CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1e burap 2022 GR Sociaal versie 13 juni 2022.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 1 november 2022, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 9: Burap 1 2022 Gemeenschappelijke regeling Sociaal - Voorstel15.091 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1e Bestuursrapportage 2022 GR Sociaal

Versie 13 juni 2022

INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE .....................................................................................................2 1 INLEIDING ...............................................................................................................3 2 SAMENVATTING .....................................................................................................4 3 RISICO'S ..................................................................................................................8 4 OPGAVEN SOCIALE DIENST ............................................................................... 10 4.1 BESTAANSZEKERHEID VERSTERKEN ................................................................................... 10 4.2 ONTWIKKELEN NAAR WERK.................................................................................................... 17

Ontwikkelen naar werk ............................................................................................ 19 4.3 ZORGEN VOOR ONDERSTEUNING ......................................................................................... 23 4.4 BEDRIJFSVOERING ................................................................................................................... 28

5 FINANCIELE BIJLAGEN ....................................................................................... 33 5.1 BEGROTING NAAR TAAKVELDEN ........................................................................................... 34 5.2 RISICO'S TOTAAL ...................................................................................................................... 35 5.3 BIJDRAGE PER GEMEENTE TAAKVELD ................................................................................. 39 5.4 BIJDRAGE PER GEMEENTE OPGAVEN .................................................................................. 40 5.5 TAAKVELD RECAP .................................................................................................................... 41 5.6 DEKKING BEGROTINGSWIJZIGINGEN .................................................................................... 42 5.7 RESERVES………………………………………………………………………………………………43 5.8 INVESTERINGEN……………………………………………………………………………………….44

2

1 INLEIDING Twee keer per jaar wordt het Algemeen Bestuur geïnformeerd over de uitvoering van de begroting. Dit gebeurt met de 1e en 2e bestuursrapportage. Voor u ligt de 1e bestuursrapportage van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal over het jaar 2022. Deze 1e bestuursrapportage betreft de periode januari tot en met april 2022. In deze bestuursrapportage wordt op basis van de realisatie in die periode een jaarprognose gegeven. Verschillen tussen de jaarprognose en de vastgestelde begroting worden toegelicht. Waar een grote mate van zekerheid is dat verschillen werkelijkheid worden, wordt een voorstel gedaan om de begroting te wijzigen, dan wel als gevolg van genomen besluiten zoals met betrekking tot de Wet inburgering en de Energietoeslag. Er is geen sprake van nieuw beleid in deze bestuursrapportage. Overgang naar GR Sociaal Vanaf 1 januari 2022 is de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden (GRD) omgevormd tot de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (GRS). Binnen deze GRS is de Sociale Dienst Drechtsteden als enige organisatie opgenomen. De begroting 2022 is nog in de 'oude opzet' in juli 2021 door de Drechtraad vastgesteld. Daarmee is de primaire begroting GRD 2022 de basis voor deze bestuursrapportage voor zover het onderdeel Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) betreft. Ook heeft de Drechtraad op 5 oktober 2021 een wijziging op de primaire begroting 2022 vastgesteld.

Deze was specifiek gericht op het programma-onderdeel van de SDD (uitvoering participatieplekken van SDD naar gemeenten, voortzetten projecten handhaving én steunmaatregel Corona in 2022 conform de beleidsagenda 2022). Als gevolg van de transitie van de GRD naar zowel de gemeente Dordrecht als de GR Sociaal is de begroting 2022 GRD ontvlochten en is een deel van het programma Beleid en Bestuur (BDS) overgeheveld naar GRS. Dit deel is opgenomen in de begroting 2022 GRS, zoals dit gehanteerd wordt als startpunt in de voorliggende 1e bestuursrapportage van de GRS. De financiële basis voor deze 1e bestuursrapportage 2022 is daarmee de primaire begroting 2022 SDD, aangevuld met de wijziging op de primaire begroting 2022 en de overheveling van de budgetten Beleid en Bestuur: Totaal begroting 2022 Opgaven

Lasten

Baten

Saldo

Bestaanszekerheid versterken

136.866

149.051

12.185

Ontwikkelen naar werk

44.312

51.577

7.266

Zorgen voor ondersteuning

78.375

78.989

613

Overhead

20.752

688

-20.064

Totaal

280.305

280.305

0

Bedragen x € 1.000

In de analyse van de afwijkingen worden bij deze 1e bestuursrapportage dan ook de financiële wijzigingen ten opzichte van deze stand toegelicht. In deze 1e bestuursrapportage gaan wij in op de stand van zaken per opgave, waarbij wij onder andere aangeven welke afwijkingen worden verwacht voor 2022. Hieronder wordt per opgave eerst een inhoudelijke samenvatting gegeven.

3

2 SAMENVATTING Beleidsmatig Algemene ontwikkelingen Er is een aantal maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de opgaven van de GR Sociaal en daarmee ook op de in deze bestuursrapportage vermelde resultaten. Het jaar 2022 startte met contactbeperkende maatregelen, met gevolgen voor zowel de mogelijkheden tot het bieden van ondersteuning vanuit de GR Sociaal, als de mogelijkheid voor sommige ondernemers om omzet te maken. Tegelijkertijd zette de al eerder ingezette krimp van de arbeidsmarkt door. Dit uit zich ook in een lagere instroom in de bijstand. Maar ook in het moeilijk kunnen vinden van geschikt personeel voor zorgaanbieders, wat (het risico op) wachttijden vergroot. Een derde ontwikkeling is de inflatie die blijft stijgen dit eerste kwartaal en die maakt dat de kosten voor levensonderhoud flink stijgen, met als uitschieters de kosten voor energie en brandstof. Voor de kosten van energie heeft het kabinet inmiddels besloten om minima tegemoet te komen. Vanuit de GR Sociaal wordt deze 'energietoeslag' uitgekeerd aan inwoners die daarvoor in aanmerking komen. Tot slot leidt de oorlog in Oekraïne tot een flinke vluchtelingenstroom richting Europa en Nederland. Ook in de Drechtsteden worden Oekraïense vluchtelingen opgevangen. Het uitkeren van leefgeld aan deze vluchtelingen wordt in de Drechtsteden uitgevoerd door de GR Sociaal.

De situatie in Oekraïne heeft daarnaast ook effecten op de economie. Bestaanszekerheid versterken In dit eerste kwartaal is ten opzichte van de prognose sprake van een lichte onderuitnutting van een aantal minimaregelingen en bewindvoering. Hiervoor geldt dat er vaker sprake is van een grillig verloop van het gebruik van deze voorzieningen, waardoor er vooralsnog geen sprake is van consequenties voor de begroting. Voor schuldhulpverlening rapporteren we in deze rapportage voor het eerst op basis van de prestatie indicatoren uit het beleidsplan schuldhulpverlening zoals eind vorig jaar is vastgesteld en lopen we op koers. Voor het prognosticeren van de ontwikkelingen in de bijstand wordt gebruik gemaakt van de CEPramingen. In maart van dit jaar heeft het CEP een nieuwe raming uitgebracht. Deze valt flink lager uit dan de raming waarop de begroting is gebaseerd. Dit betekent dat er minder inwoners dan verwacht een beroep doen op bijstand. Dat is op zich positief, echter pakt dit financieel voor de Drechtsteden nadelig uit. De landelijke verdelingssystematiek maakt dat de baten voor de Drechtsteden een grotere daling kennen dan de lasten. Dit maakt dat we middels deze bestuursrapportage een bedrag van € 3,5 mln. ophalen. In het hoofdstuk 'Bestaanszekerheid versterken' wordt dit nader toegelicht.

Conform besluitvorming heeft de ambtshalve verstrekking van de eenmalige energietoeslag aan inwoners met een bijstandsuitkering reeds plaatsgevonden. Daarnaast kunnen inwoners die in aanmerking komen voor deze tegemoetkoming een aanvraag hiertoe indienen. Via deze bestuursrapportage worden de rijksmiddelen ad € 12.896.346 die de Drechtsteden hebben ontvangen verwerkt in de begroting van de GRS. Deze middelen worden opgenomen onder de bijzondere bijstand en worden opgehaald via de daarvoor afgesproken verdeelsleutel zoals opgenomen in de Bijdrageverordening. Dit maakt dat er lokaal verschillen kunnen ontstaan tussen de door het Rijk ontvangen middelen en de middelen die worden opgehaald. Ontwikkelen naar werk De aantrekkende arbeidsmarkt heeft een dempend effect op de instroom in de bijstand. Gezien de afstand tot de arbeidsmarkt van veel inwoners in de bijstand leidt dit niet direct tot een grotere uitstroom. Daarnaast heeft een groot deel van de dienstverlening in de eerste weken van dit kwartaal aangepast plaatsgevonden door de contactbeperkende maatregelen. Zorgen voor ondersteuning De ontwikkeling van het aantal indicaties op de verschillende voorzieningen laat grotendeels een beeld zien zoals verwacht in de begroting. Voor individuele begeleiding en dagbesteding geldt dat de verwachte stijging van het aantal klanten (nog) niet zichtbaar is.

