlening blijkt in de praktijk bovendien een onzekere factor te zijn en dat heeft grote gevolgen voor de planning. Niet in de laatste plaats, omdat het toepassen van gereinigde bodemassen in het begin van het project zit. In de praktijk wordt ophoogmateriaal zo snel als mogelijk aangebracht, om zettingen voldoende tijd te geven om grotendeels uit te werken. Het finale ontwerp is dan nog niet uitgekristalliseerd.

2

i

Slotsom HVC verwacht dus dat ongewijzigde vaststelling van de eerste wijziging van het omgevingsplan, onderdeel bodemkwaliteit, de afzet van gereinigde bodemassen nadelig zal beïnvloeden en bovendien geen bijdrage zal leveren aan het doel van deze wijziging, bescherming van het milieu. Het zal slechts leiden tot een toename van het gebruik van primaire grondstoffen. Het zal betekenen dat het voor HVC lastiger gaat worden om haar doelstelling, en die van haar aandeelhouders, op het gebied van het recyclen van grondstoffen te realiseren. HVC vertrouwt er daarom op dat uw college en raad naar aanleiding van deze zienswijze niet over zal gaan tot een algeheel verbod en vergunningplicht voor gereinigde bodemassen, maar voor gereinigde bodemassen die voldoen aan kwaliteitseisen een uitzondering zal treffen. HVC is uiteraard bereid en beschikbaar voor een nadere toelichting op deze zienswijze HVC zal de komende periode ook het initiatief nemen voor een gesprek met de gemeente over het onderwerp gereinigde bodemassen.

Met vriendelijke groet, HVC

Chris Kuijten Directeur Energie uit Afval

3

%SIle

..=- f

DG Milieu en Internationaal Rijnstraat 8 Den Haag Contactpersoon Hanneke Bouwsema Secretaris SRCE

verslag Vergaderdatum en - tijd Vergaderplaats Aanwezig

M 06-42288228 hanneke.bouwsema@minienw .nl

Verslag bijeenkomst bodemas I SER I d.d. 12 november 2024

Datum 28 november 2024

12 november 2024, 12.30 - 16.00 uur SER, Den Haag Marieke Spijkerboer I DGMI/ MinlenW Hanneke Brouwer I DGWB/ MinlenW Marcel van de Leemkule I Rijkswaterstaat Ruben Vlaander I ODNL Marc La Rivière I ILT Ans Mol I IPO Henk van den Berg I VNG Albert den Hartog I AEB Menno Kaandorp j Boskalis Harry van Dam I Boskalis Dion van Steensel I HVC John Bleijs I BPG Han van Rijssen IVA Erik Haverkort

Afwezig Kopie aan

Marieke Spijkerboer j DGMI/ MinlenW Hanneke Brouwer I DGWB/ MinlenW Marcel van de Leemkule I Rijkswaterstaat Ruben Vlaander I ODNL Marc La Rivière I ILT Ans Mol I IPO Henk van den Berg l VNG Albert den Hartog I AEB Menno Kaandorp I Boskalis Harry van Dam I Boskalis Dion van Steensel I HVC John Bleijs I BPG Han van Rijssen IVA

Verslag bijeenkomst d.d. 12 november 2024 inzake toepassing gereinigde bodemas

Geachte deelnemers 'overleg gereinigde bodemas', Nogmaals hartelijk dank voorjullie komst naar de SER dinsdagmiddag 12 november jl. Het was fijn te merken dat eenieder vanuit zijn/ haar organisatieperspectief het belang van een adequate toepassing van gereinigde bodemas onderstreepte, en in het verlengde hiervan bereid was oplossingsgericht naar de geschetste problematiek in deze bedrijfstak te kijken.

Pagina 1 van 3

•

Aan het einde van de middag hebben we met elkaar het volgende geconcludeerd: 1.

