CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1c. Toelichting bijlage 2 Verkennend en nader bodem en asbestonderzoek.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 20 december 2022, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 27: Ontwerp bestemmingsplan Fop Smitstraat 48 - Raadsinformatiebrief26.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

COLOFON

Opdrachtgever

Elektrotechniek P. van Rikxoord BV Fop Smitstraat 48 2953 XG Alblasserdam Contactpersoon: dhr. A.J. van Rikxoord

Locatie

Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam

Type onderzoek

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Nader bodemonderzoek NTA 5755 Verkennend en nader asbestonderzoek NEN 5707

Rapportnummer

20-2393-R01JV

Datum rapport

23 april 2021

Opsteller

Dhr. J. Voorhorst Projectleider Bodem

Kwaliteitscontrole

Mevr. M. Penders Projectleider Bodem

Inventerra Nijverheidsweg 34 3341 LJ Hendrik-Ido-Ambacht (078) 682 24 55 info@inventerra.nl

Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING .......................................................................................................................... 1

2.

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK NEN 5725 .............................................................. 2 2.1 2.2 2.3

3.

VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEN 5740 EN NADER BODEMONDERZOEK NTA 5755 ..... 6 3.1 3.2 3.3

4.

Onderzoeksopzet verkennend bodemonderzoek NEN 5740 ................................................... 6 Uitvoering en resultaten verkennend bodemonderzoek NEN 5740 ......................................... 6 Uitvoering en resultaten nader bodemonderzoek NTA 5755 .................................................. 9

VERKENNEND EN NADER ASBESTONDERZOEK NEN 5707 .................................................. 14 4.1 4.2 4.3

5.

Algemeen ....................................................................................................................... 2 Verzamelde informatie vooronderzoek ............................................................................... 2 Hypothese ...................................................................................................................... 4

Onderzoekstrategie verkennend asbestonderzoek ............................................................. 14 Uitvoering en resultaten verkennend asbestonderzoek ....................................................... 14 Uitvoering en resultaten nader asbestonderzoek ............................................................... 15

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................................... 17

BIJLAGEN 1.

2. 3. 4. 5. 6. 7.

Weergave onderzoekslocatie 1.1 Kadastrale gegevens en omgevingskaart 1.2 Situatietekening 1.3 Foto’s 1.4 Verontreinigingssituatie grond en grondwater Boorprofielen Analysecertificaten Toetsingskader Resultaten vooronderzoek Rapportages Risicobeoordeling Kwaliteitsaspecten van het onderzoek

Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

1. INLEIDING

In opdracht van Elektrotechniek P. van Rikxoord BV heeft Inventerra in januari en februari 2021 een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740, een nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 en een verkennend en nader asbestonderzoek conform de NEN 5707 verricht op de locatie aan de Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam. De aanleiding voor het verkennend (asbest)bodemonderzoek is de voorgenomen aanvraag van een Omgevingsvergunning in verband met de geplande (her)ontwikkeling op de locatie. Het doel is het vaststellen van de huidige bodemkwaliteit en of deze bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de geplande herontwikkeling. Het nader asbest(bodem)onderzoek is uitgevoerd om de tijdens het verkennende (asbest)bodemonderzoek aangetoonde verontreinigingen verder in kaart te brengen. Kwaliteit Inventerra is door Normec Certifications gecertificeerd voor de BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018 (certificaatnummer EC-SIK-20241) en de BRL SIKB 6000, protocol 6001 en 6002 (certificaatnummer EC-SIK-60009) en is tevens door TÜV Nederland gecertificeerd voor de algemene kwaliteitsnorm NEN-ENISO 9001.

De genoemde beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 is onderdeel van een certificatiesysteem voor het gehele proces van veldwerk bij milieuhygiënisch onderzoek, inclusief alle secundaire processen, dat begint bij de acceptatie van het veldwerk en dat eindigt bij de overdracht van veldgegevens en monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkrapportage, aan de opdrachtgever. Op dit bodemonderzoek zijn de volgende protocollen, behorende bij de BRL SIKB 2000, van toepassing: 2001 – Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van

☒ ☒ ☒

grondmonsters en waterpassen. 2002 – Het nemen van watermonsters. 2018 – Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem.

De beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 is niet van toepassing op: • de processen vóór het veldwerk, zoals vraagstelling, gegevens verzamelen en onderzoeksvoorstel; • de processen ná het veldwerk, zoals laboratoriumanalyses, interpretatie van analyse- en veldwerkresultaten en advies; • veldwerk anders dan middels de technieken boringen, steken en graven van sleuven, inclusief alle veldwerk dat volgt op deze technieken zoals plaatsen van peilbuizen of bemonsteren van peilbuizen; • de monsterneming in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Inventerra verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of de onderhavige onderzoekslocatie en verklaart daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in Kwalibo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer).

Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

pag. 1 van 20

2. MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK NEN 5725

2.1

Algemeen

Om inzicht te krijgen over de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek. De aanleiding voor het navolgend beschreven vooronderzoek is het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van het uit te voeren bodemonderzoek (aanleiding A uit de NEN 5725:2017). Ten behoeve hiervan dient in ieder geval informatie te worden verzameld over: • Bodemopbouw en geohydrologie, inclusief informatie over de verwachte aan- of afwezigheid van antropogene lagen in de bodem; • Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit op basis van de bodemkwaliteitskaart, reeds uitgevoerde bodemonderzoeken en of mogelijk sprake kan zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging; • Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situaties, asbest, activiteiten en/of ongewone voorvallen, op basis van het voormalige en huidige gebruik.

Voor het verzamelen van de benodigde informatie kunnen meerdere informatiebronnen worden geraadpleegd, zoals: • Informatie/interview(s) eigenaar en/of opdrachtgever • Archieven gemeente, milieudienst en/of provincie • Online bronnen zoals Bodemloket.nl en Topotijdreis.nl • Bodemkwaliteitskaarten • Topografische kaarten • Geohydrologische kaarten Verder dient een terreinverkenning te worden uitgevoerd. Deze kan eventueel meteen voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk worden uitgevoerd. Vermeld dient te worden dat de verantwoordelijkheid voor de resultaten van onderhavig onderzoek wordt beperkt tot de aan deze resultaten ten grondslag liggende en op het moment van onderzoek ter beschikking staande gegevens, alsmede de bij de terreininspectie(s) ter plaatse van de onderzoekslocatie geconstateerde situatie. 2.2

Verzamelde informatie vooronderzoek

In de navolgende tabel is de tijdens het vooronderzoek verzamelde relevante informatie weergegeven. Tabel 1 Overzicht verzamelde informatie vooronderzoek

Gegevens onderzoekslocatie Adres

Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam

Kadaster

Alblasserdam, sectie A, nrs. 7010 en 7062

XY-coördinaten

X: 103.344

Begrenzing onderzoekslocatie

De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt 849 m².

Huidig gebruik

Bedrijfslocatie met kantoorruimte in een voormalige woning.

Toekomstig gebruik

Gepland is de sloop van het bedrijfspand met op dezelfde plaats nieuwbouw van 2 vrijstaande woningen. Het pand waarin nu het kantoor is gevestigd, wordt deels gesloopt en zal weer als woning in gebruik genomen worden.

Omgeving

De locatie wordt omringd door woningen met tuin. Aan de noordoostzijde bevindt zich de openbare weg en aan de westzijde een sloot.

Y: 431.825

Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

pag. 2 van 20

Vervolg tabel 1

Overzicht verzamelde informatie vooronderzoek

Overige informatie vooronderzoek Informatie eigenaar / opdrachtgever

Door de opdrachtgever is een rapport verstrekt betreffende een ‘Verkennend bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam’ (Oranjewoud, kenmerk 7930-114622, d.d. maart 2002). Het onderzoek is uitgevoerd vanwege een voorgenomen verkoop en betreft vermoedelijk een eindsituatie-onderzoek. Uit het rapport van het verkennend onderzoek blijkt dat achter het magazijn een bovengrondse HBO-tank heeft gestaan. De puinhoudende bovengrond ter plaatse bleek licht tot sterk verontreinigd met diverse zware metalen en licht verontreinigd met PAK, minerale olie en EOX. De ondergrond ter plaatse bleek sterk verontreinigd met minerale olie. Het grondwater ter plaatse bleek matig verontreinigd met minerale olie en licht verontreinigd met zink. De puinhoudende grond op het overige terrein bleek licht verontreinigd met diverse zware metalen, PAK en minerale olie. Het grondwater ter plaatse van de werkplaats, waar destijds een lakbak en een schoonmaakbak stonden, bleek niet verontreinigd te zijn. Plaatselijk zijn in de grond stukjes asbest aangetroffen. Voor zover bekend is er geen aanvullend of nader (asbest)onderzoek uit gevoerd naar de aangetoonde verontreinigingen en het aangetroffen asbest in de grond.