We zullen deze ontwikkeling de komende periode monitoren. Een belangrijk aandachtspunt in de eerste periode 2022 is nog steeds de lange wachttijd voor huishoudelijke ondersteuning en individuele begeleiding. Dit is een landelijk probleem. Zorgaanbieders hebben te maken met een krapte aan personeel. In combinatie met de stijgende vraag naar

4

ondersteuning is het voor zorgaanbieders moeilijk om aan de vraag te voldoen. De inzet op preventie en voorliggende voorzieningen blijft daarom belangrijk voor deze opgave. Financieel beeld Deze 1e bestuursrapportage 2022 GR Sociaal leidt tot een wijziging (stijging) van de bijdragen gemeenten van per saldo afgerond € 8,5 mln. In de tabel hieronder worden, per opgave en per product, de begrotingswijzigingen in kaart gebracht. De belangrijkste afwijkingen mét financieel effect voor gemeenten worden vervolgens kort toegelicht. Opgaven

1e Burap

Geactualiseerde begroting

Afwijking

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

136.866

149.051

12.185

154.395

169.469

15.074

17.529

20.418

2.889

15.668

27.353

11.685

15.497

30.517

15.020

-171

3.164

3.335

118

118

118

118

Inkomensondersteuning

108.922

109.422

113.157

113.211

54

4.234

3.788

-446

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

2.250

2.250

2.100

2.100

-150

-150

Minimabeleid

9.907

9.907

23.523

23.523

13.616

13.616

Ontwikkelen naar werk

44.312

51.577

7.266

45.323

51.031

5.708

1.011

-546

-1.557

Apparaat Ontwikkelen naar werk

10.564

8.494

-2.069

10.322

6.293

-4.030

-241

-2.202

-1.960

Inburgering

300

300

1.291

1.291

991

991

Participatie

6.479

15.534

9.055

6.199

15.657

9.458

-280

123

406

686

280

406

686

280

WSW

26.563

26.563

27.105

27.105

542

542

Zorgen voor ondersteuning

78.375

78.989

613

76.553

75.932

-621

-1.822

-3.056

-1.234

7.129

7.743

613

7.307

6.686

-621

178

-1.056

-1.234

29.155

29.155

29.155

29.155

Huishoudelijke ondersteuning

28.420

28.420

26.420

26.420

-2.000

-2.000

Hulpmiddelen

5.390

5.390

5.101

5.101

-289

-289

Vervoer

8.281

8.281

8.570

8.570

289

289

Overhead

20.752

688

-20.064

22.208

1.601

-20.608

1.456

913

-544

Apparaat Overhead

20.752

688

-20.064

22.208

1.601

-20.608

1.456

913

-544

Programmareserves

446

446

446

446

Algemene dekkingsmiddelen

446

446

446

446

Bestaanszekerheid versterken Apparaat Bestaanszekerheid versterken Budgetadvies en Schuldbemiddeling

Statushouders

Apparaat Zorgen voor ondersteuning Begeleiding en kortdurend verblijf

Totaal

280.305

280.305

500

298.479

298.479

18.174

403

18.174

Bedragen x € 1.000

5

Toelichting: (bedragen x € 1.000)

Begrotingswijziging 1e burap 2022: Af: Tozo DVO's Interne wijziging Bijdragen derden Verwerkt als risico Mutatie reserve

18.174

1.8495.32645 4981.6004469.674-

Stijging gemeentelijke bijdragen *) Zie ook bijlage 5.6.

8.501

*

Financiële afwijkingen bijdragen gemeenten: - Bestaanszekerheid versterken € 8,6 mln.; - Ontwikkelen naar werk € 1,7 mln.; - Zorgen voor ondersteuning € 2,3 mln.-/- Apparaatskosten € 0,5 mln. Totaal hogere bijdragen gem. € 8,5 mln. Per saldo dus een stijging van de gemeentelijke bijdragen van afgerond € 8,5 mln.

Bestaanszekerheid versterken Bij Bestaanszekerheid versterken stijgen de kosten met in totaal € 8,6 mln. Hiervan heeft € 12,9 mln. betrekking op de eenmalige Energietoeslag en is budgettair neutraal verwerkt. De Energietoeslag is als nieuwe eenmalige vorm van categoriale bijstand per 1 april 2022 ingevoerd en wordt middels een begrotingswijziging aan het budget toegevoegd. Het budget dat voor de Drechtsteden beschikbaar wordt gesteld, is naar verwachting € 12,9 mln. en is inclusief de uitvoeringskosten. Deze budgetten worden volgens afspraak bij de 1e bestuursrapportage bij gemeenten opgehaald (AB GRS 7 april 2022) op basis van de geldende financieringsafspraken. De kosten van de reguliere dienstverlening dalen bij deze bestuursrapportage met € 4,3 mln. Deze daling is het is het saldo van lagere bijstandslasten als gevolg van de lagere klantaantallen in combinatie met een hogere prijs, hogere lasten BBZ, hogere lasten LKS én lagere kosten maatwerkvoorziening inkomenssteun C.Z.G. Tegenover de kostenontwikkeling staat ook voor de gemeente ontwikkeling BUIG-budgetten die voor financiering van de kosten moeten worden ingezet. De laatste beschikking bij gemeenten geven aan dat er een daling is van BUIG-budgetten. De "nader voorlopige budgetten 2022" laten een daling zien van € 8,2 miljoen ten opzichte van de "voorlopige budgetten 2022".

Bij deze bestuursrapportage neemt het geprognosticeerde tekort op de BUIG-budgetten voor gemeenten neemt toe met € 4,9 mln. naar € 5,1 mln. (tekort primaire begroting 2022 was € 0,2 mln.). In de nader voorlopige budgetten zijn de beleidseffecten van het Rijk en de loon- en prijsbijstellingen nog niet verwerkt. De verwachting is dat bij de vaststelling van de definitieve budgetten dit alsnog een positief effect zal hebben op de hoogte van de budgetten. Om deze reden is dan ook geen € 5,1 mln. verwerkt in de kosten van de reguliere dienstverlening, maar € 3,5 mln. De resterende € 1,6 miljoen is opgenomen in de risicoparagraaf. In de lasten bij inkomensondersteuning is een bedrag opgenomen ter grootte van € 4,6 mln. in verband met Leefgeld voor Oekraïense vluchtelingen. De kosten hiervan worden via DVO's in rekening gebracht bij gemeenten en verlopen budgettair neutraal door de Rijksvergoeding.

6

Ontwikkelen naar werk Per 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 van kracht. Bij de bepaling van het budget is in gezamenlijkheid gekeken naar de rijksmiddelen en de verdeling daarvan. Deze waren nog niet in de begroting 2022 verwerkt. Dat gebeurt via deze burap. De uitvoeringskosten van de Wet inburgering worden verhoogd met € 0,99 miljoen. Bij de primaire begroting was al € 0,3 miljoen opgehaald bij 4 gemeenten omdat toen nog sprake was van het feit dat 4 gemeenten de uitvoering bij de GRS neer zouden leggen. Later in 2021 hebben de andere Drechtstedengemeenten ook besloten gebruik te maken van diensten van de GRS. De kosten worden conform de gesloten DVO's met gemeenten afgerekend. De stijging van de kosten bij participatie van afgerond € 0,1 mln. is het saldo van verlenging van de pilot kinderopvang (€ 0,2 mln. Dordrecht/ Zwijndrecht) en een mutatie van totaal € 0,09 mln. centrumgemeente Dordrecht; stopzetten Startersbeurs, correctie BTW op de Regiodeal en het overhevelen van middelen uit 2021. De baten bij de Wsw worden verhoogd met € 0,5 mln. en zijn gebaseerd op de septembercirculaire 2021. Conform de financieringsafspraken wordt het bedrag één-op-één doorgestort naar Drechtwerk. Deze kosten zijn voor de gemeenten budgettair neutraal.

