CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2.15b Primaire begroting 2023 GR Sociaal versie 30 juni 2022.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 27 september 2022, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 9: Doorlopende lijst ingekomen stukken18.101 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Vanuit de Drechtsteden nemen we deel aan de ambtelijke werkgroepen over beide genoemde wetsvoorstellen en houden wij u op de hoogte van eventuele besluitvorming rondom het wetsvoorstel resultaatgericht beschikken en de keuzes die het Kabinet maakt rondom de eigen bijdrage.

18

Tezamen maken deze ontwikkelingen het lastig om nu een betrouwbare inschatting te maken van de verwachte Wmo kosten voor de begroting 2023. Uitgaande van de doorrekening van de trends in de uitgangspuntennotitie 2023 is de verwachting dat de Wmo kosten in 2023 op totaalniveau ongeveer gelijk zullen zijn aan de begroting 2022 (inclusief -2% onderkant bandbreedte correctie begroting 2022). Op sommige voorzieningen verwachten we een plus en andere een min, per saldo lijken de verschillen in financiële zin elkaar uit te middelen. Voor nu houden we de verdeling aan zoals opgenomen in de begroting 2022, behalve voor de vervoerskosten van de Drechthopper. Daarvoor volgen we de vervoersbegroting van Stroomlijn. Indien nodig zal bij de bestuursrapportages in 2023 een definitieve (her)verdeling worden gemaakt van de te verwachten kosten per voorziening. Het gelijk houden van de begroting 2023 aan de begroting 2022 betekent tegelijkertijd dat in de begroting 2022 mogelijk ruimte zit die we bij de bestuursrapportages 2022 aan de hand van de eerste realisatiecijfers zo goed mogelijk zullen duiden en de begroting hierop zullen aanpassen. 2.4 Opgave Overhead Opgaven en producten

Begroting 2022

Primaire begroting 2023

Afwijking

lasten

baten

saldo

lasten

baten

saldo

lasten

baten

saldo

Overhead

20.752

688

-20.064

23.305

154

-23.151

-2.553

-534

-3.087

Apparaat Overhead

20.752

688

-20.064

23.305

154

-23.151

-2.553

-534

-3.087

Eindtotaal

20.752

688

-20.064

23.305

154

-23.151

-2.553

-534

-3.087

In bijgevoegde tabel worden de kosten van Overhead gepresenteerd. Volgens wettelijke voorschriften (BBV) worden de baten (dekking) van de overhead op de overige opgaven onder apparaat toegelicht. In de kosten van het apparaat is de kostenindexering van 2,0% voor looncompensatie en 1,9% voor de materiële budgetten opgenomen. Het apparaat is structureel opgehoogd met € 500.000 voor de versterking van de informatievoorziening. Daarnaast zijn de kosten met betrekking tot de Wet inburgering opgenomen. Tevens zijn de kosten die overgekomen zijn in het kader van de ontvlechting van de GRD vanuit Bureau Drechtsteden nu via dit spoor opgenomen (ca 5,5fte). Ook de kosten met betrekking tot het vervallen van de verplichting met betrekking tot de VUT 2006 geeft een verlaging van de kosten. De vergelijking tussen de jaren wordt overigens beïnvloed door administratieve verrekeningen. Door onder anderen de gefaseerde aanpassing van de (nieuwe) verdeelsleutelmethodiek zit wel een verschuiving van de apparaatskosten over de opgaven heen en resulteert dit in een toename van de opgave Overhead. 2.5 Algemene dekkingsmiddelen In de begroting is het gebruikelijk om een bedrag voor onvoorzien op te nemen. Dit bedrag is bestemd voor lasten, die nog niet in de begroting van de opgaven zijn opgenomen. In paragraaf 3.1.

is de wens van gemeenten vastgelegd dat de GR Sociaal terughoudend is in het vormen van reserves en reserveringen. Dat betekent dat onvoorzien op dit moment niet ingevuld is met een bedrag. 2.6 Vennootschapsbelasting GR Sociaal neemt voor de meeste gevallen met haar activiteiten niet deel aan het economisch verkeer, waarbij sprake is van winst(streven). De activiteiten betreffen veelal overheidstaken of worden maximaal kostendekkend uitgevoerd. In samenwerking met onze fiscalist zijn we tot de aangiftes vennootschapsbelasting voor de jaren 2016 tot en met 2019 gekomen (GR Drechtsteden). Over deze jaren was er geen vennootschapsbelasting verschuldigd. Het totaalbedrag van de niet verrekende verliezen bedraagt thans € 383.909 (t/m 2019).

19

3 Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicomanagement Weerstandsvermogen (reserves) Het weerstandsvermogen wordt gedefinieerd als het vermogen om financiële risico’s op te vangen, en bestaat uit het aanwezige eigen vermogen in de vorm van algemene reserves en bestemmingsreserves. In 2022 is voor de GRS een nota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. Hierin is opgenomen dat voor de GRS geen reserves worden gevormd en aangehouden. Het vormen van weerstandsvermogen vindt dan ook volledig plaats bij de gemeenten zelf. Het beleid voor reserves en weerstandsvermogen is dus terughoudend in het vormen van reserves. Dat betekent dat de weerstandscapaciteit (nagenoeg) nihil is. Algemene reserve De GRS heeft vanuit de splitsingsbalans van de GRD een negatief algemene reserve over gekregen. In 2017 zijn er invlechtingskosten geweest voor de toetreding van de gemeente HardinxveldGiessendam per 1 januari 2018. Van die invlechtingskosten is € 700.000 gedekt door een onttrekking aan de Algemene reserve, die daarmee een negatieve stand heeft. De afspraak is dat de gemeente Hardinxveld-Giessendam de komende jaren zorgt voor de aanvulling van de Algemene reserve. De stand van de Algemene reserve is per 31 december 2021 nog € 223.000 negatief. Risicomanagement Risicomanagement verschaft de mogelijkheid om optimaal om te gaan met onzekerheden.

Met het weerstandsvermogen wordt de relatie weergegeven tussen middelen (weerstandscapaciteit) en risico’s. Tot de risico's behoren alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen (zoals verzekering) en die van materiële betekenis zijn in relatie tot de financiële positie. In de volgende tabel zijn deze opgenomen.

Openstaande risico's Omschrijving

Kans

Totale Impact (€) Toelichting omvang (€)

Rijkstoezegging vergoeding terugvorderingen Tozo

Groot (75%)

-600.000

Gemiddeld (50%)

300.000

Huisvesting

Regionaal Programma ICT Verandert

p.m.

-450.000 Door het Rijk is een vergoeding toegezegd van terugvorderingen Tozo. Dit geldt voor Tozo-voorschotten die zijn verstrekt voor 22 april 2020 (voor bekendmaking AMvB) en waarop moest worden teruggevorderd. Hiervan wordt 30% door het Rijk vergoed. Dit bedrag wordt gebaseerd op de verantwoording via de SiSa. Het bedrag verantwoord in de SiSa 2020 betekent een vergoeding van € 0,6 mln. 150.000 Het pand 'De Hellingen' wordt gehuurd tot en met het eerste kwartaal 2025. Investeringen zijn nodig om de functionaliteit van de panden op orde te houden, maar worden beperkt tot het strikt noodzakelijke. Ook de jaarlijkse onderhoudskosten kunnen oplopen, door de ouderdom van het pand. Er wordt steeds kritisch gekeken naar de noodzaak van investeringen en onderhoudsverplichtingen. Risico is dat de extra kosten niet binnen de bestaande budgetten kunnen worden opgevangen. Het Regionaal Programma ICT Verandert zorgt voor grote en ingrijpende wijzigingen voor de SDD, inclusief de ITsystemen die essentieel zijn voor de primaire processen en bedrijfsvoering van de SDD. Verstoring in de beschikbaarheid van de IT-systemen zal leiden tot verstoring van de dienstverlening van de SDD. Het programma vergt een grote, nog onbekende, inzet van SDD, dit kan leiden tot vermindering van de dienstverlening van de SDD.

20

Omschrijving

Kans

Totale Impact (€) Toelichting omvang (€)

Huisvesting

Groot (75%)

300.000

Wetsvoorstel resultaatgericht indiceren

p.m.