Terreinverkenning (d.d. 11 jan. 2021)

•

•

Kaartmateriaal

• •

• Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid

•

•

De (voormalige) woning die thans als kantoorruimte wordt gebruikt, is deels onderkelderd. De oprit naar het achterliggende bedrijfspand is verhard met grind en tegels. Het bedrijfspand is deels verhard met tegels en deels met beton. Achter het pand is nog een strook grond aanwezig, dat deels onverhard is en deels verhard is met tegels en beton. Hier staat tegen de achtergevel van het bedrijfspand een metalen opslagruimte, waarin enkele (gebroken) asbestverdachte platen staan. Bij de terreininspectie is aandacht besteed aan het voorkomen van verdachte punten, zoals brandplaatsen, terreinophogingen of verzakkingen, aanwezigheid van puin op de bodem en de aanwezigheid van asbestverdachte bouw- en/of verhardingsmaterialen. Met uitzondering van de asbestverdachte platen in de opslag achter het bedrijfspand, zijn de voornoemde aspecten niet aangetroffen tijdens de terreininspectie. BAG-viewer: De bedrijfswoning annex kantoor dateert uit 1955. Het bedrijfspand dateert uit 1946. Topotijdreis: Voor zover te herleiden zijn er geen kassen, boomgaarden of sloten aanwezig geweest op de onderzoekslocatie. De sloot die de westelijke grens van de locatie vormt, is al sinds 1936 zichtbaar op kaartmateriaal. Grondwaterbeschermingsgebied: De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

Bodeminformatie onderzoekslocatie: Bij de Omgevingsdienst is geen informatie beschikbaar over de aanwezigheid van (voormalige) brandstoftanks. Ook is er geen informatie over eerder uitgevoerde bodemonderzoeken of de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Bodeminformatie aangrenzende percelen: Op het aangrenzende terrein van nr. 50 is een brandstoffendetailhandel geregistreerd (periode 1950 – 1984). Verder zijn er in de omgeving enkele ‘niet-gespecificeerde dempingen’ geregistreerd.

Bodemloket.nl

Geen aanvullende informatie

Bodemkwaliteitskaart

De locatie is gelegen in een zone met bodemfunctie Wonen. De verwachte ontgravingskwaliteit valt voor zowel de boven- als de ondergrond in klasse Industrie-heterogeen.

Geohydrologie (DinoLoket en Grondwaterkaarten TNO)

Holocene deklaag, bestaande uit zandige, kleiige en/of venige afzettingen: tot ca. 14 m-mv Watervoerend pakket, bestaande uit zandige afzettingen van de Formatie van Kreftenheye: dikte circa 10 meter Scheidende laag, bestaande uit de kleiige afzettingen van de Formatie van Waalre: dikte ca. 15 meter Stromingsrichting van het freatisch grondwater: beïnvloed door lokale factoren Stromingsrichting grondwater in eerste watervoerend pakket: noordoostelijk

In bijlage 1 zijn de foto’s, gemaakt tijdens de terreininspectie, en de situatietekening(en) bijgevoegd. In bijlage 5 zijn relevante gegevens van het vooronderzoek opgenomen. Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

pag. 3 van 20

2.3

Hypothese

Ten behoeve van het opstellen van de onderzoekshypothese(s) dienen de volgende onderzoeksvragen te worden beantwoord: Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie? De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de situatietekening in bijlage 1. Is sprake van bodemvreemde lagen en waar bevinden deze zich? Op grond van het eerder uitgevoerde verkennend bodemonderzoek (op het naastgelegen terrein) wordt verwacht dat sprake is van puinhoudende grond. Is de bodem asbestverdacht? Vanwege de aanwezigheid van puinbijmengingen en plaatselijk ook asbeststukjes in de grond, is de bodem verdacht voor asbest. Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij te onderscheiden? In de bodemkwaliteitskaart en het bijbehorende bodembeheerplan zijn voor de bodem twee bodemlagen te herleiden, namelijk 0 – 0,50 m-mv en 0,5 – 2,0 m-mv. Voor beide bodemlagen is de verwachting dat die licht tot matig verontreinigd is (klasse Industrie-heterogeen). Door de sterke heterogeniteit kan voor zware metalen tevens sprake zijn van overschrijdingen van de maximale waarde voor klasse Industrie. Voor enkele zware metalen betekent dit direct een overschrijding van de interventiewaarde (de maximale waarde voor klasse Industrie is voor die stoffen gelijk aan de interventiewaarde).

Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Er wordt niet verwacht dat eventuele activiteiten op de omliggende percelen de bodemkwaliteit op het onderzoeksterrein negatief hebben beïnvloed. Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Middels het in 2002 uitgevoerde bodemonderzoek is de bodemkwaliteit ter plaatse onvoldoende vastgelegd. Om deze reden en omdat de uitkomsten van dat onderzoek verouderd zijn, is actualisatie nodig. Onderzoek naar asbest dient eveneens te worden uitgevoerd, omdat bij het voorgaande onderzoek niet op asbest is onderzocht. Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Op grond van de verzamelde informatie wordt verwacht dat mogelijk sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met één of meer stoffen. Gezien de uitkomsten van het bodemonderzoek uit 2002 wordt rekening gehouden met een verontreiniging met zware metalen, minerale olie en asbest.

Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? Op basis van de beschikbare en geraadpleegde informatie zijn binnen de onderzoekslocatie de volgende (voormalige) potentiële bronnen van bodemverontreiniging geïdentificeerd; de ligging hiervan is weergegeven op de situatietekening in bijlage 1.2: • Bovengrondse huisbrandolietank met een niet afgeperkte verontreiniging in grond en grondwater, verdachte parameters: minerale olie en vluchtige aromaten. • Bedrijfspand met werkplaats en magazijn, verdachte parameters: zware metalen, PAK en minerale olie.

Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

pag. 4 van 20

•

Mogelijke stort van asbestverdacht plaatmateriaal achter het bedrijfspand, verdachte parameter: asbest.

Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van (asbest)bodemonderzoek? Vanuit de bodemkwaliteitskaart maar ook de bedrijfsactiviteiten wordt een diffuse bodembelasting verwacht voor in ieder geval zware metalen, PAK en minerale olie. Om die reden wordt voor wat betreft de algemene bodemkwaliteit op het achterterrein de onderzoekstrategie voor een ‘diffuus belaste nietlijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming’ (VED-HENL, NEN 5740) gehanteerd. Omdat perceel 7010 volledig bebouwd is en de naastgelegen oprit in principe niet verdacht is voor een (extra) bodembelasting als gevolg van de bedrijfsactiviteiten, worden daar extra boringen geplaatst zodat hiermee een eventueel verschil in bodemkwaliteit met het achterliggende terrein goed vastgelegd kan worden. De locatie van de voormalige bovengrondse brandstoftank wordt onderzoek conform de onderzoekstrategie voor een ‘verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting en een duidelijke verontreinigingskern’ (VEP, NEN 5740). Vanwege het in 2002 plaatselijk aangetroffen asbestverdachte plaatmateriaal in de grond en de bijmenging met puinig materiaal, wordt voor het verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5725 de strategie voor een ‘verdachte, diffuus belaste locatie’ aangehouden.

Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

pag. 5 van 20

3. VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEN 5740 EN NADER BODEMONDERZOEK NTA 5755

3.1

Onderzoeksopzet verkennend bodemonderzoek NEN 5740

Op basis van de in het vorige hoofdstuk geformuleerde hypotheses en onderzoeksstrategieën is de minimaal benodigde onderzoeksinspanning bepaald. In onderstaande tabel is aangegeven welke werkzaamheden en analyses volgens de NEN 5740 worden verricht. Tabel 2 Veldwerkzaamheden en analyses Locatie

Strategie

Veldwerk

Analyses

boringen

peilbuizen

bg/vd

og/vd

gw

Opp. 849 m2

VED-HE-NL*

7x 0,5 m-vd (ca. 1,0 m-mv) 2x 2,0 m-mv

1x

4x NENG

2x NENG

1x NENW

Voormalige HBO-tank (bovengronds)

VEP

3x 2,0 m-mv

1x

-

2x MO

1x NENW

og: ondergrond

gw: grondwater

Verklaring tabel: m-mv: meter-maaiveld NENG :

NENW :

MO *

3.2

: :

vd: verdachte laag

bg: bovengrond

standaard pakket grond (droge stofgehalte, organisch stof- en lutumgehalte, 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), polychloorbifenylen (PCB), minerale olie) standaard pakket grondwater (9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl, 11 stuks), minerale olie) minerale olie extra boringen en analyses dan norm voorschrijft ter plaatse van bebouwd perceel 7010 en oprit

Uitvoering en resultaten verkennend bodemonderzoek NEN 5740

Uitvoering en resultaten veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek zijn uitgevoerd conform BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen 2001 en 2002. De uitvoerend veldmedewerker, dhr. P. van Achterberg, is in dit kader geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving. Op 11 januari 2021 zijn de boringen 101 t/m 113 geplaatst, in diepte variërend van 1,0 – 2,5 m-mv. De boringen 104 en 109, ter plaatse van de voormalige HBO-tank en lakbak, zijn afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. De situering van de boringen en de peilbuizen en enkele overzichtsfoto’s zijn weergegeven in bijlage 1.2 en 1.3. Het omhoog gebrachte bodemmateriaal is ter plaatse zintuiglijk beoordeeld, de vrijgekomen grond is geclassificeerd en bodemvreemde elementen en waarneembare afwijkingen (zoals kleur, geur, bijmengingen, verontreinigingen) zijn beschreven in boorprofielen, welke in bijlage 2 zijn bijgevoegd. Bij iedere boring zijn monsters genomen van de te onderscheiden bodemlagen. Onder de aanwezige tegelverhardingen komt een dun laagje ophoog- of cunetzand zonder bodemvreemd materiaal voor. De onderliggende (oorspronkelijke) bodem bestaat over het algemeen uit een toplaag van puinhoudend zand tot 0,5 m-mv, gevolgd door een 0,5 meter dikke kleilaag.

Onder de kleilaag komen tot de maximale boordiepte achtereenvolgend zand, klei en veen voor. Bij alle boringen is in de zandige toplaag een overwegend matige bijmenging met ondefinieerbaar puin waargenomen. Bij boring 107 is in de toplaag ook asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen (zie verder hoofdstuk 4). Het grondwater bevond zich tijdens het veldwerk op een diepte van 1,0 m-mv.

Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

pag. 6 van 20

Het grondwater uit de geplaatste peilbuizen 104 en 109 is op 18 januari 2021 zorgvuldig afgepompt en bemonsterd. De resultaten van de veldmetingen en eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 3 Resultaten veldmetingen en waarnemingen tijdens monstername grondwater Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH

104

1,50 - 2,50

0,85

109

1,50 - 2,50

0,90

Peilbuis

EGV (µS/cm)

Troebelheid (NTU)*

Bijzonderheden

6,3

991

21

-

6,4

1172

17

-

Verklaring tabel: pH: zuurgraad EGV: elektrisch geleidend vermogen *: Bij een NTU >10 dient het grondwater als troebel te worden beschouwd

Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen van de proceseisen opgetreden. Uitvoering en resultaten chemisch-analytisch onderzoek In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters en de uitgevoerde analyses. Tabel 4 Overzicht grond- en grondwatermonsters Grond

Boring met traject (m-mv)

Analyse

Toelichting

MM1

101 (0,20 - 0,50) 103 (1,00 - 1,50)

NENG

Puinhoudende bovengrond kantoorpand

MM2

102 (0,15 - 0,50) 113 (0,20 - 0,50)

NENG

Puinhoudende bovengrond buitenterrein

MM3

108 (0,18 - 0,50) 110 (0,20 - 0,50) 111 (0,20 - 0,50) 112 (0,20 - 0,50)

NENG

Puinhoudende bovengrond toekomstige woningen

MM4

104 (0,00 - 0,50) 106 (0,20 - 0,50) 107 (0,00 - 0,50) 109 (0,20 - 0,50)

NENG

Puinhoudende bovengrond toekomstige tuinen

MM5

105 (0,50 - 1,00) 107 (0,50 - 1,00) 108 (0,50 - 1,00) 109 (0,50 - 1,00) 111 (0,50 - 1,00) 112 (0,50 - 1,00)

NENG

Kleiige ondergrond, zintuiglijk onverdacht

MM6

102 (0,50 - 1,00) 103 (1,50 - 2,00) 109 (1,00 - 1,50) 111 (1,00 - 1,50)

NENG

Zandige ondergrond, zintuiglijk onverdacht

104-3

104 (1,00 - 1,50)

MO

Grond zintuiglijk verontreinigd met olie, matige oliewaterreactie

104-4

104 (1,50 - 2,00)

MO

Verticale afperking eventuele olieverontreiniging

105-3

105 (1,00 - 1,50)

MO

Horizontale afperking eventuele olieverontreiniging

106-4

106 (1,00 - 1,50)

MO

Horizontale afperking eventuele olieverontreiniging

Grondwater

Filterstelling (m-mv)

Analyse

Toelichting

104-1-1

1,50 - 2,50

NENW

Voormalige HBO-tank, grond zintuiglijk verontreinigd met olie

109-1-1

1,50 - 2,50

NENW

Werkplaats met voormalige lakbak

Verklaring tabel: NENG : standaard pakket grond (9 zware metalen, PAK, PCB en minerale olie, organische stof- en lutumgehalte) MO : minerale olie, organische stof NENW : standaard pakket grondwater (9 zware metalen, vluchtige aromatische en gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie)

Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

pag. 7 van 20

In navolgende tabel is de interpretatie van de toetsing van de analyseresultaten van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters weergegeven. Daarbij zijn alleen de parameters vermeld die verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrond- c.q. streefwaarde(n). De analysecertificaten zijn bijgevoegd in bijlage 3. In bijlage 4 is het wettelijk toetsingskader beschreven en is de uitgebreide toetsing van de analyseresultaten bijgevoegd. Tabel 5 Overschrijdingstabel grond- en grondwatermonsters Grond

Traject (m-mv)

> AW

>T

>I

0,20 - 1,50

Kobalt (0,08) Nikkel (0,46) Koper (0,26) Lood (0,22)

Zink (0,54)

-

0,15 - 0,50

Minerale olie (0,01) Kobalt (0,01) Cadmium (0,01) Lood (0,27) PAK (0,1)

Zink (0,54)

PCB (1,12) Koper (4,36)

0,18 - 0,50

Kobalt (0,03) Nikkel (0,1) Cadmium (0,04) Kwik (0,01) PAK (0,03)

Zink (0,58) Lood (0,8)

Koper (2,34)

MM4

0,00 - 0,50

PCB (0,11) Minerale olie (-) Kobalt (0,09) Molybdeen (0,01) Cadmium (0,13) Kwik (-) PAK (0,02)

Nikkel (0,94)

Koper (10,08) Zink (1,66) Lood (1,38)

MM5

0,50 - 1,00

PCB (0,03) Zink (0,24) Lood (0,25)

Koper (0,9)

-

MM6

0,50 - 2,00

Koper (0,07) Zink (0,02) Lood (0,13)

-

-

104-3

1,00 - 1,50

-

-

Minerale olie (2,66)

104-4

1,50 - 2,00

Minerale olie (0,05)

-

-

105-3

1,00 - 1,50

-

-

-

106-4

1,00 - 1,50

-

-

-

Grondwater

Filterstelling (m-mv)

>S

>T

>I

104-1-1

1,50 - 2,50

Barium (0,16)

-

Minerale olie (2,82)

109-1-1

1,50 - 2,50

Barium (0,12)

-

-

MM1

MM2

MM3

Verklaring tabel: > AW : overschrijding achtergrondwaarde(n) > S : overschrijding streefwaarde(n) > T : overschrijding voormalige tussenwaarde(n) >I : overschrijding interventiewaarde(n) : geen overschrijding (getal) : verontreinigingsfactor t.o.v. de interventiewaarde (interventiewaarde is factor 1) (-) : verontreinigingsfactor is kleiner dan 0,01

Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

pag. 8 van 20

3.3

Uitvoering en resultaten nader bodemonderzoek NTA 5755

Vanwege de uitkomsten van het verkennend bodemonderzoek, waarbij meerdere mengmonsters matig tot sterk verontreinigd blijken en zowel grond als grondwater bij de voormalige bovengrondse HBO-tank sterk verontreinigd blijken, is een nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 uitgevoerd. Het doel van het nader bodemonderzoek is het vaststellen van de omvang van de aangetoonde verontreiniging met zware metalen, PCB en minerale olie in de grond en tevens minerale olie in het grondwater. Op basis van de omvang van deze verontreinigingen wordt bepaald of sprake is van een zogenaamd geval van ernstige bodemverontreiniging zoals gesteld in de Wet bodembescherming; als daar sprake van blijkt te zijn, geldt er een saneringsnoodzaak. De spoedeisendheid van een eventuele sanering wordt vervolgens vastgesteld aan de hand van de actuele risico’s. Conceptueel model en opzet nader bodemonderzoek Bij het uitvoeren van een nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 wordt gebruik gemaakt van een zogenaamd ‘conceptueel model’; dit is een schematische beschrijving of visuele weergave van de bekende onderzoeksgegevens (de veronderstelde verontreinigingssituatie). Hiermee wordt in eerste instantie een verwachting geformuleerd over de actuele verontreinigingssituatie.

De leemtes in informatie over de verontreinigingssituatie vormen de basis voor onderzoeksvragen, die vervolgens de onderzoeksstrategie bepalen. Het conceptueel model wordt bijgesteld aan de hand van de uitkomsten van het nader onderzoek, waardoor het zich van een hypothetisch model naar een op de feitelijke situatie aansluitend model ontwikkelt. Onderstaand is het conceptueel model schematisch weergegeven. Conceptueel model Zware metalen gehele locatie: De verontreiniging wordt vooralsnog toegeschreven aan de ligging in de bodemkwaliteitszone ‘Industrieheterogeen’ (voor zowel boven- als ondergrond) en de aangetroffen bijmenging met bodemvreemd materiaal. • PCB buiten bebouwing: De oorzaak hiervoor is niet bekend, maar wordt vooralsnog toegeschreven aan de bijmenging met puin. Mogelijk is in het verleden ook sprake geweest van een morsing of lekkage van bijvoorbeeld hydraulische vloeistof, isolatievloeistof (transformatoren en condensatoren), koelvloeistof of smeermiddel. • Minerale olie: De verontreiniging wordt toegeschreven aan een lekkage of morsing bij de voormalige bovengrondse HBO-tank. • Zware metalen + PCB: Omdat de matige tot sterke verontreinigingen aangetoond zijn in mengmonsters, kan de omvang van deze verontreinigingen op dit moment onvoldoende worden bepaald.

• Minerale olie: De verontreiniging met minerale olie in de grond lijkt op basis van de beschikbare gegevens beperkt van omvang te zijn. Voor de verontreiniging in het grondwater ontbreken op dit moment teveel gegevens om een uitspraak te kunnen doen over de omvang. De verontreinigingen met zware metalen en PCB betreffen ons inziens immobiele stoffen. De verontreiniging met minerale olie betreft een mobiele stof, aangezien ook het grondwater sterk verontreinigd is. Er zijn op dit moment onvoldoende gegevens beschikbaar om vast te stellen of sprake is van één of meer gevallen van ernstige bodemverontreiniging conform de Wet bodembescherming. Als blijkt dat sprake is van één of meer gevallen van ernstige bodemverontreiniging, dient vastgesteld te worden of deze leiden tot een saneringsurgentie. •

Oorzaak van de verontreinigingen

Omvang van de verontreinigingen

Aard van de verontreinigingen

Ernst van de verontreinigingen

Spoed van sanering

Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

pag. 9 van 20

Op basis van het conceptueel model zijn de volgende onderzoeksvragen te onderscheiden: • Wat is de omvang van de verontreinigingen met zware metalen, PCB en minerale olie in de grond? • Wat is de omvang van de verontreiniging met minerale olie in het grondwater? • Wordt voor één of meer van de aangetoonde verontreinigingen het saneringscriterium overschreden (meer dan 25 m³ grond en/of meer dan 100 m³ grondwater met gehalten groter dan de inventiewaarden)? • Hoe verhouden de verontreinigingen zich tot de toekomstige inrichting qua situering? • Vormen de aanwezige verontreinigingen een belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling op de locatie? • Wat is, in het geval van een saneringsplicht, een geschikte saneringsaanpak en wat zijn dan reële terugsaneerwaarden? Voor de aangetoonde matige tot sterke verontreinigingen met zware metalen en PCB geldt dat die aangetoond zijn in verschillende mengmonsters. Het is daardoor mogelijk dat deze verontreinigingen niet overal in dezelfde mate voorkomen op de locatie. Om dit verder te onderzoeken worden de matig en sterk verontreinigde mengmonsters uitgesplitst en worden de betreffende deelmonsters, samen met enkele nog niet eerder geanalyseerde grondmonsters, separaat geanalyseerd op zware metalen en/of PCB.

Voor de verontreiniging met minerale olie in de grond ter plaatse van de voormalige bovengrondse HBOtank (boring 104) geldt dat die richting de aan de zuidoostzijde grenzende tuin van Donkersloot 20 niet is afgeperkt. Voor de grondwaterverontreiniging met minerale olie op dezelfde plaats geldt dat die nog geheel afgeperkt moet worden. In onderstaande tabel zijn de werkzaamheden van het nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 samengevat weergegeven. Tabel 6 Overzicht uit te voeren veldwerkzaamheden en analyses nader bodemonderzoek Verontreiniging

Veldwerk

Analyses 10x zware metalen (koper) 13x zware metalen (9 metalen)

Zware metalen (uitsplitsing)

-

PCB (uitsplitsing)

-

2x PCB

Minerale olie

1x boring tot 2,0 m-mv 3x peilbuis met filter van 1,5 – 2,5 m-mv (H) 1x peilbuis met filter van 3,5 – 4,5 m-mv (V)

6x minerale olie (2x grond, 4x grondwater)

Verklaring tabel: m-mv: meter-maaiveld H / V: horizontale / verticale afperking verontreiniging

De hierboven beschreven opzet voor het nader bodemonderzoek is gebaseerd op een ‘cyclisch ontwerp’, wat inhoud dat de uitvoering tussentijds aangepast of aangevuld kan worden op basis van de (tussentijdse) analyseresultaten. Zo nodig wordt een tweede onderzoeksfase uitgevoerd als blijkt dat de omvang van de verschillende verontreinigingen met bovenstaande opzet niet (volledig) in kaart gebracht kan worden. Uitvoering veldwerkzaamheden en resultaten chemisch-analytisch onderzoek In eerste instantie zijn de matig tot sterk verontreinigde mengmonsters MM1 t/m MM5 uitgesplitst en zijn de afzonderlijke deelmonsters separaat geanalyseerd op zware metalen en/of PCB. Daarbij zijn ook enkele nog niet eerder geanalyseerde grondmonsters geanalyseerd. Aan de hand van de uitkomsten van die separate analyses zijn op 18 februari 2021 nog enkele boringen en peilbuizen geplaatst, voor een verdere inkadering van de aangetoonde verontreinigingen met zware metalen, PCB en minerale olie. De aanvullende veldwerkzaamheden zijn uitbesteed aan BodemBasics B.V. uit Oosterhout en uitgevoerd door de voor deze werkzaamheden erkende veldmedewerker dhr. C.A.P. Snoeren onder het procescertificaat NC-SIK-20330.

Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

pag. 10 van 20

De aanvullende veldwerkzaamheden betrof de boringen 113a en 114 t/m 125. De boringen 122, 124 en 125 zijn daarbij afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van de afperking van de verontreiniging met minerale olie in het grondwater uit peilbuis 104. Boring 123 zou aanvankelijk ook als peilbuis worden afgewerkt, maar die boring kon door een ingegraven plaat asbest en een betonplaat onder de tegels niet worden geplaatst. De posities van de extra geplaatste boringen en peilbuizen zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 1.2. De boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 2. De resultaten van het aanvullend onderzoek zijn samengevat weergegeven in onderstaande tabel. Voor de analysecertificaten en de uitgebreide toetsing wordt verwezen naar bijlage 3 en 4. Tabel 7 Overzicht grond- en grondwatermonsters en analyseresultaten aanvullend onderzoek Grond (diepte m-mv) 101-2 (0,20 - 0,50)

Analyse

Toelichting

9 metalen

Uitsplitsing MM1

> AW

> T

> I

Zink (0,53)

Nikkel (1,04)

-

Koper (2,81)

Kobalt (0,13) Koper (0,27) Lood (0,16) PCB (0,07) Kobalt (0,05)

102 -1 (0,15 - 0,50)

9 metalen, PCB

Uitsplitsing MM2

Nikkel (0,11) Zink (0,35) Cadmium (0,01) Lood (0,28)

103-1 (1,00 - 1,50)

Kobalt (0,11) 9 metalen

Uitsplitsing MM1

Zink (0,37) Lood (0,32)

Nikkel (0,67) Koper (0,64)

Kobalt (0,29) 104-1 (0,00 - 0,50)

9 metalen

Uitsplitsing MM4

Molybdeen (0,03) Cadmium (0,37)

Nikkel (3,06) -

Kwik (-) 104-2 (0,50 - 1,00) 105-1 (0,00 - 0,50) 105-2 (0,50 - 1,00)

Koper

Niet eerder geanalyseerd

-

Niet eerder geanalyseerd

Molybdeen (0,01)

-

Uitsplitsing MM5

-

Zink (3,67)

Koper (1,34) Nikkel (2,04)

Cadmium (0,57)

Kwik (-) Koper

Koper (36,1) Lood (2,68)

Kobalt (0,22) 9 metalen

-

Koper (8,67) Zink (2,54) Lood (1,36)

-

Koper (4,4)

Kobalt (0,06) 106-2 (0,20 - 0,50)

9 metalen

Uitsplitsing MM4

Nikkel (0,18) Cadmium (0,06)

Lood (0,73)

Koper (10,33) Zink (1,78)

Kwik (-) 106-3 (0,50 - 1,00)

Koper

Niet eerder geanalyseerd

9 metalen

Uitsplitsing MM4

-

-

Kobalt (0,15) 107-1 (0,00 - 0,50)

Molybdeen (0,05) Cadmium (0,16)

Koper (8,81) Nikkel (0,92)

(0,50 - 1,00)

Koper

Uitsplitsing MM5

Koper (0,38)

Zink (2,32) Lood (1,05)

Kwik (-) 107-2

-

-

-

-

-

-

-

Zink (0,77)

Koper (1,24)

-

-

Kobalt (-) 108-1 (0,18 - 0,50)

Koper (0,08) 9 metalen

Uitsplitsing MM3

Zink (0,26) Cadmium (0,01) Lood (0,3)

108-2 (0,50 - 1,00)

Koper

Uitsplitsing MM5

Kobalt (0,01)

109-2 (0,20 - 0,50)

Nikkel (0,27) 9 metalen

Uitsplitsing MM4

Cadmium (0,08) Kwik (-) Lood (0,2)

109-3 (0,50 - 1,00)

Koper

Uitsplitsing MM5

Koper (0,16)

Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

pag. 11 van 20

Vervolg tabel 6 Grond (diepte m-mv)

Overzicht grond- en grondwatermonsters en analyseresultaten aanvullend onderzoek Analyse

Toelichting

> AW

> T

> I

-

-

-

-

Lood (0,79)

Koper (4,19)

-

-

Zink (0,22) 110-2 (0,20 - 0,50)

9 metalen

Uitsplitsing MM3

Cadmium (-) Kwik (-) Lood (0,09)

110-3 (0,50 - 1,00) 111-2 (0,20 - 0,50) 111-3 (0,50 - 1,00)

Koper

Niet eerder geanalyseerd

9 metalen

Uitsplitsing MM3

Koper

Uitsplitsing MM5

9 metalen

Uitsplitsing MM3

Zink (0,4) Cadmium (0,01) Koper (0,05) Kobalt (0,24)

112-2 (0,20 - 0,50)

Molybdeen (0,01) Cadmium (0,02)

Zink (0,73)

Nikkel (1,3) Koper (1,8)

Lood (0,37) 112-3 (0,50 - 1,00)

Koper

Uitsplitsing MM5

-

-

Kobalt (0,13) 113-2 (0,20 - 0,50)

9 metalen, PCB

Uitsplitsing MM2

Molybdeen (-)

Nikkel (0,68)

Cadmium (0,13)

Lood (0,68)

Kwik (-) 113-3 (0,50 - 1,00) 113a-3 (0,80 - 1,30) 114-2 (0,30 - 0,65) 115-2 (0,30 - 0,80) 116-2 (0,30 - 0,70) 117-2 (0,30 - 0,50) 117-3 (0,50 - 0,80) 119-1 (0,06 - 0,50)

PCB (2,84) Koper (8,07) Zink (68,83)

Koper

Niet eerder geanalyseerd

-

-

-

PCB

Afperking (V)

-

-

-

PCB

Afperking (H )

PCB (0,25)

-

-

PCB

Afperking (H )

-

PCB (0,75)

-

PCB

Afperking (H )

PCB (0,15)

-

-

PCB

Afperking (H )

PCB (0,08)

-

-

PCB

Afperking (H )

PCB (0,01)

-

-

9 metalen

Afperking (H )

Kobalt (0,02)

Zink (0,54)

Kwik (-)

Lood (0,85)

Koper (12,56)

Kobalt (-) 120-1 (0,06 - 0,50)

Nikkel (0,18) 9 metalen

Afperking (H )

Cadmium (0,02)

Zink (0,58)

Koper (2,49)

Kwik (-) Lood (0,32)

121-3 (1,00 - 1,50) 121-5 (1,70 - 2,00) 124-3a (0,70 - 1,20)

MO

Afperking (H )

-

-

Minerale olie (3,49)

MO

Afperking (V)

-

-

-

MO

Afperking (V)

Minerale olie (0,01)

-

-

Analyse

Toelichting

> S

> T

> I

MO

Afperking (V)

-

-

-

MO

Afperking (H )

-

-

-

MO

Afperking (H )

Minerale olie (-)

-

-

Grondwater (filterstelling m-mv) 122-1-1 (3,50 - 4,50) 124-1-1 (1,50 - 2,50) 125-1-1 (1,50 - 2,50)

Verklaring tabel 6: MO : minerale olie > AW : overschrijding achtergrondwaarde(n) > S : overschrijding streefwaarde(n) >T : overschrijding voormalige tussenwaarde(n) >I : overschrijding interventiewaarde(n) : geen overschrijding (getal) : verontreinigingsfactor t.o.v. de interventiewaarde (interventiewaarde is factor 1) (-) : verontreinigingsfactor is kleiner dan 0,01 (H)/(V) : horizontale/verticale afperking verontreiniging

Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

pag. 12 van 20

Interpretatie onderzoeksresultaten Uit het geheel aan verzamelde onderzoeksresultaten, met name die van het aanvullende onderzoek, valt samengevat te herleiden dat de bodem op vrijwel de gehele locatie sterk verontreinigd is met diverse zware metalen; enkel ter plaatse van de plaatwerkafdeling en centraal in de werkplaats lijkt de grond minder verontreinigd met zware metalen (boringen 108 en 110). De sterke verontreiniging komt in principe alleen in de toplaag tot ca. 0,5 m-mv voor, maar is achter het pand bij de boringen 104 en 105 tot tenminste 1,0 m-mv aangetoond. De verontreiniging met PCB blijkt alleen bij boring 113 aanwezig te zijn. Gezien de resultaten van de afperking (zowel horizontaal als verticaal) lijkt het om een kleine spot te gaan. De verontreiniging met minerale olie in de grond en in het grondwater nabij de voormalige bovengrondse HBO-tank (boring 104/105) kon richting het aan de zuidoostzijde aangrenzende perceel (Donkersloot 20) niet worden afgeperkt. Gezien echter de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten uit de boringen en peilbuizen die wel geplaatst konden worden, wordt er vanuit gegaan dat de sterke verontreiniging met minerale olie in zowel de grond als in het grondwater relatief beperkt van omvang is.