Zorgen voor ondersteuning De verwachting voor de opgave Zorgen voor ondersteuning is dat we in 2022 ruimschoots binnen de begroting blijven. Met name de prognose op de huishoudelijke ondersteuning laat een onderbenutting zien van € 2 mln. waarmee de begroting wordt verlaagd. Daarnaast houden we rekening met circa € 0,3 mln. hogere opbrengst eigen bijdrage CAK (verschuiving binnen de baten van bijdrage gemeente naar klant). Apparaatskosten Per saldo stijgen de gemeentelijke bijdragen bij de apparaatskosten met afgerond € 0,5 mln. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door het saldo van de Wet Inburgering € 0,8 mln. (8,4 fte) en bijdragen van medewerkers die worden gedetacheerd vanuit de SDD € 0,3 mln. Voor een uitgebreidere beschrijving van de opgaven én een uitgebreidere analyse per opgave, verwijzen wij u naar hoofdstuk 4 'Opgaven Sociale Dienst'. Risicobeheersing Een goede sturing op en beheersing van risico's draagt bij aan het vertrouwen en comfort dat de GRS aan de deelnemende gemeenten biedt. In elk van de P&C-documenten wordt een actuele inventarisatie van risico's en kansen opgenomen. Uitgangspunt is dat het weerstandsvermogen voor de risico's wordt georganiseerd bij de deelnemende gemeenten (Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen). De GRS beschikt zelf niet over weerstandsvermogen in de vorm van reserves.

Dit betekent dat bij overschotten de overblijvende middelen terugvloeien naar de gemeenten. Bij tekorten of negatieve exploitatieresultaten volgt een aanvullende gemeentelijke bijdrage.

7

3 RISICO'S Nieuwe en gewijzigde risico's In dit hoofdstuk zijn nieuwe en gewijzigde risico's en kansen opgenomen die een materiële invloed op de financiële positie voor het jaar 2022 kunnen hebben, maar onvoldoende zeker zijn om in de begroting op te nemen. Onderstaande tabel geeft informatie over de risico's 2022 van de GRS. In de tweede kolom is de kans waarop een risico zich kan voordoen weergegeven. Indien de kans groot is, dan is de kans dat een risico zich voordoet 70%-100%, 40%-70% bij een gemiddelde kans, 20%-40% bij een kleine kans en <20% bij een zeer kleine kans. In bijlage 5.2 is een totaal overzicht opgenomen van de risico's bij deze 1e bestuursrapportage. Omschrijving

Kans

Totale Impact (€) Toelichting omvang (€)

Bestandsontwikkeling inkomensondersteuning

Gemiddeld (50%)

500.000

Energietoeslag

Gemiddeld (50%)

2.993.000

Ontwikkeling Macrobudget n.a.v. rijksbeleid en loon- en prijsbijstelling

Gemiddeld (50%)

3.200.000

Huisvesting

Gemiddeld (50%)

300.000

Ontwikkeling macrobudget n.a.v. aflopen Bbz-light

Groot (75%)

-500.000

Huisvesting

Groot (75%)

300.000

250.000 De prognose is dat eind 2022 het aantal bijstandsgerechtigden maximaal 6.200 zal zijn. Dit is conform de prognose van het CPB. Blijkt dat door een tegenvallende conjunctuur en een hoger werkeloosheidsniveau op het eind van het jaar er 100 bijstandsgerechtigden meer zijn is er een risico van € 500.000. 1.496.500 Voor de Energietoeslag wordt er landelijk € 854 miljoen beschikbaar gesteld. Voor de Drechtsteden wordt er in totaal circa € 12,9 mln. budget beschikbaar gesteld. Deze middelen worden opgehaald bij de 1e burap 2022 GR Sociaal. We rapporteren op de geëigende momenten van de P&C-cyclus over het aantal aanvragen en uitputting van de middelen. Omdat de doelgroep groter is (130%) dan in de landelijke raming (120%) rekening mee is gehouden, bestaat het risico op het overschrijden van het landelijk beschikbare budget (AB 7 april 2022). We adviseren gemeenten de nietopgehaalde Tonk-middelen te reserveren voor het financiële risico met betrekking tot de Energietoeslag. 1.600.000 Bij het vaststellen van de nader voorlopige budgetten is nog geen rekening gehouden met rijksbeleidseffecten en de loon- en prijsbijstellingen. De verwachting is dat een positief effect gaat hebben op de budgetten. Dit is als zodanig ook verwerkt in het op te halen tekort bij de gemeenten.

Mocht deze positieve bijstelling toch niet plaats vinden zal het op te halen tekort met € 1,6 miljoen toenemen. 150.000 Het pand 'De Hellingen' wordt gehuurd tot en met het eerste kwartaal 2025. Investeringen zijn nodig om de functionaliteit van de panden op orde te houden, maar worden beperkt tot het striktnoodzakelijke. Ook de jaarlijkse onderhoudskosten kunnen oplopen, door de ouderdom van het pand. Er wordt steeds kritisch gekeken naar de noodzaak van investeringen en onderhoudsverplichtingen. Risico is dat de extra kosten niet binnen de bestaande budgetten kunnen worden opgevangen. -375.000 De uitgaven Bbz zijn in het eerste kwartaal fors hoger door de ondersteunende maatregel Bbz-light (i.v.m wegvallen Tozo). Deze maatregel is per 1 april komen te vervallen. In hoeverre dit nog na-ijlt is lastig aan te geven. Daarnaast is het moeilijk te voorspellen wat voor een effect de te verwachten faillissementen hebben op eventuele aanvragen Bbz. Zijn er verder geen nakomende kosten Bbzlight en blijken de faillissementen mee te vallen is er een kans van € 500.000. 225.000 De plannen van de gemeente Dordrecht voor de ontwikkeling van de Spuiboulevard hebben tot gevolg dat de Sociale Dienst Drechtsteden het huidige pand moet verlaten. De kosten van de nieuwe huisvesting zullen in ieder geval hoger zijn

8

Energietoeslag

Totaal

dan het huidige huurcontract, dat loopt tot en met het eerste kwartaal 2025. Er is in de kosten niet voorzien. Met de projectorganisatie van gemeente Dordrecht vindt overleg plaats over welke extra kosten er gemaakt moeten worden m.b.t. de voorbereiding op de huisvesting na het eerste kwartaal 2025 en waar deze kosten zullen landen. In 2022 zal er naar verwachting extra inzet moeten worden gepleegd in en aan het project van het Huis van stad en regio. Gepaard aan de eenmalige energietoeslag treedt nog een risico op: in de wetswijziging die de eenmalige energietoeslag mogelijk maakt, is tevens de wettelijke ruimte geschapen voor tegemoetkomingen voor energiekosten op basis van de individuele bijzondere bijstand. De kans is zeer reëel dat voor een (aanzienlijk) deel van de doelgroep de eenmalige energietoeslag niet toereikend zal zijn. Dit zal vooral inwoners treffen wier energiecontract recentelijk is, of binnenkort wordt, gewijzigd. Zonder aanvullende landelijke maatregelen zullen zij mogelijk een beroep doen op de individuele bijzondere bijstand. Een fors beroep impliceert niet alleen hoge apparaatskosten (want de afhandeling vergt individuele toetsing van recht en noodzaak, gebaseerd op werkelijke uitgaven), maar ook hoge programmakosten. Het is op voorhand niet duidelijk of gemeenten voor dergelijke extra uitgaven door het kabinet gecompenseerd zullen worden.

Vooralsnog is dit risico van als p.m. opgenomen.

p.m.

3.346.500

9

4 OPGAVEN SOCIALE DIENST Algemeen Wij willen dat inwoners van de Drechtsteden zelfstandig kunnen wonen, werken en samenleven. Als dat op eigen kracht of met hulp van de omgeving niet lukt, dan ondersteunen we. Om dat te bereiken werken we samen met gemeenten, hulpverleners en andere sociaal-maatschappelijke partners. We bieden ondersteuning om mensen met een beperking of gezondheidsproblemen langer zelfstandig te kunnen laten wonen en te laten meedoen in de samenleving. We geven advies en ondersteuning bij het ontwikkelen naar en het vinden van werk. Werkgevers worden door ons ontzorgd; we werken met hen samen, adviseren en ondersteunen hen en bieden financiële compensatie voor de inzet die nodig is om onze doelgroep aan het werk te helpen en te houden. Als mensen niet in hun eigen inkomen kunnen voorzien, verstrekken we een bijstandsuitkering. Mensen met financiële problemen krijgen budgetadvies en er wordt schuldhulpverlening geboden. 4.1 BESTAANSZEKERHEID VERSTERKEN Wat willen wij bereiken? Obstakels voor bestaanszekerheid wegnemen Stabiliteit bieden en bevorderen Inwoners eerder en beter bereiken Binnen de opgave "bestaanszekerheid versterken" staan de drie bovenstaande ambities centraal.

