2.10a OZHZ Begroting 2024 vastgesteld AB 6 juli 2023 BESLUIT incl. zienswijzen.pdf
Tekst van het document
Tegelijkertijd lijkt het aantal projecten af te nemen onder invloed van het stikstof vraagstuk en economische omstandigheden (schaarste en rente). Op dit moment heeft OZHZ echter voldoende werk vanuit reeds vergunde en lopende bouwprojecten. In samenspraak met de opdrachtgevers voor wie bouwtaken worden uitgevoerd brengt OZHZ het verwachte werkpakket zo goed mogelijk in beeld en wordt de ingezette capaciteit (deels ingehuurde) hierop aangepast. OZHZ zal daarbij de ambitie van de gemeenten op het gebied van woningbouw betrekken en waar nodig tijdig afstemmen. De beschikbare bouwcapaciteit die op enig moment eventueel niet voor Alblasserdam, Dordrecht, Molenlanden of de provincie Zuid-Holland wordt ingezet kan desgewenst door de andere deelnemers worden benut indien zij daaraan behoefte hebben. Daarover maakt OZHZ dan nadere afspraken met die deelnemers. Ad (4) Omgevingswet en decentralisering van bodemtaken Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht benoemen in hun zienswijze de overgang van bodemtaken, waarbij het Rijk heeft aangegeven de kosten te monitoren. In 2023 en 2024 gaat OZHZ daarom pilots doen om ervaring
5
op te doen bij het uitvoeren van deze taken. OZHZ stelt in 2024 een definitieve raming op van de benodigde middelen. De gemeenten verzoeken OZHZ om dit goed te blijven volgen en gesprekken met het Rijk en IPO scherp te blijven voeren over hun bijdrage aan de bodemtaken. Sliedrecht benoemt in haar zienswijze dat er in de ontwerpbegroting, naast de indexering, ook rekening is gehouden met extra taken die OZHZ mede door inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat uitvoeren. De daarbij bestaande onzekerheid over de overheveling van budgetten van het rijk naar gemeenten vindt de gemeente zorgelijk. OZHZ anticipeerde hierop door in het jaarprogramma een deel structureel en een deel incidenteel voor te stellen. De gemeente volgt die lijn. Het is daarnaast begrijpelijk dat OZHZ de risico's op dit vlak als PM-post heeft opgenomen. De gemeente vertrouwt erop dat OZHZ de ontwikkelingen strak monitort en de gemeenten actief informeert zodra de financiële impact is bepaald. Hardinxveld-Giessendam merkt op dat zij nog steeds staat achter de eerder ingebrachte zienswijze over dit onderwerp. De gemeente is het niet eens met de overdracht van taken zonder passende financiële middelen hiervoor vanuit het Rijk. Zij beseft dat de taken reeds uitgevoerd worden door OZHZ, waarbij de provincie momenteel nog bevoegd gezag is en ook eigen middelen bij moet leggen om deze taken te financieren.
Er zijn in de achterliggende jaren op allerlei beleidsterreinen echter steeds meer taken bij de gemeente neergelegd zonder dat het Rijk voorziet in passende dekking. Deze ontwikkeling zorgt voor druk op de gemeentelijke begroting. De gehanteerde verhouding in de ontwerpbegroting tussen structurele (€ 500.000) en incidentele (€ 300.000) middelen voor de gehele regio, exclusief Dordrecht, geven weer dat er een nog een relatief grote onzekerheidsmarge zit in de daadwerkelijke kosten van implementatie en uitvoering van de bodemtaken. Om die reden heeft Hardinxveld-Giessendam alleen de structurele middelen opgenomen in de gemeentelijke begroting. Incidentele kosten die samenhangen met de overdracht beschouwt de gemeente als een financieel risico. Gorinchem wijst in haar zienswijze op de brief van OZHZ van 28 maart 2023 (Voorjaarsbrief 2024). Hierin staat al een uitwerking van een deel van de in de begroting genoemde ontwikkelingen en opgaven. De gelden voor de ontwikkelingen van de overdracht van bodemtaken en de Omgevingswet zijn al structureel geborgd in de begroting van de gemeente Gorinchem. Voor wat de overige ontwikkelingen merkt de gemeente op dat zij de kwaliteitsimpuls voor vergunning, verlening en handhaving ondersteunt.