De verontreinigingssituatie in de grond (zware metalen, minerale olie en PCB) en in het grondwater (minerale olie) is weergegeven op de tekeningen in bijlage 1.4.1 t/m 1.4.3 en 1.4.5. Opmerking overschrijding conserveringstermijn Op de analysecertificaten 2021014577 en 2021032383 is een opmerking geplaatst met betrekking tot de monstername en conserveringstermijn (bijlage D). Bij de grondmonsters 102-1 en 113-2 is voor de analyse op PCB de conserveringstermijn van de voorbehandeling overschreden. Bij grondmonster 124-3(a) is ditzelfde het geval, maar dan voor de analyse op minerale olie. Door de overschrijding van de conserveringstermijn kan de betrouwbaarheid van de analyseresultaten mogelijk beïnvloed zijn. De overschrijding van de conserveringstermijn voor PCB is het gevolg van de uitsplitsing van mengmonster MM2, waardoor de separate (her)analyses van de grondmonsters 102-1 en 113-2 meer dan 1 week na monstername zijn uitgevoerd. Bij de analyse op minerale olie van grondmonster 124-a(a) is de conserveringstermijn met 1 dag overschreven, omdat voor dat grondmonsters per abuis alleen de bepaling het organische stofgehalte was aangevraagd en de analyse op minerale olie pas enkele dagen later is aangevraagd.

Omdat alle (separaat) geanalyseerde grondmonsters na monstername direct gekoeld zijn en tijdens het transport en op het laboratorium onder strenge condities gekoeld bewaard en behandeld zijn, wordt een eventuele beïnvloeding van het analyseresultaat minimaal geacht. Omdat in de betreffende grondmonsters verhoogde gehalten aan respectievelijk PCB en minerale olie zijn aangetoond, worden de gerapporteerde gehalten betrouwbaar genoeg geacht voor onderhavig bodemonderzoek.

Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

pag. 13 van 20

4. VERKENNEND EN NADER ASBESTONDERZOEK NEN 5707

4.1

Onderzoekstrategie verkennend asbestonderzoek

Door de integrale bijmenging met puinig materiaal in de toplaag en het plaatselijk aantreffen van asbestverdacht plaatmateriaal in de grond is de locatie verdacht voor een verontreiniging met asbest en is een verkennend asbestonderzoek nodig om vast te stellen of deze verdenking terecht is. Uitgangspunt voor het verkennend asbestonderzoek is dat er sprake is van bodem (<50% bodemvreemd materiaal), waarvoor de NEN 5707 van toepassing is (Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, strategie voor een verdachte locatie, diffuus belast, heterogeen verdeeld). In onderstaande tabel is aangegeven welke werkzaamheden er na de maaiveldinspectie worden uitgevoerd: Tabel 8 Veldwerkzaamheden en analyses Locatie, opp.

Opp. 849 m2

Strategie

Diffuus heterogeen

Veldwerk

Analyses

inspectiegaten 30x30 cm

waarvan doorgeboord

vd

5x max. 0,5 m-mv

1x max. 2,0 m-mv

2x asbest (<20 mm) 1x asbest materiaalmonster

Verklaring tabel: m-mv : meter-maaiveld vd : verdachte laag

De opgegraven en opgeboorde grond wordt gezeefd en/of uitgeharkt en visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (AVM). Vooralsnog wordt er vanuit gegaan dat geen asbestverdachte materialen in de bodem worden aangetroffen (grove fractie >20 mm). Indien hier wel sprake van is, dienen die eveneens te worden geanalyseerd. 4.2

Uitvoering en resultaten verkennend asbestonderzoek

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen 2001 en 2018. De uitvoerend veldmedewerker van Inventerra, dhr. P. van Achterberg, is in dit kader geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving. Voor het asbestonderzoek zijn op 11 januari 2021 in totaal 5 inspectiegaten gegraven, genummerd G01 t/m G05. Alle inspectiegaten hebben een oppervlakte van 0,3 m x 0,3 m en een diepte van 0,5 m-mv. Vanwege de combinatie met het verkennend bodemonderzoek zijn alle inspectiegaten doorgeboord met een Edelmanboor (diameter 12 cm) tot ruim onder de verdachte laag. De situering van de inspectiegaten is weergegeven op de tekening in bijlage 1.2. Van de gegraven inspectiegaten zijn profielbeschrijvingen gemaakt, welke in bijlage 2 zijn bijgevoegd. In inspectiegat G05 zijn in de grove fractie (>20 mm) zes stukjes asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen met een veldvochtig gewicht van 416 gram; onder asbestverdacht plaatmateriaal wordt materiaal verstaan dat op basis van voorkennis en/of een visuele beoordeling een hoeveelheid asbest zou kunnen bevatten. In de metalen opslagruimte aan de achterzijde van de werkplaats lag een beschadigd stuk asbestverdachte golfplaat op de tegelverharding en stonden enkele asbestverdachte vlakke platen tegen de geven. Verder is in alle inspectiegaten een bijmenging met ondefinieerbaar puin waargenomen.

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de diepte waarop het bodemvreemde materiaal is aangetroffen en gezien het doel van het onderzoek zijn van de opgegraven grond 2 mengmonsters samengesteld ter analyse op asbest (monsters AMM01 en AMM02). Ook is het in inspectiegat G05 aangetroffen asbestverdachte plaatmateriaal verzameld ten behoeve van de asbestanalyse (monster AVM01). De samenstelling van de mengmonsters en de resultaten van de analyses zijn in de navolgende tabel weergegeven. De analysecertificaten zijn bijgevoegd in bijlage 3. Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

pag. 14 van 20

Tabel 9 Overzicht grond- en materiaalmonsters en analyseresultaten Monster

Inspectiegaten (+diepte)

Analyseresultaat

AMM01

Puinhoudend zand uit G01 t/m G04 (0 – 0,5 m-mv)

Geen asbest in fijne fractie

AMM02

Puinhoudend zand met plaatmateriaal uit G05 (0 – 0,5 m-mv)

18 mg/kgds (zowel serpentijn als amfiboolasbest)

AVM01

Verzamelmonster 6 stukjes plaatmateriaal uit G05: veldvochtig gewicht 416 gr.

58.000 mg asbest

Omdat in inspectiegat G05 ook asbest in de grove fractie >20 mm is aangetoond, is het nodig om het totale gewogen asbestgehalte (fijne fractie én grove fractie) in dit inspectiegat te berekenen. De berekening van het asbestgehalte is opgenomen in bijlage 4. Hieruit blijkt dat het (indicatieve) asbestgehalte in inspectiegat G05 2.654,85 mg/kgds bedraagt. Voor de overige inspectiegaten (onderzocht middels mengmonster AMM01) is geen noodzaak voor een aanvullende berekening van het asbestgehalte, aangezien in die inspectiegaten geen asbest in de grove fractie is aangetoond. 4.3

Uitvoering en resultaten nader asbestonderzoek

Onderzoeksopzet nader asbestonderzoek Vanwege de zeer ruime overschrijding van de interventiewaarde voor asbest in de grond achter de spuiterij is een nader asbestonderzoek nodig. Het nader asbestonderzoek heeft tot doel het bepalen van de aard en omvang van de aangetoonde verontreiniging met asbest. Middels het nader asbestonderzoek kan per Ruimtelijke Eenheid (RE) van max. 1.000 m² het gemiddeld gewogen asbestgehalte worden bepaald, waaruit vervolgens blijkt of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging conform de Wet bodembescherming. Gezien de waarnemingen tijdens het verkennend bodemonderzoek wordt er vanuit gegaan dat alleen de grond achter de spuiterij verontreinigd is met asbest in een gehalte groter dan de interventiewaarde. De thans aangetoonde verontreiniging wordt voornamelijk veroorzaakt door asbesthoudend plaatmateriaal in de grove fractie >20 mm. In de fijne fractie is een gehalte van 18 mg/kgds aangetoond, echter zijn ook losse vezels in de meest risicovolle fractie <0,5 mm aangetroffen. Vooralsnog wordt vrijwel het gehele terrein tussen de metalen opslagruimte (achterzijde bedrijfspand met daarin enkele (gebroken) asbestverdachte platen) en de noordwestelijke hoek van het bedrijfspand beschouwd als één Ruimtelijke Eenheid (opp. ca. 75 m²). In navolgende tabel zijn de werkzaamheden van het nader asbestonderzoek samengevat weergegeven.