We bieden inwoners (inkomens)ondersteuning in de vorm van algemene bijstand en minimavoorzieningen en nemen daarmee een aantal financiële obstakels weg, waardoor het perspectief op bestaanszekerheid voor deze inwoners wordt versterkt. Inwoners worden daarnaast geholpen met hun schulden en gecoacht in het versterken van hun financiële zelfredzaamheid. De inzet is daarbij gericht op het zo vroeg mogelijk signaleren, stabiliseren en oplossen van schulden en het creëren van een duurzaam beheersbare en stabiele financiële situatie voor onze inwoners. Naast bovenstaande ambities is een aantal kwantitatieve doelstellingen (dan wel aannames) geformuleerd die zijn opgenomen in (dan wel ten grondslag hebben gelegen aan) de primaire begroting 2022. Aangezien deze doelstellingen/aannames nog waren gebaseerd op een economische situatie voorafgaand aan de huidige met ongekende inflatie en koopkrachtdaling, wordt aan de hand van het onderstaande overzicht bezien in hoeverre zij nog actueel zijn of tot aanpassing van de begroting aanleiding geven.

Inkomensvoorziening Stand 1/1/22 Stand 30/4/22 Algemene bijstand 6.433 6.344 *Gebaseerd op de meest recente CPB-prognose (CEP maart 22).

Minimabeleid Bijz. bijstand Bijz. bijstand PMB Bijz. bijstand Bewind SMS-kinderfonds SUN CZM minima CZM CZG

Prim. begroting 22 Aannames 1.710 5.316 2.200 5.146 250 4.041 6.762

Prognose 2022 6.200*

Stand 30/4/22

Prognose 2022

824 1.680 1.793 1.869 84 3.799 6.279

1.710 5.316 2.200 5.146 250 3.799 6.279

10

Schuldhulpverlening Budgetbeheer en schuldregeling Aantal nieuwe (gestarte) trajecten (doelstelling 1200 per jaar) Wachttijd (doelstelling 95%) Slagingspercentage Schuldregelen ( doelstelling 85%) Slagingspercentage Stabilisatie (doelstelling 75%) Resultaat vroegsignalering ABS (doelstelling 35%) Resultaat vroegsignalering P-wet (doelstelling 35%) Bewindvoering (regeling 50) Aantal nieuwe (gestarte) trajecten (doelstelling 125)

Stand 1/5/22

Prognose 22

442

Cf. doelstelling

98% 96%

Cf. doelstelling Cf. doelstelling

94% 67% 67%

Cf. doelstelling Cf. doelstelling Cf. doelstelling

33*

blijft achter bij doelstelling

Wat hebben wij hiervoor gedaan? Ten tijde van het opstellen van de primaire begroting 2022 hadden we als gevolg van corona te maken met een uiterst onzekere economische realiteit. Hoe onzeker, bleek wel in 2021 toen de bijgestelde verwachtingen niet uitkwamen. We zagen weliswaar de bijstandscijfers meebewegen met de lockdowns, maar het verwachte extra beroep op de minimavoorzieningen en schuldhulpverlening bleef uit. Over de redenen hiervan is gerapporteerd in het jaarverslag 2021. Met het - vooralsnog - tot bedaren komen van de coronacrisis is de economische realiteit bijkans nog instabieler dan voorheen. Niet alleen door de oorlog in Oekraïne (met immense gevolgen voor de wereldmarkt), maar ook door de door corona mondiaal verstoorde transport- en productieketens is schaarste ontstaan op veel grondstoffen met als gevolg een inflatie die inmiddels hoger is dan in de tachtiger jaren van de vorige eeuw. Wat heeft gezorgd voor een grote daling van de koopkracht, die met name de minimum- en lagere middeninkomens het hardste treft. Van de ene crisis rollen we daarmee in de andere. Op het moment van schrijven heeft deze crisis nog een dubbele gedaante.

Enerzijds is er - door het aflopen van de contactbeperkende maatregelen als gevolg van corona - een razendsnel herstel op de arbeidsmarkt met ongekende krapte en anderzijds een sterk aangetaste koopkracht en snel dalend consumentenvertrouwen. Fenomenen die economisch normaal gesproken niet hand in hand gaan. Daarbovenop zien we het aantal faillissementen toenemen na het aflopen van de steunmaatregelen als gevolg van corona (die door dezelfde steunmaatregelen juist historisch laag waren, waardoor nu eigenlijk sprake is van een normalisatie), evenals - door de dalende koopkracht en met name de hoge energietarieven - het aantal signalen van betalingsachterstanden. Waar het schip zal stranden en in welke situatie we zullen verkeren ten tijde van de volgende bestuursrapportage is uiterst onzeker. Ook voor de gevestigde partijen is het momenteel koffiedik kijken, de prognoses van de DNB, de financiële instellingen en het CPB volgen elkaar in een rap tempo op en vaak worden meerdere scenario's naast elkaar gepresenteerd. Bij onze prognose van de bijstandscijfers zijn we uitgegaan van de meest recente CEP van het CPB volgens het basisscenario.

Wanneer we de economische situatie van de eerste maanden 2022 met de eerder genoemde ongekende krapte op de arbeidsmarkt en sterk dalende koopkracht projecteren op onze voorzieningen, zou op voorhand verwacht worden dat de bijstandscijfers een snelle daling zouden inzetten en het beroep op de minimavoorzieningen zou toenemen. Schuldhulpverlening kent een naijleffect - het duurt vaak jaren voordat er hulp gevraagd wordt - dus daar mag je nog geen grote stijging verwachten, behalve ten aanzien van signalen van betalingsachterstanden. De minimavoorzieningen en schuldhulpverlening blijven vooralsnog binnen de prognose. Dat overigens wel met de kanttekening dat extra-curriculaire voorzieningen als Tozo, Tonk en BBZ light inmiddels zijn opgevolgd door eveneens extra-curriculaire voorzieningen als een eenmalige, categoriaal te verstrekken energietoeslag onder het regime van de bijzondere bijstand en een leefgeldregeling voor Oekraïense vluchtelingen.

11

Inkomensvoorzieningen In onderstaande grafiek is de werkelijke ontwikkeling te zien van de bijstandsklanten van januari 2020 t/m april 2022 en de, op basis van het meest recente CEP (maart 22) geprognosticeerde ontwikkeling van mei 2022 t/m december 2022.

Naast de algemene bijstand en de aanpalende voorzieningen werden in 2022 nog in de nasleep van de coronacrisis een tweetal voorzieningen afgerond: Tozo en Bbz light. Tozo 4 stond open tot 1 juli 2021 en is daarna opgevolgd door Tozo 5, met een looptijd tot 1 oktober 2021. In april 2022 zijn de laatste Tozo 4 en Tozo 5 aanvragen afgehandeld. In onderstaande tabel zijn de cijfers van het aantal behandelde aanvragen en toegekende aanvragen opgenomen. Tozo 2022 Tozo 4 Tozo 5

Aanvragen

Toegekend

353 380

315 338

Als tijdelijke opvolger van Tozo werd voor de periode van 1 oktober tot en met maart 2022 een lightversie van het Bbz ingevoerd. Zelfstandig ondernemers die na het aflopen van de contactbeperkende maatregelen tijdelijk niet genoeg verdienden voor hun levensonderhoud, konden een versoepelde Bbz-uitkering aanvragen, de 'Bbz-light'. Verschil tussen de reguliere en deze tijdelijke regeling is dat de uitkering om niet werd verstrekt, de uitkering met terugwerkende kracht uitgekeerd kon worden, het vermogen niet meetelde en dat het recht en beoordeling op levensvatbaarheid soepeler was gemaakt. Bbz light

Aanvragen

Toegekend

Openstaand

30/4/2022

386

347

14

Nieuw binnen de inkomensvoorzieningen is de Regeling opvang Ontheemden Oekraïne. Deze Rijksregeling bestaat sinds 1 april 2022 en regelt het leefgeld voor de Oekraïense vluchtelingen. Voorwaarde om leefgeld uit te kunnen keren is dat iemand ingeschreven is in de BRP en beschikt over een Europees IBAN-rekeningnummer. De SDD voert de leefgeldregeling voor de zeven Drechtgemeenten uit op basis van een Dienstverleningsovereenkomst. Voor de uitvoering is een mobiel team opgericht, die in de verschillende opvanglocaties binnen de Drechtgemeenten mensen inschrijft voor de leefgeldregeling. Op dit moment ( 2 juni 2022)staan 500 vluchtelingen ingeschreven in de regeling. Het totaal aantal mensen dat leefgeld ontvangt is groter omdat kinderen niet apart geregistreerd staan. De verwachting is dat er 1400 Oekraïners opgevangen worden/gaan worden in de regio Drechtsteden. Oekraïners kunnen opgevangen worden bij mensen thuis, in de particuliere opvang en daarnaast bestaat er ook nog gemeentelijke opvang. Gemeentelijke opvang kan een hotel zijn of een verbouwd