Arbeidsontwikkeling

p.m.

Wmo begeleiding

Bestandsontwikkeling inkomensondersteuning

Ontwikkeling macrobudget

Gemiddeld (50%)

500.000

Matig (25%)

1.500.000

Gemiddeld (50%)

1.500.000

225.000 De plannen van de gemeente Dordrecht voor de ontwikkeling van de Spuiboulevard hebben tot gevolg dat de Sociale Dienst Drechtsteden het huidige pand moet verlaten. De kosten van nieuwe huisvesting zullen in ieder geval hoger zijn dan het huidige huurcontract, dat loopt tot en met het eerste kwartaal 2025. Er is in die kosten niet voorzien. Met de projectorganisatie van gemeente Dordrecht vindt overleg plaats welke extra kosten er gemaakt moeten worden m.b.t. de voorbereiding op de huisvesting na het eerste kwartaal 2025 en waar deze kosten zullen landen. In 2023 zal er naar verwachting extra inzet moeten worden gepleegd in en aan het project van het Huis van stad en regio. De Centrale Raad van Beroep heeft verschillende uitspraken gedaan over resultaatgerichte indicaties, en de strijdigheid met het rechtszekerheidsbeginsel. Dat betekent dat de inkoopsystematiek van de Drechtsteden onder druk is komen te staan. Het Rijk was voor de val van het kabinet in 2021 voornemens om de resultaatgerichte indicatiestelling door een wetswijziging mogelijk te maken. Op dit moment is onzeker of deze wetswijziging onder het nieuwe kabinet weer opgepakt gaat worden. Mocht deze wetswijziging uiteindelijk geen doorgang vinden dan moet de zorg voortaan weer in uren worden geïndiceerd in plaats van het beoogde resultaat zoals we nu doen.

De daarmee samenhangende afrekensystematiek (PxQ) met de zorgaanbieders zorgt ervoor dat de kosten aanzienlijk zullen stijgen. Dit brengt dus een onzekerheid met zich mee in de kostenontwikkeling voor de Wmo in de toekomst. De werkloosheid daalt en er staat momenteel een recordaantal aan vacatures open. Door krapte op de arbeidsmarkt is het lastig om (goed opgeleid en ervaren) personeel te werven. Ook bij de SDD staan vacatures lang open. De schaarste op de arbeidsmarkt zal op korte termijn niet direct een knelpunt zijn bij de kwaliteit van dienstverlening aan de klanten van de SDD. Op langere termijn kan dat echter wel het geval zijn. De SDD doet allerlei inspanningen om goed personeel te werven en te behouden. 250.000 De SDD heeft een aantal maatregelen genomen om de groei van de uitgaven voor Wmo Begeleiding en kortdurend verblijf te beperken. Op dit moment lijkt het dat deze maatregelen nog steeds toereikend zijn om op dit programmaonderdeel binnen het beschikbare budget te blijven. Onduidelijk is nog of op langere termijn deze maatregelen stand zullen houden. Door de vergrijzing van de bevolking is de verwachting dat in de toekomst het beroep op de Wmo alleen maar verder zal toenemen. 375.000 Aantal klanten eind 2021 bedraagt 6.433. Van hieruit zijn de aantallen meerjarig geprognosticeerd op basis van het CPB.

Als blijkt dat 2023 begint met 100 meer klanten zal dit een risico betekenen van € 1,5 miljoen. 750.000 De Rijksbudgetten zijn bepaald aan de hand van een geprognosticeerd macro-budget op basis van de ontwikkeling van de klantaantallen volgens het CPB. De klantaantallen 2023 laten ten opzichte van 2022 geen verandering zien. Vanaf 2022 vindt de vergoeding van LKS op basis van realisaties plaats. Dit heeft voor alsnog een positieve ontwikkeling in de budgetten vanwege het feit dat in de Drechtsteden veel LKS wordt toegepast. Daalt ons aandeel in de landelijke LKS met +/- 0.5% heeft dit een negatief effect van +/- € 1,5 miljoen.

21

Totale Impact (€) Toelichting omvang (€)

Omschrijving

Kans

Bedrijfsvoering

Gemiddeld (50%)

200.000

Bandbreedte 2024

Gemiddeld (50%)

7.800.000

Totaal

100.000 De bedrijfsvoering moet aan steeds meer regels voldoen. Bijvoorbeeld de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en informatiebeveiliging, maar ook de steeds meer opkomende landelijke standaardisering. Daarnaast moet de informatisering aan steeds grotere eisen voldoen. We zien dat we als overheid minder snel van deze ontwikkelingen gebruik maken. De mogelijkheden die door de markt worden aangeboden en dat wat door onze inwoners wordt gebruikt, wijkt in toenemende mate van elkaar af. Systemen en hun onderlinge relatie/ uitwisseling worden complexer en dat vraagt om heroverweging. Ook de sterke afhankelijkheid van de IT-systemen en daarmee onze kwetsbaarheid blijft een risico. 3.900.000 De meerjarenraming (2024-2026) kent een bandbreedte met betrekking tot de ramingsonzekerheid van +2% tot -2%. De onderkant van de bandbreedte is in de meerjarenbegroting 2024-2026 toegepast voor de beïnvloedbare budgetten, behalve apparaatskosten vanwege de beïnvloedbaarheid op langere termijn en gemeentelijke bijdragen. Er is daarmee een risico dat kosten en gemeentelijke bijdragen hoger worden. Impact 2024: € 3,9 miljoen (50% * € 7,8 miljoen), impact 2025: € 8,1 miljoen (50%* 16,1 miljoen) en impact 2026: € 12,4 miljoen (50%* € 24,8 miljoen). 5.300.000

Financiële kengetallen 2021

2022

GRD

GRD

2023

2024

2025

2026

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio

1%

3%

3%

3%

3%

3%

1%

3%

3%

3%

3%

3%

9%

0%

0%

0%

0%

0%

Structurele exploitatieruimte

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Grondexploitatie

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

Belastingcapaciteit

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. De schuldenlast van de GRS is laag. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate aan waarmee het bezit gefinancierd is met eigen vermogen. Het eigen vermogen van GRS is nihil, conform het beleidskader risicomanagement en weerstandsvermogen. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is een maatstaf voor het verschil tussen structurele baten en lasten met in achtneming van beperkingen en verruimingen van de exploitatie door dotatie en onttrekking aan reserves. GRS heeft geen structurele exploitatieruimte. De geprognosticeerde balans en de raming van het EMU-saldo zijn opgenomen in de bijlage.

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen Het Algemeen Bestuur van de GRS heeft, in februari 2022, de Nota Activabeleid 2022 vastgesteld. Deze nota geeft weer hoe binnen de GR Sociaal wordt om gegaan met investeringen, die meerjarig worden gebruikt. De Nota is gevormd aan de hand van de het meest recente BBV en de notitie Materiële Vaste Activa van de commissie BBV. De GRS heeft een beperkt aantal kapitaalgoederen. Het grootste deel bestaat uit gedane investeringen in en aan het pand aan de Hellingen, meubilair en de inrichting van het Werkplein.

22

Voor het gebruik van ICT-infrastructuur en -toepassingen is een DienstVerleningsOvereenkomst gesloten met de Servicegemeente Dordrecht. Op dit moment is niet bekend of en wanneer er in 2023 investeringen worden gedaan. Toekomstige beleids- en wetswijzigingen kunnen wel tot nieuwe investeringen leiden. Daarover vindt dan separaat besluitvorming plaats en zal door middel van een begrotingswijziging in de begroting worden opgenomen.

