CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1B.15b Bijlage 2 RIB 2020 zwemwaterkwaliteit.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 3 oktober 2023, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 24: Doorlopende lijst ingekomen stukken2.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Onderwerp

: Stand van zaken PFOA en GenX

Aanleiding

: Eerdere raadsinformatiebrieven

Datum

: Mei 2020

Portefeuillehouder

: A. Kraijo

Schrijver

: P.M. Stortenbeker

Inleiding Op 26 november 2019 heeft wethouder Kraijo u door middel van een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de ontwikkelingen op het gebied van PFOA en GenX sinds 2017. In deze brief is toegezegd om u met gelijke frequentie met de gemeente Dordrecht te infomeren over de stand van zaken van de verschillende onderzoeken en ontwikkelingen. Met deze raadsinformatiebrief stellen wij u op de hoogte van de huidige stand van zaken. Naamgeving In alle berichtgeving hiervoor is gesproken over Perfluoroctaanzuur (PFOA) en GenX. Inmiddels is duidelijk geworden dat het probleem zich niet beperkt tot de stof PFOA, maar dat het probleem een stofgroep betreft, namelijk de Per- en PolyFluorAlkyl Stoffen (PFAS). Stoffen als PFOA en GenX vallen in deze groep. Volledigheidshalve moet hierbij vermeld worden dat GenX feitelijk geen stof betreft, maar een technologie. De stoffen die bij deze technologie horen hebben namen als FRD-902 en FRD-903. Deze stoffen vallen dus in de eerder genoemde PFAS groep en worden voor het gemak GenX genoemd. Daar waar in deze raadsinformatiebrief PFOA en GenX geschreven staat, worden deze stoffen bedoeld.

1 Vergunningen en toezicht 1.1 Aanscherping uitstoot schadelijke stoffen en beroep vanuit Chemours Per besluit van 16 december 2019 heeft de DCMR (namens de provincie Zuid-Holland) de milieuvergunning van Chemours voor de uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht met een ambtshalve wijziging aangescherpt. Op korte termijn betreft dat met name de verlaging van de uitstoot naar de lucht van GenX-stoffen. In 2024 en 2025 moeten door Chemours grote stappen worden gezet in de verlaging van veel andere organische fluorverbindingen. Dit zijn dit belangrijke stappen in de goede richting. Recent is bekend geworden dat Chemours beroep heeft ingesteld tegen dit besluit en de rechtbank ook om een voorlopige voorziening heeft verzocht. Uit een verklaring van Chemours maken wij op dat het bedrijf de aanscherping te streng en de vergunde termijn te kort vindt. Gedeputeerde Staten hebben in de brief van 8 april 2020 gemeld dat er, vanwege de coronamaatregelen, nog geen zittingsdatum is gepland voor de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening. Dat betekent dat deze ambtshalve wijziging van de milieuvergunning vooralsnog niet in werking treedt.

1.2 Aangepaste waterzuivering voor terugbrengen indirecte lozingen Ook per besluit van 16 december 2019 heeft de DCMR een ontwerpmilieuvergunning gepubliceerd op de aanvraag van Chemours voor de aangepaste waterzuivering, inclusief de (nog resterende) lozing van een aantal PFAS-stoffen op het riool. Chemours brengt hiermee de indirecte lozing van GenXstoffen verder terug, van 20 kg/jaar naar 2 kg/jaar. De jaarvrachten van de andere PFAS-stoffen liggen daar nog ver onder. De aanvullende afvalwaterzuivering met onder meer de koolstofbedden blijkt dus goed te functioneren. Dat wordt bevestigd door metingen van Rijkswaterstaat, zie onder het kopje 'Oppervlaktewater'. 1.3 Aanvraag revisievergunningen en beoordeling stukken Beide bedrijven (Chemours en Dupont) hebben in maart 2018 een aanvraag ingediend voor een nieuwe milieuvergunning, de revisievergunningen. De DCMR heeft voor de zomer 2019 een laatste verzoek om aanvullende informatie aan beide bedrijven gedaan. De laatste stukken zijn begin 2020