12

kantoor. Elke Oekraïner heeft recht op leefgeld wanneer die zich in de opvang bevindt. Het totale leefgeld bedraagt 260 euro per maand. Dit leefgeld is opgebouwd uit 205 euro per maand eetgeld en 55 euro geld voor kleding etc. Het kan zijn dat er in de gemeentelijke opvang niet zelfstandig gekookt kan worden en er dus catering aanwezig is. Wanneer dit het geval is dan krijgt de vluchteling alleen maar de 55 euro per maand. In de particuliere opvang verstrekken we daarnaast ook nog een wooncomponent van 215 euro per maand voor volwassen en 55 euro per maand voor kinderen. Zodra een Oekraïner gaat werken vervalt de leefgeld regeling voor die persoon. De overige leden uit het gezin behouden nog wel het leefgeld. Het is op dit moment nog heel lastig om prognoses te maken voor hoelang mensen blijven en de aantallen mensen die opgevangen moeten gaan worden. Verklaring van de afwijking Nadere analyse van de instroom- en uitstroomcijfers laat zien dat de instroomcijfers wel de trend volgen die op grond van de krapte op de arbeidsmarkt te verwachten is, maar dat de uitstroomcijfers daarbij achterblijven. Mogelijke redenen daarvoor worden beschreven in de rapportage bij de opgave ontwikkelen naar werk. Minimabeleid Bij de minimavoorzieningen is in het eerste kwartaal – net als voorgaande jaren - sprake van een lichte onderbenutting.

Dit beeld is door het vaak grillige verloop op de minimavoorzieningen echter niet ongebruikelijk. Het is bovendien de verwachting dat het beeld gedurende het jaar nog kantelt, mede gelet op de sterke stijging van de energieprijzen. Op de collectieve zorgverzekering voor minima (CZM) is de geconstateerde onderbenutting echter wel definitief, aangezien verlenging of overstap van de zorgverzekering altijd voor 1 januari van het nieuwe jaar dient te geschieden. De energietoeslag is als nieuwe eenmalige vorm van categoriale bijstand per 1 april 2022 ingevoerd en wordt aan het budget toegevoegd. De energietoeslag wordt deels ambtshalve (dat wil zeggen automatisch aan het bij de SDD bekende deel van de doelgroep) verstrekt en deels op aanvraag aan het niet bij de SDD bekende deel van de doelgroep. De Drechtsteden hebben in hun beleid van de energietoeslag een ruimere doelgroep gekozen dan waarmee het Ministerie rekening hield bij het vaststellen van het budget. Het voornemen is om een eventuele overschrijding te bekostigen uit de onderbenutting van de TONK-middelen in 2021. De Drechtsteden hebben daarmee wel een zeker financieel risico genomen, dat afhankelijk is van de uitnutting van de energietoeslag van het deel van de doelgroep dat daarvoor een aanvraag moet indienen.

Aangezien de aanvraagprocedure sinds 19 april 2022 opengesteld, heeft dit financiële risico zich nog niet voorgedaan. Gepaard aan de eenmalige energietoeslag treedt nog een tweede risico op: in de wetswijziging die de eenmalige energietoeslag mogelijk maakt, is tevens de wettelijke ruimte geschapen voor tegemoetkomingen voor energiekosten op basis van de individuele bijzondere bijstand. De kans is zeer reëel dat voor een (aanzienlijk) deel van de doelgroep de eenmalige energietoeslag niet toereikend zal zijn. Dit zal vooral inwoners treffen wier energiecontract recentelijk is, of binnenkort wordt, gewijzigd. Zonder aanvullende landelijke maatregelen zullen zij mogelijk een beroep doen op de individuele bijzondere bijstand. Een fors beroep impliceert niet alleen hoge apparaatskosten (want de afhandeling vergt individuele toetsing van recht en noodzaak, gebaseerd op werkelijke uitgaven), maar ook hoge programmakosten. Het is op voorhand niet duidelijk of gemeenten voor dergelijke extra uitgaven door het kabinet gecompenseerd zullen worden.

Energietoeslag 30/4/2022

Aantal inwoners in beeld

Uitbetaald

12.666

9.178

Verklaring van de afwijking Niet van toepassing

13

Schuldhulpverlening Per 1 januari 2021 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) gewijzigd. Daarmee is de vroegsignalering van schulden – als belangrijkste onderdeel van de wijziging – een wettelijke taak voor gemeenten geworden. In de Drechtsteden geschiedt dat in nauwe samenwerking tussen de Drechtstedengemeenten en de SDD. De uitgangspunten hiervoor zijn, samen met nieuwe ambities voor verdere finetuning van onze dienstverlening op het gebied van budgetadvies en schuldhulpverlening, vastgelegd in het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2021-2024 dat in de Drechtraad van 6 april 2021 is vastgesteld. Daarvoor zijn de prestatie-indicatoren opgesteld die zijn vermeld onder het vorige hoofdstuk "wat willen we bereiken". De resultaten zijn in de eerste vier maanden van 2022 conform doelstelling, behalve de doelstelling ten aanzien van bewindvoering in eigen beheer. De onderwerpen 'nazorg' en 'Sociaal Leenfonds' zijn inmiddels binnen de bestaande middelen gerealiseerd. Verklaring van de afwijking In de maand april is de groei van het aantal aanvragen voor bewindvoering in eigen beheer afgevlakt. De verwachting is dan ook dat dit in juni, net als in eerdere jaren, weer opleeft. Daarnaast betreft de gestelde doelstelling een verdubbeling van het eerdere bestand en ligt de groei in deze optiek op koers.

Wat zijn de kosten? Opgaven

1e Burap

Geactualiseerde begroting

Afwijking

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

15.668

27.353

11.685

15.497

30.517

15.020

-171

3.164

3.335

118

118

118

118

Inkomensondersteuning

108.922

109.422

113.157

113.211

54

4.234

3.788

-446

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

2.250

2.250

2.100

2.100

-150

-150

Minimabeleid

9.907

9.907

23.523

23.523

13.616

13.616

136.866

149.051

154.395

169.469

17.529

20.418

Apparaat Bestaanzekerheid versterken Budgetadvies en Schuldbemiddeling

Totaal

500

12.185

15.074

2.889

Bedragen x € 1.000

Toelichting: Inkomensondersteuning De primaire begroting 2022 liet een nadelig financieel effect zien op de rijksinkomsten die gemeenten ontvangen van het rijk van € 0,2 miljoen. Deze eerste bestuursrapportage 2022 laat zien dat het verschil tussen rijksvergoeding en de uitgaven oploopt naar een tekort van € 5,1 miljoen . In deze berekening zijn de beschikkingen verwerkt conform de "Nader voorlopige budgetten 2022". Deze beschikkingen laten een daling zien van de rijksmiddelen van € 7,5 miljoen t.o.v. de raming waarop de budgetten in de primaire begroting 2022 waren gebaseerd. Op basis van het CEP 2022 (publicatie CPB maart 2022) is er een eindstand 2022 geprognosticeerd van 6.200 uitkeringsgerechtigden. Per 30 april is het werkelijke aantal 6.344. Dit aantal ligt, gezien de prognose, in de lijn der verwachting. De ontwikkeling van de uitgaven/inkomsten is in de onderstaande tabel weergegeven.

14

Bedragen x € 1.000 Inkom ensondersteuning Lasten prim air 2022 A. B. C. D. E.