3.3 Financiering Met de start van de GRS is er een nieuw Financieringsstatuur GR Sociaal 2022 opgesteld. Hierin zijn alle aspecten van de financiering van de GRS opgenomen. Het heeft als doel om de beleidskaders aan te geven voor de uitvoering van de treasuryfunctie. Deze uitvoering is opgedragen aan de gemeente Dordrecht. De GRS is en blijft daarbij autonoom in het vaststellen van het treasurybeleid. Het treasurybeleid dient, als onderdeel van het financieel beleid, de uitvoering van de taken van de GRS te ondersteunen en waarborgen te bieden voor de financiële continuïteit van de organisatie op korte en lange termijn. Het Statuut is op 10 maart 2022 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Om invulling te geven aan de financiële functie zijn in het statuut de volgende doelstellingen benoemd: • • • • • •

Het opereren binnen de kaders zoals die gesteld zijn in de Wet fido en door het Algemeen Bestuur. Het zorgdragen voor een effectief en efficiënt kas- en saldobeheer. Het zorgdragen voor een goed relatiebeheer. Het minimaliseren van financieringskosten. Het voeren van een prudent beleid rond uitzettingen en derivaten. Het realiseren van gedegen informatiestromen.

Financiële risico’s Renterisico’s hebben betrekking op de vlottende schuld en de vaste schuld. De Wet Fido stelt een norm voor het maximumbedrag waarvoor kortlopende financieringsmiddelen, met een looptijd korter dan één jaar, kunnen worden aangetrokken. Deze kasgeldlimiet bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten vóór bestemming. Voor 2023 bedraagt dit € 23 miljoen, zijnde 8,2% van € 279 miljoen. De renterisiconorm heeft tot doel om binnen de portefeuille aan langlopende leningen een overmatige afhankelijkheid van de rente in een zeker jaar te voorkomen. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal aan lasten. Het begrotingstotaal van de GRS bedraagt voor 2023 € 279 miljoen waardoor de norm voor de GRD gelijk is aan € 56 miljoen. Op dit moment heeft de GRS geen langlopende leningen. Verwacht wordt dat in 2023 geen leningen worden afgesloten. Kredietrisico’s Een kredietrisico is het risico van een niet-terugbetaling. Deze doen voor bij uitzettingen (verstrekte geldleningen, beleggingen) of bij borgstellingen. Deze risico’s worden door de Wet Fido ingeperkt door middel van te stellen voorwaarden aan marktpartijen en financiële producten. Het is de verwachting dat de GRS in 2023 geen overtollige liquide middelen zal uitzetten en/of leningen zal verstrekken.

Kas- en saldobeheer De treasuryfunctie zorgt voor de inrichting van het betalingsverkeer en regelt de kredietlijnen. Op basis van een korte liquiditeitsplanning worden de liquiditeiten beheerd, waarbij met kasgeld en deposito’s het saldo naar nul wordt gestuurd. Relatiebeheer Het relatiebeheer heeft betrekking op het onderhouden van marktrelaties met banken en financiële instellingen, en is van belang om ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt te monitoren.

23

Financieringskosten Er wordt gezorgd voor een optimale financiering van de GRS. De activiteiten zijn er op gericht om de kosten voor aangetrokken financieringsmiddelen (zowel kort als lang) zoveel mogelijk te beperken. Beleid rond uitzettingen en derivaten Ten aanzien van het uitzetten van (tijdelijk) overtollige geldmiddelen geldt dat deze in principe in ’s Rijks Schatkist worden aangehouden. Als hiervan wordt afgeweken wordt de Wet fido, strikt gevolgd.

3.4 Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling In 2022 krijgt de integratie tussen de GR Sociaal en GR Drechtwerk verder vorm. Beoogd is dat beide GR-en samengaan in een aangepaste GR Sociaal, waarbij zowel de Sociale Dienst Drechtsteden als Drechtwerk hun eigen identiteit behouden. Vanaf 1-1-2023 geldt er dan 1 gezamenlijk bestuur en 1 gezamenlijke leiding. De integratie raakt ook de interne organisatie van de Sociale Dienst Drechtsteden. Met hernieuwde focus wordt de opgave ontwikkelen naar werk verder ingericht inclusief Drechtwerk. De onderdelen op het gebied van inkomen die voorheen ook onder de aansturing van deze opgave vielen, worden verplaatst naar de opgave bestaanszekerheid, zodat beide opgaven de juiste focus en aandacht krijgen. En er verder gewerkt kan worden aan het bereiken van de gezamenlijke ambities uit de regionale visie. Daarnaast wordt in 2022 de organisatie structuur aangesloten op de opgaven uit de regionale visie wat zijn beslag krijgt per 1-1-2023, waardoor er meer focus ontstaat op het realiseren van de gestelde doelen uit diezelfde regionale visie. Ook zal er in 2022 een opgave dienstverlening toegevoegd worden en vertaald worden als organisatieonderdeel. In alles wat we doen, staat de inwoner centraal.

Mensgericht, mens boven regels, maatwerk bieden en integrale ondersteuning waar nodig, vanuit een stress-sensitieve benadering en met verhoogde inzet op (digitale) informatievoorziening en datasturing zijn belangrijke pijlers. We werken slim lokaal en regionaal samen met moderne technologieën om dit mogelijk te maken. Inwoners met een regionale ondersteuningsvraag die zich wenden tot de Sociale Dienst Drechtsteden hoeven maar één keer hun verhaal hoeven te doen en één keer gegevens aan te leveren. Ook vergroten we de aanwezigheid van professionals van de Sociale Dienst Drechtsteden op plaatsen waar inwoners met ondersteuningsvragen aankloppen. Zodat er gezamenlijk maatwerk geboden kan worden en de lijnen kort zijn. Omdat dit veel vraagt van professionals zetten we in op het ontwikkelen, op peil houden en uitwisselen van de nodige kennis en vaardigheden. We onderscheiden drie soorten klanten: inwoners met een enkelvoudige en eenvoudige hulpvraag, inwoners die zelfredzaam zijn in het systeem en inwoners die zoekende zijn in het systeem. We voorzien in een vorm van accountmanagement in onze verbinding met de gemeenten, onze eigenaren.

Kernfocus: we werken integraal: een manier van werken waarbij verschillende problemen rond een persoon, gezin of huishouden door twee of meer partijen in samenhang worden opgepakt, waarbij een gezamenlijk doel wordt nagestreefd, we werken gemeentegericht daar waar dat nodig, we brengen snel in beeld wat er aan de hand is en zorgen voor efficiënte en snelle oplossingen, first time right geldt als principe voor wat we doen, inclusief beantwoording van vragen. Informatisering/ automatisering De behoefte van gemeenten aan data en sturingsinformatie is groot en dient verschillende doeleinden. Zicht op eigen inwoners: behoefte aan data en inzicht in de vraag naar en het gebruik van regionale ondersteuning van inwoners uit hun gemeente, met de bijbehorende kostenontwikkeling. Waar verschilt dit van gemiddeld en waarom? In het P&C-proces bestaat behoefte aan inzicht in het 'lokale gebruik' in aantallen en kosten. Maar ook in de lokale effecten van beleidswijzigingen of maatschappelijke ontwikkelingen met effecten op het sociaal domein. Het lokaal kunnen verrijken van data en inzichten op andere domeinen om een integrale afweging te kunnen maken. Het kunnen meten van effecten van lokaal beleid of ontwikkelde interventies. Het met elkaar kunnen vergelijken is daarbij handig.

De ontwikkelingen in het sociale domein en de GR sociaal leiden tot meer maatwerk in de dienstverlening van de SDD. De behoefte aan informatie van gemeenten is groot en zal verder toenemen. Beide ontwikkelingen leiden tot grotere complexiteit in de inrichting van de IT systemen van de SDD en meer – zowel in aantal, diversiteit als complexiteit 24

van – informatieverzoeken van gemeenten. Wil de SDD haar rol van kennispartner invullen is structureel meer budget nodig. Dit blijkt tevens uit de onlangs uitgevoerde benchmark van Berenschot. Wat is er nodig? Voor deze doorontwikkeling is versterking van de informatievoorziening van de SDD vereist: • Het koppelen van IT systemen met het regionale data platform zodat meer informatie beschikbaar wordt in: o IT systemen van de SDD. o IT systemen van partners en leveranciers in het sociaal domein (bijv. WMO dienstverleners, jeugd, wijkteams). • IT voorzieningen voor het snel en betrouwbaar uitwisselen van gegevens tussen IT systemen. • Verbetering en vervanging van huidige IT systemen van de SDD. • Uitbreiding van het regionale dataplatform en het gemeente dashboard. • Processen en procedures voor beheer en gegevenskwaliteit ('data governance'), vergroting van de beheer inspanning • Uitbreiden van formatie op met name tactisch- en strategisch niveau. De totale extra structurele lasten worden geschat op € 500.000. Regionaal Programma ICT Verandert Het regionale ICT Verandert programma omvat: • Het implementeren van een nieuwe ICT Werkplek ('Digitale Werkruimte'). • Het Implementeren van Microsoft 365. • De overgang van het Drechtsteden rekencentrum naar een rekencentrum van een leverancier. Voor de 10 organisaties die deze dienst van de Servicegemeente Dordrecht afnemen.