Ook heeft OZHZ de gemeente al meegenomen in de onderwerpen Zeer Zorgwekkende Stoffen, Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, de stikstofproblematiek en de uitdagingen in de bedrijfsvoering. Daardoor is Gorinchem op de hoogte van de belangrijkste aandachtspunten en ontwikkelingen. Zij neemt deze onderwerpen, waar nodig, mee voor de invulling van het Jaarprogramma 2024. Reactie van OZHZ Onder de Omgevingswet gaat het bevoegd gezag voor bodemsaneringstaken grotendeels over van de provincie naar de gemeenten. Inmiddels is duidelijk dat de wet op 1 januari 2024 in werking treedt. De lopende saneringen, nazorgtrajecten en grondwater blijven onder het bevoegd gezag van de provincie vallen. De omvang van de bijbehorende rijksmiddelen is nog steeds onzeker. Er komen vooralsnog geen extra middelen in het gemeentefonds voor de apparaatskosten. Het Rijk gaat de kosten monitoren. Vanwege deze overgang voert OZHZ in 2023 en 2024 pilots uit om ervaring op te doen bij het uitvoeren van deze taken volgens een risicogerichte (en daarmee meer effectieve en efficiënte benadering: het zogeheten Regionaal UitvoeringsNiveau (RUN) voor bodemtaken.
6
Op grond van het definitieve RUN-bodem stelt OZHZ in 2024 een definitieve raming op van de benodigde middelen. Deze krijgt een vertaling in de individuele jaarprogramma's van de gemeenten en in de begroting 2025. Tot het moment van de overgang van het bevoegde gezag blijven de budgetten bij de provincie ZuidHolland. Eerder zijn in het AB al afspraken gemaakt dat de financiering van de bodemtaken vanaf het moment van inwerkingtreding van de wet via de gemeenten dienen te lopen. Oproep aan de gemeenten was toen om dat goed te borgen, aansluitend bij de al gemaakte afspraken in het AB zoals verwerkt in de begroting 2023. Daarin is uitgegaan van een globaal bedrag van circa € 800.000,- voor de toekomstige gemeentelijke bodemtaken voor heel 2023. Vanuit de onzekerheid over de taakuitvoering en financiering vanuit het Rijk is het AB er toen mee akkoord gegaan dat OZHZ een bedrag van € 500.000,- structureel en € 300.000,- incidenteel toevoegt aan de gemeentelijke jaarprogramma's. In het AB is meerdere keren over dit onderwerp gesproken. OZHZ blijft de ontwikkelingen goed volgen en koppelt daarover regelmatig terug in het AB en ambtelijk met de gemeenten. OmgevingsdienstNL, de vereniging van directeuren van omgevingsdiensten, sprak eerder ook al met de VNG over het feit dat die ermee akkoord was dat de rijksoverheid geen extra middelen via het gemeentefonds beschikbaar stelt.
(Ad 5) Financiering van de Energie-agenda Financiering van de E-agenda Sliedrecht benoemt in haar zienswijze dat het toezicht op energiebesparing met ingang van 1 juli 2023 een structurele taak wordt van OZHZ. Voorstel is daarom om de financiering van de E-agenda ook structureel te maken. Sliedrecht begrijpt dat financiering op incidentele basis zorgt voor een sterkere afhankelijkheid van externe inhuurkrachten. Daar waar het financiering van de toezichthoudende rol op energiebesparing betreft kan het college instemmen met een structurele dekking. Daar waar het de adviserende taken binnen de Eagenda betreft kiest Sliedrecht voor een incidentele op factuur gebaseerde bekostiging. Dit mede vanwege het fluctuerende karakter van deze advisering en de relatie met de Green Deal die onlangs in Sliedrecht is gesloten met een groot deel van de bedrijven. Sliedrecht ziet graag een uitsplitsing van het budget voor de Eagenda tegemoet. Hardinxveld-Giessendam geeft ten aanzien van de Energie-agenda het volgende mee. In 2021 is deze collectieve aanpak gestart. Inmiddels zijn er op dit gebied de nodige ontwikkelingen, inclusief uitbreiding van het basistakenpakket. Dit is voor de omgevingsdienst reden om de aanpak te herijken en uit te breiden.