Lagere klantaantallen Hogere gemiddelde prijs uitkering Hogere lasten Ioaw /Ioaz/Bbz Hogere lasten LKS Hogere lasten Tozo Hogere lasten Leefgeld F. Lager BUIG-budget G. Lagere terugvordering debiteuren H. Hogere baten Tozo Hogere baten Leefgeld I. Financiering project Handhaving 1e burap 2022 Saldo tekort / financieel effect gem eenten

Baten

108.922 109.422 -7.471 3.322 750 732 1.849 4.606 -7.480 -109 1.849 4.606 -500 112.710 107.788 4.922

Het geprognosticeerde tekort voor 2022 loopt, op basis van de nader voorlopige budgetten, op naar € 5,1 miljoen. In deze budgetten zijn de beleidseffecten van het Rijk en de loon- en prijsbijstellingen nog niet verwerkt. De verwachting is dat bij de vaststelling van de definitieve budgetten dit alsnog een positief effect zal hebben op de hoogte van de budgetten. Om deze reden is dan ook geen € 5,1 mln. verwerkt in de kosten van de reguliere dienstverlening, maar slechts € 3,5 mln. De resterende € 1,6 miljoen is opgenomen in de risicoparagraaf. Ontwikkeling voorlopig BUIG-budget 2022 vs. nader voorlopig BUIG-budget 2022 De "nader voorlopige budgetten 2022" laten een daling zien van € 8,2 miljoen t.o.v. de "voorlopige budgetten 2022". Het is goed om te melden dat de voorlopige budgetten 2022 (stand september 2021) nog niet in de primaire begroting waren opgenomen (stand mei 2021). De analyse van de beschikkingen geeft aan dat ten opzichte van de CPB raming van september 2021 is te verdelen in € 5,8 miljoen Bijstandsbudget en € 2,4 miljoen LKS-budget. Deze laatste is feitelijk een verplaatsing omdat de LKS nu meer wordt vergoed op werkelijke realisatie. De daling van het Bijstandsbudget is het gevolg van te hoge CPB-ramingen en de lagere realisaties dan verwacht in september 2021 (ramingen Prinsjesdag/Miljoenennota).

Voor wat betreft de LKS waren de lasten ten tijde van vaststellen van de voorlopige budgetten te hoog ingeschat waardoor we groot budgetaandeel hadden. Nu zijn de lasten in 2021 nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van 2020, maar is er macro wel een grote groei geweest. Dit resulteert in een lager budgetaandeel. Per saldo zijn de uitgaven LKS voor 2022 nagenoeg gelijk aan de rijksinkomsten. De prognose van het LKS-budget komt uit op € 7,1 miljoen. De geprognosticeerde lasten (op basis van realisatie in het eerste kwartaal van 2022) komen uit € 7,2 miljoen. Het verdeelmodel is en blijft een punt van discussie met SZW. Om hierin actief te participeren zijn we vanuit de Drechtsteden actief bezig in het landelijke onderzoek naar tekort/overschot gemeenten. Er wordt onder andere deel genomen aan/zijn onderdeel van onderzoeken naar 'meerjarige tekort en overschot gemeenten' en 'verbetering regiokenmerken van het verdeelmodel'. Daarnaast lopen Uitvoeringskosten Tozo: bij de jaarstukken 2021 GRD is voorgesteld om een bestemmingsreserve te vormen voor de uitvoeringskosten van de Tozo met als doel het opvangen van kosten bij de uitvoering van en de controle op de Tozo-regelingen.

Bij deze 1e bestuursrapportage 2022 GRS wordt aan het AB voorgesteld om dit bedrag in 2022 beschikbaar te stellen ter dekking van de kosten (€ 0,4 miljoen) die in 2022 gemaakt worden voor de uitvoering en controle van de Tozo (zie ook bijlage 5.7 Reserves). Na onttrekking is deze bestemmingsreserve nihil.

Maatwerkvoorziening inkomenssteun chronisch zieken en gehandicapten Op de collectieve zorgverzekering voor minima (CZM) is de er sprake van een lagere afname dan begroot. Deze afname is definitief aangezien verlenging of overstap van de zorgverzekering altijd voor

15

1 januari van het nieuwe jaar dient te geschieden. Voor het onderdeel CZM chronisch zieken en gehandicapten kan de begroting als gevolg van lagere kosten worden verlaagd met € 0,15 miljoen.

Minimabeleid Er is sprake van een lichte onderbenutting op het minimabeleid. De verwachting is dat dit beeld gedurende het jaar zal kantelen als de vraag naar individuele bijzondere bijstand toeneemt in die situatie waarin de energietoeslag slechts een deel van de hogere kosten compenseert. Het is lastig om dit qua risico te vertalen in een bedrag maar het kan zeker tot een substantieel bedrag aan extra uitgaven leiden. Verder zijn de budgetten van de voorzieningen binnen het minimabeleid geactualiseerd aan de hand van de uitgangspunten begroting 2023 voor het jaar 2022. Deze actualisatie is budgetneutraal. In 2022 wordt de Hersteloperatie Kinderopvangtoeslagaffaire Drechtsteden voortgezet. De kosten worden geprognosticeerd op € 0,7 miljoen en worden conform de gesloten DVO's met gemeenten afgerekend. De energietoeslag is als nieuwe eenmalige vorm van categoriale bijstand per 1 april 2022 ingevoerd en wordt middels een begrotingswijziging aan het budget toegevoegd. Het budget dat door het Kabinet voor de Drechtsteden beschikbaar wordt gesteld is naar verwachting € 12,9 miljoen en is inclusief de uitvoeringskosten. Deze budgetten worden bij deze 1e bestuursrapportage opgehaald op basis van de geldende financieringsafspraken.

Aangezien de Drechtsteden bij de toekenning van de energietoeslag een ruimere doelgroep hebben gekozen dan waarvoor het Ministerie budget beschikbaar heeft gesteld is er een risico op overschrijding (hier is in de risicoparagraaf een risico voor opgenomen). Deze eventuele overschrijding zal worden bekostigd uit de onderbenutting van de TONK-middelen in 2021. Aangezien de aanvraagprocedure sinds 19 april 2022 is opengesteld, heeft dit financiële risico zich nog niet voorgedaan.

16

4.2 ONTWIKKELEN NAAR WERK Wat willen wij bereiken? Binnen de opgave 'Ontwikkelen naar Werk' staan drie ambities centraal, namelijk: 1. Iedereen die kan werken, bemiddelen we direct naar de arbeidsmarkt; 2. We maken inwoners waardevol voor de arbeidsmarkt; 3. Inwoners met een verminderde arbeidsmarktwaarde begeleiden we. We helpen bijstandsgerechtigden ontwikkelen naar betaald werk, zodat zij zo zelfstandig mogelijk zelf hun inkomen kunnen verwerven. Zij worden waardevoller voor de arbeidsmarkt wanneer hun arbeidsmarkt-waarde wordt vergroot. Daarom werken we aan het wegnemen van belemmeringen die het vinden en behouden van werk in de weg staan. Wanneer er (nog) een te grote afstand tot de arbeidsmarkt is, zetten we in op een arbeidsmatig en/of maatschappelijk perspectief, waarbij het gaat om het bieden van stabiliteit en ondersteuning bij het meedoen in de samenleving, zoals een participatieplek, vrijwilligerswerk of arbeidsmatige dagbesteding. Inwoners met korte afstand tot de arbeidsmarkt worden zo snel mogelijk bemiddeld naar betaald werk. Aanvullend blijven we inzetten op het bemiddelen en begeleiden van inwoners met beperkingen. In de primaire begroting 2022-2025 zijn we nog uitgegaan van een stijging van het bijstandsbestand met 3,5 % tot 6.930 eind 2022. Deze is bij de tweede bestuursrapportage bijgesteld naar 6.700.

Deze doelstelling is mede als gevolg van economische groei achterhaald. Op basis van de meeste recente CPB prognose, stellen we onze doelstelling voor het aantal bijstandsdossiers voor eind 2022 daarom bij naar 6.200 (daling van 3.6 %). Daarbij zijn de mogelijk nadelige effecten van de inflatie (o.a. stijgende kosten voor brandstof en levensmiddelen) en extra vluchtelingen als gevolg van de oorlog in de Oekraïne nog niet meegenomen. Als gevolg van Corona heeft een aantal zelfstandigen in 2021 hun deuren moeten sluiten, de negatieve gevolgen voor ons bestand (vanuit de BBZ) zijn echter nog niet goed zichtbaar. Het coronavirus heeft onze opgave in ook in het begin dit eerste kwartaal bemoeilijkt, maar onze ambities zijn onveranderd gebleven. Inmiddels is de fysieke dienstverlening en begeleiding aan onze klanten hervat. doelstelling 2022

Aantal bijstandsdossiers

6.700

Huidige Prognose CPB 6.200

Aantal 01-012022

Aantal 30-042022

6.433

6.344

*Gebaseerd op de meest recente CPB-prognose (CEP maart 2022), verwachte krimp bijstandsvolume t.o.v. stand 1 januari 2021 = 3,6%). Dit is excl. IOAW en IOAZ.