De planning is dat het programma op 31 december 2022 is afgerond. Het programma zorgt voor grote en ingrijpende wijzigingen voor de SDD: • Vrijwel alle SDD IT systemen worden 'geraakt' door deze veranderingen, ook de IT systemen die essentieel zijn voor de primaire processen en bedrijfsvoering van de SDD. • Alle SDD medewerkers krijgen met deze veranderingen te maken. • Het programma vergt een grote, nog onbekende, inzet van SDD. • Extra middelen: waarschijnlijk moet de huidige apparatuur op de kantoorwerkplekken vervangen worden. • De transitie legt een groot beslag op de capaciteit van de Service Gemeente Dordrecht. Dit zal ten kost gaan van de dienstverlening aan de SDD negatief. Gezien de huidige status van het programma, het ontbreken van een planning voor de implementatie en inzet van de SDD, is het zeer waarschijnlijk dat het regionale programma doorloopt in 2023. Functionaris Gegevensbescherming Met de vorming van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal heeft zij een eigen Functionaris Gegevensbescherming (FG). Van de 1,6 fte FG bij de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden is vanuit Bureau Drechtsteden 0,8 fte FG formatie, inclusief het bijbehorend budget, geplaatst bij de SDD (DSB 12 mei 2021).

De FG gaat integraal de taken conform artikel 39 Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) invullen; informeren en adviseren van de GRS, toezicht houden op naleving AVG en andere relevante wetgeving en gevraagd en ongevraagd advies. De Functionaris Gegevensbescherming voor de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal voert tevens de taken uit zoals benoemd in artikel 36 Wet Politie Gegevens (Wpg) en artikel 26f van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg). Rechtmatigheidsverantwoording Met ingang van (boekjaar) 2022 zal de rechtmatigheidsverantwoording worden ingevoerd. De officiële wetgeving, die dat regelt, is overigens nog niet vastgesteld door de 2e Kamer. Dat blijft een onzekere factor, omdat het vaststellen van de wetgeving keer op keer wordt uitgesteld. De rechtmatigheidsverantwoording houdt in dat in de jaarrekening 2022 het Dagelijks Bestuur van de GRS verantwoording aflegt over de financiële rechtmatigheid van de organisatie. Tot en met 2021 gaf 25

de (externe) accountant hierover een oordeel af. Vanaf 2022 komt dit te vervallen. Daarvoor in de plaats komt de rechtmatigheidsverantwoording, waarin het Dagelijks Bestuur nu zelf een oordeel geeft over de rechtmatigheid van de organisatie. Het Algemeen Bestuur van de GRS zal uiteindelijk met het Dagelijks Bestuur spreken over de bevindingen uit de verantwoording. Dienstverleningsovereenkomsten De GRS heeft twee soorten dienstverleningsovereenkomsten. Het betreft de dienstverlening van de Servicegemeente Dordrecht aan de GRS zelf. Ook heeft het betrekking op de dienstverlening van de GRS aan anderen. Servicegemeente Dordrecht Vanaf 1 januari 2022 heeft de GRS een overeenkomst met de gemeente Dordrecht voor de dienstverlening vanuit het voormalige Servicecentrum Drechtsteden en het Onderzoekscentrum. In de overeenkomst is opgenomen welke taken op het gebied van bedrijfsvoering en het Smart Data Center vanuit deze organisatie geleverd worden aan de GRS. De looptijd van overeenkomst is vier jaar. DVO's GRS Naast de reguliere taken, die benoemd zijn in artikel 5 van de regeling, worden extra taken uitgevoerd door de GRS voor gemeenten en andere partijen. Voor de extra taken zijn DVOs opgesloten. Het betreft hier onder anderen DVOs voor de uitvoering van de Wet Inburgering, Vroegsigalering schulden en de Gedupeerden toeslagenaffaire.

3.5 Verbonden Partijen De GRS participeert in andere partijen om haar doelen te realiseren of processen tot uitvoer te brengen. Bij een deel van die organisaties is de GRS zowel bestuurlijk als financieel betrokken. In dat geval is sprake van een 'verbonden partij'. Het Algemeen Bestuur kan besluiten tot oprichting van en deelneming in andere partijen indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. De werkzaamheden van de verbonden partijen moeten een publiek belang dienen. Het BBV specificeert de begrippen bestuurlijk en financieel belang als volgt: • bestuurlijk belang: zeggenschap door vertegenwoordiging in het bestuur (directie, Algemeen, Dagelijks Bestuur of Algemene Vergadering van Aandeelhouders) of uit hoofde van stemrecht; • financieel belang: wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is wanneer de partij failliet gaat, of het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat en de verbonden partij vervolgens niet aan haar verplichtingen kan voldoen. Veelal gaat dit om gestort aandelenkapitaal, (fonds)bijdragen, verstrekte leningen of verleende garanties. De GRS heeft twee verbonden partijen waarmee de organisatie een bestuurlijke relatie heeft én waarin zij een financieel belang heeft. Het betreft twee BV's. Dit zijn Stroomlijn en Baanbrekend Detacheren. Soort verbonden partij:

Vennootschappen en coöperaties

Naam verbonden partij

Baanbrekend Detacheren BV

Vestigingsplaats

Dordrecht

Openbaar belang

De vennootschap heeft ten doel het detacheren van inwoners, van de Drechtstedengemeenten, met afstand tot de arbeidsmarkt als bedoeld in de Participatiewet.

26

Omvang van financieel belang

Medio oktober 2018 is Baanbrekend Detacheren BV ontstaan, uit de Statutenwijziging van Drechtwerk Diversiteit B.V. Daarbij heeft de GRD 50% van de aandelen verworven van Openbaar Lichaam Sociale Werkvoorziening Drechtwerk, tot dan toe enig aandeelhouder van deze vennootschap. Vanaf 1 januari 2019 worden de exploitatielasten van de vennootschap, bestaande uit personeelskosten van gedetacheerden en apparaatslasten, gefinancierd uit de volgende inkomstenstromen: (a) Inkomsten uit detacheringen, (b) ontvangsten uit Loonkostensubsidie en (c) inkomsten uit de dienstverleningsovereenkomst met de GRD. De GRD bezit 50 aandelen B, elk nominaal groot € 1. De overige aandelen zijn in handen van Drechtwerk. In 2019 is er een lening verstrekt ter grootte van € 500.000, met een looptijd van 5 jaar. De restschuld per eind 2021 bedraagt € 500.000.

Bestuurlijk belang

De Drechtraad heeft op 6 februari 2018 besloten om deel te nemen aan een BV die ten doel heeft het detacheren van inwoners met grote afstand tot de arbeidsmarkt (doelgroep van de Participatiewet en Wet Sociale Werkvoorzieningen) en waarvan het Openbaar Lichaam Drechtsteden en GR Sociale Werkvoorziening Drechtsteden 'Drechtwerk' enige aandeelhouders zijn.

Deelnemende partijen

Aandeelhouders zijn Openbaar Lichaam Drechtsteden (50%) en Openbaar Lichaam Sociale Werkvoorziening Drechtwerk (50%). Gedetacheerden: Inwoners uit de Drechtsteden met een afstand tot de arbeidsmarkt vanuit de P-wet. Hoewel het de bedoeling was om zowel P-wetters als SW-ers te detacheren, is alleen detachering van de P-wetters ontwikkeld. Klanten: Het klantenbestand bestaat met name uit organisaties die al gebruik maakten van de detacheringsconstructie van de GRD.

Beleidsinformatie Verbonden doelstelling

Een toekomstbestendige, professionele uitvoeringsorganisatie voor het detacheren van inwoners met afstand tot de arbeidsmarkt met het oog op stabiliteit en participatie van deze doelgroep en het stimuleren van duurzame uitstroom uit de uitkering.