binnen gekomen. De gemeente Dordrecht heeft, samen met Papendrecht en Sliedrecht (allen als belanghebbende beschouwd in de vergunningprocedure), de stukken laten beoordelen. Op een aantal onderdelen zijn Dordrecht, Sliedrecht en Papendrecht van mening dat de aanvraag nog tekort schiet en onvolledig is. Dordrecht, Sliedrecht en Papendrecht zijn van mening dat Chemours zich onvoldoende inzet en ambitie zien om de uitstoot van schadelijke stoffen zoveel mogelijk en zo snel mogelijk terug te dringen. Daarnaast vinden Dordrecht, Sliedrecht en Papendrecht dat Chemours onvoldoende en op onoverzichtelijke wijze informatie geeft over deze schadelijke stoffen en de uitstoot daarvan. De DCMR beoordeelt nu de stukken en betrekt het advies daarbij. Het is mogelijk dat de provincie en DCMR er voor kiezen om op basis van deze stukken een zo goed als mogelijke ontwerprevisievergunning op te stellen en te publiceren. 2. Oppervlaktewater 2.1 afname GenX-stoffen in afvalwater Met de brief van 6 november 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de Kamer geïnformeerd over onder meer het meetprogramma van Rijkswaterstaat. Uit de metingen blijkt dat de GenX-stoffen in het afvalwater dat door Chemours op het riool wordt geloosd met 97 tot 99% zijn afgenomen ten opzichte van de situatie begin 2017.

Dat is een rechtstreeks gevolg van de maatregelen van Chemours met onder meer de koolstofbedden. De concentraties in het direct op de rivier geloosde water (dat valt onder de vergunning van Rijkswaterstaat die in 2019 verleend is) zijn in dezelfde orde grootte gebleven. De concentraties in het oppervlaktewater zijn gemeten in zowel de Beneden-Merwede als de aangrenzende rivieren. De gemeten waarden zijn gedaald en ruim lager dan de normen voor oppervlaktewater en drinkwater. 2.2 Onderzoek RIVM: zwemwater veilig maar normen viswater overschreden Het RIVM heeft op 30 maart 2020 een rapport gepubliceerd over risicogrenswaarden voor PFOA,PFOS en GenX in zwem- en viswater. Zie https://www.rivm.nl/pfas/actueel/adviesrisicogrenswaarden-voor-pfoa-pfos-en-genx-in-zwemwater-en-vis . Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van waterschap Rivierenland, naar aanleiding van de monitoring van het oppervlaktewater in met name de Alblasserwaard. Het waterschap wilde weten of er een risico is voor mensen die in het oppervlaktewater zwemmen of vis daaruit eten. Het RIVM heeft risicogrenswaarden voor zwemmen afgeleid. Deze worden uitgedrukt in nanogram per liter oppervlaktewater. De risicogrenswaarden voor vis worden uitgedrukt in microgram per kilogram natgewicht vis. Dat is voor wateronderzoek lastig bruikbaar.

Het RIVM geeft om die reden in het rapport ook de al bestaande normen voor oppervlaktewater aan, die gebaseerd zijn op de mogelijke blootstelling van de mens via de consumptie van vis. Deze waarden liggen (veel) lager dan de risicogrenzen voor zwemwater omdat deze stoffen zich ophopen in vis en omdat er standaard (worst case) wordt uitgegaan van een dagelijkse, hoge en levenslange consumptie van vis. Het waterschap Rivierenland concludeert dat in de Alblasserwaard in de aangewezen zwemwateren (bv Lammetjeswiel) veilig kan worden gezwommen. Op locaties rond enkele moestuinen in Papendrecht en Sliedrecht worden de normen voor oppervlaktewater overschreden. Ondanks dat de risico's beperkt zijn, raadt het Waterschap het eten van vis gevangen op deze locaties af. Waterschap Hollandse Delta is begin januari 2019 gestart met een maandelijkse monitoring van het oppervlaktewater op PFOA. In de Hoeksche Waard is PFOA niet in het oppervlaktewater aangetroffen. De monitoring is daar dit jaar gestopt. 3. Bodemverontreiniging 3.1 nieuwe risicowaarden voor PFOS, PFOA, GenX in bodem- en grondwater Op 6 maart 2020 heeft het RIVM op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat nieuwe risicogrenswaarden gepubliceerd voor PFOS, PFOA en GenX in bodem en grondwater. Deze grenswaarden worden Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreiniging (INEV's) genoemd.