Wat hebben wij hiervoor gedaan? Er is inspanning geleverd om het aantal uitkeringsdossiers te verlagen, waarbij we de volgende ontwikkelingen hebben gemonitord: 1. Instroom (goede toetsing op toelating); 2. Bevorderen uitstroom (bemiddeling, ontwikkeling en begeleiding); 3. Handhaving (signalen/onderzoek, LSI project, Vermogen in het buitenland Project); 4. Preventie om te voorkomen dat inwoners (langdurig) afhankelijk worden van een uitkering, zoals: PRO/VSO/Entree aanpak, Matchmaker, Intensievere aanpak jongeren tot en met 27 jaar, Max WW en Kickstart. Naast de resultaten gaan we ook in op wat we hebben gedaan om deze resultaten te behalen.

17

1. Ontwikkelingen met betrekking tot instroom Het aantal bijstandsdossiers is het saldo van de instroom van nieuwe bijstandsgerechtigden en de uitstroom van bijstandsgerechtigden. De instroom van bijstandsgerechtigden van bijstandsgerechtigden ziet er als volgt uit: Totale instroom 2020 Aantal bijstandsdossiers

Totale instroom 2021 1.363

1.498

Instroom tm 30-04-2022

2022 geëxtrapoleerd

236

708

Ondanks de Coronacrisis zagen wij in 2021 een lichte daling t.o.v. het jaar daarvoor. Dat komt mede door een economische groei in de tweede helft van 2021. Deze daling lijkt zich in 2022 verder door te zetten. Het blijft wel lastig inschatten, gezien de mogelijke negatieve effecten van de inflatie en prijsstijgingen als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Een punt van aandacht vraagt de her instroom binnen één jaar. Het grootste deel van de her instromers is zelfstandig aan de slag gegaan zonder begeleiding. Begeleiding vanuit de SDD is dus nodig om een realistisch beeld te krijgen en ze aan het werk te houden. Het gesprek bij de aanvraag van een uitkering is aangepast. De korte en snelle scan is nu een uitgebreid gesprek waarbij integraal wordt gekeken naar de verschillende leefgebieden en vraag-stukken. In eerste instantie worden interventies gedaan in het kader van bestaanszekerheid versterken. Indien nodig vinden interventies plaats met betrekking tot ontwikkelen naar werk en/of zorg en ondersteuning. 2. Bevorderen uitstroom naar werk De uitstroom over 2021 bedroeg 1.473 klanten terwijl de uitstroom in 2020 op 1.355 stond. In 2021 zagen we dus een lichte stijging in de uitstroom die we kunnen terugvoeren op de aantrekkende arbeidsmarkt. Zoals uit onderstaande tabel blijkt, ligt de uitstroom over de eerste 4 maanden in 2022 op 266.

Totale uitstroom 2020 Aantal bijstandsdossiers

Aantal bijstandsdossiers

1.355

Totale uitstroom 2021 1.473

Totale uitstroom door werk 2020 572

Totale uitstroom door werk 2021 721

Totale uitstroom t/m 30-04-2022 266

Totale uitstroom door werk tm 30-04-2022 132

1e kwartaal geëxtrapoleerd over 2022 798

geëxtrapoleerd over 2022

396

Als we de uitstroomcijfers verbijzonderen en specifiek de uitstroom benoemen als gevolg van een betaalde baan, stellen we vast dat er in de eerste vier maanden van 2022 132 bijstandsdossiers zijn gesloten naar aanleiding van een plaatsing. Indien we dit zouden extrapoleren voor heel 2022 komen we uit op een aantal van 396 bijstandsdossiers aan uitstroom. Wanneer de instroom lager is, volgt ook een lagere uitstroom. Toch zou je bij een aantrekkende arbeidsmarkt ook een hogere uitstroom mogen verwachten. Daarvoor is er echter nog een te groot gat tussen hetgeen de arbeidsmarkt vraagt en het niveau (werkfitheid) van onze klanten. Geconcludeerd kan worden dat onze klanten de stap naar werk willen maken maar dat zij niet zelf in staat zijn om in te schatten wat zij kunnen en wat niet en wat een goed passende werkplek is waar zij duurzaam kunnen blijven werken. In veel gevallen is er sprake van multiproblematiek die intensieve aandacht en ondersteuning vraagt. Dit is een bevestiging voor de noodzaak voor onze dienstverlening als het gaat om ontwikkelen naar werk. De dienstverlening en daarmee de programma's zijn er onder andere op gericht dat klanten een reëel beeld krijgen van wat ze aankunnen en wat hun talenten zijn in combinatie met de beschikbare banen op de arbeidsmarkt. Hiermee voorkomen we teleurstellingen en

18

kunnen we klanten een haalbaar perspectief bieden en tegelijkertijd werkgevers voorzien van betrouwbare werknemers. Stappen op de participatieladder Voor de dienstverlening aan de doelgroep die niet op korte termijn ontwikkelbaar is naar werk is samenwerking met ketenpartners is voor deze doelgroep cruciaal. We werken met gemeentegerichte teams en focusteams (jongeren, statushouders en dak- en thuislozen). In elke gemeente zijn vaste consulenten actief, die het afgelopen jaar besteed hebben aan het beter leren kennen van klanten/inwoners. Zo zijn hun mogelijkheden en uitdagingen in beeld gebracht. In veel gevallen spreken consulenten de klanten lokaal en werken aan het vergroten van het netwerk, zodat klanten beter worden ondersteund. Het doel is om de klanten via motiverende gespreksvoering in beweging te krijgen zodat een gedragsverandering ontstaat en de klant kan door-ontwikkelen naar het voor hem/haar hoogst haalbare trede op de participatieladder, waarbij uitstroom naar (reguliere) werk het ultieme doel is. Kwetsbare klanten en klanten die aangaven dat zij een live-gesprek niet zagen zitten ivm corona hebben een telefonisch gesprek gehad. De meeste klanten uit de regio zijn op locatie gesproken, bij het Leger des Heils, op gemeentehuis of bij het wijkteam. Dit om de drempel zo laag mogelijk te maken en de klant op zijn/haar gemak te stellen.

Ontwikkelen naar werk Er is primair ingezet op het in verbinding blijven met klanten. Daarnaast is de basis nog steviger neergezet. Als gevolg van Corona heeft de dienstverlening (o.a. trainingen en taallessen) aanvankelijk een digitale invulling gekregen. Deelnemers zijn waar nodig voorzien van een device zodat iedereen kon aansluiten. In het eerste kwartaal 2021 is ingezet op de verbetering van de kwaliteit van het trainingsprogramma, het verbeteren van methodieken en het ontwikkelen van een digitaal leerplatform, waarmee voor uiteenlopende doelgroepen met de leermethode 'blended learning' een compleet ontwikkelprogramma wordt aangeboden. Voor 2022 blijft onze inzet er op gericht om meer klanten methodisch te ontwikkelen naar werk. Dat is belangrijk omdat de groep een grote afstand heeft tot de arbeidsmarkt en de vraagstukken waarmee men te maken krijgt steeds complexer worden. Hierdoor zorgen we ervoor dat onze klanten daadwerkelijk stappen zetten. Het gaat om een grote doelgroep van meer dan 5.000 klanten met lichamelijke en/of psychische klachten. Vanwege de grote afstand tot de arbeidsmarkt gebruiken we komende maanden om te kijken welke differentiatie in de aanpak mogelijk is om (een deel van) hen alsnog arbeidsfit te krijgen.

Op grond van de nieuwe Wet Inburgering is dienstverlening ontwikkeld waarbij de benodigde ondersteuning in het kader van de PIP (persoonlijk inburgeringsplan) objectief en methodisch in beeld gebracht kan worden. Op deze manier kunnen klanten snel de ondersteuning ontvangen die nodig is. Daarnaast onderzoeken we de leerbaarheid in combinatie met taal, door middel van daarvoor ontwikkelde testen. Hiermee kan een wat een realistisch perspectief gegeven worden als het gaat om ontwikkelen naar werk. Tevens is sprake van een uitgebreid instrumentarium aan testen en onderzoeken die ingezet kunnen worden en leiden tot een zorgvuldig en objectief onderbouwd plan van aanpak in het kader van duurzaam ontwikkelen naar werk. Bemiddelen naar werk Er is sprake een marktontwikkeling waarin een grote behoefte aan arbeidskrachten is. Voor het plaatsen van inwoners is gestart met het werken in sectorteams. De sectorteams zijn ingedeeld naar 6 kansrijke sectoren waarin de meeste plaatsingen zijn gerealiseerd en die toekomstbestendig zijn. Kennis en vaardigheden die werkgevers vragen, zijn ingebracht in leerlijnen waarmee klanten zich kunnen ontwikkelen. Omdat een groot deel van de doelgroep niet de arbeidsmarktwaarde hebben die nodig is om direct aan het werk te kunnen, vraagt dit het nodige van opdrachtgevers.