Actuele opgaven van verbonden partij •Rechtmatige en doelmatige organisatie van detachering van de doelgroep P-wet. • Begeleiding en ontwikkeling van de medewerker. • Stimuleren van duurzame uitstroom naar regulier werk bij een reguliere werkgever. Ontwikkelingen Met ingang van 1 juli 2021 is de cao Aan de Slag ingegaan voor alle medewerkers die met behulp van loonkostensubsidie in dienst zijn bij een publieke organisatie die belast is met de uitvoering van de Participatiewet of detachering van deze medewerkers. De cao is bedoeld om mensen te laten groeien in hun persoonlijke ontwikkeling en loopbaan door vanuit het sociaal ontwikkelbedrijf opleiding, begeleiding en stimulering te bieden. Met de komst van deze nieuwe cao komt de focus voor Baanbrekend Detacheren nog nadrukkelijker te liggen op doorstroom, ontwikkeling en opleiding van ons medewerkers. Onze detacheringspraktijk is daar het afgelopen jaar op aangepast en zal ook het komende jaar verder worden ontwikkeld om aan deze opgave invulling te geven. Ondanks het feit dat COVID-19 nog altijd het nieuws beheerst en zorgt voor beperking van economische activiteiten, hebben wij in de detachering van onze medewerkers daar relatief weinig last van gehad. Net als in 2020 gold ook afgelopen jaar de afspraak met onze klanten dat uitval van activiteiten niet leidt tot doorbetalingsplicht.

Daarvan is maar zeer beperkt gebruik gemaakt. Sterker nog, bij een deel van onze inleners zorgt deze crisis zelfs voor extra bedrijvigheid en is men continue op zoek naar uitbreiding van het personeelsbestand. Een en ander betekent dat wij ook dit jaar geen beroep hebben hoeven te doen op steunmaatregelen van de overheid. De nieuwe cao is zowel op medewerkers uit de P-wet als op jongeren met een Wajong uitkering van toepassing. BBDeta heeft met het UWV de mogelijkheden onderzocht om ook deze doelgroep detacheringsactiviteiten te gaan ontwikkelen. Dit zal in 2022 zijn beslag gaan krijgen. Financieel belang Aandelenkapitaal GRD 50% van het aandelenkapitaal, nominale waarde € 50. Eigen vermogen aan het begin van het € 112.842 Eigen vermogen aan het einde van het Nog niet bekend begrotingsjaar begrotingsjaar

Vreemd vermogen aan het begin van het begrotingsjaar

€ 1.245.471

Jaarlijkse bijdrage

€ 0,7 miljoen

Vreemd vermogen aan het einde van het begrotingsjaar

Nog niet bekend

27

Toelichting financieel belang

Het resultaat over 2021 voor belastingen bedraagt ruim € 49.000. Daarin is de lagere DVO bijdrage van de SDD (€ 61.800, zie hierboven bij financieel belang) verrekend. De ontwikkeling van de winstgevendheid van BBDeta is structureel positief. Dit wordt veroorzaakt door ene mix van hoge productiviteit van onze medewerkers en een rendabele prijsstelling, waarin wij in de tarieven rekening houden met de bepalingen uit de Wet Markt en Overheid. Beleidsmatige resultaten: In 2021 had BBDeta gemiddeld 96 medewerkers in dienst. De in- en uitstroom was, vanwege de Corona crisis en de krapte op de arbeidsmarkt, een stuk lager dan voorgaande jaren (instroom 49 medewerkers, uitstroom 45 medewerkers). Los van de directe besparingen die een dienstverband bij BBDeta oplevert (de medewerker is immers uit de uitkering), is de doelstelling van het instrument detacheren het stimuleren van duurzame uitstroom. In totaal zijn sinds de start inmiddels 193 medewerkers uitgestroomd, waarvan 72 medewerkers naar een vaste baan bij een reguliere werkgever. Daarmee is 37% van onze uitstroom te betitelen als duurzaam. Voor de uitvoering van de detacheringsactiviteiten ontvangt Baanbrekend Detacheren BV een vergoeding van de SDD.

Vaststelling begroting en jaarrekening Uit de exploitatie van de afgelopen jaren is gebleken dat BBDeta over ruim voldoende werkkapitaal beschikt om de operationele activiteiten te financieren. Daarom is in december 2021 besloten om 200.000 euro af te lossen op het krediet van 500.000 euro dat Drechtsteden in 2019 beschikbaar heeft gesteld. De daadwerkelijke aflossing vindt plaats in januari 2022. De jaarrekening en het Bestuursverslag dienen uiterlijk 31 mei van het jaar daarna te worden opgemaakt door de vennootschap. De jaarrekening 2020 is opgemaakt en op 2 december 2021 vastgesteld door de algemene vergadering van de vennootschap. De begroting 2021 van Baanbrekend Detacheren B.V. is vastgesteld door het bestuur. Financieel resultaat Het resultaat over 2021 voor belastingen bedraagt ruim € 49.000. Risico's

N.v.t.

Naam verbonden partij

Stroomlijn BV

Vestigingsplaats

Dordrecht

Openbaar belang

Het op elkaar afstemmen van het doelgroepenvervoer en kleinschalige mobiliteitsoplossingen, en het op efficiënte wijze uitvoering geven daaraan. Het belang van de GRD bedraagt 100% van de aandelen (gestort en opgevraagd kapitaal Stroomlijn BV bedraagt € 1).De GRD heeft, conform Drechtraadbesluit d.d. 6 september 2017, een 5-jarige geldlening van € 300.000 verstrekt, ter financiering van de noodzakelijke investeringen. Voor overige opstartkosten die niet als investering aan te merken zijn, is aan Stroomlijn een eenmalige subsidie van € 25.000 verstrekt. Op 14 januari 2020 is een tweede geldlening aan Stroomlijn verstrekt, van maximaal € 500.000. Deze lening wordt gebruikt voor de aanschaf van Wijkhopper voertuigen, investeringen in software voor de planning van vervoersstromen en kantoorinventaris. Ter verbetering van de vermogenspositie van Stroomlijn BV heeft daarom per 21 januari 2020 een agiostorting plaatsgevonden ad € 450.000. Ten slotte financiert de SDD deels de regiekosten en draagt daarmee mede bij aan de exploitatiekosten van Stroomlijn BV.

Omvang van financieel belang

Bestuurlijk belang

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders bestaat, conform Drechtraadbesluit d.d. 20 juli 2020, uit 2 portefeuillehouders vanuit het Drechtstedenbestuur (WMO en Fysiek) die de rol van eigenaar van Stroomlijn vervullen. In genoemd voorstel is een nadrukkelijker onderscheid gemaakt tussen de rol van het DSB als eigenaar en die van de opdrachtgevers (o.a. SDD).

Deelnemende partijen

De Gemeenschappelijke Regeling Sociaal is volledig aandeelhouder van Stroomlijn BV en als onderdeel hiervan de Sociale Dienst Drechtsteden de grootste opdrachtgever. Stroomlijn kent naast de SDD ook andere opdrachtgevers. Zo wordt in 2021 aansturing gegeven aan, het Jeugdwet vervoer (SOJ), het vervoer van Baanbrekend Drechtsteden, het leerlingenvervoer, gymvervoer, vervoer vanuit de wet langdurige zorg, beschermd wonen en regisseur OV in DMG concessie voor de ketenmobiliteit.

Beleidsinformatie Verbonden doelstelling

Vanuit de Wmo hebben de Drechtsteden een compensatieplicht richting inwoners die een beperking ondervinden in hun mobiliteit. In voorkomende gevallen kan die beperking inhouden dat er (taxi)vervoer aangeboden wordt aan de betreffende inwoner. Dit wordt doelgroepenvervoer genoemd. Stroomlijn regisseert dit doelgroepenvervoer. Door het doelgroepenvervoer publiek aan te sturen kunnen gebruikers van het vervoer optimaal worden gecompenseerd in hun mobiliteitsbeperking. De eigen kracht wordt benut en maatwerk wordt mogelijk.