INEV's kunnen als voorlopige interventiewaarden worden gebruikt om gevallen van bodemverontreiniging te beoordelen op ernst en spoedeisendheid. De INEV's voor grond zijn gelijk aan de risicogrenswaarden die het RIVM eerder heeft afgeleid voor de functie wonen met tuin. In dat gebruik wordt uitgegaan van maximaal 10% consumptie van voedsel uit eigen tuin. De eerder door het RIVM bepaalde risicogrenswaarde voor moestuin ligt veel lager (86 µg/kg voor PFOA in grond ten opzichte van de INEV van 1.100 µg/kg). Voor grondwater heeft RIVM twee verschillende INEV's afgeleid. De INEV voor gebieden waar drinkwaterwinning plaatsvindt zijn gelijk aan de eerder afgeleide risicogrenswaarden (0,39 µg/l). De INEV voor overige gebieden is veel hoger (170 µg/l) Eerder was voor alle gebieden als standaard gehanteerd dat grondwater dagelijks ongezuiverd als drinkwater wordt gebruikt. Bij deze INEV is dat los gelaten voor gebieden die geen drinkwaterfunctie hebben. Het is nog niet duidelijk in welke gevallen deze INEV's gebruikt zullen gaan worden. In veel

gevallen zijn andere risicogrenswaarden en normen, voor onder meer moestuingebruik, hergebruik van grond, landbouw en oppervlaktewater, veel strenger en bepalender en bieden daarmee meer bescherming. 3.2 landelijk nieuw handelingskader Voor alle risicogrenswaarden en normen voor PFAS-stoffen, waaronder PFOA en GenX, geldt dat de kennis over deze stoffen nog in ontwikkeling is en de discussie over het afleiden van risicogrenswaarden daarmee ook. Op 29 november 2019 heeft de minister van IenW een herzien 'Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie' bekend gemaakt. Dit was nodig omdat het tijdelijke handelingskader van 8 juli 2019 hergebruik van grond te veel beperkte, waardoor grote maatschappelijke onrust ontstond. Het verschil tussen beide handelingskaders is het beschikbaar komen van landelijke achtergrondwaarden voor PFAS. Hierdoor is landelijk circa 75% van het grondverzet weer op gang gekomen. Voor onze regio maakt dit niet zoveel verschil, aangezien de al eerder ingestelde regionale handreiking voor het omgaan met PFAS-houdende grond in overleg met de regiogemeenten gewoon van kracht blijft. Wel is het analysepakket aangepast naar het landelijke geldende analysepakket. Omdat in onze regio al een praktische werkwijze was ingesteld, is de genoemde maatschappelijke onrust rond grondverzet aan onze regio voorbij gegaan.

Het landelijk kader sluit in grote lijnen aan op onze regionale handreiking. 4. Overige onderzoeken 4.1 twee rapporten van staatssecretaris van Infrastructuur en waterschap over GenX Op 25 september 2019 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat twee rapporten over GenX naar de Kamer gestuurd. Het eerste is een rapport van het RIVM over de verspreiding van GenX-stoffen in het milieu. Hierin heeft het RIVM de diverse metingen van GenX in de afgelopen vijf jaar verzameld, beschreven en vergeleken met de (voorlopige) risicogrenswaarden. Daarnaast geeft het RIVM een beeld van de beleidsmatige ontwikkelingen en nog lopende onderzoeken en geeft het een aantal aanbevelingen. Die zijn door de staatssecretaris onder meer verwerkt in het Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en de acties om te komen tot een landelijk beeld en achtergrondwaarden. Het tweede rapport betreft een vervolgonderzoek naar de afvalstromen van Chemours, uitgevoerd door de ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport). De ILT ziet wel verbeteringen in de administratie en inzichtelijkheid ten aanzien van de afvalstromen, maar constateert ook dat dit nog onvoldoende is om een goed beeld te krijgen van de aanwezigheid van GenX-stoffen in de afvalketen.