Ingrijpen op onjuiste beeldvorming is noodzakelijk. De publieke opinie kan

te gemakkelijk aan de haal met 'bodemas' (precedent Katwijk, RT1/ Maastricht - Protest tegen gebruik Beaumix bij Rijkswaterstaat). Het onderscheid tussen niet-gereinigde en gereinigde bodemas moet duidelijker gemaakt én gecommuniceerd worden; er mag geen twijfel meer kunnen ontstaan over de kwaliteit en veiligheid van gereinigde bodemas. De diverse partijen aan tafel hebben hierin een actieve rol, waarbij het primaat bij de bedrijven zelf ligt (zie ook onder 2).

DG Milieu en Internationaal Datum 28 november 2024

Ter ondersteuning: in het CMP (8 januari 2025 ter consultatie) wordt opgenomen dat alle bodemas die wordt toegepast als bouwstof, nu inwerkingtreden van het CMP en na een door de regering bepaalde periode, gereinigd moet worden. Actie: Betrokken partijen aan tafel zorgen - voor zover zij dat niet al doen voorjuiste beeldvorming. 2.

De sector garandeert veiligheid en éénduidige kwaliteit van hoogwaardig bodemas.

De Vereniging Afvalbedrijven onderschrijft deze ambitie en transitie en werkt daaraan pro-actief mee. Kwaliteit en veiligheid marktaanbod zijn noodzakelijk om het vertrouwen in gereinigde bodemas te herstellen. Actie: Alle bodemwas-wassers en koepelorganisatie VA. 3.

Actief uitdragen dat vergunningsplicht niet geldt voor gereinigde bodemas.

Conform de Regeling bodemkwaliteit 2022 kan gereinigde bodemas veilig worden toegepast. Geconstateerd wordt dat de Omgevingswet (ingevoerd per 1 jan. 2024) hierbij in de weg kan staan (mogelijkheid tot aanvullende eisen lagere overheden, positie vergunningsverlener daarin soms lastig). Er wordt in het verlengde hiervan afgesproken om ODNL met expertise en capaciteit zodanig in positie te brengen dat ODNL landelijke aanwijzingen kan geven, zoals in het onderhavige dossier over bodemas. Actie: De gezamenlijke partijen communiceren richting alle betrokkenen dat

dat er geen sprake is van vergunningsplicht inzake gereinigde bodemas, en kunnen daarbij verwijzen naar de Regeling bodemkwaliteit 2022. In het verlengde hiervan is er in principe geen vergunningsplicht voor de tijdelijke opslag van gereinigde bodemas (met in achtneming van artikel 4.431d, Besluit activiteiten leefomgeving). Verder onderzoekt SCRE de mogelijkheid tot versterking van de positie ODNL.

Pagina 2 van 3

4.

Afdekken mogelijke financiële risico's bij het inzetten van producten/ processen t.b.v. circulaire economie. Actie: SRCE onderzoekt de mogelijkheden voor een dergelijk CEgarantiefonds bij Invest-NL, bedrijfsleven.

DG Milieu en Internationaal Datum 28 november 2024

5. Gebruik circulaire bouwstof bevorderen en op (nader te bepalen) termijn opnemen in aanwijzingen/ aanbestedingen. Overheden (o.a. RWS, coalitie bestrating) kunnen het verschil maken door de toepassing van circulaire bouwstof in aanwijzingen/ aanbestedingen als preferente bouwstof te bevorderen en op termijn op te nemen. Actie: Overheden (zijnde ODNL, RWS, ILT, provincies, gemeenten en SRCE)

Binnenkort komen we bij jullie terug om genoemde acties verder uit te werken. Met dank en een hartelijke groet,

Dr Steven R.A. van Eijck Speciaal Regeringsvertegenwoordiger Circulaire Economie

Pagina 3 van 3

energie en hergebruik Postbus 9199, 1800 GD Alkmaar

POSTDIENSTEN GROENEHART 10b1

PAIIIITIE

k :?obezorgil r

melden@probezorgt.nl

RX3CC- #,..<6.3 OXOX # 00# 0 0 0 0#

hvo.

t

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/756/documents/15549