Actuele opgaven van verbonden partij Regie en beheer voeren op alle vervoersopdrachten. Door ontwikkelen tot ontwikkelbedrijf om mensen op te leiden tot een kwalitatief goede chauffeur. Stroomlijn richt zich daarnaast in opdracht van de aandeelhouders op de betaalbaarheid van de systemen, de opgave 'De Bereikbare Stad en Regio' en het verduurzamen van het vervoer via het zero emissie convenant doelgroepenvervoer.

28

Ontwikkelingen Financieel belang Aandelenkapitaal GRD

Het belang van de GRD bedraagt 100% van de aandelen (gestort en opgevraagd kapitaal Stroomlijn BV bedraagt € 1).

Eigen vermogen aan het begin van het € 1 begrotingsjaar

Vreemd vermogen aan het begin van het begrotingsjaar

€ 1.616.680

Eigen vermogen aan het einde van het € 450.001 begrotingsjaar

Vreemd vermogen aan het einde van het begrotingsjaar

€ 2.195.481

Jaarlijkse bijdrage Toelichting financieel belang

Aandelenkapitaal (vertegenwoordiging in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders).

Vaststelling begroting en jaarrekening De begroting van Stroomlijn BV voor 2021 is in de Algemene Vergadering van juli 2020 vastgesteld. De jaarrekening over 2020 is in de Algemene Vergadering van 25 maart 2021 vastgesteld. Financieel resultaat

Stroomlijn BV heeft in 2020 een resultaat van € 0 behaald. (Jaarrekening 2020 Stroomlijn BV d.d. 12 maart 2021.)

Risico's

Het risico dat bij faillissement van de VP het ingebrachte kapitaal en de verstrekte lening niet wordt terugbetaald. In de business case van de Wijkhopper is het financiële voordeel 2020 begroot op € 0,2 miljoen oplopend naar € 0,5 miljoen in 2021. Het voordeel zal niet in volledigheid worden gerealiseerd wanneer: • De doelgroep geen of in mindere mate beroep zou doen op de Wijkhopper; • Als er minder chauffeurs kunnen worden ingezet via Baanbrekend Drechtsteden; • Wanneer er concurrentie van andere vervoerders gaat ontstaan.

29

4 Financiële begroting 4.1 Overzicht van baten en lasten In onderstaande tabel is de recapitulatie (bedragen x € 1.000) opgenomen van de programmabegroting naar taakveld. Taakvelden (x € 1.000)

0.4 Overhead

Begroting 2022

Primaire begroting 2023

Afwijking

lasten

baten

saldo

lasten

baten

saldo

lasten

baten

saldo

20.752

688

-20.064

23.305

154

-23.151

-2.553

-534

-3.087

Apparaat Overhead

20.752

688

-20.064

23.305

154

-23.151

-2.553

-534

-3.087

6.3 Inkomstenregelingen

132.551

138.767

6.216

128.358

136.502

8.143

4.192

-2.265

1.927

Apparaat Bestaanzekerheid versterken

11.496

17.212

5.716

10.237

18.381

8.143

1.258

1.169

2.427

Inkomensondersteuning

108.922

109.422

500

105.406

105.406

0

3.517

-4.017

-500

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

2.250

2.250

0

2.328

2.328

0

-78

78

0

Minimabeleid

9.882

9.882

0

10.387

10.387

0

-505

505

0

6.4 Begeleide participatie

27.173

27.878

705

26.852

26.852

0

320

-1.025

-705 -705

Apparaat Ontwikkelen naar werk

610

1.315

705

529

529

0

81

-786

WSW

26.563

26.563

0

26.323

26.323

0

240

-240

0

6.5 Arbeidsparticipatie

17.339

23.986

6.647

18.064

24.961

6.897

-725

975

250

Apparaat Bestaanzekerheid versterken

176

262

86

157

283

126

18

21

39

9.954

7.180

-2.774

8.523

7.193

-1.329

1.431

14

1.445

Inburgering

300

300

0

2.195

2.195

0

-1.895

1.895

0

Minimabeleid

25

25

0

25

25

0

0

0

0

6.479

15.534

9.055

6.744

14.565

7.821

-265

-969

-1.234

406

686

280

420

700

280

-14

14

0

5.779

6.013

234

5.750

6.037

288

29

24

54 54

Apparaat Ontwikkelen naar werk

Participatie Statushouders 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO) Apparaat Zorgen voor ondersteuning

389

623

234

360

647

288

29

24

Hulpmiddelen

5.390

5.390

0

5.390

5.390

0

0

0

0

6.71 Maatwerkdienstverlening 18+

75.938

82.226

6.288

75.683

83.401

7.718

255

1.175

1.430

Apparaat Bestaanzekerheid versterken

3.997

9.880

5.883

4.011

11.090

7.079

-14

1.210

1.196

Apparaat Zorgen voor ondersteuning

5.968

6.373

405

5.638

6.277

639

330

-96

234

Begeleiding en kortdurend verblijf

29.155

29.155

0

29.155

29.155

0

0

0

0

118

118

0

120

120

0

-2

2

0

28.420

28.420

0

28.420

28.420

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

8.281

8.281

0

8.339

8.339

0

-58

58

0

772

747

-25

954

1.058

105

-181

312

130

772

747

-25

954

1.058

105

-181

312

130

280.305

280.305

0

278.966

278.966

0

1.339

-1.339

0

Budgetadvies en Schuldbemiddeling Huishoudelijke ondersteuning Minimabeleid Vervoer 6.81 Geëscaleerde zorg Apparaat Zorgen voor ondersteuning Eindtotaal

Incidentele lasten en baten De begroting en de meerjarenraming horen structureel in evenwicht te zijn. Aan incidentele baten en lasten zit een begin en einde en beperken zich tot maximaal drie jaar. Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves worden in het algemeen als incidenteel beschouwd. In de financiële verordening is opgenomen dat het grensbedrag voor het opnemen van incidentele baten en lasten € 100.000 bedraagt. Er zijn geen structurele of incidentele mutaties in de reserves begroot.

30

4.2 Verdeelsleutels Bijdragen in de kosten van de GRS worden bij de zeven Drechtsteden-gemeenten opgehaald aan de hand van een aantal verdeelsleutels. In 2021 zijn deze verdeelsleutels samen met de gemeenten geactualiseerd aan de hand van zeven criteria: uitlegbaar, transparant, eenvoudig, toekomstbestendig, maatwerk en integraliteit faciliteren en stabiel. Dit heeft de geresulteerd in de volgende nieuwe verdeelsleutels per dienst: ▪ Inkomensregelingen: verhouding inkomsten BUIG ▪ Arbeidsparticipatie: 3-jarig gemiddeld aantal bijstandsontvangers ▪ Wet Inburgering: aantal inburgeringsplichtigen ▪ Schuldhulpverlening: aantal cliënten in schuldhulpverlening ▪ Overige diensten: doorbelasting van werkelijke kosten ▪ Apparaatskosten: uitvoeringskosten en overhead worden toegewezen aan de bovenstaande diensten en vervolgens verdeeld op basis van de desbetreffende verdeelsleutel. De nieuwe kostenverdeelsleutels worden vanaf 2023 gebruikt voor het bepalen van de bijdragen van de gemeenten. Door het invoeren van nieuwe verdeelsleutels ontstaat er een herverdeeleffect tussen gemeenten. Dat betekent dat de ene gemeente minder gaat bijdragen aan de GRS en de andere gemeente juist meer. Om dit effect de komende jaren te dempen is er besloten om een periode van ingroei van vier jaar te hanteren.