Er is dan ook veel tijd geïnvesteerd in het scherp krijgen van de boodschap aan (potentiële) werkgevers. 3. Handhaving In 2020 lag het aantal inwoners dat uitstroomde als gevolg van handhaving op 232. In 2021 liep dit aantal terug naar 214. De eerste vier maanden van 2022 ligt de uitstroom na handhaving op 49 en gewijzigde uitkeringen op 11. De uitstroom als gevolg van handhaving laat ingevolge Corona een vergelijkbare dalende trend zien als de uitstroom naar werk. De verwachting is dat deze trend vanaf het tweede kwartaal zal keren.

19

Aantal bijstandsdossiers

Totale uitstroom door handhaving 2020 232

Totale uitstroom door handhaving 2021 214

Totale uitstroom door handhaving tm 30-04-2022 49

geëxtrapoleerd over 2022

n.v.t.

Inwoners met een arbeidsbeperking De GRS bemiddelt, sinds in de invoering van de Participatiewet, een bovengemiddeld aantal inwoners met een arbeidsbeperking naar werk. Dit doen we met behulp van loonkostensubsidie. Het blijft een ambitie om zoveel mogelijk inwoners met een arbeidsbeperking te plaatsen op de arbeidsmarkt. Daarom is de ambitie geformuleerd om in 2022 te komen tot 750 - 800 plaatsingen. Ondanks corona liggen we op koers om die doelstelling te behalen. Ondernemersloket Het ondernemersloket is er voor alle ondernemers in Drechtsteden met een ondersteuningsbehoefte. Het gaat om vragen over ondernemen, regelingen als de BBZ, Tozo en Tonk, alsmede schuldhulpverlening. Het ondernemersloket heeft haar dienstverlening verregaand geïntegreerd met dat van het Regionaal Bureau Zelfstandigen (RBZ), waarbij er altijd sprake is van een eerstelijnsgesprek met vragen over de ondersteuningsbehoefte. In het eerste kwartaal hebben er 54 voorlichtingsgesprekken plaatsgevonden. De behoefte aan voorlichting is nu vele malen groter dan in 2015, het jaar waar tot nu toe met 81 voorlichtingsgesprekken, de behoefte aan voorlichting het grootst was. Wel is opvallend dat er geen stijging waarneembaar is waar het gaat om schuldhulp-verlening of beëindiging van de onderneming.

De verwachting is echter nog steeds dat dit gaat stijgen, zodra de ondersteuningsmaatregelen aflopen of ondernemers geen eigen vermogen meer hebben. Wet Inburgering Per 1 januari 2022 is de Wet Inburgering ingegaan. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inburgering van inburgeringsplichtigen. In deze regio voert de GRS de regie over het inburgeringsproces namens de gemeenten uit. Om deze taak goed te kunnen uitvoeren, werken gemeenten en GRS nauw samen. Zo zijn samenwerkingsafspraken gemaakt over de maatschappelijke begeleiding (in opdracht van gemeenten), samenwerking met sociale teams en regievoering op de inburgering (GRS), zijn inkoopafspraken gemaakt met onderwijsinstellingen, is een welkomstprogramma ontwikkeld dat past bij de opdracht en is een klantreis vormgegeven. Binnen de GRS zijn randvoorwaarden gecreëerd zoals het opleiden van personeel, het inrichten van het ICT-systeem en werkprocessen. De implementatie van de wetgeving gaat gepaard met diverse (landelijke) kinderziektes. Deze kinderziektes (systeemproblematiek DUO) en juridische onduidelijkheden zorgen momenteel voor een grotere werkdruk dan vooraf was begroot. Bovendien zien we de toestroom van inburgeraars toenemen. Oekraïners Er zijn in de afgelopen maand al 43 ontheemden uit Oekraïne aan het werk gegaan in onze UWV-regio (Drechtsteden, Rivierenland, Gorinchem), waarvan 33 binnen de Drechtsteden.

Waarschijnlijk worden dit er nog meer, want werkgevers hoeven pas twee dagen voordat de werkzaamheden beginnen de melding bij het UWV te doen.

20

Wat zijn de kosten? Opgaven

1e Burap

Geactualiseerde begroting

Afwijking

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

10.564

8.494

-2.069

10.322

6.293

-4.030

-241

-2.202

-1.960

Inburgering

300

300

1.291

1.291

991

991

Participatie

6.479

15.534

9.055

6.199

15.657

9.458

-280

123

406

686

280

406

686

280

WSW

26.563

26.563

27.105

27.105

542

542

Totaal

44.312

51.577

45.323

51.031

1.011

-546

Apparaat Ontwikkelen naar werk

Statushouders

7.266

5.708

403

-1.557

Bedragen x € 1.000

Toelichting: Inburgering De uitgaven Wet inburgering worden verhoogd met € 0,99 miljoen. Bij de primaire begroting is al € 0,3 miljoen opgehaald bij 4 gemeenten. De andere Drechtstedengemeenten hebben later in 2021 besloten ook gebruik te maken van de diensten die de GRS op dit punt levert. De daarbij afgesproken kosten worden nu opgenomen in de begroting van de GRS. Per 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 van kracht. Daarmee is de verantwoordelijkheid voor de inburgering van asielstatushouders en gezinsmigranten bij gemeenten komen te liggen. Het budget, een specifieke uitkering (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen is bestemd voor de bekostiging van de leerroutes, maatschappelijke begeleiding, het participatieverklaringstraject (PVT) en de module arbeidsmarkt en participatie (MAP). De maatschappelijke begeleiding en de PVT's worden door de gemeenten uitgevoerd en ingekocht. De overige taken wordt door de SDD uitgevoerd. Bij de bepaling van het budget is in gezamenlijkheid gekeken naar de rijksmiddelen en de verdeling daarvan. De beschikbare middelen zijn bepaald met behulp van de Divosa rekentool. De voorlopige taakstelling is de basis voor de berekening van de hoogte van het budget. Onderstaande tabel geeft dan het volgende beeld.

Er zit wel enige risico op het maken van een inschatting van de taakstelling, zeker gezien de huidige beweging van het aantal asielzoekers, dat zich momenteel meldt. Via monitoring en evaluatie zal de taakstelling steeds beter in beeld worden gebracht.

21

Participatie In onderstaande tabel zijn de mutaties Participatie weergegeven. De lasten en baten worden verhoogd met € 0,1 mln. Participatiemiddelen 2022

actuele

mutaties

begroting 2022 Participatie

12.972.000

Steunmaatregelen crisis

1.616.000

1e burap 2022

-

12.972.000

-

1.616.000

Gem Dordrecht Kinderopvang

-

162.000

162.000

Gem zwijndrecht Kinderopvang

-

53.000

53.000

Gem Dordt verlengde onderst reg samenwerking

-

30.000

30.000

Regiodeal

500.000

75.000-

425.000

Steunpakket actiepl jeugdwerkloosh > startersbeurs

47.000

47.000-

-

versterking arbeidsmarkt regio > WG dienstverlening

399.000

-

399.000

15.534.000

123.000

15.657.000

Totaal

De volgende mutaties zijn verwerkt: • Participatie: In lijn met actuele begroting 2022. De verdeelsleutel van de bijdrage is gebaseerd op de septembercirculaire 2021; • Steunmaatregelen crisis: In lijn met actuele begroting 2022. Kansen worden benut door interventies vanuit de crisismaatregelen en resulteert in extra effect op het ontwikkelen van onze klanten; • Gemeente Dordrecht en Zwijndrecht, project kinderopvang; De lasten en baten zijn verhoogd met € 215k op basis van de verlenging van het project kinderopvang voor negen maanden; • Gemeente Dordrecht: Het doorschuiven van het overschot 2021 van € 30k Verlengde ondersteuning regionale samenwerking W&I; • Centrumgemeente Dordrecht Regiodeal subsidie Perspct en ontwikkelbedrijven: verlaging van de baten met € 75k. Dit in verband met een correctie van de afdracht BTW aan het BTW compensatiefonds; • Gemeente Dordrecht actieplan jeugdwerkloosheid, Startersbeurs: verlaging baten in verband met het stopzetten van de Startersbeurs in 2022; • Versterking arbeidsmarktregio 2022: in lijn met begroting. Impuls Statushouders In lijn met de begroting. Wsw De baten worden verhoogd met € 0,5 mln. en zijn gebaseerd op de septembercirculaire 2021. Conform de afspraken worden de baten geheel doorgestort naar Drechtwerk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/349/documents/8699