Dat komt onder meer omdat de huidige wetgeving onvoldoende waarborgen biedt voor verspreiding van ZZZS (Zeer Zorgwekkende Stoffen) via afvalstromen en omdat de bevoegde gezagen de wel beschikbare informatie onvoldoende delen. Dit wordt door het Rijk en de bevoegde gezagen opgepakt. 4.2 Concept opinie PFAS in voedsel door Europese autoriteit voor voedselveiligheid Op 24 februari 2020 heeft EFSA, de Europese autoriteit voor voedselveiligheid, een nieuwe conceptopinie over PFAS in voedsel gepubliceerd. Het betreft een grenswaarde voor de gecombineerde (opgetelde) blootstelling aan vier PFAS-stoffen, waaronder PFOA. De vier stoffen hebben gemeen dat ze lang in het menselijk lichaam blijven. In Nederland zal het RIVM de concept-opinie bestuderen en reageren naar de EFSA. De verwachting is dat de EFSA deze zomer een definitieve opinie zal publiceren. Het RIVM zal vervolgens richting de minister aangeven of de nieuwe opinie over PFAS aanleiding geeft tot maatregelen in Nederland en/of aanpassing van normen en risicogrenzen. 4.3 Advies van Raad voor de leefomgeving en infrastructuur Op 11 maart 2020 heeft de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) zijn advies 'Greep op gevaarlijke stoffen' gepubliceerd. Het dossier Chemours en DuPont is één van de casussen geweest die bij de totstandkoming van dit advies zijn besproken.

De Raad geeft tien aanbevelingen, waaronder het beter monitoren en volgen (Track & Trace) van Zeer Zorgwekkende Stoffen. Met de volgende link vindt u de samenvatting, aanbevelingen en het gehele rapport van de Rli: https://www.rli.nl/publicaties/2020/advies/greep-op-gevaarlijke-stoffen. 5. Aansprakelijkstelling In 2018 zijn de gemeente Dordrecht samen met Papendrecht en Sliedrecht, gestart met de aansprakelijkstelling van Chemours en DuPont voor de schade die wij hebben geleden, lijden en mogelijk in de toekomst nog zullen lijden als gevolg van de uitstoot van PFOA en GenX-stoffen. Daarbij willen wij ons richten op de ontstane bodemverontreiniging en de schade die dat met zich meebrengt. De gemeente Molenlanden heeft zich bij de samenwerkende gemeenten aangesloten. In

opdracht van de gemeenten bereidt onze advocaat mogelijke vervolgstappen voor. Wij hebben verzocht of het ook mogelijk was om aan te sluiten bij deze aansprakelijkstelling. Omdat de (verontreinigings)situatie in Alblasserdam afwijkt van de situatie in Dordrecht, Papendrecht, Sliedrecht en Molenlanden hebben deze gemeente in overleg met de advocaat aangegeven dat dit niet mogelijk is. De juridische basis zou hiervoor verbreed moeten worden, wat mogelijk consequenties kan hebben voor de haalbaarheid van de aansprakelijkstelling. Communicatie Alblasserdam blijft aangesloten bij het regionale ambtelijk overleg over Chemours. Daarnaast is Alblasserdam, samen met gemeente Dordrecht en Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, initiatiefnemer van een breed bestuurlijk overleg. Aan dit bestuurlijk overleg nemen bestuurders van alle Zuid-Holland Zuid gemeenten, provincie Zuid-Holland, de Waterschappen en drinkwaterbedrijven deel. Daarnaast nemen ook bestuurders van gemeente Vijfheerenlanden deel aan dit overleg en wordt dit overleg mogelijk uitgebreid met Krimpenerwaard gemeenten. Het doel van dit overleg is vooral dat alle bestuurders op een zelfde wijze worden geïnformeerd over de ontwikkelingen op dit dossier. Uw raad wordt in de afgesproken frequentie (elk kwartaal) geïnformeerd door middel van een raadsinformatiebrief. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders,

de secretaris S. van Heeren

de burgemeester J.G.A. Paans

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/484/documents/11136