In de periode zijn de herverdeeleffecten volgens onderstaand schema in de begroting opgenomen: 2023: 75% huidige systematiek 25% nieuwe systematiek 2024: 50% huidige systematiek 50% nieuwe systematiek 2025: 25% huidige systematiek 75% nieuwe systematiek 2026: 100% nieuwe systematiek Huidige sleutels

Nieuwe sleutels

Bestaanszekerheid versterken Inkomensondersteuning

BUIG aantallen 5 jaars gemiddelde

Verhouding inkomsten BUIG

Minimabeleid

BUIG aantallen 5 jaars gemiddelde

Voorcalculatie per gemeente

Maatwerkvoorziening inkomenssteun CGZ

Verhouding iu SD WMO

Voorcalculatie per gemeente

Budgetadvies en schuldbemiddeling

BUIG aantallen 5 jaars gemiddelde

aantal clienten schuldhulpverlening

Participatie

Participatiemiddelen uit de algemene uitkering

BUIG aantallen 3 jaars gemiddelde

Statushouders/wet inburgering

Meerkosten tlv Participatiebudget

aantal inburgersingsplichtingen

WSW

Voorcalculatie per gemeente

Voorcalculatie per gemeente

Huishoudelijke ondersteuning

Voorcalculatie per gemeente

Voorcalculatie per gemeente

Hulpmiddelen, Vervoer

Voorcalculatie per gemeente

Voorcalculatie per gemeente

Begeleiding, kortdurend verblijf en persoonlijke verzorging

WMO-middelen uit de algemene uitkering

Voorcalculatie per gemeente

WMO – 2015 uitvoeringskosten

WMO-middelen uit de algemene uitkering

Voorcalculatie per gemeente, BUIG 3 jaars gemidd.

Overige apparaatskosten/ overhead

BUIG aantallen 5 jaars gemiddelde

BUIG aantallen 3 jaars gemiddelde

Ontwikkelen naar werk

Zorg voor ondersteuning

Zorg voor ondersteuning

31

Bijlagen

Dordrecht

Papendrecht

Sliedrecht

Zwijndrecht

Totaal

Bestaanzekerheid versterken

7.479

82.420

3.305

7.089

11.026

10.440

24.272

146.031

1.407

17.306

667

1.342

2.272

2.017

4.687

29.697

5

70

3

5

10

7

19

120

5.427

57.709

2.294

5.088

7.746

7.405

17.804

103.474

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

136

1.170

124

188

209

287

214

2.328

Minimabeleid

504

6.164

217

466

790

723

1.548

10.412

Ontwikkelen naar werk

Apparaat Bestaanzekerheid versterken Budgetadvies en Schuldbemiddeling Inkomensondersteuning

Hendrik-Ido Ambacht

HardinxveldGiessendam

Opgaven bedragen x 1.000

Alblasserdam

Bijlage A: Bijdragen per gemeente per programma

2.480

31.843

552

1.929

3.364

3.727

7.130

51.025

Apparaat Ontwikkelen naar werk

364

4.498

154

346

575

514

1.216

7.666

Inburgering

151

899

138

234

240

193

340

2.195

Participatie

626

8.751

235

500

877

887

2.264

14.140

Statushouders

51

295

25

74

80

63

112

700

WSW

1.287

17.400

0

776

1.592

2.071

3.198

26.323

Zorgen voor ondersteuning

76.286

3.930

5.880

7.921

7.333

12.546

4.260

334

486

683

678

1.117

7.983

Begeleiding en kortdurend verblijf

1.833

12.559

1.634

2.131

2.909

3.000

4.513

28.579

Huishoudelijke ondersteuning

1.594

11.953

1.343

2.188

2.983

2.396

4.692

27.149

Hulpmiddelen

373

2.102

263

494

523

515

930

5.200

Vervoer

393

3.184

356

581

823

744

1.294

7.375

14.575

148.321

7.787

14.898

22.311

21.500

43.949

273.341

Sliedrecht

34.058

424

Papendrecht

4.617

Apparaat Zorgen voor ondersteuning

Eindtotaal

Totaal

6.3

Inkomensregelingen

6.954

75.639

3.051

6.588

10.142

9.688

22.450

134.513

6.4

Begeleide participatie

1.313

17.719

0

800

1.632

2.107

3.283

26.852

6.5

Arbeidsparticipatie

1.182

14.306

559

1.143

1.755

1.641

3.894

24.480

6.6

Maatwerkvoorzieningen (WMO)

407

2.454

281

531

576

563

1.035

5.847

6.71

Maatwerkdienstverlening 18+

4.720

37.145

3.896

5.836

8.207

7.500

13.286

80.590

6.81

Geëscaleerde zorg 18+

Taakveld (bedragen x 1.000)

Eindtotaal

Dordrecht

Zwijndrecht

Hendrik-Ido Ambacht

HardinxveldGiessendam

Alblasserdam

Bijlage B: Bijdragen per gemeente per taakveld

0

1.058

0

0

0

0

0

1.058

14.575

148.321

7.787

14.898

22.311

21.500

43.949

273.341

32

Bijlage C: Geprognosticeerde balans en EMU saldo Op 1 januari 2022 is de GRD gesplitst in twee onderdelen. De Sociale Dienst is als GRS zelfstandig doorgegaan, de overige delen zijn ondergebracht bij de gemeente Dordrecht. Dit betekent dat er op dat moment een boedelscheiding is gemaakt en er een splitsingsbalans is opgesteld. Er is als het ware een knip gemaakt in de balans van de GRD. Dit heeft geleid tot de volgende meerjarige balans.

Balans (x € 1.000)

begroting 2023

begroting 2024

begroting 2025

begroting 2026

Activa Vaste activa

1.524

861

826

792

Vlottende activa

10.000

10.000

10.000

10.000

11.524

10.861

10.826

10.792

Passiva Eigen Vermogen

0

0

0

0

Voorzieningen

67

35

4

0

Vaste schulden

0

0

0

0

11.458

10.825

10.822

10.792

11.524

10.861

10.826

10.792

0

0

0

0

Vlottende passiva

Het EMU saldo staat vermeld in onderstaande tabel. begroting 2022 begroting 2023 EMU x € 1.000

begroting 2024

begroting 2025

begroting 2026

Omschrijving Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV artikel 17c)

0

0

0

0

0

Mutatie (im)materiële vaste activa, afschrijvingen

500

400

200

200

200

Mutatie (im)materiële vaste activa, investeringen

500

400

200

200

200

Mutatie voorzieningen

0

0

0

0

0

Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

0

0

0

0

0

Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa alsmede de afwaardering van financiële vaste activa

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

33

Bijlage D: Begroting en meerjarenraming naar taakvelden

Begroting 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Taakvelden (x € 1.000)

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

0.4

Overhead

23.305

154

23.151

23.305

154

23.151

23.034

37

22.997

23.034

37

22.997

6.1

Samenkracht en burgerparticipatie

2.195

2.195

0

2.421

2.421

0

2.421

2.421

0

2.421

2.421

0

6.3

Inkomensregelingen

128.358 136.502

-8.071 127.946 136.018

-8.071

6.4

Begeleide participatie

26.852

26.852

0

25.931

25.931

0

25.122

25.122

0

23.963

23.963

0

6.5

Arbeidsparticipatie

15.869

22.766

-6.897

16.248

23.146

-6.897

16.463

23.290

-6.828

16.462

23.290

-6.828

6.6

Maatwerkvoorzieningen (WMO)

5.750

6.037

-288

5.802

6.089

-288

5.850

6.137

-287

5.897

6.184

-287

6.71

Maatwerkdienstverlening 18+

75.683

83.401

-7.718

77.236

84.954

-7.718

78.794

86.500

-7.706

80.365

88.071

-7.706

6.81

Geëscaleerde zorg 18+

954

1.058

-105

954

1.058

-105

954

1.058

-105

954

1.058

-105

0 281.042 281.042

0

Totaal

278.966 278.966

-8.143 128.789 136.932

0 280.686 280.686

-8.143 129.078 137.149

0 281.715 281.715

34

Bijlage E: Meerjaren bijdrage per gemeente per taakveld

Alblasserdam 2024

2025

Dordrecht 2026

2023

2024

2025

Hardinxveld-Giessendam

Bedragen x 1.000

2023

Totaal

14.575 14.804 14.964 15.036 148.321 148.456 148.323 147.107

2026

2023

2024

2025

2026

H.I. Ambacht 2023

2024

2025

2026

7.787 8.121 8.407 8.654 14.898 15.234 15.488 15.641

6.1

Samenkracht en burgerparticipatie

151

167

167

167

899

992

992

992

6.3

Inkomensregelingen

6.954

7.028

7.073

7.044

75.639

75.600

75.660

74.948

6.4

Begeleide participatie

1.313

1.298

1.302

1.307

17.719

17.208

16.637

15.877

6.5

Arbeidsparticipatie

1.030

1.112

1.149

1.176

13.407

13.540

13.459

13.261

420

472

505

6.6

Maatwerkvoorzieningen (WMO)