De gemeente doet de oproep om bij deze herijking en uitbreiding oog te hebben voor een goede aansluiting op de lokale behoeftes en financiële kaders van de duurzaamheidsopgave. Gorinchem merkt in haar zienswijze op dat de uitvoering van de Energie-agenda incidenteel wordt bekostigd via een offerte, waar OZHZ en de gemeente periodiek overleg en afstemming over hebben. Reactie van OZHZ De Energie-agenda is een programma dat bestaat uit een mix van op elkaar afgestemde toezichts- en stimulerende adviestaken (stok en wortel). Het is daarom niet praktisch om aparte financieringsafspraken te maken over de verschillende onderdelen van deze mix. Met een structurele financiering kan OZHZ de structurele uitvoering borgen. Uitgangspunt is dat de deelnemers het collectieve, gezamenlijk afgesproken, deel van het programma structureel dekken via het jaarprogramma. Het voor de gemeenten specifieke deel van de adviestaken, toegesneden op de specifieke lokale behoefte, kunnen zij opnemen als incidenteel
7
budget in het jaarprogramma. Het incidentele budget is per jaar opzegbaar. Met een aantal gemeenten is OZHZ in gesprek over een nieuwe invulling van de adviestaken die meer rekening houdt met lokale behoeften in plaats van de regionale one size fits all benadering. Dit gaat vooral om Papendrecht, Dordrecht, Hardinxveld en Gorinchem. Deze gemeenten willen meer toezicht/data-gestuurd advies in plaats van het organiseren van evenementen. Vanwege het karakter van het programma en vanuit het oogpunt van een te hoge administratieve lastendruk is een financiering per offerte van het programma voor OZHZ niet uitvoerbaar. Ad (6) Druk op de gemeentelijke financiën Strekking van de ingekomen zienswijzen Dordrecht meldt in haar zienwijze dat, als gevolg van tal van ontwikkelingen, de begroting van de gemeente onder druk staat. De gemeente verzoekt dan ook om aan te geven waar binnen OZHZ bezuinigingen mogelijk zijn, om zo ook een bijdrage te leveren aan de begroting van Dordrecht. Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht geven in hun zienswijze aan dat de voorbereiding op en de inwerkingtreding van de Omgevingswet leidt tot structurele kosten in de begroting van OZHZ. Het gaat hierbij om wettelijke ontwikkelingen die onvermijdelijk zijn. Deze ontwikkelingen hebben negatieve consequenties voor de gemeenten en leiden tot een hogere bijdrage van de deelnemers.
Dit is mede een effect van ontoereikende rijksmiddelen. De effecten vanwege de loon- en prijsontwikkelingen worden veroorzaakt door de economische crisis, marktwerking en de nieuwe CAO. Deze gemeenten vertrouwen erop dat OZHZ zich ook voor het begrotingsjaar 2024 inzet om waar mogelijk extra kosten binnen de vastgestelde begroting op te vangen. De gemeentelijke begrotingen staan immers zwaar onder druk en bieden geen ruimte (meer) om extra bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen op te vangen. Reactie OZHZ OZHZ is zich ervan bewust dat de gemeentelijke financiën onder druk (komen te) staan. Daarom blijft OZHZ daarover in gesprek met het bestuur en met de deelnemers. Zoals bij 2) aangegeven vangt OZHZ de effecten van de stijgende kosten zoveel mogelijk op in de eigen bedrijfsvoering door taken effectiever en efficiënter uit te voeren, door aanwending van de algemene reserve of door nadere afspraken te maken met de deelnemers. OZHZ heeft de afgelopen jaren diverse besparingen doorgevoerd en het voordeel ten gunste laten komen van de deelnemers. Een belangrijk aspect voor OZHZ om effectief en efficiënt te kunnen werken betreft het structureel financieren van structurele wettelijke taken. Dit maakt het voor OZHZ beter mogelijk om zelf meer personeel aan te nemen en afscheid te kunnen nemen van dure inhuur.
Financiering van additionele opdrachten via het jaarprogramma, in plaats van offertes, leidt bovendien tot een lagere administratieve lastendruk. Ook een verdere regionale uitvoering van taken door OZHZ kan leiden tot meer slagkracht en efficiency. Indien opdrachtgevers aanvullend zoeken naar mogelijkheden tot bezuiniging ligt het in de rede om dit te doen door inkrimping van hun jaarprogramma, mits men blijft voldoen aan de afspraken over het lokale en regionale minimumniveau (RUN) en in de bijdrageverordening van OZHZ.