Tabel 10 Overzicht uit te voeren veldwerkzaamheden en analyses nader asbestonderzoek Locatie

Veldwerk

RE1: Bodem achter bedrijfspand, opp. <100 m²

- 1x inspectiegat (ter plaatse van metalen opslag) - 3x inspectiesleuf tot 0,5 m-mv

Analyses 4x asbest grond (<20 mm) 4x asbest SEM (<0,5 mm)* 2x asbest verzamel (materiaal)

Verklaring tabel: *: vanwege het aantreffen van losse vezels wordt tevens de zeer fijne fractie <0,5 mm onderzocht middels SEM

Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

pag. 15 van 20

Uitvoering veldwerkzaamheden en resultaten analytisch onderzoek De veldwerkzaamheden voor het nader asbestonderzoek zijn uitbesteed aan BodemBasics B.V. uit Oosterhout en uitgevoerd door de voor deze werkzaamheden erkende veldmedewerker dhr. C.A.P. Snoeren onder het eigen procescertificaat NC-SIK-20330. In de asbestverdachte strook grond achter het bedrijfspand zijn 3 inspectiesleuven en een inspectiegat gegraven (SL1 t/m SL3 en G06). Het inspectiegat is gegraven direct voor de metalen berging waarin (deels gebroken) asbestverdacht plaatmateriaal was opgeslagen. Door een relatief beperkte werkruimte zijn alle graafwerkzaamheden handmatig uitgevoerd. De inspectiesleuven hebben door de beperkte werkruimte een lengte van ca. 1,0 en 1,2 m-mv, een breedte van 0,3 meter en een diepte van 0,5 m-mv. Inspectiegat G06 heeft de afmetingen 0,3 x 0,3 x 0,5 meter. Zowel in sleuf 1 (ter plaatse van het met asbest verontreinigde inspectiegat G05) als in inspectiegat G06 is asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. In de sleuven SL2 en SL3 is geen asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn van de opgegraven grond uit de inspectiesleuven en het inspectiegat 3 grondmengmonsters samengesteld ter analyse op asbest (codering G06-1, MM1-1 en SL11) en zijn twee materiaal(verzamel)monsters geanalyseerd op asbest (codering G06-2 en SL1-2).

Tevens is op een extra mengmonster uit sleuf SL1 een SEM-analyse uitgevoerd (fractie <0,5 mm), omdat losse vezels in die fractie waren aangetoond. De samenstelling van de grond- en materiaalmonsters en de resultaten van de analyses zijn in de navolgende tabel weergegeven. De analysecertificaten zijn bijgevoegd in bijlage 3. Tabel 11 Overzicht grond- en materiaalmonsters en analyseresultaten Monster

Inspectiegaten (+diepte)

G06-1

Puinhoudend zand met plaatmateriaal uit G06 (0 – 0,5 m-mv)

Geen asbest in fijne fractie

MM1-1

Puinhoudend zand uit sleuven SL2 en SL3 (0 – 0,5 m-mv)

Geen asbest in fijne fractie

SL1-1

Puinhoudend zand met plaatmateriaal uit sleuf SL1 (0 – 0,5 m-mv)

360 mg/kgds (zowel serpentijn als amfiboolasbest)

SL1-1a G06-2 SL1-2

Analyseresultaat

SEM-analyse van puinhoudend zand uit sleuf SL1 (0 – 0,5 m-mv)

Geen respirabele vezels

Verzamelmonster 1 stukje plaatmateriaal uit inspectiegat G06: veldvochtig gewicht 416 gr. Verzamelmonster 27 stukjes plaatmateriaal uit sleuf SL1: veldvochtig gewicht 416 gr.

5.900 mg asbest (zowel serpentijn als amfiboolasbest) 53.000 mg asbest (zowel serpentijn als amfiboolasbest)

Door de aanwezigheid van asbesthoudend plaatmateriaal in de grove fractie in inspectiesleuf SL1 en inspectiegat G06, is het nodig om de totale gewogen asbestgehalten (fijne fractie én grove fractie) te berekenen. De berekening van de asbestgehalten is opgenomen in bijlage 4. Hieruit blijkt dat het totale gewogen asbestgehalte in inspectiegat G06 274,54 mg/kgds bedraagt. Het totale gewogen asbestgehalte in inspectiesleuf SL1 bedraagt 953,94 mg/kgds. Voor RE1 (SL1 + G06) geldt dat het gemiddeld gewogen asbestgehalte 614,24 mg/kgds bedraagt. Voor de inspectiesleuven SL2 en SL3 (onderzocht middels mengmonster MM01-1) is geen noodzaak voor een aanvullende berekening van het totale gewogen asbestgehalte, aangezien in die inspectiesleuven geen asbest in de grove fractie is aangetoond. De verontreinigingssituatie voor asbest in de grond is weergegeven op de situatietekening in bijlage 1.4.4.

Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

pag. 16 van 20

5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In opdracht van Elektrotechniek P. van Rikxoord BV heeft Inventerra in januari en februari 2021 een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740, een nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 en een verkennend en nader asbestonderzoek conform de NEN 5707 verricht op de locatie aan de Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam. De aanleiding voor het verkennend (asbest)bodemonderzoek is de voorgenomen aanvraag van een Omgevingsvergunning in verband met de geplande (her)ontwikkeling op de locatie. Het doel is het vaststellen van de huidige bodemkwaliteit en of deze bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de geplande herontwikkeling. Het nader asbest(bodem)onderzoek is uitgevoerd om de tijdens het verkennende (asbest)bodemonderzoek aangetoonde verontreinigingen verder in kaart te brengen. Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek is een hypothese opgesteld met betrekking tot een mogelijke verontreinigingssituatie in de bodem, namelijk verdacht voor een (diffuse) verontreiniging met zware metalen, PAK, minerale olie en asbest. Op grond van de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken wordt het volgende geconcludeerd: Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 en nader bodemonderzoek NTA 5755 • De puinhoudende bovengrond (0 – 0,5 m-mv, zand) is op vrijwel de gehele locatie sterk verontreinigd met diverse zware metalen, waarbij enkele metalen ook licht of matig verhoogd zijn aangetoond.

Bij de boringen 108 en 110 is de bovengrond ten hoogste licht verontreinigd met zware metalen. De puinhoudende bovengrond is tevens licht verontreinigd met PAK en minerale olie. • De puinhoudende bovengrond is over het algemeen licht verontreinigd met PCB, echter worden bij de boringen 113 en 115 voor de ingang van het magazijn ook matig tot sterk verhoogde gehalten aangetoond. • De zintuiglijk onverdachte kleiige ondergrond van 0,5 – 1,0 m-mv is licht verontreinigd met enkele zware metalen en PCB. • De zintuiglijk onverdachte zandige ondergrond van 0,5 – 2,0 m-mv is licht verontreinigd met enkele zware metalen. • De zintuiglijk met olie verontreinigde ondergrond bij de boringen 104 en 121 (1,0 – 1,5 m-mv) is sterk verontreinigd met minerale olie. De zintuiglijk onverdachte bodemlagen die voor een verticale en horizontale afperking zijn geanalyseerd, zijn niet tot ten hoogste licht verontreinigd met minerale olie. • Het grondwater ter plaatse van de werkplaats (peilbuis 109) is enkel licht verontreinigd met barium. • Het grondwater uit peilbuis 104 (voormalige bovengrondse HBO-tank) is sterk verontreinigd met minerale olie en licht verontreinigd met barium. Het grondwater uit de ter afperking (verticaal en horizontaal) geplaatste peilbuizen 122, 124 en 125 is niet tot ten hoogste licht verontreinigd met minerale olie.

Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek is de hypothese ‘verdacht voor verontreiniging’ bevestigd, vanwege de aangetoonde verontreinigingen met zware metalen, PAK, minerale olie en PCB in de grond en de aangetoonde verontreiniging met minerale olie in het grondwater. De aangetoonde licht tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen en de licht verhoogde gehalten aan PAK in de grond worden vooralsnog toegeschreven aan de ligging in een bodemkwaliteitszone met een hoge heterogeniteit (zone Industrie-heterogeen) en hebben naar onze mening geen directe relatie met de (voormalige) bedrijfsactiviteiten op de locatie. De overwegend licht (plaatselijk matig/sterk) verhoogde gehalten aan PCB in de grond worden vooralsnog toegeschreven aan de (voormalige) bedrijfsactiviteiten ter plaatse, maar zijn mogelijk voor een deel ook het gevolg van de bijmenging met puin in de grond.

Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

pag. 17 van 20

De ter plaatse van en rondom boring 104 (achterzijde bedrijfspand) aangetoonde licht tot sterk verhoogde gehalten aan minerale olie in de grond en in het grondwater worden toegeschreven aan de bovengrondse HBO-tank die daar gestaan heeft. De elders op het terrein aangetoonde licht verhoogde gehalten aan minerale olie in de grond worden toegeschreven aan de bijmenging met puinig materiaal in de grond en de ligging in de bodemkwaliteitszone ‘Industrie-heterogeen’. De in het grondwater aangetoonde concentraties barium worden beschouwd als natuurlijk verhoogde achtergrondconcentraties. Verkennend en nader asbestonderzoek NEN 5707 • In de opgegraven en opgeboorde puinhoudende grond ter plaatse van het bedrijfspand en de oprit is visueel en analytisch geen asbest aangetoond. • De strook grond achter het bedrijfspand is op meerdere plaatsen visueel en analytisch verontreinigd met asbest, waarbij de totale gewogen asbestgehalten de interventiewaarde ruim overschrijden (asbestgehalten tussen ca. 275 en 2.645 mg/kgds). Op basis van het uitgevoerde asbestonderzoek is de gestelde hypothese ‘verdacht voor een verontreiniging met asbest’ voor het bebouwde terreindeel en de oprit voor het bedrijfspand niet bevestigd. Voor de strook grond achter het bedrijfspand is de deze hypothese wel bevestigd.

Resumé Met het oog op het nader (asbest)bodemonderzoek zijn enkele onderzoeksvragen opgesteld, namelijk. 1. Wat is de omvang van de verontreinigingen met zware metalen, PCB en minerale olie in de grond? 2. Wat is de omvang van de verontreiniging met minerale olie in het grondwater? 3. Wordt voor één of meer van de aangetoonde verontreinigingen het saneringscriterium overschreden (meer dan 25 m³ grond en/of meer dan 100 m³ grondwater met gehalten groter dan de inventiewaarden)? 4. Hoe verhouden de verontreinigingen zich tot de toekomstige inrichting qua situering? 5. Vormen de aanwezige verontreinigingen een belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling op de locatie? 6. Wat is, in het geval van een saneringsplicht, een geschikte saneringsaanpak en wat zijn dan reële terugsaneerwaarden? De onderzoeksvragen worden navolgend beantwoord. Ad. 1 en 2: Voor de aangetoonde sterke verontreiniging met zware metalen (gehalten >interventiewaarden) wordt er vanuit gegaan dat deze aanwezig is over een oppervlakte van ca. 820 m². Uitgaande van een sterk verontreinigde bodemlaag van 50 cm (plaatselijk achter het bedrijfspand tot tenminste 1,0 m-mv) wordt de omvang van deze sterke verontreiniging geraamd op tenminste 410 m³.

Voor de verontreiniging met PCB voor de ingang van het magazijn wordt op basis van de afperkende boringen vanuit gegaan dat sprake is van een spot met een geringe omvang. De omvang wordt, uitgaande van een oppervlakte van ca. 15 – 20 m² en een sterk verontreinigde bodemlaag van 50 cm, geraamd op maximaal 10 m³. Voor de (sterke) verontreiniging met minerale olie in de grond en in het grondwater achter het bedrijfspand (boring/peilbuis 104) geldt dat die richting het aan de zuidoostzijde grenzende perceel nog niet geheel is afgeperkt. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de analyseresultaten bij de afperkende boringen rondom 104 is het echter de inschatting dat de omvang van deze verontreiniging zowel in de grond als in het grondwater beperkt zal zijn. De omvang van de verontreiniging in de grond wordt geraamd op ca. 12 m³ (25 m² x 0,5 meter). Op basis van de resultaten in het grondwater uit de afperkende peilbuizen 122, 124 en 125 wordt er vanuit gegaan dat de verontreiniging in het grondwater zich ook over een oppervlakte van ca. 25 m² verspreid heeft. Uitgaande van een verontreinigd grondwaterpakket van 1,5 meter (1,0 – 2,5 m-mv) zou het volume van de sterke verontreiniging in het grondwater uitkomen rond de 35 à 40 m³.

Verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Fop Smitstraat 48 te Alblasserdam 20-2393-R01JV

pag. 18 van 20

Voor de verontreiniging met asbest in de strook grond achter het bedrijfspand wordt er vanuit gegaan dat de puinhoudende grond in deze gehele strook tot een diepte van 0,5 m-mv verontreinigd is met asbest (gehalten >interventiewaarde), ondanks dat in inspectiegat G04 en de inspectiesleuven SL2 en SL3 geen asbest is aangetoond. Dit wordt geconcludeerd vanwege de resultaten in inspectiegat G06 en de ingegraven asbestplaat nabij de zuidoostelijke perceelgrens. Uitgaande van een oppervlakte van ca. 75 m² en een laagdikte van 0,5 meter (vanaf 0,5 m-mv komt zintuiglijk onverdachte klei voor), wordt het volume van de verontreiniging met asbest geraamd op ca. 38 m³. Ad. 3 Op basis van de bovenstaand berekende volumes van de verschillende verontreinigingen wordt geconcludeerd dat op de locatie conform de Wet bodembescherming sprake is van twee gevallen van ernstige bodemverontreiniging, te weten een ‘geval’ met zware metalen en een ‘geval’ met asbest. Voor de verontreiniging met zware metalen geldt namelijk dat het saneringscriterium van 25 m³ grond (met gehalten >interventiewaarden) wordt overschreden. Voor de verontreiniging met asbest is door de overschrijding van de interventiewaarde reeds sprake van een ‘geval’; de omvang van deze verontreiniging is hierin niet bepalend. De ‘gevallen’ worden beschouwd als historische gevallen van bodemverontreiniging.

Voor de verontreiniging met PCB geldt dat er door de beperkte omvang (minder dan 25 m³) geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging conform de Wet bodembescherming. Voor de verontreiniging met minerale olie in de grond en in het grondwater achter het bedrijfspand geldt dat hoogst waarschijnlijk minder dan 25 m³ grond en minder dan 100 m³ grondwater sterk verontreinigd is met minerale olie, waardoor naar onze mening voor minerale olie eveneens geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Voor zowel PCB als minerale olie is ons inziens geen sprake van een saneringsplicht. Om vast te stellen of het geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen met spoed gesaneerd moeten worden, is met Sanscrit (een online tool op RisicotoolboxBodem.nl voor het beoordelen van de spoedeisendheid van sanering) een risicobeoordeling uitgevoerd voor zowel de huidige bedrijfssituatie als de toekomstige woonsituatie. De rapportages hiervan zijn opgenomen in bijlage 6. Uit de beoordelingen blijkt dat de verontreiniging met zware metalen bij het huidige gebruik als bedrijfslocatie niet tot een saneringsurgentie leidt.

Zodra het bedrijfspand wordt gesloopt, de verhardingen worden verwijderd en het gebruik van de locatie gewijzigd wordt naar een (gevoeligere) woonbestemming, zorgen de matig tot sterk verhoogde loodgehalten in de grond voor onaanvaardbare humane risico’s en zal de verontreiniging met zware metalen met spoed gesaneerd moeten worden. De spoedeisendheid van sanering van de asbestverontreiniging is bepaald middels het ‘Milieuhygiënisch Saneringscriterium Bodem, Protocol Asbest’ dat opgenomen is in bijlage 3 van de Circulaire bodemsanering. In dat ‘Protocol Asbest’ is met een stappenschema met daarin diverse vragen aangegeven hoe vastgesteld kan worden of wel of geen sprake is van onaanvaardbare risico’s. Of sprake is van (on)aanvaardbare risico’s is afhankelijk van het asbestgehalte, hechtgebondenheid, huidige of toekomstig gebruik van de locatie, de aanwezige bodembedekking en het gehalte aan respirabele vezels in de contactzone. De uitslag van het stappenschema is als volgt: • Stap 1, vaststellen wel/geen geval van ernstige bodemverontreiniging: ‘Is het asbestgehalte in bodem of grond >100 mg/kgds (gewogen) en is de zorgplicht niet van toepassing?’ Ja  verder naar stap 2 • Stap 2, standaard risicobeoordeling met bepaling van de contactmogelijkheden en de aanwezigheid van onaanvaardbare risico’s: o.a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/273/documents/8939