407

414

422

430

2.454

2.443

2.430

2.416

281

289

296

6.71

Maatwerkdienstverlening 18+

4.720

4.785

4.852

4.913

37.145

37.616

38.088

38.555

6.81

Geëscaleerde zorg 18+

1.058

1.058

1.058

1.058

138

153

153

153

234

258

258

258

3.051 3.100 3.132 3.128

6.588

6.662

6.730

6.718

800

796

782

758

532

909

1.018

1.089

1.151

303

531

544

555

568

3.896 4.107 4.321 4.539

5.836

5.957

6.074

6.187

35

Papendrecht 2023

22.311 22.682 22.997 22.960 21.500 21.803 22.041 22.146 43.949 44.261 44.274 44.105 273.341 275.362 276.494 275.649

6.3

240

265

265

2026

2023

2024

2025

2026

213

2023

340

2024

375

2025

Totaal

Totaal Samenkracht en burgerparticipatie

2025

Zwijndrecht

Bedragen x 1.000

6.1

2024

Sliedrecht

375

2026

375

2023

2.195

2024

2.421

2025

2.421

2026

265

193

213

213

2.421

Inkomensregelingen

10.142 10.204 10.233 10.157

9.688

9.799

9.915

9.915 22.450 22.532 22.435 22.118 134.513 134.925 135.178 134.027

6.4

Begeleide participatie

1.632

1.595

1.627

1.432

2.107

1.994

1.899

1.803

3.283

3.040

2.876

2.784

26.852

25.931

25.122

23.963

6.5

Arbeidsparticipatie

1.515

1.646

1.714

1.766

1.448

1.544

1.576

1.594

3.555

3.757

3.800

3.810

22.285

23.090

23.290

23.290

6.6

Maatwerkvoorzieningen (WMO)

576

585

593

602

563

573

582

591

1.035

1.047

1.058

1.070

5.847

5.894

5.936

5.979

6.71

Maatwerkdienstverlening 18+

8.207

8.387

8.565

8.738

7.500

7.680

7.857

8.030 13.286 13.511 13.731 13.948

80.590

82.043

83.488

84.911

6.81

Geëscaleerde zorg 18+

1.058

1.058

1.058

1.058

In deze tabel is rekening gehouden met de onderzijde van de bandbreedte (-2% over 2024, -4% over 2025 en -6% over 2026).

36

Bijlage F: Ramingsuitgangspunten per opgave In onderstaande tabellen vindt u de uitgangspunten en ramingspercentages per jaar. Dit zijn de werkelijke geprognosticeerde ramingspercentages per jaar op basis van reëel plannen. Op basis van de afgestemde uitgangspunten en beleidskeuzes wordt er reëel geraamd, waarna het bestuur tot besluitvorming kan komen. Legenda bij tabel: • Kolom uitgangspunten 2022: deze kolom bevat de geprognosticeerde groei of krip percentage in 2021 o.b.v. de realisatiecijfers van de afgelopen jaren en prognoses uit externe bronnen. Voorbeeld: bij inkomensondersteuning (eerste rij) is bijvoorbeeld gebruik gemaakt van de raming door het CPB MEV 2021 waarbij voor 2022 een daling is voorspeld t.o.v. de eindstand 2021 van 1,4%; • Kolom uitgangspunten 2023: deze kolom bevat de groei of krimp in 2022 t.o.v. eindstand 2022. Voorbeeld: in 2023 wordt door CPB voorspelt dat de inkomensondersteuning ('bijstand') t.o.v. 2022 zal groeien met 0%; • Kolom uitgangspunt 2024: deze kolom bevat de groei of krimp in 2024 t.o.v. eindstand 2023. Voorbeeld: in 2024 wordt door CPB voorspelt dat de inkomensondersteuning ('bijstand') t.o.v. 2023 zal stijgen met 2,6%; • Kolom uitgangspunten 2025: deze kolom bevat de groei in 2025 t.o.v. eindstand 2024. Voorbeeld: in 2025 wordt door CPB voorspelt dat de inkomensondersteuning ('bijstand') t.o.v. 2024 zal stijgen met 0%.

Tabel bestaanszekerheid versterken

37

Tabel Ontwikkelen naar werk

38

Tabel Zorgen voor ondersteuning

39

Tabel Overhead

Opgaven

Uitgangspunten 2025 Uitgangspunten 2022 Uitgangspunten 2023 Uitgangspunten 2024 en verder (Begroting (Begroting 2023) (Begroting 2023) (Begroting 2023) 2023)

Overhead Overhead

De omvang van de overhead is ongeveer 37%. De formatie van de overhead volgt voor 37% de groei van de aantallen van de betreffende primaire proces onderdelen.

40

Zwijndrecht

HardinxveldGiessendam

Personen met een bijstandsuitkering Lopende re28 integratievoorzieningen Cliënten met een 32 maatwerkarrangement WMO 27

Sliedrecht

26 Werkloze jongeren

Papendrecht

24 Netto arbeidsparticipatie

# banen per 1.000 2020 inwoners 15-74 jaar % van de werkzame beroepsbevolking t.o.v. de 2020 beroepsbevolking % werkloze jongeren in de 2020 gemeente Aantal per 10.000 1e kw 2021 inwoners van 18-65 jaar Aantal per 10.000 1e helft 2020 inwoners van 15-64 jaar Aantal per 10.000 1e helft 2021 inwoners

Hendrik-Ido Ambacht

21 Banen

Dordrecht

peildatum

Alblasserdam

Bijlage G: Beleidsindicatoren Het herziene Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft verplicht voor om een standaard set van (beleids)indicatoren in de begroting en het jaarverslag op te nemen. Doel hiervan is de begrotingen en jaarstukken inzichtelijker te maken voor bestuurders en een betere onderlinge vergelijkbaarheid mogelijk te maken. De gegevens komen van Waar Staat Je Gemeente (WSJG), peildatum februari 2022: https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/Besluit-Begroting-en-Verantwoording ). In deze begroting zijn de beleidsindicatoren van het sociaal domein opgenomen.

627,9

656,5

413,9

635,0

808,8

625,3

650,4

70,6%

65,7%

73,3%

69,5%

69,2%

67,1%

72,1%

2,0%

3,0%

1,0%

2,0%

2,0%

2,0%

1,0%

302,0

548,6

220,7

281,6

313,5

435,7

156,0

122,0

238,1

87,0

116,3

153,9

197.2

61,8

620

780

510

670

860

750

610

Banen Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dit betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten. De indicator betreft het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-74 jaar. Netto arbeidsparticipatie Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking.

Werkloze jongeren Personen van 16 t/m 22 jaar die als werkzoekende staan ingeschreven bij het UWV WERKbedrijf en tegelijkertijd geen baan hebben als werknemer volgens de Polisadministratie. De cijfers zijn afkomstig van het CBS. Personen met een bijstandsuitkering Een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB t/m 2014) en de Participatie wet (vanaf 2015). De uitkeringen (leefgeld) aan personen in een instelling, de elders verzorgden, zijn niet inbegrepen. Ook de uitkeringen aan dak- en thuislozen zijn niet inbegrepen. Lopende re-integratievoorzieningen Een re-integratievoorziening is een voorziening die door een gemeente wordt ingezet, nadat de gemeente heeft vastgesteld dat een cliënt een belemmering heeft die directe arbeidsinschakeling bemoeilijkt. De voorziening is erop gericht de afstand tot de arbeidsmarkt van een cliënt te verkleinen, waarbij het doel op de lange termijn altijd arbeidsinschakeling is. Het is niet relevant of een voorziening door de gemeente zelf wordt uitgevoerd of dat deze door de gemeente wordt ingekocht. Cliënten met een maatwerkarrangement WMO Aantal per 10.000 inwoners in de betreffende bevolkingsgroep. Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Voor de Wmo-gegevens geldt dat het referentiegemiddelde gebaseerd is op 327 deelnemende gemeenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/350/documents/8351