8
Ad (7) Overig Strekking van de ingekomen zienswijzen Informatievoorziening vanuit de gemeenschappelijke regeling (Papendrecht) Papendrecht benoemt in haar zienswijze dat de democratische legitimiteit bij regionale voorstellen een belangrijk aandachtspunt bij alle verbonden partijen. De gemeenteraad moet in elk geval de koers en de prioriteiten kunnen bepalen. De raden moeten in positie gebracht worden om deze keuzes te kunnen maken. Een regionale ontmoeting tussen colleges en raden kan leiden tot meer inzicht in elkaars denkbeelden en daardoor tot een betere samenwerking. Het is ook belangrijk dat de gemeenteraad goed geïnformeerd wordt. De gemeente heeft behoefte aan goede en tijdige sturingsinformatie, zowel ambtelijk als bestuurlijk. Wanneer dit niet het geval is, komt de controlerende en kaderstellende rol van de raad in het geding. Daarom gaat Papendrecht graag het gesprek aan om de informatievoorziening tussen gemeenteraad en gemeenschappelijke regeling, waar nodig, te verbeteren. Een van de opties is dat verbonden partijen periodiek bij de raden langsgaan en inzicht geven in wat zij voor de gemeente doen. Indexering 2024 Hardinxveld-Giessendam merkt op dat zij de voorgestelde indexering aan de hoge kant vindt. Tegelijkertijd beseft de gemeente dat ook de omgevingsdienst voor de nodige financiële uitdagingen staat.
Daarbij is er waardering dat de dienst de gemeente hier tijdig over heeft geïnformeerd. Reactie van OZHZ Informatievoorziening aan de gemeente Het verbeteren van de controlerende en kaderstellend rol van de gemeenteraad is mede aanleiding geweest voor de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022. Wij stuurden alle deelnemers al ons voorstel tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling, met de mogelijkheid daarop uw zienswijze te geven. In de context waarin OZHZ zijn het overigens altijd de gemeenten en provincie zelf die het uitvoeringsbeleid en de prioriteiten stellen bij vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het AB heeft aanvullend een belangrijke rol om zoveel mogelijk regionale uniformiteit te bewerkstelligen. OZHZ geeft op dit moment invulling aan de informatievoorziening aan de gemeente o.a. middels het jaarprogramma dat door het college wordt vastgesteld en het verslag daarover, tussentijdse rapportages, actieve toezending van de openbare AB-stukken aan de griffies en een snelle terugkoppeling naar de raden en PS na elke ABvergadering. OZHZ komt graag langs bij de raad of een raadscommissie om inzicht te geven in ons werk. Ook maken wij graag op alternatieve manieren kennis met de raadsleden, onder meer via een raadswandeling in het werkgebied of een werkbezoek aan de Meldkamer. De uitnodigingen hiervoor zijn in voorbereiding.
Indexering 2024 OZHZ heeft in de ontwerpbegroting 2024 toegelicht hoe (cumulatief) is geïndexeerd. De budgetten voor de wettelijke taken (jaarprogramma’s), inwonerbijdrage en tarieven 2024 en de lasten zijn op basis van de meest recente inzichten geïndexeerd met de loon- (3,9%) en prijsindex (2,4%) over 2024 en de structurele effecten over 2022 en 2023 met betrekking tot de loon- (5,4%) en prijsindex (7%). Op basis van de verhouding tussen
9
de loon- en materiele kosten (70:30) betekent dit een indexering met een gewogen gemiddelde van cumulatief - 9,3% voor 2024. Helaas constateren wij dat de prijzen zich daadwerkelijk in deze richting ontwikkelen. Zoals eerder aangegeven vangt OZHZ de extra prijsontwikkeling in 2022 en 2023 op uit de reguliere exploitatie en het weerstandsvermogen. In 2024 is dit niet meer haalbaar. Uiteraard blijft OZHZ strak aan de wind zeilen. Eventuele meevallers komen in eerste aanleg ten goede aan het weerstandsvermogen, totdat deze weer op het vereiste niveau is.
10